Utp aansluiten op een wandcontactdoos of stekker
Utp aansluiten is opklemmen in de juiste volgorde, en aan beide kanten van de kabel dezelfde volgorde aanhouden. Kies T568B of T568A, houd je daar in het hele huis aan en ontdraai de paartjes niet verder dan ongeveer een centimeter. Wie dat doet, haalt gigabit uit een gewone Cat5e-kabel. De grootste fout is één kabel opsplitsen in twee keer vier aders: dat werkt, maar je zit dan vast aan 100 Mbit en je verliest de meeste vormen van voeding over de kabel.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Lsa-inslaggereedschap met afsnijkant, ook wel krone-tang genoemd
- Striptang voor datakabel of een mesje met een lichte hand
- Zijkniptang
- Krimptang voor rj45-stekkers, alleen bij patchkabels
- Kabeltester met hoofdunit en losse eindstekker
- Kruiskopschroevendraaier en een waterpas voor het afdekraam
- Coax-striptang en een steeksleutel 11 voor het coaxdeel
Materiaal
- Massieve utp-kabel Cat5e of Cat6 voor vaste bekabeling
- Soepele patchkabel of soepele kabel met rj45-stekkers
- Keystone-modules Cat6, per stuk of per twee
- Inbouwdoos van 60 mm diep en een centraalplaat met afdekraam
- Patchpaneel of een utp-wandcontactdoos in de meterkast
- Tie-wraps met klittenband of losse bundelbandjes
- F-connectoren en een eindcontactdoos voor het coaxdeel
Welke kabel er ligt en wat je ermee kunt
Voordat je gaat aansluiten wil je weten wat voor kabel er in de muur zit. Op de mantel staat de categorie gedrukt, meestal Cat5e of Cat6, samen met de fabrikant en een meterteller. Die categorie bepaalt je maximale snelheid, en verder verandert er aan het aansluiten weinig: de kleurvolgorde en de klemtechniek zijn hetzelfde. Meer achtergrond over de bekabeling in huis staat in ons overzicht over data en netwerk in huis.
Er is één verschil dat er praktisch wel toe doet: massief of soepel. Vaste bekabeling door de muur is massief, met één stevige koperdraad per ader. Die klem je op in een keystone of een patchpaneel. Soepele kabel bestaat uit veel dunne draadjes en is bedoeld voor patchkabels met een rj45-stekker eraan.
Zet je een stekker op massieve kabel, dan werkt het vaak wel even, maar de contactpennen snijden zich niet goed in de dikke draad en de verbinding valt na een tijdje uit. Massieve kabel breekt bovendien af als je hem regelmatig verplaatst. Houd de vuistregel aan: massief de muur in, soepel op het bureau.
| Soort kabel | Wat je er praktisch mee haalt | Maximale lengte | Waar je hem voor gebruikt |
|---|---|---|---|
| Cat5e | 1 Gbit per seconde | 100 meter inclusief patchkabels | Ruim voldoende voor internet, tv en netwerkschijven thuis |
| Cat6 | 1 Gbit ruim, 10 Gbit over korte afstand | 100 meter voor 1 Gbit, ongeveer 55 meter voor 10 Gbit | De standaardkeuze als je nu nieuw legt |
| Cat6a | 10 Gbit per seconde | 100 meter | Dikker en stugger, zinvol bij lange trajecten naar een werkplek |
| Cat7 en hoger | In huis niet sneller dan wat je apparatuur aankan | 100 meter | Wordt in de praktijk afgemonteerd op Cat6a-keystones |
| Massieve aders | Bedoeld om op te klemmen | Vaste lengte in de muur | Keystone, patchpaneel, wandcontactdoos |
| Soepele aders | Bedoeld om een stekker op te krimpen | Kort houden, tot ongeveer 10 meter | Patchkabel van doos naar apparaat |
Twijfel je of de kabel massief of soepel is? Strip een ader en buig hem om. Blijft hij in die bocht staan, dan is hij massief. Veert hij terug en voelt hij pluizig, dan is hij soepel.
T568A of T568B: leg de kleurvolgorde één keer vast
Een utp-kabel heeft acht aders in vier getwiste paartjes. Er zijn twee officiële volgordes om die aders op de pennen te zetten, T568A en T568B. Beide werken, ze zijn functioneel gelijkwaardig en in Nederland kom je T568B het vaakst tegen omdat de meeste keystones die kleuren als bovenste rij afdrukken.
Wat er wel toe doet is dat je aan beide kanten van dezelfde kabel dezelfde volgorde gebruikt. Zet je de ene kant op A en de andere op B, dan heb je een gekruiste kabel gemaakt. Moderne apparatuur draait dat zelf recht, dus je merkt het pas als je jaren later iets aansluit dat dat niet kan.
