Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Loodslab vervangen zonder dat het opnieuw scheurt

11 minuten lezen Dakgoot & hemelwater Bijgewerkt 14 augustus 2026
diy-gids.nl DAK & ZOLDER Loodslab vervangen

Een loodslab vervangen is vooral een kwestie van de juiste maten aanhouden: stukken van hooguit anderhalve meter, minimaal vijftien ponds lood, tien centimeter overlap tussen de stukken en alleen langs de bovenrand bevestigen. Scheuren ontstaan bijna nooit door slecht lood, maar doordat een lange strook zijn uitzetting op één punt kwijt moet. Wie dat begrijpt, legt lood dat dertig jaar meegaat in plaats van vijftien. Repareren met kit lost niets op, want de kit is stijver dan het lood en scheurt op precies dezelfde plek open.

11 minuten

Dit heb je nodig

Een halve tot een hele dag per dakkapel Te doen met ervaring, mits je veilig op hoogte kunt werken Ruwweg 20 tot 60 euro per strekkende meter aan lood

Gereedschap

  • Haakse slijper met diamantschijf voor steen, bij voorkeur met stofafzuiging
  • Stofmasker P3 en een veiligheidsbril
  • Steenbeitel en hamer voor het inslaan van de loodproppen
  • Houten loodhamer of een klosje hardhout om het lood aan te drukken
  • Blikschaar of een stevig afbreekmes om lood op maat te knippen
  • Voegenkrabber en een handborstel
  • Voegspijker en een kleine troffel
  • Rolsteiger of een ladder met stabilisatiebalk
  • Meetlint en een stuk krijt

Materiaal

  • Ribbellood of vlak bladlood, 15 of 20 ponds
  • Reststrookjes lood voor zelfgemaakte loodproppen
  • Voegmortel, of portlandcement met scherp zand in een verhouding van 1 op 3
  • Patineerolie voor het nieuwe lood
  • Roestvaststalen loodhaken of loodnagels
  • Hybride afdichtkit die op lood en steen hecht
  • Eventueel loodvervanger of een aluminium knelstrip met primer

Waarom voetlood en loodslabben gaan scheuren

Lood beweegt de hele dag. Het zet uit als de zon erop staat en krimpt 's nachts weer terug, en over een lengte van een paar meter is die beweging met het blote oog te zien. Zit een strook uit één stuk aan beide kanten vastgeklemd, dan moet al die werking ergens naartoe en komt hij op één punt uit.

Daar scheurt het dan ook. Het lood langs een dakkapel hoort bij dezelfde waterhuishouding als de dakgoot en de rest van de hemelwaterafvoer, dus zodra er via zo'n scheur water achter de pannen loopt, staat het binnen een paar buien op je zoldervloer.

Wij zien de scheuren bijna altijd op dezelfde plekken: midden op een lange strook, vlak naast een bevestiging of precies in een hoek waar het lood is omgezet. Dakkapellen die rond 2003 zijn geplaatst hebben er nu vaak last van, terwijl het lood zelf nog dik en gaaf is. Niet de kwaliteit van het materiaal is het probleem, maar de lengte waarin het is verwerkt.

Ribbellood is bedacht om precies dit op te lossen. De ribbels vangen de uitzetting over de volle lengte op, in plaats van dat de beweging zich verzamelt op het zwakste punt. Voor een lange, rechte aansluiting langs een dakkapel of een gevel is dat een merkbaar betere keuze dan vlak lood.

Een scheur dichtsmeren met kit gaat ongeveer één seizoen goed. De kit is stijver dan het lood eromheen, dus bij de eerste warme dagen laat hij aan de randen los of scheurt hij midden door. Je hebt dan nog steeds een lekkage, alleen zie je hem later.

Welk lood je kiest en welke maten kloppen

Lood voor een loodslab wordt in Nederland aangeduid in ponds, wat verwijst naar het gewicht per oppervlak. Hoe hoger het getal, hoe dikker en stugger het blad. Voor gevelaansluitingen en voetlood van dakkapellen kom je met vijftien ponds al een heel eind, maar twintig ponds ligt rustiger, waait minder snel op en is beter te vormen zonder dat je er dun doorheen werkt.

Ga niet onder de vijftien ponds zitten bij werk dat weer en wind vangt. Dun lood voelt in de winkel handzaam aan, maar het rekt uit onder zijn eigen gewicht en scheurt jaren eerder. De dikte staat op de rol of op het label; controleer dat even, want de aanduiding verschilt per leverancier. Verwar bladlood ook niet met het dunne profiellood uit een glas-in-loodraam, dat je tegenkomt zodra je een voorzetraam voor glas in lood plaatst: dat lood is veel te zacht voor buitenwerk op een dak.

