Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Opstookprotocol vloerverwarming: schema, thermostaat en afkoelen

10 minuten lezen Vloerverwarming Bijgewerkt 14 augustus 2026
diy-gids.nl VERWARMING & CV Opstookprotocol vloerverwarming

Een opstookprotocol brengt een nieuwe dekvloer met vloerverwarming voor het eerst gecontroleerd op temperatuur, zodat hij niet scheurt en het bouwvocht eruit gaat. Je begint op ruimtetemperatuur, gaat in stappen van 1 tot 5 graden per dag omhoog naar maximaal 40 graden aanvoer, houdt die stand enkele dagen vast en koelt in dezelfde stappen weer af. De kamerthermostaat zet je daarbij hoog genoeg dat de warmtebron blijft draaien, want zonder doorstroming meet je alleen de knop en niet de vloer. Reken op tien tot twintig dagen en leg elke dag vast wat je hebt ingesteld.

10 minuten

Dit heb je nodig

10 tot 20 dagen doorlooptijd, dagelijks vijf minuten werk Goed zelf te doen, mits je de aanvoer kunt instellen 20 tot 60 euro aan extra stookkosten

Gereedschap

  • Infraroodthermometer of contactthermometer met bandje
  • Sleutel of inbus voor de knop van de mengkraan op de verdeler
  • Ontluchtingssleutel en een slangetje met opvangbakje
  • Vulslang met wartel voor het bijvullen van de installatie
  • Zaklamp voor het aflezen van de flowmeters en de manometer
  • Schrijfblok of een uitgeprint logboekformulier

Materiaal

  • Het opstookschema van de dekvloerleverancier of de vloerlegger
  • Handleiding van de ketel, de warmtepomp of de regeling
  • Eventueel een losse kamerthermostaat of overbrugging bij zoneregeling
  • Afplaktape om de knop van de mengkraan per dag te markeren

Waarom een nieuwe vloer langzaam op temperatuur moet

Een dekvloer met leidingen erin zet uit zodra hij warm wordt en krimpt weer als hij afkoelt. Gebeurt dat de eerste keer in één klap, dan ontstaan er scheuren boven de leidingen en kan de vloer plaatselijk loskomen van zijn ondergrond. Het opstookprotocol laat die eerste warmtecyclus zo geleidelijk verlopen dat het materiaal de spanning kan opnemen. Hoe de rest van zo'n installatie in elkaar zit, lees je in ons overzicht over vloerverwarming en alles wat daarbij komt kijken.

Er zit een tweede doel achter. Het protocol drijft het laatste bouwvocht uit de dekvloer, zodat de vloerlegger kan meten of zijn parket, pvc of gietvloer erop mag. Een vloer die er droog uitziet, kan vanbinnen nog ruim boven de grenswaarde zitten.

Wat veel mensen verrast, is dat de meeste scheuren niet tijdens het opwarmen ontstaan maar tijdens het afkoelen. Bij het opwarmen duwt de vloer tegen zijn randen, bij het afkoelen trekt hij en beton is nu eenmaal slechter tegen trek bestand. De afkoelfase net zo rustig doorlopen als de opwarmfase is daarom geen bijzaak.

Het protocol hoort bij vrijwel elke afwerking: keramische tegels, pvc, lamelparket, linoleum, rubber, pu-gietvloeren en beton cire. Bij de laatste twee is het bijna altijd een harde voorwaarde van de leverancier, en zonder een ondertekend logboek vervalt de garantie op de vloer.

Het protocol hoort vóór de vloerafwerking. Zolang de dekvloer nog kaal is, kun je bij een lekkage of een koude groep gewoon bij de leidingen komen. Ligt het parket er al, dan betekent hetzelfde probleem dat de vloer er weer uit moet.

Wanneer je mag beginnen met opstoken

Te vroeg beginnen is de fout met de grootste gevolgen. Een cementgebonden dekvloer heeft ongeveer 28 dagen nodig om op eindsterkte te komen, en warmte in een vloer die daar nog niet is doet precies wat je wilde voorkomen. Voelt de vloer na twee weken al hard aan, dan zegt dat weinig over de sterkte dieper in de laag.

Bij een vloer waarin de leidingen zijn ingefreesd, ligt de grens ergens anders. Daar wacht je tot de sleuven zijn dichtgesmeerd en de egaline volledig hard is. Stook je met open gleuven, dan zetten de leidingen uit en komen ze omhoog uit hun sleuf. Hoe de groepen over de ruimtes verdeeld horen te zijn, staat bij het uitwerken van een legplan voor de vloerverwarming.

De opgave van de leverancier van de dekvloer gaat altijd boven een algemene vuistregel. Bij anhydriet en bij snelcementgebonden vloeren mag je vaak eerder starten, soms al na een week, maar dan staat dat zwart op wit in het productblad. Vraag dat blad op voordat je aan de knop draait, want de dekvloerleverancier bepaalt het tempo en niet de installateur van de verwarming.

Type ondergrondVroegst startenWaar je op let
Cementgebonden dekvloerNa 21 tot 28 dagen, bij voorkeur 28Ook aanhouden als de vloer al hard aanvoelt
Anhydriet gietdekvloerVaak na 7 dagenAlleen met schriftelijke opgave; zwelhuid eerst afschuren
SnelcementdekvloerSoms na 3 tot 7 dagenUitsluitend volgens het schema van de fabrikant
Ingefreesde leidingen in bestaand betonAls dichtsmeermortel en egaline hard zijnNooit stoken met open gleuven, de leidingen komen omhoog
Droogbouwsysteem met plaatmateriaalKort na montageNauwelijks bouwvocht, toch geleidelijk opwarmen
Vloerverwarming in de constructievloerVolgens opgave van de constructeurGrotere massa, dus kleinere stappen per dag

Bij droogbouw op een houten vloer draait het minder om vocht en meer om de warmteverdeling. Wat daar anders gaat, staat bij vloerverwarming in fermacell-platen.

