Wat deze opzoektabel je laat zien
De tabel hierboven is een opzoeklijst en geen berekening. Hij zet vier dingen naast elkaar die je bij bedrading nodig hebt: de aderdoorsnede met de stroom die erbij hoort, de kabelsoorten met hun toepassing, de kleurcodes en de gangbare groepen in een woning. Met het filter kies je een van die vier, met het zoekveld spring je meteen naar een term als YMvK, wartel of kookgroep. De rest van onze rekenhulpen en opzoektabellen voor klussen staat bij elkaar op één pagina.
De waarden komen uit NEN 1010 en uit wat in Nederlandse woningen gebruikelijk is. Je ziet dus de standaardsituatie: een woning, kabels die op een normale manier zijn gelegd, een omgeving op kamertemperatuur. Wijkt jouw situatie daarvan af, dan is de tabel een startpunt en geen eindantwoord.
Waar de lijst niet voor bedoeld is: het ontwerpen van een installatie of het bepalen van de groepsindeling in de meterkast. Daarvoor tel je vermogens op en kijk je naar wat er tegelijk aan staat. De achtergrond bij aders, klemmen en verbindingen vind je bij bedrading en het verbinden van aders, en het hele vakgebied bij de gidsen over elektra in huis.
XMvK of YMvK: waar het verschil in zit
De letters vertellen precies wat de kabel is. De Y in YMvK staat voor de pvc-isolatie om de aders, de M voor de mantel eromheen, de v voor het pvc van die mantel en de K voor de koperen kern. XMvK is dezelfde opbouw, maar dan met halogeenvrij isolatie- en mantelmateriaal, dat bij brand minder bijtende rook afgeeft.
Voor een woning heeft dat verschil weinig praktische waarde. XMvK wordt voorgeschreven in gebouwen waar veel mensen tegelijk naar buiten moeten, zoals scholen, zorggebouwen en parkeergarages, en in vluchtwegen van appartementengebouwen. In een eengezinswoning kiest vrijwel iedereen YMvK, en dat is geen bezuiniging maar de gangbare keuze. Vraagt een vve of een gemeente om halogeenvrij materiaal in een gemeenschappelijke ruimte, dan is XMvK wel het juiste antwoord.
Mechanisch schelen ze weinig. Beide zijn stug, beide mag je vast wegwerken in beton of onder stucwerk zonder buis, en beide hebben een buigstraal waar je in een kleine inbouwdoos tegenaan loopt. Wat je in de praktijk merkt bij de vergelijking YMvK vs XMvK: de halogeenvrije variant ligt minder vaak op voorraad en kost per meter meer.
| Kabel of draad | Wat het is | Waar hij hoort | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| YMvK | Meeraderige kabel met grijze pvc-mantel | Binnen, in de kruipruimte, in beton, in een mantelbuis | De standaard in een woning, stug om in een doos te vouwen |
| XMvK | Zelfde opbouw, halogeenvrij isolatie- en mantelmateriaal | Openbare gebouwen, vluchtwegen, gemeenschappelijke ruimten | Duurder en minder courant, in een gewone woning niet nodig |
| VMvK | Meeraderig met soepeler aders dan YMvK | Vast leggen op plekken met veel bochten | Minder bestand tegen stoten en indrukken dan YMvK |
| VD-draad | Losse ader met pvc-isolatie, geen mantel | Uitsluitend in een installatiebuis | Nooit los in de spouw, achter gipsplaat of onder stucwerk |
| H07RN-F rubberkabel | Soepele kabel met rubbermantel | Buiten, verplaatsbaar materieel, machines, bouwplaats | Bestand tegen weer en beweging, niet vast in de muur wegwerken |
| YMvKas grondkabel | YMvK met stalen wapening eromheen | In de grond naar schuur, poort of tuinverlichting | Minstens 60 cm diep en met waarschuwingslint erboven |
| Soepele installatiedraad | Fijndradige ader, buigt makkelijk | In de meterkast en in schakelkastjes | Adereindhulzen gebruiken, anders waaiert de ader uit de klem |
Van ampère naar aderdoorsnede, en waar die grens vandaan komt
De ampèrewaarde in de tabel hoort bij de groep en bij de manier waarop de kabel normaal gesproken ligt. In een woninginstallatie horen die twee vast bij elkaar: een groep van 16 ampère voor stopcontacten wordt bekabeld met 2,5 mm² koper, een lichtgroep met 1,5 mm². De onderliggende getallen uit NEN 1010 hangen af van de legwijze, de omgevingstemperatuur en of de kabel alleen ligt of in een bundel.
