Opstartprotocol vloerverwarming: de volgorde die je aanhoudt
Een opstartprotocol voor vloerverwarming is de volgorde waarin je de installatie in bedrijf stelt: afpersen, groep voor groep vullen en doorspoelen, op druk brengen, ontluchten, de pomp laten draaien en pas daarna warmte erop zetten. Het inregelen van de flowmeters doe je aan het eind, als de installatie op temperatuur is, want een koude installatie geeft andere weerstanden. Reken voor de eerste opstart op een halve dag werk en op nog twee keer ontluchten in de weken erna.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Twee tuinslangen met slangklemmen, een voor vullen en een voor afvoeren
- Vulslang met keerklep voor de cv-vulkraan
- Sleutel of inbus die op de ontluchtnippels van je verdeler past
- Waterpomptang en een platte schroevendraaier
- Emmer van tien liter en een paar oude handdoeken
- Infraroodthermometer of een gewone contactthermometer
- Zaklamp om achter in de verdelerkast te kijken
- Papier of je telefoon om per groep de stand vast te leggen
Materiaal
- Leidingwater om te vullen en te spoelen
- Vervangende afdichtringen voor de ontluchters en de vul- en aftapkranen
- Labels of stickers om de groepen op de verdeler te benoemen
- Eventueel een losse manometer om de druk bij koud water te controleren
Wat een opstartprotocol voor vloerverwarming inhoudt
Een opstartprotocol is de vaste volgorde waarin je een vloerverwarming in bedrijf stelt. Eerst controleer je of het buiswerk dicht is, dan vul en spoel je elke groep apart, daarna breng je de installatie op druk en ontlucht je, en pas als het water rondgaat zet je er warmte op. Hoe de installatie is opgebouwd en welke onderdelen je op de verdeler tegenkomt, staat in ons overzicht over vloerverwarming van vloeropbouw tot verdeler.
Er bestaat geen norm die letterlijk opstartprotocol heet. Wel genormeerd is het opstookprotocol voor een nieuwe dekvloer, waarmee je die vloer in stappen van een paar graden per dag op temperatuur brengt zodat hij niet scheurt. Dat protocol gaat over de vloer, het opstarten gaat over de installatie. Bij een nieuwe vloer doe je ze achter elkaar: eerst de installatie waterzijdig in orde maken, dan pas opstoken.
Je doorloopt deze volgorde op twee momenten. Bij een nieuwe of net aangepaste installatie helemaal, en aan het begin van elk stookseizoen in verkorte vorm: druk kijken, ontluchten, pomp laten draaien en controleren of elke groep warm wordt.
Controleren voordat er water in de vloer gaat
Bij een nieuw gelegde vloer begint het opstarten voordat de dekvloer erover gaat. Het buiswerk wordt afgeperst en blijft tijdens het storten onder druk staan, zodat een beschadiging meteen zichtbaar is aan een dalende manometer in plaats van pas maanden later aan een natte plek. Gebruikelijk is een test van vierentwintig uur op een veelvoud van de werkdruk, waarbij fabrikanten meestal iets in de orde van zes bar aanhouden. Kijk wat de leverancier van jouw buis voorschrijft, want dat verschilt per systeem.
Lees de manometer alleen af als het water dezelfde temperatuur heeft als bij het begin van de test. Water zet uit bij opwarming, dus een vloer die in de ochtendzon ligt geeft een hogere druk en een koele nacht een lagere. Een drukverschil dat met het weer meebeweegt is geen lek.
Loop daarna het legplan van de vloerverwarming na en label elke groep op de verdeler met de ruimte waar hij heen gaat. Dat kost tien minuten en scheelt je bij het inregelen en bij elke latere klus veel zoekwerk, want aan twee identieke koperen buisjes zie je niets.
Blijft de druk zakken zonder dat de temperatuur verandert, ga dan niet storten. Een lek onder een dekvloer opsporen betekent hakken. Zoek eerst waar het water weggaat: meestal zit het bij een koppeling op de verdeler en niet in de vloer zelf.
Vullen en spoelen doe je groep voor groep
Water zoekt de weg van de minste weerstand. Zet je alle groepen tegelijk open en laat je de installatie vollopen, dan stroomt het water door de korte groepen en blijft er lucht staan in de lange. Die lucht krijg je er later alleen met veel moeite weer uit. Daarom vul en spoel je elke groep afzonderlijk, met alle andere dicht.
Sluit een slang aan op de vulkraan van de aanvoerbalk en een tweede op de aftapkraan van de retourbalk, met het uiteinde in een emmer of naar een afvoer. Draai alle groepen dicht en zet er één open, aan de aanvoer- en aan de retourzijde. Laat het water lopen tot er geen bellen meer uit de slang komen en het water helder blijft, meestal twee tot drie minuten per groep. Sluit die groep, open de volgende en werk zo de hele balk af.
