Kozijnen plaatsen, herstellen en vervangen
Een kozijn is geen enkel stuk hout maar een frame van stijlen, dorpels, een kalf en neuten, met een sponning waar de deur, het raam of het glas in valt en een aansluiting op de muur die water en wind moet keren. Bijna elke klacht komt uit de onderste twintig centimeter, want daar staat het water en daar zit de aansluiting op het metselwerk. Op deze pagina staan de maten die je moet kennen, de verschillen tussen hout, kunststof, aluminium en staal, en per klus de volgorde die in de praktijk werkt.
Alle gidsen over kozijnen
Sponning
Een sponning is de rechthoekige inkeping in het hout waar een raam, een deur, een ruit of het stucwerk in…
Raamkozijn
Een raamkozijn zelf maken is goed te doen zolang je de profielen kant en klaar koopt en alleen de hoekverbindingen…
Houten kozijnen vervangen
Bijna nooit is een heel houten kozijn op. Meestal zit de rot in de onderdorpel en in de onderste centimeters…
Kunststof kozijnen plaatsen
Een kunststof kozijn plaats je niet vast tegen het metselwerk aan, maar zwevend in een opening die rondom tien tot…
Compriband kozijn
Compriband is voorgeperst schuimband dat je op het kozijn plakt en dat daarna uitzet tot het de voeg tussen kozijn…
De onderdelen van een kozijn en hoe ze heten
Een kozijn lijkt één ding, maar het is een frame van losse delen die elk iets anders doen. De twee staande delen heten stijlen, de liggende delen boven en onder heten dorpels, en de liggende balk die een bovenlicht scheidt van de deur of het raam eronder heet een kalf. Wie die namen kent, houdt een gesprek met een timmerfabriek of een leverancier een stuk korter, want dan hoef je niet meer te wijzen.
Kozijnen zijn één onderwerp binnen ramen, deuren en kozijnen, en vrijwel alles wat mensen ermee hebben valt in vijf groepen. Er moet ergens een kozijn in, het kozijn lekt of tocht, het hout rot onderin weg, kunststof of staal ziet er niet meer uit, of er moet iets aan gemonteerd worden waarvan je je afvraagt of dat mag. Elk van die vijf krijgt hieronder een eigen stuk.
De plek waar het bijna altijd misgaat is de onderste twintig centimeter van het kozijn. Daar komt het water samen, daar zit de aansluiting op het metselwerk, en daar staan de kopse kanten van het hout. Kijk bij elke klacht dus eerst onderin, ook als je het probleem bovenin ziet.
Het woord dat je het vaakst nodig hebt is sponning: de inspringende hoek waarin de deur, het raam of het glas valt. Bijna elke maatvraag komt daarop uit, en wat een sponning precies is en hoe je hem meet staat daarom apart uitgewerkt. Voor een raam gelden andere sponningmaten dan voor een deur, en voor dubbel glas weer andere dan voor enkel glas.
Niet elk kozijn is een rechthoek. Een hoekkozijn loopt om de hoek van een gevel heen en heeft in die hoek een stijl of een stalen kolom nodig, een halfrond kozijn heeft een gebogen bovendorpel die uit gelamineerd hout wordt opgebouwd, en een dakkozijn zit in een dakvlak of in een dakkapel en heeft daardoor een steilere afwatering. Een kozijn tot aan de grond, zoals bij een pui, mist de onderdorpel als opstand en vraagt daardoor extra aandacht voor water dat naar binnen kan lopen.
| Onderdeel | Wat het is | Waar je het tegenkomt | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Stijl | Het staande deel links en rechts | Elk kozijn | De onderkant rot weg omdat hij op nat metselwerk staat |
| Bovendorpel | Het liggende deel bovenin | Elk kozijn | Buigt door als de balk of latei erboven te licht is |
| Onderdorpel | Het liggende deel onderin, met afschot en een waterhol | Buitenkozijnen | Water blijft staan doordat het straatwerk ertegenaan ligt |
| Kalf of tussenkalf | Liggende balk tussen bovenlicht en deur of raam | Deurkozijnen met bovenlicht | De naad boven het kalfdeel scheurt open en gaat lekken |
| Tussenstijl | Staande balk tussen twee ramen in hetzelfde kozijn | Brede kozijnen en erkers | Te licht gekozen, waardoor het kozijn gaat werken |
| Tussendorpel | Liggende balk tussen twee ramen boven elkaar | Hoge kozijnen en puien | Zelfde verhaal als de onderdorpel, water blijft staan |
| Neut | Blokje steen, beton of kunststof onder de stijl | Buitendeurkozijnen | Alleen gelijmd in plaats van doorgeschroefd |
| Sponning | De inspringende hoek waarin deur, raam of glas valt | Overal | Te ondiep voor de ruit die je erin wilt zetten |
| Aanslag | De rand waar een opdekdeur tegenaan valt | Binnendeurkozijnen | Ontbreekt als je een stompe deur in een opdekkozijn hangt |
| Glaslat | Lat die de ruit in de sponning klemt | Ramen, deuren en bovenlichten | Zit aan de buitenzijde en is dan inbraakgevoelig |
| Neuslat of neuslatten | Lat onder de dorpel die het water vrij van de gevel houdt | Houtskeletbouw en dakkapellen | Te weinig oversteek, waardoor water langs de gevel loopt |
| Waterhol | Groef aan de onderkant van dorpel en neuslat | Buitenkozijnen | Vol geschilderd, waardoor het water doorloopt naar de muur |
| Afwateringsgat | Schuin gaatje van de glassponning naar buiten | Beglaasde delen | Verstopt met vuil, waardoor water in de sponning staat |
| Stellat of spouwlat | Lat in de spouw waar het kozijn tegenaan wordt gesteld | Bestaande gevels en renovatie | Niet vlak en niet haaks gesteld, dus het kozijn staat scheef |
| Vullat | Lat achter of naast het kozijn om de diepte op te vullen | Dikkere wanden na na-isolatie | Wordt op de sponning gezet in plaats van erachter |
| Koplat | Lat tegen de kopse kant van het kozijn of het metselwerk | Aftimmerwerk binnen | Wordt te dun gekozen en trekt krom |
| Deklat, afdeklat of afwerklat | Lat over de naad tussen kozijn en wand | Binnen aftimmeren | Vastgezet aan kozijn én wand, waardoor de naad openscheurt |
| Blindkozijn, stelkozijn of montagekozijn | Ruw kozijn van multiplex of vuren dat eerst wordt geplaatst | Nieuwbouw en houtskeletbouw | De dagmaat is te krap voor het uiteindelijke kozijn |
| Vleugel | Het draaiende of kiepende deel in het kozijn | Ramen en deuren | Zakt uit doordat de stelblokjes verkeerd liggen |
Hout, kunststof, aluminium, staal of beton
Het materiaal bepaalt vooral hoeveel onderhoud je hebt en hoe je later nog iets kunt herstellen. Hout kun je repareren, kunststof niet of nauwelijks, aluminium gaat lang mee maar is duur, en staal kom je alleen nog tegen in bestaande woningen uit de jaren zestig tot tachtig.
Voor buitenkozijnen van hout is meranti al decennia de standaard, omdat het redelijk stabiel is en zich goed laat schilderen. Daarnaast worden eiken, merbau, western red cedar en gemodificeerd hout toegepast. Vurenhout hoort niet buiten: het neemt water op en gaat binnen een paar jaar rotten, zeker aan de kopse kanten. Binnen is vuren juist prima, want daar telt vooral dat het recht blijft en goed te schilderen is. Wie een compleet gevelkozijn wil vervangen, leest verder bij houten kozijnen vervangen zonder de gevel te slopen.
Kunststof kozijnen zijn pvc-profielen met kamers erin, en in de meeste kamers zit een verzinkt stalen versterkingsprofiel. Dat staal maakt het kozijn stijf, maar het is ook de reden dat je er niet zomaar in mag boren. Aan de buitenkant zit vaak een gekleurde of houtnerffolie, en juist die folie is bij oudere kozijnen het zwakke punt. Hoe zo'n kozijn wordt gesteld en bevestigd staat bij kunststof kozijnen plaatsen.
Aluminium is het materiaal van grote puien en schuifpuien, omdat de profielen slank kunnen blijven bij veel gewicht. Let daarbij op de thermische onderbreking: oude aluminium kozijnen zonder kunststof strip tussen binnen- en buitenprofiel geleiden de kou zo naar binnen en geven condens op het profiel. Dat is een echte koudebrug en die los je niet op met een dikker rubber.
Stalen kozijnen zie je vooral als binnendeurkozijn in woningen uit de jaren zestig en zeventig, en als bovenlichtkozijn. Ze zijn dun, sterk en volledig ingemetseld, en dat laatste maakt vervangen tot sloopwerk. Betonnen kozijnen kom je tegen in systeembouw en in garages en bergingen: ze zijn onverwoestbaar maar niet aan te passen, dus daar past alleen een nieuw kozijn in het bestaande gat.
