Een grondkering maken die niet gaat hangen of schuiven
Bekijk de informatie en links bij deze gids
Een grondkering valt of staat bij drie dingen: een vaste fundering, water dat weg kan en een wand die iets achterover staat. De hoogte bepaalt de rest van je keuze, want de kracht op de wand groeit veel harder dan de hoogte zelf. Tot ongeveer een halve meter kun je droog stapelen of met hout werken, daarboven wordt het echt constructiewerk en gaat er een berekening aan vooraf.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Schop, spade en een smalle sleufschop
- Trilplaat of een handstamper voor de fundering
- Waterpas van minstens 120 cm en een lange rei
- Slangwaterpas of laserwaterpas voor de hoogtelijn over langere afstand
- Piketten en een strakke draad
- Rubberen hamer voor het stellen van blokken
- Kruiwagen en een grondkruier of steekwagen voor zware elementen
- Cirkelzaag of kettingzaag bij houten damwand, plus een boormachine met lange houtboren
Materiaal
- Stapelblokken, damwandplanken, palen of L-elementen, afhankelijk van je keuze
- Gebroken grind 8/16 of 16/32 voor de koffer achter de wand
- Worteldoek of een stevig geotextiel
- Drainagebuis met filteromhulling en een uitloop of put
- Stabilisatiezand of schraal beton voor het funderingsbed
- Rvs of thermisch verzinkte bouten en schroeven
- Constructielijm voor blokwerk, als je verlijmd bouwt
Wat een grondkering te verduren krijgt
Een grondkering houdt een hoogteverschil in de tuin op zijn plaats. Dat lijkt een statische klus, maar de grond erachter duwt onophoudelijk en die druk loopt sneller op dan de hoogte doet vermoeden. De kracht op de wand groeit ongeveer met het kwadraat van de kerende hoogte en het kantelmoment nog sneller. Een kering van een meter krijgt dus geen dubbele belasting ten opzichte van een halve meter, maar ruwweg het viervoudige.

Dat maakt de hoogte de belangrijkste ontwerpkeuze, en niet het materiaal. Het grondwerk eronder telt net zo zwaar: dezelfde verdichting en afwatering bepalen ook of een terras of bestrating jarenlang vlak blijft liggen. Een kering die op los aanvulzand staat, zakt scheef voordat hij ergens anders van bezwijkt.
Een grondkering kan op vier manieren falen, en die vier zie je in de tuin telkens terug. Hij kantelt voorover om zijn teen, hij schuift als geheel naar voren over zijn voet, hij zakt ongelijk weg door slappe ondergrond, of de fijne grond spoelt door de naden naar buiten waardoor er holtes achter ontstaan.
Water versterkt alle vier. Grond die verzadigd is weegt zwaarder en duwt harder, dus een kering die kurkdroog prima staat, kan in februari alsnog voorover gaan hangen.
Wie de wand een paar graden achterover zet, koopt marge. De grond duwt de kering dan eerst terug naar loodrecht voordat er iets kritisch gebeurt, en een klein beetje beweging valt niemand op. Een strak verticaal gebouwde kering ziet er na één winter al uit alsof hij naar voren valt, ook als hij nog niets mankeert.
Kijk naast de hoogte ook naar wat er achter de kering staat. Een oprit met een auto, een tuinhuis, een gestapelde plantenbak of een terras vlak achter de wand geeft extra belasting bovenop de grond. In dat geval is de kering zwaarder dan de hoogte alleen suggereert, en boven een halve meter hoort daar een berekening bij.

Lees de uitleg uit de afbeelding
De rand moet de grond kunnen keren. Een bestaande schutting is daar niet vanzelf voor ontworpen.
Bij de tekening: De grond drukt zijwaarts tegen de wand. De wand en haar fundering moeten die belasting kunnen opnemen.
- Grond geeft druk tegen de zijkant
- De belasting hangt onder meer af van hoogte, grondsoort en gebruik. Een hoge gevulde bak stelt andere eisen dan een lage sierrand.
- Water achter de rand kan extra druk geven
- Bepaal hoe overtollig water kan wegstromen zonder de ondergrond uit te spoelen. Alleen losse stenen stapelen is geen complete beoordeling van stabiliteit en afwatering.
- De grondkering draagt op haar eigen constructie
- Laat rand, steunpunten en fundering passend samenwerken. Gebruik de schutting niet stilzwijgend als achterwand voor de druk van de gevulde bak.
Bij grotere hoogteverschillen of nabij gebouwen hoort een geschikte beoordeling van de kering. De schets is geen universeel keerwanddetail.