De maten in de tabel hieronder zijn de praktijkregels waar wij ons aan houden. Ze zijn geen wet, maar ze komen voort uit hoe lood zich gedraagt, en ze verklaren de meeste scheuren die je op een dak tegenkomt. De maximale lengte van anderhalve meter per stuk is daarvan de belangrijkste.

Voor de overlap tussen twee stukken geldt: leg het bovenliggende stuk over het onderliggende in de richting waarin het water loopt. Tien centimeter is een veilige maat op een normaal hellend dak. Bij een flauwe helling of een plek waar veel water samenkomt maak je de overlap ruimer.

Maat of keuzeWat wij aanhoudenWaarom dat zo is
Lengte per stuk loodMaximaal 1500 mmLanger lood moet zijn uitzetting op één punt kwijt en scheurt daar
Overlap tussen twee stukkenMinimaal 100 mm, bovenste stuk over het ondersteWater loopt over de naad heen in plaats van erin
Loodgewicht gevelaansluiting20 pondsLigt rustig, waait niet op, blijft in vorm
Loodgewicht voetlood dakkapel15 tot 20 pondsZwaar genoeg om te vormen, licht genoeg om over pannen te drukken
Inslijpdiepte in de voeg20 tot 50 mm, zo diep als de voeg toelaatWater dat door de steen zakt moet het lood tegenkomen, niet passeren
Loodflap over de dakpannenMinimaal 80 mm, bij flauwe helling 120 tot 150 mmBij slagregen kruipt water verder omhoog dan je denkt
Afstand tussen de loodproppenOngeveer 300 mmHet lood blijft in de voeg zitten zonder dat je het vastzet
Opstand achter een gevelMinimaal 100 mm boven het dakvlakOnder die hoogte loopt water er bij storm gewoon overheen

Koop lood liever iets breder dan je denkt nodig te hebben. Afknippen kost tien seconden, maar een strook die vijf centimeter te smal is kun je nergens meer voor gebruiken en dan sta je opnieuw bij de handel.

Het voetlood van een dakkapel vervangen

Het loodslab langs een dakkapel heet in de praktijk voetlood. Het zit aan de bovenkant meestal geklemd achter het kozijn, achter een aluminium daktrim of om een houten latje dat langs de onderregel is geschroefd. Voordat je iets sloopt, wil je weten welke van die drie het is. Haal daarom eerst voorzichtig één hoek los en kijk hoe het oude lood daar naar boven verdwijnt.

Het nieuwe lood zet je alleen langs de bovenrand vast, tegen het verticale deel onder het kozijn. Alles daaronder laat je vrij liggen. Dat voelt tegennatuurlijk, maar lood dat over zijn hele lengte is vastgeschroefd kan niet meer werken en dat is precies hoe je de volgende scheur maakt.

Gebruik roestvaststalen loodhaken of loodnagels, geen gewone verzinkte schroeven. Lood en verzinkt staal gaan elektrochemisch met elkaar aan de haal, en dan zit de kop over een paar jaar los in een uitgevreten gat. Zet de bevestigingen niet strak aan tegen het lood, maar net zo dat het blad niet kan verschuiven.

De onderkant van het lood drukt over de dakpannen. Vorm het met een houten hamer of een klosje hout in de profilering van de pan, zodat het overal aansluit en er geen tunneltjes overblijven waar wind het water doorheen blaast. Sla niet met een stalen hamer, want daar rek je het lood mee uit en dun je het op de knik af.

Bij twee dakkapellen aan de voor- en achterkant ben je met dit werk een goede dag bezig, uitgaand van een veilige opstelling en lood dat je vooraf op maat hebt geknipt. Loopt de dakkapel door tot in de goot, kijk dan meteen even of de regenpijp nog goed op de goot aansluit nu je er toch bij staat.

Werken op een dakkapel is werken op hoogte. Een ladder tegen een dakgoot is geen werkplek: je hebt twee handen nodig om lood te vormen en je hangt met je bovenlichaam over de rand. Zet een rolsteiger of huur een steiger. Dit is het onderdeel van de klus waarop mensen echt gewond raken, niet het lood zelf.

Nieuw lood eronder schuiven of het oude er eerst uit

Bij een dakkapel of een aanbouw waar het oude loodslab diep is weggewerkt, is de vraag al snel of je het er wel uit moet halen. Het antwoord hangt af van één ding: kun je het nieuwe lood zo aanbrengen dat het aan de bovenkant écht droog vastzit? Kan dat, dan is het oude lood laten zitten een verdedigbare keuze.

