Buitenkraan afsluiten voor de winter zonder schade
Een buitenkraan afsluiten is meer dan het kraantje binnen dichtdraaien. Je sluit de afsluiter, zet daarna de buitenkraan wijd open en tapt het restant af via het aftapkraantje, zodat er geen water blijft staan dat kan bevriezen. De buitenkraan laat je de hele winter openstaan en de tuinslang haal je eraf. Loopt er na het afsluiten nog even water uit, dan is dat de eerste minuten normaal en daarna een teken dat de afsluiter niet volledig sluit.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Waterpomptang en een steeksleutel van 13 of 17
- Platte schroevendraaier voor het aftapkraantje
- Zaklamp of hoofdlamp voor de kruipruimte
- Emmer, bakje en een paar droge doeken
- Kruipplank of een stuk hardboard om op te liggen
- Tie-wrap met een labeltje om de afsluiter te merken
Materiaal
- Kranenvet of siliconenvet op waterleidingkwaliteit
- Leidingisolatie voor het stuk buis in een onverwarmde ruimte
- Teflontape of vlas voor een aftapkraantje dat je losneemt
- Eventueel een nieuwe kogelkraan als vervanger van een vastzittende afsluiter
Waarom een buitenkraan voor de winter dicht moet
Water zet bij het bevriezen ongeveer negen procent uit. In een leiding die vol zit en aan beide kanten dicht is, kan die uitzetting nergens heen en loopt de druk in korte tijd hoog op. Een koperen leiding scheurt dan in de lengte, een kunststof leiding knapt meestal bij een koppeling.
Het stuk tussen de afsluiter en de buitenkraan is daarbij het kwetsbaarst. Daar staat water dat nooit stroomt en dus ook geen warmte aangevoerd krijgt. Het zit vaak vlak achter een koude buitenmuur en koelt daardoor sneller af dan de rest van je installatie.
De schade merk je zelden tijdens de vorst. Zolang het ijs in de scheur zit, blijft alles droog. Bij de dooi loopt het water er alsnog uit, en dan sta je met een lek in een spouw, een kruipruimte of een muur. De kraan zelf is een gewone kraan met een leertje of een keramisch binnenwerk, net als de modellen in ons overzicht over kranen, binnenwerk en aansluitingen, en ook dat binnenwerk vriest kapot.
| Situatie | Wat er dan gebeurt | Wat je doet |
|---|---|---|
| Eerste nachtvorst, overdag ruim boven nul | De korte leiding buiten koelt snel af maar ontdooit overdag weer | Slang eraf, kraan open laten staan en de afsluiter alvast opzoeken |
| Aanhoudende vorst, ook overdag onder nul | Het water in het doodlopende stuk bevriest door en zet uit | Afsluiter dicht, buitenkraan wijd open, aftapkraantje open |
| Buitenkraan gevoed vanuit een onverwarmde garage of schuur | Ook het stuk leiding binnen koelt mee met de ruimte | Afsluiten en aftappen, en isolatie om het binnenstuk |
| Vorstvrije buitenkraan die goed leegloopt | De afsluiting zit diep in de warme muur, het buitenstuk loopt vanzelf leeg | Slang en koppelstuk eraf halen is hier het halve werk |
| Tuinslang die vol water aan de kraan blijft hangen | IJs in de slang drukt de koppeling en het kraanbinnenwerk stuk | Slang loskoppelen, leeg laten lopen en vorstvrij opbergen |
| Huis dat de winter leeg staat | Niemand merkt een lek, de watermeter loopt weken door | Hele installatie afsluiten en aftappen, ook de leidingen binnen |
Ontdooi een bevroren leiding nooit met een brander of een gasvlam. Je verhit dan het ijs plaatselijk, de stoom die ontstaat kan nergens heen en de leiding barst alsnog. Werk met een föhn of warme doeken, begin bij de kraan en werk naar het bevroren stuk toe, met de kraan open zodat smeltwater eruit kan.