Geluid is een vraag die vaak terugkomt bij kunststof. Het profiel zelf doet weinig aan geluid, het glas doet bijna alles. Een dikker of asymmetrisch opgebouwd glaspakket met een stille spouw helpt merkbaar, een ander kozijnprofiel om dezelfde ruit heen niet.
| Materiaal | Waar het sterk in is | Waar je op moet letten | Onderhoud |
|---|---|---|---|
| Meranti | Prijs, verkrijgbaarheid, goed te schilderen en te repareren | Kwaliteitsverschil tussen leveranciers is groot | Elke 5 tot 7 jaar bijwerken, kopse kanten vaker |
| Eiken | Hard, mooi blank af te werken, lange levensduur | Werkt sterk en geeft looizuurvlekken op metselwerk | Olie of blanke lak, of onbehandeld laten vergrijzen |
| Merbau | Zeer duurzaam en vormvast | Bloedt bruin uit bij regen op vers hout | Weinig, maar afspoelend vocht kan de gevel kleuren |
| Western red cedar | Licht van gewicht, rot nauwelijks | Zacht, dus gevoelig voor stoten en schroefdruk | Alleen bijwerken, verft slecht in donkere kleuren |
| Gemodificeerd hout | Vormvast, hoge duurzaamheid, verf houdt lang | Duur en breekbaarder bij het schroeven | Lange schilderintervallen |
| Vuren of grenen | Goedkoop, recht, goed te schilderen | Alleen binnen, buiten rot het binnen een paar jaar | Binnen vrijwel geen |
| Kunststof pvc | Onderhoudsarm, goed isolerend, altijd tochtdicht af te stellen | Niet te repareren, stalen kern roest zodra je boort | Schoonmaken, rubbers invetten |
| Kunststof met houtnerffolie | Uiterlijk van hout zonder schilderwerk | Folie kan na 15 tot 20 jaar loslaten of bladderen | Schoonmaken, geen schuurmiddel |
| Aluminium | Slanke profielen, grote overspanningen, zeer lange levensduur | Zonder thermische onderbreking een koudebrug | Vrijwel geen, wel de afwatering schoonhouden |
| Staal | Dun en sterk, brandwerend, veel gebruikt als binnendeurkozijn | Ingemetseld, dus vervangen betekent hakken | Bijwerken van roestplekken, dopjes vervangen |
| Beton | Onverwoestbaar, geen onderhoud | Niet aan te passen en koud, dus condensgevoelig | Geen |
Sponningmaten, dagmaat en de speling die je nodig hebt
Bijna elke fout bij kozijnwerk is een maatfout, en die maten zitten allemaal in of rond de sponning. Meet daarom altijd van sponningbodem tot sponningbodem en niet van kozijnrand tot kozijnrand, want dat scheelt bij een opdekkozijn al gauw twee centimeter.
Bij binnendeuren zijn er twee systemen. In een opdekkozijn valt het deurblad over de aanslag heen en is de sponning ongeveer 13 mm diep. In een stomp kozijn valt de deur vlak in de sponning, en dan is de sponning even diep als de deur dik is, meestal 40 mm. Een deurblad van 231,5 x 93 cm is een gangbare hoge maat, net als 201,5 x 83 cm. Zoek je specifiek naar de sponningmaat en de sponningdiepte per deurtype, dan staat dat daar volledig uitgewerkt.
Speling is geen slordigheid maar een voorwaarde. Reken bij een deur op 3 mm aan de zijkanten en bovenlangs, en op 8 tot 12 mm onder, afhankelijk van de vloerafwerking en of er ventilatie onderlangs moet. Te veel ruimte tussen deur en kozijn zie je vooral bij oude kozijnen die uitgezakt zijn: dan is opvullen met een aanslaglat of een dikker slotplaatje netter dan de deur vervangen.
Rondom het kozijn zelf heb je stelruimte nodig. Tussen kozijn en muur hoort 10 tot 20 mm te zitten: genoeg om te stellen en om de naad af te dichten, niet zoveel dat je er geen fatsoenlijke afdichting meer in krijgt. Bij een naad breder dan 20 mm werkt compriband niet meer goed en moet je isoleren met een aparte vulling en aan beide zijden een kitvoeg met rugvulling maken.
Voor glas gelden weer eigen maten. Een ruit hoort met 5 mm speling rondom in de sponning te vallen, op stelblokjes die minstens zo breed zijn als de ruit dik is. De inbouwdiepte moet bij dubbel glas minstens 15 mm zijn, anders zie je de randafdichting van de ruit en gaat die stuk door uv-licht. Past dat niet in een oude sponning, dan is de sponning verdiepen of een dunne renovatieruit kiezen de route, niet het glas maar half in de sponning duwen.
| Maat | Gangbare waarde | Waar het over gaat |
|---|---|---|
| Sponningdiepte opdekdeur | 13 mm | Hoever de deur over de aanslag valt |
| Sponningdiepte stompe deur | Gelijk aan de deurdikte, meestal 40 mm | De deur valt vlak in het kozijn |
| Deursponning buitendeur | 54 mm bij een deur van 54 mm dik | Buitendeuren zijn dikker dan binnendeuren |
| Gangbare binnendeurmaten | 201,5 x 78, 83, 88 en 93 cm en 231,5 x 93 cm | De maat van het deurblad, niet van het kozijn |
| Speling zijkanten en bovenlangs | 3 mm | Anders klemt de deur bij vocht of bij zetting |
| Speling onderlangs | 8 tot 12 mm | Vloerafwerking plus ventilatie onder de deur door |
| Kozijnhout binnendeur | 27 x 90 mm of 40 x 115 mm | Dunne wand of wand met stucwerk en isolatie |
| Kozijnhout buiten | 67 x 114 mm en 67 x 140 mm | De standaardprofielen van de timmerfabriek |
| Afmetingen kozijnhout vroeger | Duimmaten, ongeveer 64 x 114 mm | Oud werk sluit daardoor net niet aan op nieuwe profielen |
| Kozijndikte kunststof | 70 tot 90 mm profieldiepte | Bepaalt hoeveel kamers en welke isolatiewaarde |
| Kozijndiepte aluminium schuifpui | Ongeveer 140 mm | Bepaalt hoe breed de onderdorpel eronder moet zijn |
| Glasspeling in de sponning | 5 mm rondom | Het glas mag nergens klem zitten |
| Inbouwdiepte dubbel glas | Minstens 15 mm | De randafdichting van de ruit moet uit het licht blijven |
| Sponningbreedte voor glas | Glasdikte plus 2 x 4 mm | Ruimte voor beglazingsband of kit aan beide zijden |
| Stelruimte tussen kozijn en muur | 10 tot 20 mm rondom | Stellen, isoleren en afdichten moet erin passen |
| Dagmaat stelkozijn | Kozijnmaat plus 2 x 10 mm | Het ruwe kozijn moet ruimer zijn dan het definitieve |
Een kozijn in een bestaande muur plaatsen
Een kozijn in een bestaande muur zetten is geen zaag- maar een constructiewerk. Boven de opening moet de last van het metselwerk worden opgevangen, en dat regel je met een latei per spouwblad. Bij een spouwmuur zijn dat er dus twee: één in het binnenspouwblad en één in het buitenspouwblad.
De volgorde die werkt begint met tijdelijk ondersteunen. Je maakt boven de toekomstige opening een gat door beide spouwbladen, steekt daar een stevige balk doorheen en stempelt die aan beide kanten af tot op een vaste ondergrond. Pas als die stempels staan, zaag je de opening op maat uit. Doe je het andersom, dan zakt het metselwerk boven je opening in terwijl je nog aan het zagen bent.
Daarna metsel je de lateien in met voldoende oplegging aan weerszijden, minstens 100 mm bij een gewone raamopening en meer bij grotere overspanningen. Laat de mortel uitharden voordat je de stempels weghaalt. Bij een halfsteens buitenspouwblad wordt vaak een stalen hoeklijn als latei gebruikt, bij een steensmuur of een dragende binnenmuur is het een zwaardere balk of een geprefabriceerde betonlatei, en daar hoort een berekening bij.
Het kozijn zelf hoort een renovatiesponning te hebben. Een standaard nieuwbouwkozijn heeft aan de spouwzijde een groef waar het buitenspouwblad in valt, en dat werkt alleen als je de gevel eromheen nog metselt. In een bestaande gevel wil je een kozijn met een sponning die van binnenuit tegen de dagkant valt. Datzelfde geldt bij het vervangen van een oud kozijn: hoe je een raamkozijn stelt, uitlijnt en vastzet hangt volledig af van de vraag of je een groef of een sponning hebt.
Vastzetten doe je mechanisch, niet met schuim. In metselwerk gebruik je kozijnpluggen of betonschroeven, per stijl minimaal twee, om de 50 tot 60 cm en met het bovenste en onderste bevestigingspunt 15 tot 25 cm uit de hoek. In een spouw zet je eerst spouwlatten of stellatten, die je vlak en haaks stelt, en daar schroef je het kozijn tegenaan. Pur is uitsluitend isolatie en afdichting, nooit de bevestiging.
De aansluiting tussen kozijn en muur waterdicht en luchtdicht krijgen
De naad tussen het kozijn en de muur moet drie dingen tegelijk doen: water buitenhouden, wind buitenhouden en de beweging van het kozijn opvangen. Eén product doet dat zelden alleen, dus je stapelt lagen. Van buiten naar binnen is de volgorde: waterkerend, dan isolerend, dan luchtdicht.
