Pompschakelaar vloerverwarming: plaatsen, aansluiten en instellen
Een pompschakelaar is een thermostaatje op de aanvoerleiding dat de pomp van je vloerverwarmingsverdeler alleen laat draaien als er warm water aankomt. Bij de montage loopt het meestal vast op de plek van de voeler. Die hoort op de leiding die van de ketel komt, niet op de gemengde aanvoer achter de menkraan: die wordt pas warm als de pomp al draait. Het tweede struikelblok is de inschakeltemperatuur, want een schakelaar die op 35 graden staat blijft dood bij een ketel die op een milde dag 30 graden aanvoert.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Geisoleerde schroevendraaierset, klein plat en kruiskop
- Spanningszoeker of tweepolige spanningstester
- Striptang en zijkniptang
- Digitale thermometer met contactvoeler of een infraroodthermometer
- Schuurvlies of een lapje om de leiding blank te maken
- Zaklamp, want een verdeler hangt zelden op een lichte plek
- Kabelbinders en eventueel een klemband voor de voeler
Materiaal
- Aanlegthermostaat met veerklem, instelbaar over een bereik dat rond de 30 graden ligt
- Of een stekkerklare pompschakelaar met losse voeler aan een kabeltje
- Soepel snoer 3 x 0,75 of 3 x 1 mm2 met trekontlasting
- Lasklemmen of een aansluitdoosje bij de pomp
- Een stukje leidingisolatie om over de voeler te leggen
- Warmtegeleidende pasta, alleen als de fabrikant dat voorschrijft
Wat een pompschakelaar doet en waarom je hem wilt
Een pompschakelaar is niets meer dan een thermostaat die op de aanvoerleiding geklemd zit en een schakelcontact bedient. Wordt die leiding warmer dan de waarde die je instelt, dan krijgt de circulatiepomp op de verdeler spanning. Koelt de leiding af, dan valt de pomp weer stil. Hoe die verdeler verder in elkaar zit, met menkraan, flowmeters en groepen, staat in ons overzicht over vloerverwarming van vloeropbouw tot verdeler.
Zonder zo'n schakelaar zit de pomp van veel verdelers gewoon op een stopcontact of op een vaste aansluiting, en dan draait hij het hele jaar rond. Dat kost stroom terwijl er acht maanden per jaar niets te verpompen valt. Een oudere driestandenpomp trekt al gauw vijftig tot zeventig watt, en dat loopt op jaarbasis flink op.
Er is een tweede reden die met geld niets te maken heeft. Een pomp die permanent draait, slijt permanent, en hij bromt permanent. Hangt de verdeler in een hal- of trapkast tegen een slaapkamermuur, dan hoor je dat 's nachts.
Nodig is zo'n schakelaar niet altijd. Zit er een regelmodule voor de thermische afsluiters op je verdeler, of stuurt je cv-ketel de pomp aan via een pompcontact, dan is de schakeling er al en voeg je met een aanlegthermostaat alleen een tweede voorwaarde toe. Ga dus eerst na hoe de pomp op dit moment aan en uit gaat voordat je iets koopt.
Wil je weten of jouw pomp doordraait: leg in juli je hand op het pomphuis. Voelt hij lauw en trilt hij licht, dan draait hij. Een pomp die stilstaat is precies even koud als de leiding ernaast.
De manieren om de pomp op de verdeler te schakelen
De pomp op de verdeler is een andere pomp dan die in de cv-ketel. De ketelpomp duwt water door de hele installatie, de verdelerpomp zorgt voor de rondgang door de vloergroepen. Hoe de rest van de installatie in elkaar grijpt, lees je in het overzicht over verwarming en cv in huis. Voor het schakelen van die verdelerpomp bestaan vier gangbare oplossingen, en ze verschillen vooral in hoe snel de pomp reageert op een warmtevraag.
De aanlegthermostaat is de simpelste: geen draad naar de ketel, geen draad naar de thermostaat, alleen een voeler op de leiding. De keerzijde is dat hij achteraan de keten meet. De pomp start pas als de ketel al warm water heeft gemaakt en dat water de verdeler bereikt heeft.
