Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Lamp aansluiten met 2 draden terwijl er 3 uit het plafond komen

14 minuten lezen Bedrading & verbinden Bijgewerkt 14 augustus 2026
diy-gids.nl ELEKTRA Lamp aansluiten 2 draden

Een lamp met twee draden sluit je aan op blauw en zwart: blauw is de nul, zwart is de schakeldraad die vanaf je wandschakelaar terugkomt. De bruine draad staat permanent onder spanning en gebruik je alleen als het armatuur een eigen schakelaar heeft. De geelgroene aardedraad sluit je aan op de aardklem van het armatuur, en heeft de lamp die niet, dan dop je hem af in plaats van hem los te laten hangen.

14 minuten

Dit heb je nodig

20 tot 45 minuten per lamp Goed zelf te doen met de groep uit 5 tot 15 euro aan klemmen en doppen

Gereedschap

  • Contactloze spanningzoeker en een tweepolige spanningtester
  • Multimeter voor het meten van 230 volt en doorbelmeting
  • Striptang of een goede zijkniptang
  • Kleine platte schroevendraaier voor kroonsteentjes
  • Elektriciensschroevendraaier VDE voor het schakelmateriaal
  • Trapje of huishoudtrap die stabiel staat
  • Zaklamp of hoofdlamp, want de groep staat uit

Materiaal

  • Kroonsteentjes van 2,5 mm2, of lasklemmen met hefboom
  • Lasdoppen in de maat die bij het aantal aders past
  • Losse aders 1,5 mm2 in bruin, zwart en blauw voor doorverbinden
  • Een blinde lasklem of eindkapje om de aardedraad af te doppen
  • Kroonsteenafdekking of een lasdoosdeksel
  • Tie-wraps om de aders in de kap netjes weg te werken

Welke draden komen er uit je plafond en wat doen ze

Bij een gewoon lichtpunt hangen er zelden precies evenveel draden uit het plafond als er aan je lamp zitten. Dat is normaal, want een lichtpunt is bedraad voor het geval er iets ingewikkelders komt te hangen. De kleuren vertellen je wat elke ader doet, en hoe dat systeem in elkaar zit lees je in ons overzicht over bedrading en het verbinden van draden.

In een Nederlandse installatie is bruin de fase. Daar staat permanent spanning op, ook als je lichtschakelaar uit staat. Die bruine draad loopt vanaf de groep naar de centraaldoos en gaat vandaar naar je wandschakelaar toe. Zwart is de schakeldraad die uit die schakelaar terugkomt: alleen als de schakelaar aan staat, staat daar spanning op.

Blauw is de nul en die heb je altijd nodig, want zonder nul is er geen kring en brandt er niets. Geelgroen is de aarde en die kleur mag nooit voor iets anders gebruikt worden. Wat elke kleur precies betekent en waar de code vandaan komt, staat bij de kleuren van de L- en N-draad.

KleurWat het isWaar hij vandaan komtWaar hij aan de lamp hoort
BruinFase, permanent onder spanningVanaf de groep in de meterkast, door naar de schakelaarAlleen als het armatuur een eigen trekschakelaar of sensor heeft
ZwartSchakeldraad, alleen spanning als de schakelaar aan staatVanaf de wandschakelaar terug naar het lichtpuntOp de L van de lamp, dit is bij een gewone lamp de goede
BlauwNulVanaf de groep, doorgelust langs alle lichtpuntenOp de N van de lamp, altijd nodig
Geel/groenAarde, nooit voor iets anders gebruikenVanaf de aardrail in de meterkastOp de aardklem van het armatuur, of afgedopt als die er niet is
Grijs of witIn oudere installaties nul of een tweede schakeldraadInstallaties van voor de huidige kleurcodeNiet gokken, eerst meten wat het is
RoodIn oudere installaties vaak de schakeldraadOudere woningen en verlengde installatiesNiet gokken, eerst meten wat het is

Kleuren zijn een afspraak, geen garantie. Wij komen regelmatig installaties tegen waar iemand een geelgroene ader als schakeldraad heeft gebruikt of waar zwart en blauw verwisseld zijn. Meet daarom altijd na welke ader daadwerkelijk schakelt voordat je iets aansluit.

Eerst spanningloos maken, daarna pas meten

Voordat je iets losdraait, wil je twee dingen weten: welke ader schakelt er mee, en is de boel daarna echt dood. Die twee onderzoek je in die volgorde, want de eerste vraag beantwoord je alleen met spanning erop.

Houd een contactloze spanningzoeker langs de aders terwijl de wandschakelaar uit staat. De ader waar hij op reageert is de fase, meestal bruin. Zet daarna de schakelaar aan: er komt nu een tweede ader bij die oplicht, en dat is je schakeldraad. Raak in deze fase niets aan en werk met één hand.

Zet vervolgens de groep uit in de meterkast, niet alleen de wandschakelaar. Controleer daarna opnieuw met de spanningzoeker, en bij twijfel met een tweepolige tester tussen de vermoedelijke fase en de nul. Een schroevendraaier met een lampje geeft alleen een grove indicatie en kan bij ledverlichting en bij lange leidingen zowel vals aanslaan als niets aangeven.

Twijfel je welke groep bij welke lamp hoort? Zet er één uit en loop de lichtpunten na. In veel woningen zitten de lichtpunten van boven en beneden op verschillende groepen, en juist bij een overloop of trapgat lopen die door elkaar heen.

Alleen de wandschakelaar uitzetten is niet genoeg. Op de bruine fasedraad in de plafonddoos blijft dan gewoon 230 volt staan. Schakel de groep uit in de meterkast en controleer dat met een tester voordat je een draad in je hand neemt.

Een lamp met twee draden aansluiten

Verreweg de meeste armaturen hebben twee aders: een bruine en een blauwe, soms twee identieke witte draden bij een lamp met een kunststof behuizing. Die twee gaan naar de nul en naar de schakeldraad. In de praktijk betekent dat: blauw van de lamp op blauw uit het plafond, bruin van de lamp op zwart uit het plafond.