Aan de buitenzijde is voorgecomprimeerd band de nette oplossing. Het zet zichzelf uit tot in de naad, blijft elastisch en laat damp naar buiten ontsnappen, wat een kitvoeg niet doet. Belangrijk is dat je een band kiest waarvan het werkbereik jouw naadbreedte omvat, want een band die volledig uitgezet is drukt nergens meer tegenaan. Hoe je dat uitzoekt en aanbrengt staat bij compriband om een kozijn aanbrengen.
Waterkerende dpc-folie hoort in een spouwmuur rond het kozijn, en dan vooral boven de latei en onder de onderdorpel. De folie vangt water op dat via het buitenspouwblad naar beneden loopt en leidt het over het kozijn heen naar buiten. Dat werkt alleen als de folie aan de binnenzijde hoger zit dan aan de buitenzijde en in het binnenspouwblad is opgenomen. In een bestaande gevel is dat vaak niet meer te doen, want je krijgt de folie niet meer ingemetseld.
Bij een kunststof kozijn in een bestaande gevel kun je dpc-folie daarom meestal beter laten zitten. Het profiel zelf is ongevoelig voor vocht, en een halfslachtig aangebrachte folie die nergens op afwatert brengt water juist naar een plek waar het blijft staan. Een goede compriband rondom en een zorgvuldige kierdichting aan de binnenzijde doen dan meer dan een stuk folie dat losjes achter het kozijn hangt.
Lood of een loodslabbe boven het kozijn doet hetzelfde als dpc-folie, maar dan zichtbaar en met een langere levensduur. Een slabbe boven het kozijn steek je in de voeg boven de latei, vouw je over de latei heen en laat je een centimeter of twee voor de gevel uitsteken. Onder het kozijn is kozijnlood de klassieke oplossing: een strook lood die onder de dorpel doorloopt en over de raamdorpelstenen naar buiten steekt. Dat lood is ook precies de reden dat een houten dorpel er zonder problemen direct op mag rusten.
De kieren tussen kozijn en muur dicht je aan de binnenzijde met kierdichtingstape of met een luchtdichte kit op een schone ondergrond. Pur is daar geen vervanging voor: purschuim is niet luchtdicht, zeker niet nadat je het hebt teruggesneden. Werk je met lagedrukpur, snijd hem dan pas terug als hij volledig is uitgehard en breng er daarna pas de tape of de kit op aan.
| Naadbreedte of plek | Wat je daar gebruikt | Waarom | Wat je juist niet doet |
|---|---|---|---|
| Naad 2 tot 5 mm | Compriband met werkbereik 2 tot 5 mm, bandbreedte 15 mm | Blijft drukken en laat damp door | Alleen kitten, dat scheurt bij de eerste beweging |
| Naad 5 tot 10 mm | Compriband met werkbereik 5 tot 10 mm | Vangt zetting en werking van het hout op | Band uit een te smalle rol trekken en oprekken |
| Naad 10 tot 18 mm | Compriband met werkbereik 10 tot 18 mm, bandbreedte 20 mm | Zelfde principe, alleen dikker | Twee banden op elkaar plakken |
| Naad breder dan 20 mm | Isoleren met minerale wol, aan beide zijden kit op rugvulling | Compriband komt nooit meer op spanning | Volpurren en hopen dat het dichtblijft |
| Boven het kozijn in een spouw | Dpc-folie of een loodslabbe over de latei | Water dat door het buitenblad zakt moet naar buiten | De folie plat op de latei leggen zonder opstand |
| Onder de onderdorpel | Kozijnlood over de raamdorpelstenen | Voert water naar buiten en beschermt de kopse kant | De dorpel op de stenen zetten zonder lood ertussen |
| Kier tussen kozijn en muur binnen | Kierdichtingstape of luchtdichte kit | Luchtdichtheid en dus geen tocht en geen condens in de naad | Alleen acrylaatkit over een gepurde naad |
| Kier tussen kozijn en muur buiten | Compriband, eventueel een kitvoeg op rugvulling | Slagregen en wind moeten eruit blijven | Kit rechtstreeks op purschuim aanbrengen |
| Kozijn in houtskeletbouw | Binnen tape op het dampscherm, buiten tape op de gevelfolie | De twee lagen mogen niet in elkaars werk zitten | Alleen purren tussen de stijl en het kozijn |
| Aansluiting op na-isolatie | Vullat achter het kozijn plus doorgetrokken isolatie | Anders blijft de dagkant een koudebrug | De isolatie laten stoppen bij het metselwerk |
Dorpels van hout, hardsteen, beton, composiet en kunststof
De onderdorpel is het onderdeel dat als eerste stuk gaat, want daar komt al het water samen. Bij een buitendeur is dat extra zwaar, want daar staat ook nog eens iedereen op. De dorpel van een voordeur vervangen is daarom een klus die vaker terugkomt dan welk ander onderdeel van het kozijn ook. Dat maakt de keuze van het materiaal belangrijker dan bij welk ander deel van het kozijn.
Hout is de klassieke keuze en past qua kleur bij de rest van het kozijn, maar het staat wel met zijn kopse kanten in de nattigheid. Hardsteen en beton hebben dat probleem niet en gaan tientallen jaren mee, maar zijn zwaar en je zit vast aan de kleur van de steen. Composietsteen, met Holonite als bekendste voorbeeld, zit daar tussenin: het is te zagen met een diamantschijf, te lijmen met een flexibele steenlijm en er zijn kant en klare maten met of zonder zijneuten.
Kunststof dorpels zijn de laatste jaren populair geworden voor renovatie, en daar zit een addertje onder het gras. Massief kunststof zet flink uit als de zon erop staat, en als de buitenzijde warmer wordt dan de binnenzijde trekt de dorpel krom tot een banaan. Een lange dorpel in delen uitvoeren met een kitnaad ertussen klinkt logisch, maar elke deelnaad wordt vroeg of laat een lek. Kies bij lange lengtes dus liever één stuk in het juiste materiaal, of accepteer een naad op een plek waar het water er niet blijft staan.
Voor een aluminium schuifpui gelden weer eigen regels. Veel onderdorpelprofielen zijn gemaakt voor houten kozijnen en hebben een profilering waar een vlakke aluminium pui niet op past. Er bestaan aparte onderdorpels voor aluminium elementen, en fabrikanten geven daar duidelijk bij aan waar ze voor bedoeld zijn. Verwar zo'n onderdorpel trouwens niet met het aluminium glasprofiel dat onderin het glasvak zit: dat profiel houdt de ruit, de dorpel draagt het hele element. In sommige gevallen is een onderdorpel niet eens nodig en zet je de pui op kozijnstelhoeken, met een betonnen kantplank ervoor en een aparte afwatering. Reken dan wel na of de ondersteuning voldoende is: bij hoekstelankers van ongeveer 1,4 kN per stuk en een hart-op-hart afstand van 30 cm draagt zo'n rij ankers een zware pui probleemloos, maar op vier punten hangt hij scheef.
Bij een houten dorpel die je vervangt, hoort de onderkant en de kopse kant in de menie of in een goede grondverf voordat hij op zijn plek komt. Dat is geen luxe: juist het vlak dat je nooit meer ziet is het vlak waar de rot begint. De dorpel mag daarna direct op het lood rusten, want dat lood is er om te voorkomen dat er vocht vanuit de stenen omhoog trekt.
| Dorpelmateriaal | Waar het geschikt voor is | Zagen en bevestigen | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Hardhout, meestal meranti | Buitendeuren en raamkozijnen met houten kozijn | Zagen met een fijn blad, van onderaf schroeven en lijmen | Kopse kant en onderzijde in de menie zetten |
| Hardsteen | Buitendeuren, klassieke gevels, raamdorpels | Zagen met diamantschijf, stellen in specie, lijmen met steenlijm | Zwaar, en vlekt door looizuur uit eikenhout |
| Beton | Garages, bergingen, achterdeuren, raamdorpelstenen | Kant en klaar bestellen, in de specie stellen | Koud materiaal, dus condensgevoelig binnen |
| Composietsteen | Renovatie van buitendeurdorpels en raamdorpels | Zagen met diamantschijf, lijmen op beton met flexibele steenlijm | Zaagsnede natmaken en de zaagkant afwerken |
| Massief kunststof | Renovatie waar houtrot terugkomt | Doorschroeven van onderaf, niet lijmen | Zet uit in de zon en trekt krom bij lange lengtes |
| Kunststof profiel met kern | Nieuwe houten kozijnen en renovatie | Op de stijlen schroeven volgens het systeem | Deelnaden worden lekken, dus lengte vooraf bepalen |
| Aluminium onderdorpel | Aluminium puien, schuifpuien en buitendeuren | Op stelhoeken of op de vloer, met thermische onderbreking | Zonder onderbreking condens aan de binnenzijde |
| Overzetdorpel of renovatiedorpel | Bestaande houten dorpel die nog draagt | Over de oude dorpel heen geschroefd en afgekit | Alleen zinvol als het hout eronder nog gezond is |
| Traanplaat | Garage-inritten en drempels waar overheen gereden wordt | Op de ondergrond schroeven of in de mortel leggen | Kies een dikte die niet gaat klepperen |
| Beuken stofdorpel | Binnendeuren, vooral naar een koude gang of slaapkamer | Op de vloer schroeven of lijmen, ongeveer 15 mm hoog | Struikelrand, dus niet in een looproute met drempelvrees |
Neuten, houtrot en een verrotte onderdorpel vervangen
Neuten zijn de blokjes onder de stijlen van een buitendeurkozijn. Ze zijn er om het hout uit het water te houden: de neut van steen of kunststof staat in de nattigheid, de houten stijl staat erbovenop en blijft droog. Zijn ze er niet, dan staat het hout rechtstreeks op het metselwerk en dan weet je waar de rot begint.