Kies daarom één standaard voor het hele huis en schrijf op de binnenkant van de meterkastdeur welke dat is. Wie na jou een doos bijplaatst, ziet dan meteen wat de bedoeling is. Dat is dezelfde gewoonte als het netjes houden van draadkleuren bij het aansluiten van een stopcontact: de installatie moet leesbaar blijven.
Belangrijk bij het opklemmen is dat je de paartjes bij elkaar houdt. De twist onderdrukt storing van buitenaf, en die werking stopt op het punt waar je de draadjes uit elkaar haalt. Ontdraai daarom niet meer dan ongeveer een centimeter, en knip het overtollige stuk af in plaats van het netjes op te rollen.
| Pen | T568B | T568A | Waar de ader voor dient |
|---|---|---|---|
| 1 | Wit-oranje | Wit-groen | Zendpaar bij 100 Mbit, meewerkend paar bij gigabit |
| 2 | Oranje | Groen | Zendpaar bij 100 Mbit, meewerkend paar bij gigabit |
| 3 | Wit-groen | Wit-oranje | Ontvangstpaar bij 100 Mbit |
| 4 | Blauw | Blauw | Ongebruikt bij 100 Mbit, actief bij gigabit |
| 5 | Wit-blauw | Wit-blauw | Ongebruikt bij 100 Mbit, actief bij gigabit |
| 6 | Groen | Oranje | Ontvangstpaar bij 100 Mbit |
| 7 | Wit-bruin | Wit-bruin | Ongebruikt bij 100 Mbit, actief bij gigabit |
| 8 | Bruin | Bruin | Ongebruikt bij 100 Mbit, actief bij gigabit |
Let op de volgorde van de pennen bij een keystone. Op een module staan de kleuren vaak in twee rijen naast elkaar, niet in de volgorde 1 tot en met 8. Volg het opdruksel van de module en niet je geheugen, anders zit paar 3 en 6 gesplitst en haalt de kabel geen gigabit.
Een utp-wandcontactdoos afmonteren
Een utp-aansluiting in de muur bestaat uit drie onderdelen: de inbouwdoos, een of twee keystone-modules en een centraalplaat met afdekraam. De keystone is het blokje waarin je de aders opklemt en waar de rj45-stekker later in klikt. Vrijwel alle merken schakelmateriaal gebruiken tegenwoordig dit blokje, alleen de manier waarop het in de plaat klikt verschilt.
Neem een inbouwdoos van 60 mm diep in plaats van de ondiepe variant. Datakabel mag niet scherp gebogen worden en een lus van een paar centimeter past simpelweg niet in een doos van 40 mm. In een te ondiepe doos duw je de kabel tijdens het monteren plat tegen de achterkant, en precies daar zakt je snelheid in.
Laat minstens twintig centimeter kabel uit de doos steken voordat je gaat strippen. Dat lijkt veel, maar je hebt die ruimte nodig om comfortabel te klemmen en om later nog een keer opnieuw te kunnen beginnen. Voor de hoogte boven de vloer houd je dezelfde maat aan als bij het schakelmateriaal ernaast; de gangbare maten staan in onze tabel met standaardmaten voor schakelaars en wandcontactdozen.
Strip de buitenmantel over ongeveer vijf centimeter. Doe dat met een striptang voor datakabel of met een mesje dat je rondom licht insnijdt en dan afbreekt. Snijd je te diep, dan beschadig je de isolatie van de aders eronder en krijg je kortsluiting tussen twee aders in hetzelfde paar.
Opklemmen met het lsa-gereedschap
Leg elke ader in de gleuf van de juiste kleur en druk hem met het lsa-gereedschap in één keer omlaag. De metalen mesjes in de gleuf snijden door de isolatie heen en maken contact met het koper, dus je hoeft niets te strippen. Het gereedschap heeft een afsnijkant: houd die naar de buitenkant van de module gericht, dan knipt hij de overlengte meteen af.
Zonder lsa-tang kun je een keystone met een scharnierend kapje gebruiken. Daar leg je alle acht aders in de geleiders en druk je het kapje dicht tot het klikt. Dat werkt prima, maar controleer daarna wel of elke ader echt tot onderin de gleuf zit.
Dubbele dozen en verschillen per merk
Bij de meeste merken werkt het afmonteren hetzelfde en zit het verschil in de plaat. Gira, Jung, Busch-Jaeger, Niko en Hager leveren centraalplaten met een uitsparing waar de keystone van achteren in klikt. Er zijn ook series waarbij de module met een schuifje wordt vastgezet in plaats van met een klik.
Een dubbele utp-wandcontactdoos is gewoon een plaat met twee openingen. Twee openingen betekent alleen niet dat er ook twee kabels liggen: er zijn kant-en-klare dubbele platen die met één kabel worden geleverd en waarbij de tweede plek leeg blijft. Kijk dus eerst in de doos hoeveel mantels er uitkomen voordat je materiaal koopt.