Dat laatste voelt verkeerd, want bruin op zwart lijkt niet te kloppen. Toch is het goed: de bruine ader in het armatuur is de fasezijde van de fitting, en de spanning die daar hoort te komen is de geschakelde spanning uit je muurschakelaar. Sluit je hem op de bruine draad uit het plafond aan, dan brandt de lamp permanent en doet je schakelaar niets. Hoe de schakelaar daarbij aan de andere kant is bedraad, staat bij een lamp op een lichtschakelaar aansluiten.

Heeft je lamp geen bruin en blauw maar twee gaatjes met L en N erbij, dan geldt hetzelfde: de schakeldraad op L, de nul op N. Bij een losse E27-fitting is er nog een detail dat de moeite waard is. De fase hoort op het contactlipje midden onderin de fitting en de nul op de schroefhuls. Draai je dat om, dan staat de metalen schroefdraad onder spanning zodra de schakelaar aan is, en dat merk je bij het vervangen van een lamp.

Sommige armaturen hebben twee aders die identiek zijn en waarbij de fabrikant geen L en N aangeeft. Dat is een klasse II armatuur waarbij de polariteit voor de werking niet uitmaakt. Voor de fitting maakt het wel uit, dus houd ook dan de fase op het middencontact aan.

Weet je niet welke ader in het plafond de schakeldraad is, draai dan een gloeilamp of ledlamp los in de fitting terwijl je test. Sluit de lamp aan op wat je denkt dat goed is, zet de groep aan en bedien je wandschakelaar. Reageert de lamp niet, dan zit je op de permanente fase of op de verkeerde nul.

Drie draden uit het plafond en een lamp met twee draden

De situatie die het vaakst voor vertraging zorgt: je koopt een simpel plafondlampje voor de schuur of de gang, er zitten twee draden aan, en uit het plafond komen er drie. Blauw, bruin of zwart, en geelgroen. De vraag is dan welke draden naar de lamp gaan en wat er met de rest moet gebeuren.

Als de derde ader de geelgroene aarde is, dan is het antwoord kort. De blauwe en de zwarte gaan naar je lamp, en de aarde sluit je aan als het armatuur een aardklem heeft. Heeft het armatuur die niet en zitten er geen aanraakbare metalen delen aan, dan hoeft de aarde niet aangesloten te worden. Laat hem dan niet los hangen maar dop hem af.

Komen er drie stroomvoerende aders uit, dus bruin, zwart en blauw, dan heb je een lichtpunt met zowel permanente fase als schakeldraad. Met de geelgroene erbij is dat een lamp aansluiten met 4 draden uit het plafond, en dat is standaard in nieuwbouw. Je gebruikt dan zwart en blauw en laat de bruine met rust, afgedopt in een lasklem. Sluit nooit bruin en zwart samen aan om er zeker van te zijn dat er licht komt: de lamp brandt dan wel, maar de schakelaar is buitenspel gezet en je hebt de schakeldraad kortgesloten met de permanente fase.

De omgekeerde situatie kom je ook tegen: een armatuur met drie aders terwijl er maar twee uit het plafond komen. Ontbreekt de aarde in de installatie, dan kun je de geelgroene ader van het armatuur niet aansluiten. Bij een kunststof lamp is dat te accepteren, bij een metalen lamp is dat een reden om een geaarde kabel te trekken. Welke kabel daarvoor geschikt is bepaal je met onze draad- en kabelkiezer.

Draden inkorten of niet

De aders uit het plafond zijn vaak twintig centimeter langer dan je nodig hebt. Knip ze alleen af als je de lengte echt niet kwijt kunt in de kap of de plafondkap van het armatuur. Wie ze inkort, ontneemt de volgende lamp de ruimte om opnieuw aangesloten te worden, en na twee keer inkorten kom je bij het plafond niet meer uit.

Moet je toch knippen, strip dan netjes acht tot tien millimeter en zorg dat er geen blank koper naast de klem uitsteekt. Rol de overlengte op en werk hem met een tie-wrap weg tegen de zijkant van de kap, zodat er niets tegen een warme lampvoet aan ligt.

Wat je met de aardedraad doet

De geelgroene ader is de enige waar echt geen ruimte voor interpretatie zit. Hij is bedoeld voor aarde en voor niets anders. Een geelgroene draad die iemand als schakeldraad of als nul heeft gebruikt, is niet slordig maar gevaarlijk, want de volgende persoon gaat er terecht van uit dat er nooit spanning op staat.

Heeft je armatuur een aardklem of een metalen huis, dan sluit je de aarde aan. Dat geldt zeker buiten en in de badkamer, waar een metalen armatuur dat niet geaard is bij een defect de hele behuizing onder spanning kan zetten. Bij een volledig kunststof armatuur zonder aardaansluiting mag de aarde onaangesloten blijven.

Onaangesloten betekent niet los. Zet er een blinde lasklem of een lasdop op, of knip het kroonsteentje in tweeën en laat de aarde in dat losse deel zitten. Zo kan de ader nergens tegenaan komen en weet de volgende persoon dat hij er bewust niet op zit. Meer over welke verbinding waar past staat bij lasklemmen en wanneer je ze gebruikt.

Een aardedraad die er wel is maar niet doorverbonden blijkt, kom je vaker tegen dan je zou denken. Meet met een multimeter op de weerstandsstand tussen de geelgroene ader en een bekend aardpunt, bijvoorbeeld de aardcontacten van een stopcontact in dezelfde ruimte. Een waarde vlak boven nul betekent dat hij echt aan aarde ligt, een open meting betekent dat er nergens verbinding is.