Het schema: hoeveel graden per dag omhoog

Een standaardprotocol begint op de temperatuur die het water toch al heeft, meestal 20 tot 25 graden, en klimt in vaste stappen naar de eindtemperatuur van 40 graden aanvoer. Daarna houd je die stand een aantal dagen vast en loop je hetzelfde trapje weer naar beneden. Het schema hieronder gaat uit van stappen van 5 graden per dag.

Vijf graden per dag is aan de vlotte kant. Wij houden bij dikke dekvloeren, bij oude betonvloeren en bij alles wat later beton cire of een gietvloer krijgt liever 1 tot 2 graden per dag aan, omdat de spanning zich dan beter kan verdelen. Dat maakt het protocol langer, met een doorlooptijd van twee tot drie weken in plaats van twaalf dagen.

Sla de dagen op de eindtemperatuur niet over. Die dagen zijn er niet om de vloer nog warmer te krijgen, maar om de warmte tot in de kern te laten doordringen en het vocht naar buiten te laten gaan. Ga je na één dag op 40 graden meteen terugkoelen, dan heeft de onderkant van de dekvloer die temperatuur nooit gezien.

DagAanvoertemperatuurWat er die dag gebeurt
Dag 120 tot 25 gradenStarten op ruimtetemperatuur, alle groepen open, pomp draait continu
Dag 225 gradenEerste stap omhoog, verdeler en koppelingen nalopen op lekkage
Dag 330 gradenVloer voelt lauw aan, thermostaat blijft warmte vragen
Dag 435 gradenVloer wordt merkbaar warm, temperatuur noteren met tijdstip
Dag 540 gradenEindtemperatuur bereikt, hoger gaan we niet
Dag 6 tot 840 gradenConstant houden, dagelijks aflezen en in het logboek zetten
Dag 935 gradenBegin van de afkoelfase, dezelfde stapgrootte terug
Dag 1030 gradenNiets versnellen, ook niet als het buiten warm is
Dag 1125 gradenLaatste stap, installatie blijft doorstromen
Dag 1220 graden of uitVloer op ruimtetemperatuur, klaar voor de vochtmeting

Hoe warm de aanvoer maximaal mag worden

Je komt regelmatig 55 graden tegen als eindtemperatuur van een protocol. Dat getal stamt uit de tijd dat installaties op radiatortemperatuur draaiden en het geeft in een dekvloer een duidelijk hoger risico op scheuren en onthechting. Wij houden 40 graden aan als bovengrens, tenzij de dekvloerleverancier zelf iets anders voorschrijft en dat onderbouwt.

De afwerking die er straks op komt, stelt ook een grens. Niet aan de aanvoer zelf, maar aan de oppervlaktetemperatuur van de vloer, en die twee hangen samen via de dikte van de dekvloer en de leidingafstand. In een woonkamer wordt ongeveer 29 graden aan het oppervlak als bovengrens gehanteerd, in een badkamer en in een randzone langs het raam mag dat iets hoger liggen. Wat daar verder bij komt kijken, staat bij vloerverwarming in de badkamer.

Blijft de vloer tijdens het protocol op sommige plekken duidelijk kouder, dan is dat geen reden om de temperatuur op te schroeven. Dan is er een groep die niet meedoet, en dat verhelp je bij de verdeler.

VloerafwerkingAanvoer in dagelijks gebruikWaar je op let
Keramische tegels en natuursteenTot 40 gradenVerdraagt het meest, oppervlak toch niet boven ongeveer 29 graden
Geplakte pvc- of vinylvloerTot 40 graden, kortstondig niet boven 45Eerst goed egaliseren, anders tekenen de freessleuven zich af
Lamelparket en meerlaags houtTot 40 gradenOppervlak niet boven 27 graden, anders krimpt het hout uit
Massief houten delenVaak ongeschiktAlleen smalle delen en alleen als de houtleverancier het toestaat
Pu-gietvloerTot 40 gradenProtocol is meestal een garantievoorwaarde, met logboek
Beton cireTot 40 gradenLeverancier schrijft het schema voor, ook het afkoelen
Linoleum en rubberTot 40 gradenLijm moet geschikt zijn voor vloerverwarming
Tapijt met onderlaagTot 40 gradenLet op de warmteweerstand van tapijt plus ondertapijt samen

Ga niet naar 55 graden omdat het installatiebedrijf dat noemt. Vraag dan wie de scheurschade draagt. In de praktijk verwijst de vloerlegger naar het schema van de dekvloerleverancier, en daar staat de lagere eindtemperatuur in.

Waar je de watertemperatuur instelt

Het protocol gaat over de temperatuur van het water dat de vloer in gaat, dus je moet weten waar die geregeld wordt. Bij de meeste vloerverwarmingsverdelers zit een pompgroep met een thermostatische mengkraan: een knop met een schaal van ongeveer 20 tot 50 graden, en daarnaast een thermometer in de aanvoerbalk. Die knop is jouw instelpunt, en die verdraai je elke dag één stap.

Zit er geen mengkraan, dan is de temperatuur van de warmtebron meteen de aanvoertemperatuur. Bij een cv-ketel stel je dat in als maximale cv-aanvoer in het menu, bij een weersafhankelijke regeling verlaag je de stooklijn of gebruik je de handmatige stand. Bij een warmtepomp zoek je de instelling voor de maximale aanvoertemperatuur in verwarmingsbedrijf.

