Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

L en N draad: welke draad is de fase en welke de nul

16 minuten lezen Bedrading & verbinden Bijgewerkt 12 augustus 2026
diy-gids.nl ELEKTRA L en n draad

L is de fase en N is de nul. In een moderne installatie is bruin de fase, blauw de nul, geelgroen de aarde en zwart de schakeldraad die vanaf de schakelaar naar het lichtpunt loopt. Kleur is alleen een aanwijzing en geen bewijs: in oudere huizen is groen juist de fase en rood de nul, dus voordat je iets vastschroeft meet je welke ader spanning voert.

16 minuten

Dit heb je nodig

10 minuten meten, 1 tot 2 uur voor een compleet lichtpunt Goed zelf te doen als de groep uit staat 5 tot 30 euro aan klemmen, hulzen en draad

Gereedschap

  • Tweepolige spanningstester, in de handel bekend als duspol
  • Contactloze spanningszoeker of volt stick om snel te peilen
  • Multimeter met wisselspanning en doorbelfunctie
  • Striptang voor 0,75 tot 6 mm2
  • Adereindhulstang met vierkante persing
  • Set VDE-geïsoleerde schroevendraaiers
  • Trekveer of trekband met oog
  • Zijkniptang en een puntbektang
  • Hoofdlamp, want in een centraaldoos zie je anders geen kleurverschil
  • Labeltape of schilderstape en een fijne stift

Materiaal

  • VD-draad 1,5 mm2 in blauw, bruin, zwart en geelgroen
  • VD-draad 2,5 mm2 voor groepen met wandcontactdozen
  • Soepel aansluitsnoer 3 x 0,75 mm2 voor armaturen
  • Lasklemmen met hefboom, type Wago 221, geschikt voor soepel en massief
  • Push-in lasklemmen type Wago 2273 voor uitsluitend massieve aders
  • Losse afdopklemmen met één ingang
  • Adereindhulzen 0,75 tot 6 mm2
  • Mini-lasdozen of T-lasdozen met deksel
  • Krimpkous in twee maten voor laagspanningswerk

Wat de letters L en N op een aansluiting betekenen

De letters L en N staan op bijna elk armatuur, op aansluitblokken en op schakelmateriaal. L komt van lijn en is in de praktijk de fase: de ader die spanning aanvoert. N komt van neutraal en is bij ons de nul, de neutrale draad die de stroom terugvoert naar de groepenkast.

Samen vormen die twee een gesloten kring, en zonder allebei brandt er niets. Staat er op je armatuur N en L, dan hoort de blauwe draad bij N en de bruine of zwarte bij L. Hoe je die aders daarna netjes en veilig aan elkaar zet, staat op onze pagina over bedrading en verbindingen in huis.

Daarnaast is er de geelgroene aarde, met de aanduiding PE. Die doet in normaal bedrijf helemaal niets. Hij is er alleen om stroom af te voeren op het moment dat er ergens spanning op een metalen deel komt te staan.

De kleuren die je in een moderne woning tegenkomt, liggen sinds de jaren zeventig vast. Bruin is de fase, blauw de nul, geelgroen de aarde en zwart de schakeldraad die vanaf de schakelaar terugkomt naar het lichtpunt. Welke kleur waarvoor bedoeld is, werken we verder uit bij de kleurcodes van installatiedraad.

Toch is die afspraak niet hetzelfde als een garantie. Wie de draad ooit getrokken heeft, kan een kleur verkeerd gebruikt hebben, en in een huis van voor die kleurafspraak liggen de kaarten volledig anders. De kleur vertelt je waar je moet beginnen met zoeken, de meting vertelt je wat je aansluit.

AanduidingNederlandse naamKleur in een moderne installatieWat de draad doet
LFaseBruinVoert spanning aan, ongeveer 230 volt ten opzichte van de aarde
NNul of neutrale draadBlauwVoert de stroom terug naar de groepenkast, ligt dicht bij aardpotentiaal
PEAardeGeelgroenDoet niets tot er een fout optreedt, en voert dan de foutstroom af
L geschakeldSchakeldraadZwartDe fase die via de schakelaar naar het lichtpunt terugloopt
L geschakeld, tweedeWisseldraad of tweede schakeldraadZwart met dunne witte streepHoudt meerdere schakeldraden in één buis uit elkaar
L1, L2, L3De drie fasen bij krachtstroomBruin, zwart en grijsElk 230 volt naar de nul, onderling ongeveer 400 volt
Plus en minPlusdraad en mindraad bij gelijkspanningRood en zwartBij 12 volt bestaan L en N niet, daar praat je over plus en min

Plak een stukje labeltape om elke ader en schrijf op wat je gemeten hebt voordat je iets losneemt. Een halfuur later weet je namelijk niet meer welke van de drie zwarte draden bij welke schakelaar hoorde, en dan begint het meten opnieuw.

Een lamp aansluiten: welke draad op L en welke op N

Bij een lichtpunt komen meestal twee aders uit het plafond, en dat zijn zelden bruin en blauw. In een normale schakeling is het blauw en zwart: blauw is de nul en zwart is de geschakelde fase die uit de schakelaar terugkomt. Het armatuur zelf heeft juist wel een bruine en een blauwe draad, omdat armatuursnoer met vaste kleuren wordt gemaakt.

De bruine draad van de lamp gaat dus op de zwarte draad uit het plafond. Dat voelt bij de eerste keer verkeerd, maar het klopt: bruin is aan de lampzijde simpelweg de L-kant. Meer over die volgorde staat bij het aansluiten van een lamp met twee draden.

Zit er naast blauw en zwart ook nog een bruine ader in de doos, laat die dan met rust en knip hem zeker niet af. Die loopt vrijwel altijd door naar de schakelaar en komt als zwarte schakeldraad weer terug. Wat een schakeldraad precies doet in de kring is het stukje uitleg dat de rest logisch maakt.

Bij de fitting is er wel een kant die uitmaakt. De fase hoort aan het contactlipje midden onderin de fitting en de nul aan de schroefdraad of de buitenmantel. Draai je dat om, dan staat de metalen schroefdraad onder spanning zodra je een peertje indraait.

Links of rechts speelt daarbij geen rol. De vraag is niet of de blauwe draad links of rechts moet, maar op welk contact hij komt. Waar moet de blauwe draad in bij een armatuur met alleen letters: bij N, en de bruine of zwarte bij L.

Veel moderne fittingen en armaturen hebben geen schroefjes meer maar veerklemmetjes voor draad, waar je de gestripte ader gewoon in duwt. Die klemmetjes zijn gemaakt voor massieve aders, dus op soepel snoer pers je eerst een adereindhuls. Losmaken gaat met een dun schroevendraaiertje in het ontgrendelgaatje ernaast, niet met trekken.