Massief kunststof neuten van polyetheen zijn populair omdat ze nooit rotten, maar polyetheen is niet te verlijmen. Elke lijm laat op termijn los, ook tweecomponentenlijm die daar op de verpakking anders over doet. Neuten van dit materiaal moet je dus door en door schroeven, en dat gaat het netst in één keer van onderaf: eerst door de dorpel, dan door de neut, dan de schroef in de kozijnstijl. Gebruik lange schroeven en zet er een dunne pakking of een streep kit tussen, zodat de aansluiting naar de stijl toe waterdicht is en de neut niet op steen ligt te klapperen.
Om van onderaf te kunnen schroeven moet je bij een bestaand kozijn een deel van de stenen onder de dorpel weghalen. Dat lijkt een omweg, maar het is de enige manier om de bevestiging goed te krijgen, en na afloop metsel je die stenen gewoon terug. Bij natuursteen werd dit vroeger met bronzen doken gedaan en werd de dorpel pas onder het kozijn gezet nadat het kozijn stond. Wie een natuurstenen dorpel plaatst, kan overschilderbare kit tussen de delen gebruiken en die na uitharding meteen meeschilderen in de kleur van het kozijn.
Bij houtrot in de onderdorpel is de vraag altijd of je alleen de dorpel vervangt of ook een stuk van de stijlen. In de praktijk is de onderkant van de stijlen bijna altijd ook aangetast, want dat is dezelfde natte hoek. Zaag de stijlen daarom een stuk hoger af, en doe dat schuin: een schuine zaagsnede geeft een veel groter lijmvlak dan een rechte, en dat lijmvlak is wat de verbinding sterk maakt. Lijm met een pu-constructielijm en gebruik een paar schroeven alleen om te klemmen terwijl de lijm uithardt.
Zit de rot dieper of komt hij steeds terug aan de binnenzijde, dan is er meestal iets anders aan de hand met vocht in de constructie. Wat daar speelt en hoe je dat aanpakt staat bij houtrot aan de binnenkant van het kozijn. Houtrotvuller is prima voor kleine gaten en voor plekken waar geen kracht op staat, maar een verrotte dorpel volstoppen met vuller is uitstel van executie.
Houtworm in een kozijn herken je aan ronde gaatjes van ongeveer 1,5 mm met vers, licht boormeel eronder. Vers meel betekent actieve aantasting, oude gaatjes zonder meel zijn meestal historie. Bij een enkel stukje kun je een houtwormmiddel injecteren, maar zit de aantasting in dragend hout of over een groot vlak, dan is het aanzetten van nieuw hout de enige echte oplossing. Schroefgaten en oude sluitplaatgaten in hout vul je op met een houten deuvel in de lijm, niet met vuller, want in vuller houdt een schroef geen kracht.
| Situatie | Wat je doet | Waarom zo |
|---|---|---|
| Dorpel zacht, stijlen nog hard | Toch een stuk van de stijl meenemen, schuin ingezaagd | De onderkant van de stijl is bijna altijd al aangetast |
| Klein rot plekje in de dorpel | Uitfrezen tot op gezond hout, epoxy of houtrotvuller | Alleen zinvol op plekken zonder krachtsoverdracht |
| Nieuw stuk hout in het kozijn | Schuin lijmvlak, pu-constructielijm, schroeven als klem | Een schuine lijmnaad is meerdere keren zo sterk als een rechte |
| Onderkant kozijn vervangen | Nieuwe dorpel plus neuten, alles van onderaf doorschroeven | Zo maak je in één keer een detail dat wél droog blijft |
| Kunststof neut op een houten stijl | Doorschroeven, kit als pakking, nooit lijmen | Polyetheen is niet te verlijmen, ook niet met tweecomponentenlijm |
| Natuurstenen dorpel met neuten | Kozijn eerst stellen, dorpel er daarna onder plaatsen | Anders krijg je de zware dorpel nooit meer strak onder het kozijn |
| Schroefgat of oud sluitplaatgat | Deuvel in de lijm zetten en opnieuw voorboren | In vuller houdt een schroef geen enkele kracht |
| Houtworm met vers boormeel | Behandelen, en bij dragend hout vervangen | Vers licht meel betekent dat het beestje nog actief is |
| Verf bladdert alleen onderin | Kaal maken, drogen, gronden en pas dan aflakken | Verf over nat hout sluit het vocht juist in |
Zelf kozijnen maken en de verbindingen die daarbij horen
Zelf een kozijn maken is een leuke klus, maar het echte werk zit niet in de hoekverbinding. Het zit in het frezen van de profielen: de sponning, de aanslag, het waterhol, het afschot in de dorpel en de tegenvorm van al die profielen op de plek waar twee delen samenkomen. Dat laatste heet contramallen en dat is met handgereedschap vrijwel niet netjes te doen.
Daarom kiezen de meeste zelfbouwers voor kant en klare kozijnprofielen. Je geeft de maten op en krijgt een bouwpakket met alle profielen op lengte en de verbindingen al voorbereid. Wat je dan zelf doet is in elkaar zetten, lijmen en afwerken, en dat is voor een handige klusser prima te doen. Reken erop dat de prijs van zo'n bouwpakket dicht bij die van een gemaakt kozijn ligt, dus doe het om het zelf te kunnen en niet om te besparen. Wil je afwijken van standaardprofielen, dan wordt zelf maken juist wel interessant, want maatwerk bij een timmerfabriek is duur.
Over de verbindingen bestaat veel verwarring. Voor de staande kozijndelen, dus het vaste frame, is koud in elkaar zetten met twee lange kozijnschroeven of tapeinden en een pu-lijm de normale werkwijze, ook in de fabriek. Voor draaiende delen, dus de ramen en de deuren zelf, wordt vrijwel altijd een pen-en-gatverbinding gebruikt, bij grotere ramen zelfs een dubbele pen. Die verbinding kun je met een handzaag en een scherpe beitel maken als je geduld hebt, alleen kost dat per hoek al gauw een half uur in plaats van dertig seconden op een fabrieksmachine.
De houtsoort bepaalt de rest. Meranti is de standaard en goed verkrijgbaar, western red cedar is licht en rot nauwelijks, eiken en merbau zijn duurzaam maar bewerkelijk. Vurenhout is uitsluitend voor binnen. Zoek een houtleverancier uit, want prijs en kwaliteit lopen ver uiteen en het verschil tussen goedkope en goede meranti zie je pas na vijf jaar. Voor een tuinhuis of een schuur mag de lat wat lager: daar volstaat een simpel kozijn met een goede afwatering en een deugdelijke verflaag.
Waar het bij zelfbouw meestal op stukloopt is niet de sterkte maar de tochtdichtheid. Dat is een kwestie van vlak werken: zet het kozijn in elkaar op een vlakke tafel of op een paar balken die je waterpas hebt gesteld, en controleer de diagonalen voordat de lijm pakt. De rubberprofielen die timmerfabrieken gebruiken zijn los verkrijgbaar, en anders kun je terugvallen op aluminium beglazingsprofielen. Voor de opbouw van een raam in het kozijn, met glaslatten, blokjes en afwatering, kun je verder bij de opbouw van een raamkozijn terecht.
Ook de onderdorpel heeft aandacht nodig. Standaardprofielen hebben al een waterhol en het juiste afschot ingefreesd; maak je zelf een dorpel van een blok hout, dan moet je dat zelf aanbrengen, plus de afwateringsgaten van de glassponning naar buiten. Zonder die twee blijft er water in de sponning staan en is de dorpel de eerste die je weer vervangt.
| Verbinding of onderdeel | Waar je hem gebruikt | Wat je ervoor nodig hebt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Pen en gat | Draaiende delen: ramen, deuren, vaste ramen in een raamkozijn | Handzaag en scherpe beitel, of een pennenbank | Pas maken kost tijd, en de pen moet droog passen |
| Dubbele pen en gat | Grotere en zwaardere ramen | Zelfde gereedschap, meer nauwkeurigheid | Alleen zinvol als het profiel dik genoeg is |
| Koud in elkaar met kozijnschroeven | Het vaste kozijnframe van een buitenkozijn | Twee lange schroeven of tapeinden per hoek en pu-lijm | Voorboren, anders splijt de dorpel |
| Contramallen | Elke hoek waar profielen elkaar raken | Freesmachine met de juiste profielfrezen | Met handgereedschap vrijwel niet netjes te krijgen |
| Bruislijm of pu-constructielijm | Alle buitenverbindingen | Lijmklemmen en een vochtige ondergrond | Gewone witte houtlijm laat buiten los |
| Deuvels | Binnendeurkozijnen en lichte constructies | Deuvelboor en lijm | Niet toepassen op plekken die nat kunnen worden |
| Waterhol in de onderdorpel | Elke buitenonderdorpel | Groeffrees of een profielfrees | Nooit dichtschilderen, dan werkt hij niet meer |
| Afwateringsgat | Glassponning van elk beglaasd deel | Boor van 8 mm of een frees, schuin naar buiten | Schuin naar buiten laten lopen, niet horizontaal |
| Raamrubber of aluminium profiel | Aanslag van draaiende delen | Rubber op rol of een aluminium beglazingsprofiel | Rubber in de hoeken niet doorknippen maar buigen |
Kunststof kozijnen: folie, rubbers, dopjes en onderdelen
Een kunststof kozijn heeft weinig onderhoud nodig, maar als er iets stukgaat is het meestal niet met een kwast op te lossen. De vier klachten die verreweg het vaakst voorkomen zijn folie die loslaat, rubbers die hard worden, beslag dat versleten is en bruine vlekken die uit het profiel zelf lijken te komen.