Lees de temperatuur altijd af bij de verdeler en niet op de ketel. Staat er een mengkraan tussen, dan mag de ketel best op 70 graden draaien terwijl de vloer keurig 35 graden krijgt. Zonder thermometer op de verdeler meet je met een infraroodthermometer op de kale koperen of stalen aanvoerbalk, of je plakt een contactvoeler op de aanvoerbuis en dekt die af met een stukje isolatie. Meet niet op de kunststof buizen zelf, want die geven een te lage waarde.

Loopt er een groep niet mee, dan zie je dat aan de flowmeters. Hoe je die afleest en instelt, staat bij het inregelen met de flowmeters op de verdeler. Blijft een deel van de vloer koud terwijl de aanvoer wel warm is, kijk dan bij een vloerverwarming die niet warm wordt.

Opstoken met een warmtepomp

Bij een warmtepomp ontbreekt vaak elke instelknop op de verdeler, en dat maakt het protocol lastiger. De temperatuur regel je dan in de bediening van de warmtepomp zelf, met de maximale aanvoertemperatuur of met de stooklijn. Veel toestellen geven een vaste stand in het servicemenu vrij, en die instelling ligt niet altijd op het gebruikersniveau.

Twee dingen zijn hier extra van belang. Een warmtepomp die ook koelt, moet in verwarmingsbedrijf staan en niet in de automatische zomerstand, anders schakelt hij bij warm weer gewoon om. En omdat een warmtepomp met een lage aanvoer het efficiëntst werkt, staat de begrenzing soms zo laag ingesteld dat je de 40 graden niet haalt. Laat je installateur die grens tijdelijk vrijgeven en daarna weer terugzetten.

De thermostaat tijdens het opstookprotocol

Dit is de vraag waar de meeste mensen op vastlopen. Het protocol schrijft een watertemperatuur voor en zegt niets over de kamerthermostaat, maar zonder warmtevraag slaat de warmtebron af en stroomt er niets door de vloer. Dan staat je mengkraan op 35 graden terwijl er koud water in de leidingen staat.

De praktische oplossing is de kamerthermostaat hoog genoeg zetten dat hij de hele periode warmte blijft vragen, in de praktijk 25 tot 30 graden. Zet het klokprogramma en de nachtverlaging uit, want een verlaging van vijf graden 's nachts is precies de temperatuurschommeling die je wilde vermijden. Bij een weersafhankelijke regeling zet je de installatie op een vaste, handmatige aanvoer.

Heb je zoneregeling met thermische kleppen op de verdeler, dan moet elke zone warmte vragen, anders blijven de kleppen van die groepen dicht. Bij een systeem als Honeywell evohome met vloerverwarming zet je alle zones tijdelijk op dezelfde hoge setpoint. Kan dat niet, dan draai je de thermische kleppen handmatig open met het meegeleverde kapje.

De pomp van de vloerverwarming moet ook echt blijven draaien. Staat die op een automatische stand die met de ketel meeschakelt, zet hem dan tijdelijk op continu. Hoe dat schakelen normaal gesproken is bedraad, lees je bij de pompschakelaar van de vloerverwarming.

Zet met een stukje afplaktape een streepje bij de stand van de mengkraan en schrijf de datum erbij. Zo zie je de volgende dag in één oogopslag waar je stond, ook als iemand anders er aan gezeten heeft.

Het opstookprotocol in de zomer uitvoeren

Nieuwbouw wordt zelden in januari opgeleverd, dus het opstookprotocol valt vaak midden in een warme periode. Dat voelt onlogisch en het wordt behoorlijk warm in huis, maar uitstellen is de slechtste keuze. De vloerafwerking kan er pas op als het protocol is doorlopen, en een dekvloer die zijn eerste warmtecyclus in de winter meemaakt onder een gelijmde pvc-vloer, is precies het scenario waar scheuren ontstaan.

Twee instellingen houden je in de zomer tegen. De eerste is de zomerstand van de cv-ketel, waarbij alleen warm tapwater wordt gemaakt en de verwarming uit staat. Die zet je tijdelijk uit. De tweede is een warmtepomp die automatisch naar koelen omschakelt bij een hoge buitentemperatuur; die zet je vast in verwarmingsbedrijf.

Reken erop dat het binnen richting 28 graden gaat, zeker in de ruimte waar de meeste leidingen liggen. Ventileren mag gewoon, want het protocol werkt met de watertemperatuur en niet met de ruimtetemperatuur. Zet alleen geen ventilator direct op de vloer en leg er geen natte doeken op om het draaglijk te houden, want dan koel je plaatselijk af en krijg je binnen één vloer verschillende temperaturen. Ventileer 's avonds en 's nachts, en plan zwaar werk in huis niet in deze week.

Slaat de ketel af of komt er een foutmelding tijdens deze dagen, kijk dan eerst bij de storingscodes per merk en type voordat je het protocol onderbreekt. Meer achtergrond over de rest van de installatie vind je in ons overzicht van verwarming en cv-installaties.

Afkoelen is de fase waar het misgaat

Als de laatste dag op 40 graden erop zit, is de neiging groot om de installatie gewoon uit te zetten en verder te gaan met de bouw. Dat is de fout die de meeste scheuren oplevert. Een vloer die in een etmaal van 40 naar 20 graden gaat, krimpt sneller dan hij spanning kwijt kan.

Koel af in dezelfde stappen waarmee je bent opgestookt, dus 5 graden per dag bij een vlot schema en 1 tot 2 graden per dag bij een rustig schema. De pomp blijft draaien en de kamerthermostaat blijft hoog staan tot je op de laagste stand bent aangekomen. Pas als de aanvoer op ruimtetemperatuur staat, zet je de installatie in de normale bedrijfsstand.