Waar de afsluiter van de buitenkraan zit
Bijna elke buitenkraan in een Nederlandse woning heeft binnen een eigen afsluiter, maar de plek verschilt per bouwjaar en per aannemer. In naoorlogse woningen zit hij vaak in de kruipruimte, in nieuwbouw vaker in een kastje of in de meterkast. Wie hem niet kan vinden, draait uiteindelijk de hoofdkraan dicht en zit de rest van de winter zonder buitenwater.
De snelste manier om hem te vinden is de leiding volgen. Zet de buitenkraan open en draai binnen één voor één de kraantjes dicht die je wel ziet, terwijl je luistert of de straal stopt. Werkt dat niet, leg dan je hand op de leiding: een aftakking naar buiten voelt bij vorst merkbaar kouder dan de rest.
In veel meterkasten zit de hoofdkraan als stopkraan met een ingebouwd waterfilter, te herkennen aan de doorzichtige kom eronder. Die kraan sluit je hele huis af, niet alleen de buitenkraan. Gebruik hem dus als noodgreep en niet als winterroutine.
| Waar je zoekt | Hoe je hem herkent | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| Meterkast, direct na de watermeter | Kogelkraan of stopkraan op de leiding die de kast uit gaat | Dit is de hoofdkraan van de hele woning, dus je sluit meer af dan alleen buiten |
| Kruipruimte, bij de buitenmuur onder de kraan | Los kraantje in de aftakking die omhoog loopt, vaak met een aftapkraantje eronder | Neem een lamp mee en controleer meteen de isolatie op dat stuk leiding |
| In het keukenkastje of onder de wastafel | Klein hoekstopkraantje in een aftakking die naar de buitenmuur verdwijnt | Verwar hem niet met de afsluiter van de mengkraan; volg de leiding met je hand |
| Garage, schuur of berging tegen de binnenkant van de gevel | Kogelkraan met hendel, vlak achter de muurdoorvoer | Die ruimte is zelf onverwarmd, dus het stuk leiding ervoor kan ook bevriezen |
| Kelder, tegen het plafond langs de gevel | Schroefafsluiter met een kartelkap of een handwiel | Oude schroefafsluiters draaien zwaar en gaan na jaren stilstand langs de as lekken |
| Achter een inspectieluikje naast of onder de kraan | Klein kogelkraantje in een geïsoleerd kastje in de wand | Het luikje is vaak overgeschilderd of weggewerkt achter een kast |
| Nergens te vinden | Bij een vorstvrije buitenkraan ontbreekt een aparte afsluiter regelmatig | Herkenbaar aan de lange bedieningsas en het nadruppelen na het dichtdraaien |
Hang met een tie-wrap een labeltje aan de afsluiter zodra je hem gevonden hebt, met de tekst buitenkraan erop. Dat scheelt volgend jaar een half uur zoeken, en het voorkomt dat iemand anders de verkeerde kraan dichtdraait.
Soorten afsluitkranen en welke kant je dicht draait
Wat er als kraan afsluiter in de leiding zit, bepaalt hoe je hem bedient en hoeveel kracht je erop mag zetten. Een kogelkraan gaat met een kwartslag van open naar dicht: staat de hendel in lijn met de leiding, dan is hij open, staat hij er dwars op, dan is hij dicht. Een schroefafsluiter met een wiel of een kap draai je rechtsom dicht en heeft daar meerdere slagen voor nodig.
Bij een schroefafsluiter draai je aan het eind niet door tot hij klemt. Het zittinkje binnenin is zacht, en wie er met een tang op gaat hangen, drukt dat rubber blijvend plat. Draai tot hij zonder kracht stopt en geef hem daarna een kwartslag terug, dan blijft de as vrij lopen.