Wat er uit het plafond of de muur komtWat het meestal isZo sluit je het armatuur aan
Blauwe en zwarte draadNul en geschakelde faseBlauw op N, zwart op L, ook als de lamp zelf blauw en bruin heeft
Blauwe en bruine draadNul en fase, vaak bij een lichtpunt zonder wandschakelaarBlauw op N, bruin op L, de lamp brandt dan continu
Blauwe, bruine en zwarte draadNul, doorgaande fase naar de schakelaar en de schakeldraad terugBlauw op N, zwart op L, bruin ongemoeid in de doos laten
Zwarte en bruine draad zonder blauwFase en schakeldraad, de nul zit in een andere doosNiets aansluiten voordat je de nul gevonden hebt
Twee zwarte draden en een bruine draadFase in, en twee schakeldraden naar twee lichtpunten of naar een wisselschakelingMeten welke zwarte ader meeschakelt met welke schakelaar
Zwarte en rode draad uit het plafondOude installatie: zwart is schakeldraad, rood is de nulZwart op L, rood op N
Zwarte draad met dunne witte streepTweede schakeldraad of wisseldraad van een hotelschakelingAlleen aansluiten als de meting bevestigt dat hij bij dit lichtpunt hoort
Grijze en witte draad aan een lampSnoer zonder Nederlandse codering, vaak geïmporteerdKleur betekent hier niets, doormeten en dan pas kiezen
Geelgroene draadAardeOp het aardsymbool, en bij een dubbel geïsoleerd armatuur afdoppen en laten hangen

Knip een aarde nooit weg omdat je armatuur er geen aansluiting voor heeft. Een dubbel geïsoleerde lamp met het symbool van twee vierkantjes in elkaar heeft geen aarde nodig, maar de volgende lamp op dat punt misschien wel. Dop de geelgroene ader af met een losse klem en laat hem in de doos zitten.

Oude kleuren, witte draad en zwart met een witte streep

In huizen van voor de jaren zeventig geldt een compleet andere kleurafspraak, en die is gevaarlijk om te verwarren met de huidige. Groen was daar de fase, rood de nul, grijs de aarde en zwart de schakeldraad. Wie in zo'n huis groen aanziet voor aarde, pakt precies de draad vast waar 230 volt op staat.

Kom je in één doos oude en nieuwe kleuren tegen, dan is er ooit bijgebouwd of gedeeltelijk vernieuwd. Dat is het moment om alles door te meten in plaats van te combineren op kleur. Hoe de hele installatie in elkaar hangt, van groepenkast tot lichtpunt, lees je bij elektra in en om het huis.

De witte draad zorgt voor eigen verwarring, want wit heeft in de elektriciteit van een woning geen vaste betekenis. In Nederlandse installaties zie je wit en zwart met een dunne witte streep als extra schakeldraad, vooral als er meerdere schakeldraden door één buis lopen. In het schap heet die ader kortweg zwart wit draad, en de monteur kiest hem zodat hij bij een wissel- of kruisschakeling de wisseldraden uit elkaar kan houden.

Bij armaturen en apparaten van buiten Europa betekent wit iets heel anders: daar is wit de nul en zwart de fase. Datzelfde geldt voor het grijs en wit dat je bij goedkoop lampsnoer tegenkomt, waar helemaal geen codering achter zit. Kleur is daar een gok en meten is het enige antwoord.

Oude kleurKleur van nuFunctieWaar je vooral op let
GroenBruinFaseGroen is hier geen aarde, dit is de gevaarlijkste verwisseling in oude huizen
RoodBlauwNulRood en zwart uit het plafond is dus nul en schakeldraad
GrijsGeelgroenAardeGrijs is in een moderne kabel juist de derde fase L3
ZwartZwartSchakeldraadDe enige kleur die in beide tijdvakken hetzelfde betekent
WitWit of zwart met witte streepHulpdraad of tweede schakeldraadBij apparatuur van buiten Europa is wit juist de nul

Zie je in een oude installatie stoffen of rubber isolatie die verhardt en afbrokkelt? Dan is doormeten en opnieuw aansluiten niet genoeg. Zulke bedrading verliest zijn isolatie bij elke beweging en hoort vervangen te worden voordat je er nieuwe punten op aansluit.

Meten in plaats van gokken

Een spanningzoeker met een lampje in de steel is het gereedschap waar de meeste mensen mee beginnen, en het is meteen het minst betrouwbare. Hij licht op zodra er spanning in de buurt is en gaat door je lichaam naar aarde. Een losse ader die naast een spanningvoerende draad in dezelfde buis ligt, laat dat lampje net zo goed oplichten.

Een tweepolige spanningstester werkt anders: die meet tussen twee punten en belast de meting een beetje. Daardoor verdwijnt precies het schijneffect waar de spanningzoeker last van heeft. Voor de vraag of je een L of N draad in handen hebt, is dit het gereedschap dat je wilt hebben.

Let bij het meten op het gedrag van de wandschakelaar. Een ader die alleen spanning voert als het licht aan staat, is de schakeldraad tussen schakelaar en lichtpunt en dus een fase. Een ader die altijd 230 volt geeft is de doorgaande fase, en die hoort in een lichtpunt met rust gelaten te worden.

Met een multimeter kun je een stap verder. Tussen fase en nul lees je ongeveer 230 volt, tussen fase en aarde ook ongeveer 230 volt en tussen nul en aarde blijft er een paar volt over. Wijkt die laatste meting sterk af, dan zit er verderop een probleem met de nul of met de aarde.

Draad doormeten met de groep uit is het tweede stuk gereedschap dat je nodig hebt. Zet de doorbelfunctie aan, verbind aan de ene kant twee aders met elkaar en meet aan de andere kant welke twee dan doorbellen. Zo weet je bij zes dozen vol wisseldraden welke ader waar uitkomt, zonder één keer te hoeven gokken.

GereedschapWat je ermee vaststeltWaar het misgaat
Spanningzoeker met lampje in de steelOf er spanning in de buurt van een ader staatLicht ook op door inductie en zegt niets zinnigs over de nul
Contactloze spanningszoeker of volt stickSnel welke ader spanning voert zonder te strippenReageert ook op de buurdraad, dus altijd nameten
Tweepolige spanningstesterOf er echt spanning staat en tussen welke twee puntenVraagt twee handen en twee vrije meetpunten
Multimeter op wisselspanningDe werkelijke waarde tussen twee adersMeet ook fantoomspanning op een ader die nergens op aangesloten is
Multimeter op doorbellenWelke ader aan de andere kant van de buis uitkomtAlleen bruikbaar met de groep uit en de aders los

Meten aan een installatie die onder spanning staat doe je met beleid. Buig de aders zo dat ze elkaar en de metalen doos niet kunnen raken, pak alleen de geïsoleerde delen van je meetpennen vast en houd je vrije hand van de installatie af. Twijfel je of je dit veilig kunt: groep uit, doormeten met de doorbelfunctie en het antwoord komt er ook wel.

L en N draad omgedraaid en spanning op de blauwe draad

Een lamp brandt net zo vrolijk als L en N verwisseld zijn, en precies daarom blijft zo'n fout jaren zitten. Het risico zit niet in de werking maar in wat er onder spanning staat als je denkt dat het uit is. Zit de fase op de schroefdraad van een fitting, dan raak je bij het vervangen van een peertje het spanningvoerende deel aan.

Ernstiger wordt het als de schakelaar in de nul zit in plaats van in de fase. Het licht gaat dan gewoon uit, maar het hele armatuur blijft aan de fase hangen. Wie met de schakelaar uit aan een plafondlamp begint te sleutelen, staat er middenin.

