Dak isoleren van binnenuit zonder vochtproblemen
Van binnenuit isoleren werkt prima, maar dan moet de opbouw kloppen: aan de warme kant een damprem die echt luchtdicht is, en naar buiten toe moet elke laag dampopener worden. Minerale wol gaat strak tegen het dakbeschot, harde PIR-platen tegen een dampdichte buitenkant vragen om een luchtspouw van twee centimeter die op buitenlucht uitkomt. Reken op veertien centimeter PIR of ruim twintig centimeter wol als je de nieuwbouwwaarde van Rc 6,3 wilt halen. De meeste aandacht steek je niet in het materiaal maar in het aftapen van de folie.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rolmaat, potlood en een lange rechte lat
- Isolatiemes met lang lemmet of een broodmes voor minerale wol
- Handzaag met fijne tand voor PIR-platen
- Accuschroefmachine met torxbits
- Nietpistool met brede nieten voor de folie
- Werkbok of rolsteiger en een stevige trap
- Stofmasker FFP2 of FFP3, veiligheidsbril en handschoenen
- Werklamp of bouwlamp, want zolders zijn donker
- Kitspuit voor de aansluitkit
Materiaal
- Minerale wol of PIR-platen in de berekende dikte
- Dampremmende folie of klimaatfolie, afhankelijk van de buitenkant
- Tape die voor de folie bedoeld is, plus butyltape of aansluitkit voor de randen
- Manchetten voor doorvoeren van leidingen en kabels
- Ruw vuren regelwerk 22 bij 50 mm en 45 bij 70 mm
- Schroeven, tellerschroeven of isolatiepluggen
- Gipsplaten of houten beschieting voor de afwerking
- PUR-schuim met lage expansie voor de laatste kieren
- Nylondraad of gaas om wol op grote vlakken te steunen
Van binnen naar buiten moet het dak steeds dampopener worden
Isolatie aan de binnenkant van je dak werkt goed, maar het gaat mis zodra waterdamp in de constructie blijft hangen. Warme binnenlucht bevat altijd vocht en dat vocht trekt naar de koude kant van het pakket. De vuistregel bij elke manier van een dak isoleren is daarom dat elke laag naar buiten toe dampopener moet zijn dan de laag ervoor.
Zit er aan de warme kant een damprem die echt luchtdicht is aangebracht, dan komt er nauwelijks damp in de isolatie terecht. Het beetje dat er toch in komt moet naar buiten kunnen verdampen. Staat daar een dampdichte laag in de weg, dan verzamelt het vocht zich in het dakbeschot en in de koppen van de gordingen.
Daarom merk je van dit werk pas jaren later of het goed zat. Hout dat langzaam nat wordt geeft geen signaal, tot je er met een schroevendraaier zo in prikt. Een dak dat je nu dichtmaakt, moet meteen kloppen.
Bij een plat dak ligt het nog scherper, want daar maak je van binnenuit altijd een koud dak en komt het condensvlak vlak onder de dakbedekking te liggen. Hoe je dat oplost staat bij het isoleren van een plat dak. Hieronder gaat het over hellende daken en zolders.
Er bestaan gratis rekentools waarin je je hele laagopbouw invult, van dakpan tot gipsplaat. Je ziet dan waar het condensvlak in de constructie valt en hoeveel vocht er per jaar in en uit gaat. Twijfel je tussen twee opbouwen, dan is dat een half uur werk dat je later veel gedoe bespaart.
Eerst uitzoeken wat er al aan de buitenkant zit
Bij isoleren van binnenuit heb je de buitenkant niet meer in de hand. Wat daar ligt bepaalt welke opbouw binnen nog veilig is, dus begint dit werk met kijken en meten in plaats van met bestellen.
Klim met een lamp naar zolder en zoek een plek waar je tussen de gordingen bij het dakbeschot kunt. Kijk of het beschot uit planken of uit platen bestaat, of er messing en groef in zit, en of je licht door de naden ziet schemeren. Bij een dak uit de jaren zeventig of tachtig kom je vaak twee tot drie centimeter piepschuim of gespoten PUR tegen op de bovenkant van het beschot. Hoe dat er van buitenaf uitziet en welke lagen er verder in zitten, lees je bij de opbouw van een schuin dak met panlatten en tengels.
Meet daarna de hoogte van de gordingen en de afstand ertussen. Die twee maten bepalen hoeveel isolatie erin past en of je er met een tweede laag overheen moet. Noteer meteen waar de doorvoeren en de oude schoorsteengaten zitten, want die kosten later de meeste tijd.
Dak na-isoleren van binnenuit bij een bestaande laag
Ligt er al iets, dan verandert dat je aanpak minder dan je denkt. Een oude laag van twee tot drie centimeter levert bij een moderne rekenwijze zo weinig op dat je hem in de praktijk niet meetelt. Sloop hem ook niet weg: piepschuim of gespoten schuim op de bovenkant van het beschot krijg je van binnenuit toch niet netjes verwijderd, en je maakt er alleen je dakbeschot mee kapot.