De buitenkraan zelf zit meestal met een muurplaat in de gevel gemonteerd. Die plaat bepaalt of je de kraan er in het voorjaar zonder gedoe af draait als hij toch vorstschade blijkt te hebben.
| Type afsluiter | Hoe je hem herkent | Zo zet je hem dicht | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Kogelkraan | Hendel of vlindergreep, kwartslag te bedienen | Hendel dwars op de leiding zetten | Nooit half open laten staan; de kogel sleept dan in en gaat daarna doorlaten |
| Schroefafsluiter met handwiel of kartelkap | Rond wiel of gekartelde dop, meerdere slagen nodig | Rechtsom dichtdraaien tot hij stopt, daarna een kwartslag terug | Niet met een tang aanzetten, het zittinkje vervormt en gaat dan juist lekken |
| Plugkraan met vierkante kop | Massief messing of gietijzeren huis, vierkante kop of sleuf | Kwartslag met een steeksleutel of een plugkraansleutel | Zit na jaren vaak vast; eerst losweken en heen en weer bewegen |
| Stopkraan met aftap in één huis | Kraantje met een klein schroefje of dopje aan de zijkant | Eerst de kraan dicht, daarna het aftapschroefje open | Zet er een bakje onder, er komt meer water uit dan je verwacht |
| Hoekstopkraan onder wastafel of aanrecht | Klein kraantje met sleuf of kartelknop in de hoek van muur naar slang | Rechtsom dicht, met twee vingers en niet met gereedschap | Oude modellen gaan lekken langs de as zodra je ze na jaren beweegt |
| Hoofdkraan vóór de watermeter | Zit aan de straatzijde van de meter, meestal verzegeld | Hier blijf je vanaf | Deze kraan hoort bij het waterbedrijf; bel hen als de kraan na de meter niet houdt |
Aftappen en waarom de kraan open blijft staan
Een gesloten afsluiter haalt het water niet uit de leiding, hij houdt alleen nieuw water tegen. Wat er tussen die afsluiter en de buitenkraan staat, moet er nog uit. Daarom zet je na het dichtdraaien de buitenkraan helemaal open en pas daarna het aftapkraantje.
Die volgorde heeft een reden. Water loopt alleen weg als er lucht voor terug kan komen. Staat de buitenkraan dicht en open je alleen het aftapkraantje, dan ontstaat er onderdruk in de leiding en blijft het grootste deel gewoon staan. Een aftapkraan met beluchter lost dat zelf op door lucht toe te laten terwijl het water eruit loopt.
De buitenkraan laat je de hele winter openstaan. Het restje water dat na het aftappen achterblijft, zit dan in een leiding die aan één kant open is en kan bij bevriezing uitzetten zonder iets te slopen. Haal ook de tuinslang, de kraanverdeler, de sproeicomputer en het snelkoppelstuk eraf en laat de slang leeglopen voordat je hem oprolt.
Zit er een terugstroombeveiliging in de aansluiting, dan houdt die het water tegen dat de verkeerde kant op wil. Zo'n keerklep zorgt er ook voor dat de leiding niet vanzelf terugloopt naar het aftappunt, dus het water aan de buitenkant moet via de kraan zelf naar buiten. Een buitenkraan waar een tuinslang op past, hoort zo'n beveiliging te hebben, omdat het slanguiteinde in vervuild water kan hangen.
Houd een bakje onder het aftapkraantje en kijk de dag erna nog eens. Is het bakje leeg gebleven, dan sluit je afsluiter goed. Staat er water in, dan lekt de afsluiter door en heb je een probleem gevonden voordat het vriest.
De afsluiter in de kruipruimte bereiken
Zit de afsluiter in de kruipruimte, dan is het werk zelf niet moeilijk maar de plek wel. Zet het kruipluik een half uur open voordat je erin gaat, zodat de lucht ververst. Ga er niet in als het er muf ruikt of als er water staat, en laat iemand in huis weten dat je eronder ligt.
Neem een goede lamp mee en een plank of een stuk hardboard om op te liggen, want zand en folie werken niet mee. De aftakking naar de buitenkraan loopt bijna altijd recht naar de gevel toe, dus zoek langs de buitenmuur onder de plek waar de kraan buiten zit. Het aftapkraantje zit meestal op het laagste punt, vlak onder de afsluiter.