Hoeveel water er in een groep gaat, hangt af van de buismaat en de lengte. Onderstaande waarden helpen je inschatten hoe lang je moet doorspoelen en hoeveel water er straks in de vloer staat.
| Buismaat | Waterinhoud per meter | Inhoud van een groep van 100 meter | Richtlijn voor de maximale groepslengte |
|---|---|---|---|
| 12 x 2 mm | Ongeveer 0,05 liter | Ongeveer 5 liter | 60 tot 80 meter, gebruikelijk in dunne opbouw en ingefreesde vloeren |
| 16 x 2 mm | Ongeveer 0,11 liter | Ruim 11 liter | 100 tot 120 meter, de gangbaarste maat in woningen |
| 17 x 2 mm | Ongeveer 0,13 liter | Ongeveer 13 liter | 120 meter |
| 20 x 2 mm | Ongeveer 0,20 liter | Ongeveer 20 liter | 150 meter, meestal bij grote ruimtes en bedrijfsvloeren |
Spoel bij een nieuwe installatie de eerste keer door tot het opgevangen water schoon is. Er komt vaker dan je denkt zaagsel, plastic van de buisrol of dekvloerresten uit, en dat spul komt anders in je pomp en in je flowmeters terecht.
Op druk brengen en de eerste keer ontluchten
Als alle groepen doorgespoeld zijn, sluit je de aftapslang af en breng je de installatie op druk. Voor een gemiddelde eengezinswoning ligt de vuldruk bij koud water rond de anderhalve bar. De juiste waarde hangt af van de hoogte tussen de ketel en het hoogste punt van de installatie, en die reken je uit met onze hulp om de cv-druk te bepalen.
Ontlucht daarna de verdeler zelf. Aan het uiteinde van de aanvoerbalk en van de retourbalk zit een ontluchter, en bij de meeste merken draai je die met een sleuteltje of een inbus een halve slag open. Houd er een lap onder, want er komt water mee. Doe dit met de pomp uit: een draaiende pomp houdt luchtbellen in beweging en dan komen ze niet bij de ontluchter terecht.
Vers vulwater bevat opgeloste lucht die pas vrijkomt als het water warm wordt. Ontlucht daarom nog een keer nadat de installatie een dag heeft gedraaid en nog een keer na een week. Hoe je dat per groep aanpakt lees je bij het ontluchten van vloerverwarming.
Koppel de vulslang los zodra je klaar bent. Een vulslang die blijft zitten kan bij een defecte keerklep cv-water in je drinkwaterleiding laten lopen. Draai de kraan dicht, haal de slang eraf en laat hem niet aan de installatie hangen tot de volgende keer.
De flowmeters instellen als alles op temperatuur is
Inregelen doe je pas als het water rondgaat en de vloer warm is. Koud water is stroperiger dan warm water, dus een verdeler die je koud inregelt staat bij bedrijfstemperatuur alweer anders. Laat de installatie daarom eerst een paar uur draaien voordat je aan de ringen gaat draaien.
Hoeveel water een groep nodig heeft, volgt uit een simpel verband: één liter per minuut die één graad afkoelt, geeft ongeveer zeventig watt af. Bij vloerverwarming werk je meestal met vijf graden verschil tussen aanvoer en retour, dus levert één liter per minuut ruwweg driehonderdvijftig watt. Deel het vermogen dat een groep moet leveren door dat getal en je hebt je richtwaarde. Aflezen doe je bij de meeste merken aan de bovenkant van de zwevende ring, maar er zijn er die je aan de onderkant afleest; bij het aflezen en instellen van de flowmeter staat hoe je dat verschil herkent.
Begin met alle groepen volledig open, kijk welke groep het meeste water pakt en knijp die terug totdat de langste groep zijn deel krijgt. Werk in kleine stapjes en geef de installatie tussendoor een uur de tijd.
| Groepslengte | Vloeroppervlak bij 15 cm legafstand | Richtvermogen bij 50 watt per vierkante meter | Doorstroming bij 5 graden verschil |
|---|---|---|---|
| 60 meter | Ongeveer 9 m² | Ongeveer 450 watt | Ongeveer 1,3 liter per minuut |
| 80 meter | Ongeveer 12 m² | Ongeveer 600 watt | Ongeveer 1,7 liter per minuut |
| 100 meter | Ongeveer 15 m² | Ongeveer 750 watt | Ongeveer 2,1 liter per minuut |
| 120 meter | Ongeveer 18 m² | Ongeveer 900 watt | Ongeveer 2,6 liter per minuut |
Leg de standen vast zodra je tevreden bent: per groep de ruimte, de lengte en het aantal liters per minuut. Gaat er later iets mis of wordt er verbouwd, dan weet je precies wat de uitgangssituatie was, en dat scheelt een halve dag opnieuw inregelen.