De folie is de gekleurde of houtnerf toplaag die op het witte pvc is gelijmd. Bij een deel van de kozijnen die eind jaren negentig en begin deze eeuw zijn geplaatst, zit een productiefout in die toplaag, en dat wordt pas na tien tot vijftien jaar zichtbaar. Het begint aan de randen en op de zuid- en westzijde, en het ziet eruit alsof het kozijn bladert. Garantie is er dan niet meer, want de gebruikelijke termijn was tien jaar.
Herstellen kan wel, en daar zijn gespecialiseerde bedrijven voor die de folie eraf halen en nieuwe folie aanbrengen. Dat is geen weerbestendig werk: de buitentemperatuur moet boven de 16 graden liggen, het mag niet regenen, er mag weinig wind staan en er mag geen stof in de lucht hangen van bouwwerkzaamheden in de straat, want elk stofdeeltje komt onder de nieuwe folie terecht. Reken op een dag werk per groter kozijn.
Zelf de folie eraf halen kan ook, en dat valt mee. Verwarm de folie met een gewone föhn op een centimeter of tien afstand tot hij lauwwarm is, maak met een klein plamuurmes een beginnetje aan een rand en trek hem er dan af. Met twee personen gaat dat veel sneller dan alleen, want dan heb je handen vrij om te trekken en te verwarmen tegelijk. De lijmresten die achterblijven haal je weg met aceton op een schuurspons, met een emmertje om regelmatig in uit te spoelen, en daarna napoetsen met schone aceton. Wat je overhoudt is een schoon wit kozijn, alleen dan zonder houtnerf. Meer over de opbouw van dit soort profielen staat bij kunststof kozijnen en hoe ze worden gesteld.
Rubbers vervangen is wél echt zelfwerk. Het rubber zit in een groef in het profiel en je trekt het er in één lange sliert uit. Koop nieuw rubber dat bij jouw profielserie hoort, want de voet van het rubber verschilt per merk en een net iets ander profiel valt er zo weer uit. Begin in een hoek, druk het rubber in de groef zonder het uit te rekken, en knip het in de hoeken niet door maar buig het om, anders krijg je daar een tochtgat. Rubber dat afgeeft en zwarte strepen op je hand achterlaat, is meestal verweerd en toe aan vervanging.
Bruine vlekken op een kunststof kozijn zijn bijna altijd roest. In het profiel zit een verzinkt stalen versterkingsprofiel, en dat is beschermd zolang het niet is aangeboord. Zodra er een gat in zit, bijvoorbeeld van een schroef voor zonwering of een hor, komt er vocht bij en gaat de kern roesten. Dat roestwater loopt via het gat naar buiten en tekent bruine sporen op het witte profiel.
| Onderdeel of klacht | Wat er aan de hand is | Wat je eraan doet |
|---|---|---|
| Folie bladdert of laat los | Productiefout in de toplaag van oudere folies | Folie eraf met een föhn en aceton, of laten herstellen |
| Nieuwe folie over bestaande folie | Onbeschadigd deel dat kleurverschil zou geven | Reinigen en er nieuwe folie overheen plakken |
| Rubbers hard, tocht langs het raam | Rubber is verweerd en veert niet meer terug | Rubber per profielserie bestellen en in de groef drukken |
| Rubber geeft af op je handen | Weekmaker uit het rubber verdwenen | Vervangen, invetten helpt hier niet meer |
| Bruine vlekken op het profiel | Roest uit de stalen kern via een boorgat | Gat dichtzetten, vlek reinigen, niet opnieuw boren |
| Schimmel op het kozijn | Condens en te weinig ventilatie in de ruimte | Schoonmaken en de ventilatie aanpakken, niet het kozijn |
| Raamboom, raamuitzetter of raamvastzetter kapot | Beslagonderdeel versleten of verbogen | Per merk bestellen, meestal op de bestaande gaten |
| Windhaak of deurhaak los | Schroeven in het profiel hebben geen grip meer | Verplaatsen naar de muur of een langere bevestiging |
| Afdekkapje van het scharnier weg | Klikkapje van de paumelle verloren | Kapje per merk en per scharniertype bestellen |
| Waterkapjes of afdekdopjes ontbreken | Afdekkapjes over de afwatergleuven | Vervangen, ze houden slagregen uit de gleuf |
| Water blijft in de sponning staan | Afwateringsgleuven verstopt | Uitzuigen of doorprikken, nooit groter boren |
| Handgreep draait door | Krukstift of de bevestiging in het profiel versleten | Greep met langere stift of nieuwe bevestiging plaatsen |
| Gaten in het profiel opvullen | Oude boorgaten van zonwering of hor | Vullen met een tweecomponenten pvc-vulmiddel of pvc-lasdraad |
| Kozijn zwart maken | Wens tot een andere kleur | Nieuwe folie of een tweecomponenten pvc-lak, geen gewone verf |
Stalen kozijnen, Polynorm en paumelles
Stalen binnendeurkozijnen zijn in woningen uit de jaren zestig tot tachtig standaard geweest. Ze zijn dun, brandwerend en volledig ingemetseld, en dat laatste is precies waarom ze zo lastig te vervangen zijn. Er zijn twee families: het inmetselkozijn, dat tijdens de bouw is meegemetseld met V- of T-vormige ankers, en het nastelkozijn, dat in een bestaande opening is gezet en met schroeven of stelbouten vastzit.
Het verschil zie je aan de plaatdikte: een inmetselkozijn is ongeveer 1,5 mm dik, een nastelkozijn ongeveer 1 mm. Bij een nastelkozijn zitten de bevestigingsbouten meestal achter de stootdopjes en heb je een inbussleutel nummer 6 nodig om ze los te draaien. Bij een inmetselkozijn zit daar niets: trek je het dopje eruit, dan kijk je in een gesloten bus die alleen bedoeld was om het rubbertje in te drukken. Dan is er geen nette manier meer en wordt het breek- en slijpwerk.
De volgorde die daarbij het minst schade geeft aan de muur begint bovenin en eindigt bij de stijlen. Eerst de drempel of de onderstrip eruit en de metalen band onder de dorpel doorslijpen, dan de schroeven uit die band halen. Vervolgens de kunststof glaslatprofielen van het bovenlicht verwijderen, de metalen lipjes waarmee ze vastzitten platdrukken en het glas eruit nemen. Dan de dwarsligger onder het glas los, en pas als laatste de stijlen: met een oude beitel, een hamer en een koevoet werk je die om de ingemetselde ankers heen naar buiten. Het kozijn is daarna afval, maar de muur blijft grotendeels heel. Ga je van staal naar hout, dan is de volgende stap een houten kozijn stellen in de bestaande opening.
De scharnieren in een stalen kozijn zijn paumelles: een pen op een plaatje in het kozijn en een bus in de deur, of andersom. Er bestaan insteekpaumelles die in een uitsparing van het kozijn vallen, en inboorpaumelles die je in een geboord gat in de deurkant of in een houten kozijn zet. Zit een paumelle in een stalen kozijn los, dan is bijna altijd de imbusbout in het kozijn losgetrild; die zit achter het stootdopje en is met een inbussleutel weer vast te zetten. Afstellen doe je door onder de bus een ring te leggen of door de paumelle in het slobgat iets te verplaatsen.
Een deur die klappert in een stalen kozijn heeft versleten of ontbrekende rubberen stootdopjes. Die dopjes zitten in de sponning en zijn per type te koop; ze zijn goedkoop en lossen het geluid in vijf minuten op. Valt de dagschoot niet netjes in het kozijn of blijft hij hangen, dan staat de sluitplaat niet goed en kun je die met een vijl bijwerken of een dikker plaatje eronder leggen. Ook een deurdranger kan op een stalen kozijn, maar dan met blindklinkmoeren in de plaat, want een houtschroef heeft in 1,5 mm staal geen grip.