Zet in die dagen ook geen ramen wagenwijd open op een koude ochtend. Buitenlucht van tien graden over een vloer van dertig graden geeft aan het oppervlak een schok die je nergens terugziet in je logboek. Ventileer met beleid en houd de deuren van de ruimte dicht als het buiten fors kouder is dan binnen.

Na het protocol hoef je niets bijzonders meer te doen. De installatie draait daarna gewoon op de aanvoertemperatuur die bij je woning past, vaak 30 tot 40 graden bij een cv-ketel en lager bij een warmtepomp. Het protocol hoef je niet elk jaar te herhalen: het hoort bij een nieuwe dekvloer, niet bij het begin van een stookseizoen.

Het protocol vastleggen en de vloer vrijgeven

Een opstookprotocol dat niet is opgeschreven, telt bij een schadegeval als niet uitgevoerd. Noteer daarom per dag de datum, het tijdstip, de ingestelde aanvoertemperatuur, de afgelezen temperatuur op de verdeler en de buitentemperatuur. Een A4'tje met twaalf regels is genoeg, en een foto van de thermometer erbij maakt het onbetwistbaar.

Het protocol maakt de vloer niet automatisch droog genoeg. De vloerlegger meet het restvocht voordat hij begint, meestal met een CM-meter waarvoor hij een monster uit de vloer hakt. Voor een cementgebonden dekvloer met vloerverwarming wordt vaak 1,8 procent aangehouden en voor anhydriet 0,3 procent, maar de leverancier van de afwerking bepaalt de grenswaarde. Zit je erboven, dan verleng je de dagen op eindtemperatuur en meet je opnieuw.

Spreek van tevoren af wie het schema levert en wie er tekent. In de praktijk werkt het het beste als de partij die de afwerking legt het droogprogramma opgeeft en daarvoor tekent. Dan ligt het schema vast voordat je begint, in plaats van dat er achteraf discussie ontstaat over een graad per dag.

Controleer voor je start ook nog even de waterdruk van de installatie, want een systeem dat te laag staat gaat tijdens het opstoken lucht trekken. Met onze rekenhulp voor de juiste cv-druk bij jouw woning zie je welke waarde bij jouw hoogteverschil hoort.

Zo doorloop je het opstookprotocol

Deze volgorde werkt voor een cementgebonden dekvloer met een cv-ketel of warmtepomp, en met kleine aanpassingen ook voor een ingefreesde vloer.

  1. Controleer of de vloer eraan toe is

    Tel de dagen sinds het storten en houd bij een cementgebonden dekvloer 28 dagen aan, tenzij de leverancier iets anders opgeeft. Bij ingefreesde leidingen moeten de gleuven dicht zijn en de egaline hard. Warmte in een vloer die nog niet op sterkte is, geeft precies de scheuren die je wilt vermijden.

  2. Vul bij, ontlucht en lees de druk af

    Lucht in een groep betekent geen doorstroming en dus een vloerdeel dat het protocol niet meemaakt. Werk de verdeler groep voor groep af zoals beschreven bij het ontluchten van de vloerverwarming en vul daarna bij tot de juiste druk. Doe dit voordat het water warm wordt, want in warm water komt de lucht pas echt los.

  3. Zet alle groepen open en de pomp op continu

    Draai elke afsluiter op de aanvoer- en retourbalk open en controleer met de flowmeters of er in elke groep echt debiet staat. Zet de pomp van de vloerverwarming op een vaste stand in plaats van op automatisch meeschakelen. Een groep die dicht staat, komt het hele protocol niet op temperatuur.

  4. Zet de thermostaat hoog en het klokprogramma uit

    Zet de kamerthermostaat op 25 tot 30 graden, schakel de nachtverlaging uit en zet zoneregelingen op één gelijke stand. De warmtebron moet de hele periode warmte blijven leveren, anders staat je mengkraan wel goed maar stroomt er niets. Bij een weersafhankelijke regeling kies je een vaste handmatige aanvoer.

  5. Begin op ruimtetemperatuur en noteer die

    Stel de mengkraan of de warmtebron in op 20 tot 25 graden en laat dat een etmaal draaien. Lees de temperatuur af bij de verdeler, niet op de ketel. Schrijf datum, tijd en waarde op; dit is regel één van je logboek en de eerste dag van het protocol.

  6. Verhoog elke dag één stap tot 40 graden

    Ga per dag 5 graden omhoog bij een vlot schema, of 1 tot 2 graden bij een dikke vloer en bij beton cire of een gietvloer. Verhoog steeds op hetzelfde tijdstip en loop daarna de verdeler en de koppelingen na op lekkage. Boven de 40 graden gaan we niet, ook niet als een installateur 55 noemt.

  7. Houd de eindtemperatuur drie dagen vast

    Laat de installatie drie tot vier etmalen onafgebroken op 40 graden draaien, dag en nacht. In deze dagen komt de warmte tot onder in de dekvloer en gaat het meeste bouwvocht eruit. Ventileer het vrijkomende vocht af, anders slaat het elders in huis neer.

  8. Koel in dezelfde stappen af en laat meten

    Ga met dezelfde stapgrootte terug naar ruimtetemperatuur en laat de pomp tot het einde draaien. Zet de installatie pas op de normale bedrijfsstand als je op de laagste temperatuur bent aangekomen. Laat daarna het restvocht meten en overhandig het logboek aan degene die de vloer legt.