Bundel de kabel achter de plaat als een losse lus en niet als een strakke rol. Een bocht met een straal van ongeveer vier keer de kabeldikte is het minimum. Trek een tie-wrap nooit strak aan om datakabel, want het indrukken van de mantel verandert de onderlinge afstand van de aders.
Een rj45-stekker krimpen aan een patchkabel
Een losse stekker heb je nodig als je zelf een patchkabel maakt, of als een kabel al ergens doorheen ligt en er geen doos meer bij past. Gebruik hiervoor soepele kabel en een stekker die daarvoor bedoeld is. Op de verpakking staat of de stekker voor soepele of voor massieve aders is, en dat verschil zit in de vorm van de contactpennen.
Strip vijf centimeter mantel weg en leg de acht aders in de volgorde die je gekozen hebt naast elkaar. Rol ze tussen duim en wijsvinger plat tot ze naast elkaar blijven liggen en knip ze in één keer recht af op ongeveer veertien millimeter. Ongelijke lengtes zijn de meest voorkomende reden dat een stekker het niet doet, want de kortste ader raakt zijn contactpen dan net niet.
Schuif het bundeltje in de stekker tot je alle acht koperen kopjes tegen het doorzichtige voorkantje ziet zitten. De buitenmantel moet daarbij tot ónder het trekontlastingsklepje komen. Zit alleen de bundel in de stekker geklemd, dan trek je de aders er bij het eerste rukje weer uit.
Krimp daarna in één stevige beweging tot de tang klikt. Controleer met een lichte trek of de kabel vastzit en test hem voordat je hem wegwerkt. Doorsteekstekkers, waarbij de aders er aan de voorkant weer uitsteken en tijdens het krimpen worden afgesneden, maken dit werk merkbaar makkelijker.
Gebruik utp-kabel nooit voor 230 volt. De aders zijn dun en de mantel is niet gemaakt voor netspanning. Ook voor een schakelaar of een dimmer op 230 volt hoort er installatiedraad in de juiste doorsnede te liggen; welke dat is, zoek je op met onze draad- en kabelkiezer.
De utp-kabel van de meterkast naar de kamer trekken
De utp-kabel begint in de meterkast en eindigt in de kamer, en aan beide uiteinden hoort een nette aansluiting. In de meterkast is dat een patchpaneel als je meerdere kabels hebt, of gewoon een tweede utp-wandcontactdoos als het er één of twee zijn. Een kabel met een losse stekker die uit een gat bungelt gaat op termijn stuk bij de tule.
Trekken doe je met beleid. Datakabel mag ongeveer elf kilo trekkracht hebben, en dat is minder dan je denkt als je met twee mensen aan een trekveer staat te sjorren. Hoe je de kabel netjes en zonder knik aan de veer krijgt, staat in onze uitleg over een utp-kabel aan een trekveer vastmaken.
Een bestaande installatiebuis is verleidelijk, maar vaak al bezet. In de buis naar een lichtschakelaar ligt al schakeldraad, en datakabel hoort niet in dezelfde buis als 230 volt. Loopt de datakabel toch een stuk parallel aan netspanning, houd dan minstens tien tot twintig centimeter afstand aan en kruis waar het moet onder een rechte hoek.
Houd de totale lengte onder de honderd meter, gerekend van apparaat tot apparaat inclusief de patchkabels aan beide uiteinden. In een woonhuis kom je daar zelden aan, maar bij een schuur achterin de tuin met een omweg langs de gevel telt het sneller op dan je verwacht. Meer over de rest van de elektrische installatie lees je bij elektra in huis.
| Situatie | Wat je aanhoudt | Waarom |
|---|---|---|
| Bocht in de kabel | Minimaal vier keer de kabeldikte, ongeveer 2,5 cm | Een knik verandert de afstand tussen de aders blijvend |
| Trekken door een buis | Rustig trekken, ongeveer 11 kg is het maximum | Te hard trekken rekt de aders uit en verpest de twist |
| Parallel aan 230 volt | 10 tot 20 cm afstand, niet in dezelfde buis | Voorkomt inductie en houdt de installatie overzichtelijk |
| Kruising met 230 volt | Onder een hoek van 90 graden | De koppeling tussen beide kabels is dan het kleinst |
| Ontdraaien bij de klem | Maximaal ongeveer 1 cm | De twist is precies wat de kabel storingsvrij houdt |
| Totale lengte | Maximaal 100 meter inclusief patchkabels | Daarboven valt de verbinding terug of doet hij niets |
| Bundelen | Klittenband of een losse tie-wrap | Een strak aangetrokken bandje drukt de mantel in |
Kun je van één utp-kabel twee aansluitingen maken?