Het nieuwe stuk schuif je dan onder het oude door, ruim voorbij de scheuren aan beide kanten. Water dat door de scheur in de oude laag komt, valt daarmee op nieuw lood en loopt over de pannen weg. Je maakt in feite een tweede huid onder de eerste.

Waar het misgaat is bij te weinig lengte. Loopt het nieuwe stuk maar een handbreedte voorbij de scheur, dan komt het water er via de zijkant alsnog achter en heb je twee lagen lood met een lek ertussen. Neem de hele strekking, of tenminste een halve meter aan weerszijden van de beschadiging.

Zit het oude lood los, is het op meerdere plekken gescheurd of is het zo dun dat het bij aanraken kreukt, dan haal je het er gewoon uit. Half werk verdubbelt hier alleen de kans dat je over drie jaar opnieuw de steiger opgaat. Bij een gemetselde gevel is verwijderen bijna altijd de betere keuze, omdat je de voeg toch al open moet maken.

Een loodslab in een gemetselde gevel inslijpen

Tegen een muur werkt een loodslab alleen goed als hij in de voeg zit. Alles wat je tegen de buitenkant van het metselwerk plakt of schroeft, laat vocht dat ín de steen zit rustig langs de achterkant naar beneden zakken. Dat vocht komt dan onder je aansluiting weer tevoorschijn en je zoekt je suf naar de lekkage.

Slijp de voeg horizontaal in met een diamantschijf. Met een grote haakse slijper kom je een stuk dieper dan met een kleine, en dieper is hier beter: idealiter zit het lood zo ver in de muur dat het als een echte barrière over de dikte van het buitenblad werkt. In de praktijk haal je twee tot vijf centimeter, afhankelijk van hoe de voegen liggen.

Werk met een stofafzuiging of nat, en zet een P3-masker op. Het stof dat bij het inslijpen van een lintvoeg vrijkomt bevat kwarts, en dat is het soort stof waar je longen op de lange termijn last van houden. Waarschuw ook de buren als het om een tussenmuur gaat, want het geeft een halfuur lang een grote wolk.

Buig daarna de bovenrand van het lood om, ongeveer twee centimeter, zodat er een stevige rand ontstaat die klem in de gleuf valt. Duw die rand in de voeg en zet hem vast met zelfgemaakte loodproppen: strookjes lood van een centimeter of twee breed en tien lang, opgerold en met een steenbeitel in de voeg geslagen. Maak de proppen niet te dik, want dan sla je een gat door de omgezette rand heen.

Voeg daarna de gleuf helemaal vol met voegmortel of met een mengsel van één deel portlandcement op drie delen scherp zand. Druk de mortel aan met een voegspijker in plaats van hem er los in te smeren. Een halfvolle voeg is een watergoot die recht naar binnen wijst.

Slijp je een voeg in boven een raam of een deur, leg dan eerst een stuk plastic over het kozijn. Slijpstof met regen erbij geeft een grijze cementsluier op glas en op geschilderd hout die je er nauwelijks meer af krijgt.

Het loodslab bij een Velux dakraam vervangen

Bij een dakraam zit het lood niet los in de sponning, maar als schort onder in een gootstuk dat rondom het raam zit. Dat gootstuk is een samengesteld onderdeel: zijstukken, een bovenstuk met een afvoergootje en onderin het loodschort dat je over de pannen aandrukt. Los lood erbij verzinnen werkt hier niet, want de onderdelen grijpen in elkaar.

Je bestelt het gootstuk daarom op maat van het raam. De maatcode staat op het typeplaatje aan de bovenkant van het kozijn, dat je ziet zodra je het raam opendraait en het naar beneden kantelt. Noteer die code volledig, inclusief de letters, want de gootstukken verschillen per type dakbedekking: voor geprofileerde dakpannen is een ander model nodig dan voor vlakke leien of shingles.

Het vervangen zelf begint met de pannen rondom het raam eraf halen en netjes op een rij leggen. Daarna komen de afdeklijsten van het raam los, zit het oude gootstuk zichtbaar en kun je het van boven naar beneden wegnemen. Het nieuwe monteer je in omgekeerde volgorde en altijd van onder naar boven, zodat elk deel over het onderliggende valt.