Wat die oude laag wel bepaalt, is welke folie er binnen komt. Een dichte laag aan de buitenkant betekent dat je nieuwe pakket vooral naar binnen toe moet kunnen drogen, en dan kies je klimaatfolie in plaats van een gewoon dampscherm. Een dun laagje ingezakte glaswol tussen pannenfolie en beschot doet aan de dampdoorlatendheid niets en is dus geen reden om iets aan te passen.
| Wat er op je dakbeschot ligt | Wat dat voor vocht betekent | Wat je binnen kiest |
|---|---|---|
| Kaal beschot met dampopen folie onder de panlatten | Gunstig, vocht kan naar buiten weg | Wol of platen strak tegen het beschot, dampremmende folie binnen |
| Kaal beschot met kieren, geen folie | Winddoorlatend, minerale wol verliest hier isolatiewaarde | Eerst winddicht maken, of platen met aluminium cachering gebruiken |
| Dunne piepschuimplaatjes van 2 tot 3 cm zonder tand en groef | Redelijk dampopen door de vele naden, maar onvoorspelbaar | Minerale wol tegen het beschot en klimaatfolie aan de binnenkant |
| Gespoten PUR van 2 tot 4 cm | Vrij dampdicht, drogen naar buiten gaat traag | Gecacheerd PIR met getapete damprem, of wol met klimaatfolie |
| Dun laagje glaswol tussen pannenfolie en beschot | Telt nauwelijks mee en is meestal ingezakt | Gewoon een volwaardig pakket aan de binnenkant zetten |
| Bitumen of dakleer op het beschot | Dampdicht, hoog risico op vocht in het hout | Alleen na een berekening, anders van buitenaf aanpakken |
| Riet zonder dakbeschot | Riet moet aan de onderkant kunnen drogen | Onbrandbare wol met een geventileerde ruimte van 4 tot 5 cm |
| Geverfd dakbeschot | De verflaag verandert weinig aan de dampdoorlatendheid | Geen reden om een andere opbouw te kiezen |
Kom je in een dak van voor 1994 een zachte, grijze of vezelige plaat tegen? Ga er dan van uit dat er asbest in kan zitten en boor, zaag of schuur er niet in. Een monster laten onderzoeken kost weinig en geeft binnen een week duidelijkheid.
Welk isolatiemateriaal past bij jouw dak
De keuze gaat in de praktijk tussen minerale wol en harde schuimplaten. Minerale wol is goedkoper, dempt geluid en past zich aan een dakvlak dat niet strak loopt. PIR isoleert bij dezelfde dikte bijna twee keer zo goed, dus je houdt meer ruimte over onder een lage kap.
Reken vooraf uit welke dikte je nodig hebt, in plaats van te kiezen wat toevallig tussen de gordingen past. Voor nieuwbouw geldt voor een dak een Rc van 6,3, en dat haal je met ongeveer veertien centimeter PIR of ruim twintig centimeter wol. Een pakket met een Rd van 4,0 is een flinke verbetering, maar je opent dit dak niet snel nog een keer.
Let bij het vergelijken op het verschil tussen Rd en Rc. Rd hoort bij het isolatiemateriaal zelf, Rc bij de hele constructie inclusief hout, luchtlagen en de warmteovergang aan beide kanten. Gordingen die door de isolatie heen steken drukken die Rc omlaag, want hout isoleert ongeveer vier keer slechter dan wol. Bij isolatie tussen de gordingen van een schuin dak blijft dat verlies beperkt zolang je een doorlopende laag over het hout heen legt.
Dak isoleren van binnenuit met PIR
PIR-platen zijn hard, licht en aan beide kanten voorzien van aluminium. Die cachering werkt zelf als dampscherm, dus je hebt geen losse folie meer nodig zolang je alle naden en aansluitingen aftapet met tape die daarvoor bedoeld is. Snijden gaat met een handzaag met fijne tand of met een lang mes langs een rechte lat.
Het nadeel zit in de pasvorm. Een oud dak loopt zelden strak, en elke plaat die een millimeter te ruim is gesneden moet je terugnemen. Reken op tien tot vijftien procent snijverlies en op flink wat stof. Werk met een stofmasker en een bril, want het schuim geeft fijn poeder af dat overal in kruipt.
Hoe lang doet zomerwarmte erover om binnen te komen
Op een zolder met de zon op het dak telt behalve de R-waarde ook hoe lang het duurt voordat die warmte er doorheen is. Zwaardere materialen houden de warmte langer vast, waardoor de piek pas laat in de avond binnenkomt. Het verschil is kleiner dan vaak gedacht: veertien centimeter PIR komt op ongeveer zeven uur uit, zestien centimeter glaswol op ruim zes uur.
Alleen zwaardere steenwol en houtvezel halen daar duidelijk meer uit, en die zijn duurder en een stuk lastiger naar boven te krijgen. Zonwering en goede ventilatie doen op een zolder meestal meer tegen hitte dan de keuze van het isolatiemateriaal.
| Materiaal | Lambda | Dikte voor Rd 4,5 | Dikte voor Rd 6,3 | Waar je op let |
|---|---|---|---|---|
| Glaswol | 0,032 tot 0,040 | 14 tot 18 cm | 20 tot 25 cm | Goedkoop en geluiddempend, kan na jaren inzakken |
| Steenwol | 0,034 tot 0,037 | 15 tot 17 cm | 22 tot 24 cm | Steviger dan glaswol, onbrandbaar, zwaarder om te hangen |
| PIR met aluminium cachering | 0,022 | 10 cm | 14 cm | Dunste oplossing, dampdicht, veel snijverlies bij scheve daken |
| Resolschuim | 0,021 | 9,5 cm | 13,5 cm | Nog iets dunner, duurder, randen zijn bros |
| Houtvezelplaat | 0,038 tot 0,042 | 17 tot 19 cm | 24 tot 27 cm | Zwaar, goed tegen zomerwarmte, hoogste prijs per meter |
| EPS oftewel piepschuim | 0,033 tot 0,038 | 15 tot 17 cm | 21 tot 24 cm | Zelden tussen gordingen gebruikt, brandbaar |
| Isolatiefolie met luchtspouwen | Niet vergelijkbaar | Niet te halen | Niet te halen | Opgegeven waarde geldt alleen met spouw aan beide kanten |
Wel of geen luchtspouw tussen isolatie en dakbeschot
Over deze vraag krijg je de meeste tegenstrijdige adviezen, en dat komt doordat het antwoord per materiaal verschilt. Wat voor een harde plaat geldt, gaat voor wol juist niet op.