Bij een gewoon randaardestopcontact ligt het anders. Een Nederlandse stekker past twee kanten op, dus voor de werking maakt links of rechts niets uit. Bij vast aangesloten apparaten zoals een boiler, een kookplaat of een vaatwasser telt het wel, want daar bepaalt de aansluiting welke kant van het apparaat onder spanning staat.

Spanning op de blauwe draad is een klassieker die vaak op niets uitloopt. Meet je met een digitale multimeter tussen een afgedopte losse ader en de aarde, dan zie je zomaar 20 of 55 volt staan. Dat is inductiespanning, opgewekt door de spanningvoerende draad die ernaast in de buis ligt, en die zakt direct in zodra je de ader belast.

Stroom op de blauwe draad van een werkende kring is er trouwens gewoon, want de nul voert de stroom terug. Wat er niet hoort te zijn, is een fikse spanning tussen die nul en de aarde bij een aangesloten installatie. Dan is de nul ergens onderbroken of zijn L en N verwisseld, en dat zoek je uit voordat je verder bouwt.

MetingWat je normaal zietWat een afwijking betekent
Tussen fase en nulOngeveer 230 voltFors lager: een slechte verbinding of een erg lange leiding
Tussen fase en aardeOngeveer 230 voltBijna niets: de aarde is niet aangesloten
Tussen nul en aardeEnkele volts of minderTientallen volts: onderbroken nul, of L en N ergens verwisseld
Tussen een losse afgedopte ader en aardeVan alles tussen 5 en 90 voltVrijwel altijd inductiespanning, die verdwijnt zodra je belast
Met de tweepolige tester op de blauwe draadGeen indicatieWel indicatie: de nul voert fase, direct uitzoeken voordat je doorwerkt

Draaddikte kiezen, van 1,5 mm2 tot 6 mm2

De doorsnede van een draad volgt de zekering en niet het apparaat. Achter een automaat van 16 ampère hoort een leiding die 16 ampère kan hebben, ook als er maar een ledlamp van vijf watt aan het eind hangt. Voor lichtgroepen is dat 1,5 mm2 VD-draad en voor groepen met wandcontactdozen 2,5 mm2.

Vanaf 4 mm2 gaat het meestal om lengte in plaats van om vermogen. Naar een omvormer van zonnepanelen op zolder of naar een kookgroep aan de andere kant van het huis kies je dikker, omdat het spanningsverlies over de leiding anders oploopt. Bij zonnepanelen telt dat dubbel: een omvormer schakelt af rond 253 volt, en elke volt die jouw leiding erbij optelt brengt dat moment dichterbij.

6 mm2 kom je vooral tegen als aardleiding en bij krachtgroepen. De verbinding tussen de hoofdaardrail en de aardrail in de groepenkast houd je op minimaal 6 mm2, en die mag in soepele uitvoering zolang je onder elke schroefklem een adereindhuls perst. Welke soort draad of kabel bij jouw situatie past, reken je na met onze draad- en kabelkiezer.

Soepele draad en massieve draad verschillen in meer dan buigzaamheid. Een soepele of flexibele draad bestaat uit tientallen dunne draadjes en heeft daardoor meer koperoppervlak dat kan verspreiden onder een schroef. Zonder adereindhuls waaieren die draadjes uit, gaat de klemkracht verloren en loopt de verbinding warm.

Op de mantel van draad en kabel staat een typeaanduiding, en die is belangrijker dan de kleur van de rol. VD is massieve installatiedraad voor in buis, VMvL is soepel snoer, en VMvK, XMvK en YMvK zijn mantelkabels die je zonder buis mag leggen. Een korte code die in geen enkele typelijst voorkomt, bijvoorbeeld LT op een verpakking, is een serie- of fabrikantsaanduiding en geen aparte draadsoort. Ga af op de typeaanduiding en de doorsnede die op de mantel gedrukt staan.

Soepele draad in 4mm2 en 6mm2

Vanaf 4 mm2 wordt massieve VD-draad stug. In een groepenkast, waar aders om hoeken naar een rail moeten, werkt een soepele uitvoering met tientallen dunne draadjes een stuk prettiger. Voor draad die door een buis moet, houden wij juist massief aan: dat laat zich duwen en trekken en knikt niet in een bocht.

6mm2 draad soepel kom je in een woning vooral tegen als aardleiding tussen de hoofdaardrail en de aardrail in de groepenkast, en bij krachtgroepen. Onder elke schroefklem hoort er een adereindhuls op, anders waaieren de draadjes uit en verliest de klem zijn grip. Pers met een tang die tot 6 mm2 gaat, want een tang voor de kleine maten krijgt zo'n huls niet rond.

4mm2 draad zit daartussenin en kies je meestal om de lengte, niet om het vermogen: naar de omvormer van zonnepanelen op zolder, naar een kookgroep aan de andere kant van het huis of naar een schuur achterin de tuin. Als vuistregel hangt 4 mm2 achter een automaat van maximaal 20 ampère en 6 mm2 achter maximaal 25 ampère. Hoeveel er werkelijk op mag, hangt af van de legwijze en van hoeveel leidingen er tegen elkaar aan liggen, dus houd de opgave van de fabrikant aan.

In webshops en op prijskaartjes staat de maat vaak aan elkaar geschreven, als 4mm2 of 6mm2, terwijl op de ader zelf 4 mm² of 6 mm² gedrukt staat. Dat is dezelfde draad. Wat je er wel naast moet lezen is de typeaanduiding, want die zegt of je een ader voor in buis, een soepele ader of een complete mantelkabel in handen hebt.

DoorsnedeWaar je hem in huis voor gebruiktWeerstand per 100 meterSpanningsverlies bij 16 ampère over 10 meter heen en terug
0,75 mm2 soepelAansluitsnoer van een armatuur, nooit als vaste leiding achter een groep van 16 ampèreOngeveer 2,3 ohmNiet van toepassing, dit snoer hoort geen 16 ampère te voeren
1,5 mm2 VD-draadLichtgroepen, schakelaars en lichtpuntenOngeveer 1,2 ohmOngeveer 3,7 volt
2,5 mm2 VD-draadGroepen met wandcontactdozenOngeveer 0,7 ohmOngeveer 2,2 volt
4 mm2 draadLange leidingen, omvormer van zonnepanelen, kookgroep op afstandOngeveer 0,44 ohmOngeveer 1,4 volt
6 mm2 draad, vaak soepel uitgevoerdAardleiding naar de hoofdaardrail en krachtgroepenOngeveer 0,29 ohmOngeveer 0,9 volt
10 mm2 draadHoofdleiding en zware voedingenOngeveer 0,18 ohmOngeveer 0,6 volt

Een houder voor VD-draad is een van de weinige hulpstukken die zichzelf meteen terugverdient. In zo'n draadhouder hangen vier of vijf rollen naast elkaar op een as, zodat je blauw, bruin, zwart en geelgroen tegelijk kunt aftrekken zonder dat de draad gaat kringelen. Draad die je uit een losse rol op de grond trekt, komt er met een krul uit en die krul zit precies in de weg bij het trekken door een buis.