De aanvoertemperatuur waarmee je start
Vloerverwarming werkt met veel lager water dan radiatoren. Op de verdelerset zit meestal een thermostatische mengklep die het hete ketelwater mengt met het koelere retourwater van de vloer. Bij het opstarten zet je die laag en werk je omhoog, niet andersom: een vloer die te heet begint, koel je niet terug zonder uren te wachten.
Wat maximaal mag, wordt niet bepaald door de ketel maar door de vloerafwerking en door de temperatuur die het vloeroppervlak mag bereiken. In verblijfsruimtes wordt algemeen zo'n 29 graden aan het oppervlak aangehouden en in een badkamer iets meer. Voor de badkamer speelt daarnaast dat de vloer vaak ook het handdoekvak moet verwarmen, en daarover lees je meer bij vloerverwarming in de badkamer.
Een droge opbouw reageert veel sneller dan een dikke cementdekvloer, omdat er minder massa opgewarmd hoeft te worden. Bij vloerverwarming onder Fermacell-platen merk je een wijziging binnen een uur, terwijl een zeven centimeter dikke dekvloer er een halve dag over doet. Stel de mengklep bij een snelle opbouw dus in kleinere stapjes bij.
| Vloerafwerking | Waar je de aanvoer bij het opstarten op zet | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| Keramische tegels en natuursteen | Beginnen rond 30 graden, in stappen naar 35 tot 40 graden | Geeft de warmte het best door, hier zit vrijwel nooit de beperking |
| Gietvloer op de dekvloer | Beginnen rond 30 graden, in stappen naar 35 tot 40 graden | Vraag de leverancier of de vloer volledig uitgehard moet zijn voordat je stookt |
| Laminaat met geschikte onderlaag | Rond 30 graden beginnen, meestal maximaal 35 tot 40 graden aanvoer | De totale warmteweerstand van vloer plus onderlaag wordt vaak op maximaal 0,15 m²K/W gehouden |
| Houten vloer en parket | Voorzichtig omhoog, veel fabrikanten begrenzen op 27 graden aan het oppervlak | Hout krimpt bij droge lucht, houd de luchtvochtigheid in de gaten en volg de houtleverancier |
| Pvc en vinyl | Laag beginnen, oppervlaktetemperatuur vaak begrensd rond 27 graden | Te warm gestookt vinyl kan blijvend vervormen bij de naden |
| Tapijt of vloerkleed | Alleen bij kortpolige uitvoering met lage warmteweerstand | Een dik kleed werkt als isolatie, de ruimte blijft koud en de vloer eronder wordt te heet |
Pomp, aandrijvingen en thermostaten in bedrijf stellen
Zit het water goed, dan komt de regeling aan de beurt. Controleer eerst of elke thermische aandrijving op de groep zit die bij de bijbehorende thermostaat hoort. Verwissel je twee koppen, dan verwarm je de woonkamer met de thermostaat van de slaapkamer en zoek je daar later lang naar.
Een thermische aandrijving is geen klep die klikt maar een elementje dat opwarmt en daardoor opent. Het duurt ongeveer drie minuten voordat hij open staat, en evenzoveel voordat hij dicht is. Meet dus niet meteen. Nieuwe aandrijvingen hebben vaak een stand waarin ze open blijven staan zodat de vloer tijdens de bouw doorstroomt; controleer of die stand eraf is voordat je de regeling in gebruik neemt, anders staan al je groepen permanent open.
De pomp zet je op de laagste stand waarbij elke groep nog zijn doorstroming haalt. Hoger pompen kost stroom en geeft ruis in de leidingen. Draait de pomp mee met de ketel of moet hij apart geschakeld worden, kijk dan bij de pompschakelaar op de verdeler welke schakeling bij jouw opstelling past.
Elektrisch werk aan de verdeler blijft achter de wandcontactdoos. Een pomp of regelmodule sluit je aan op een bestaande geaarde aansluiting. Aanpassingen in de meterkast achter de hoofdzekering, zoals een groep bijplaatsen, laat je door een installateur doen.
Het jaarlijkse opstarten aan het begin van het stookseizoen
Een vloerverwarming die een zomer stil heeft gestaan, start zelden vlekkeloos op. De rotor van een natloper kan vastzitten door kalk en slib, thermische aandrijvingen kunnen aangekoekt zijn, en de druk is meestal wat gezakt omdat het water is afgekoeld. Loop daarom in september of oktober een korte ronde langs de installatie voordat het echt koud wordt.
De verkorte versie van het protocol is: druk aflezen bij een koude installatie, zo nodig bijvullen, de verdeler ontluchten, de pomp een kwartier op de hoogste stand laten draaien en daarna per groep voelen of de retourbuis warm wordt. Dat laatste is de snelste controle die er is, want een groep die water krijgt, geeft dat aan de retourzijde binnen een half uur door.