Minerale wol duw je strak tegen het dakbeschot. Laat je daar een luchtlaag zitten die in verbinding staat met buiten, dan waait de warmte langs de isolatie naar buiten en levert je pakket veel minder op dan de verpakking belooft. Een volledig afgesloten luchtlaag doet weinig kwaad maar ook weinig goeds, en die centimeters gebruik je beter voor extra wol.
Bij harde platen ligt het anders. Fabrikanten van PIR adviseren bij een dak dat aan de buitenkant al dampdicht is een luchtspouw van minstens twee centimeter, zodat het dakbeschot aan de onderkant nog kan drogen. Die spouw heeft alleen zin als hij ergens op uitkomt, bijvoorbeeld bij de nok of langs de muurplaat. Een spouw die aan alle kanten dichtzit ventileert niet en is dan vooral verloren ruimte.
Zit er twee tot drie centimeter piepschuim of gespoten PUR op je beschot, bel dan de technische helpdesk van de fabrikant van je platen. Die diensten zijn ook voor particulieren bereikbaar en rekenen jouw opbouw door. Dat is beter dan gokken op een advies dat voor een ander dak is geschreven.
Je komt soms het advies tegen om gaten door het dakbeschot te boren om zo'n spouw te laten ventileren, afgedekt met horgaas tegen ongedierte. Doe dat niet zonder na te denken. Je maakt de constructie luchtdoorlatend richting een ruimte die zelf vochtig kan zijn, en bij een beschot met schuim erop komen die gaten nergens uit.
Vraag bij het bestellen om het gegevensblad van je platen en maak foto's van de opbouw voordat je dichtmaakt. Komt er later een vochtplek, dan weet je precies wat waar zit en hoef je niets open te breken om erachter te komen.
De folie bepaalt of het goed gaat, niet het merk isolatie
Aan de warme kant hoort één laag die damp afremt en lucht afsluit. Die laag doet meer voor de levensduur van je dak dan de laatste halve R-waarde aan isolatie. Een damprem die op tien plekken niet is dichtgezet, laat via die kieren tientallen keren meer vocht door dan er ooit door de folie zelf heen diffundeert.
Wat je kiest hangt af van de buitenkant. Kan je dak naar buiten toe goed drogen, dan volstaat een gewone dampremmende folie. Weet je niet zeker hoe dampopen de buitenkant is, bijvoorbeeld door piepschuim of gespoten PUR op het beschot, dan is klimaatfolie de veilige keuze. Die folie sluit in de winter en wordt in de zomer dampopener, zodat vocht dat vast is komen te zitten terug naar binnen kan drogen.
Stapel nooit twee dampdichte lagen op elkaar. Werk je met gecacheerd PIR, dan is het aluminium al je dampscherm en heeft klimaatfolie er geen zin meer. Kies je minerale wol, neem dan wol zonder aluminium en breng de folie los aan, want een cachering op losse wolstroken krijg je in de praktijk zelden echt dicht.
Plak de folie met tape die daarvoor gemaakt is en werk de aansluiting op muren, muurplaat en dakraam af met butyltape of aansluitkit. Dezelfde nauwkeurigheid speelt bij het isoleren van de vloer boven een kruipruimte, waar een slecht dichtgezette folie vocht van onderaf doorlaat.
| Foliesoort | Sd bij benadering | Wat het doet | Wanneer je het kiest |
|---|---|---|---|
| Dampopen onderdakfolie | 0,02 tot 0,3 m | Houdt wind en spatwater tegen, laat damp door | Aan de buitenkant, onder de panlatten, als winddichting bij wol |
| Dampremmende folie | 2 tot 5 m | Remt damp af en sluit de lucht af | Bij een dak dat naar buiten toe voldoende kan drogen |
| PE-folie oftewel dampscherm | 50 tot 100 m | Vrijwel dampdicht | Alleen als de buitenkant echt dampopen is |
| Klimaatfolie met variabele damprem | 0,25 tot 10 m | Sluit in de winter, opent in de zomer zodat vocht terug kan | Bij twijfel over de buitenkant en bij minerale wol |
| Aluminium cachering op PIR | Meer dan 100 m | Werkt zelf als dampscherm, mits alle naden getapet zijn | Bij PIR, dan hoeft er geen losse folie meer bij |
| Aluminium cachering op wolstroken | Meer dan 50 m | Bedoeld als damprem, maar lastig dicht te krijgen | Alleen als je elke strook zorgvuldig aftapet |
Breng de damprem aan zodra de wol erin zit, niet weken later. Onafgeschermde minerale wol neemt in een paar dagen al vocht op uit de zolderlucht. Dat vocht zit opgesloten op het moment dat je de folie erop plakt, en bij een dampdichte buitenkant komt het er niet meer uit.