Een kruipruimte is niet vorstvrij. De ventilatieroosters in de gevel laten koude lucht binnen, en juist bij de gevel kan de temperatuur onder nul komen. Isolatieschalen om het stuk leiding tussen de afsluiter en de doorvoer zijn hier waardevoller dan waar ook, want dat is precies het stuk dat na het aftappen nog een laatste restje water vasthoudt.
Kun je er niet bij, of is de afsluiter zo weggewerkt dat je hem niet elk jaar gaat bedienen, laat dan een bereikbare afsluiter plaatsen op een plek waar je er wel bij kunt. Hoe leidingwerk onder de vloer loopt en waar je nog meer op moet letten, staat in ons overzicht over sanitair en loodgieterswerk.
Een kruipruimte met stilstaand water is geen werkplek. Bij een lekkage die je niet ziet lopen, of bij een ruimte waar de lucht blijft hangen, laat je eerst de oorzaak verhelpen en de ruimte drogen voordat je er zelf in kruipt.
Een afsluitkraan die vastzit of langs de as lekt
Een afsluiter die jaren niet bewogen heeft, zit vast door kalk tussen de as en de pakking. Draai je hem dan met een tang los, dan is de kans groot dat je de as afdraait of de hele leiding verdraait. Bij een gesoldeerde verbinding kan die verdraaiing de soldeernaad openbreken, en dan heb je een lek in plaats van een dichte kraan.
Werk daarom met twee handen: één hand houdt de leiding vlak naast de kraan tegen, de andere draait. Beweeg in kleine slagen heen en weer in plaats van in één ruk door te zetten. Kruipolie op de as helpt bij de pakkingmoer, maar doet niets aan de zitting binnenin, dus verwacht er geen wonder van.
Gaat de kraan na het bedienen langs de as druppelen, dan is de pakking rond die as uitgedroogd. Een achtste tot een kwart slag op de pakkingmoer is meestal genoeg. Draai je hem verder aan, dan klemt de as en breekt hij bij de volgende beweging alsnog af.
Wij draaien afsluiters liever één keer per jaar helemaal open en dicht, omdat kalk zich dan niet kan vastzetten en je merkt dat een kraan stroef wordt voordat je hem echt nodig hebt. Dat is een gewoonte en geen voorschrift, maar het scheelt precies het soort verrassing waar je in november niet op zit te wachten. Moet er alsnog een nieuwe kraan of afsluiter op de leiding, dan lees je bij het vervangen van een kraan hoe je een aansluiting los en weer waterdicht krijgt.
De buitenkraan blijft druppelen na het afsluiten
Nadruppelen zegt op zichzelf nog niets. Het gaat om hoe lang het duurt en of het minder wordt. Een leiding van twee meter tussen de afsluiter en de kraan houdt een halve liter water vast, en dat loopt er na het openzetten in een paar minuten uit. Blijft er daarna water komen, dan komt er ergens nieuw water bij.
De simpelste test kost je tien minuten. Droog de uitloop met een doek, wacht en kijk of er opnieuw een druppel hangt. Wil je zekerheid, kijk dan naar de watermeter met alle kranen in huis dicht: staat het kleine wieltje stil, dan lekt er niets door en loopt de leiding alleen leeg.