Schakel je de pomp op de warmtevraag zelf, dus via de kamerthermostaat of via het hulpcontact van een zoneklep, dan draait de pomp meteen mee. Dat is technisch de nettere oplossing en bij een trage vloer scheelt het echt tijd. Het vraagt wel bedrading, en je moet weten wat dat contact mag schakelen. Werk je met een zoneregeling per kamer, zoals bij Honeywell evohome op vloerverwarming, dan zit de pompsturing meestal al in de regeling en heb je geen losse schakelaar nodig.
| Manier van schakelen | Wanneer dit past | Waar je op let |
|---|---|---|
| Pomp permanent op spanning | Alleen als noodoplossing, of bij een systeem dat je binnenkort vervangt | Draaiuren en stroomverbruik lopen door de zomer heen gewoon door |
| Aanlegthermostaat op de aanvoer | Verdeler zonder regelmodule, ketel zonder vrij pompcontact, stadsverwarming | Meetpunt en inschakeltemperatuur bepalen of hij ooit aanslaat |
| Hulpcontact van de zoneklep | Vloerverwarming als aparte zone naast radiatoren | Kijk wat het eindcontact mag schakelen, zet er anders een installatierelais tussen |
| Pompcontact van de ketel of van de kamerthermostaat | Ketel of thermostaat met een vrij schakelcontact voor een externe pomp | De pomp draait dan ook mee als de ketel alleen voor de radiatoren stookt |
| Regelmodule op de verdeler | Systemen met thermische afsluiters en meerdere ruimtethermostaten | Pompsturing, naloop en een wekelijkse pompkick zitten er meestal al in |
Welke uitvoeringen er te koop zijn
Grofweg zijn er drie vormen, en ze doen alle drie hetzelfde. De losse aanlegthermostaat is de klassieker: een kunststof kastje met een veerklem en een instelknop onder het deksel. Wie zoekt op vloerverwarming pompschakelaar komt dezelfde apparaten ook tegen als contactthermostaat, buisthermostaat of aanlegvoeler, dus zoek op die namen door als je niets vindt.
De bouwmarkt heeft ze niet altijd op voorraad. Ligt er bij de Praxis of een andere bouwmarkt een pompschakelaar voor vloerverwarming, dan staat die meestal bij het cv-materiaal en niet bij de vloerverwarmingsartikelen. Een installatiegroothandel of een webshop voor verwarmingsmateriaal heeft meer keus en vaak ook de uitvoering met een los voelerkabeltje, wat handiger is als de leiding lastig bereikbaar zit.
De tweede vorm is de stekkerklare pompschakelaar, in de handel onder namen als eco pump switch. Het kastje gaat in het stopcontact, de stekker van de pomp gaat in het kastje en de voeler klem je op de leiding. Er komt geen draad aan te pas en het is de enige uitvoering die je zonder verder nadenken kunt terugdraaien. Nadeel is dat je een stopcontact bij de verdeler nodig hebt en dat de instelling grover is dan bij een losse thermostaat.
De derde vorm is de vloerverwarmingspomp met ingebouwde pompschakelaar, of preciezer: een pompgroep of regelunit waarin de schakeling al zit. Let op wat je koopt, want een energiezuinige pomp die zijn toerental automatisch aanpast, is niet hetzelfde. Zo'n pomp regelt zijn opbrengst terug maar blijft draaien; alleen een echte pompsturing zet hem uit.
| Uitvoering | Wat het is | Prijsindicatie | Voor wie geschikt |
|---|---|---|---|
| Losse aanlegthermostaat | Kastje met veerklem, instelbaar, schakelcontact voor 230 volt | 20 tot 45 euro | Wie een draadje mag en wil trekken |
| Aanlegthermostaat met voelerkabel | Zelfde principe, voeler los aan een kabeltje | 30 tot 60 euro | Verdelers waar de leiding slecht bereikbaar zit |
| Stekkerklare pompschakelaar | Tussenstekker met voeler, pomp gaat er doorheen | 40 tot 70 euro | Huurders en wie geen bedrading wil aanpassen |
| Pompgroep met ingebouwde sturing | Verdeleraansluiting waarin de schakeling al zit | Onderdeel van de verdelerprijs | Bij nieuwbouw of vervanging van de hele verdeler |
| Regelmodule voor thermische afsluiters | Bedradingscentrale met pomprelais, naloop en pompkick | 80 tot 200 euro | Systemen met een thermostaat per ruimte |
| Installatierelais | Hulprelais dat de pomp schakelt op een klein stuurcontact | 10 tot 25 euro | Als een zoneklepcontact de pomp niet direct mag schakelen |
Waar de voeler hoort te zitten
Hier gaat het bij de helft van de montages mis. De voeler hoort op de leiding die van de ketel of de afleverset naar de verdeler loopt, dus op de warme kant vóór de menkraan. Klem je hem op de gemengde aanvoer achter die kraan, op de buis naar de verdeelbalk, dan zit je in een kringetje: die leiding wordt pas warm als de pomp draait, en de pomp draait pas als die leiding warm is. Het gevolg is een pomp die nooit aanslaat.
Zit er een zoneklep in de aanvoer die door de kamerthermostaat wordt geopend, dan hoort de voeler daar achter en niet ervoor. Meet je vóór de klep, dan start de pomp elke keer dat de ketel voor de radiatoren stookt, terwijl de klep naar de vloer dicht staat. De pomp verpompt dan water in een kring waar geen warmte bij komt.