Dit is de vraag die het vaakst voorbijkomt: er ligt één kabel uit de meterkast naar een dubbele utp-wandcontactdoos, en alleen de linker aansluiting is aangesloten. Kun je die ene kabel achter de doos splitsen zodat de rechter ook werkt?
Technisch kan het. Gigabit gebruikt alle vier de paartjes, maar 100 Mbit gebruikt er maar twee. Je kunt de acht aders dus verdelen over twee aansluitingen van vier aders, mits je dat aan beide kanten van de kabel op precies dezelfde manier doet en de paartjes bij elkaar houdt. Aan de meterkastzijde komen er dan ook twee stekkers uit die allebei in de switch of router gaan.
De prijs die je daarvoor betaalt is fors. Beide aansluitingen zitten vast op maximaal 100 Mbit, je kunt geen voeding over de kabel meer sturen naar bijvoorbeeld een accesspoint of een ip-camera, en je hebt kans op overspraak tussen de twee halve verbindingen. Voor een printer is dat prima, voor een werkplek of een netwerkschijf merk je het meteen.
Wat wij in vrijwel alle gevallen doen, is een kleine switch achter het meubel zetten. Eén kabel de kamer in, een switch van vijf of acht poorten aan het eind, en je hebt vier tot zeven aansluitingen die allemaal gigabit halen. Een switch van vijf poorten kost minder dan het materiaal voor een tweede kabeltraject en je hoeft niets open te breken.
| Oplossing | Snelheid per poort | Voeding over de kabel | Wat het kost aan werk |
|---|---|---|---|
| Switch aan het einde van de kabel | 1 Gbit per poort | Blijft mogelijk met een geschikte switch | Stekker in het stopcontact, verder niets |
| Kabel splitsen in twee keer vier aders | 100 Mbit per aansluiting | Vervalt in de meeste vormen | Beide kanten opnieuw afmonteren |
| Tweede kabel trekken | 1 Gbit per aansluiting | Blijft volledig mogelijk | Buis vrijmaken of opbouwgoot, halve dag |
| Bestaande coax vervangen door utp | 1 Gbit per aansluiting | Blijft volledig mogelijk | Coax als trekdraad gebruiken, vaak een uur |
| Wifi-accesspoint aan het kabeleinde | Afhankelijk van het apparaat | Vaak juist gewenst, dus niet splitsen | Vergelijkbaar met een switch plaatsen |
Ligt er ergens nog een oude coaxkabel naar dezelfde kamer? Die kun je in veel gevallen als trekdraad gebruiken om er een utp-kabel achteraan te trekken. Hoe dat gaat staat bij coax vervangen door utp.
Zo test je de aansluiting en vind je de fout
Test elke aansluiting voordat je de plaat dichtschroeft. Een eenvoudige kabeltester bestaat uit een hoofdunit en een losse eindstekker, en die laat met lampjes 1 tot en met 8 zien of elke ader doorloopt en op de juiste pen zit. Zo'n tester kost een paar tientjes en bespaart je het uit elkaar halen van de verkeerde doos.
Let er wel op wat zo'n tester niet doet. Hij meet doorverbinding, geen kwaliteit. Een kabel waarin de paren verkeerd verdeeld zijn, laat alle acht lampjes netjes oplopen en haalt toch geen gigabit, omdat de twist dan niet meer over het juiste signaalpaar loopt. Loopt een lampje niet mee in dezelfde volgorde, dan zit er een ader verwisseld.
Blijft de verbinding op 100 Mbit hangen terwijl beide apparaten gigabit kunnen, dan is er bijna altijd iets mis met de paren 4, 5, 7 en 8. Die worden bij 100 Mbit niet gebruikt, dus je merkt de fout pas als je snelheid verwacht. Controleer dan eerst of alle acht aders echt tot onderin de klemgleuf zijn gedrukt.
Werkt er helemaal niets, dan is de kabel meestal ergens onderbroken of zit er aan één kant een ader op de verkeerde pen. Kijk ook of je niet per ongeluk de ene kant op T568A en de andere op T568B hebt gezet. En check de simpele dingen: zit de patchkabel wel in de goede poort van de router.