Wat je in de zomer kunt doen om dit te voorkomen: laat de pomp eens per maand een kwartier draaien. Veel regelingen hebben daar een functie voor. Een pomp die af en toe beweegt, zet niet vast.
| Wat je merkt bij het opstarten | Wat er meestal aan de hand is | Wat je doet |
|---|---|---|
| De pomp bromt maar er beweegt niets in de flowmeters | De rotor zit vast na maanden stilstand | Ontluchtingsschroef midden op de pompkop openen en de as met een schroevendraaier een paar keer ronddraaien |
| De druk is over de zomer een halve bar gezakt | Vaak lucht die is ontsnapt, soms een expansievat dat zijn voordruk kwijt is | Bijvullen tot de juiste koude vuldruk en na een week opnieuw aflezen |
| Eén groep blijft koud, de rest wordt warm | Luchtbel in de groep of een aandrijving die niet opent | Die groep apart doorspoelen en de kop van de aandrijving eraf halen om te kijken of de pen beweegt |
| Klotsen en ruisen in de verdelerkast | Lucht in het systeem of een pomp die op een te hoge stand staat | Ontluchten met de pomp uit, daarna een stand lager pompen |
| De vloer wordt warm maar de ruimte niet | Doorstroming te laag of aanvoertemperatuur te laag ingesteld | Flowmeters controleren en de mengklep in stappen van twee graden bijstellen |
| De ketel slaat kort aan en meteen weer af | Te weinig water in omloop, vaak doordat bijna alle groepen dicht staan | Controleren of de thermostaten vragen om warmte en of de bypass of het overstroomventiel werkt |
Als een groep na het opstarten koud blijft
Zoek in een vaste volgorde, dan ben je er meestal binnen een kwartier uit. Kijk eerst of de flowmeter van die groep beweegt. Staat hij op nul, dan komt er geen water en gaat het om een dichte afsluiter, een gesloten aandrijving of een luchtprop. Beweegt hij wel, dan komt er water en zit het probleem in de temperatuur of in de regeling.
Voel daarna aan de aanvoerbuis en aan de retourbuis van die groep. Warm aan de aanvoer en koud aan de retour betekent dat er nauwelijks doorstroming is. Zijn ze allebei even warm, dan loopt het water te snel rond en geeft de vloer zijn warmte niet af, wat je oplost door de flowmeter iets te knijpen.
Blijft het probleem breder dan één groep, dan ligt het aan de warmtebron of aan de regeling. De volledige zoekvolgorde staat bij vloerverwarming die niet warm wordt, en voor het bredere plaatje rond ketel, druk en radiatoren is er onze verzameling gidsen over verwarming en cv.
Het opstartprotocol in zeven stappen
Deze volgorde geldt voor een nieuwe of net aangepaste installatie; bij de jaarlijkse start sla je de eerste twee stappen over.
-
Pers het buiswerk af en controleer de aansluitingen
Zet de installatie op de druk die de buisleverancier voorschrijft en houd die vierentwintig uur aan. Lees de manometer af bij dezelfde watertemperatuur als aan het begin, anders meet je uitzetting in plaats van een lek. Bij een nieuwe vloer laat je de druk erop staan tijdens het storten van de dekvloer.
-
Vul en spoel elke groep afzonderlijk
Slang op de vulkraan van de aanvoerbalk, slang van de aftapkraan naar een emmer. Alle groepen dicht, één open, twee tot drie minuten doorspoelen tot er geen bellen meer komen. Daarna dicht en door naar de volgende. Zo dwing je het water door elke lus in plaats van alleen door de kortste.
-
Breng de installatie op druk en ontlucht de verdeler
Vul bij tot de koude vuldruk die bij jouw woning hoort en koppel de vulslang daarna los. Ontlucht met de pomp uit aan het uiteinde van de aanvoerbalk en van de retourbalk. Hoeveel druk je nodig hebt, hangt af van de hoogte van je installatie en bepaal je met de rekenhulp voor de cv-druk.
-
Laat de pomp draaien op koud tot lauw water
Start de pomp met de mengklep laag ingesteld en laat de installatie een uur rondpompen. Zet alle groepen daarbij open. Zo verplaats je de laatste luchtbellen naar de verdeler, waar je ze eruit kunt halen. Ontlucht na dat uur nog een keer.
-
Breng de aanvoertemperatuur in stapjes omhoog
Draai de mengklep per keer twee tot drie graden hoger en geef de vloer daarna een paar uur de tijd. Een dekvloer reageert traag, dus meten na twintig minuten zegt niets. Bij een net gestorte dekvloer volg je in plaats hiervan het opstookschema per dag, met kleinere stappen en een lange afkoelfase.