Maak de leiding op het meetpunt blank en schoon. Verf, vuil en zeker een restje isolatie tussen voeler en buis leveren een meting die tientallen graden te laag uitvalt. Trek de veerklem strak aan en leg daarna een stuk leidingisolatie over de voeler heen, zodat de kelder- of kastlucht de meting niet meer beïnvloedt. Zonder die isolatie schakelt de schakelaar in een koude ruimte veel later dan je hebt ingesteld.
Ligt er kunststof of alupex in plaats van koper of staal, dan loopt de meting achter en valt hij lager uit. Klem de voeler dan op een metalen koppeling, op een messing knie of op de verdeelbalk zelf, of houd er rekening mee door de schakelaar een paar graden lager te zetten.
| Plek van de voeler | Wat je daar meet | Oordeel |
|---|---|---|
| Aanvoer van de ketel, na de zoneklep en vóór de menkraan | De echte keteltemperatuur op het moment dat er vraag is | Dit is de plek die je zoekt |
| Aanvoer vóór de zoneklep | Ook warmte die alleen voor de radiatoren bedoeld is | De pomp draait mee terwijl de klep naar de vloer dicht is |
| Gemengde aanvoer achter de menkraan | Water dat pas warm wordt als de pomp al draait | De pomp komt nooit op gang |
| Retourbalk of retourleiding | De afgekoelde temperatuur uit de vloer | Schakelt te laat en valt te vroeg af |
| Op de isolatie in plaats van op de buis | Vooral de temperatuur van de kastlucht | De schakelaar reageert nauwelijks |
| Op kunststof buis of alupex | Een waarde die achterloopt en enkele graden te laag is | Werkt, maar zet de inschakeltemperatuur lager |
Controleer bij twijfel met een thermometer. Houd een contact- of infraroodthermometer op het meetpunt terwijl de ketel op vollast stookt. Zie je daar niet minstens vijf graden meer dan de waarde die je wilt instellen, dan slaat de pomp op die plek nooit aan.
Op welke temperatuur je de schakelaar instelt
De instelknop van een aanlegthermostaat loopt vaak van twintig tot ver boven de tachtig graden, omdat hetzelfde apparaat ook voor houtkachels en boilers wordt verkocht. Voor vloerverwarming zit je altijd in de onderste hoek van die schaal. Ergens tussen de 25 en 32 graden werkt in de meeste huizen, en 35 graden is vrijwel altijd te hoog.
Dat komt door de manier waarop moderne ketels stoken. Een ketel met weersafhankelijke regeling maakt op een dag van tien graden buiten misschien 32 graden aanvoer, en een ketel die op vloerverwarming is ingeregeld staat vaak op een maximum van 40 tot 45 graden dat hij zelden haalt. Staat de schakelaar op 35, dan blijft de pomp bij mild weer staan terwijl de vloer wel warmte kan gebruiken.
Elke aanlegthermostaat heeft een schakelverschil, meestal een graad of vijf tot acht. Hij schakelt in op de ingestelde waarde en valt pas af als de leiding een stuk verder is afgekoeld. Dat verschil is gunstig: de pomp draait na het uitgaan van de brander nog even door en trekt de restwarmte uit de ketel de vloer in.
Bij de fijnafstelling telt ook hoe snel je vloer reageert. Een dikke zandcement dekvloer is uren onderweg, terwijl een droge opbouw zoals vloerverwarming in fermacell-platen veel sneller reageert. Bij een trage vloer wil je liever te vroeg inschakelen dan te laat.
| Warmtebron | Aanvoer die je in de praktijk ziet | Instelling schakelaar | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|
| Cv-ketel, weersafhankelijk geregeld | 28 tot 45 graden, wisselt met het weer | 25 tot 28 graden | De laagste aanvoer van het seizoen is maatgevend |
| Cv-ketel met vaste aanvoertemperatuur | 40 tot 55 graden | 30 tot 32 graden | Bij vloerverwarming hoort een menkraan die daarachter terugregelt |
| Cv-ketel met radiatoren en vloer door elkaar | 50 tot 70 graden | 30 tot 35 graden | Meet achter de zoneklep, anders draait de pomp voor de radiatoren mee |
| Warmtepomp | 28 tot 40 graden | 24 tot 26 graden | Veel warmtepompen sturen de pomp zelf al aan |
| Stadsverwarming via een afleverset | Secundair vaak 40 tot 60 graden | 30 tot 35 graden | Zonder zoneklep staat de aanvoer bijna altijd warm |
| Badkamergroep die warmer mag worden | Zelfde aanvoer, hogere vloertemperatuur | Volg de hoofdgroep | Bij een aparte kring geldt een eigen begrenzing |
Stel niet af op wat je logisch vindt, maar op wat je meet. Laat de ketel een half uur stoken, lees de aanvoer bij het meetpunt af en zet de schakelaar vijf graden onder die waarde. Bij een aparte kring voor de badkamer geldt hetzelfde, met de begrenzing die hoort bij vloerverwarming in de badkamer.