Glas in een stalen kozijn zit meestal in een sponning met een kunststof of stalen glaslat die op metalen lipjes klemt. Enkel glas is daarin te vervangen, dubbel glas past er zelden in omdat de sponning te ondiep is. Isoleren van een stalen kozijn is lastig: het staal is één doorgaande koudebrug van binnen naar buiten, en dat los je alleen op met een voorzetraam of door het kozijn te vervangen.
| Klacht of onderdeel | Oorzaak | Wat je doet |
|---|---|---|
| Kozijn zit vast, nergens boutjes te zien | Inmetselkozijn met V- of T-ankers | Doorslijpen en om de ankers heen wrikken, muur beschadigt |
| Bouten achter de stootdopjes | Nastelkozijn met stelbouten | Dopje eruit, inbussleutel nummer 6, bouten losdraaien |
| Deur klappert in het kozijn | Rubber stootdopjes weg of verhard | Nieuwe dopjes per type in de sponning drukken |
| Paumelle zit los | Imbusbout in het kozijn losgetrild | Dopje eruit en de bout met een inbussleutel vastzetten |
| Deur hangt te laag of schuurt | Speling in de paumelle | Ring onder de bus leggen of de paumelle verplaatsen |
| Dagschoot zit vast in het kozijn | Sluitplaat staat niet in lijn met het slot | Sluitplaat bijvijlen of verplaatsen, slot niet forceren |
| Sluitplaat versleten of verbogen | Jarenlang dichtslaan | Nieuwe sluitplaat, per kozijntype en per slotmaat |
| Glaslat bovenlicht laat los | Metalen klemlipjes verbogen | Lipjes rechtbuigen en de lat opnieuw inklikken |
| Draairichting moet anders | Deur draait de verkeerde kant op | Alleen mogelijk als het kozijn symmetrisch is, anders vervangen |
| Condens langs het kozijn | Het staal is één doorlopende koudebrug | Voorzetraam of vervangen, isoleren van het staal zelf lukt niet |
| Deurdranger monteren | Houtschroef pakt niet in dun staal | Blindklinkmoeren zetten en daarop de dranger schroeven |
Een deur of raam in een bestaand kozijn zetten
Bij een bestaand kozijn is de vraag zelden of iets past, maar of het systeem klopt. Een opdekkozijn heeft een aanslag met een sponning van ongeveer 13 mm, en een stompe deur heeft die aanslag niet nodig maar valt wel volledig in de sponning. Een stompe deur in een opdekkozijn hangen kan daarom alleen als je de sponning verdiept of een aanslaglat toevoegt, en andersom past een opdekdeur nooit netjes in een stomp kozijn.
Een deur afhangen in een bestaand kozijn begint dus met meten: sponningmaat op drie hoogtes, sponningdiepte, en de positie van de bestaande scharnieren. Neem de kleinste maat als uitgangspunt en houd 3 mm speling aan de zijkanten en bovenlangs. Voor de scharnieren is de eenvoudigste route de bestaande inlaten in het kozijn overnemen, want een nieuwe inlaat frezen in een oud kozijn valt altijd op.
Een kunststof deur in een houten kozijn kan technisch, maar het is zelden een goede combinatie. Kunststof deuren worden geleverd met hun eigen scharnieren, hun eigen sluitwerk en een profiel dat is afgestemd op een kunststof kozijn met rubbers, en dat allemaal in een houten sponning passen betekent maatwerk. Andersom, een houten deur in een kunststof kozijn, is nog lastiger omdat het kozijnprofiel het rubber en het beslag op vaste posities heeft.
Een draaikiepraam in een bestaand kozijn plaatsen ligt anders. Een vast raam vervangen door een kiepraam of een draaikiepraam vraagt om een sponning die diep genoeg is voor het beslag, een kozijnprofiel dat de belasting van het draaiende deel aankan, en een aanslag rondom. In een houten kozijn is dat vaak te maken. In een kunststof kozijn zit het beslag in een groef in het profiel en is een vast deel omzetten naar een draaiend deel bijna nooit mogelijk zonder het hele vak te vervangen. Een uitzetraam in een bestaand kozijn is de eenvoudigere variant, want dat hangt aan een uitzetter en heeft geen omlopend beslag nodig.
Glas plaatsen in een deurkozijn of een bovenlicht gaat via de glaslatten. Haal de latten er voorzichtig af met een breekbeitel en een stuk hardboard tegen het hout, meet de sponning van bodem tot bodem en trek er 10 mm af. Glas uit een kozijn halen doe je met handschoenen en met de ruit ondersteund, want zodra de laatste lat eraf is kan hij naar voren komen. Bij dubbel glas in oude kozijnen uit de jaren dertig is de sponningdiepte meestal het struikelblok, en dan is een dunne renovatieruit of droge beglazing met rubberprofielen in plaats van kit de route.
Zit een deur klem of scheef in het kozijn, kijk dan eerst naar de naad rondom voordat je gaat schaven. Een naad die bovenaan de slotzijde breed is en onderaan smal betekent dat de deur uitgezakt is, en dat los je op met een vulplaatje achter het bovenste scharnier. Is er juist te veel ruimte tussen deur en kozijn, dan kun je die opvullen met een aanslaglat, een dikker sluitplaatje of een tochtprofiel. Rubber dopjes in de sponning en deurdempers halen de klap eruit.
| Wat je wilt | Kan dat in een bestaand kozijn | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|
| Stompe deur in een opdekkozijn | Alleen met aanpassing | De sponning is 13 mm en moet naar de deurdikte |
| Opdekdeur in een stomp kozijn | Praktisch niet | Er is geen aanslag waar de opdekrand over valt |
| Kunststof deur in een houten kozijn | Met maatwerk | Scharnieren, sluitwerk en rubbers passen niet zomaar |
| Houten deur in een kunststof kozijn | Zelden verstandig | Het profiel bepaalt de positie van rubber en beslag |
| Kunststof raam in een houten kozijn | Ja, als de sponning past | Bevestiging en afwatering moeten opnieuw gemaakt |
| Vast raam vervangen door een kiepraam | In hout meestal wel | Sponningdiepte en de sterkte van het profiel |
| Draaikiepraam in een bestaand kunststof kozijn | Vrijwel nooit | Het beslag zit in een groef in het profiel |
| Uitzetraam in een bestaand kozijn | Ja | Aanslag en een goede afwatering onderlangs |
| Enkel glas vervangen door dubbel glas | Alleen bij genoeg sponningdiepte | Minstens 15 mm inbouwdiepte nodig |
| Deurkozijn inkorten of verhogen | Ja, met een nieuw stuk stijl | De sponning moet doorlopen en de aanslag moet aansluiten |
| Kozijn opdikken voor een dikkere wand | Ja, met een vullat achter het kozijn | De lat mag de sponning niet versmallen |
| Overzetkozijn over een bestaand kozijn | Ja, bij een gezond bestaand kozijn | De dagmaat wordt kleiner, dus het licht ook |
Zonwering, horren, roosters en panelen op een kozijn monteren
Vroeg of laat wil er iemand iets aan het kozijn schroeven: een screen, een rolluik, een hor, een gordijnrail of een ventilatierooster. Bij een houten kozijn is dat meestal geen probleem, mits je niet in de sponning of in het beslagvlak boort. Bij een kunststof of aluminium kozijn ligt het volledig anders.
In een kunststof kozijn zit een verzinkt stalen versterkingsprofiel. Zolang dat gesloten is, is het beschermd tegen vocht. Zodra je erdoorheen boort, verdwijnt die bescherming en kan de kern van binnenuit gaan roesten. Fabrikanten schrijven daarom in hun onderhoudsvoorschrift dat je niet in het kozijn mag boren of schroeven, en dat de garantie vervalt als je dat wel doet. In de praktijk zie je bij veel gemonteerde screens jarenlang geen probleem, maar de bruine roestsporen die soms uit een schroefgat lopen laten zien dat het risico echt bestaat.
De verstandige route is daarom om zonwering aan de muur te bevestigen en niet aan het kozijn. Loopt de muur aan één kant haaks weg, zodat er geen vlak is om op te schroeven, dan is een aluminium hoeklijn tegen die haakse muur de oplossing: daar bevestig je het screen aan, en het screen wordt dan een stukje breder om de afstand te overbruggen. Dat kost iets meer dan rechtstreeks in het kozijn schroeven, en het kozijn blijft heel. Vraag daar bij het aanvragen van een offerte expliciet naar, want niet elke leverancier biedt die variant uit zichzelf aan.
Binnenzonwering is eenvoudiger, want daar bestaan klemsteunen voor. Luxaflex, rolgordijnen en vouwgordijnen zijn in vrijwel alle gevallen met klemsteunen op de glaslat of op de vleugel van een draaikiepraam te monteren, zonder één schroef. Voor een hor geldt hetzelfde: een inzethor met veerklemmen valt in de sponning en een plakhor plak je op het profiel. Een hordeur op een kunststof kozijn is de uitzondering, want die moet scharnieren dragen; daar is een hordeur met een eigen frame dat tegen de dagkant van de muur wordt gezet de betere oplossing.
Een ventilatierooster boven een kozijn plaatsen kan op drie manieren. In een nieuw kozijn komt het rooster op het kalf of in de bovendorpel, met een uitgefreesde sleuf en roosterprofielen aan beide zijden. In een bestaand houten kozijn kun je die sleuf alsnog maken met een bovenfrees en een mal, maar dan moet de dorpel wel hoog genoeg zijn. In een bestaand kunststof kozijn is zagen geen optie en is een glasrooster de standaardoplossing: het rooster komt dan boven op de ruit te staan en het glas wordt in hoogte aangepast. Een bestaand rooster vervangen is meestal wel eenvoudig, want de nieuwe roosterhoes past vaak op de bestaande uitsparing.