Zolder isoleren van binnenuit: frame, gordingen en afwerking
Voor de afwerking heb je twee routes. Je isoleert tussen de gordingen en laat het hout in het zicht, of je legt een doorlopende laag over de gordingen heen en werkt alles glad af.
Tussen de gordingen blijven kost minder ruimte en gaat sneller, maar elk stuk hout is dan een koudebrug. Bij vijftien centimeter wol tussen balken van vijftien scheelt dat merkbaar in de Rc van het geheel. Ga je eroverheen, dan win je isolatiewaarde en krijg je meteen een egaal vlak om op te werken, maar je verliest een paar centimeter hoogte en de balken zie je niet meer.
Voor het regelwerk voldoet ruw vuren van 22 bij 50 millimeter, hart op hart dertig centimeter, zodat gipsplaten niet doorbuigen. Houd tussen de damprem en de gipsplaat een installatiespouw van twee tot vier centimeter vrij. Daar leg je kabels in en daar schroef je later een lamp in vast, zonder ooit door je folie te prikken. Die spouw kost je vrijwel geen isolatiewaarde.
Snijd minerale wol één tot twee centimeter breder dan de ruimte tussen de kepers, dan klemt elke strook zichzelf vast. Plaatselijk indrukken is geen probleem. Een horizontale gording die de wol over een smalle strook twee en een halve centimeter samendrukt, merk je in een pakket van zestien niet. Bij grote vlakken zonder tussenregels span je nylondraad in een zigzag over de wol, zodat hij over de jaren niet naar beneden zakt.
Wil je vooral warmte en geluid uit de verdieping eronder houden en niet het hele dakvlak aanpakken, kijk dan ook naar isolatie in het plafond van de kamer eronder. Bij een onverwarmde vliering is een pakket op de zoldervloer vaak goedkoper en sneller dan het dak.
Bij de randen, doorvoeren en ventilatie gaat het meestal mis
De isolatie zelf is het makkelijke deel. Wat bepaalt of je dak droog blijft, zit bij de randen: de muurplaat, de nok, de dakkapel, het dakraam en elke buis die door het dak steekt.
Zit er een oud schoorsteengat dat van binnen met een plank is dichtgetimmerd, dan moet het herstel van buitenaf komen. Een isolatieplaat tegen zo'n gat aan schroeven verbergt het probleem, maar het regenwater dat er langs de pannen naar binnen loopt blijft komen. Maak eerst de dakbedekking en de onderfolie waterdicht en werk daarna pas van binnen af.
Rond de afvoer van de cv-ketel en de mechanische ventilatie is de verleiding groot om alles vol te schuimen met PUR. Doe dat niet. Over vijf of tien jaar moet zo'n leiding eruit en dan hak je je eigen isolatie kapot. Vul die ruimte met steenwol en zet de folie er met tape en een manchet netjes omheen. Rond een rookgasafvoer geldt bovendien een minimumafstand tot brandbaar materiaal, dus daar hoort sowieso steenwol en geen schuimplaat.
De ventilatie van de ruimte zelf verdient net zoveel aandacht als de isolatie. Een zolder die je luchtdicht afwerkt moet ergens verse lucht kunnen halen, anders loopt de luchtvochtigheid op en krijg je precies de condens die je wilde voorkomen. Een rooster in het dakraam of een aangesloten ventilatiekanaal is het minimum. Pak je meer aan dan alleen het dakvlak, kijk dan wat er verder bij onderhoud aan dak en zolder komt kijken.
Blijf van de rookgasafvoer en de gasleiding af. Een concentrische afvoer door het dak, een geiser op zolder of een gasleiding die in de weg zit verplaatsen is werk voor een erkende installateur. Om een bestaande, ongewijzigde afvoer heen isoleren met onbrandbaar materiaal mag je zelf doen, mits je de voorgeschreven afstand aanhoudt.
Rieten dak isoleren van binnenuit
Een rieten dak van binnenuit isoleren mag, maar er gelden twee harde voorwaarden die bij een pannendak niet spelen. Wie die overslaat, krijgt of een brandrisico of een dak dat van binnenuit wegrot.
De eerste voorwaarde is brandveiligheid. Riet vat snel vlam en een rietbrand is binnen enkele minuten niet meer te keren. Gebruik daarom onbrandbare isolatie. Steen- en glaswol vallen in de hoogste brandklasse, terwijl kaal PIR, EPS en isolatiefolie brandbaar zijn. PIR met een gipscachering scoort een stuk beter, maar vraag bij je verzekeraar na wat er in jouw polis staat voordat je bestelt. Bij rietpolissen liggen de eisen aan de opbouw vaak vast.
De tweede voorwaarde is ventilatie. Riet moet aan de onderkant kunnen drogen, anders rot het van binnenuit weg en haal je de normale levensduur bij lange na niet. Houd daarom vier tot vijf centimeter onder het riet vrij, en zorg dat die ruimte onderaan en bij de nok open staat naar buitenlucht. Jouw isolatie hangt in een eigen frame daaronder, met een winddichte grens ertussen.