-
Regel de flowmeters in bij bedrijfstemperatuur
Nu de installatie warm is, stel je per groep de doorstroming in. Knijp de groepen die te veel water pakken terug tot de langste groep zijn deel haalt. Werk in kleine stappen; hoe je de ring afleest en welke waarde bij welke groep hoort, staat bij de flowmeters van de verdeler.
-
Controleer de regeling en leg alles vast
Test per thermostaat of de juiste groep opent, en wacht daarbij drie minuten per aandrijving. Noteer per groep de ruimte, de lengte en de ingestelde doorstroming, plus de stand van de mengklep en de pomp. Ontlucht na een week nog een keer, want vers vulwater geeft dan nog lucht af.
Storingzoeker
Kies het merk, vul de code in en zie wat er aan de hand is, wat je zelf kunt doen en wanneer je moet bellen. Bekijk alle gegevens
| Merk | Code | Wat er aan de hand is | Wat je zelf kunt doen | Bellen of niet |
|---|---|---|---|---|
| Intergas | 1 | De ketel wordt te warm, de aanvoertemperatuur loopt te hoog op | Controleer de waterdruk en ontlucht de radiatoren. Te weinig water of lucht in de installatie is de gewone oorzaak. | Blijft hij terugkomen: monteur |
| Intergas | 2 | Storing in de aanvoer- of retoursensor | Reset de ketel een keer. Herhaalt de code zich, dan is de sensor of de bedrading het probleem. | Monteur |
| Intergas | 3 | De maximaalthermostaat heeft ingegrepen | Controleer druk en doorstroming, ontlucht de installatie. | Blijft het: monteur |
| Intergas | 4 | Geen vlamsignaal, de ketel krijgt het vuur niet aan | Kijk of de gaskraan open staat en of andere gastoestellen het doen. Reset daarna een keer. | Doet gas het wel: monteur |
| Intergas | 5 | Slecht of wegvallend vlamsignaal | Reset een keer. Vaak vervuilde ionisatiepen of ontsteking. | Monteur |
| Intergas | 6 | Fout in de vlamdetectie | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 7 | Probleem met de rookgasafvoer of de uitlaatgassensor | Kijk of de afvoer buiten vrij is en niet verstopt zit door een vogelnest of blad. | Monteur, dit raakt de veiligheid |
| Intergas | 8 | Het ventilatortoerental klopt niet | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 10 tot en met 14 | Sensorfout of storing in de installatie, bijvoorbeeld een defecte stromingsschakelaar, draadbreuk of lucht in de installatie | Controleer de waterdruk en ontlucht grondig, van laag naar hoog. | Blijft het: monteur |
| Nefit | A01 | Geen vlam of vlam valt weg | Controleer of de gaskraan open staat en of de druk goed is, reset daarna een keer. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | C6 | De ventilator draait niet op het juiste toerental | Reset een keer. | Monteur |
| Nefit | D1 | Te weinig waterdruk in de installatie | Bijvullen tot de juiste druk voor jouw bouwhoogte, daarna ontluchten. | Zelf te doen |
| Nefit | EA | Vlam wordt niet waargenomen | Reset een keer. Kijk of andere gastoestellen werken. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | F0 of F7 | Interne storing in de besturing | Reset een keer, haal eventueel kort de stroom eraf. | Monteur |
| Remeha | Reset knop | Vergrendelde storing | Houd de resetknop ingedrukt tot het display reageert. Noteer eerst de code voordat je reset. | Afhankelijk van de code |
| Remeha | E00 | Aanvoersensor defect of niet aangesloten | Reset een keer. | Monteur |
| Remeha | E01 | Te weinig waterdruk of geen doorstroming | Bijvullen en ontluchten. | Zelf te doen |
| Remeha | E04 | Geen vlam bij het opstarten | Gaskraan controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.22 | Te weinig water in de ketel, droogkookbeveiliging | Bijvullen tot de juiste druk en ontluchten. | Zelf te doen |
| Vaillant | F.28 | Ontsteking mislukt bij het opstarten | Gastoevoer controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.75 | Drukverschil niet herkend, vaak de pomp of het expansievat | Controleer of de druk sterk schommelt bij het opstarten. | Monteur, meestal het expansievat |
| AWB | Vlamstoring | Geen ontsteking | Gaskraan open, druk controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Bosch vaatwasser | E15 | Water in de lekbak onderin, de vlotterbeveiliging staat aan | Kantel het apparaat voorzichtig naar achteren zodat het water uit de bak loopt, zet hem terug en start opnieuw. Zoek daarna waar het water vandaan kwam. | Blijft het terugkomen: monteur |
| Bosch vaatwasser | E24 of E25 | Water loopt niet weg, afvoer verstopt | Maak het zeef en de pompfilter schoon, controleer de afvoerslang op een knik en de sifonaansluiting op een dop die er nog in zit. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E22 | Filters verstopt | Zeven eruit en schoonmaken. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E09 | Verwarmingselement defect, water wordt niet warm | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Siemens vaatwasser | E15 | Water in de lekbak, vlotterbeveiliging actief | Zelfde aanpak als bij Bosch: voorzichtig kantelen, water eruit, terugzetten en opnieuw starten. | Blijft het: monteur |