Storingzoeker

Kies het merk, vul de code in en zie wat er aan de hand is, wat je zelf kunt doen en wanneer je moet bellen. Bekijk alle gegevens

MerkCodeWat er aan de hand isWat je zelf kunt doenBellen of niet
Intergas1De ketel wordt te warm, de aanvoertemperatuur loopt te hoog opControleer de waterdruk en ontlucht de radiatoren. Te weinig water of lucht in de installatie is de gewone oorzaak.Blijft hij terugkomen: monteur
Intergas2Storing in de aanvoer- of retoursensorReset de ketel een keer. Herhaalt de code zich, dan is de sensor of de bedrading het probleem.Monteur
Intergas3De maximaalthermostaat heeft ingegrepenControleer druk en doorstroming, ontlucht de installatie.Blijft het: monteur
Intergas4Geen vlamsignaal, de ketel krijgt het vuur niet aanKijk of de gaskraan open staat en of andere gastoestellen het doen. Reset daarna een keer.Doet gas het wel: monteur
Intergas5Slecht of wegvallend vlamsignaalReset een keer. Vaak vervuilde ionisatiepen of ontsteking.Monteur
Intergas6Fout in de vlamdetectieReset een keer.Monteur
Intergas7Probleem met de rookgasafvoer of de uitlaatgassensorKijk of de afvoer buiten vrij is en niet verstopt zit door een vogelnest of blad.Monteur, dit raakt de veiligheid
Intergas8Het ventilatortoerental klopt nietReset een keer.Monteur
Intergas10 tot en met 14Sensorfout of storing in de installatie, bijvoorbeeld een defecte stromingsschakelaar, draadbreuk of lucht in de installatieControleer de waterdruk en ontlucht grondig, van laag naar hoog.Blijft het: monteur
NefitA01Geen vlam of vlam valt wegControleer of de gaskraan open staat en of de druk goed is, reset daarna een keer.Herhaalt zich: monteur
NefitC6De ventilator draait niet op het juiste toerentalReset een keer.Monteur
NefitD1Te weinig waterdruk in de installatieBijvullen tot de juiste druk voor jouw bouwhoogte, daarna ontluchten.Zelf te doen
NefitEAVlam wordt niet waargenomenReset een keer. Kijk of andere gastoestellen werken.Herhaalt zich: monteur
NefitF0 of F7Interne storing in de besturingReset een keer, haal eventueel kort de stroom eraf.Monteur
RemehaReset knopVergrendelde storingHoud de resetknop ingedrukt tot het display reageert. Noteer eerst de code voordat je reset.Afhankelijk van de code
RemehaE00Aanvoersensor defect of niet aangeslotenReset een keer.Monteur
RemehaE01Te weinig waterdruk of geen doorstromingBijvullen en ontluchten.Zelf te doen
RemehaE04Geen vlam bij het opstartenGaskraan controleren, een keer resetten.Herhaalt zich: monteur
VaillantF.22Te weinig water in de ketel, droogkookbeveiligingBijvullen tot de juiste druk en ontluchten.Zelf te doen
VaillantF.28Ontsteking mislukt bij het opstartenGastoevoer controleren, een keer resetten.Herhaalt zich: monteur
VaillantF.75Drukverschil niet herkend, vaak de pomp of het expansievatControleer of de druk sterk schommelt bij het opstarten.Monteur, meestal het expansievat
AWBVlamstoringGeen ontstekingGaskraan open, druk controleren, een keer resetten.Herhaalt zich: monteur
Bosch vaatwasserE15Water in de lekbak onderin, de vlotterbeveiliging staat aanKantel het apparaat voorzichtig naar achteren zodat het water uit de bak loopt, zet hem terug en start opnieuw. Zoek daarna waar het water vandaan kwam.Blijft het terugkomen: monteur
Bosch vaatwasserE24 of E25Water loopt niet weg, afvoer verstoptMaak het zeef en de pompfilter schoon, controleer de afvoerslang op een knik en de sifonaansluiting op een dop die er nog in zit.Zelf te doen
Bosch vaatwasserE22Filters verstoptZeven eruit en schoonmaken.Zelf te doen
Bosch vaatwasserE09Verwarmingselement defect, water wordt niet warmNiets zelf te doen.Monteur
Siemens vaatwasserE15Water in de lekbak, vlotterbeveiliging actiefZelfde aanpak als bij Bosch: voorzichtig kantelen, water eruit, terugzetten en opnieuw starten.Blijft het: monteur
Siemens vaatwasserE24Afvoer geblokkeerdZeven en pompfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren.Zelf te doen
Siemens vaatwasserResettenProgramma vastgelopenHoud de startknop ongeveer drie tot vijf seconden ingedrukt tot het programma terugspringt, of haal de stekker er een minuut uit.Zelf te doen
AEG vaatwasseri20 of 20Afvoerprobleem, water loopt niet wegFilters en pomp schoonmaken, afvoer controleren.Zelf te doen
AEG vaatwasseri30 of 30Water in de bodembak, lekkage gedetecteerdKantelen om het water eruit te laten en de oorzaak zoeken.Blijft het: monteur
AEG vaatwasserResettenProgramma vastgelopenHoud de programmaknop en de startknop samen enkele seconden ingedrukt.Zelf te doen
Miele vaatwasserF11Water loopt niet wegFilters en afvoerpomp schoonmaken.Zelf te doen
Miele vaatwasserF70Vlotter of niveaubeveiligingControleer op lekkage onderin.Monteur
Bosch wasmachineE18 of F18Water loopt niet wegPluizenzeef vooronder schoonmaken en de afvoerslang controleren.Zelf te doen
Bosch wasmachineF21Motorstoring, trommel draait nietNiets zelf te doen.Monteur
Bosch wasmachineE23Water in de lekbakMachine kantelen om het water eruit te laten, daarna de lekkage zoeken.Blijft het: monteur
AEG wasmachineE20AfvoerprobleemPluizenfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren.Zelf te doen
AEG wasmachineE40Deur niet goed dichtDeur opnieuw sluiten, controleer of er was tussen zit.Zelf te doen
QuookerKnippert 1 keerReservoir warmt op of komt uit een stroomonderbrekingWacht ongeveer tien minuten tot hij op temperatuur is.Zelf te doen
QuookerKnippert 2 keerReservoir bereikt de temperatuur nietHaal de stekker er een minuut uit en zet hem terug. Blijft het knipperen, dan is er meestal een onderdeel defect.Blijft het: monteur
QuookerKnippert 3 keerStoring in de temperatuursensorEen keer stroomloos maken.Monteur
QuookerGeen kokend water, wel gewoon waterReservoir uit of niet op temperatuurControleer of de stekker in het stopcontact zit en of de groep niet is uitgevallen.Zelf te doen