| Wat je ziet | Wat er aan de hand is | Wat je doet |
|---|---|---|
| Straaltje dat binnen enkele minuten stopt | Het doodlopende stuk leiding loopt leeg | Niets doen, dit hoort erbij; laat de kraan openstaan |
| Een druppel per paar seconden, uren later nog steeds | De afsluiter sluit niet volledig af | Controleer of hij echt helemaal dicht staat, anders vervangen |
| Dun maar constant straaltje dat niet minder wordt | Verkeerde afsluiter dichtgedraaid, of de afsluiter laat door | Watermeter aflezen met alles dicht en de juiste kraan opzoeken |
| Kraan druppelt ook als de afsluiter openstaat | Het leertje of de o-ring in het binnenwerk van de kraan is versleten | Binnenwerk vervangen; harder dichtdraaien maakt de schade groter |
| Water langs de bedieningsas in plaats van uit de uitloop | De pakking rond de as is uitgedroogd of verkalkt | Pakkingmoer een achtste slag aandraaien, of het bovendeel vervangen |
| Vorstvrije kraan die na dichtdraaien een halve minuut leegloopt | De leegloop die de kraan vorstvrij houdt, doet zijn werk | Laten zoals het is en zeker niet verder dichtdraaien |
| Water komt uit de muur naast de kraan | Lekkage bij de muurplaat of bij de doorvoer, niet in de kraan | Afsluiter dicht en de aansluiting achter de gevel nakijken |
Vorstvrije buitenkraan en waarom die anders werkt
Bij een vorstvrije buitenkraan zit de eigenlijke afsluiting niet in de kop maar aan het uiteinde van een lange as, diep in de muur waar het warm blijft. Draai je de kraan dicht, dan sluit hij dus binnen af en loopt de buis daarna vanzelf leeg naar buiten. Daarom druppelt zo'n kraan na het dichtdraaien nog een halve minuut na.
Die leegloop werkt alleen als er niets aan de uitloop hangt. Een tuinslang, een verdeelstuk of een snelkoppeling sluit de uitloop af, het water blijft in de buis staan en dan vriest het alsnog kapot, precies in het stuk dat je niet kunt zien. Een slang eraf halen is bij dit type kraan de handeling die de meeste schade voorkomt.
De kraan moet daarnaast met een lichte helling naar buiten zitten, anders blijft er water in de buis staan ondanks de leegloop. Wat er in zo'n kraan zit en welke onderdelen los te krijgen zijn, staat in de gids over de vorstvrije buitenkraan van VSH. Heb je toch een afsluiter binnen zitten, dan mag je die gerust dichtdraaien: extra zekerheid kost niets en bij een kraan die niet meer goed leegloopt is het de enige echte bescherming.
In het voorjaar weer water op de kraan zetten
Begin met het aftapkraantje: dat gaat als eerste dicht. De buitenkraan laat je nog even openstaan, want daar moet de lucht straks uit kunnen ontsnappen.
Open de afsluiter daarna langzaam, een kwartslag per keer. Vul je de lege leiding in één keer op volle druk, dan slaat het water tegen de eerste bocht en krijg je een drukstoot die oude soldeerverbindingen kan openbreken. Bij een rustige vulling hoor je de lucht uit de buitenkraan blazen en komt er daarna een sputterende straal.
Loopt het water gelijkmatig, sluit dan de buitenkraan en loop de aansluitingen na. Voel met een droge vinger langs de muurplaat, langs het aftapkraantje en langs de afsluiter zelf. Een leiding die vorstschade heeft opgelopen, verraadt zich juist nu, want het ijs dat de scheur dichthield is weg.
Laat de kraan de eerste keer een minuut lopen voordat je er een gieter of een drinkbak mee vult. Water dat een half jaar in een dood stuk leiding heeft gestaan, spoel je liever weg.
Blijf erbij als je na de winter weer opendraait. Een gesprongen leiding in de kruipruimte of de spouw laat pas water door zodra de druk erop komt. Wie na een kwartslag weer weggaat, ontdekt het lek uren later.
Zo sluit je de buitenkraan af voor de winter
Deze volgorde werkt voor een gewone buitenkraan met een afsluiter en een aftapkraantje binnen.
-
Zoek de juiste afsluiter en controleer of het de goede is
Zet de buitenkraan open en draai de afsluiter die je verdenkt dicht. Stopt de straal buiten, dan heb je hem. Stopt er binnen ook een kraan met lopen, dan heb je een afsluiter van een grotere groep te pakken en zoek je verder.