Er is een tweede grens die vaak eerder in beeld komt dan de warmte, en dat is de spanningsval over de lengte. Voor koper reken je met ongeveer 0,0175 ohm per meter per vierkante millimeter, en je rekent heen en terug. Twintig meter 1,5 mm² met 16 ampère erop levert ruim zeven volt verlies, dus ruim drie procent. Dat zie je terug in een lamp die zichtbaar dimt zodra de zaagtafel aanslaat.
Wij houden aan: onder de drie procent verlies blijven voor verlichting en onder de vijf procent voor de rest. Dat is een praktische vuistregel, geen norm. Wil je eerst weten of alle apparaten samen op één groep passen, gebruik dan de rekenhulp voor de belasting per groep. Het bijplaatsen of verzwaren van een groep in de meterkast en de groepenkast laat je uitvoeren door een erkend installateur.
| Aderdoorsnede | Hoort bij | Waarvoor je hem gebruikt | Vanaf deze lengte een maat dikker |
|---|---|---|---|
| 1,5 mm² | 16 ampère | Verlichting en lichte stopcontactgroepen | Ongeveer 20 meter bij volle belasting |
| 2,5 mm² | 16 tot 20 ampère | Stopcontactgroepen, wasmachine, vaatwasser | Ongeveer 30 meter |
| 4 mm² | 20 tot 25 ampère | Kookgroep en zware enkele aansluitingen | Ongeveer 45 meter |
| 6 mm² | 25 tot 35 ampère | Krachtstroom, laadpunt, onderverdeelkast | Ongeveer 60 meter |
| 10 mm² | Tot 50 ampère | Hoofdaansluiting en grote onderverdeling | Dit is werk voor een installateur |
Welke kabel voor stopcontacten, spots en vaste apparaten
De vraag welke kabel voor stopcontacten nodig is heeft in een woning bijna altijd hetzelfde antwoord: YMvK 3x2,5 mm² vanaf de groepenkast, en vanaf de eerste doos in dezelfde doorsnede verder. Ga niet halverwege terug naar 1,5 mm² omdat er alleen een lamp op komt, want de volgende bewoner ziet een stopcontactgroep en gedraagt zich daarnaar. Hoe je die dozen onderling verbindt staat bij stopcontacten plaatsen en aansluiten.
Bij spotjes ligt het net andersom. Een lichtgroep is met 1,5 mm² bekabeld, en tien ledspots van vijf watt trekken samen nog geen halve ampère, dus de stroom is daar nooit de beperking. Wat wel knelt zijn de klemmetjes in de spot: die nemen vaak niet meer dan 1,5 mm² aan en soms alleen soepele draad. Wie zich afvraagt welke kabel voor inbouwspots handig is, kiest daarom bewust 1,5 mm² voor het doorverbinden, ook als er 2,5 mm² op de rol ligt. Over het armatuur zelf en de aansluiting daarvan lees je meer bij de GU10-fitting en hoe je die aansluit.