Samengesteld uit fabrikantendocumentatie en uit meldingen die in de praktijk het vaakst voorkomen. Codes verschillen per model en per bouwjaar, dus houd altijd de handleiding van jouw toestel aan. Een cv-ketel meer dan twee of drie keer achter elkaar resetten heeft geen zin en kan gevaarlijk zijn: als de storing terugkeert, is er iets aan de hand dat een monteur moet zien. Werk aan gas is altijd werk voor een erkend installateur.

Controleer dit voordat je aan de knop draait

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

Beton cire in nieuwbouw, maar de watertemperatuur was niet in te stellen

In een nieuwbouwwoning moest er een beton cire vloer komen en de leverancier eiste een volledig doorlopen protocol met logboek. Op de verdeler zat alleen een balk met afsluiters en flowmeters: geen mengkraan, geen thermometer, dus geen knop om per dag een stap mee te zetten. De warmtebron was een warmtepomp die ook kon koelen.

De oplossing zat in de warmtepomp zelf. Daar staat de maximale aanvoertemperatuur in verwarmingsbedrijf, en die kon per dag met de hand omhoog. De installateur moest de bovengrens tijdelijk vrijgeven, want die stond op de comfortstand veel lager begrensd. Verder is de automatische omschakeling naar koelen uitgezet, anders was het toestel bij warm weer aan het koelen geslagen midden in het protocol. De temperatuur is dagelijks gecontroleerd met een infraroodthermometer op de stalen aanvoerbalk, omdat er geen meter zat om af te lezen.

Dit kwamen we tegen

De ketel liep naar 72 graden terwijl de vloer op 35 stond

Voor een lamelparketvloer moest een protocol tot 40 graden worden gevolgd, midden in een hittegolf. Op de vloerverwarmingsgroep zat een thermostaatknop met een schaal en een thermometer. De knop ging van 30 naar 35 en de kamerthermostaat werd op 27 gezet, waarna de aanvoertemperatuur van de ketel de volgende ochtend op 72 graden bleek te staan.

Dat leek alarmerend, maar er zat een thermostatische mengkraan tussen ketel en vloer. Die mengt het hete ketelwater met retourwater terug tot de ingestelde 35 graden, dus de vloer kreeg nooit meer dan dat. Wat wel is aangepast: de maximale cv-aanvoer van de ketel is teruggezet naar ongeveer 55 graden, omdat er verder alleen vloerverwarming aan hing en een hogere keteltemperatuur alleen maar rendement kost. De les uit dit geval is simpel: lees de temperatuur af op de aanvoerbalk van de verdeler en beoordeel het protocol niet op wat het ketelscherm laat zien.

Dit kwamen we tegen

Ingefreesde leidingen, een pvc-vloer en vijf graden per dag

In een woning van veertig jaar oud werden leidingen in de betonvloer gefreesd, met een gelijmde pvc-vloer als afwerking. Het meegeleverde protocol ging van 20 naar 40 graden in stappen van 5 graden per dag, en er was al gestookt terwijl een deel van de sleuven nog open lag.

Dat laatste is teruggedraaid: alle gleuven zijn eerst dichtgesmeerd en de vloer is volledig geëgaliseerd voordat er opnieuw werd begonnen. Leidingen in een open sleuf zetten uit en komen omhoog, en dan tekenen ze zich later door de pvc heen af. Vijf graden per dag is bovendien teruggebracht naar twee graden per dag, omdat een oude betonvloer een grote massa heeft en de warmte er traag doorheen trekt. Het protocol duurde daarmee ruim drie weken in plaats van twaalf dagen, en de vloer is zonder scheuren doorgekomen.

Dit kwamen we tegen

Geen enkele meter in de meterkast om iets af te lezen

Bij een oplevering met tegels op vloerverwarming stond de verdeler in de meterkast en de cv-ketel op zolder. Er zat geen thermometer op de verdeler en geen display bij de vloerverwarming, dus de bewoner stelde iets in op de ketel en had geen idee wat er beneden aankwam.

Wat hier werkte, was een contactthermometer met een bandje om de aanvoerbuis, vlak achter de pompgroep, met een stukje isolatie eroverheen. Die gaf na een kwartier een stabiele waarde die dicht genoeg bij de werkelijke watertemperatuur zat om het protocol op te sturen. Meten op de kunststof buizen verderop gaf steeds een paar graden te weinig. Daarnaast bleek de kamerthermostaat op 20 graden te staan, waardoor de ketel op de warme dagen nauwelijks aansloeg en er dagenlang koud water in de vloer stond zonder dat iemand het doorhad.