Welke uitvoering past bij welk hoogteverschil
De handigste ingang is het hoogteverschil dat je wilt keren, gemeten van het lage maaiveld tot de bovenkant van de grond erachter. Meet dat met een slangwaterpas of een laser over de hele lengte, want tuinen lopen zelden gelijkmatig af. Het hoogste punt bepaalt je uitvoering, ook al is de rest lager.
De onderstaande indeling is een praktische vuistregel, geen norm. Ze gaat uit van gewone zand- of leemgrond zonder extra belasting achter de wand, en van een kering die netjes gedraineerd is. In veen en slappe klei schuif je een rij op in de tabel, want daar is de ondergrond het probleem en niet de wand.
| Hoogteverschil | Wat er meestal past | Fundering | Wat er achter moet |
|---|---|---|---|
| Tot 30 cm | Droog gestapelde blokken, een rij betonbiels, een lage houten rand of gewoon een flauw talud | Verdicht bed van 10 tot 15 cm grind of stabilisatiezand | Doorlatende aanvulling, drainage alleen in klei en leem |
| 30 tot 60 cm | Stapelblokken in verband met achteroverhelling, damwandplanken tussen palen, schanskorven | Uitgraven tot vaste grond, 15 cm verdicht bed, onderste laag deels ingegraven | Grindkoffer van 20 tot 30 cm breed met worteldoek ertussen |
| 60 tot 100 cm | Verlijmde of met beton gevulde blokken, betonnen L-elementen, zware hardhouten damwand | Betonvoet of een stevig zandcementbed op aantoonbaar vaste ondergrond | Grindkoffer met drainagebuis op afschot en een echte uitloop |
| Boven 100 cm | L-elementen of gewapend beton, gedimensioneerd op de situatie | Volgens berekening, met controle op kantelen en schuiven | Drainage volgens berekening, met waterdruk als maatgevend geval |
| Elke hoogte met belasting erachter | Een zwaardere uitvoering dan de hoogte alleen aangeeft | Volgens berekening zodra er een oprit, schuur of terras vlak achter ligt | Altijd drainage, want daar mag geen water blijven staan |
Twijfel je tussen twee rijen, kies dan de zwaardere. Het verschil zit in een paar centimeter graafwerk en een kuub grind, terwijl het opnieuw bouwen van een verzakte kering betekent dat je alle grond er nogmaals uit moet halen.
De materialen naast elkaar
Bijna elk materiaal kan grond keren, het verschil zit in hoe vergevingsgezind het is. Een droog gestapelde wand kan meebewegen met kleine zettingen zonder dat je het ziet. Een verlijmde of gestorte wand is stijf en werkt als één blok: sterker, maar hij vergeeft niets aan de fundering. Die keuze maak je dus samen met de ondergrond.
Let ook op wat het materiaal aan gereedschap en spierkracht vraagt. Betonnen L-elementen zijn de meest solide oplossing voor grotere hoogtes, maar ze wegen honderden kilo's per stuk en gaan er met een kraan of verreiker in. Voor een achtertuin zonder achterom valt die optie vaak op transport af, niet op techniek.
| Materiaal | Werkt goed tot ongeveer | Sterk punt | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Betonnen stapelblokken, droog gestapeld | 50 tot 60 cm | Snel te leggen, corrigeerbaar en zonder wachttijd | Zonder halfsteens verband en achteroverhelling schuift de bovenste laag naar voren |
| Stapelblokken verlijmd of met vulbeton | Ongeveer 1 meter | De wand werkt als één geheel en kan meer hebben | Een stijve wand vergeeft geen zetting, dus de fundering moet echt vast zijn |
| Betonnen L-elementen | Hoog, afhankelijk van het type | Het gewicht van de grond op de voet houdt het element zelf overeind | Transport en plaatsen vragen materieel, en de voet vraagt een vlakke, verdichte ondergrond |
| Hardhouten damwandplanken tussen palen | 60 tot 100 cm | Slank, dus je verliest weinig tuin, en het gaat tientallen jaren mee | De palen zijn de zwakke schakel: te dun of te ondiep en de wand gaat bol staan |
| Geïmpregneerde palen met schotten | 40 tot 60 cm | Goedkoop, overal te koop en licht te verwerken | Rot op de grondlijn, zeker als zaagsneden onbehandeld de grond in gaan |
| Schanskorven met breuksteen | 60 tot 100 cm | Volledig waterdoorlatend en ongevoelig voor kleine zettingen | Zonder worteldoek aan de achterzijde spoelt de grond dwars door de stenen naar buiten |
| Betonbiels of stelconplaten | 40 cm los gestapeld, hoger met palen ervoor | Vaak tweedehands te krijgen en vrijwel onverwoestbaar | Zwaar handwerk, en los gelegde biels kantelen zonder verankering of tegengewicht |
| Talud met beplanting | Elke hoogte, als je de ruimte hebt | Kost weinig, gaat niet stuk en heeft geen fundering nodig | Kost tuinoppervlak, en steiler dan één op twee spoelt uit voordat de beplanting wortelt |
Een grondkering van hout
Een grondkering van hout is de meest gekozen uitvoering in een gewone achtertuin, en terecht: hij is slank, je zaagt hem op maat en één persoon kan het werk doen. De opbouw is altijd hetzelfde. Verticale palen nemen de buiging op, horizontale planken of schotten houden de grond tegen, en de palen staan in de grond of in beton.