De pompschakelaar aansluiten op 230 volt
Elektrisch stelt een pompschakelaar weinig voor: het schakelcontact komt in de bruine ader van de pompvoeding te zitten, en de nul en de aarde lopen ongebroken door. Onderbreek nooit de nul of de aarde, ook al werkt de pomp daar ogenschijnlijk net zo goed van. De fase hoort geschakeld te worden, zodat de pomp bij een uitgeschakelde regeling echt spanningsloos is.
De meeste pompschakelaars hebben een wisselcontact met drie klemmen: een gemeenschappelijke, een die sluit bij stijgende temperatuur en een die dan juist opent. Voor deze toepassing gebruik je de gemeenschappelijke klem en de klem die sluit bij oplopende temperatuur. Welke klem dat is, staat op het deksel of in de bijgeleverde tekening, meestal met de nummers een tot en met drie.
Kijk wat het contact mag schakelen. Dat staat op het typeplaatje, in ampère en soms apart voor een motorbelasting. Een moderne energiezuinige pomp van vijf tot vijfenveertig watt zit daar ruim onder. Bij een oude driestandenpomp, en zeker bij een voeding die je met andere apparaten deelt, reken je het beter even na. Twijfel je, dan zet je er een installatierelais tussen en schakelt het thermostaatje alleen de spoel daarvan.
Gebruik soepel snoer van 3 x 0,75 of 3 x 1 mm2, zet er een trekontlasting op en laat geen ader los in de doos hangen. Stroom uit de meterkast halen doe je door de betreffende groep uit te schakelen en daarna met een spanningszoeker te controleren dat er echt niets meer op staat. Vaak wordt de pomp gevoed vanuit de ketelaansluiting, dus het uittrekken van één stekker is niet altijd genoeg.
Achter de hoofdzekering blijf je weg. Een nieuwe groep aanleggen, een aardlekschakelaar bijplaatsen of werk aan de bedrading vóór de groepenschakelaar is werk voor een installateur. Het aansluiten van een schakelaar in een bestaande, uitgeschakelde en gecontroleerde groep mag je zelf doen, het openen van de meterkast achter de hoofdzekering niet.
Een pompschakelaar bij vloerverwarming op stadsverwarming
Bij stadsverwarming ontbreekt precies het onderdeel waar anderen hun pomp op aansluiten: er is geen cv-ketel met een vrij pompcontact. De afleverset van de warmteleverancier heeft zelden een aansluiting voor een externe pomp, en aan die set mag je bovendien niets veranderen. Een aanlegthermostaat op de leiding erachter is daarom vaak de eenvoudigste manier om de pomp op de verdeler te schakelen.
Een pompschakelaar voor vloerverwarming op stadsverwarming heeft wel één eigenaardigheid. Een warmtenet levert het hele jaar door hoge temperaturen, en bij veel afleversets staat de secundaire aanvoer al warm zodra er ergens in huis vraag is, ook als dat de radiatoren zijn. Klem je de voeler zomaar op die leiding, dan draait de pomp alsnog het grootste deel van de tijd. Meet dus achter de zoneklep of de regelafsluiter die specifiek voor de vloerverwarming opengaat.
Bij een warmtenet is de begrenzing van de aanvoertemperatuur naar de vloer nog belangrijker dan bij een ketel, want het net kan makkelijk zeventig graden of meer aanleveren en dat verdraagt geen enkele dekvloer. De pompschakelaar doet daar niets aan, dat is het werk van de menkraan of het rtl-ventiel. Wordt de vloer ondanks een draaiende pomp niet warm, dan zit de oorzaak meestal in de regeling of de doorstroming; die zoek je uit met het stappenplan bij een vloerverwarming die niet warm wordt.
Wat een pompschakelaar bespaart en wat hij niet oplost
De winst zit puur in draaiuren. Een pomp die het hele jaar rondgaat maakt 8760 uur, terwijl een pomp die alleen bij warmtevraag draait in een normaal stookseizoen op één- tot tweeduizend uur uitkomt. Bij een oude driestandenpomp scheelt dat honderden kilowattuur per jaar. Bij een moderne pomp is de winst kleiner, maar de schakelaar verdient zichzelf nog steeds binnen een paar jaar terug.
Wat een pompschakelaar niet doet, is de vloer warmer maken. Sterker: verkeerd ingesteld maakt hij het slechter, omdat de pomp te laat op gang komt. Wordt je vloer traag of ongelijk warm, dan ligt dat aan de verdeling van het water over de groepen en niet aan de schakelaar. Dat regel je bij met de flowmeters op de verdeler.