Isolerende panelen in kozijnen zijn een aantrekkelijke oplossing als een groot glasvlak deels dicht mag. Je vervangt de ruit dan door een sandwichpaneel met dezelfde dikte als het glaspakket, met isolatie in de kern. Dat paneel gaat op dezelfde stelblokjes in de sponning en achter dezelfde glaslatten. Let op de plaatsing: een geïsoleerd paneel in een zonbelast vlak kan flink opwarmen en dan werken, dus kies een lichte kleur aan de buitenzijde. Een dorpel of een kantplank onder het kozijn kun je op dezelfde manier isoleren, en dat is bij een uitbouw vaak de plek waar de laatste koudebrug zit.
| Wat je wilt monteren | Op een houten kozijn | Op een kunststof of aluminium kozijn |
|---|---|---|
| Screen of buitenzonwering | Schroeven mag, voorboren en rvs gebruiken | Liever op de muur of op een aluminium hoeklijn |
| Rolluik | Op de muur of in de dagkant | Op de muur, nooit door het profiel heen |
| Zonnescherm | In de gevel boven het kozijn | In de gevel, het profiel draagt dit niet |
| Luxaflex of jaloezie | Klemsteunen of schroeven in de glaslat | Klemsteunen op de glaslat of op de vleugel |
| Rolgordijn of vouwgordijn | Klemsteunen op de glaslat | Klemsteunen, of plakbevestiging op het profiel |
| Gordijnrails | Op de bovendorpel of op de muur erboven | Op de muur erboven, niet in het profiel |
| Inzethor | Veerklemmen in de sponning | Veerklemmen of plakprofiel, geen schroeven |
| Hordeur | Op de dagkant of op het kozijn schroeven | Eigen frame tegen de dagkant van de muur |
| Ventilatierooster | Sleuf frezen in kalf of bovendorpel | Glasrooster op de ruit, glas op maat aanpassen |
| Geïsoleerd paneel | Op stelblokjes achter de glaslatten | In het glasvak, met dezelfde pakketdikte |
| Schroeven in het profiel | Voorboren en rvs schroeven | Alleen zelfborende schroeven in de stalen kern, en liever niet |
Veelgestelde vragen
Hoeveel ruimte moet er tussen kozijn en muur zitten?
Reken op 10 tot 20 mm rondom. Dat is genoeg om het kozijn te kunnen stellen en om de naad fatsoenlijk te isoleren en af te dichten, en niet zoveel dat je er geen werkende afdichting meer in krijgt. Verdeel die ruimte gelijkmatig over links en rechts, want een kozijn dat aan één kant klem staat kun je later niet meer bijstellen. Is de naad breder dan 20 mm geworden, dan houdt compriband op te werken en moet je de ruimte tussen kozijn en muur opvullen met minerale wol en aan beide zijden een kitvoeg op rugvulling maken.
Wat is het verschil tussen een stelkozijn, een blindkozijn en een inmetselkozijn?
Een stelkozijn of blindkozijn is een ruw kozijn, meestal van multiplex of vuren, dat eerst wordt geplaatst en waar het uiteindelijke kozijn of de aftimmering later omheen komt. Je ziet het in nieuwbouw en in houtskeletbouw, en de dagmaat moet er ruim genoeg zijn, ongeveer de kozijnmaat plus tweemaal 10 mm. Een montagekozijn is hetzelfde principe onder een andere naam. Een inmetselkozijn is juist het definitieve kozijn dat tijdens het metselen is meegenomen en met ankers in de lagen is vastgezet. Dat laatste type haal je er nooit meer netjes uit.
Hoe zet je een kozijn vast aan de muur?
Altijd mechanisch, en pas daarna isoleren. In metselwerk werk je met kozijnpluggen of betonschroeven van bijvoorbeeld 7,5 x 152 mm, minimaal twee per stijl, om de 50 tot 60 cm en met het bovenste en onderste punt 15 tot 25 cm uit de hoek. Boor in de steen zelf, want in een stootvoeg trekt een plug los. Zit er een spouw tussen, dan stel je eerst spouwlatten of stellatten vlak en haaks en schroef je het kozijn daartegenaan. Een kozijn vastzetten met pur alleen houdt een tijdje, maar bij de eerste harde wind gaat het werken.
Waar komt lekkage bij het kozijn vandaan bij harde wind en slagregen?
Water dat alleen bij harde wind naar binnen komt, wordt door de wind tegen de gevel omhoog gedrukt en vindt dan een weg die bij gewone regen droog blijft. De vaste verdachten zijn: een ontbrekende of verkeerd gelegde waterkering boven het kozijn, een verstopt afwateringsgat waardoor water in de glassponning blijft staan, een naad achter de afwerklat die nooit goed met compriband is dichtgezet, en een dichtgeschilderd waterhol onder de dorpel. Lekkage aan de bovenkant van het kozijn wijst bijna altijd op de dpc-folie of de loodslabbe boven de latei. Zoek de plek droog met een tuinslang, van onder naar boven, en niet meteen met de hele gevel tegelijk.
Wat kost het om een garagedeur te vervangen door een kozijn met deur?
De prijs valt uiteen in drie delen die je los kunt bekijken. Het kozijn met deur zelf loopt van enkele honderden euro's voor een eenvoudig hardhouten of kunststof element tot ruim tweeduizend euro voor een geïsoleerde uitvoering met een raam erin. Het metselwerk om de opening te verkleinen kost bij zelf doen alleen materiaal, en het afwerken boven het kozijn met schrootjes of een plaat op kleur is nog eens een paar honderd euro. Wie alles laat doen zit al gauw op het dubbele. Reken ook op een aparte post voor de dorpel en de aansluiting op de bestrating.
Heb ik een vergunning nodig om kozijnen te vervangen?
De hoofdregel is dat je aan de achterkant van een gewone woning veel mag zonder vergunning, zolang je het aanzicht niet verandert, en dat een wijziging aan de voorgevel of aan de zijgevel die vanaf de straat zichtbaar is meestal wel vergunningplichtig is. Bij een beschermd stadsgezicht, een monument of een vereniging van eigenaren gelden daarbovenop eigen regels. Vraag het altijd na bij de gemeente voordat je bestelt, want kozijnen vervangen zonder vergunning kan uitmonden in handhaving: terugbouwen op eigen kosten, eventueel met een dwangsom of boete erbovenop.
Wat is de sponningmaat voor een deur van 83 cm?
Bij een opdekdeur van 83 cm breed is de dagmaat van het kozijn kleiner dan het deurblad, want de deur valt over de aanslag heen; de sponning is daar ongeveer 13 mm diep. Bij een stompe deur van 83 cm is de dagmaat juist iets groter, namelijk 83 cm plus tweemaal 3 mm speling. Meet altijd van sponningbodem tot sponningbodem en op drie hoogtes. De maat wordt in de handel ook wel als sponningsmaat geschreven, en voor een raamsponning gelden weer andere waarden omdat daar de glasdikte de diepte bepaalt.
Hoeveel speling hoort er tussen deur en kozijn te zitten?
Drie millimeter aan de zijkanten en bovenlangs, en 8 tot 12 mm onderlangs, afhankelijk van de vloerafwerking en of er lucht onder de deur door moet voor de ventilatie. Minder dan 3 mm betekent dat de deur bij vochtig weer gaat klemmen, meer dan 5 mm ziet er slordig uit en laat licht en geluid door. Is er te veel ruimte tussen deur en kozijn ontstaan doordat het kozijn is uitgezakt, dan is een aanslaglat, een dikker sluitplaatje of een tochtprofiel een nettere oplossing dan een nieuwe deur.
Kan een kunststof deur in een houten kozijn?
Technisch kan het, maar het is zelden een gelukkige combinatie. Een kunststof deur wordt geleverd met eigen scharnieren, eigen sluitwerk en een profiel dat is afgestemd op een kunststof kozijn met rubbers op vaste posities. Dat allemaal in een houten sponning laten passen betekent maatwerk aan de sponning, aan de aanslag en aan het beslag. Een kunststof deur is ook zwaarder dan hij lijkt, dus de bevestiging van de scharnieren in het hout moet daarop berekend zijn. Andersom, een houten deur in een kunststof kozijn, is nog lastiger omdat het profiel de posities dicteert.
Waarom bladeren kunststof kozijnen af en kun je ze nog opknappen?
Wat afbladdert is niet het pvc maar de gelijmde folie erop. Bij een deel van de folies uit de periode rond 1998 tot 2002 zit een fout in de toplaag, en die wordt pas na tien tot vijftien jaar zichtbaar, meestal het eerst op het zuiden en westen en langs de randen. Opknappen kan op twee manieren: de folie er zelf af halen met een föhn en aceton, waarna je een schoon wit profiel overhoudt, of de folie laten vervangen door een gespecialiseerd bedrijf. Overschilderen met gewone verf houdt niet; daarvoor heb je een tweecomponenten pvc-lak nodig.
Welke schroeven gebruik je voor kunststof kozijnen?
Voor het bevestigen van het kozijn aan de muur gebruik je kozijnschroeven of betonschroeven die door het profiel heen in de steen grijpen, meestal 7,5 mm dik en met een lengte die de naad plus 60 mm inbouwdiepte overbrugt. Voor onderdelen op het profiel zelf zijn zelfborende schroeven met een boorpunt bedoeld, die grip vinden in de stalen kern. Alleen: elk gat in die kern haalt de verzinkte bescherming weg en maakt roest mogelijk. Wil je twee elementen naast elkaar koppelen, gebruik dan het koppelprofiel van de fabrikant en schroef niet dwars door de kamers heen.