Draad trekken door een buis zonder vast te lopen

Draad trekken lukt of mislukt bij de kop die je maakt. Vouw de aders om het oog van de trekveer, trap ze een centimeter of twee ten opzichte van elkaar af en wikkel het geheel strak in met tape tot een gladde kegel. Een uitstekend koperpuntje haakt achter elke mof en elke bocht, en dan sta je met twee man te trekken aan iets dat niet meer beweegt.

Duw de trekveer altijd van de kant met de minste bochten naar binnen. Werk met z'n tweeën waar dat kan: één duwt de draad bij, de ander trekt in een rustig tempo. Een beetje glijmiddel of talk op de aders scheelt bij een lange buis meer dan extra spierkracht. Hoe je die veer zelf het handigst gebruikt, staat bij het trekken met een trekveer en pomp.

Hoeveel aders er in een buis mogen, ligt vast in een vuistregel: de aders samen mogen niet meer dan een derde van de binnenruimte van de buis vullen. In een gewone 16 mm buis is dat ongeveer zeven aders van 1,5 mm2, vier van 2,5 mm2 of drie van 4 mm2. Wil je vijf aders van 4 mm2 naar zolder, dan houdt het bij 16 mm gewoon op en kies je een dikkere buis of een mantelkabel.

Er is één regel die veel mensen verrast: de aders die bij één stroomketen horen, dus de fase, de nul en de bijbehorende aarde, mogen niet over twee verschillende buizen verdeeld worden. Ze horen bij elkaar in dezelfde buis of in dezelfde kabel. In zo'n geval kies je liever voor een kabel met vier of vijf aders dan voor twee halfgevulde buizen.

Zit er al draad in de buis en moet er iets bij, laat dan altijd een dunne trekdraad achter voor de volgende keer. Bij nieuwbouw en verbouwing scheelt het bovendien tijd om de dozen meteen op de standaardhoogtes te zetten, en die vind je in ons overzicht van standaardmaten voor stopcontacten en schakelaars. Een flexibele buis met draad er al in, kant en klaar voorbedraad, is voor korte stukken een prima alternatief.

BuisRuimte die je mag vullenAders 1,5 mm2Aders 2,5 mm2Aders 4 mm2
16 mm slagvast of flexibelOngeveer 44 mm2743
19 mm slagvastOngeveer 67 mm21075
25 mm slagvastOngeveer 115 mm218129

Een sleuf frezen of een gat boren doe je niet zomaar overal. In een dragende muur of door een vloerbalk zaag je aan de constructie van je huis, en dat is werk waar een constructeur of aannemer naar moet kijken. Datzelfde geldt voor buizen die je op een ladder of een steiger naar een hoge gevel of nok wilt brengen: dat is werken op hoogte en dat besteed je uit.

Draad verbinden, verlengen en afdoppen

Elektradraad aan elkaar maken doe je met een klem die past bij het soort ader. Een push-in lasklem van het type Wago 2273 is bedoeld voor massieve aders en houdt een soepele draad niet betrouwbaar vast. Een klem met hefbomen, zoals de Wago 221, pakt massief en soepel allebei en laat je de ader er ook weer uithalen. Welke uitvoering waar past, zetten we op een rij bij de verschillende lasklemmen.

Een kroonsteentje is nog steeds bruikbaar, mits je de schroef op koper aandraait en niet op de isolatie, en mits er geen koperdraadjes buiten de klem uitsteken. Draad vastzetten onder een schroef vraagt bij soepele draad altijd een adereindhuls, want anders draai je de bundel plat en verliest de klem zijn grip. Een lasdop die je op de draaduiteinden schroeft is het snelst voor massief werk in een droge doos.

De regel die bij verlengen alles bepaalt: elke verbinding moet bereikbaar blijven. Elektradraad verlengen in een lasdoos die je daarna onder de dekvloer giet of achter tegels wegwerkt, is geen verlenging maar een tijdbom die je zelf niet meer kunt openen. Kun je de kabel niet vervangen, dan bouw je een inbouwdoos in de muur met een afdekplaatje erop, en ga je vandaar met buis verder naar de nieuwe plek.

Elektradraad afdoppen gaat het netst met een losse klem per ader. Wat in de ene winkel een afdopklem met één ingang heet, ligt bij de volgende als draad eindstop in het schap, en die schuif je over elke gestripte ader afzonderlijk. Doe dat in een lasdoos met deksel en niet los in een plafond.

Beter nog is het om de ongebruikte draad helemaal weg te halen tot aan de doos waar hij vertrekt. Wat er niet meer is, kan ook nooit meer per ongeluk onder spanning komen. Lukt dat niet omdat de buis doorloopt naar een kamer waar inmiddels een vloer ligt, dan is een lasdoos met afgedopte aders op een bereikbare plek de nette tweede keuze.

Bij 12 volt draad verbinden gelden andere gewoontes. Daar bestaan L en N niet, maar plus en min, meestal als rode en zwarte draad. Plus en min draad herkennen doe je met een multimeter op gelijkspanning: staat de meter positief, dan zit je rode meetpen op plus. Soldeer de verbinding en schuif er krimpkous overheen, want een klemverbinding die corrodeert geeft bij lage spanning meteen spanningsverlies.

Werk in een volle centraaldoos kleur voor kleur. Sluit eerst alle blauwe aders af in één klem, rol die bundel langs de wand van de doos naar binnen en begin dan pas aan de volgende kleur. Zo houd je overzicht en past het deksel er aan het eind gewoon op, in plaats van dat je twaalf draden tegelijk naar binnen zit te proppen.

Draad voor spotjes en meerdere lichtpunten doorlussen

Zeven inbouwspots van vijf watt trekken samen 35 watt, en met het verlies in de elektronica kom je op ongeveer 45 watt. Dat is nog geen 0,2 ampère bij 230 volt, dus qua stroom zou een dun snoertje volstaan. Toch is 0,75 mm2 hier de verkeerde keuze voor de doorlusleiding.

De reden is dat de automaat in de groepenkast de leiding beveiligt en niet de lamp. Hangt die leiding achter een automaat van 16 ampère, dan moet hij 16 ampère kunnen voeren tot de automaat aanspreekt. Daarom leg je voor de doorlus gewoon 1,5 mm2 in een leiding die voor vaste installatie bedoeld is, en gebruik je soepel snoer alleen voor het laatste stukje naar het armatuur zelf. Hoeveel je verder nog op die groep kwijt kunt, reken je na met de calculator voor groepen en vermogen.

Schrijft de fabrikant hittebestendig snoer voor, dan gebruik je dat ook. Bij 230 volt spots met een GU10-fitting wordt het achter de spot warmer dan mensen verwachten, ook met een led erin, en gewoon pvc-snoer verhardt daar op termijn van.

De slimste bouwwijze zetten we uit ervaring op een rij: hang boven elke spot een kleine T-lasdoos en ga van die doos met een stukje flexibele mantelbuis naar de spot toe. Je trekt de spot dan dertig centimeter uit het plafond als er iets vervangen moet worden en duwt hem daarna terug. Zonder die extra lengte hangt je armatuur aan strakke draadjes en moet je bij elke storing het plafond open.

Voor het overgangspunt van massief naar soepel bestaan speciale klemmen: aan de ene kant een snijveer voor de massieve ader, aan de andere kant een kooiklem voor de soepele ader. Werkt dat met de klemmen die je hebt niet, dan pers je een adereindhuls op de soepele ader en gebruik je een gewone lasklem.