Scheurt alleen het loodschort onderin en is de rest van het gootstuk gaaf, dan kun je er een strook nieuw lood onder schuiven zoals bij een dakkapel. Zorg dat die strook aan de bovenkant echt onder het bestaande schort door gaat en niet er tegenaan gekit wordt. Kit tussen twee stukken lood is geen waterkering maar uitstel.

Op een pannendak kun je niet zomaar staan. Panlatten breken en pannen schuiven weg onder je gewicht. Gebruik een dakladder die over de nok haakt of een pannenloper, en werk niet alleen op het dak als er niemand beneden weet dat je erop staat.

Loodvervanger, knelstrip en de andere alternatieven

Een vervanger voor loodslab bestaat wel degelijk, en er is meer dan één. De bekendste zijn de flexibele loodvervangers op basis van gemodificeerd bitumen met een gewapende folie, zoals Ubiflex en Wakaflex. Ze zijn lichter en goedkoper dan lood, en je drukt ze zonder speciaal gereedschap in de profilering van een dakpan.

De aansluiting op de muur blijft alleen dezelfde vraag stellen. Een zelfklevende strook die je op het metselwerk plakt, houdt op de plek waar je hem plakt en niet daaronder. Sta je op een gevel op het zuidwesten die met elke bui de volle laag krijgt, dan is een ingeslepen voeg de enige oplossing die het vocht echt tegenhoudt.

De aluminium knelstrip is de tussenweg: een geribbelde strip van ongeveer vijf centimeter breed die je op de muur schroeft, waarna je de bovenrand primert en afkit. Het bovenliggende lood of de loodvervanger klemt in die strip. Het werkt, maar de kitnaad is het zwakke punt en die kit vraagt om de tien jaar aandacht.

Wil je echt geen voeg openslijpen, dan is de eerlijke boodschap dat je concessies doet. Je kunt de bovengelegen muur impregneren om intrekkend vocht te beperken en je kunt een bitumenband met warme lucht goed aandrukken op een schoongeborstelde ondergrond. Beide verlengen de houdbaarheid, maar geen van beide vervangt de barrière die lood in de voeg vormt.

OplossingHoe hij werktWat je ervan mag verwachtenWaar het misgaat
Lood in een ingeslepen voegBlad lood in de lintvoeg, vastgezet met loodproppen en volgevoegdDertig jaar of meer bij de juiste maatvoeringAlleen bij te lange stukken of te ondiep inslijpen
RibbelloodZelfde principe, maar de ribbels vangen de uitzetting over de lengte opEven lang, met duidelijk minder kans op scheurenDe ribbels moeten in de bewegingsrichting liggen
Flexibele loodvervangerBitumenlaag met wapening, in de pan te drukken zonder loodhamerVijftien tot twintig jaar, afhankelijk van zon en typeVerkleurt en verhardt in de volle zon, hecht slecht op stoffige steen
Aluminium knelstripGeribbelde strip op de muur geschroefd, bovenrand geprimerd en gekitWerkt goed als de kitnaad wordt onderhoudenDe kitnaad droogt uit, dan loopt water erachter
Zelfklevende bitumenbandOp schoongeborstelde muur geplakt en met hete lucht aangedruktEen nette noodoplossing voor een paar jaarDiepliggende voegen worden niet gevuld, daar blijft een holte
Kit op een bestaande scheurScheur dichtsmeren zonder het lood te vervangenOngeveer één seizoenDe kit is stijver dan het lood en scheurt op dezelfde plek open

Veilig met lood werken en het netjes afvoeren

Lood is niet gevaarlijk om aan te raken, maar het poeder en de oxidelaag die je aan je handen krijgt, wil je niet binnenkrijgen. Draag handschoenen, eet en drink niet tijdens het werk en was je handen voordat je je boterham pakt. Laat kinderen niet met restjes lood spelen en gooi snippers niet los in de tuin.

Oud lood is bij elk metaaldepot en op de milieustraat welkom en het levert nog geld op ook, want het metaal is goed te hergebruiken. Rol het op en lever het apart in, niet bij het bouwafval. De prijs per kilo schommelt met de metaalmarkt, dus vraag actuele tarieven als je een grote hoeveelheid hebt.

Nieuw lood dat onbehandeld blijft, geeft de eerste jaren witte strepen af op alles wat eronder ligt. Dat is loodcarbonaat dat met het regenwater meespoelt en dat je op gevelsteen en op een zinken goot goed terugziet. Wrijf het lood daarom na montage in met patineerolie: een kwartier werk dat je gevel jarenlang schoon houdt.