| Toepassing | Kabel en doorsnede | Groep | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Stopcontactgroep binnen | YMvK 3x2,5 mm² | 16 A achter een aardlekschakelaar | Vuistregel: acht tot tien wandcontactdozen per groep |
| Verlichtingsgroep | YMvK 3x1,5 mm², of VD-draad in buis | 16 A | Reken op ongeveer tien lichtpunten per groep |
| Inbouwspots op 230 volt | 1,5 mm², doorverbinden met steekklemmen | Mee op de lichtgroep | De klemmen in de spot nemen vaak maar 1,5 mm² aan |
| Led spots op 12 volt | 2x1,5 mm² vanaf de driver | Laagspanning, geen eigen groep | Houd de afstand kort, spanningsval telt hier zwaar |
| Wasmachine of wasdroger | YMvK 3x2,5 mm² | Eigen groep van 16 A | Een eigen groep voorkomt dat de aardlek de hele verdieping meeneemt |
| Vaatwasser | YMvK 3x2,5 mm² | Eigen groep van 16 A | Zelfde reden, en zoeken bij een probleem gaat sneller |
| Inductiekookplaat enkelfasig | YMvK 3x2,5 of 3x4 mm² | 16 of 20 A | Het typeplaatje is leidend, veel platen vragen twee fasen |
| Perilex of fornuis | YMvK 5x2,5 mm² | 16 tot 25 A per fase | Twee fasen, een nul en aarde op de vaste volgorde |
| Split-airco | Voeding 3x2,5 mm², verbindingskabel 4x1,5 of 5x1,5 mm² | Eigen groep van 16 A | Het aantal aders tussen binnen- en buitendeel schrijft de fabrikant voor |
| Warmtepomp | Vaak 3x6 mm² enkelfasig of 5x6 mm² op drie fasen | Eigen groep, waarde uit de handleiding | Aanloopstroom en de eisen van de netbeheerder spelen mee |
| Kamerthermostaat | Zwakstroom, twee tot vier aders van 0,5 tot 0,8 mm² | Geen groep nodig | Niet in dezelfde buis als 230 volt, dat geeft brom en storing op de lijn |
| Tuinhuis of schuur | YMvKas 3x2,5 mm² of dikker | Eigen groep met aardlek | Minstens 60 cm diep, met waarschuwingslint erboven |
| Laadpunt voor de auto | 3x6 mm² of 5x6 mm² | Eigen groep met de voorgeschreven aardlekbeveiliging | Aanleg en aansluiting horen bij een erkend installateur |
De kleuren van de aders, en plus en min bij laagspanning
Bruin is de fase, blauw is de nul en geel-groen is de aarde. Die drie liggen vast en daar wijk je niet van af, ook niet als het even uitkomt. De geel-groene ader mag nooit dienstdoen als schakeldraad, ook niet in een kabel waarvan de aarde verder niet gebruikt wordt. Wie na jou aan die installatie werkt gaat ervan uit dat geel-groen aarde is, en dat mag hij aannemen.
Zwart en grijs zijn de kleuren die verwarring geven. In een vijfaderige kabel zijn zwart en grijs de tweede en de derde fase, zoals bij krachtstroom en een perilexaansluiting. In een driepolige kabel naar een lichtpunt is zwart juist de geschakelde fase, van de schakelaar naar het armatuur. Hoe je die twee uit elkaar houdt zonder te gokken, staat bij het herkennen van de L- en de N-draad.
In installaties van voor de jaren zeventig klopt de kleurcode niet meer. Daar kom je rood of zwart tegen als fase, grijs als nul en soms helemaal geen aardleiding. Meten is dan de enige zekerheid en kleur is dat niet. Wat je in zo'n installatie aantreft en hoe je het uitzoekt, staat bij de oude kleurcodes in bestaande installaties.
Welke wartel voor welke kabel, en kabel in een mantelbuis
Een wartel klemt op de mantel van de kabel en houdt vocht en trekkracht buiten de doos. De maat kies je op de buitendiameter van de kabel, niet op de doorsnede van de aders. Elke wartel heeft een klembereik, bijvoorbeeld 6 tot 13 millimeter bij een M20. Valt jouw kabel daar middenin, dan klemt hij rondom; valt hij aan de rand van het bereik, dan sluit de rubberring niet of knijpt hij de mantel plat.
Meet de kabel met een schuifmaat, want de buitenmaat verschilt per fabrikant en per partij. YMvK 3x2,5 mm² komt meestal rond de tien tot elf millimeter uit en past daarmee in een M20. Een vijfaderige kabel van 2,5 mm² zit rond de dertien tot veertien millimeter en vraagt een M25.
| Wartel | Klembereik ongeveer | Past bij | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| M16 | 4,5 tot 10 mm | YMvK 3x1,5 mm² en dunne signaalkabel | Voor 3x2,5 mm² vaak net te krap |
| M20 | 6 tot 13 mm | YMvK 3x2,5 mm² en 4x1,5 mm² | De maat die je in een woning het vaakst nodig hebt |
| M25 | 11 tot 18 mm | YMvK 5x2,5 mm² en 3x6 mm² | Ook voor rubberkabel naar een machine of pomp |
| M32 | 15 tot 25 mm | Zware voeding vanaf 5x6 mm² | Vraagt een grote uitsparing, boor met een gatenzaag |
| PG-maten zoals PG11 en PG16 | Oudere reeks naast de metrische | Vervanging in bestaande kasten | Past niet zomaar in een metrische opening, gebruik een verloopring |
Wanneer je van de uitkomst afwijkt
De tabel gaat uit van één kabel die op een normale manier ligt bij kamertemperatuur. Vier situaties maken dat je een maat dikker kiest of de belasting terugbrengt.