De palen bepalen of het werkt. Bij een kering neemt een paal buiging op, dus hij moet dieper dan een gewone schuttingpaal. Als vuistregel houden wij aan: in vaste zandgrond ongeveer even diep in de grond als de hoogte die je keert, en in veen of natte klei anderhalf tot twee keer die hoogte. Zet de palen op ongeveer een meter tot anderhalve meter hart op hart, en dichter naarmate de planken dunner zijn.
De houtsoort bepaalt de levensduur, en dan gaat het om kernhout. Spinthout rot in permanent grondcontact binnen een paar jaar weg, ongeacht de soort. De klasse-indeling voor natuurlijke duurzaamheid geeft een bruikbare verwachting, al hangt de werkelijke levensduur af van grondsoort, grondwaterstand en of het hout afwisselend nat en droog staat.
Het hout beschermen tegen de grond
Hout in de tuin rot het snelst op de grondlijn, en niet eronder. Precies daar is zuurstof beschikbaar én water, en die combinatie is waar schimmels van leven. Een paal die je een halve meter diep zet, breekt dus vrijwel altijd af op maaiveldniveau en niet aan de onderkant.
Aan de grondzijde helpt een scheiding tussen hout en aarde. Wij zetten daar worteldoek of noppenfolie tegenaan, met de open onderkant vrij zodat water eruit kan lopen in plaats van erachter te blijven staan. Folie die je aan de onderkant dichtplakt, verandert de kering in een bak en dat is precies het tegenovergestelde van wat je wilt.
Aan de zichtzijde blijft het hout gewoon in het zicht. Wil je weten hoe verschillende hardhoutsoorten zich buiten gedragen, dan is de pagina over palissanderhout en de eigenschappen ervan een goede aanvulling.
| Houtsoort | Duurzaamheidsklasse kernhout | Verwachting in permanent grondcontact | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Azobé | 1 | Ruim 25 jaar | Hard en zwaar, altijd voorboren en het splintert gemeen |
| Robinia | 1 tot 2 | 20 jaar en meer | Groeit krom, dus recht stellen kost tijd |
| Eiken kernhout | 2 | 15 tot 25 jaar | Het looizuur tast gewoon staal aan, gebruik rvs of thermisch verzinkt bevestigingsmateriaal |
| Lariks en douglas kernhout | 3 | 10 tot 15 jaar | Alleen het kernhout telt mee, de lichte spintrand rot als eerste weg |
| Verduurzaamd grenen of vuren | Na behandeling geschikt voor grondcontact | 5 tot 15 jaar, afhankelijk van de behandeling | Vraag expliciet naar de kwaliteit voor grondcontact en behandel elke zaagsnede |
| Onbehandeld vuren of grenen | 5 | Enkele jaren | Onder de grond niet bruikbaar, ook niet tijdelijk |
| Kunststof of composiet damwandprofiel | Niet van toepassing | Rot niet | Buigt makkelijker door, dus meer palen en een goede geleiding aan de kopse kant |
| Gebruikte hardhouten damwand | 1 tot 2 | Vaak nog tientallen jaren | Controleer op scheuren in de lengte en op oude boutgaten op de verkeerde hoogte |
Een grondkering van stapelblokken
Stapelblokken zijn populair omdat je zonder specialistisch gereedschap een strakke wand krijgt. De maten verschillen per fabrikant, maar de gangbare betonnen stapelblokken zijn 15 tot 20 cm hoog en ongeveer even diep, in lengtes van 30 en 60 cm. Kijk voor de exacte maat en het toegestane aantal lagen op de verpakking of in het productblad, want dat verschilt per serie.
Het funderingsbed doet hier het meeste werk. Graaf de sleuf uit tot vaste grond, breng 10 tot 15 cm gebroken grind of stabilisatiezand aan en verdicht dat in lagen met een trilplaat. Stel de eerste laag blokken daarop met de waterpas, want elke millimeter scheefstand vermenigvuldigt zich naar boven. Een grondkering van stapelblokken die na een jaar golft, is bijna altijd terug te voeren op een eerste laag die niet strak lag.