| Wat je ziet | Waarschijnlijke oorzaak | Wat je doet |
|---|---|---|
| Geen link, geen lampje op de poort | Ader onderbroken of buitenmantel te diep ingesneden | Kabel testen, aan beide kanten opnieuw afmonteren |
| Verbinding blijft op 100 Mbit | Paar 4-5 of 7-8 niet goed geklemd, of kabel gesplitst | Alle acht aders nadrukken, splitsing ongedaan maken |
| Verbinding valt willekeurig weg | Rj45-stekker op massieve kabel gekrompen | Keystone plaatsen en met een patchkabel doorlussen |
| Traag en veel hikjes bij grote bestanden | Paren gesplitst of te ver ontdraaid bij de klem | Opnieuw klemmen met maximaal 1 cm ontdraaiing |
| Tester geeft alle acht groen, snelheid blijft laag | Aders wel op de goede pen, maar paren verkeerd verdeeld | Kleurvolgorde controleren tegen het opdruksel |
| Voeding over de kabel doet het niet | Kabel gesplitst of paar 4-5 en 7-8 niet aangesloten | Volledige acht aders doorverbinden |
Waar de coax aansluiting zit en hoe je hem afmonteert
In veel huizen ligt naast de datakabel nog een coaxnetwerk voor televisie en internet via de kabel. Die twee bijten elkaar niet, maar ze lopen wel door dezelfde kokers en eindigen vaak in dezelfde meterkast. Kijk dus eerst wat er ligt voordat je gaat boren.
Waar de coax aansluiting zit, hangt af van het bouwjaar. In woningen van na ongeveer 2000 komt de kabel van de straat de meterkast binnen en gaat van daaruit naar de kamers. In oudere woningen komt hij vaak rechtstreeks de woonkamer in, meestal laag bij de vloer achter de plek waar de televisie stond, of naast het raam bij de gevel.
Zie je nergens een ronde aansluiting, kijk dan in de meterkast naar een grijs of wit kastje met een schroefaansluiting, en langs de plinten naar een blindplaatje op een inbouwdoos. Achter zo'n blindplaatje zit vaker wel dan niet een opgerolde kabel die nooit is afgemonteerd.
Ligt er coax naar een kamer waar je juist internet wilt, dan is dat vaak de makkelijkste route voor een nieuwe datakabel. Je gebruikt de coax dan als trekdraad, zoals beschreven bij het vervangen van coax door utp.
Een groene coax kabel aansluiten
De groene coaxkabel die je in Nederlandse woningen tegenkomt is de gecertificeerde huisinstallatiekabel voor het kabelnetwerk. Hij is behoorlijk stug, dus houd bij het trekken ruime bochten aan. Aansluiten doe je met een f-connector: strip ongeveer een centimeter buitenmantel weg, vouw de gevlochten afscherming netjes terug over de mantel en verwijder de folie en het witte schuim eronder.
De koperen middenader moet daarna een paar millimeter voorbij de voorkant van de connector uitsteken, en mag nergens de afscherming raken. Eén losgesprongen draadje van de vlechtmantel tegen de middenader is genoeg om het beeld weg te laten vallen. Draai de connector op de kabel en zet de aansluitplaat vast met een steeksleutel 11.
Let bij de wandcontactdoos op het type. De laatste doos in een reeks hoort een eindcontactdoos te zijn, een doos halverwege een doorluscontactdoos. Zet je een doorlusdoos op het einde, dan kaatst het signaal terug en krijg je een instabiel beeld of geen internetverbinding.
Van de wandcontactdoos naar de televisie gaat een losse iec-stekker. Zo'n losse stekker geeft meer verlies dan een vaste f-connector, dus houd dat stukje kabel kort.
Wil je vanaf één kabel meerdere aansluitingen, dan gebruik je een splitter of verdeler. Elke uitgang daarvan kost signaal, dus plaats er niet meer dan je nodig hebt.
Blijf van de aansluiting vóór de meterkast af. De kabel vanaf de straat tot en met het aansluitpunt in de meterkast is eigendom van de netbeheerder. Daar iets aan wijzigen mag je niet zelf doen, en bij schade ligt de rekening bij jou.
Zo sluit je een utp-kabel aan op een wandcontactdoos
Deze volgorde geldt voor beide uiteinden van de kabel: die in de kamer en die in de meterkast.
-
Kies je kleurvolgorde en houd je eraan
Neem T568B of T568A en gebruik die aan beide kanten van dezelfde kabel. Noteer je keuze in de meterkast. Wie later een doos bijplaatst, sluit dan aan zonder eerst een bestaande doos open te schroeven om te kijken.
-
Zorg voor voldoende kabel in de doos
Trek minstens twintig centimeter kabel uit de inbouwdoos. Je hebt die lengte nodig om prettig te kunnen klemmen, en om nog een tweede poging te hebben als er iets misgaat. Een kabel die strak in de doos staat, laat zich niet netjes afmonteren.
-
Strip de buitenmantel over vijf centimeter
Snijd rondom licht in met een striptang voor datakabel en breek de mantel af. Snijd niet dieper dan de mantel dik is. Beschadigde aderisolatie zie je nauwelijks en veroorzaakt een verbinding die het soms wel en soms niet doet.
-
Leg de aders op de juiste kleur
Volg het opdruksel op de keystone en niet je geheugen, want de gleuven staan zelden in de volgorde 1 tot en met 8. Ontdraai elk paartje pas op het laatste moment en niet verder dan ongeveer een centimeter.