| Siemens vaatwasser | E24 | Afvoer geblokkeerd | Zeven en pompfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| Siemens vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de startknop ongeveer drie tot vijf seconden ingedrukt tot het programma terugspringt, of haal de stekker er een minuut uit. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i20 of 20 | Afvoerprobleem, water loopt niet weg | Filters en pomp schoonmaken, afvoer controleren. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i30 of 30 | Water in de bodembak, lekkage gedetecteerd | Kantelen om het water eruit te laten en de oorzaak zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de programmaknop en de startknop samen enkele seconden ingedrukt. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F11 | Water loopt niet weg | Filters en afvoerpomp schoonmaken. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F70 | Vlotter of niveaubeveiliging | Controleer op lekkage onderin. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E18 of F18 | Water loopt niet weg | Pluizenzeef vooronder schoonmaken en de afvoerslang controleren. | Zelf te doen |
| Bosch wasmachine | F21 | Motorstoring, trommel draait niet | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E23 | Water in de lekbak | Machine kantelen om het water eruit te laten, daarna de lekkage zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG wasmachine | E20 | Afvoerprobleem | Pluizenfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| AEG wasmachine | E40 | Deur niet goed dicht | Deur opnieuw sluiten, controleer of er was tussen zit. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 1 keer | Reservoir warmt op of komt uit een stroomonderbreking | Wacht ongeveer tien minuten tot hij op temperatuur is. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 2 keer | Reservoir bereikt de temperatuur niet | Haal de stekker er een minuut uit en zet hem terug. Blijft het knipperen, dan is er meestal een onderdeel defect. | Blijft het: monteur |
| Quooker | Knippert 3 keer | Storing in de temperatuursensor | Een keer stroomloos maken. | Monteur |
| Quooker | Geen kokend water, wel gewoon water | Reservoir uit of niet op temperatuur | Controleer of de stekker in het stopcontact zit en of de groep niet is uitgevallen. | Zelf te doen |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de installatie vrijgeeft
Uit de praktijk
Lucht die pas een week na het vullen terugkomt
Vers leidingwater bevat opgeloste zuurstof en stikstof. Zolang het water koud is blijft dat gas opgelost, maar bij opwarmen kan water veel minder gas vasthouden en komen er belletjes vrij. Die verzamelen zich op het hoogste punt, en dat is bij vloerverwarming vrijwel altijd de verdeler zelf.
Daarom is één keer ontluchten bij een nieuwe vulling nooit genoeg. Wie na de eerste keer klaar denkt te zijn, hoort een week later geklots in de kast en heeft een groep die achterblijft. Plan het ontluchten dus drie keer: bij het vullen, na een dag draaien en na een week stoken.
Ruis en gesuis in de verdelerkast bij het opstarten
Een suizend of ruisend geluid dat verdwijnt als je de pomp een stand lager zet, komt van een te hoge stroomsnelheid in de buis. Boven ongeveer een halve meter per seconde begint water in kunststofbuis hoorbaar te worden, en een pomp die op de hoogste stand staat haalt dat makkelijk bij korte groepen.
Een tikkend of klotsend geluid is iets anders: dat is lucht die met het water meebeweegt. Het verschil hoor je aan het patroon. Ruis is constant en verandert met de pompstand, klotsen komt met vlagen en verdwijnt pas na ontluchten. Ga bij ruis dus niet ontluchten, maar zet de pomp lager en regel de groepen tegen elkaar in.
Drukverlies dat elk najaar terugkomt
Een installatie die elk stookseizoen opnieuw bijgevuld moet worden, terwijl er nergens water te zien is, wijst meestal op een expansievat dat zijn voordruk kwijt is. Dat vat vangt de uitzetting van het water op. Is het membraan doorgelaten of is de stikstof eruit gelekt, dan schiet de druk bij opwarmen omhoog, blaast het overstortventiel af en is de druk na afkoelen te laag.
Het verschil met een echt lek zie je aan het gedrag: bij een leeg expansievat beweegt de druk sterk mee met de temperatuur, bij een lek zakt hij ook als de installatie stilstaat. De voordruk van het vat controleer je met de installatie drukloos, en dat is werk waarbij een installateur meestal sneller klaar is dan jij.
Veelgemaakte fouten
Alle groepen tegelijk vullen
Het water kiest de kortste weg en de lange groepen blijven half met lucht gevuld. Je merkt het pas als de vloer in één kamer koud blijft, en dan moet je alsnog per groep spoelen. Dat kost meer tijd dan het meteen goed doen.