- Meerdere kabels in dezelfde buis of strak naast elkaar op een goot. Ze warmen elkaar op en de belastbaarheid loopt merkbaar terug.
- Een kabel die in isolatiemateriaal ligt of onder gespoten pur verdwijnt. Die kan zijn warmte nergens kwijt.
- Een warme omgeving, zoals een technische ruimte, een zolder onder een donker dak of een leiding die vlak langs de cv-buizen loopt.
- Een opgerolde kabelhaspel. Opgerold mag een haspel vaak maar een derde van zijn vermogen, en die waarde staat op het label bij de stekker.
Er is nog een reden om af te wijken en die weegt zwaarder dan elke vuistregel: het typeplaatje en de installatiehandleiding van het apparaat. Schrijft een fabrikant voor een warmtepomp, een laadpunt of een airco een bepaalde doorsnede en een bepaald type aardlekbeveiliging voor, dan houd je die aan, ook als de tabel iets dunners toestaat. Past het aantal groepen niet meer bij wat je aansluit, dan is de groepenkast uitbreiden de volgende stap. Dat werk zit achter de hoofdzekering en hoort bij een erkend installateur.
Fouten die mensen met deze tabel maken
De meeste misverstanden ontstaan doordat een regel uit de lijst wordt gelezen als toestemming in plaats van als grens. Dit zijn de zes die we het vaakst tegenkomen.
- De ampèrekolom lezen als een vergunning. Dat 2,5 mm² twintig ampère kan dragen betekent niet dat je de automaat mag verhogen. De zwakste schakel in de hele keten bepaalt de zekeringwaarde, en dat is vaak het schakelmateriaal.
- Met 1,5 mm² doorgaan naar stopcontacten. Op een lichtgroep is dat prima, op een stopcontactgroep niet. Een straalkachel en een stofzuiger op dezelfde dunne ader laten die ader onnodig warm worden.
- 4 mm² in een gewone wandcontactdoos duwen. Veel klemmen nemen die dikte niet aan. Zet de dikke kabel op een aansluitdoos en ga daarvandaan met 2,5 mm² verder, zoals beschreven bij lasklemmen en het verbinden van dikkere aders.
- Alles doorlussen op de klemmen van het stopcontact zelf. Vanaf de derde doos werken wij liever met een aansluitdoos, want dan hangt niet de hele reeks aan één klemveer. Wat wel en niet verstandig is staat bij het doorlussen van stopcontacten.
- XMvK kopen omdat het duurder is. Halogeenvrij lost in een eengezinswoning geen probleem op dat je hebt. Steek dat geld in een extra groep of in een deugdelijke aardleiding.
- De geel-groene ader inzetten als schakeldraad. Het werkt, en precies daarom gaat het mis: de volgende monteur meet niet en gaat uit van aarde.
Veelgestelde vragen
XMvK of YMvK, wat kies je in een woning?
In een gewone eengezinswoning is YMvK de logische keuze. XMvK heeft halogeenvrije isolatie en mantel, wat bij brand minder bijtende rook geeft, en dat is voorgeschreven in gebouwen met veel mensen en lange vluchtwegen. Thuis levert het geen extra veiligheid op die je merkt, terwijl de kabel duurder is en minder vaak op voorraad ligt. Werk je in een gemeenschappelijke ruimte van een appartementengebouw, vraag dan bij de vve na wat daar geldt.
Is er verschil tussen YMvK vs XMvK in belastbaarheid?