Verder gelden drie regels die bepalen of de wand blijft staan of uitzakt. Stapel halfsteens, zodat kopse naden nooit boven elkaar komen. Leg elke laag een tot twee centimeter terug ten opzichte van de laag eronder, waardoor de wand licht achterover leunt. En graaf de onderste laag deels in, als vuistregel ongeveer een tiende van de totale hoogte en minstens een blokhoogte, zodat de wand niet over zijn voet kan schuiven.
Droog stapelen of verlijmen
Tot ongeveer drie lagen is droog stapelen prima, mits je in verband werkt en de wand achterover zet. Zo'n wand kan kleine zettingen opvangen zonder scheuren en je kunt hem later corrigeren. Voor een lage grondkering in de tuin is dat meestal de nuchterste keuze.
Ga je hoger, dan bindt constructielijm de lagen tot één geheel. Dat geeft een sterkere wand, maar wel eentje die als blok kantelt of scheurt zodra de fundering ongelijk zakt. Verlijm daarom pas als je zeker weet dat je op vaste grond staat, en niet op een pas aangevulde sleuf. Holle blokken vullen met beton en een verticale wapeningsstaaf is een zwaardere variant en vraagt een betonvoet waarin die staven verankerd zitten.
Hoeken en kopse einden
De uiteinden van een kering zijn de plek waar het misgaat. Loopt de wand gewoon dood in het talud, dan zoekt de grond de weg eromheen en spoelt hij bij elke bui een beetje verder uit. Buig het laatste stuk daarom een halve meter terug de heuvel in, zodat je een korte retourwand krijgt die de grond opsluit.
Bij hoeken zaag je liever een blok op maat dan dat je twee kopse kanten tegen elkaar zet. Een doorgaande verticale naad op een hoek is precies de lijn waarlangs een wand openscheurt, want daar komen de krachten uit twee richtingen samen.
Water achter de kering wegkrijgen
De meeste keringen bezwijken niet aan grond maar aan water. Grond die volloopt weegt zwaarder en de waterdruk komt er nog eens bovenop. In een winter met veel regen kan de belasting op een wand daardoor ver boven de situatie in een droge zomer uitkomen, en dat is het moment waarop een kering die jaren goed stond ineens gaat hangen.
De oplossing is doorlatend materiaal en een uitweg. Vul de ruimte achter de wand over 20 tot 30 cm breedte aan met gebroken grind, bijvoorbeeld 8/16 of 16/32, en scheid dat grind met worteldoek van de grond erachter. Zonder dat doek slibt de koffer binnen enkele jaren dicht met fijn zand en klei, en dan werkt hij niet meer. Leg het doek royaal om, met een overlap van ruim 20 cm op elke naad.
Onderin de koffer komt een drainagebuis met filteromhulling, gelegd op licht afschot. Die buis moet ergens naartoe kunnen: een lager punt in de tuin, een grindkoffer of een put. Een drainagebuis zonder uitloop is een lange, dure regenton. Waar het water uiteindelijk heen gaat, hangt samen met de rest van de afwatering rond het huis, en dat is een onderwerp op zich in de klussen rond huis en tuin.
Bij een gemetselde of gestorte wand voeg je spuwers toe: korte pvc-buisjes van 40 tot 50 mm die op de laagste rij door de wand steken en het water aan de voorzijde laten uitlopen. Ze zijn niet mooi, maar ze halen de druk eraf op de plek waar die het hoogst is.
Vul nooit aan met de klei die je net hebt uitgegraven. Klei houdt water vast en zet uit bij vorst, waardoor je precies achter de wand de hoogst mogelijke druk krijgt. Gebruik voor de eerste 20 tot 30 cm achter de kering doorlatend materiaal en breng de oorspronkelijke grond pas daarachter terug.
Een goedkope grondkering die toch blijft staan
Het goedkoopst is de kering die je niet bouwt. Waar ruimte is, vangt een talud van één op twee of flauwer het hoogteverschil op zonder één steen. Vastleggen doe je met beplanting die dicht wortelt, en het eerste jaar met een biologisch afbreekbare kokosmat tegen uitspoelen. Dat kost bijna niets en gaat niet stuk.
Moet er wel een wand komen en wil je de grondkering goedkoop houden, dan zit de winst in tweedehands materiaal en niet in dunner bouwen. Gebruikte hardhouten damwandplanken, betonbiels, oude stelconplaten en gebroken puin voor schanskorven zijn vaak voor weinig te krijgen. Reken wel op transport en op zwaar tillen, want daar zit de prijs van goedkoop materiaal.