Een metalen buitenlamp zonder aarde hoort niet aan te blijven hangen. Buiten komt vocht bij de aansluiting, en dan is de aarde het enige dat ervoor zorgt dat de aardlekschakelaar afslaat in plaats van dat de behuizing onder spanning komt te staan.

Meerdere draden en meerdere lampen in één centraaldoos

In een centraaldoos boven de eettafel komen vaak vijf tot acht aders samen. Twee blauwe die al met een kroonsteentje verbonden zijn, nog een blauwe, een bruine, een zwarte en de aarde. Dat ziet er ingewikkeld uit, maar er zit een simpele logica onder: alle nullen horen bij elkaar, alle fases horen bij elkaar, en de schakeldraad blijft apart.

De praktische aanpak is dus per kleur werken. Alle blauwe aders in één lasdop of één lasklem, inclusief de blauwe die naar je lamp gaat. Alle bruine aders in een tweede verbinding, dat is het doorlussen van de fase naar volgende lichtpunten en naar de schakelaar. De zwarte schakeldraad gaat alleen naar de lamp. Past niet alles in één dop, koppel dan twee doppen met een extra ader. Hoe je die keuze maakt lees je bij lasdoppen en het aantal aders dat erin past.

Wil je drie lampen aansluiten op één kroonsteen, dan is dat elektrisch prima zolang je de doorsnede en het aantal aders per klem respecteert. Een kroonsteentje van 2,5 mm2 pakt aan elke zijde meestal twee aders van 1,5 mm2, meer niet. Bedenk daarbij dat een kroonsteen alleen de klemmen tegenover elkaar doorverbindt en niet de klemmen die naast elkaar liggen. Precies daar gaat het mis: mensen schuiven drie draden in een rij en verwachten dat ze verbonden zijn. Hoe zo'n blokje van binnen werkt staat bij het kroonsteentje en de opbouw ervan.

Vanaf drie of vier lampen op één punt werken wij liever met lasklemmen met hefboom dan met kroonsteentjes. Dat is een voorkeur en geen voorschrift, maar een lasklem klemt op alle posities door, houdt bij trillingen beter vast en je ziet in één oogopslag welke aders bij elkaar horen.

Een plafondventilator met vier draden

Bij het aansluiten van een plafondventilator met vier draden zit er naast de nul en de aarde meestal een aparte ader voor de motor en een voor de lamp. Vaak zijn dat bruin voor de ventilator en zwart of rood voor de verlichting, maar dat verschilt per merk, dus het schema in de doos gaat voor op de kleur.

Wil je beide functies apart kunnen bedienen, dan heb je twee schakeldraden vanaf een dubbele schakelaar nodig en dus een vieraderige kabel naar het plafond. Zit er maar één schakeldraad, dan schakel je ventilator en licht samen en regel je de rest met het trekkoord of de meegeleverde afstandsbediening. Wat je aan kabel nodig hebt staat bij de vieraderige kabel en waar je hem voor gebruikt.

Bewegingsmelder aansluiten met twee, drie of vier draden

Een bewegingsmelder is een lamp met een extra eis: het apparaat heeft zelf voeding nodig om de sensor te laten werken. Daarom heeft de meeste inbouwmelder drie aansluitingen die er bij een gewone schakelaar niet zijn, en dat is de reden dat het vervangen van een schakelaar door een melder zo vaak vastloopt.

Op een gewone inbouwschakelaar zitten twee aders: bruin als fase erin en zwart als schakeldraad eruit. Een bewegingsmelder aansluiten met 3 draden vraagt daarnaast om een nul, want anders kan de elektronica niet gevoed worden. Die blauwe ader moet je bijtrekken vanaf de centraaldoos van de lamp naar de schakelaardoos, en hij moet aansluiten op de nulverbinding waar ook de nul van de lamp op zit.

Er zijn wel melders die met twee draden werken. Die halen hun voedingsstroom via de aangesloten lamp en zijn te herkennen aan een minimale belasting in de specificaties, bijvoorbeeld veertig watt. Op een moderne ledlamp van zes watt gaan die vaak nakinken: de lamp gloeit zwak na of knippert, omdat de reststroom door de led loopt. Een melder met nulaansluiting lost dat op, of een parallelweerstand van de fabrikant.

Wil je de melder combineren met een gewone schakelaar, dan moet je vooraf kiezen wat die schakelaar doet. Je kunt met één schakelaar het licht permanent aan zetten langs de melder om, of het licht permanent uit zetten. Allebei tegelijk kan niet, want de schakelaar heeft maar twee standen. Hoe zo'n schakelaar zelf bedraad wordt staat bij een schakelaar met twee draden aansluiten.

Aantal dradenWelke adersWat je ermee kuntWaar je op let
2 dradenBruin naar L, zwart naar de lampMelder vervangt de schakelaar één op éénAlleen bij melders zonder nul, let op de minimale belasting bij led
3 dradenBruin op L, blauw op N, zwart op L uitStandaardsituatie bij inbouwmelders met elektronicaBlauw moet je bijtrekken vanaf de centraaldoos van de lamp
4 dradenBruin, blauw, zwart plus geelgroenMelder of armatuur met aardaansluiting, meestal buitenGeelgroen uitsluitend op het aardcontact, nooit als schakeldraad
Melder plus schakelaarExtra ader vanaf de schakelaar naar L uitLicht permanent aan kunnen zetten langs de melder omUitzetten langs de melder om lukt met dezelfde schakelaar niet

Werkt de melder niet nadat je de nul hebt bijgetrokken, meet dan bij de schakelaardoos of er 230 volt staat tussen de bruine en de nieuwe blauwe ader. Meet je niets, dan zit die blauwe in de centraaldoos op de verkeerde verbinding, bijvoorbeeld bij de schakeldraden in plaats van bij de nullen.