-
Klem elke ader met het lsa-gereedschap
Druk in één beweging omlaag tot je het mesje voelt doorzetten, met de afsnijkant naar buiten gericht. Controleer daarna alle acht gleuven van dichtbij. Een ader die halverwege blijft steken, geeft precies het beeld van een verbinding die op 100 Mbit blijft hangen.
-
Test de kabel voordat je afmonteert
Hang de tester aan beide kanten en kijk of de lampjes 1 tot en met 8 in dezelfde volgorde meelopen. Een fout die je nu vindt, kost twee minuten. Dezelfde fout na het dichtschroeven en het terugschuiven van het meubel kost een avond.
-
Werk de kabel af in de doos
Leg de overlengte als een ruime lus in de inbouwdoos en klik de keystone in de centraalplaat. Schroef de plaat waterpas vast, gelijk met de schakelaars en stopcontacten ernaast. Klik daarna het afdekraam erop.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de plaat dichtschroeft
Uit de praktijk
Een dubbele utp-doos met maar één kabel erachter
Uit de meterkast liep één utp-kabel naar de woonkamer en die eindigde in een dubbele wandcontactdoos. Alleen de linker aansluiting was afgemonteerd, de rechter zat er als loze module in. De vraag was of de kabel achter de doos te splitsen viel om de tweede plek werkend te krijgen.
Dat kan, met twee keer vier aders en dezelfde verdeling aan de meterkastzijde. Wat het oplevert is twee aansluitingen van 100 Mbit, terwijl er nu één van 1 Gbit ligt. Omdat de doos achter een bureau zat, is het uiteindelijk een switch van vijf poorten geworden: de bestaande kabel bleef ongemoeid, de switch kreeg voeding uit het stopcontact ernaast en er kwamen vier gigabitpoorten bij. Dat kostte minder dan twintig euro en een kwartier werk.
Een gesplitste kabel en een accesspoint dat niet aanging
In een ander huis was die splitsing wél doorgevoerd, netjes en aan beide kanten identiek. Beide aansluitingen deden het en dat was jarenlang geen probleem, want er hingen alleen een printer en een televisie aan.
Het liep vast toen er een accesspoint aan het plafond kwam dat zijn voeding over de netwerkkabel moest krijgen. Dat werkte niet, want die voeding heeft in de meeste uitvoeringen alle vier de paartjes nodig en de helft daarvan lag op de andere aansluiting. De oplossing was de splitsing terugdraaien en de tweede aansluiting laten vervallen. Wie nu splitst, kan zich beter afvragen of er over vijf jaar niet alsnog een camera of accesspoint aan diezelfde kabel moet.
Alle acht lampjes groen en toch geen gigabit
Een zelf afgemonteerde kabel naar een zolderkamer testte perfect: de kabeltester liet 1 tot en met 8 keurig in volgorde oplopen. De verbinding kwam op en bleef vervolgens hardnekkig op 100 Mbit staan, ook na het vervangen van de patchkabels.
Bij het openen van de keystone bleek de blauwe ader wel in de gleuf te liggen, maar niet volledig ingedrukt: hij maakte net genoeg contact voor de tester en niet genoeg voor een stabiel gigabitsignaal. Bij het opnieuw klemmen kwam er nog iets aan het licht: de aders waren over ruim vier centimeter ontdraaid om ze mooi te kunnen leggen. Opnieuw afmonteren met korte ontdraaiing en alle acht aders stevig doorgedrukt, en de poort liep meteen op 1 Gbit.
Beeld dat wegviel door een doorlusdoos op het eind
Na een verbouwing was de coaxaansluiting in de woonkamer verplaatst en werkte het internet via de kabel met horten en stoten. De kabel zelf was heel en de f-connector zat strak. Toch was de signaalsterkte bij het modem laag.
De aansluitplaat bleek een doorluscontactdoos te zijn die als laatste in de reeks was gemonteerd, met een lege tweede uitgang. Het vervangen door een eindcontactdoos loste het meteen op. Bij het openmaken kwam er nog een tweede foutje boven water: één losgesprongen draadje van de vlechtmantel stond tegen de middenader aan.
Veelgemaakte fouten
De ene kant op T568A en de andere op T568B
Je hebt dan een gekruiste kabel gemaakt. Moderne apparatuur draait dat automatisch recht, dus je merkt het niet meteen. Bij oudere apparatuur of bij een enkele switchpoort werkt het niet, en dan zoek je de fout op de verkeerde plek. Kies één standaard voor het hele huis.
De paartjes te ver ontdraaien
Vier centimeter losse aders leggen zich mooier in de gleuven dan één centimeter. Alleen is de twist precies wat de kabel ongevoelig maakt voor storing van buitenaf. Ontdraaid koper werkt als een antenne, en het resultaat is een verbinding die terugvalt zodra er echt data overheen gaat.