Een besparing die vaak misgaat, is bezuinigen op grondwerk en drainage. Het grind, het worteldoek en de uren graven zijn juist wat de kering overeind houdt. Dezelfde afweging speelt bij een terras van steenschotten: de ondersteuning eronder bepaalt het resultaat, niet het zichtbare materiaal erboven.
Stoeptegels rechtop tussen palen zie je regelmatig als noodoplossing. Dat kan tot ongeveer 30 cm werken, mits de palen om de 40 tot 60 cm staan en de tegels aan de bovenkant klem zitten. Hoger heeft geen zin: een betontegel is niet op buiging berekend en breekt op de plek met de meeste druk, vlak boven de grond.
Vraag bij grondwerkbedrijven en aannemers in de buurt naar vrijkomend materiaal. Damwandplanken, stelconplaten en breuksteen komen bij sloop- en herinrichtingswerk in bulk vrij, en het afvoeren ervan kost geld. Wie het ophaalt, doet iedereen een plezier.
Waar je op moet letten bij de erfgrens, de vergunning en de gevel
Een grondkering op of vlak bij de erfgrens raakt aan meer dan techniek. Het hoogteverschil dat je maakt, verandert ook waar het water naartoe loopt en welke grond de buren nog ondersteunt. Praat daarom vooraf met de buren als de kering op de grens komt, en leg vast wie hem onderhoudt. Dat gesprek is een stuk makkelijker vóór het graven dan erna.
Of je een vergunning nodig hebt, hangt af van hoogte, plaats en gemeente. Een keermuur is een bouwwerk, en voor bouwwerken op of bij de erfgrens gelden regels die per gemeente en per bestemmingsplan verschillen. Ook het ophogen van een perceel is niet overal zomaar toegestaan. Vraag het na bij de gemeente of check het online omgevingsloket voordat je materiaal bestelt.
Tegen de gevel van het huis geldt een harde grens die niets met vergunningen te maken heeft. Grond mag nooit hoger komen dan de waterkering in de muur, meestal herkenbaar aan de open stootvoegen net boven het maaiveld. Loopt de aanvulling daaroverheen, dan trekt het vocht de spouw in en krijg je natte binnenmuren. Houd de bovenkant van de grond dus altijd ruim onder die rij stootvoegen en zorg voor afschot van de gevel af.
Zoek de ligging van kabels en leidingen op voordat je een sleuf graaft. Gas, water en elektra liggen in tuinen vaak ondieper dan de tekening belooft, zeker langs de erfgrens en bij de aansluiting op de meterkast. Raak je iets, dan graaf je niet verder maar bel je de netbeheerder.
Zo bouw je een grondkering tot ongeveer een halve meter
Deze volgorde werkt voor stapelblokken en met kleine aanpassingen ook voor een houten kering tussen palen.
-
Meet het hoogteverschil en kijk wat erachter staat
Bepaal met een slang- of laserwaterpas hoeveel hoogte je precies keert, op het hoogste punt van het traject. Kijk daarna wat er achter de kering komt te liggen: los tuingrond, een pad, een terras of iets zwaarders. Die belasting bepaalt samen met de hoogte je uitvoering, en boven een halve meter met belasting hoort er een berekening aan vooraf.
-
Zet de lijn uit en graaf de sleuf
Span een draad tussen piketten op de gewenste lijn en graaf de sleuf ruim: de breedte van je blok plus 20 tot 30 cm voor de grindkoffer erachter. Graaf door tot je op vaste grond zit en niet op recent aangevuld materiaal. Losse grond onder de eerste laag is de meest voorkomende reden dat een kering later golft.
-
Maak een verdicht funderingsbed
Breng 10 tot 15 cm gebroken grind of stabilisatiezand aan en verdicht dat met een trilplaat in lagen van hooguit 20 cm. Eén dikke laag in één keer aandrukken werkt niet: onderin blijft die dan los. Werk het bed daarna vlak af en controleer met een lange rei of er geen holtes zitten.
-
Stel de eerste laag helemaal waterpas
Leg de eerste rij blokken langs de draad en tik ze met een rubberen hamer op hoogte. Meet elk blok apart, niet alleen om de meter. Deze rij bepaalt de hele wand. Een halve dag extra hier scheelt later het bijstellen van vier lagen. Bij een houten kering zet je in deze stap de palen, op diepte en strak in het gelid.
-
Bouw op in verband en met achteroverhelling
Stapel halfsteens, zodat kopse naden niet boven elkaar uitkomen, en leg elke laag één tot twee centimeter terug ten opzichte van de vorige. Die lichte helling naar achteren is wat de wand rechtop houdt in het oog. Verlijm de lagen alleen als de hoogte daarom vraagt en de ondergrond aantoonbaar vast is.