Veelgemaakte fouten

Beginnen voordat de dekvloer op sterkte is

Een cementgebonden dekvloer voelt na twee weken hard aan, maar dieper in de laag is de sterkte er nog niet. Warmte in zo'n vloer geeft precies de scheuren rond de leidingen die het protocol moest voorkomen. Houd 28 dagen aan of de opgave van de leverancier, en niet het schema van de aannemer die verder wil.

De kamerthermostaat laag laten staan

Het protocol schrijft een watertemperatuur voor, dus mensen laten de thermostaat op 20 graden staan. De warmtebron slaat dan af, er stroomt niets door de vloer en het water in de leidingen blijft koud. Je logboek klopt op papier en de vloer heeft geen enkele graad gezien.

Stoken met open freesgleuven

Bij ingefreesde vloerverwarming wordt vaak alvast getest voordat de sleuven zijn dichtgesmeerd. De leidingen zetten uit door de warmte en komen omhoog uit hun gleuf. Later liggen ze te hoog in de egaline en tekenen ze zich als strepen af door een pvc- of gietvloer.

De installatie na de laatste dag gewoon uitzetten

Van 40 naar koud in één etmaal is een grotere krimpstap dan de vloer in de hele opwarmfase heeft gehad. Beton kan slecht tegen trek en juist in de afkoelfase ontstaan de meeste scheuren. Neem er dezelfde dagen voor als bij het opstoken, ook als de vloerlegger staat te wachten.

Doorstoken naar 55 graden omdat het protocol dat noemt

Die eindtemperatuur komt uit de radiatorpraktijk en geeft in een dekvloer een duidelijk hoger risico op scheuren en onthechting. Er is bovendien geen enkele afwerking die er baat bij heeft: parket en pvc zitten dan ruim boven hun toegestane oppervlaktetemperatuur. Veertig graden aanvoer is genoeg om het vocht eruit te krijgen.

Slechts een deel van de groepen laten meedoen

Een afsluiter die dichtstond of een zone die geen warmte vroeg, betekent dat dat vloerdeel het protocol niet heeft meegemaakt. Dat merk je pas in de winter, wanneer die strook voor het eerst warm wordt en scheurt. Controleer per groep of de flowmeter debiet aangeeft voordat je de eerste stap zet.

Het protocol elk jaar herhalen

Het opstookprotocol hoort bij een nieuwe dekvloer die zijn eerste warmtecyclus krijgt, niet bij het begin van een stookseizoen. Na de eerste winter is de vloer gezet en draait de installatie gewoon op zijn normale aanvoertemperatuur. Elk najaar opnieuw een schema doorlopen levert niets op.

Niets opschrijven tijdens de dagen dat het loopt

Zonder logboek kun je niet aantonen dat het protocol is uitgevoerd, en dat is precies wat de vloerleverancier vraagt als er later een scheur zit. Een velletje met datum, tijd, ingestelde stand en afgelezen temperatuur kost je een minuut per dag. Zonder dat velletje vervalt in de meeste gevallen de garantie op de afwerking.

Veelgestelde vragen

Wat is een opstookprotocol voor vloerverwarming precies?

Het is een vast schema waarmee een nieuwe dekvloer met vloerverwarming voor het eerst gecontroleerd op temperatuur wordt gebracht en daarna weer wordt afgekoeld. Je gaat in kleine stappen van ruimtetemperatuur naar maximaal 40 graden aanvoer, houdt dat een paar dagen vast en loopt hetzelfde trapje terug. Zo krijgt de vloer de kans om uit te zetten en te krimpen zonder te scheuren of los te komen, en gaat het laatste bouwvocht eruit voordat de afwerking erop komt.

Hoe lang duurt een opstookprotocol vloerverwarming?

Reken op tien tot twintig dagen. Met stappen van 5 graden per dag ben je in ongeveer twaalf dagen rond: vier dagen omhoog, drie tot vier dagen op 40 graden en vier dagen omlaag. Ga je in stappen van 1 tot 2 graden per dag, wat wij bij dikke vloeren en bij beton cire aanhouden, dan loopt het op naar drie weken. Daar komt nog de wachttijd voor de dekvloer bij, bij cement doorgaans 28 dagen na het storten.

Op welke stand moet de thermostaat tijdens het opstookprotocol?

Hoog genoeg dat de warmtebron onafgebroken warmte blijft leveren, in de praktijk 25 tot 30 graden. Het protocol gaat over de watertemperatuur, maar zonder warmtevraag slaat de ketel of warmtepomp af en staat er koud water in de vloer. Zet daarbij het klokprogramma en de nachtverlaging uit, want een dagelijkse terugval van vijf graden is precies de schommeling die je wilde vermijden. Bij zoneregeling zet je alle zones op dezelfde hoge stand.

Hoe voer ik het opstookprotocol van de vloerverwarming in de zomer uit?

Precies zoals in de winter, alleen wordt het binnen behoorlijk warm. Zet de zomerstand van de cv-ketel uit, anders maakt hij alleen tapwater en komt er niets naar de vloer. Staat er een warmtepomp die kan koelen, zet die dan vast in verwarmingsbedrijf zodat hij bij warm weer niet automatisch omschakelt. Ventileren mag gewoon, want het schema werkt met de watertemperatuur. Leg alleen geen natte doeken op de vloer en zet er geen ventilator op, want dan koel je plaatselijk af.

Moet het opstookprotocol elk jaar aan het begin van de winter herhaald worden?

Nee. Het protocol hoort bij een dekvloer die voor het eerst warm wordt, niet bij het begin van een stookseizoen. Zodra de vloer die eerste cyclus heeft gehad en de afwerking ligt, schakel je de vloerverwarming in het najaar gewoon in. Wel is het verstandig om na een zomer zonder verwarming de eerste dagen niet meteen op de hoogste stand te beginnen, en de installatie voor het seizoen even te ontluchten en de druk te controleren.