Daaruit volgt iets wat in berekeningen regelmatig misgaat. De isolatiewaarde van het riet mag je niet bij die van je nieuwe pakket optellen, want de geventileerde ruimte ertussen breekt de keten. Reken alleen met wat er aan de warme kant van die ventilatie zit. Over de opbouw, de folie en het onderhoud dat erbij hoort lees je meer bij isolatie aanbrengen bij een rieten dak.
| Materiaal | Brandklasse | Onder riet toe te passen |
|---|---|---|
| Steenwol | A1, onbrandbaar | Ja, dit is de standaardkeuze |
| Glaswol | A1 of A2, onbrandbaar tot vrijwel onbrandbaar | Ja |
| PIR kaal of met aluminium | E, brandbaar | Nee |
| PIR met gipscachering | B, moeilijk brandbaar | Alleen in overleg met je verzekeraar |
| Isolatiefolie | E, brandbaar | Nee |
| EPS oftewel piepschuim | E, brandbaar | Nee |
| Brandwerende gipsplaat als beplating | A2 | Ja, als extra laag onder het riet |
Een brandwerende beplating of een schroefdak onder het riet stem je af met de rietdekker. Wordt het riet binnen afzienbare tijd vervangen, dan is dat het moment om zo'n plaat over de spanten te leggen. Achteraf inbouwen kost aanzienlijk meer werk en geld.
Wanneer van buitenaf isoleren de betere keuze is
Van binnenuit werken is goedkoper, je hoeft niet op het dak en je kunt in etappes werken. Er zijn wel situaties waarin het verstandiger is om de pannen er toch af te halen.
De eerste is een dakbeschot dat aan de buitenkant echt dampdicht is en waar geen enkele ruimte is om te drogen. Met binnenisolatie verplaats je het probleem dan naar het hout. Moeten de pannen op afzienbare termijn vervangen worden, dan is een isolerend renovatiedakelement het moment waarop je alles in één keer goed zet.
De tweede is een dak met veel dakkapellen, kilgoten en doorbrekingen. Van binnenuit krijg je die aansluitingen bijna niet luchtdicht, terwijl een doorlopende laag aan de buitenkant er gewoon overheen loopt.
Houd er wel rekening mee dat een dikker dakpakket gevolgen heeft voor de dakrand, de goot, de aansluiting op een dakkapel en soms voor de vergunning. Bij een plat dak bestaat de variant waarbij de isolatie juist boven het waterdichte membraan komt te liggen. Dat heet een omgekeerd dak en het vraagt om drukvaste platen en om ballast van grind of tegels.
Voor een dakvlak zonder pannen gelden eigen regels voor afschot, randafwerking en de aansluiting op de opstand, en die staan bij plat dak, van dakbedekking tot randafwerking. Voor een hellend dak blijft de binnenkant in de meeste woningen de praktische route.
Zo isoleer je een hellend dak van binnenuit
Deze volgorde geldt voor een schuine zolder met gordingen, of je nu met minerale wol of met harde platen werkt.
-
Controleer de buitenkant voordat je iets bestelt
Een dak dat lekt of waar wind doorheen waait, moet je niet dichtzetten. Loop tijdens of vlak na regen met een lamp over zolder en zoek natte plekken bij de nok, de kilgoot en de dakkapel. Hoe je losse dakpannen en gescheurde panlatten nakijkt lees je apart. Werk op het dakvlak zelf hoort met een steiger of dakhaken en niet vanaf een ladder tegen de goot. Herstel eerst, want als het dak eenmaal dicht is kom je er niet meer bij.
-
Meet de gordingen en bepaal je opbouw
Meet de hoogte van de gordingen, de afstand ertussen en de vrije hoogte van de ruimte. Kies daarna de dikte op basis van de Rd die je wilt halen en niet op wat toevallig past. Leg meteen vast of je tussen de gordingen blijft of er met een doorlopende laag overheen gaat, want dat bepaalt de rest van het frame en de plek van je folie.
-
Zet het frame en de eventuele afstandhouders
Bij minerale wol tussen de gordingen heb je vaak geen extra frame nodig. Werk je met harde platen en loopt het dakvlak golvend, hang dan eerst tengels op en leg de platen daartegenaan. Kleine houten spaantjes als tijdelijke afstandhouder houden de spouw overal even breed tot het schuim langs de randen hard is.
-
Breng de isolatie klemmend aan
Snijd wolstroken één tot twee centimeter breder dan de ruimte, dan blijven ze uit zichzelf zitten. Bij platen werk je van beneden naar boven en vul je elke naad met schuim met lage expansie. Kieren zijn hier geen schoonheidsfoutje: een naad van vijf millimeter over de volle lengte doet meer met je isolatiewaarde dan een centimeter extra dikte.
-
Sluit de damprem dezelfde dag luchtdicht af
Span de folie horizontaal met overlappen van tien centimeter en tape elke naad dicht. Werk de aansluiting op muren, vloer en dakraam af met butyltape of aansluitkit en zet doorvoeren af met een manchet. Wacht hier niet weken mee, want onafgeschermde wol neemt in die tijd vocht op uit de zolderlucht en dat sluit je dan op.
-
Maak de installatiespouw en leg de leidingen
Schroef regelwerk van 22 bij 50 millimeter op de gordingen, hart op hart dertig centimeter. In die spouw leg je kabels en leidingen, zodat je later nooit door je folie hoeft. Een lichtpunt aftakken op een bestaande groep kun je zelf doen, maar het werk achter de hoofdzekering in de meterkast, zoals een groep bijplaatsen, laat je aan een installateur.
-
Werk af en regel de ventilatie
Schroef de gipsplaten of de beschieting op het regelwerk en kit de randen af. Controleer daarna of de ruimte verse lucht krijgt via een rooster, een te openen dakraam of een aangesloten kanaal. Een goed geïsoleerde zolder zonder luchttoevoer wordt vochtig, en dan sla je de condens alsnog neer op de koudste plek.