Nee, de stroom die de kabel aankan bepaal je op de aderdoorsnede en op de manier waarop de kabel ligt, niet op het mantelmateriaal. YMvK 3x2,5 mm² en XMvK 3x2,5 mm² hebben dezelfde koperkern en dezelfde belastbaarheid. Het verschil zit in het gedrag bij brand en in de prijs. Ook mechanisch schelen ze weinig: beide zijn stug en beide mag je vast wegwerken in beton of onder stucwerk.
XMvK of YMvK in de kruipruimte, wat leg je daar?
YMvK, en dat is ook wat je in vrijwel elke woning aantreft. Halogeenvrij materiaal beschermt geen vluchtroute onder de vloer, dus die meerprijs verdien je niet terug. Belangrijker is de bevestiging: leg de kabel op zadels tegen de balken of de fundering, met ongeveer een halve meter tussenruimte. Los op het zand komt hij bij hoog grondwater onder water te staan en knagen muizen er sneller aan. De kabel zelf kan tegen vocht, de lasdozen in die ruimte niet.
Welke kabel voor stopcontacten in een woning?
YMvK 3x2,5 mm² vanaf de groepenkast naar de eerste doos, en in dezelfde doorsnede verder naar de volgende dozen. Die combinatie hoort bij een groep van 16 ampère achter een aardlekschakelaar. Ga niet halverwege naar 1,5 mm² terug omdat er nu alleen een lamp op zit, want de groep blijft een stopcontactgroep en de volgende bewoner sluit er ooit iets zwaars op aan. Bij een leiding langer dan ongeveer dertig meter kies je 4 mm² vanwege de spanningsval.
Welke kabel voor spots of inbouwspots op 230 volt?
Vanaf de schakelaar of de centraaldoos werk je met 1,5 mm² en dat is ruim voldoende: tien ledspots van vijf watt halen samen nog geen halve ampère. De beperking zit niet in de stroom maar in de klemmen van de spot, die vaak maximaal 1,5 mm² aannemen. Bij dimbare spots kies je de dimmer op het totale ledvermogen en op het type driver, want daar zit vaker de oorzaak van knipperen dan in de bekabeling.
Spotjes aansluiten: welke kabel gebruik je tussen de spots onderling?
Tussen de spots onderling leg je gewoon 1,5 mm² door, met steekklemmen bij elk armatuur. Veel spotsets worden geleverd met een reeks stekkerverbindingen; die zijn bedoeld om aan elkaar geklikt te worden en niet om in te korten en opnieuw te klemmen. Zit er boven het plafond weinig ruimte, houd dan de doorverbinding bij de spot en niet in een verstopte doos, zodat je er later bij kunt zonder het plafond open te breken.
Welke kabel voor led spots op 12 volt?
Bij 12 volt loopt dezelfde watt door een veel hogere stroom, dus de spanningsval bepaalt hier de dikte. Twee aders van 1,5 mm² en vijf ampère geven over vijf meter al ongeveer een halve volt verlies, en dat is bij 12 volt zichtbaar als lichtverschil tussen de eerste en de laatste spot. Houd de afstand tussen driver en spots daarom kort, of hang de driver in het midden van de reeks. Wordt de leiding langer, ga dan naar 2,5 mm².
Welke draad is plus en min bij een 12 volt ledstrip?
Rood is de plus en zwart de min. Dat is een afspraak uit de elektronica en de autotechniek, geen installatienorm, dus controleer het bij twijfel. Soms staat er alleen een streep of een tekst op de mantel aan de plus-kant. Meet met een multimeter op gelijkspanning: rode pen op de vermoedelijke plus, zwarte op de min, en bij een positieve waarde klopt het. Een ledstrip die niet brandt bij verwisselde aansluiting is meestal niet stuk, maar bij een driver met vaste stroom kan het wel schade geven.
Welke kabel voor een airco met een binnen- en buitendeel?
Een split-airco vraagt twee dingen: een voeding en een verbindingskabel. De voeding is meestal YMvK 3x2,5 mm² op een eigen groep van 16 ampère. Tussen binnendeel en buitendeel loopt een verbindingskabel van vier of vijf aders van 1,5 mm², en het aantal aders schrijft de fabrikant voor. Het koelcircuit vullen en afpersen mag alleen met een F-gassencertificaat, dus de elektra kun je voorbereiden maar de inbedrijfstelling niet. Wat je zelf kunt doen staat bij een airco zelf installeren.