Loopt er lucht mee in het systeem, dan hoor je de pomp klateren en verplaatst hij nauwelijks water. Ook dat is geen schakelaarprobleem. Controleer eerst de waterdruk met onze hulp voor de cv-druk en ontlucht daarna de groepen.
| Pomp | Draaiuren per jaar | Verbruik per jaar | Wat dat ruwweg kost |
|---|---|---|---|
| Oude driestandenpomp, 60 watt | 8760 uur, permanent | Ongeveer 525 kWh | Meer dan honderd euro per jaar |
| Oude driestandenpomp, 60 watt | 1500 uur, alleen bij vraag | Ongeveer 90 kWh | Rond de twintig euro per jaar |
| Energiezuinige pomp, 20 watt | 8760 uur, permanent | Ongeveer 175 kWh | Rond de veertig euro per jaar |
| Energiezuinige pomp, 20 watt | 1500 uur, alleen bij vraag | Ongeveer 30 kWh | Een paar euro per jaar |
| Energiezuinige pomp, 8 watt op lage stand | 1500 uur, alleen bij vraag | Ongeveer 12 kWh | Verwaarloosbaar |
Reken met je eigen kilowattuurprijs in plaats van met een gemiddelde. Vermenigvuldig het opgenomen vermogen van de pomp in watt met de draaiuren, deel door duizend en je hebt de kilowattuur. Het opgenomen vermogen staat op het typeplaatje van de pomp, per stand.
Een pomp die na een stille zomer niet meer op gang komt
Er zit een keerzijde aan goed schakelen. Een pomp die van april tot oktober stilstaat, kan vastlopen doordat de as en het lagerblok aankoeken. In september draai je de thermostaat omhoog en dan zoemt de pomp wel, maar er komt niets in beweging.
Voorkomen is eenvoudiger dan verhelpen. Zet de pomp één keer per maand een paar minuten aan, bijvoorbeeld door de instelknop van de schakelaar even helemaal laag te draaien of door de stekkerklare uitvoering kort te overbruggen. Regelmodules hebben daar een pompkickfunctie voor die dat wekelijks vanzelf doet.
Is hij toch vast gaan zitten, dan is de standaardhandeling: pomp spanningsloos maken, een doek en een bakje eronder, de grote ontluchtingsschroef midden op de kop losdraaien en de as met een platte schroevendraaier een paar slagen ronddraaien. Er komt water uit, dat hoort. Draai de schroef daarna vast, zet de spanning erop en controleer de druk. Ontsnapt er lucht, dan volgt het ontluchten van de vloerverwarmingsgroepen als vanzelf daarachteraan.
De ontluchtingsschroef van een pomp zit onder waterdruk. Draai hem langzaam los en houd je gezicht erbuiten. Het water dat eruit komt kan heet zijn als de installatie kort daarvoor gestookt heeft.
Zo monteer je een pompschakelaar op de verdeler
Deze volgorde geldt voor een losse aanlegthermostaat; bij een stekkerklaar model sla je de bedrading over.
-
Zoek uit hoe de pomp nu gevoed wordt
Volg het snoer van de pomp. Zit er een stekker aan, dan is de klus eenvoudig. Loopt hij naar de ketel of naar een aansluitdoos, dan schakel je de bijbehorende groep uit en controleer je met een spanningszoeker dat er geen spanning meer op staat. Een pomp die vanuit de ketel gevoed wordt, is met het uittrekken van de ketelstekker niet altijd dood.
-
Kies het meetpunt op de aanvoerleiding
Neem de leiding die van de ketel of de afleverset komt, achter een eventuele zoneklep en vóór de menkraan. Op die plek zie je de echte aanvoertemperatuur op het moment dat er vraag naar de vloer is. Meet de plek eerst na met een thermometer terwijl de ketel stookt, zodat je weet wat je straks kunt instellen.
-
Maak de buis blank en klem de voeler vast
Haal isolatie, vuil en losse verf weg over een breedte van een centimeter of vijf en wrijf het metaal na met schuurvlies. Zet de veerklem strak, zodat de voeler over zijn hele lengte contact maakt. Een voeler die maar op één punt raakt, meet structureel te laag en schakelt daardoor te laat.
-
Sluit het schakelcontact in de fase van de pomp aan
Onderbreek de bruine ader en voer die door de gemeenschappelijke klem en de klem die bij stijgende temperatuur sluit. Nul en aarde laat je doorlopen. Controleer op het typeplaatje of het contact de pomp mag schakelen, en zet er anders een installatierelais tussen dat het zware deel voor zijn rekening neemt.
-
Isoleer de voeler mee en werk het snoer weg
Leg een stukje leidingisolatie over de voeler heen en tape dat af. Zonder die isolatie meet de voeler half de kastlucht en schakelt hij bij koud weer merkbaar later. Zet het snoer vast met kabelbinders en houd het weg van de warme aanvoerleiding.