De blauwe en bruine aders overslaan
Bij 100 Mbit doen die vier aders niets, dus ze blijven soms ongeklemd liggen. Zodra je apparatuur gigabit wil, of voeding over de kabel, zijn ze wel nodig. Klem altijd alle acht, ook als je ze op dat moment niet gebruikt.
Een rj45-stekker op massieve kabel krimpen
De contactpennen van een stekker voor soepele kabel snijden zich niet betrouwbaar in een dikke massieve ader. De verbinding werkt vaak nog wel bij het testen en valt weken later willekeurig weg. Zet massieve kabel op een keystone en lus door met een patchkabel.
Te diep insnijden bij het strippen
Een mesje dat door de buitenmantel heen in de aderisolatie snijdt, laat een beschadiging achter die je nauwelijks ziet. Twee aders van hetzelfde paar die elkaar raken, geven een verbinding die het soms wel en soms niet doet. Snijd rondom licht in en breek de mantel af.
Een ondiepe inbouwdoos gebruiken
In een doos van 40 mm past de vereiste bochtstraal van datakabel niet. Je duwt de kabel bij het monteren plat tegen de achterwand en zet daarmee een blijvende knik in de mantel. Neem een doos van 60 mm of plaats een verdiepingsring.
Datakabel in dezelfde buis als 230 volt trekken
Het is snel geregeld en de buis ligt er toch al. Los van de storing die je op de datakabel krijgt, maak je de installatie onoverzichtelijk voor iedereen die er daarna aan werkt. Houd de netspanning en de data gescheiden en kruis onder een rechte hoek.
Een doorlusdoos op het eind van een coaxreeks
De laatste aansluiting van een coaxnetwerk hoort een eindcontactdoos te zijn. Zit daar een doorlusdoos, dan wordt het signaal niet netjes afgesloten en krijg je een instabiel beeld of een internetverbinding die wegvalt. Aan de kabel ligt het dan niet.
Veelgestelde vragen
Kan ik van 1 utp kabel 2 aansluitingen maken?
Ja, door de acht aders te verdelen over twee aansluitingen van vier aders, en dat aan beide kanten van de kabel op precies dezelfde manier te doen. Je houdt de paartjes daarbij bij elkaar. Beide aansluitingen halen dan maximaal 100 Mbit en voeding over de kabel vervalt in de meeste vormen. Wij zetten liever een kleine switch aan het einde van de bestaande kabel: dat levert vier tot zeven gigabitpoorten op zonder dat je iets hoeft te wijzigen aan de bekabeling.
Moet ik T568A of T568B gebruiken bij utp aansluiten?
Ze zijn functioneel gelijkwaardig, dus je mag zelf kiezen. In Nederland kom je T568B het vaakst tegen en die kleurvolgorde staat op de meeste keystones als eerste afgedrukt. Wat er wel toe doet, is dat beide uiteinden van dezelfde kabel op dezelfde standaard zitten. Kies één variant voor het hele huis en noteer die in de meterkast, dan blijft de installatie leesbaar voor wie er na jou aan werkt.
Hoeveel mag ik de aders ontdraaien bij de klem?
Houd ongeveer een centimeter aan als maximum, en houd de twist tot vlak bij de klemgleuf intact. De onderlinge draaiing van elk paartje is precies de eigenschap die de kabel ongevoelig maakt voor storing van buitenaf. Ontdraai je vier of vijf centimeter omdat de aders zich dan makkelijker laten leggen, dan werkt dat stuk als een antenne. Het gevolg is meestal geen dode verbinding, maar een verbinding die terugvalt of hikt zodra er echt verkeer overheen gaat.
Waarom haalt mijn verbinding maar 100 Mbit in plaats van 1 Gbit?
Bijna altijd omdat de paren 4-5 en 7-8 niet meedoen. Die worden bij 100 Mbit niet gebruikt, dus een ader die niet volledig in de klemgleuf zit valt niet op tot je gigabit verwacht. Controleer of alle acht aders tot onderin gedrukt zijn en of er geen kabel ergens gesplitst is voor een tweede aansluiting. Ook een te ver ontdraaid paar of een geknikte kabel kan de verbinding terug laten vallen naar 100 Mbit.
Heb ik een lsa-tang nodig om utp aan te sluiten?
Niet per se, maar hij maakt het werk sneller en netter. Er zijn keystones met een scharnierend kapje waarbij je alle acht aders in de geleiders legt en het kapje dichtdrukt tot het klikt. Werk je met een gewone lsa-module, dan is het gereedschap wel nodig, want de ader moet met kracht tot onderin de gleuf worden gedrukt. Een lsa-tang met afsnijkant kost weinig en knipt de overlengte in dezelfde beweging af.