Let daarnaast op waar het water van het lood terechtkomt. Spoelwater van lood is agressief voor zink en voor aluminium, dus een loodslab die rechtstreeks op een zinken goot afwatert, vreet die goot op den duur aan. Laat het water liever over de dakpannen naar de goot lopen, of kies op zo'n plek een loodvervanger.

Loopt het water via de goot en de standleiding het riool in, dan kan een verstopping in de riolering onder je woning zich verrassend snel bij het dak laten zien. Kies je voor een zichtbare afvoer, dan is een regenketting in plaats van een regenpijp bij een lage gevel een aardige oplossing.

Zo vervang je een loodslab langs een gevel of dakkapel

Loodslabben vervangen gaat bij een rechte aansluiting van een hellend dakvlak op metselwerk of op een dakkapel in deze volgorde.

  1. Zet eerst je werkplek veilig neer

    Bouw een rolsteiger op of huur een steiger, en gebruik op het dakvlak zelf een dakladder die over de nok haakt. Je hebt bij dit werk beide handen nodig en je moet kracht kunnen zetten met een hamer. Boven de goothoogte werken vanaf een losse ladder is de grens: gaat het daar mis, dan val je met je gereedschap mee.

  2. Neem de pannen weg en bekijk hoe het oude lood vastzit

    Til de onderste rij pannen langs de aansluiting eraf en leg ze op volgorde neer. Kijk daarna hoe het oude lood aan de bovenkant verdwijnt: in een ingeslepen voeg, achter een daktrim, onder het kozijn of om een houten latje. Die vaststelling bepaalt de hele rest van je aanpak.

  3. Haal het oude lood eruit en maak de aansluiting schoon

    Trek het oude lood los en krab de oude voegmortel uit de gleuf. Borstel het metselwerk stofvrij, want mortel hecht niet op een stoffige voeg en kit al helemaal niet. Zit het lood zo diep geklemd dat je er niet bij komt, overweeg dan de variant waarbij je nieuw lood eronder schuift.

  4. Slijp de voeg in bij een gemetselde gevel

    Slijp de lintvoeg horizontaal in met een diamantschijf, twee tot vijf centimeter diep, met stofafzuiging en een P3-masker op. Houd de snede strak op één hoogte, want een golvende gleuf geeft later een golvend loodslab. Blaas de gleuf daarna schoon met een lage luchtdruk of borstel hem uit.

  5. Knip het lood op maat in stukken van hooguit anderhalve meter

    Meet de strekking, deel hem op in stukken van maximaal 1500 mm en tel per naad tien centimeter overlap erbij. Buig de bovenrand ongeveer twee centimeter om, zodat er een stevige rand ontstaat die klem in de voeg valt. Werk op een schone ondergrond, want zandkorrels drukken zich in het zachte lood.

  6. Zet het lood vast en vorm het over de pannen

    Duw de omgezette rand in de voeg en sla om de dertig centimeter een loodprop in met een steenbeitel. Bij een dakkapel bevestig je alleen de bovenrand met roestvaststalen loodhaken. Klop daarna de onderkant met een houten hamer in de profilering van de pannen, zodat er nergens een opening onder blijft.

  7. Voeg de gleuf helemaal vol

    Vul de ingeslepen voeg volledig met voegmortel of met portlandcement en scherp zand in een verhouding van 1 op 3. Druk de mortel aan met een voegspijker tot hij gelijk ligt met het metselwerk. Een voeg die maar half gevuld is, verzamelt regenwater en leidt dat achter het lood langs naar binnen.

  8. Patineer het lood en leg de pannen terug

    Wrijf het nieuwe lood in met patineerolie, zodat er geen witte loodstrepen over de gevel gaan lopen. Leg de pannen terug in de oorspronkelijke volgorde en controleer of elke pan weer op de panlat haakt. Loop daarna langs de gootlijn en kijk of het water nergens achter het lood langs kan.

Nakijken voordat je de pannen terugzet

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

Dakkapellen uit 2003 met scheuren in het voetlood

Bij twee dakkapellen, voor en achter, zaten na een jaar of vijftien grote en kleine scheuren in het voetlood. Dat is vroeg voor lood dat er verder nog dik en gaaf uitzag. De klusser die ernaar keek, stelde voor de scheuren dicht te kitten en het daarbij te laten.

Bij het losmaken van een hoek bleek de oorzaak meteen: het lood was over de volle breedte van de dakkapel in één lengte verwerkt en aan de kant van het hout dubbelgeslagen om een latje. Alle uitzetting kwam daardoor op één punt uit, precies waar de scheuren zaten. De kitreparatie zou op exact dezelfde plek weer opengaan.