Rolluik en zonnescherm aansluiten met drie of vier draden

Een buismotor voor een rolluik of zonnescherm werkt anders dan een lamp. De motor heeft één nul en twee fasedraden: op de ene fase draait hij omhoog, op de andere omlaag. De jaloezieschakelaar wisselt de fase tussen die twee aders en zorgt er mechanisch voor dat er nooit op allebei tegelijk spanning kan staan.

Een rolluik aansluiten met 4 draden komt daarom neer op vier aders uit de motor: bruin en zwart als de twee draairichtingen, blauw als nul en geelgroen als aarde. De blauwe ader van de voeding en de blauwe uit de motor verbind je buiten de schakelaar om met elkaar, want daar hoeft niets aan geschakeld te worden. Bij een zonnescherm aansluiten met 4 draden is het schema identiek, alleen zit de motor in de rolbuis van het doek.

Loopt het luik de verkeerde kant op, verwissel dan de twee aders die naar de motor gaan op de schakelaar. Dat is geen fout in de bedrading maar een kwestie van draairichting. Doe dat wel met de groep uit en niet door tijdens het testen te wisselen.

Komen er maar drie draden uit de motor, dan wordt het een ander verhaal. Een zonnescherm aansluiten met 3 draden of een rolluik aansluiten met 3 draden betekent bijna altijd dat er alleen fase, nul en aarde naar binnen gaan en dat de besturing in de motorkop zit. Dat is een radiomotor die je met een handzender of wandzender bedient. Zo'n motor kun je niet met een jaloezieschakelaar laten werken, hoe je de aders ook combineert: er moet permanent spanning op staan.

SituatieAders uit de motorZo sluit je aanWaar het misgaat
Rolluik met bedrade bedieningBruin, zwart, blauw, geelgroenBruin en zwart op de twee schakelcontacten, blauw doorlussen, aarde op aardeBlauw in de schakelaar willen klemmen terwijl hij eromheen moet
Zonnescherm met bedrade bedieningBruin, zwart, blauw, geelgroenZelfde schema, drie contacten boven voor de motor, twee onder voor de voedingDraairichting verkeerd, dan de twee motoraders op de schakelaar omwisselen
Radiomotor met ontvanger in de kopBruin, blauw, geelgroenAlleen op een permanente voeding, bedienen met de zenderProberen te schakelen met een jaloezieschakelaar, dat werkt nooit
Losse radio-ontvanger achter de motorVier aders uit de motor, module ertussenModule tussen voeding en motor, motor blijft vieraderigKapotte module lijkt op een kapotte motor
Geen aarde in de bestaande voedingVier aders uit de motorAarde alsnog aanleggen voordat de motor in gebruik gaatGeelgroen als vierde schakeldraad misbruiken

Twijfel je of de geelgroene ader uit een motor echt de aarde is, meet dan de weerstand tussen die ader en het metalen huis van de motor. Bijna nul ohm betekent aarde. Meet je juist een paar ohm, net als tussen de twee motoraders, dan is het een wikkeling en dus geen aarde.

Deurbel aansluiten met twee of vier draden

Een deurbel werkt niet op 230 volt maar op de lage spanning van een beltrafo, meestal 8 volt wisselspanning. Die trafo hangt in of naast de meterkast en heeft aan de secundaire zijde vaak drie klemmen: 3 volt, 5 volt en 8 volt. Voor de volle 8 volt gebruik je de twee buitenste klemmen, niet de middelste.

Een klassieke gong met twee spoelen doet het met twee draden. De kring is dan simpel: van de trafo naar de gong, van de gong naar de beldrukker en terug. De drukker onderbreekt die kring en sluit hem als je drukt. Blijft de bel rinkelen zodra je de laatste draad vastzet, dan zit de drukker overbrugd of heb je de twee aders van de trafo rechtstreeks op de bel gezet zonder de drukker in de kring op te nemen.

Een deurbel aansluiten met 4 draden hoort bij een elektronische gong met een melodie. Zo'n bel moet permanent onder spanning staan om het melodietje te kunnen afspelen na een korte druk, dus de voeding en het drukkersignaal zijn gescheiden. Twee aders van de trafo op de klemmen met de spanningsaanduiding, twee aders van de drukker op de klemmen met het onderbroken lijntje. Heb je maar twee aders in de muur zitten, dan past deze bel daar niet op zonder extra draad.

Let ook op wat de trafo kan leveren. Een oude beltrafo van 0,5 ampère haalt een elektronische gong die 1 ampère vraagt niet, en dan klinkt de melodie zwak of hapert hij. Werkt de bel niet en meet je wel spanning op de klemmen, controleer dan eerst de drukker door de twee aders bij de deur kort tegen elkaar te houden.

De lamp doet het niet: zo zoek je systematisch

Als er na het aansluiten geen licht komt, is de verleiding groot om draden te gaan verwisselen tot het werkt. Dat kost meer tijd dan meten en levert soms een aansluiting op die per ongeluk goed lijkt maar het niet is.

Begin bij de lamp zelf. Draai er een lichtbron in waarvan je zeker weet dat hij brandt, of test het armatuur met een verloopstekker op een stopcontact waarvan je zeker weet dat het werkt. Doet het armatuur het daar niet, dan hoef je in het plafond niet verder te zoeken.

Meet daarna bij het lichtpunt met de groep aan en de wandschakelaar aan of er 230 volt staat tussen de ader die je als schakeldraad gebruikt en de ader die je als nul gebruikt. Meet je niets, zet de meter dan tussen die schakeldraad en de blauwe uit een andere verbinding. Krijg je daar wel spanning, dan is de nul die jij pakte niet doorverbonden met de rest.