-
Stel de temperatuur in en vraag warmte
Zet de knop op ongeveer vijf graden onder de aanvoertemperatuur die je gemeten hebt. Draai de kamerthermostaat omhoog en houd een hand op de pomp: die hoort binnen enkele minuten na het warm worden van de leiding aan te slaan. Slaat hij niet aan, zet de knop dan stapsgewijs lager en kijk waar het omslagpunt zit.
-
Controleer het afvallen en de naloop
Zet de thermostaat terug en wacht tot de brander uit is. De pomp hoort nog een tijd door te draaien en pas af te vallen als de leiding flink is afgekoeld. Valt hij vrijwel meteen af, dan staat de instelling te hoog of zit de voeler op een plek die snel afkoelt.
Storingzoeker
Kies het merk, vul de code in en zie wat er aan de hand is, wat je zelf kunt doen en wanneer je moet bellen. Bekijk alle gegevens
| Merk | Code | Wat er aan de hand is | Wat je zelf kunt doen | Bellen of niet |
|---|---|---|---|---|
| Intergas | 1 | De ketel wordt te warm, de aanvoertemperatuur loopt te hoog op | Controleer de waterdruk en ontlucht de radiatoren. Te weinig water of lucht in de installatie is de gewone oorzaak. | Blijft hij terugkomen: monteur |
| Intergas | 2 | Storing in de aanvoer- of retoursensor | Reset de ketel een keer. Herhaalt de code zich, dan is de sensor of de bedrading het probleem. | Monteur |
| Intergas | 3 | De maximaalthermostaat heeft ingegrepen | Controleer druk en doorstroming, ontlucht de installatie. | Blijft het: monteur |
| Intergas | 4 | Geen vlamsignaal, de ketel krijgt het vuur niet aan | Kijk of de gaskraan open staat en of andere gastoestellen het doen. Reset daarna een keer. | Doet gas het wel: monteur |
| Intergas | 5 | Slecht of wegvallend vlamsignaal | Reset een keer. Vaak vervuilde ionisatiepen of ontsteking. | Monteur |
| Intergas | 6 | Fout in de vlamdetectie | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 7 | Probleem met de rookgasafvoer of de uitlaatgassensor | Kijk of de afvoer buiten vrij is en niet verstopt zit door een vogelnest of blad. | Monteur, dit raakt de veiligheid |
| Intergas | 8 | Het ventilatortoerental klopt niet | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 10 tot en met 14 | Sensorfout of storing in de installatie, bijvoorbeeld een defecte stromingsschakelaar, draadbreuk of lucht in de installatie | Controleer de waterdruk en ontlucht grondig, van laag naar hoog. | Blijft het: monteur |
| Nefit | A01 | Geen vlam of vlam valt weg | Controleer of de gaskraan open staat en of de druk goed is, reset daarna een keer. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | C6 | De ventilator draait niet op het juiste toerental | Reset een keer. | Monteur |
| Nefit | D1 | Te weinig waterdruk in de installatie | Bijvullen tot de juiste druk voor jouw bouwhoogte, daarna ontluchten. | Zelf te doen |
| Nefit | EA | Vlam wordt niet waargenomen | Reset een keer. Kijk of andere gastoestellen werken. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | F0 of F7 | Interne storing in de besturing | Reset een keer, haal eventueel kort de stroom eraf. | Monteur |
| Remeha | Reset knop | Vergrendelde storing | Houd de resetknop ingedrukt tot het display reageert. Noteer eerst de code voordat je reset. | Afhankelijk van de code |
| Remeha | E00 | Aanvoersensor defect of niet aangesloten | Reset een keer. | Monteur |
| Remeha | E01 | Te weinig waterdruk of geen doorstroming | Bijvullen en ontluchten. | Zelf te doen |
| Remeha | E04 | Geen vlam bij het opstarten | Gaskraan controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.22 | Te weinig water in de ketel, droogkookbeveiliging | Bijvullen tot de juiste druk en ontluchten. | Zelf te doen |
| Vaillant | F.28 | Ontsteking mislukt bij het opstarten | Gastoevoer controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.75 | Drukverschil niet herkend, vaak de pomp of het expansievat | Controleer of de druk sterk schommelt bij het opstarten. | Monteur, meestal het expansievat |
| AWB | Vlamstoring | Geen ontsteking | Gaskraan open, druk controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Bosch vaatwasser | E15 | Water in de lekbak onderin, de vlotterbeveiliging staat aan | Kantel het apparaat voorzichtig naar achteren zodat het water uit de bak loopt, zet hem terug en start opnieuw. Zoek daarna waar het water vandaan kwam. | Blijft het terugkomen: monteur |