Isolatie boven een inbouwspot is een reëel risico. Ligt er glaswol of een isolatieplaat tegen de armaturen aan, dan kan de warmte niet weg. Kies dan spots die daar aantoonbaar voor vrijgegeven zijn en houd anders de door de fabrikant genoemde vrije ruimte rondom aan.

Als er draad staat maar geen elektradraad bedoeld wordt

Het woord draad doet in de klusserij dienst voor twee heel andere dingen. Naast elektradraad is er schroefdraad, en wie zoekt op draad snijden op buis zit in dat tweede spoor. Daar gaat het om een stalen verwarmings- of waterleiding waar je met een snij-ijzer een nieuwe buitendraad op maakt.

Die klus is met het juiste gereedschap goed te doen. Zet het snij-ijzer met de afgeschuinde kant op de buis, gebruik altijd snijolie en draai na elke halve slag een stukje terug om de spaan te breken. Houd de leiding tegen met een sokkentang, een flink uitgevallen waterpomptang, zodat je de aftakking niet staat te verdraaien. Een goede lasnaad breekt daar echt niet zomaar af, maar de spanen schieten alle kanten op, dus een veiligheidsbril is hier geen luxe.

Op een geslaagde buitendraad schroef je een verloopstuk of een schroefbus met gaskeur. Die heeft conische draad, net als de draad die je zelf gesneden hebt, en dicht zichzelf af doordat hij bij het aandraaien steeds strakker klemt. Verloopringen zijn sneller, maar ze lekken in de praktijk vaker dan een gesneden draadverbinding.

Teflon tape of draad, dus tape of afdichtkoord, werkt allebei mits je de richting aanhoudt. Je wikkelt met de draadrichting mee en niet tegen de draad in, anders schuift de tape er bij het aandraaien af en heb je alsnog een lekkage. Acht tot twaalf strakke slagen is voor een halve inch ruim voldoende.

Een moer met linkse draad, bijvoorbeeld een M10 moer op een spanschroef, herken je aan gangen die naar linksboven lopen en soms aan een groef in de kop. Zo'n moer zet je linksom vast. En dan is er nog het draad dat helemaal niets met leidingen te maken heeft, van spandraad voor een klimplant tot het koord van een dakraamgordijn.

Wat er met draad bedoeld wordtWaar het over gaatWat je nodig hebt
Draad snijden op buisSchroefdraad op een stalen verwarmings- of waterleidingSnij-ijzer in de juiste maat, snijolie, sokkentang en een veiligheidsbril
Conisch draadBuitendraad die taps toeloopt en zichzelf afdicht bij het aandraaienEen schroefbus of verloopstuk met dezelfde conische maat, bij gas met gaskeur
Moer M10 met linkse draadVerbinding die je linksom vastdraait, vaak op spanschroeven en wartelsHerkenning aan de gangrichting, en gereedschap dat je andersom bedient
Teflon tape of draadAfdichten van een schroefdraadverbinding met tape of met afdichtkoordAcht tot twaalf slagen, met de draadrichting mee gewikkeld
Draad voor een klimplantGespannen roestvaststalen draad langs een gevelSpandraad, spanschroeven en muurafstandhouders van drie tot vijf centimeter
Draad van kerstverlichting gebrokenEen onderbroken ader in een lichtsnoerBij 230 volt het snoer vervangen, achter een adapter solderen met krimpkous
Velux rolgordijn met een losse draadHet spankoord in de zijgeleiding dat uit zijn baan geschoten isHet koord terug in de geleider leggen, dit is geen elektrawerk

Draad snijden op een gasleiding is geen doe-het-zelfwerk. Werk aan gasleidingen hoort bij een erkend installateur, ook als het maar om een verloopje gaat. Een lekkage die je niet ruikt omdat hij achter een kast zit, is een risico dat in geen verhouding staat tot het uurtarief.

Zo stel je vast welke draad L is en welke N

Deze volgorde werkt bij een lichtpunt, bij een schakelaar en bij het aansluitpunt van een vast apparaat.

  1. Zet de juiste groep uit en controleer dat ook

    Schakel de automaat van de betreffende groep uit en controleer met een tweepolige tester dat er inderdaad geen spanning meer op de aders staat. Vertrouw niet op het nummer op de groepenlijst, want die klopt vaker niet dan wel. Blijf van alles achter de hoofdzekering en van de verzegelde delen in de meterkast af: dat is werk voor de netbeheerder of een erkend installateur.

  2. Maak de aders vrij en leg ze uit elkaar

    Draai de doos of het aansluitpunt open en buig de aders zo dat ze elkaar en de wand van de doos niet kunnen raken. Knip niets af, want die extra centimeters heb je straks nodig om te klemmen. Strip acht tot tien millimeter, precies genoeg om een klem te vullen zonder dat er koper buiten uitsteekt.

  3. Zoek eerst de aarde, en gok daar nooit op

    Geelgroen is de aarde en die zet je apart. Kom je in een oud huis grijs tegen, dan is dat de aarde van toen. Zie je groen zonder geel, blijf daar dan vanaf tot je gemeten hebt: in oude installaties is groen juist de fase en dat is de verwisseling waar de meeste ongelukken uit voortkomen. Welke kleur in welk tijdvak welke functie had, staat bij de kleuren van L, N en aarde.

  4. Zet de groep kort aan en meet welke ader de fase voert

    Zorg dat de aders los en uit elkaar liggen, schakel de groep in en meet met de tweepolige tester tussen elke ader en de aarde. De ader die constant 230 volt geeft is de fase, meestal bruin. De ader die alleen spanning voert als de wandschakelaar aan staat, is de schakeldraad, meestal zwart. De ader die niets geeft, is de nul.

  5. Noteer wat je gemeten hebt en schakel weer uit

    Zet met labeltape op elke ader wat hij is voordat je de groep weer uitschakelt. Controleer daarna opnieuw dat de spanning eraf is. Deze twee minuten voorkomen dat je straks alsnog op kleur gaat aansluiten omdat je niet meer zeker weet welke zwarte ader meeschakelde.

  6. Sluit aan: blauw op N, zwart of bruin op L, geelgroen op de aarde

    Zet de nul op N en de schakeldraad op L, en bij een fitting hoort de fase aan het contactlipje midden onderin. Gebruik per verbinding een klem die bij de ader past en pers op elke soepele ader een adereindhuls. Twijfel je welke klem je moet pakken, kijk dan bij het kiezen van de juiste klem per adertype. Trek daarna aan elke ader om te controleren dat hij echt vastzit.

  7. Schakel in en controleer het gedrag, niet alleen het licht

    Zet de groep aan en test met de wandschakelaar. Controleer met de contactloze spanningszoeker dat het armatuur spanningsloos is als de schakelaar uit staat, want anders zit de schakelaar in de nul in plaats van in de fase. Druk meteen even op de testknop van de aardlekschakelaar, iets wat vrijwel niemand periodiek doet.