Voordat je de gipsplaten erop schroeft
Uit de praktijk
Twee vakmensen, twee tegengestelde adviezen over piepschuim
Een dak uit de jaren zeventig met twee centimeter dunne piepschuimplaatjes op het dakbeschot, daarboven een dampopen folie en nieuwe pannen. De timmerman adviseerde PIR strak tegen het beschot zodat condens weinig kans krijgt, de aannemer minerale wol met twee centimeter luchtruimte ertussen om alles te laten ventileren. Beide adviezen kunnen niet tegelijk goed zijn.
De staat van het piepschuim gaf de doorslag. Het waren dunne plaatjes zonder tand en groef, met zoveel naden dat de laag in de praktijk redelijk dampopen is. Het dakbeschot zelf had ook geen messing en groef en liet licht door.
Daarmee viel de keuze op zestien centimeter glaswol strak tegen het beschot met klimaatfolie aan de binnenkant, dus zonder luchtspouw en zonder tweede dampdichte laag. Bewust wol zonder aluminium cachering, want twee dampremmende lagen op elkaar voegen niets toe. Waar horizontale gordingen de wol over een smalle strook twee en een halve centimeter indrukten is niets extra's gedaan: bij een pakket van zestien centimeter is dat verwaarloosbaar.
PIR-platen ophangen tegen een dak dat niet vlak liep
Een woning uit 1983 met spaanplaat als dakbeschot en ongeveer drie centimeter gespoten PUR aan de buitenkant. Het dakvlak liep zo golvend dat platen er nergens strak tegenaan kwamen, en het eerste plan was acht centimeter PIR tussen gordingen van veertien centimeter hoog.
Er zijn twee dingen veranderd. De dikte ging omhoog naar twaalf tot veertien centimeter, met de afwerking over de gordingen heen in plaats van ertussen. Pas daarmee kwam de Rc in de buurt van de nieuwbouwwaarde en verdwenen de koudebruggen grotendeels.
De bevestiging is ook anders opgelost: eerst tengels tegen de gordingen, de platen daar los tegenaan gelegd met houten spaantjes als tijdelijke afstandhouder, en de randen rondom afgeschuimd met PUR met lage expansie. Na het uitharden konden de spaantjes eruit en zat het hele pakket vast in het schuim in plaats van op schroeven, wat bij een golvend dak veel netter aansluit. Omdat de platen aan beide zijden aluminium hebben, is er geen klimaatfolie gebruikt maar alleen een dampremmende folie met getapete naden.
Een kinderkamer onder een rieten dak
Onder een rieten dak moest een slaapkamer voor de winter behaaglijker worden. Het eerste plan was isolatiefolie tegen de sporen nieten, met aan beide kanten vijf centimeter spouw, omdat dat dun is en snel te verwerken.
Dat plan sneuvelde op brandveiligheid. Isolatiefolie en kaal PIR vallen in een brandbare klasse, terwijl glas- en steenwol onbrandbaar zijn, en onder riet weegt dat zwaarder dan gemak. Daarbij bleek de opgegeven isolatiewaarde van de folie volledig afhankelijk van die twee luchtspouwen: zonder spouwen zakte de waarde van ruim vier naar iets boven de twee en een half.
Uiteindelijk is er een houten frame gemaakt met glaswol van honderdzeventig millimeter in banen van dertig centimeter breed, met daaronder een dampremmende folie en stucplaten. De vijf centimeter onder het riet is open gehouden zodat er buitenlucht langs blijft waaien, want zonder die ventilatie rot riet van binnenuit weg. De isolatiewaarde van het riet is niet meegerekend.
Een dun laagje glaswol dat al in het dak zat
Op een zolder zat tussen de pannenfolie en het dakbeschot een oude laag glaswol van twee tot drie centimeter, ingezakt en op sommige plekken naar de goot gezakt. De vraag was of die laag meetelde en of de nieuwe wol er ruimte van moest houden.
De oude laag telt in de praktijk nauwelijks mee en is geen reden om een luchtspouw aan te houden, dus de nieuwe wol is gewoon strak tegen het beschot gezet. Belangrijker bleek het gat waar vroeger een schoorsteen doorheen kwam: dat was van binnen met een plank afgetimmerd, terwijl het herstel van dakbedekking en onderfolie van buitenaf moest gebeuren.
Verder is er bewust één dampremmende laag aan de warme kant aangebracht in plaats van gecacheerde wol plus een tweede folie. De gipsplaten zijn op regelwerk gezet met een installatiespouw van twee centimeter, want die spouw kost vrijwel geen isolatiewaarde en scheelt gaten in je folie.
Veelgemaakte fouten
De damprem pas weken na de isolatie aanbrengen
Minerale wol die open ligt, neemt vocht op uit de zolderlucht. Zet je er weken later een folie op, dan sluit je dat vocht op in het pakket en kan het alleen nog naar buiten, wat bij een dampdichte buitenkant niet lukt. Isoleer en tape in dezelfde werkgang, ook als dat betekent dat je in kleinere vlakken werkt.
Twee dampdichte lagen op elkaar stapelen
Gecacheerd PIR met daaronder ook nog klimaatfolie, of wol met aluminium plus een PE-folie. De tweede laag voegt niets toe en maakt het pakket alleen maar dichter, waardoor vocht dat er toch in komt nergens meer heen kan. Eén doordachte laag aan de warme kant is genoeg.