| Bosch vaatwasser | E24 of E25 | Water loopt niet weg, afvoer verstopt | Maak het zeef en de pompfilter schoon, controleer de afvoerslang op een knik en de sifonaansluiting op een dop die er nog in zit. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E22 | Filters verstopt | Zeven eruit en schoonmaken. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E09 | Verwarmingselement defect, water wordt niet warm | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Siemens vaatwasser | E15 | Water in de lekbak, vlotterbeveiliging actief | Zelfde aanpak als bij Bosch: voorzichtig kantelen, water eruit, terugzetten en opnieuw starten. | Blijft het: monteur |
| Siemens vaatwasser | E24 | Afvoer geblokkeerd | Zeven en pompfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| Siemens vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de startknop ongeveer drie tot vijf seconden ingedrukt tot het programma terugspringt, of haal de stekker er een minuut uit. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i20 of 20 | Afvoerprobleem, water loopt niet weg | Filters en pomp schoonmaken, afvoer controleren. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i30 of 30 | Water in de bodembak, lekkage gedetecteerd | Kantelen om het water eruit te laten en de oorzaak zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de programmaknop en de startknop samen enkele seconden ingedrukt. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F11 | Water loopt niet weg | Filters en afvoerpomp schoonmaken. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F70 | Vlotter of niveaubeveiliging | Controleer op lekkage onderin. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E18 of F18 | Water loopt niet weg | Pluizenzeef vooronder schoonmaken en de afvoerslang controleren. | Zelf te doen |
| Bosch wasmachine | F21 | Motorstoring, trommel draait niet | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E23 | Water in de lekbak | Machine kantelen om het water eruit te laten, daarna de lekkage zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG wasmachine | E20 | Afvoerprobleem | Pluizenfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| AEG wasmachine | E40 | Deur niet goed dicht | Deur opnieuw sluiten, controleer of er was tussen zit. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 1 keer | Reservoir warmt op of komt uit een stroomonderbreking | Wacht ongeveer tien minuten tot hij op temperatuur is. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 2 keer | Reservoir bereikt de temperatuur niet | Haal de stekker er een minuut uit en zet hem terug. Blijft het knipperen, dan is er meestal een onderdeel defect. | Blijft het: monteur |
| Quooker | Knippert 3 keer | Storing in de temperatuursensor | Een keer stroomloos maken. | Monteur |
| Quooker | Geen kokend water, wel gewoon water | Reservoir uit of niet op temperatuur | Controleer of de stekker in het stopcontact zit en of de groep niet is uitgevallen. | Zelf te doen |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de pompschakelaar in bedrijf neemt
Uit de praktijk
De schakelaar kreeg de schuld van een vloer die niet warmer werd dan 32 graden
Een begane grond van zo'n vijftig vierkante meter met zes groepen op een Top-Flow verdeler en een Grundfos pomp, gevoed door een Remeha Calenta. De ketel maakte 45 graden aanvoer, maar bij de verdeler kwam niet meer dan 32 graden aan en de retour was 30 graden. De kamer ging in vijf uur van 18 naar 19,5 graad. De thermostatische pompschakelaar op de verdeler stond op 35 graden en kreeg de verdenking.
Overbruggen van die schakelaar veranderde niets, en dat was juist het nuttige gegeven. Met een verschil van twee graden tussen aanvoer en retour gaat er nauwelijks warmte de vloer in, hoeveel de pomp ook rondpompt. De thermostaatkraan in de toevoer was al gedemonteerd en alle groepen stonden open, dus de doorstroming door de vloer was niet het probleem.
Wat hier speelde was de menging: er kwam te weinig vers ketelwater bij. Van 45 graden naar 32 graden zakken terwijl de retour 30 is, betekent dat het overgrote deel van wat de pomp verplaatst gewoon rondgepompt retourwater is. De ketel was jaren eerder waterzijdig ingeregeld met een lage pompstand, en die ketelpomp kon simpelweg te weinig water aanleveren. Hoger zetten van de ketelpomp en het dichtzetten van de open bypass brachten de aanvoer bij de verdeler omhoog. De pompschakelaar ging daarna terug naar 28 graden, zodat hij bij mild weer ook echt inschakelt.
Een pomp die nooit aansloeg door de kip-en-eivraag
Bij een nieuwe vloerverwarming op een Remeha Tzerra met een tado-regeling werd de vloer als aparte zone uitgevoerd. In de aanvoer zat een 22 mm zoneafsluiter van Honeywell met trafo en eindschakelaar, aangestuurd door de losse ruimtethermostaat, terwijl de ketel via de extensiekit werd aangesproken. De pompschakelaar was op de leiding naar de verdeelbalk gemonteerd, netjes vlak bij de pomp.