Mag ik een utp-kabel gebruiken voor een schakelaar of voor 230 volt?
Voor netspanning niet. De aders zijn te dun en de mantel is niet gemaakt voor 230 volt, dus daar hoort installatiedraad in de juiste doorsnede te liggen. Ook bij het aansluiten van een dimmer of een schakelaar gebruik je gewoon schakeldraad. Voor laagspanningstoepassingen zoals een deurbel of een sensor wordt utp in de praktijk wel ingezet, en dan houd je die aders strikt gescheiden van de aders die je voor data gebruikt.
Hoe lang mag een utp-kabel zijn?
Honderd meter tussen twee apparaten, en dat is inclusief de patchkabels aan beide uiteinden. In de praktijk reken je met negentig meter vaste bekabeling en twee keer vijf meter patchkabel. In een woonhuis kom je daar bijna nooit aan, maar bij een aansluiting naar een schuur achterin de tuin telt een omweg langs de gevel sneller op dan je denkt. Boven de honderd meter wordt de verbinding onbetrouwbaar of komt hij helemaal niet op.
Waar zit mijn coax aansluiting?
Dat hangt vooral af van het bouwjaar. In woningen van na ongeveer 2000 komt de kabel vanaf de straat de meterkast binnen en loopt van daaruit naar de kamers. In oudere woningen komt hij vaak rechtstreeks in de woonkamer uit, laag bij de vloer op de plek waar de televisie ooit stond of naast het raam bij de gevel. Zie je nergens een ronde aansluiting, kijk dan in de meterkast naar een kastje met schroefaansluitingen en langs de plinten naar blindplaatjes: daarachter zit vaker wel dan niet een opgerolde kabel.
Hoe kan ik een groene coax kabel aansluiten?
Strip ongeveer een centimeter buitenmantel weg, vouw de gevlochten afscherming terug over de mantel en verwijder de folie en het witte schuim eronder. De koperen middenader steekt daarna een paar millimeter voorbij de voorkant van de f-connector uit en mag de afscherming nergens raken. Draai de connector op de kabel en zet de aansluitplaat vast met een steeksleutel 11. Gebruik op de laatste plek in de reeks een eindcontactdoos en halverwege een doorluscontactdoos.
Kan ik een oude coaxkabel vervangen door utp?
Vaak wel, en het is meestal de makkelijkste manier om ergens een netwerkaansluiting te krijgen. De coax ligt al in een buis van de meterkast naar de kamer, dus je kunt hem als trekdraad gebruiken voor de nieuwe kabel. Maak de verbinding tussen beide kabels slank en vloeiend, want een dikke knoop blijft haken in een bocht. De volledige werkwijze staat bij coax vervangen door utp.
Op welke hoogte plaats ik een utp-wandcontactdoos?
Meestal op dezelfde hoogte als de stopcontacten in dezelfde wand, zodat de rij netjes doorloopt. Komt de aansluiting achter een bureau of achter een wandmeubel, dan is werkbladhoogte handiger omdat je er dan bij kunt zonder alles weg te schuiven. Bij een televisie aan de wand zet je de doos op de hoogte van het scherm, achter het paneel. De gangbare maten staan in onze tabel met standaardmaten in huis.
Heb ik een patchpaneel nodig in de meterkast?
Bij één of twee kabels niet: een utp-wandcontactdoos in de meterkast doet hetzelfde werk en neemt minder ruimte in. Vanaf een stuk of vier kabels wordt een patchpaneel overzichtelijker, omdat je dan alle aansluitingen genummerd naast elkaar hebt. Reken in beide gevallen op een stopcontact in de meterkast voor het modem en de switch. Of daar nog ruimte voor is op de bestaande groep, reken je na met onze groepencalculator.
Wanneer je beter een vakman belt
Utp aansluiten is werk dat je zelf kunt doen. Er staat geen netspanning op de kabel, en de grootste schade die je kunt aanrichten is een keystone die je opnieuw moet afmonteren. Toch zijn er drie momenten waarop je beter stopt.
Het eerste is werk in de meterkast achter de hoofdzekering. Moet er een groep bij voor de voeding van je apparatuur, of moet er een rij bij in de meterkast, dan is dat werk voor een installateur.
Het tweede is de kabel vanaf de straat tot en met het aansluitpunt in de meterkast, of dat nu coax of glasvezel is. Dat deel is eigendom van de netbeheerder of de provider en daar mag je zelf niets aan wijzigen. Ontbreekt er een aansluitpunt, dan meld je dat bij je aanbieder.
Het derde is boren en trekken op plaatsen waar het risico niet in de kabel zit. Een gat door een dragende wand of door een vloerconstructie, boren door een gevel met een ladder eronder, of werken in een kruipruimte met onbekend isolatiemateriaal: dat zijn de situaties waarin je liever iemand belt die het vaker doet.