Een luchtspouw laten zitten achter minerale wol
Wol is een open materiaal. Waait er buitenlucht langs de achterkant, dan neemt die wind de warmte gewoon mee en haal je de opgegeven waarde bij lange na niet. Bij wol gaat de isolatie tegen het beschot aan, en ontbreekt er een winddichte laag aan de buitenkant, dan zorg je daar eerst voor.
Kiezen wat tussen de gordingen past in plaats van wat je nodig hebt
Acht centimeter PIR past mooi tussen gordingen van veertien, maar je blijft ver onder de nieuwbouwwaarde. Werk je met de afwerking over de gordingen heen, dan ligt er zo twaalf tot veertien centimeter en zijn de koudebruggen ook grotendeels weg. Dit dak open je niet nog een keer.
Doorvoeren volschuimen met PUR
Het gaat snel en het lijkt luchtdicht, maar over tien jaar moet die ventilatiebuis of afvoer eruit en dan hak je je eigen isolatie en folie kapot. Vul de ruimte met steenwol en werk de folie af met tape en een manchet, dan blijft alles bereikbaar zonder sloopwerk.
De isolatiewaarde van riet bij je nieuwe pakket optellen
Tussen het riet en je isolatie hoort een geventileerde ruimte, en daarmee staat het riet bouwfysisch buiten je pakket. Alles wat aan de buitenkant van die ventilatie zit, telt niet mee in je Rc. Reken alleen met wat er aan de warme kant zit, anders reken je jezelf rijk.
Isolatiefolie kopen op de waarde die op de verpakking staat
Die waarde geldt alleen met een luchtspouw aan beide kanten, en in metingen valt het resultaat fors lager uit dan de claim. Zonder die spouwen zakt de waarde van ruim vier naar iets boven de twee en een half. Voor hetzelfde geld koop je vaak dubbel zoveel wol met een waarde die je wel kunt narekenen.
Kierdichting overslaan omdat de isolatie toch dik is
Een kier van een millimeter over een meter lengte laat meer warmte en vocht door dan een hele vierkante meter isolatie tegenhoudt. De naden bij de muurplaat, rond het dakraam en in de hoeken zijn precies de plekken waar het misgaat. Extra dikte compenseert een lekke damprem niet.
Veelgestelde vragen
Kan ik een dak van binnenuit isoleren zonder de pannen eraf te halen?
Ja, en dat is precies de reden dat de meeste mensen hiervoor kiezen. Je werkt droog, in etappes en zonder steiger. De voorwaarde is dat het dak waterdicht en winddicht is en dat je weet wat er aan de buitenkant van het dakbeschot zit, want dat bepaalt welke folie je binnen gebruikt. Lekkages, losse pannen en oude schoorsteengaten herstel je eerst, want daarna kom je er niet meer bij.
Kan ik mijn dak na isoleren van binnenuit als er al een laagje isolatie ligt?
Meestal wel. Een dun laagje glaswol of twee centimeter piepschuim uit de jaren zeventig levert weinig op en is geen reden om iets anders te doen dan een volwaardig pakket aan de binnenkant zetten. Wat je wel moet weten, is of die oude laag damp doorlaat. Bij dunne piepschuimplaatjes zonder tand en groef zit er zoveel naad in dat de laag redelijk dampopen blijft, bij gespoten PUR ligt dat anders en kies je binnen liever klimaatfolie.
Is dak isoleren van binnenuit met PIR een goed idee?
PIR is de beste keuze als ruimte je grootste beperking is, want veertien centimeter levert al ongeveer Rd 6,3 en dat haal je met wol pas bij ruim twintig centimeter. De platen zijn licht en aan beide kanten voorzien van aluminium, dat meteen als dampscherm werkt. Nadelen zijn de prijs, het snijverlies bij een dak dat niet vlak loopt en de geringe geluidsdemping. Zit er aan de buitenkant een dampdichte laag, houd dan twee centimeter luchtspouw aan die bij de nok of de muurplaat op buitenlucht uitkomt.
Hoe kun je een rieten dak van binnenuit isoleren?
Met onbrandbare isolatie en met behoud van de ventilatie onder het riet. Steenwol of glaswol in een eigen frame, met vier tot vijf centimeter open ruimte tussen de isolatie en het riet die onderaan en bij de nok naar buiten openstaat. Aan de binnenkant komt een dampremmende folie en daarna de afwerking. Vraag bij je verzekeraar na welke eisen er in je polis staan, want bij riet zijn die vaak heel specifiek. Meer daarover staat bij de aanpak voor een rieten dak.
Moet de isolatie tegen het dakbeschot aan of laat ik er ruimte tussen?
Bij minerale wol duw je de isolatie tegen het dakbeschot. Een luchtlaag die in verbinding staat met buiten blaast de warmte langs de wol naar buiten. Bij harde PIR-platen tegen een dak dat aan de buitenkant al dampdicht is, adviseren fabrikanten juist een spouw van minstens twee centimeter zodat het beschot kan drogen. Die spouw moet dan wel ergens op buitenlucht uitkomen, anders is het loze ruimte die je beter met isolatie vult.
Welke Rd-waarde heb ik minimaal nodig?