-
Draai de afsluiter helemaal dicht
Bij een kogelkraan zet je de hendel dwars op de leiding, bij een schroefafsluiter draai je rechtsom tot hij zonder kracht stopt en geef je een kwartslag terug. Halverwege blijven staan is geen optie: een kogelkraan die half openstaat, slijt in en gaat daarna doorlaten.
-
Zet de buitenkraan wijd open
De kraan buiten gaat volledig open, niet op een kiertje. Zo kan het water eruit en kan er lucht in, en dat laatste is nodig om de leiding echt leeg te krijgen. Er komt eerst een straal, daarna wat gepruttel en dan houdt het op.
-
Tap het laatste water af
Open het aftapkraantje bij de afsluiter met een schroevendraaier of met de hand en houd er een bakje onder. Uit een leiding van een paar meter komt al snel een halve liter. Laat het kraantje open staan zodra het is uitgelopen.
-
Haal de slang en alle koppelstukken eraf
Draai de tuinslang, de kraanverdeler, de sproeicomputer en het snelkoppelstuk van de kraan af. Water in een slang bevriest eerder dan water in een leiding, en het ijs duwt de koppeling en de schroefdraad van de kraan uit elkaar. Laat de slang leeglopen en berg hem vorstvrij op.
-
Isoleer wat toch koud staat
Loopt de leiding door een onverwarmde garage, langs een geveldoorvoer of vlak bij een ventilatierooster in de kruipruimte, schuif daar dan isolatieschalen omheen. Dat vervangt het aftappen niet, maar het houdt het laatste restje water dat je er niet uit krijgt langer boven nul.
-
Kijk de volgende dag nog een keer
Controleer of het bakje onder het aftapkraantje droog is gebleven en of er buiten niets meer uit de kraan komt. Blijft er water komen, dan sluit je afsluiter niet en heb je nog tijd om dat op te lossen voordat het echt gaat vriezen.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voor de winter afgevinkt
Veelgemaakte fouten
Wat hier misgaat: alleen de afsluiter dichtdraaien
De afsluiter houdt nieuw water tegen, maar het water dat al in de leiding staat blijft gewoon zitten. Juist dat stuk vriest als eerste, want het stroomt nooit en het ligt tegen de koude gevel. Zonder aftappen en zonder een open buitenkraan verandert er in dat stuk leiding niets.
Wat hier misgaat: het aftapkraantje openen met de kraan dicht
Water loopt alleen weg als er lucht voor in de plaats kan komen. Blijft de buitenkraan dicht, dan ontstaat er onderdruk en komt er hooguit een scheutje uit het aftappunt. De leiding voelt dan leeg terwijl hij grotendeels vol staat.
Wat hier misgaat: de tuinslang eraan laten zitten
Een slang vol water bevriest sneller dan een leiding, omdat de wand dun is en er niets omheen zit. Het ijs zet uit richting de koppeling en drukt daar de schroefdraad of het snelkoppelstuk uit elkaar. Bij een vorstvrije kraan is het erger: de slang blokkeert de leegloop, waardoor de buis in de muur vol blijft staan.
Wat hier misgaat: een kogelkraan half dicht laten staan
Een kogelkraan is gemaakt om helemaal open of helemaal dicht te staan. In een tussenstand stroomt het water langs een klein deel van de kogel en langs de zitting, en dat sleept die zitting in. Na een winter half dichtstaan houdt de kraan het jaar daarop niet meer.
Wat hier misgaat: een vastzittende afsluiter forceren
Kalk lijmt de as vast aan de pakking, en met een tang zet je die kracht door naar de hele leiding. De as draait af, of de leiding verdraait en trekt een soldeerverbinding open. Van een dichte kraan die niet wil, ga je dan naar een lekkende leiding onder druk.