Het is opgelost met ribbellood van twintig ponds, in stukken van anderhalve meter met tien centimeter overlap, alleen aan de bovenkant vastgezet tegen het verticale deel onder het kozijn. De rest ligt vrij over de pannen. Met deze aanpak mag je van goed aangebracht lood dertig jaar of meer verwachten.

Dit kwamen we tegen

Een afdakje tegen een schuurmuur zonder de voeg open te slijpen

Voor een klein afdakje tegen een schuurmuur was de wens om geen voeg open te hoeven slijpen. Het idee was een strip tegen de muur te schroeven waar het water overheen zou lopen. Op papier klopt dat, maar het lost maar de helft van het probleem op.

De muur stond op het zuidwesten en kreeg bij elke bui de volle laag. Vocht dat van buitenaf in de steen dringt, zakt achter zo'n strip gewoon door en komt onder de aansluiting weer tevoorschijn, met een natte spouwisolatie als gevolg. Een knelstrip met een gekitte bovenrand was hier dus geen gelijkwaardig alternatief.

Het is uiteindelijk toch inslijpen geworden, met een grote haakse slijper zo diep als de voeg toeliet. Het lood is omgezet, met loodproppen om de dertig centimeter vastgezet en volgevoegd met portlandcement en scherp zand. De spouw is sindsdien droog gebleven.

Dit kwamen we tegen

Nieuw lood eronder schuiven dat toch te kort was

Bij een dakkapel waar het oude lood onbereikbaar tussen het kunststof en het hout geklemd zat, is gekozen voor de aanpak waarbij nieuw lood onder het oude wordt geschoven. Dat is een verdedigbare oplossing, want je maakt een tweede huid onder de scheuren.

De eerste poging lekte alsnog. Het nieuwe stuk liep maar een handbreedte voorbij de scheur, waardoor het water via de zijkant van het nieuwe lood tussen beide lagen kwam. Zo heb je twee lagen lood met een lek ertussen en is het probleem alleen onzichtbaarder geworden.

Bij de tweede poging is de hele strekking in stukken van anderhalve meter opnieuw ondergeschoven, elk stuk ruim een halve meter voorbij de beschadigingen en met de naden netjes overlappend in de looprichting van het water. Daarna bleef het droog, ook bij aanhoudende regen met wind erop.

Veelgemaakte fouten

Lood in één lange strook verwerken

Dit is de oorzaak van vrijwel elke scheur die je op een dak tegenkomt. Een strook van drie of vier meter zet in de zon meetbaar uit en moet die beweging ergens kwijt. Zit hij aan beide kanten vast, dan komt de spanning op één punt uit en scheurt het lood daar open. Knip het in stukken van maximaal anderhalve meter.

Het lood over de hele lengte vastzetten

Een rij schroeven of nagels om de twintig centimeter voelt degelijk, maar je zet het lood daarmee klem. Het kan niet meer werken en scheurt tussen de bevestigingen door. Bevestig alleen langs de bovenrand en laat de rest van het blad vrij liggen.

De scheur dichtkitten en het daarbij laten

Kit is stijver dan lood en zit precies op de plek waar de meeste beweging is. Na één zomer laat hij aan de randen los of scheurt hij midden door, en dan lekt het weer. De kit heeft het probleem in de tussentijd alleen aan het zicht onttrokken.

Het lood tegen de muur plakken in plaats van in de voeg

Een strip of band op het metselwerk houdt het water tegen dat langs de buitenkant loopt, maar niet het vocht dat ín de steen zit. Dat zakt er achterlangs doorheen en komt onder je aansluiting weer naar buiten. Een ingeslepen voeg is de enige aansluiting die over de dikte van het buitenblad werkt.

De ingeslepen voeg maar half volvoegen

Wie na het inslaan van de loodproppen alleen een veegje mortel in de gleuf smeert, houdt een holte over waar regenwater in blijft staan. In de winter vriest dat uit en duwt het lood los. Vul de voeg volledig en druk de mortel echt aan met een voegspijker.

Te licht lood of te weinig overlap

Lood onder de vijftien ponds rekt uit onder zijn eigen gewicht en waait op bij storm. En een overlap van een paar centimeter tussen twee stukken is bij slagregen niets waard, want water kruipt verder omhoog dan je verwacht. Houd vijftien tot twintig ponds aan en tien centimeter overlap.

Slaan met een stalen hamer

Met een stalen hamer rek je het lood uit in plaats van het te vormen. Op de knikken wordt het blad daardoor merkbaar dunner en precies daar begint later de scheur. Gebruik een houten loodhamer of een klosje hardhout.