Maatvoering

De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens

Ruimte of vakgebiedOnderdeelGangbare maatMarge die in de praktijk werktWaar je op moet letten
SanitairWastafel, bovenkant85 cm boven de vloer80 tot 90 cmMeet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm.
SanitairWastafelkraan, uitloop25 tot 30 cm boven de wastafelrandwat past bij de komTe hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder.
SanitairFonteintje in het toilet80 tot 85 cm75 tot 90 cmVaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is.
SanitairToiletpot, bovenkant zitting40 tot 43 cm38 tot 48 cmEen verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger.
SanitairHangend toilet, onderkant pot40 cm boven de vloer38 tot 45 cmDe hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast.
SanitairToiletrolhouder70 cm hoog, 25 cm voor de pot60 tot 80 cmTe ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit.
SanitairDouchekraan, thermostaat100 tot 110 cm95 tot 120 cmJe wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan.
SanitairDoucheglijstang, bovenkant180 tot 200 cmafhankelijk van de lengste gebruikerReken op minstens 20 cm boven de kruin.
SanitairRegendouche, onderkant kop205 tot 215 cm200 tot 220 cmOnder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd.
SanitairHanddoekradiator, onderkant20 tot 30 cm boven de vloer15 tot 40 cmLaag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen.
SanitairAfvoer wastafel, muurdoorvoer50 tot 55 cm45 tot 60 cmOnder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling.
ElektraStopcontact in een woonruimte30 cm hart boven de vloer25 tot 40 cmBij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen.
ElektraStopcontact boven een aanrechtblad115 tot 125 cm10 tot 20 cm boven het bladUit de spatzone van de kraan blijven.
ElektraLichtschakelaar105 cm hart boven de vloer90 tot 120 cmGelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld.
ElektraDeurklink100 cm hart boven de vloer95 tot 105 cmOok de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen.
ElektraMeterkast, groepenkast150 tot 180 cmbereikbaar zonder trapjeDe hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn.
ElektraWandcontactdoos buitenminimaal 30 cm boven maaiveldhoger bij kans op opspattend waterSpatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten.
ElektraBedrade deurbel, drukknop110 tot 130 cm100 tot 140 cmOok bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel.
ElektraWandlamp naast een spiegel160 tot 170 cmop ooghoogte van de gebruikerLicht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven.
ElektraTelevisieaansluiting40 cm of op de hoogte van het schermafhankelijk van de opstellingBij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm.
KeukenWerkblad, bovenkant90 tot 95 cm85 tot 100 cmVuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger.
KeukenBovenkasten, onderkant50 tot 60 cm boven het blad45 tot 65 cmTe laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken.
KeukenAfzuigkap boven een elektrische kookplaat60 cm55 tot 70 cmOnder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht.
KeukenAfzuigkap boven een gaspit65 cm65 tot 75 cmBij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam.
KeukenPlint onder de keukenkasten10 tot 15 cmstandaard 15 cmTerugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan.
KeukenInbouwoven op ooghoogteonderkant op 85 tot 90 cmnaar de gebruikerScheelt bukken met een hete plaat in je handen.
TrapTrapleuning90 cm boven de voorkant van de trede85 tot 100 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer.
TrapLeuning langs een bordes100 cm90 tot 110 cmBij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap.
TrapOptrede, hoogte per trede18 tot 20 cmmaximaal 21 cm binnen een woningAlle treden even hoog, ook de eerste en de laatste.
TrapAantrede, diepte van de trede22 tot 24 cmminimaal 22 cmVuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm.
TrapVrije doorloophoogte boven de trap230 cmminimaal 210 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond.
TrapSpijlafstand van een balustrademaximaal 10 cmkleiner bij kinderenZo kan een kinderhoofdje er niet tussen.
DeurenBinnendeur, standaardmaat83 bij 201,5 cm78 tot 93 cm breedDe dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad.
DeurenVoordeur, standaardmaat88 bij 201,5 cm83 tot 100 cm breedBreder is prettig bij verhuizen en bij een rollator.
DeurenSpeling onder een binnendeur1 tot 1,5 cm2 cm bij mechanische ventilatieDe kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet.
DeurenSpeling rondom in het kozijn3 mm2 tot 4 mmTe weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt.
DeurenScharnieren, afstand tot de hoek20 cm van boven en onder15 tot 25 cmBij een zware deur een derde scharnier in het midden.
VentilatieVentilatierooster in een raamboven in het kozijnop de bovenregelWarme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder.
VentilatieAfzuigpunt in een badkamerhoog in de ruimte20 tot 30 cm onder het plafondVocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet.
VentilatieMuurrooster kruipruimtenet boven het maaiveldminimaal 15 cmAnders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht.
VentilatieDakdoorvoer, afstand tot de nokminimaal 50 cmafhankelijk van het typeTe dicht bij de nok geeft terugslag bij wind.

Samengesteld uit gangbare praktijkmaten, de eisen uit het Bouwbesluit waar die van toepassing zijn, en montagevoorschriften van fabrikanten. Standaardmaten zijn een vertrekpunt, geen wet: pas ze aan op de lengte van de mensen die de ruimte gebruiken. Bij nieuwbouw en verbouw gelden de actuele bouwregels boven elke vuistregel.

Voordat je de groep weer inschakelt

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

Zwart op N en blauw op L, precies andersom dan verwacht

Boven in een woning moesten een paar lampen opgehangen worden. Uit het plafond kwamen twee aders, een zwarte en een blauwe, terwijl het armatuur alleen een blokje had met de letters N en L erbij. Bij de bestaande lampen in dat huis zat zwart op N en blauw op L, wat precies het omgekeerde was van wat overal beschreven staat.

Een spanningzoeker gaf uitsluitsel: het lampje in de steel ging branden bij de zwarte draad en bleef donker bij de blauwe. Zwart was dus gewoon de geschakelde fase en blauw de nul. De bestaande armaturen waren ooit verkeerd om aangesloten en dat had niemand ooit gemerkt, want een lamp brandt in beide standen.

Voor de werking maakte het inderdaad niets uit, voor de veiligheid wel. De zwarte draad ging daarom naar het contactlipje midden onderin de fitting en de blauwe naar de schroefdraad. Zo raak je bij het vervangen van een peertje de mantel aan en niet het spanningvoerende deel.

Dit kwamen we tegen

Een wandlamp die op blauw en bruin niet werkte

Uit de muur kwamen vier aders: blauw, zwart, bruin en geelgroen. De wandlamp had er maar twee, blauw en bruin. Blauw op blauw en bruin op bruin leek de logische keuze, maar de lamp bleef donker. Zelfs met een verhuisfitting eraan, om een defect armatuur uit te sluiten, gebeurde er niets.

De meting bracht het verschil. Op de zwarte ader stond 230 volt zodra de wandschakelaar aan ging, en op de bruine ader in deze doos stond niets. Wie de installatie ooit aanlegde, had bruin hier als retourdraad gebruikt in plaats van als fase. Dat gebeurt vaker dan je zou willen en het is precies de reden dat kleur een aanwijzing is en geen bewijs.

De bruine draad van de lamp ging daarna op de zwarte schakeldraad, blauw bleef op blauw en de geelgroene ader kreeg zijn plek op het aardsymbool. Sindsdien doet de schakelaar gewoon zijn werk. Had de lamp het wel gedaan op blauw en bruin, dan had hij dag en nacht gebrand zonder dat je hem uit kon zetten.