Hoe krijg ik gaten in een kunststof kozijn weer dicht?
Kleine schroefgaten vul je met een tweecomponenten pvc-vulmiddel in de kleur van het profiel, of met pvc-lasdraad die je met een lasapparaat insmelt en daarna vlak schuurt. Kit is geen oplossing: die hecht slecht op glad pvc en blijft zichtbaar als een grijze punt. Zit er al roest uit het gat gelopen, maak dat dan eerst schoon en droog, want vulmiddel over vochtig staal gaat verder roesten. Wil je een kozijn tochtvrij maken, kijk dan eerst naar de rubbers en het beslag voordat je iets gaat dichtmaken.
Wat zijn de nadelen van een kunststof dts dorpel?
Massief kunststof, waaronder de bekende dts dorpel van ongeveer 67 x 114 mm, rot nooit en dat is de reden dat hij zo populair is bij renovatie na houtrot onderin de stijlen en de dorpel. Het nadeel is de uitzetting: als de zon op de buitenzijde staat, zet die kant meer uit dan de binnenzijde en trekt de dorpel krom als een banaan. Bij lengtes tot ongeveer twee meter merk je daar weinig van, daarboven wel. Leveringen gaan bovendien meestal tot 600 cm, en een lange dorpel in twee delen monteren met een kitnaad ertussen levert vroeg of laat een lek op.
Hoe monteer je een valdorpel en hoe stel je hem af?
Er zijn twee uitvoeringen. Een opbouwvaldorpel schroef je onder het deurblad, wat het snelst gaat en op elke deur kan. Een inbouwvaldorpel moet je infrezen in de onderkant van de deur, meestal met een bovenfrees en een mal; voor een gewone binnendeur van 40 mm dik is dat de uitvoering die in de handel valdorpel 40mm heet. Afstellen doe je met de stelschroef in de kop, meestal aan de scharnierzijde, met de deur dicht en een strook papier onder de rubber. Bij een voordeur kies je een uitvoering met een stevige rubber, want daar staat ook wind op. De beste valdorpel is dan ook de dorpel die je kunt bijstellen als de vloerafwerking verandert.
Kun je de draairichting van een deur in een stalen kozijn veranderen?
Alleen als het kozijn symmetrisch is uitgevoerd, en dat is het meestal niet. In een stalen kozijn zitten de paumelles en de sluitkom op vaste posities, ingeperst of ingelast, en die kun je niet zomaar spiegelen. Een deurkozijn omdraaien lukt bij een houten kozijn nog wel eens door het uit de opening te halen en gespiegeld terug te zetten, mits de sponning aan beide zijden gelijk is. Bij staal is het antwoord in de praktijk: nieuwe deur die de andere kant op draait als het kozijn dat toelaat, en anders een nieuw kozijn.
Waarom klappert een deur in een stalen kozijn en hoe los ik dat op?
Een klapperende deur in een stalen kozijn heeft bijna altijd versleten of ontbrekende rubberen stootdopjes. Die dopjes zitten in de sponning en dempen de klap; zijn ze verhard of verdwenen, dan slaat staal op hout. Ze zijn per type te koop en zitten er in vijf minuten in. Blijft de deur daarna nog rammelen in het slot, dan staat de sluitplaat te ver naar buiten. Sluitplaten en sluitkommen zijn merkgebonden, ook in kunststof kozijnen waar je namen als kfv tegenkomt, dus meet de gatafstand voordat je bestelt.
Hoe haal ik een afgebroken schroef uit een kozijn?
Steekt er nog een stukje uit, pak het dan met een waterpomptang of zet er een tang op met een druppel kruipolie eromheen en draai langzaam terug. Zit hij vlak, boor dan met een linksdraaiende boor voor: die pakt de schroef vaak vanzelf mee naar buiten. Lukt dat niet, dan boor je hem uit met een boor die net iets kleiner is dan de kerndiameter en lijm je er een houten deuvel in. Boor daarna opnieuw voor. In hout heeft een schroef in vuller geen enkele grip, dus die stap sla je niet over.
Wat is een overzetkozijn en werkt zo'n click-systeem?
Bij kozijnrenovatie met een overzetkozijn blijft het bestaande kozijn zitten en komt er een nieuw profiel overheen, dat aan de dagkant wordt vastgezet en soms als click-systeem wordt aangeprezen. Het scheelt sloopwerk en herstel van metselwerk, en dat is het grote voordeel. De prijs betaal je in daglicht: de dagmaat wordt aan alle kanten kleiner, dus je raamvlak krimpt zichtbaar. De tweede voorwaarde is dat het bestaande kozijn nog gezond en droog is, want alles wat je eronder laat zitten blijft daar rotten. Is de onderdorpel al zacht, dan is het hele houten kozijn vervangen op termijn de goedkopere route. Vraag dus altijd om een inspectie van de onderdorpel voordat je tekent.
Welk hout en welke machines heb je nodig om zelf een kozijn te maken?
Meranti is de gebruikelijke keuze voor buiten en goed verkrijgbaar, met eiken, merbau, western red cedar en gemodificeerd hout als alternatieven. Vuren gebruik je alleen binnen. Voor het echte werk, het frezen van de sponning, de aanslag, het waterhol en de contramallen, heb je een tafelfrees of een stevige bovenfrees met profielfrezen nodig, plus een zaagmachine die lange delen recht en haaks aflevert. Wie die machines niet heeft, bestelt de profielen als bouwpakket op maat en zet ze zelf in elkaar. De delen komen dan gebundeld op een kar of pallet binnen en je hoeft alleen nog te lijmen en af te werken.
Moeten de kozijnen lichter of donkerder zijn dan de muur?
Er is geen regel, maar er is wel een effect. Kozijnen die lichter zijn dan de muur laten een gevel of een wand rustiger ogen en maken de raamopening optisch groter. Kozijnen die donkerder zijn dan de muur zetten de opening juist aan en geven een strakker beeld, wat goed werkt bij een moderne gevel. Bruine kozijnen binnen ogen zwaar en zijn de reden dat veel mensen ze overschilderen. Binnen kies je verder liever zijdeglans dan hoogglans, want hoogglans laat elke oneffenheid in het oude hout zien.
Hoe vervang ik een ventilatierooster of plaats ik een isolerend paneel in een bestaand kozijn?
Een bestaand ventilatierooster vervangen is meestal eenvoudig, want de nieuwe hoes past vaak op de bestaande uitsparing; meet de sleuflengte en de roosterhoogte voordat je bestelt. Een rooster in een bestaand houten kozijn maken kan met een bovenfrees en een mal, mits de bovendorpel of het kalf hoog genoeg is. In een kunststof kozijn zaag je niet en is een glasrooster boven op de ruit de standaardoplossing. Wil je een deel van het glasvlak dichtzetten, dan kun je in het glasvak van een raamkozijn met glaslatten een geïsoleerd kozijnpaneel plaatsen met dezelfde pakketdikte als het glas, op stelblokjes en achter dezelfde glaslatten.
Wanneer heb je een geisoleerde kantplank onder het kozijn nodig?
Zodra de vloer met zijn kopse kant onder het kozijn uitkomt, dus bij een uitbouw, een aanbouw en bijna elke schuifpui op een betonvloer. Die betonrand geleidt de warmte om de vloerisolatie heen naar buiten, wat je terugziet als een koude strook langs de pui. Een geisoleerde kantplank is dan 50 tot 100 mm pir of eps tegen die rand, met een harde plaat van composietsteen of vezelcement ervoor tegen stoten en opspattend water. Bij een bestaand terras kun je hem alsnog aanbrengen door de rand over een diepte van 30 tot 40 cm vrij te graven, de isolatie tot onder het maaiveld door te zetten en de bestrating daarna terug te leggen op afschot van de gevel af.
Wat is het verschil tussen een weldorpel, een deurdorpel en een stofdorpel?
Een weldorpel is de buitendorpel met een opstaande rand, de wel, die het water keert; die zit onder een buitendeurkozijn, bijvoorbeeld bij een achterdeur of bij openslaande deuren. Een deurdorpel is de verzamelnaam voor de dorpel onder een deur en kan van hout, hardsteen, beton of kunststof zijn. Een stofdorpel is de lage variant binnen, vaak van beuken en zo'n 15 mm hoog, bedoeld om tocht en stof te keren onder een binnendeur. Bij een schuurdeur of een garage kies je meestal een betonnen of stenen dorpel, want daar wordt overheen gereden.
Hoe werk ik een deurkozijn netjes af aan de binnenkant?
Timmer eerst de dagkant af met plaatmateriaal of latten, zodat je een vlak vlak hebt om tegenaan te werken. Dek de naad tussen kozijn en wand daarna af met een afwerklijst of deklat, en zet die uitsluitend op het kozijn vast; schroef je hem ook in de wand, dan scheurt de naad open zodra er iets beweegt. Een sponningplank of een lat met een sponning aan één zijde is handig als de wanddikte varieert, want dan valt de lijst over de oneffenheid heen. Wie een zwaardere omlijsting wil, werkt met bredere latten en een kraallijst en lakt alle latjes voor de montage.