Het nieuwe lood niet patineren

Onbehandeld lood spoelt de eerste jaren wit uit over alles wat eronder ligt. Op een lichte gevel zie je dat als vieze strepen die er met schoonmaken niet meer af gaan. Een kwartier met patineerolie voorkomt dat volledig.

Veelgestelde vragen

Kun je zelf een loodslab vervangen?

Zelf een loodslab vervangen is technisch goed te doen: het lood is zacht, het gereedschap is eenvoudig en de maatvoering is te leren. De echte hindernis is de werkplek. Je staat op een dakvlak of langs een dakkapel en je hebt twee handen nodig om te vormen en te slaan. Kun je daar een rolsteiger of een dakladder neerzetten, dan is dit een klus voor een zaterdag. Kan dat niet veilig, dan is het geen doe-het-zelfklus meer.

Hoe lang gaat een goed aangebracht loodslab mee?

Lood zelf verweert nauwelijks en gaat bij een juiste verwerking dertig jaar of langer mee, vaak zolang het dak eronder. Wat de levensduur bepaalt is niet het materiaal maar de verwerking: de lengte per stuk, de overlap, de manier van bevestigen en de diepte van de voeg. Loodslabben die na vijftien jaar al scheuren, zijn vrijwel altijd in te lange stukken gelegd of over hun hele lengte vastgezet.

Waarom scheuren loodslabben eigenlijk?

Lood zet uit bij warmte en krimpt weer bij afkoeling, en dat gebeurt elke dag opnieuw. Over een lengte van een paar meter is die beweging aanzienlijk. Zit het lood aan beide uiteinden vastgeklemd, dan kan het die lengteverandering nergens kwijt en concentreert de spanning zich op één punt, meestal midden op de strook of naast een bevestiging. Daar ontstaat na jaren een haarscheur die steeds verder doorloopt. Ribbellood lost dit op door de werking over de volle lengte op te vangen.

Moet ik het oude lood eruit halen of mag het nieuwe lood eronder?

Beide kan, en de keuze hangt af van bereikbaarheid. Zit het oude lood diep geklemd tussen kozijn en boeiwerk, dan is eronder schuiven vaak verstandiger dan er met geweld aan trekken. Voorwaarde is wel dat het nieuwe stuk ruim voorbij alle scheuren komt, minstens een halve meter aan weerszijden, en dat de kopse naden goed overlappen. Is het oude lood los, dun of op meerdere plekken gescheurd, haal het er dan gewoon uit.

Hoe kan ik het loodslab van een dakkapel vervangen?

Begin met vaststellen hoe het oude voetlood aan de bovenkant vastzit: achter het kozijn, achter een daktrim of om een houten latje. Neem de onderste rij pannen weg, haal het oude lood eruit en zet het nieuwe lood alleen langs de bovenrand vast met roestvaststalen loodhaken. Werk in stukken van maximaal anderhalve meter met tien centimeter overlap en klop de onderkant met een houten hamer in de profilering van de pannen. Voor twee dakkapellen ben je met dit werk een dag bezig.

Hoe vervang ik het loodslab van een Velux dakraam?

Bij een dakraam vervang je niet het lood los, maar het complete gootstuk waar het loodschort onderdeel van is. Draai het raam open en kantel het naar beneden, dan zie je het typeplaatje met de maatcode aan de bovenkant van het kozijn. Bestel op die code en let erop dat het gootstuk past bij jouw dakbedekking, want voor geprofileerde pannen is een ander model nodig dan voor vlakke leien. Monteren gaat altijd van onder naar boven, zodat elk deel over het onderliggende valt.

Is er een goede vervanger voor loodslab?

Er zijn flexibele loodvervangers op basis van gemodificeerd bitumen met een wapening erin, waarvan Ubiflex en Wakaflex de bekendste zijn. Die zijn lichter en zonder loodhamer in de profilering van een dakpan te drukken. Ze gaan doorgaans vijftien tot twintig jaar mee, wat korter is dan lood, en ze verharden in de volle zon. Voor de aansluiting op metselwerk blijft ook bij een loodslab vervanger de ingeslepen voeg de beste manier om vocht buiten te houden.

Kan ik een gescheurd loodslab repareren met kit?

Als noodgreep om een lekkage tot het weekend te overbruggen is het te verdedigen, maar als reparatie niet. Kit is stijver dan het lood en zit op de plek met de meeste beweging, dus hij laat binnen een seizoen aan de randen los of scheurt midden door. Het lek komt dan terug op precies dezelfde plaats. Vervangen kost meer tijd maar is het enige dat het probleem echt wegneemt.