Wat hier misgaat: nadruppelen aanzien voor een defect
Een leiding die leegloopt en een vorstvrije kraan die zichzelf leegt, druppelen allebei even na. Wie daarop reageert door de kraan steeds vaster dicht te draaien, plet het afsluitrubber en beschadigt de bedieningsas. Dan is de kraan wel echt kapot, en meestal precies aan het begin van de winter.
Wat hier misgaat: in het voorjaar in één keer volle druk geven
Een lege leiding vult zich razendsnel en het water knalt tegen de eerste bocht of tegen een gesloten kraan. Die drukstoot is precies wat een verzwakte of licht gescheurde verbinding openbreekt. Een kwartslag per keer geeft de lucht de tijd om via de open buitenkraan te ontsnappen.
Veelgestelde vragen
Hoe sluit ik mijn buitenkraan af voor de winter?
Draai binnen de afsluiter van de buitenkraan volledig dicht en zet daarna de buitenkraan zelf wijd open. Open vervolgens het aftapkraantje dat vlak bij de afsluiter zit en vang het water op in een bakje. Haal de tuinslang en alle koppelstukken van de kraan af en laat de buitenkraan de hele winter openstaan, zodat een laatste restje water bij bevriezing kan uitzetten zonder de leiding te scheuren.
Waar zit de afsluiter van mijn buitenkraan?
Dat verschilt per woning. Kijk in de meterkast, in het keukenkastje, in een berging of garage tegen de gevel, achter een inspectieluikje in de wand, of onder de vloer in de kruipruimte. De snelste manier om hem te vinden: zet de buitenkraan open en draai binnen één voor één de kraantjes dicht tot de straal buiten stopt. Hang er daarna meteen een labeltje aan.
Moet de buitenkraan open of dicht blijven staan in de winter?
Open. Dat voelt tegennatuurlijk, maar het is juist de bescherming. Met de afsluiter binnen dicht en de kraan buiten open staat het resterende water in een leiding die aan één kant openstaat. Bevriest dat restje, dan kan het ijs richting de open kraan uitzetten in plaats van de leidingwand op te blazen. Een dichte kraan aan een dichte afsluiter is precies de situatie waarin een leiding scheurt.
Hoe doe ik het buitenkraan afsluiten als de kruipruimte de enige plek is?
Lucht de kruipruimte eerst een half uur met het luik open en ga er niet in bij stilstaand water of een muffe lucht. Neem een lamp en een plank mee en zoek langs de buitenmuur onder de plek waar de kraan buiten zit; de aftakking loopt daar recht naar de gevel. Het aftapkraantje zit op het laagste punt, vlak onder de afsluiter. Kun je er niet bij, laat dan een bereikbare afsluiter plaatsen.
Mijn buitenkraan blijft druppelen na afsluiten, wat betekent dat?
De eerste minuten is dat gewoon de leiding die leegloopt, en bij een vorstvrije kraan is een halve minuut nadruppelen zelfs de bedoeling. Druppelt hij uren later nog steeds, dan laat de afsluiter water door of heb je de verkeerde kraan dichtgedraaid. Droog de uitloop, wacht tien minuten en kijk of er opnieuw een druppel hangt. Lees anders de watermeter af met alle kranen in huis dicht.
Welke kant draai je een afsluitkraan dicht?
Een schroefafsluiter met een wiel of een kartelkap draai je rechtsom dicht, dus met de klok mee. Een kogelkraan werkt met een kwartslag: hendel in lijn met de leiding betekent open, hendel dwars op de leiding betekent dicht. Draai een schroefafsluiter niet met gereedschap vast, want dan vervormt het zittinkje en gaat de kraan juist lekken.
Wat doe ik als de afsluit kraan vastzit?
Niet forceren met een tang. Houd met één hand de leiding vlak naast de kraan tegen en draai met de andere hand in kleine slagen heen en weer, zodat de kalk tussen de as en de pakking losbreekt. Blijft hij zitten, dan is vervangen door een kogelkraan de nette oplossing, en dat betekent de hoofdkraan na de watermeter dicht en het leidingstuk aftappen. Zit er lood of oude gegalvaniseerde buis in, laat dat dan doen.