-
Leg worteldoek, grind en drainage aan
Zet het worteldoek tegen de grond aan de achterzijde, met ruime overlap op de naden, en vul de ruimte tegen de wand met gebroken grind. Leg onderin een drainagebuis met filteromhulling op licht afschot en werk die naar een lager punt of een put toe. Sla deze stap niet over bij een kering van maar 40 cm: juist lage keringen bezwijken aan water.
-
Vul aan in lagen en werk de bovenkant af
Breng de grond achter de koffer terug in lagen van 20 tot 25 cm en verdicht licht, met een handstamper en niet met de trilplaat vlak achter de wand. Zwaar verdichten tegen de kering duwt hem naar voren voordat de grond gezet is. Werk de bovenrand af met een kantopsluiting of beplanting, zodat regenwater over de wand heen niet in een geultje langs de rand gaat lopen.
Voordat je de grond terugbrengt
Uit de praktijk
Een kering die na de eerste natte winter voorover hangt
Een wand die in de zomer kaarsrecht is gebouwd en in februari zichtbaar naar voren leunt, heeft vrijwel altijd een waterprobleem en geen sterkteprobleem. De aanvulling achter de wand bestaat dan uit de klei die bij het graven vrijkwam, en die houdt water vast in plaats van het door te laten. Verzadigde grond weegt zwaarder, en de waterdruk komt er nog eens bovenop.
Het herstel begint achter de wand en niet ervoor. Graaf de eerste 20 tot 30 cm achter de kering opnieuw uit, zet er worteldoek tegen de grond, vul met gebroken grind en leg onderin een drainagebuis met een uitloop naar een lager punt. Staat de wand nog niet te ver door, dan kun je hem vaak terugduwen zodra de druk eraf is. Is hij al over de teen geschoven, dan komen de blokken eruit en begin je bij de fundering.
Zand dat tussen de blokken door naar buiten loopt
Zandhoopjes voor de voet van de wand en een bestrating erachter die ineens hol klinkt, wijzen op uitspoeling door de naden. Bij droog gestapeld werk is de wand niet waterdicht, dat hoeft ook niet, maar dan moet er wel een filter tussen de grond en de stenen zitten. Ontbreekt het worteldoek, dan neemt elke regenbui een beetje fijn materiaal mee naar buiten en ontstaan er holtes achter de wand.
Dat proces stopt niet vanzelf en versnelt zelfs, want de holtes verzamelen water. Bij schanskorven gaat het het snelst, omdat de openingen tussen de stenen het grootst zijn. De reparatie is het doek alsnog aanbrengen: grond weg tot achter de wand, geotextiel er strak tegenaan met ruime overlap, grind ertegen en pas daarna de grond terug.
Houten palen die precies op de grondlijn afbreken
Een houten kering die bij duwen aan de bovenkant beweegt terwijl het hout eronder gaaf lijkt, is meestal op maaiveldniveau doorgerot. Daar zijn zuurstof en vocht allebei aanwezig, en die combinatie voedt de schimmels die hout afbreken. Dieper in de grond, waar minder zuurstof komt, blijft dezelfde paal vaak nog jaren gezond.
Er zijn twee oorzaken die dit versnellen. De eerste is spinthout: bij lariks, douglas en eiken is alleen het kernhout duurzaam en de lichte buitenrand niet. De tweede is een zaagsnede in verduurzaamd hout die onbehandeld de grond in gaat, want de behandeling zit vooral in de buitenste laag. Snijd je een paal op maat, behandel het kopse hout dan met een geschikt middel voordat hij de sleuf in gaat.
Veelgemaakte fouten
De wand kaarsrecht verticaal zetten
Een verticale kering heeft geen enkele marge. De eerste millimeters beweging maken hem meteen scheef in het oog, en de grond blijft duwen in dezelfde richting. Leg elke laag een tot twee centimeter terug, dan leunt de wand licht achterover en werkt de grond eerst tegen die helling in.
Bouwen op de grond die er toevallig lag
Stapelblokken direct op uitgegraven tuinaarde stellen gaat de eerste weken goed en daarna niet meer. Losse grond zet onder gewicht ongelijk, waardoor de wand op sommige plekken zakt en de lagen gaan golven. Graaf tot vaste grond en maak een verdicht bed van grind of stabilisatiezand.
Aanvullen met de uitgegraven klei
De klei die vrijkomt bij het graven ligt naast de sleuf en is verleidelijk om terug te schuiven. Klei houdt water vast en zwelt op bij vorst, precies op de plek waar je de minste druk wilt hebben. Vul de eerste 20 tot 30 cm achter de wand met doorlatend grind en breng de klei pas daarachter terug.