Blijft de lamp branden ongeacht de schakelaar, dan zit je op de bruine permanente fase, en zit er helemaal geen zwarte ader in de doos, dan loopt er waarschijnlijk geen kabel naar een wandschakelaar en moet je die alsnog aanleggen zoals beschreven bij het aansluiten van een lichtschakelaar. Slaat de aardlekschakelaar af zodra je de groep inschakelt, dan raakt er ergens een fase de aarde of zitten nul en aarde verwisseld. In beide gevallen alles weer los en per verbinding nalopen. De volgorde die het minste risico geeft is aarde eerst aansluiten, dan de nul en als laatste de fase of schakeldraad. Gaat er dan iets mis met de laatste, dan valt de aardlekschakelaar meteen in plaats van dat er spanning op een als veilig veronderstelde ader komt te staan. Meer over hoe die twee zich tot elkaar verhouden staat bij de L-draad en de N-draad, en over de rol van de geschakelde ader bij de schakeldraad.

Zo sluit je een lamp met twee draden aan

Deze volgorde werkt voor een plafondlamp of wandlamp op een bestaand lichtpunt met twee, drie of vier aders.

  1. Zoek eerst uit welke ader meeschakelt

    Met spanning erop houd je een contactloze spanningzoeker langs de aders terwijl de wandschakelaar uit staat en daarna aan. De ader die pas bij aan reageert is je schakeldraad. Raak niets aan en werk met één hand. Deze stap kun je later niet meer doen, dus doe hem nu.

  2. Zet de groep uit en controleer dat

    Schakel de juiste groep uit in de meterkast, niet alleen de wandschakelaar. Test daarna opnieuw met de spanningzoeker en bij twijfel met een tweepolige tester tussen fase en nul. Op de bruine ader staat namelijk ook spanning als de lichtschakelaar uit staat.

  3. Bekijk wat je armatuur nodig heeft

    Tel de aders aan de lamp en kijk of er een aardklem in zit. Twee aders zonder aardklem betekent een klasse II armatuur. Een metalen huis met een aardsymbool bij een schroefje betekent dat de aarde aangesloten moet worden. Bij twijfel kijk je in het meegeleverde schema, want kleuren verschillen per fabrikant.

  4. Sluit de aarde als eerste aan

    Zit er een aardklem in het armatuur, schroef de geelgroene ader daar dan als eerste op. Hoort de aarde niet aangesloten te worden, dop hem dan af met een blinde lasklem of laat hem in een losgeknipt deel van het kroonsteentje zitten. Los laten hangen doe je niet.

  5. Dan de nul en als laatste de schakeldraad

    Blauw van de lamp aan blauw uit het plafond, daarna bruin van de lamp aan de zwarte schakeldraad. Deze volgorde is niet willekeurig: gaat er iets mis met de laatste verbinding, dan valt de aardlekschakelaar in plaats van dat er spanning op een andere ader komt.

  6. Controleer je klemwerk

    Strip acht tot tien millimeter en zorg dat er geen blank koper naast de klem uitsteekt. Trek daarna aan elke ader om te voelen of hij vastzit. Een ader die je er zonder moeite uittrekt, gaat later warm lopen. Bij soepele aders uit een armatuur helpt het om de draadjes eerst strak in elkaar te draaien.

  7. Werk de aders weg en hang het armatuur op

    Rol de overlengte op in de plafondkap in plaats van hem af te knippen, en houd de aders weg bij de lampvoet die warm wordt. Zit alles binnen de kap, schroef het armatuur dan pas vast aan het plafondanker of de bevestigingsplaat.

  8. Zet de groep aan en test met de schakelaar

    Schakel de groep in en bedien de wandschakelaar een paar keer. Brandt de lamp permanent, dan zit je op de bruine fase. Doet hij helemaal niets, ga dan meten in plaats van draden verwisselen. Werkt het geheel, dan sluit je de centraaldoos af met een deksel.