Voor nieuwbouw geldt voor een dak een Rc van 6,3, en dat is een goede richtlijn voor iedereen die zijn dak toch openbreekt. Dat komt neer op ongeveer veertien centimeter PIR of twintig tot vijfentwintig centimeter minerale wol. Kom je door de gordinghoogte niet verder dan een Rd rond de 4, dan is dat nog steeds een flinke verbetering. Voor subsidie gelden aparte minimumeisen aan de Rd-waarde en aan het aantal vierkante meters, dus kijk die na voordat je bestelt. Welke aanpak bij welk daktype past staat in ons overzicht over dakisolatie en de waardes die je wilt halen.
Wat kost zolder isoleren van binnenuit?
Doe je het zelf, reken dan grofweg op dertig tot vijfenzeventig euro per vierkante meter aan materiaal, afhankelijk van de dikte en het materiaal. Minerale wol is het goedkoopst, PIR kost bij gelijke isolatiewaarde ongeveer het dubbele. Daar komen folie, tape, regelwerk en gipsplaten bij, wat samen al gauw tien tot twintig euro per vierkante meter is. Laat je het uitvoeren, dan komt daar arbeid bovenop en ligt het totaal meestal een factor twee tot drie hoger.
Moet ik minerale wol met aluminium cachering kopen?
Alleen als die cachering je enige damprem wordt, en dan moet je elke strook zorgvuldig aan elkaar tapen. In de praktijk krijg je dat tussen kepers en rond doorvoeren lastig echt dicht. Werk je met een losse dampremmende folie of met klimaatfolie, koop dan wol zonder aluminium. Twee dampremmende lagen boven elkaar voegen niets toe en maken het pakket alleen maar dampdichter dan bedoeld.
Wat doe ik als er gespoten PUR op mijn dakbeschot zit?
Oude gespoten PUR van twee tot vier centimeter is dampdichter dan je zou willen, al wordt zo'n laag met de jaren wat opener. Er zijn twee veilige routes: gecacheerd PIR met een goed getapete dampremmende folie eronder, of minerale wol met klimaatfolie zodat vocht in de zomer terug naar binnen kan drogen. Laat je opbouw doorrekenen voordat je begint, of bel de technische helpdesk van de fabrikant van je platen, want die zijn ook voor particulieren gewoon bereikbaar.
Hoe voorkom ik dat glaswol na een paar jaar inzakt?
Snijd de stroken één tot twee centimeter breder dan de ruimte ertussen, zodat ze klemmend blijven zitten. Bij grote vlakken zonder tussenregels span je nylondraad in een zigzag over de wol, of je zet gaas met nieten op het frame vast. Kies je steenwol in plaats van glaswol, dan is het materiaal steviger en speelt dit minder. Zorg daarnaast dat de wol nooit nat wordt, want vochtige wol wordt zwaarder en zakt daardoor sneller weg.
Mag ik de gordingen in het zicht laten?
Dat mag, maar het kost isolatiewaarde. Elke gording is dan een koudebrug, en hout isoleert ongeveer vier keer slechter dan wol. Bij een dak dat je toch dichtmaakt is een doorlopende laag over de gordingen heen de betere keuze: je wint isolatiewaarde en je hebt meteen een vlak om op af te werken. Wil je de balken echt zien, houd er dan rekening mee dat de Rc van je constructie een stuk lager uitpakt dan de Rd van je materiaal doet vermoeden.
Moet ik na het isoleren extra ventileren op zolder?
Ja. Een zolder die je luchtdicht afwerkt kan zijn vocht niet meer kwijt via de kieren in het dak. Zonder toevoer van verse lucht loopt de luchtvochtigheid op en slaat de condens neer op de koudste plek, meestal bij een dakraam of een koudebrug in een hoek. Een ventilatierooster in het dakraam, een aangesloten kanaal of mechanische afzuiging is het minimum. Ventilatie is bij dit werk geen sluitstuk maar de eerste vraag die je beantwoordt.
Wanneer je beter een vakman belt
Isoleren van binnenuit kun je in etappes doen, en fouten zijn meestal nog te herstellen zolang de gipsplaten er niet op zitten. Er zijn vijf momenten waarop je beter stopt en belt.
Het eerste is asbest. In daken van voor 1994 kun je asbesthoudende platen of koorden tegenkomen, vaak bij de schoorsteendoorvoer of als beschot. Boor, zaag of schuur daar niet in, maar laat een monster onderzoeken en het verwijderen door een gecertificeerd bedrijf doen.
Het tweede is werk aan gas. De afvoer van een cv-ketel, een geiser op zolder of een gasleiding die in de weg zit laat je aan een erkende installateur. Om een bestaande, ongewijzigde rookgasafvoer heen isoleren met onbrandbaar materiaal mag je zelf, mits je de voorgeschreven afstand aanhoudt.
Het derde is de meterkast. Een lichtpunt of stopcontact bijmaken op een bestaande groep kun je zelf doen, maar alles achter de hoofdzekering, zoals een groep bijplaatsen of de aardlekschakelaar aanpassen, hoort bij een installateur.
Het vierde is de draagconstructie. Ga je zagen in gordingen of spanten voor een dakraam, een nokverhoging of een dakkapel, dan verandert de krachtsafdracht van je dak. Laat dat berekenen en ga na of er een vergunning nodig is.
Het vijfde is werken op het dakvlak zelf. Pannen lichten, folie herstellen of een oud schoorsteengat dichtmaken doe je met een steiger of met dakhaken en zekering, niet vanaf een ladder tegen de goot. Voel je je daar niet zeker, laat dat deel dan uitvoeren en pak binnen de isolatie zelf op. Voor de rest van het werk aan dak en zolder geldt dat je met goed voorbereiden het meeste prima zelf aankunt.