Hoeveel graden per dag mag de aanvoertemperatuur omhoog?

Dat hangt af van het schema van de dekvloerleverancier. Stappen van 5 graden per dag kom je veel tegen en dat kan bij een normale cementdekvloer, maar wij vinden 1 tot 2 graden per dag veiliger bij dikke vloeren, bij oude betonvloeren met ingefreesde leidingen en bij afwerkingen als beton cire en pu-gietvloeren. Kleinere stappen kosten alleen tijd en geven de spanning meer gelegenheid zich te verdelen, dus in twijfelgevallen kies je de rustige variant.

Mag de aanvoertemperatuur tijdens het protocol naar 55 graden?

Installatiebedrijven noemen dat getal regelmatig, maar het geeft in een dekvloer een duidelijk hoger risico op scheurvorming en onthechting. Wij houden 40 graden aan als eindtemperatuur, tenzij de leverancier van de dekvloer schriftelijk iets anders voorschrijft. Voor het uitdrijven van het bouwvocht is 40 graden ruim voldoende, en de meeste vloerafwerkingen mogen in gebruik toch nooit warmer worden. Vraag bij twijfel wie de schade draagt als de vloer scheurt.

Hoe doe ik het opstookprotocol met een warmtepomp die geen instelknop heeft?

Bij een warmtepomp zit de instelling niet op de verdeler maar in de bediening van het toestel, meestal als maximale aanvoertemperatuur of via de stooklijn. Die verhoog je elke dag één stap met de hand. Twee dingen lopen daarbij vaak mis: de bovengrens staat voor het comfortbedrijf zo laag ingesteld dat je de 40 graden niet haalt, en de automatische omschakeling naar koelen slaat bij warm weer aan. Laat je installateur de begrenzing tijdelijk vrijgeven en zet het koelbedrijf uit.

Wanneer mag ik beginnen na het storten van de dekvloer?

Bij een cementgebonden dekvloer houd je 28 dagen aan, ook als de vloer eerder hard aanvoelt. Anhydriet gietdekvloeren mogen vaak al na een week, en snelcementgebonden vloeren soms na drie tot zeven dagen, maar alleen als dat in het productblad staat. Bij ingefreesde leidingen in een bestaande vloer is de leeftijd van het beton niet het punt; daar wacht je tot de dichtsmeermortel en de egaline volledig zijn uitgehard.

Wat als er geen thermometer op de verdeler zit?

Meet dan zelf op de aanvoerbalk of op de aanvoerbuis vlak achter de pompgroep. Een infraroodthermometer op het blanke metaal geeft een bruikbare waarde, en nog nauwkeuriger is een contactthermometer die je met een bandje vastzet en met een stukje isolatie afdekt. Meet niet op de kunststof buizen naar de groepen toe, want die geven een paar graden te weinig aan. Lees ook nooit alleen het scherm van de ketel af als er een mengkraan tussen zit.

Moet ik het protocol ook doorlopen bij ingefreesde vloerverwarming?

Ja, want ook daar zit een verse laag om de leidingen heen die voor het eerst warm wordt: de dichtsmeermortel en de egaline eroverheen. Wacht wel tot beide volledig hard zijn en stook nooit met open gleuven, omdat de leidingen dan uitzetten en omhoog komen. Bij een oude, dikke betonvloer nemen wij kleinere stappen dan bij een dunne dekvloer, omdat de warmte er langzamer doorheen trekt.

Is de vloer na het opstookprotocol droog genoeg voor pvc of parket?

Niet automatisch. Het protocol helpt het vocht eruit, maar of de vloer binnen de grenswaarde zit, blijkt pas uit een meting. De vloerlegger doet dat meestal met een CM-meter waarvoor hij een monster uit de vloer hakt. Bij cementgebonden dekvloeren met vloerverwarming wordt vaak 1,8 procent aangehouden en bij anhydriet 0,3 procent, maar de leverancier van de afwerking bepaalt de eis. Zit je erboven, dan verleng je de dagen op eindtemperatuur en meet je opnieuw.

Wanneer je beter een vakman belt

Het protocol zelf is geen specialistenwerk: het is elke dag een knop een stap verzetten en opschrijven wat je doet. Er zijn wel situaties waarin je beter de installateur of de vloerlegger belt.

De eerste is een warmtepomp of een ketelregeling waarin je de maximale aanvoertemperatuur niet vindt of niet kunt wijzigen. Die instellingen zitten vaak in een servicemenu, en daar wordt meer geregeld dan alleen de aanvoer. Laat de installateur de grens tijdelijk vrijgeven en na afloop terugzetten, in plaats van zelf door dat menu te lopen.

De tweede is een groep die tijdens het opstoken koud blijft terwijl de aanvoer wel warm is, of een verdeler waar tijdens het protocol water uit komt. Dan wil je weten of het om lucht, een verstopping of een beschadigde leiding gaat voordat de afwerking erop gaat.

De derde is de vochtmeting en de vrijgave van de vloer. Laat de partij die het parket, de pvc of de gietvloer legt zelf meten en het droogprogramma opgeven, en laat hem daarvoor tekenen. Dan ligt de verantwoordelijkheid waar hij hoort, en dat scheelt discussie als er later toch een scheur verschijnt.

Blijft je cv-ketel tijdens het protocol op storing gaan of lukt het niet om de installatie op druk te houden, stop dan met opstoken en laat eerst de oorzaak verhelpen. Een protocol dat halverwege een paar dagen stilvalt, kun je beter opnieuw beginnen dan half afmaken.

Verder lezen over dit onderwerp