Een drainagebuis zonder uitloop
Een buis die op afschot in het grind ligt maar nergens uitkomt, verzamelt het water alleen maar op de laagste plek. Bepaal daarom voor je begint waar het water heen gaat: een lager punt in de tuin, een grindkoffer of een put. Kun je die plek niet aanwijzen, dan is de drainage nog niet af.
De trilplaat vlak achter een verse kering gebruiken
Zwaar verdichten direct achter de wand zet er een piekbelasting op terwijl de grond nog niet gezet is. Dat duwt de bovenste lagen naar voren, en bij droog gestapeld werk schuiven ze dan een halve centimeter uit het verband. Gebruik binnen een halve meter van de wand een handstamper en werk in lagen van 20 tot 25 cm.
De kering laten doodlopen in het talud
Op het punt waar de wand ophoudt, zoekt de grond de weg eromheen. Elke bui neemt daar wat materiaal mee en na een seizoen ligt er een geul langs het uiteinde. Buig het laatste stuk een halve meter terug de heuvel in, zodat de grond aan de kop opgesloten zit.
Zaagsneden in verduurzaamd hout onbehandeld laten
De verduurzaming van geïmpregneerd grenen of vuren zit vooral in de buitenste laag van het hout. Zaag je een paal korter, dan ligt het onbehandelde binnenwerk open, en juist dat kopse vlak zuigt water op. Behandel elke verse zaagsnede voordat de paal de grond in gaat.
Veelgestelde vragen
Hoe maak je een grondkering in de tuin?
De volgorde is telkens dezelfde: hoogteverschil meten, sleuf graven tot vaste grond, een verdicht bed van grind of stabilisatiezand aanbrengen, de eerste laag of de palen waterpas stellen. Daarna bouw je op in verband en licht achterover, en pas dan komen het worteldoek, het grind en de drainage. De grond breng je terug in lagen van 20 tot 25 cm met een handstamper. De meeste tijd gaat in het grondwerk zitten, niet in het stapelen.
Wat is een goedkope grondkering die toch blijft staan?
Waar ruimte is, is een talud van één op twee met dichte beplanting de goedkoopste oplossing die er is, en hij gaat niet stuk. Moet er een wand komen en wil je het goedkoop houden, kijk dan naar tweedehands materiaal: gebruikte hardhouten damwandplanken, betonbiels, stelconplaten of gebroken puin voor schanskorven. Bezuinig niet op het grind en het worteldoek achter de wand, want dat is juist het deel dat de kering overeind houdt.
Hoe hoog kan een grondkering van stapelblokken zijn?
Droog gestapeld en in verband, met een terugleggende laagverspringing, houden wij ongeveer 50 tot 60 cm aan als praktische grens. Met constructielijm of met vulbeton en wapening kun je richting een meter, mits de fundering aantoonbaar vast is. De fabrikant geeft per serie aan hoeveel lagen toegestaan zijn, en dat productblad gaat voor op elke vuistregel. Boven een meter, of met een oprit of bouwwerk vlak erachter, hoort er een berekening bij.
Welk hout gebruik je voor een grondkering?
Bij een grondkering van hout kies je op duurzaamheidsklasse van het kernhout. Azobé en robinia gaan in permanent grondcontact het langst mee, eiken kernhout zit daar net onder en lariks of douglas kernhout haalt ongeveer tien tot vijftien jaar. Verduurzaamd grenen of vuren kan, maar vraag expliciet naar de kwaliteit die voor grondcontact bedoeld is. Onbehandeld vuren hoort niet onder de grond, ook niet als tijdelijke oplossing.
Hoe diep moeten de palen van een houten grondkering?
Dieper dan bij een schutting, want een paal in een kering neemt buiging op. Als vuistregel houden wij aan: in vaste zandgrond ongeveer even diep in de grond als de hoogte die je keert, en in veen of natte klei anderhalf tot twee keer die hoogte. Zet de palen op een meter tot anderhalve meter hart op hart. Bij een kering van 60 cm in zandgrond betekent dat dus een paal van zeker 1,20 meter.
Moet er altijd drainage achter een grondkering?
Bij een kering tot 30 cm in doorlatende zandgrond kun je het zonder drainagebuis stellen, mits je aanvult met doorlatend materiaal. In klei en leem, en bij alles boven 30 cm, hoort er een grindkoffer met worteldoek achter en vanaf ongeveer 60 cm ook een drainagebuis op afschot. Water dat niet weg kan, is de meest voorkomende reden dat een kering voorover gaat hangen.