Maatvoering

De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens

Ruimte of vakgebiedOnderdeelGangbare maatMarge die in de praktijk werktWaar je op moet letten
SanitairWastafel, bovenkant85 cm boven de vloer80 tot 90 cmMeet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm.
SanitairWastafelkraan, uitloop25 tot 30 cm boven de wastafelrandwat past bij de komTe hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder.
SanitairFonteintje in het toilet80 tot 85 cm75 tot 90 cmVaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is.
SanitairToiletpot, bovenkant zitting40 tot 43 cm38 tot 48 cmEen verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger.
SanitairHangend toilet, onderkant pot40 cm boven de vloer38 tot 45 cmDe hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast.
SanitairToiletrolhouder70 cm hoog, 25 cm voor de pot60 tot 80 cmTe ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit.
SanitairDouchekraan, thermostaat100 tot 110 cm95 tot 120 cmJe wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan.
SanitairDoucheglijstang, bovenkant180 tot 200 cmafhankelijk van de lengste gebruikerReken op minstens 20 cm boven de kruin.
SanitairRegendouche, onderkant kop205 tot 215 cm200 tot 220 cmOnder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd.
SanitairHanddoekradiator, onderkant20 tot 30 cm boven de vloer15 tot 40 cmLaag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen.
SanitairAfvoer wastafel, muurdoorvoer50 tot 55 cm45 tot 60 cmOnder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling.
ElektraStopcontact in een woonruimte30 cm hart boven de vloer25 tot 40 cmBij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen.
ElektraStopcontact boven een aanrechtblad115 tot 125 cm10 tot 20 cm boven het bladUit de spatzone van de kraan blijven.
ElektraLichtschakelaar105 cm hart boven de vloer90 tot 120 cmGelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld.
ElektraDeurklink100 cm hart boven de vloer95 tot 105 cmOok de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen.
ElektraMeterkast, groepenkast150 tot 180 cmbereikbaar zonder trapjeDe hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn.
ElektraWandcontactdoos buitenminimaal 30 cm boven maaiveldhoger bij kans op opspattend waterSpatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten.
ElektraBedrade deurbel, drukknop110 tot 130 cm100 tot 140 cmOok bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel.
ElektraWandlamp naast een spiegel160 tot 170 cmop ooghoogte van de gebruikerLicht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven.
ElektraTelevisieaansluiting40 cm of op de hoogte van het schermafhankelijk van de opstellingBij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm.
KeukenWerkblad, bovenkant90 tot 95 cm85 tot 100 cmVuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger.
KeukenBovenkasten, onderkant50 tot 60 cm boven het blad45 tot 65 cmTe laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken.
KeukenAfzuigkap boven een elektrische kookplaat60 cm55 tot 70 cmOnder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht.
KeukenAfzuigkap boven een gaspit65 cm65 tot 75 cmBij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam.
KeukenPlint onder de keukenkasten10 tot 15 cmstandaard 15 cmTerugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan.
KeukenInbouwoven op ooghoogteonderkant op 85 tot 90 cmnaar de gebruikerScheelt bukken met een hete plaat in je handen.
TrapTrapleuning90 cm boven de voorkant van de trede85 tot 100 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer.
TrapLeuning langs een bordes100 cm90 tot 110 cmBij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap.
TrapOptrede, hoogte per trede18 tot 20 cmmaximaal 21 cm binnen een woningAlle treden even hoog, ook de eerste en de laatste.
TrapAantrede, diepte van de trede22 tot 24 cmminimaal 22 cmVuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm.
TrapVrije doorloophoogte boven de trap230 cmminimaal 210 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond.
TrapSpijlafstand van een balustrademaximaal 10 cmkleiner bij kinderenZo kan een kinderhoofdje er niet tussen.
DeurenBinnendeur, standaardmaat83 bij 201,5 cm78 tot 93 cm breedDe dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad.
DeurenVoordeur, standaardmaat88 bij 201,5 cm83 tot 100 cm breedBreder is prettig bij verhuizen en bij een rollator.
DeurenSpeling onder een binnendeur1 tot 1,5 cm2 cm bij mechanische ventilatieDe kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet.
DeurenSpeling rondom in het kozijn3 mm2 tot 4 mmTe weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt.
DeurenScharnieren, afstand tot de hoek20 cm van boven en onder15 tot 25 cmBij een zware deur een derde scharnier in het midden.
VentilatieVentilatierooster in een raamboven in het kozijnop de bovenregelWarme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder.
VentilatieAfzuigpunt in een badkamerhoog in de ruimte20 tot 30 cm onder het plafondVocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet.
VentilatieMuurrooster kruipruimtenet boven het maaiveldminimaal 15 cmAnders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht.
VentilatieDakdoorvoer, afstand tot de nokminimaal 50 cmafhankelijk van het typeTe dicht bij de nok geeft terugslag bij wind.

Samengesteld uit gangbare praktijkmaten, de eisen uit het Bouwbesluit waar die van toepassing zijn, en montagevoorschriften van fabrikanten. Standaardmaten zijn een vertrekpunt, geen wet: pas ze aan op de lengte van de mensen die de ruimte gebruiken. Bij nieuwbouw en verbouw gelden de actuele bouwregels boven elke vuistregel.

Controleer dit voordat je de groep weer inschakelt

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

Zes aders uit het plafond en geen licht te krijgen

Boven een eettafel kwamen twee blauwe aders die al met een kroonsteentje verbonden waren, nog een losse blauwe, een bruine, een zwarte en de aarde uit de doos. De lamp die er eerder hing had gewerkt, maar bij het vervangen was er iets losgeschoten en niemand wist meer hoe het zat. Blauw op de losse blauwe en bruin op de zwarte gaf niets, en bruin en zwart samen op de lamp gaf wel licht maar de schakelaar deed dan niets meer.

De losse blauwe bleek helemaal niet dezelfde nul te zijn als het paar in het kroonsteentje. Zodra alle blauwe aders samen in één lasdop gingen, inclusief een nieuwe ader naar het armatuur, brandde de lamp op zwart en blauw en werkte de schakelaar gewoon. De bruine bleef ongebruikt en werd afgedopt. Wat het zoeken zo lang maakte, was dat er bij het testen twee verbindingen tegelijk werden veranderd, waardoor niet duidelijk werd welke aanpassing wat deed.

Dit kwamen we tegen

Een geelgroene draad die als schakeldraad was gebruikt

Bij een metalen buitenlamp met bewegingssensor bleek de vorige bewoner de geelgroene ader te hebben gebruikt om het schakelsignaal naar de sensor te brengen. Er kwam maar een driewaderige kabel naar de melder toe en er waren vier verbindingen nodig, dus de aarde was opgeofferd.

Dat de aardlekschakelaar niet afsloeg, kwam alleen doordat die geelgroene ader aan de andere kant ook niet met aarde verbonden was. Het gevolg was dat de metalen behuizing van de buitenlamp bij inschakelen onder spanning kwam te staan, buiten, waar het nat wordt. De oplossing was niet slimmer verbinden maar een vieraderige kabel trekken vanaf de schakelaardoos naar de melder: bruin op L in, blauw op N, zwart op L uit en geelgroen op het aardcontact. Daarna naar de lamp toe een driewaderige kabel met bruin op L uit, blauw op N en geelgroen op aarde.

Dit kwamen we tegen

Een rolluik dat met geen enkele knop wilde bewegen

In een woning waren de rolluiken op afstandsbediening aangesloten en er werden drukknoppen bijgeplaatst om ze bedraad te kunnen bedienen. Twee luiken werkten daarna, het derde deed niets. Vanuit de muur kwamen vier aders, maar uit de motor kwamen er maar drie: bruin, blauw en geelgroen. Zowel bruin als zwart op die geelgroene ader zetten leverde niets op, en dat was maar goed ook.

Een meting bracht duidelijkheid. Tussen bruin en blauw stond ongeveer vier ohm, de weerstand van de motorwikkeling, en tussen de geelgroene ader en het motorhuis stond geen doorverbinding. Het bleek een radiomotor met de ontvanger in de motorkop, die alleen op een permanente voeding werkt en uitsluitend met een zender te bedienen is. De andere twee luiken hadden vieraderige motoren met een losse radiomodule ertussen. De oplossing was de motor gewoon op een vaste voeding aansluiten en hem op een vrij kanaal van de bestaande wandzender aanmelden.