Dit kwamen we tegen

Twee lampen, drie schakelaars en zwart met een witte streep

In de gang van een appartement uit 2012 hingen twee lichtpunten die met drie schakelaars te bedienen waren. Bij het eerste punt zat één zwarte ader met een dunne witte streep, bij het tweede punt zaten er twee. De blauwe en bruine draden elders in huis waren gelukt, maar hier ging de lamp niet aan.

Drie schakelaars op één lichtpunt betekent een hotelschakeling met een kruisschakelaar ertussen. Die zwart-witte aders zijn wisseldraden, en de installateur gebruikt die kleur juist om ze te kunnen onderscheiden van de gewone schakeldraad als er meerdere door één buis lopen.

Wat het oploste: bij het aansluitpunt met twee zwarte aders werden die twee doorgelust in één lasklem, met een derde stukje zwarte draad erbij naar de lamp. Hetzelfde gebeurde met blauw. Bij het andere punt gingen zwart en blauw rechtstreeks op het armatuur. Beide lampen staan nu parallel en schakelen met alle drie de schakelaars mee.

Dit kwamen we tegen

Zeven ledspots doorlussen in een gipsplaten plafond

In een plafond van gipsplaten op houten rachels moesten zeven inbouwspots van 230 volt komen, vijf watt per stuk. De vraag was welke kabel: mantelkabel met massieve kern, of juist een soepel hittebestendig snoer omdat de spots in het plafond geduwd moeten worden. Op stroom viel het mee, want zeven spots plus elektronica komen samen op ongeveer 45 watt en dus iets van 0,2 ampère.

Toch is dun snoer hier de verkeerde afweging. De leiding hangt achter een automaat van 16 ampère en die beschermt de leiding, niet het lampje. Voor de doorlus werd daarom 1,5 mm2 aangehouden in een leiding die voor vaste installatie bedoeld is, met soepel snoer alleen op het laatste stukje naar de spot.

De uitvoering die achteraf het meeste opleverde, was een kleine T-lasdoos boven elke spot met daarvandaan een stukje flexibele mantelbuis. Daardoor trek je een spot dertig centimeter uit het plafond om iets te vervangen en duw je hem daarna terug. In de centraaldoos werd kleur voor kleur gewerkt: alle blauwe aders af, die bundel langs de wand naar binnen rollen en dan pas verder met de volgende kleur.

Veelgemaakte fouten

Aannemen dat bruin altijd de fase is

Bruin hoort de fase te zijn, maar in een doos waar iemand anders aan gewerkt heeft is die kleur regelmatig als retour- of doorvoerdraad gebruikt. Wie op kleur aansluit en het niet werkt, gaat vervolgens op goed geluk klemmen verzetten. Meet welke ader spanning voert en welke meeschakelt met de wandschakelaar, dan is het in twee minuten duidelijk.

Groen aanzien voor aarde in een oud huis

In installaties van voor de jaren zeventig is groen de fase en grijs de aarde. Een geelgroene ader is aarde, een egaal groene ader in een oude installatie juist niet. Dat verschil zie je bij slecht licht in een centraaldoos nauwelijks, dus neem er een goede lamp bij en meet voordat je iets vastpakt.

De schakelaar in de nul zetten in plaats van in de fase

Het licht gaat gewoon uit, dus het lijkt te werken. Maar het armatuur blijft aan de fase hangen terwijl de schakelaar uit staat, en dat is precies het moment waarop iemand denkt veilig aan een lamp te kunnen sleutelen. Schakelen doe je altijd in de fase, en na het aansluiten controleer je dat met een contactloze spanningszoeker.

Soepele draad zonder adereindhuls onder een schroefklem

De losse draadjes van een soepele ader waaieren onder de schroef uit en een deel valt buiten de klem. Wat overblijft is een verbinding met minder koperoppervlak dan bedoeld, en die loopt onder belasting warm. Een adereindhuls persen kost vijf seconden en maakt van een soepele ader een nette massieve pen.

Een lasverbinding wegwerken achter tegels of onder de dekvloer

Een verlenging in de vloer gieten of achter een betegelde wand zetten lijkt de nette oplossing, maar elke verbinding moet bereikbaar blijven. Gaat er ooit iets mis in die klem, dan sta je met een breekhamer in je nieuwe badkamer. Bouw in plaats daarvan een inbouwdoos met een afdekplaatje in de muur en ga vandaar met buis verder.

Losse draden afdoppen met een kroonsteentje

Een kroonsteentje met open zijkanten laat het koper deels vrij, en meerdere aders in één steentje kunnen elkaar raken zodra er aan de andere kant iets beweegt. Dop elke ader afzonderlijk af met een lasklem of een afdopklem met één ingang, en zet het geheel in een doos met een deksel erop.

De aders van één groep over twee buizen verdelen

Bij vijf aders en twee halfvolle buizen is de verleiding groot om ze te verdelen. Dat mag niet: fase, nul en aarde van dezelfde stroomketen horen in dezelfde buis of kabel. Gescheiden aders wekken magnetische velden op die elkaar niet meer opheffen, met opwarming en storing tot gevolg. Kies dan een dikkere buis of een meeraderige kabel.

Afgaan op een spanningzoeker met een lampje in de steel

Zo'n schroevendraaier licht al op bij inductie van een draad die ernaast ligt, en hij zegt niets over de kwaliteit van de nul. Bij een losse afgedopte ader meet je met een digitale meter zomaar 20 tot 55 volt die er in werkelijkheid niet zit. Gebruik voor het echte werk een tweepolige tester die de meting belast.

Veelgestelde vragen

Wat is de L en N draad?

L is de fase, de draad die spanning aanvoert, en N is de nul of neutrale draad, die de stroom terugvoert naar de groepenkast. In een moderne installatie is L bruin en N blauw, plus een geelgroene aarde die in normaal bedrijf niets doet. Bij een lichtpunt zie je vaak zwart in plaats van bruin, want dat is de fase die via de wandschakelaar terugkomt. Wie de N en L draad in een doos wil aanwijzen, gebruikt de kleur als startpunt en de meting als bewijs.

Is de blauwe draad L of N?

N is de blauwe draad, in elk geval in elke installatie die volgens de huidige kleurafspraak is aangelegd. Blauw is de nul en die hoort op de klem met de letter N. Let wel op: in een installatie van voor de jaren zeventig is rood de nul en heeft blauw daar helemaal geen rol, en bij apparatuur van buiten Europa kom je wit tegen als nul. Meet daarom altijd voordat je vastschroeft.

Is de zwarte draad L of N?

De zwarte draad is L, maar dan de geschakelde variant. In een Nederlandse woning is zwart vrijwel altijd de schakeldraad: de fase die vanuit de wandschakelaar terugloopt naar het lichtpunt. Hij hoort dus op L en nooit op N. In een kabel met meerdere fasen kan zwart ook de tweede fase L2 zijn, dus in een meterkast of bij krachtstroom geldt die vuistregel niet zonder meting.

Kan een zwarte draad op een bruine draad?