Inregelen terwijl de installatie nog koud is
Koud water heeft een hogere viscositeit en dus een andere weerstand per groep. Een verdeler die je koud in balans brengt, staat bij vijfendertig graden aanvoer alweer scheef. Laat de installatie eerst een paar uur op bedrijfstemperatuur draaien.
Ontluchten met de pomp aan
Een draaiende pomp sleept de luchtbellen mee door het systeem in plaats van ze naar het hoogste punt te laten stijgen. Je haalt er dan wat water uit en verder niets. Zet de pomp uit, wacht een kwartier zodat de lucht kan opstijgen en ontlucht dan pas.
Meteen op de hoogste aanvoertemperatuur beginnen
Een dekvloer die snel opwarmt, zet ongelijkmatig uit en dat is precies waar scheuren ontstaan. Bij een nieuwe vloer hoort een opstookschema met kleine stappen per dag. Ook bij een bestaande vloer werk je liever in stapjes van twee tot drie graden omhoog.
Oordelen over het resultaat na een half uur
Een cementdekvloer van zeven centimeter dik heeft uren nodig voordat er aan het oppervlak iets te voelen is. Wie na twintig minuten de mengklep verder opendraait, zit een halve dag later veel te hoog. Stel bij, wacht een dagdeel en beoordeel dan.
De thermostaten laag zetten tijdens het inregelen
Met een lage thermostaatstand sluiten de aandrijvingen en stroomt er niets meer. Je regelt dan een systeem in dat op dat moment niets doet. Zet tijdens het inregelen alle thermostaten hoog genoeg dat elke groep vraagt om warmte.
De vulslang laten hangen na het vullen
De slang tussen drinkwater en cv-water is bedoeld als tijdelijke verbinding. Blijft hij zitten en gaat de keerklep lekken, dan kan cv-water met vuil en corrosieresten in de drinkwaterleiding komen. Kraan dicht, slang eraf, elke keer opnieuw.
Veelgestelde vragen
Wat is een opstartprotocol voor vloerverwarming precies?
Het is de volgorde waarin je een vloerverwarming waterzijdig en regeltechnisch in bedrijf stelt: afpersen, groep voor groep vullen en doorspoelen, op druk brengen, ontluchten, de pomp laten circuleren, de aanvoertemperatuur in stappen omhoog brengen en pas op het laatst de flowmeters inregelen. Er bestaat geen officiële norm met die naam; het is de werkwijze die installateurs aanhouden omdat elke stap een probleem voorkomt dat je in de volgende stap niet meer kunt oplossen.
Wat is het verschil tussen een opstartprotocol en een opstookprotocol?
Het opstartprotocol gaat over de installatie: water erin, lucht eruit, doorstroming per groep en de regeling aan de praat. Het opstookprotocol voor een nieuwe dekvloer gaat over de vloer en schrijft voor met hoeveel graden per dag je omhoog en weer omlaag gaat, zodat de dekvloer gecontroleerd droogt en niet scheurt. Bij nieuwbouw doe je ze in die volgorde: eerst opstarten, dan opstoken, dan pas de vloerafwerking erop.
Moet ik de vloerverwarming elk jaar opnieuw opstarten volgens het protocol?
Niet het volledige protocol, wel een verkorte ronde. Lees aan het begin van het stookseizoen de druk af bij een koude installatie, vul zo nodig bij, ontlucht de verdeler en laat de pomp een kwartier op de hoogste stand draaien. Voel daarna per groep of de retourbuis warm wordt. Dat kost een uur en voorkomt dat je bij de eerste koude week ontdekt dat er iets vastzit.
Op welke druk moet een vloerverwarming staan bij het opstarten?
Bij een gemiddelde eengezinswoning ligt de koude vuldruk rond de anderhalve bar. De juiste waarde hangt af van het hoogteverschil tussen de warmtebron en het hoogste punt van de installatie, dus in een appartement op de begane grond is minder nodig dan in een woning met drie verdiepingen. Reken het na met de rekenhulp voor de cv-druk en lees altijd af als het water koud is, want warm water geeft een hogere waarde.
Hoe spoel ik de groepen van de vloerverwarming door bij het opstarten?
Sluit een slang aan op de vulkraan van de aanvoerbalk en een tweede op de aftapkraan van de retourbalk, met het uiteinde in een emmer of naar een afvoer. Draai alle groepen dicht en open er één, aan beide balken. Laat twee tot drie minuten doorstromen tot er geen luchtbellen meer meekomen en het water helder blijft. Sluit die groep en ga door naar de volgende, tot je de hele verdeler hebt gehad.
Waarom komt er na het vullen steeds opnieuw lucht in het systeem?