Dit kwamen we tegen

Een deurbel die bleef rinkelen zodra de laatste draad vastzat

Bij het vervangen van een gong werden de twee aders van de beltrafo op de bel gezet en de kabel die naar de drukker liep werd voor een derde voedingsdraad aangezien. Het gevolg: zodra de laatste rode ader op de trafo werd gezet, bleef de gong rinkelen, ook zonder dat er iemand op de knop drukte.

De fout zat in het lezen van de kabels. Van de twee kabels die uit de muur kwamen ging er één naar de beldrukker en één naar de trafo, alleen liep de drukkerkabel eerst een stuk omhoog en toen pas naar de deur, wat de indruk gaf dat hij nergens heen ging. Toen de twee aders van de trafo op de klemmen met de spanningsaanduiding gingen en de twee aders van de drukker op de belklemmen, werkte de bel meteen. Nog een detail dat op dat moment naar boven kwam: op de trafo geven de buitenste twee klemmen 8 volt, en gebruik je de middelste dan hou je maar 3 of 5 volt over en klinkt de bel slap.

Veelgemaakte fouten

De lamp aan de bruine draad hangen

Bruin staat permanent onder spanning, ook met de schakelaar uit. Sluit je je lamp daarop aan, dan brandt hij en lijkt de klus geslaagd, maar je wandschakelaar doet niets meer. De schakeldraad is de zwarte, en die gebruik je bij een lamp die door een muurschakelaar bediend wordt.

Bruin en zwart samen op de lamp zetten

Als het op zwart niet lukt, worden bruin en zwart nogal eens samen op één klem gezet omdat er dan tenminste licht komt. Je koppelt daarmee de permanente fase rechtstreeks aan de schakeldraad, waarmee je de schakelaar overbrugt. Bij een wisselschakeling of een tweede schakelaar in dezelfde kring levert dat bovendien een echte kortsluiting op.

De geelgroene ader voor iets anders gebruiken

Er komt een ader tekort en de aarde wordt tijdelijk als schakeldraad ingezet. Dat is nooit tijdelijk, en de volgende persoon gaat er terecht van uit dat er geen spanning op staat. Bij een metalen armatuur komt de behuizing dan onder spanning te staan zonder dat de aardlekschakelaar iets doet. Trek liever een kabel bij.

De aardedraad los laten hangen

Bij een kunststof lamp hoeft de aarde niet aangesloten te worden, maar los laten bungelen in de plafonddoos is iets anders. Dop hem af met een blinde lasklem of laat hem in een afgeknipt deel van het kroonsteentje zitten. Zo kan hij nergens tegenaan komen en is meteen duidelijk dat het een bewuste keuze was.

Een kroonsteentje verkeerd lezen

In een kroonsteen zijn alleen de klemmen die tegenover elkaar liggen doorverbonden. De klemmen die naast elkaar liggen zijn dat niet. Drie aders in een rij schuiven en verwachten dat ze aan elkaar zitten, is een van de meest voorkomende oorzaken van een lamp die niet brandt terwijl de bedrading er klopt uitziet.

Alle aders op maat afknippen

Een plafond met twintig centimeter overlengte ziet er rommelig uit, dus de schaar gaat erin. De volgende lamp heeft een andere kapdiepte en dan kom je er niet meer bij. Rol de lengte op en werk hem weg, en knip alleen als het echt niet past.

De groep aan laten en op de wandschakelaar vertrouwen

De schakelaar staat uit, dus het is veilig, is de redenering. Op de bruine ader in de centraaldoos staat dan gewoon 230 volt. Bovendien schakelt een verkeerd aangesloten schakelaar soms de nul in plaats van de fase, en dan staat er ook op de zwarte spanning. Uitschakelen doe je in de meterkast en dan controleer je het.

Draden verwisselen tot het werkt

Twee dingen tegelijk veranderen en dan kijken wat er gebeurt, maakt de zoektocht langer in plaats van korter. Verander één verbinding, test, en noteer wat je deed. Een lamp die na tien wisselingen brandt, is niet per definitie goed aangesloten.

Veelgestelde vragen

Welke draden gaan er naar de lamp?

Bij een gewone lamp die je met een wandschakelaar bedient, gaan de blauwe nul en de zwarte schakeldraad naar het armatuur. De bruine ader is de permanente fase en laat je afgedopt zitten, tenzij het armatuur een eigen schakelaar of sensor heeft die permanent voeding nodig heeft. De geelgroene aarde sluit je aan als het armatuur een aardklem heeft.

Hoe sluit ik een lamp aan met 2 draden?

De blauwe ader van de lamp gaat op de blauwe nul uit het plafond en de bruine ader van de lamp gaat op de zwarte schakeldraad. Dat bruin op zwart komt is normaal en geen fout: de bruine ader in het armatuur is de fasezijde van de fitting en die moet de geschakelde spanning krijgen. Bij een lamp met alleen L en N erop geldt hetzelfde, met de schakeldraad op L.

Hoe werkt lamp aansluiten met 3 naar 2 draden?

Drie aders uit het plafond en twee aan de lamp betekent meestal blauw, zwart en geelgroen. Je gebruikt blauw en zwart voor het armatuur en de aarde dop je af of sluit je aan op de aardklem. Zijn de drie aders bruin, zwart en blauw, dan heb je zowel de permanente fase als de schakeldraad. Neem dan zwart en blauw en dop de bruine af.

Hoe pak ik lamp aansluiten met 2 naar 3 draden aan?