Welke kabel voor een warmtepomp?
Hier is de handleiding leidend en niet de vuistregel. Een enkelfasige monoblock vraagt vaak 3x6 mm² op een eigen groep van 25 ampère, een driefasige uitvoering 5x6 mm². Bepalend zijn de aanloopstroom van de compressor, de lengte van de leiding en het type aardlekbeveiliging dat de fabrikant voorschrijft. Sommige netbeheerders stellen daarnaast eisen aan de aansluitwaarde. Het aanleggen van die groep zit achter de hoofdzekering en hoort bij een erkend installateur.
Welke kabel voor een thermostaat?
Een kamerthermostaat werkt op zwakstroom en heeft aan twee aders genoeg bij aan-uitregeling of OpenTherm. Slimme thermostaten die permanent voeding willen, vragen soms een derde of vierde ader. Gebruik soepele zwakstroomkabel van 0,5 tot 0,8 mm² en houd hem uit de buis waar 230 volt in ligt, want dat geeft brom op de communicatielijn. Voor een langere afstand tot de ketel neem je liever een maat dikker. Het vervangen zelf staat stap voor stap bij een thermostaat vervangen.
Welke wartel voor welke kabel, en hoe bepaal je dat?
Je kiest op de buitendiameter van de kabel en niet op de aderdoorsnede. Meet met een schuifmaat en zoek een wartel waarvan het klembereik daar ruim omheen valt. YMvK 3x2,5 mm² meet meestal tien tot elf millimeter en past in een M20; YMvK 5x2,5 mm² zit rond dertien tot veertien millimeter en vraagt een M25. Draai de wartel handvast en dan een kwartslag verder: te strak knijpt de mantel plat, te los laat vocht binnen.
Welke kabel in een mantelbuis, en waarom een buis?
In een mantelbuis leg je gewoon YMvK; de buis beschermt tegen graafschade en tegen het uithakken van een vloer, en maakt de kabel later vervangbaar. Vul de buis niet verder dan ongeveer veertig procent van de doorsnede, anders trek je hem er nooit meer doorheen. Leg altijd een trekdraad mee en houd bochten flauw. Voor VD-draad is een buis geen keuze maar een voorwaarde: losse aders zonder buis mogen niet in de spouw of onder het stucwerk.
Welke kabel gaat er naar een schuur of tuinhuis?
Naar een vrijstaand bouwwerk in de tuin leg je grondkabel, dus YMvKas met stalen wapening, meestal 3x2,5 mm² en bij een langere afstand of een zwaardere belasting 3x4 of 3x6 mm². Graaf minstens 60 centimeter diep en leg een geel waarschuwingslint boven de kabel, zodat de volgende spade een waarschuwing krijgt. In de schuur zelf hoort een eigen verdeling met aardlekbeveiliging. Wat er verder bij komt kijken staat bij het bouwen en inrichten van een tuinhuis of schuur.
Gidsen waarbij je deze rekenhulp gebruikt
Stopcontacten
Bijna elk klusje met een stopcontact valt uiteen in drie vragen: welke doos zit er in de muur, welke draden…
Schakelaars
Welk type schakelaar je nodig hebt, lees je af aan het aantal klemmen: twee is enkelpolig, drie is wissel, serie…
Verlichting
Bij verlichting zit de moeilijkheid zelden in de twee draadjes. Bij vervangen gaat het om de fitting en de spanning:…
Meterkast & groepen
De meterkast bestaat uit twee helften met een harde grens ertussen. Alles onder het zegel is van de netbeheerder, alles…
Bedrading & verbinden
Bedrading in huis draait om drie keuzes: welke kabel of draad je neemt, hoe je hem op zijn plek krijgt…
Krachtstroom & perilex
Een perilex stopcontact ziet er overal hetzelfde uit, maar wat erachter zit verschilt per huis: drie fasen van 400 volt,…
Elektra begrijpen
Elektra in huis is één keten: aansluiting, hoofdzekering, meter, hoofdschakelaar, aardlekschakelaar, groep, leiding en aansluitpunt. Wie die volgorde kent, weet…
Stopcontact aansluiten
Een stopcontact aansluiten is bruin op de fase, blauw op de nul en geelgroen op de aarde, met de groep…