Vers leidingwater bevat opgeloste zuurstof en stikstof. Warm water kan veel minder gas vasthouden dan koud water, dus zodra de installatie op temperatuur komt, komt dat gas als belletjes vrij. Die verzamelen zich in de verdeler. Reken daarom op ontluchten bij het vullen, na een dag draaien en nog een keer na een week stoken. Blijft er daarna nog steeds lucht bijkomen, kijk dan bij het ontluchten van de vloerverwarming naar de oorzaken die verder gaan dan vulwater.
Hoeveel liter per minuut moet er door een groep vloerverwarming lopen?
Reken met het verband dat één liter per minuut die vijf graden afkoelt, ongeveer driehonderdvijftig watt afgeeft. Een groep van honderd meter buis bedient bij vijftien centimeter legafstand ruwweg vijftien vierkante meter en heeft daarmee vaak iets boven de twee liter per minuut nodig. Voor korte groepen is anderhalve liter meestal genoeg. Stel de waarden in bij bedrijfstemperatuur en controleer ze met de flowmeters op de verdeler.
Op welke temperatuur zet ik de aanvoer bij het opstarten van de vloerverwarming?
Begin rond de dertig graden en werk in stappen van twee tot drie graden omhoog, met telkens een paar uur ertussen. Bij een tegelvloer op een cementdekvloer kom je meestal uit tussen vijfendertig en veertig graden aanvoer. Bij hout, pvc of laminaat begrenst de fabrikant vaak de oppervlaktetemperatuur van de vloer, en dan blijf je lager. Een warmtepomp regelt de aanvoer zelf via de stooklijn en heeft geen knop die je met de hand hoger zet.
Hoe lang duurt het voordat de vloer warm is na het opstarten?
Dat hangt vooral af van de massa boven de buis. Een cementdekvloer van zes tot acht centimeter heeft na het aanzetten al gauw vier tot acht uur nodig voordat je aan het oppervlak echt iets voelt, en nog langer voordat de ruimte op temperatuur is. Een droge opbouw met platen reageert binnen een uur. Beoordeel het resultaat dus per dagdeel en niet per kwartier, anders stel je te ver door.
De pomp slaat na de zomer niet meer aan, wat nu?
Bij een natloper die bromt maar niets verplaatst, zit de rotor meestal vast door kalk en slib. Draai de ontluchtingsschroef midden op de pompkop open, houd er een lap onder en draai de as met een platte schroevendraaier een paar keer rond. Vaak loopt hij daarna gewoon aan. Schakel de pomp daarna een paar keer tussen de hoogste en de laagste stand. Voorkomen doe je door de pomp in de zomer maandelijks een kwartier te laten draaien, wat je kunt regelen met een pompschakelaar op de verdeler.
Kan ik het opstartprotocol van de vloerverwarming zelf doen?
Bij een bestaande installatie wel. Vullen, spoelen, ontluchten, inregelen en de thermostaten testen is geduldwerk zonder gevaarlijke handelingen. Bij een nieuwe installatie ligt het anders, want het afpersen en het aansluiten op de warmtebron raakt aan de garantie van de dekvloerleverancier en aan de instellingen van de ketel of warmtepomp. Laat dat deel dan door de installateur doen en neem het inregelen daarna zelf ter hand.
De cv-ketel geeft tijdens het opstarten een code, wat betekent dat?
Bij het opstarten van een vloerverwarming zijn te lage druk en te weinig doorstroming de gewone oorzaken. Staan bijna alle groepen dicht, dan kan de ketel zijn warmte niet kwijt en slaat hij op temperatuur af. Kijk eerst naar de manometer en naar de stand van de flowmeters. Wat de melding op jouw toestel betekent, zoek je op in onze tabel met storingscodes per merk.
Wanneer je beter een vakman belt
Het waterzijdige deel van het opstarten kun je bij een bestaande installatie zelf doen. Er zijn vier situaties waarin je beter belt.
De eerste is werk aan de gaszijde van de cv-ketel. Alles achter de gaskraan hoort bij een erkend installateur, ook als het alleen om een aansluiting lijkt te gaan.
De tweede is een lek onder de dekvloer. Opsporen vraagt een thermische camera of een drukmeting per groep, en repareren betekent hakken op precies de goede plek. Dat is geen werk om al gravend te leren.
De derde is oud buiswerk zonder zuurstofdiffusiebarrière, wat je bij vloeren van voor de jaren negentig tegenkomt. Zulke buis laat zuurstof door de wand naar binnen, en dat vreet de stalen delen van je cv-installatie aan. De oplossing is een systeemscheiding met een warmtewisselaar en een pomp van roestvast staal, en dat is een ontwerpkeuze die je met een installateur maakt.
De vierde is een expansievat waarvan je de voordruk wilt controleren. Dat moet met een drukloze installatie, en als het vat vervangen moet worden zit je aan het aftappen en opnieuw vullen van het hele systeem.