Kan ik stapelblokken droog stapelen of moet ik lijmen?
Tot ongeveer drie lagen werkt droog stapelen goed, op voorwaarde dat je halfsteens werkt en elke laag een tot twee centimeter terugzet. Het voordeel is dat de wand kleine zettingen kan opvangen zonder te scheuren en dat je hem later nog kunt bijstellen. Lijm maakt er één stijf geheel van, wat sterker is maar niets vergeeft aan een ondergrond die ongelijk zakt. Verlijm daarom pas als de fundering echt vast is.
Heb ik een vergunning nodig voor een grondkering?
Dat hangt af van de hoogte, de plaats op het perceel en de gemeente. Een keermuur is een bouwwerk, en voor bouwwerken op of vlak bij de erfgrens gelden regels die per gemeente en per bestemmingsplan verschillen. Ook het ophogen van een perceel is niet overal zonder meer toegestaan. Vraag het na bij de gemeente of raadpleeg het omgevingsloket voordat je materiaal bestelt, en overleg bij een kering op de grens vooraf met de buren.
Waarom gaat mijn grondkering voorover hangen?
In verreweg de meeste gevallen door water dat achter de wand blijft staan, vaak in combinatie met een aanvulling van klei die niet doorlaat. Verzadigde grond weegt zwaarder en de waterdruk komt er bovenop. Andere oorzaken zijn een fundering op losse grond, een wand die kaarsrecht verticaal staat zonder achteroverhelling, of te zwaar verdichten vlak achter de kering vlak na het bouwen. De reparatie begint achter de wand: grind, worteldoek en een drainagebuis met uitloop.
Kan ik grond ophogen tot tegen de gevel van het huis?
Niet tot boven de waterkering in de muur. Die herken je meestal aan de open stootvoegen net boven het maaiveld. Komt de grond daaroverheen, dan trekt vocht de spouw in en krijg je natte binnenmuren, en dat is een schade die je niet met een tuinklus oplost. Houd de bovenkant van de aanvulling ruim onder die rij stootvoegen en leg afschot van de gevel af, zodat regenwater weg kan lopen.
Wat kan ik doen als er een oprit of terras vlak achter de kering ligt?
Dan reken je met een zwaardere uitvoering dan de hoogte alleen aangeeft, want het gewicht van een auto of van een terrasconstructie komt bovenop de gronddruk. Bij een lage kering van 30 cm speelt dat nauwelijks, daarboven wel. Vanaf ongeveer een halve meter met belasting erachter laten we het liever doorrekenen, en zijn betonnen L-elementen of gewapend beton de logische richting. Drainage is in die situatie geen keuze meer.
Hoe voorkom ik dat de grond langs het uiteinde van de kering wegspoelt?
Laat de wand niet dood lopen in het talud, maar buig het laatste stuk ongeveer een halve meter terug de heuvel in. Zo sluit je de grond aan de kopse kant op en heeft het water geen route eromheen. Werk de bovenrand daarnaast af met een kantopsluiting of dichte beplanting, zodat regenwater niet in een geultje langs de rand gaat lopen en daar het talud uitslijpt.
Wanneer je beter een vakman belt
Een grondkering tot ongeveer een halve meter, zonder bijzondere belasting erachter, is prima zelf te doen. Het is vooral graafwerk, meetwerk en geduld bij de eerste laag. Er zijn wel vier situaties waarin je beter iemand erbij haalt.
De eerste is een hoogteverschil boven een meter, of elke hoogte met een oprit, een schuur of een terras vlak achter de kering. Daar bepaalt een berekening de dikte, de voet en de verankering, en die berekening maakt een constructeur. Dit is geen kwestie van voorzichtig zijn: een kering die het begeeft, komt in één keer naar beneden.
De tweede is graven vlak langs de fundering van een woning, een schuur of een muur van de buren. Grond weghalen naast een fundering ontneemt die zijn steun, en dat merk je pas als er scheuren in het metselwerk staan.
De derde is zware betonnen elementen. L-elementen wegen honderden kilo's en gaan met een kraan of verreiker de tuin in, met alle risico's van hijsen en kantelen die daarbij horen.
De vierde is een bestaande kering of een helling die al beweegt: scheuren, bolstaand metselwerk of grond die naar beneden kruipt. Laat dat beoordelen voordat je gaat graven, want het weghalen van materiaal aan de voet is precies wat zo'n helling nodig heeft om verder te schuiven. Voor de rest van het werk rond huis en tuin vind je bij de klussen in tuin en buitenruimte en bij bestrating, terrassen en het grondwerk daaronder de vervolgstappen.
Verder lezen over dit onderwerp

Steenschotten terras