Ja, en bij het ophangen van een lamp is dat juist de normale situatie. Uit het plafond komt een zwarte schakeldraad en het armatuur heeft een bruine draad, want armatuursnoer wordt met vaste kleuren gemaakt. Zwart op bruin betekent hier dus gewoon: fase op fase. Wat je niet moet doen is zwart op blauw zetten, want dan zit de fase op de nulklem van het armatuur.

Wat gebeurt er als de L en N draad omgedraaid zijn?

Een lamp of apparaat blijft gewoon werken, en daarom valt zo'n fout zelden op. Het probleem zit in wat er onder spanning staat: de schroefdraad van een fitting kan spanning voeren bij het vervangen van een peertje, en een schakelaar die in de nul zit laat het armatuur onder spanning staan terwijl het licht uit is. Bij een gewoon randaardestopcontact maakt het voor de werking niets uit, want de stekker past twee kanten op.

Waarom meet ik spanning op de blauwe draad?

Bij een losse, afgedopte ader is dat vrijwel altijd inductiespanning. Een digitale multimeter belast de meting nauwelijks, waardoor de spanning van een naastliggende draad in dezelfde buis meelift en je 20 tot 55 volt afleest die er niet echt zit. Belast je de ader met een tweepolige tester, dan zakt die waarde direct in. Meet je wel degelijk spanning tussen de nul en de aarde van een aangesloten kring, dan is de nul ergens onderbroken of zijn L en N verwisseld, en dat zoek je uit voordat je verder gaat.

Hoe moet ik een blauwe en bruine draad aansluiten op een lamp?

De blauwe draad gaat naar N en de bruine naar L. Komt er uit het plafond blauw en zwart, dan gaat de blauwe draad van de lamp op blauw en de bruine draad van de lamp op zwart. Heeft de lamp ook een geelgroene ader, dan hoort die op het aardsymbool en nergens anders. Bij een fitting sluit je de fase aan op het contactlipje midden onderin en de nul op de schroefdraad, zodat je bij het vervangen van een peertje niet aan de fase zit.

Welke draad gebruik ik voor spotjes?

Voor de doorlusleiding tussen de spots houd je 1,5 mm2 aan in een leiding die voor vaste installatie bedoeld is, ook al trekken zeven ledspots samen nog geen 0,2 ampère. De automaat van 16 ampère in de groepenkast beveiligt namelijk de leiding en niet het lampje. Naar het armatuur zelf gebruik je een soepel aansluitsnoer, en als de fabrikant hittebestendig snoer voorschrijft dan gebruik je dat. Twijfel je over het kabeltype, dan helpt onze draad- en kabelkiezer je snel op weg.

Wanneer gebruik je 4mm2 draad en wanneer 6mm2?

In een gewone woning is 2,5 mm2 de dikste maat die je standaard tegenkomt, voor groepen met wandcontactdozen. 4mm2 draad kies je als de leiding lang is en het spanningsverlies gaat meetellen: naar de omvormer van zonnepanelen op zolder, naar een kookgroep aan de andere kant van het huis of naar een schuur achterin de tuin. 6mm2 draad, meestal in soepele uitvoering, gebruik je voor de verbinding naar de hoofdaardrail en bij krachtgroepen. Welke doorsnede bij jouw lengte en zekering past, reken je na met de draad- en kabelkiezer, en op elke soepele ader onder een schroefklem pers je een adereindhuls.

Mag ik elektradraad verlengen en waar mag die verbinding zitten?

Verlengen mag, maar de verbinding moet altijd bereikbaar blijven. Een lasdoos onder de dekvloer of achter tegels is dus geen optie, hoe verleidelijk dat ook is bij een kabel die net te kort is. De praktische oplossing is een inbouwdoos in de muur met een afdekplaatje erop, en vanaf die doos met buis verder naar de nieuwe plek. Gebruik klemmen die bij het adertype passen en laat in de doos wat extra lengte zitten voor de volgende keer.

Hoe dop ik elektradraad af?

Per ader afzonderlijk, met een lasklem of een afdopklem met één ingang die ook wel als eindstop verkocht wordt. Strip acht tot tien millimeter, schuif de klem erop en controleer met een lichte trek of hij vastzit. Zet het geheel in een lasdoos met een deksel en laat die bereikbaar. Kun je erbij, dan is het nog netter om de ongebruikte draad helemaal terug te trekken tot de doos waar hij vertrekt, want een draad die er niet meer is kan ook nooit meer onder spanning komen.

Mag soepele draad in een Wago-klem?

Dat hangt van het type af. Een push-in klem zoals de 2273 is voor massieve aders gemaakt en houdt een soepele ader niet betrouwbaar vast. Een klem met hefbomen, zoals de 221-serie, is voor soepele en massieve draad door elkaar bedoeld en laat de ader er ook weer uit.

Wil je toch een klemtype voor massief werk gebruiken met soepele draad, pers er dan een adereindhuls op. Onder een schroefklem is die huls sowieso verplichte kost.

Hoe herken ik de plus en de min bij 12 volt?

Bij gelijkspanning bestaan L en N niet, daar gaat het om plus en min. Rood is bijna altijd plus en zwart is min, maar bij ledstrips en gordijnrails kom je ook wit met een streepje of een ribbel tegen als markering. Plus min draad herkennen doe je zeker met een multimeter op gelijkspanning: staat de aflezing positief, dan zit je rode meetpen op plus. Bij 12 volt draad verbinden loont solderen met krimpkous, omdat een corroderende klemverbinding bij lage spanning direct merkbaar spanningsverlies geeft.

Wanneer je beter een vakman belt

Draden herkennen, doormeten en een lichtpunt aansluiten kun je met wat geduld prima zelf. Er zijn wel situaties waarin je het gereedschap neerlegt en belt.

Alles achter de hoofdzekering in de meterkast valt daaronder, inclusief de verzegelde delen en de aansluitkast van de netbeheerder. Daar heb je niets te zoeken, ook niet even. Datzelfde geldt voor werk aan gasleidingen, ook als het maar om een verloopstuk met schroefdraad gaat: dat is werk voor een erkend installateur.

Kom je in een oud huis materiaal tegen waarvan je vermoedt dat er asbest in verwerkt is, bijvoorbeeld in een oude meterkastwand of achter een plafond, dan stop je met boren en frezen. Dat laat je onderzoeken en verwijderen door een gecertificeerd bedrijf. Sleuven in een dragende muur of gaten door vloerbalken laat je beoordelen voordat je zaagt, en leidingwerk hoog aan een gevel of in een nok is werken op hoogte en dus geen zolderklus met een keukentrap.

Er is nog een grens die meer met tijd dan met veiligheid te maken heeft. Een wirwar van wissel- en kruisschakelaars over vijf of zes dozen die je niet kunt herleiden, kost een installateur een uur en jou een weekend. Is het gebouwd door iemand anders en klopt er zichtbaar iets niet in de installatie, zoals een losse aarde of een groep die nergens op reageert, dan is dat vaak het topje van iets groters. Hoe de rest van je installatie in elkaar hangt, van groepenkast tot lichtpunt, staat bij elektra in en om het huis.

Verder lezen over dit onderwerp

diy-gids.nl ELEKTRA Lasdop
Elektra

Lasdop

diy-gids.nl ELEKTRA Lasklemmen
Elektra

Lasklemmen