Heb ik nog een kraan afsluiter nodig bij een vorstvrije buitenkraan?
Strikt genomen niet, want de afsluiting van zo'n kraan zit al binnen in de warme muur en de buis loopt daarna vanzelf leeg. In de praktijk is een afsluiter binnen alsnog prettig: hij vangt het op als de leegloop niet meer goed werkt, bijvoorbeeld doordat de kraan iets naar binnen helt of doordat het afsluitrubber versleten is. Haal in elk geval altijd de tuinslang eraf, want die blokkeert de leegloop volledig.
Wanneer moet ik de buitenkraan afsluiten?
Vóór de eerste serieuze vorstperiode, dus in de regel als de nachten structureel richting het vriespunt gaan. Eén nacht lichte vorst met dooi overdag is voor een korte leiding meestal geen probleem, maar een paar dagen waarin het ook overdag niet boven nul komt wel. Wie er niet elk weerbericht op wil letten, sluit hem gewoon af zodra het tuinseizoen erop zit en gebruikt de kraan pas in het voorjaar weer.
Kan ik de buitenkraan afsluiten met alleen de hoofdkraan?
Dat kan als noodgreep, maar dan sluit je het water in de hele woning af en dat houd je geen winter vol. Bovendien blijft het water tussen de hoofdkraan en de buitenkraan gewoon staan, dus je lost er niets mee op zolang je niet aftapt. Gebruik de hoofdkraan na de watermeter alleen om te werken aan de leiding. De kraan vóór de meter is van het waterbedrijf en die laat je met rust.
Op welke hoogte hoort een buitenkraan te zitten?
Gangbaar is ongeveer 60 tot 80 centimeter boven het maaiveld, zodat er een emmer of een gieter onder past en je de slang kunt aankoppelen zonder te bukken. Lager dan een halve meter loop je het risico dat de kraan bij sneeuw of opspattend water vervuilt. Welke maten in en om het huis gebruikelijk zijn, kun je nakijken in onze tabel met standaardmaten in huis.
Wat doe ik als er toch een leiding bevroren is?
Zet eerst de afsluiter dicht en de kraan open, zodat smeltwater en druk weg kunnen. Ontdooi daarna met een föhn of met warme doeken, en begin bij de kraan om vervolgens naar het bevroren stuk toe te werken. Gebruik geen brander of open vuur: plaatselijke verhitting maakt stoom die nergens heen kan en dan barst de leiding alsnog. Blijf erbij tijdens het ontdooien, want een scheur laat zich pas zien als het ijs weg is.
Wanneer je beter een vakman belt
Een buitenkraan afsluiten en aftappen doe je zelf, daar heb je niemand voor nodig. Er zijn wel vier momenten waarop je beter kunt stoppen.
Het eerste is een afsluiter die vastzit op een oude leiding van lood of gegalvaniseerd staal. Dat materiaal is bros geworden en breekt bij het minste geweld, en dan sta je met open water in de kruipruimte.
Het tweede is een gesprongen leiding die je niet kunt bereiken, bijvoorbeeld in een spouw of onder een afgewerkte vloer. Daar is opsporen belangrijker dan repareren, en een loodgieter met de juiste apparatuur vindt de plek zonder de halve muur te slopen.
Het derde is een ontbrekende afsluiter die geplaatst moet worden. Dat betekent werken aan een leiding die onder druk staat, met soldeer- of persverbindingen, en bij solderen in een kruipruimte komt een open vlam kijken in een ruimte met slechte ventilatie.
Het vierde is alles vóór de watermeter. Die kraan en die aansluiting horen bij het waterbedrijf, vaak met een zegel erop. Houdt de hoofdkraan na de meter niet meer, bel dan je waterbedrijf of een erkend installateur in plaats van zelf aan de meteropstelling te gaan draaien.