Dat is de omgekeerde situatie: het armatuur heeft drie aders en er komen er maar twee uit het plafond. De ontbrekende is dan meestal de aarde. Bij een kunststof armatuur kun je de geelgroene ader van de lamp afdoppen en verder aansluiten op nul en schakeldraad. Bij een metalen armatuur is dat niet verstandig en trek je alsnog een driewaderige kabel naar het lichtpunt.

Wat is de juiste kleur van de draden voor L en N bij een lamp?

L staat voor fase en N voor nul. Aan de installatiekant is blauw de nul en is bruin de fase, met zwart als de geschakelde fase die naar de lamp gaat. Op het armatuur betekent L dus de zwarte schakeldraad en N de blauwe. In oudere woningen kom je grijs, wit of rood tegen en dan zegt de kleur weinig, dus meet je na welke ader schakelt voordat je iets vastzet.

Kan ik 3 lampen aansluiten op 1 kroonsteen?

Elektrisch kan dat, zolang je per klemzijde niet meer aders propt dan het blokje aankan. Een kroonsteentje van 2,5 mm2 neemt aan elke zijde meestal twee aders van 1,5 mm2. Wel geldt dat alleen de klemmen tegenover elkaar doorverbonden zijn. Vanaf drie armaturen werken wij liever met lasklemmen met hefboom, omdat die op alle posities doorverbinden en beter blijven vastzitten.

Hoe sluit ik een bewegingsmelder aan met 3 draden?

Bruin op L, blauw op N en zwart op L uit. De blauwe nul is bij een bestaande schakelaardoos meestal niet aanwezig, want daar zitten alleen de fase en de schakeldraad. Je trekt die nul bij vanaf de centraaldoos van de lamp en sluit hem daar aan op dezelfde verbinding als de nul van het armatuur. Werkt de melder niet, meet dan of er 230 volt staat tussen bruin en die nieuwe blauwe.

Kun je een bewegingsmelder aansluiten met 2 draden?

Er bestaan melders die de fase en de schakeldraad gebruiken en hun voeding via de lamp halen. Die vragen wel een minimale belasting, vaak enkele tientallen watten. Op een ledlamp van een paar watt gaat dat vaak mis: de lamp gloeit zwak na of knippert door de reststroom. Een melder met nulaansluiting is dan de nettere oplossing, of de parallelweerstand die de fabrikant erbij levert.

Hoe sluit ik een rolluik aan met 4 draden?

Uit de motor komen bruin en zwart voor de twee draairichtingen, blauw voor de nul en geelgroen voor de aarde. De fase van de voeding gaat op het gemeenschappelijke contact van de jaloezieschakelaar, en de twee motoraders op de twee geschakelde contacten. De blauwe van de voeding en die van de motor verbind je buiten de schakelaar om met elkaar. Loopt het luik de verkeerde kant op, wissel dan de twee motoraders om.

Waarom werkt mijn rolluik of zonnescherm niet met 3 draden?

Drie aders uit de motor betekent fase, nul en aarde, en dus een motor met de radio-ontvanger in de kop. Die is alleen met een handzender of wandzender te bedienen en heeft een permanente voeding nodig. Met een jaloezieschakelaar krijg je hem nooit aan het draaien, hoe je de aders ook combineert. Wil je bedrade bediening, dan is een andere motor nodig.

Hoe sluit ik een deurbel aan met 2 draden?

Een klassieke gong met twee spoelen zit in één kring met de beltrafo en de beldrukker. Twee aders van de trafo gaan naar de bel en de bel is via de tweede kabel doorverbonden met de drukker, die de kring sluit zodra je drukt. Gebruik op de trafo de twee buitenste klemmen voor de volle 8 volt. Blijft de bel rinkelen, dan zit de drukker overbrugd of niet in de kring opgenomen.

Hoe sluit ik een buitenlamp aan met 3 draden?

Werk daar in vaste volgorde: eerst de geelgroene aarde, dan de blauwe nul en als laatste de bruine of zwarte fase. Gaat er dan iets fout met die laatste, dan valt de aardlekschakelaar meteen in plaats van dat er spanning komt te staan op een ader die je als veilig beschouwde. Bij een metalen buitenlamp is de aarde geen keuze, want buiten komt er vocht bij de aansluiting.

Wanneer je beter een vakman belt

Een lamp aansluiten op een bestaand lichtpunt is werk dat je met de groep uit prima zelf doet. Er zijn wel situaties waarin het verstandiger is om een erkend installateur te bellen, en één waarin je geen keuze hebt.

Die laatste is werk in de meterkast achter de hoofdzekering. Daar zit spanning die je niet kunt uitschakelen en die kant is voor de netbeheerder en de installateur. Een groep bijplaatsen of de aardlekschakelaar vervangen valt daar ook onder, en dat geldt net zo goed voor een installatie zonder aardlekschakelaar die je wilt uitbreiden. Wat er verder allemaal aan de installatiekant speelt staat bij elektra in en om het huis.

Bel ook als je een installatie aantreft waarin geelgroen als schakeldraad of als nul is gebruikt. Dat is geen fout die je op één punt herstelt, want je weet niet waar diezelfde ader elders in huis nog opduikt. Datzelfde geldt bij een lichtpunt zonder aarde in een badkamer of buiten, waar een metalen armatuur moet hangen.

En bel als je aardlekschakelaar afslaat zodra je de groep inschakelt en je na het nalopen van je eigen verbindingen niet vindt waar het aan ligt. Blijven proberen betekent dan dat je met spanning aan het zoeken bent naar iets wat je niet begrijpt, en dat is precies de situatie waarin het misgaat. Werk je bovendien op een trap of steiger boven een trapgat, dan is een tweede persoon die de trap vasthoudt geen luxe. Meer over de opbouw van de bekabeling naar de lichtpunten staat bij het aansluiten van verlichting in huis.

Verder lezen over dit onderwerp

diy-gids.nl ELEKTRA Lasdop
Elektra

Lasdop

diy-gids.nl ELEKTRA Lasklemmen
Elektra

Lasklemmen