Hoe diep moet ik de voeg inslijpen voor een loodslab?

Wij houden twee tot vijf centimeter aan, en dieper is hier beter zolang de voeg het toelaat. Het idee is dat het lood als barrière over de dikte van het buitenblad werkt, zodat vocht dat in de steen zit niet onder de aansluiting doorzakt. Met een grote haakse slijper kom je aanzienlijk dieper dan met een kleine. Werk met stofafzuiging en een P3-masker, want het stof uit een lintvoeg bevat kwarts.

Waarom lopen er witte strepen onder mijn nieuwe lood?

Dat is loodcarbonaat, de witte oxidelaag die zich de eerste jaren op nieuw lood vormt en met het regenwater mee naar beneden spoelt. Op gevelsteen, op stucwerk en op een zinken goot laat dat duidelijke strepen achter die er nauwelijks af gaan. Voorkomen is simpel: wrijf nieuw lood direct na montage in met patineerolie. Is het al gebeurd, dan kun je de gevel voorzichtig reinigen en het lood alsnog patineren om herhaling te stoppen.

Mag lood afwateren op een zinken goot?

Liever niet rechtstreeks. Water dat van lood afkomt is agressief voor zink en voor aluminium, en dat vreet op termijn aan een zinken goot of een aluminium daktrim. Laat het water eerst over de dakpannen lopen zodat het verdund in de goot komt, of kies op zo'n plek een loodvervanger. Patineren van het lood beperkt de uitspoeling merkbaar, maar neemt de reactie niet volledig weg.

Wat doe ik met het oude lood?

Rol het op en breng het apart naar de milieustraat of een metaalhandel. Lood is goed te hergebruiken en er staat een vergoeding per kilo tegenover, al schommelt die met de metaalprijs. Gooi het niet bij het gemengde bouwafval en laat geen snippers in de tuin of in de goot liggen. Was na afloop je handen voordat je iets eet, want de oxidelaag blijft aan je vingers zitten.

Wanneer kies ik ribbellood en wanneer vlak lood?

Bij lange, rechte aansluitingen zoals het voetlood van een dakkapel of een gevelaansluiting van enkele meters heeft ribbellood duidelijk de voorkeur, want de ribbels nemen de uitzetting over de hele lengte op. Voor korte stukken, hoekaansluitingen en plekken waar je het lood veel moet vormen is vlak bladlood prettiger werken. Leg ribbellood altijd zo dat de ribbels in de bewegingsrichting van het lood liggen, anders vervalt het voordeel.

Wanneer je beter een vakman belt

Loodwerk zelf doen is prima te leren, maar de plek waar je het doet bepaalt of het verstandig is. Werken op hoogte is de grens die wij hier hard trekken. Moet je op een pannendak staan, over een goot hangen of vanaf een ladder met een hamer werken, bel dan een dakdekker of huur op zijn minst een steiger. De meeste ongelukken bij dit werk hebben niets met lood te maken.

Bel ook als de aansluiting bij een schoorsteen of een dakdoorvoer zit. Daar loopt het lood in meerdere richtingen en moet het om hoeken. Een fout die je pas bij de eerste noordwesterstorm ontdekt, is daar veel waarschijnlijker dan bij een rechte strook.

Een derde situatie is een woning van voor 1994 waar je bij het openslijpen of slopen materiaal tegenkomt waarvan je de herkomst niet kent. Golfplaten, oude dakbeschot en sommige gevelplaten kunnen asbest bevatten. Zaag, slijp of breek daar niets in en laat het onderzoeken; dat is werk voor een gecertificeerd bedrijf en geen zaterdagmiddagklus.

Blijkt het lek uiteindelijk niet bij het lood te zitten maar verderop in de afvoer, dan zoek je verder bij de andere klussen aan dak en zolder. En werk je hoe dan ook op een ladder, dan gelden dezelfde regels als bij het vervangen van een lamp op hoogte: stabiele opstelling, iemand die weet dat je er staat, en niet reiken maar verzetten.

Verder lezen over dit onderwerp

diy-gids.nl DAK & ZOLDER Regenketting
Dak & zolder

Regenketting

diy-gids.nl SANITAIR & LOODGIETERSWERK Kraan vervangen
Sanitair & loodgieterswerk

Kraan vervangen

diy-gids.nl SANITAIR & LOODGIETERSWERK Wc bril vervangen
Sanitair & loodgieterswerk

Wc bril vervangen