De klep ging open, de ketel begon te stoken en de pomp bleef staan. Dat is geen defect maar een denkfout in de volgorde: die leiding zit achter de menkraan en wordt pas warm als de pomp water aanzuigt. Zolang de pomp niet draait, blijft de voeler koud.
De oplossing was tweeledig. De voeler ging naar de aanvoerleiding tussen de zoneklep en de menkraan, waar wel echt ketelwater langskomt. Beter nog werkte de tweede stap: de pomp werd geschakeld via de eindschakelaar van de zoneafsluiter, zodat hij start op het moment dat de klep openstaat en niet pas als het water er is. Omdat zo'n eindcontact bedoeld is als stuurcontact, kwam er een installatierelais tussen dat de 230 volt van de pomp schakelt.
Een pomp die zesentwintig jaar had doorgedraaid
In een woning uit de jaren negentig lag vloerverwarming van het eerste uur: twee groepen voor ongeveer 45 vierkante meter, met buizen die ruim twintig centimeter uit elkaar lagen. De pomp op de verdeler zat rechtstreeks op een stopcontact en had al die jaren onafgebroken gedraaid, ook in juli.
Een aanlegthermostaat op de aanvoer bracht de draaiuren van ruim achtduizend naar ongeveer vijftienhonderd per jaar. Dat was zonder meer winst op de stroomrekening, maar de warme vloer die men hoopte te krijgen kwam er niet van. Met die legafstand is de vloer bedoeld als aanvulling naast radiatoren en niet als hoofdverwarming, en de ruimte tussen de buizen opwarmen kost tijd en dus energie.
Wat hier bleef staan is dat een pompschakelaar een verbruiksmaatregel is en geen comfortmaatregel. Wie van zo'n oude vloer echt de hoofdverwarming wil maken, komt uit bij opnieuw infrezen met een legafstand rond de tien centimeter; wat dat betekent voor de capaciteit staat bij het legplan van de vloerverwarming.
Twee thermostaten op één ketel, en een pomp die overal in meedeed
Een woning met vloerverwarming in de goed geïsoleerde woonkamer en radiatoren boven had het bekende probleem dat de bovenverdieping koud bleef. De vloer vroeg zelden warmte, en als hij dat deed was de watertemperatuur laag. In plaats van een compleet zonesysteem kwam er een zoneklep voor de vloerverwarming, plus een tweede aan-uitthermostaat vanuit een koude slaapkamer. Beide thermostaten werden parallel op de enige thermostaataansluiting van de Itho AquaMax gezet, zodat de ketel brandt zodra één van de twee vraagt.
Dat werkt, maar alleen met potentiaalvrije aan-uitcontacten. Twee modulerende of OpenTherm-thermostaten kun je niet parallel zetten, want die praten met de ketel in plaats van een contact te sluiten.
De pompschakelaar leek los te staan van dit alles, en dat was precies de misvatting. De voeler zat op de aanvoer vóór de zoneklep, dus elke keer dat de ketel voor de slaapkamerradiatoren stookte, startte ook de vloerverwarmingspomp terwijl de klep naar de vloer dicht stond. Die pomp draaide dan voor niets mee. Voeler verplaatsen naar de leiding achter de zoneklep loste het op.
Veelgemaakte fouten
De voeler op de gemengde aanvoer achter de menkraan klemmen
Die leiding wordt pas warm als de pomp draait, en de pomp draait pas als die leiding warm is. Het resultaat is een pomp die nooit aanslaat en een vloer die koud blijft. De voeler hoort op de leiding die van de ketel of de afleverset komt.
De inschakeltemperatuur te hoog zetten
Vijfendertig graden lijkt een logische waarde, maar een ketel met weersafhankelijke regeling haalt dat op een milde dag niet eens. De pomp blijft dan staan terwijl de vloer wel warmte kan gebruiken. Meet wat er werkelijk aankomt en ga daar vijf graden onder zitten.
De voeler vóór de zoneklep monteren
Dan reageert de pomp op elke warmtevraag in huis, ook op die van de radiatoren. Terwijl de klep naar de vloer dicht staat, maalt de pomp rond in een gesloten kring. Dat kost stroom, geeft geluid en levert niets op.
De voeler op de isolatie of op vuil metaal zetten
Een millimeter isolatie of een laagje verf tussen voeler en buis kost al tientallen graden meetwaarde. De schakelaar reageert dan traag of helemaal niet. Maak de buis blank, zet de klem strak en leg pas daarna isolatie over de voeler heen.
De nul of de aarde onderbreken in plaats van de fase
De pomp draait dan ogenschijnlijk gewoon, maar hij staat bij een uitgeschakelde regeling nog onder spanning en bij een onderbroken aarde is de veiligheid weg. Het schakelcontact hoort in de bruine ader, en nul en aarde lopen ongebroken door naar de pomp.
Denken dat een energiezuinige pomp zichzelf uitzet
Een pomp die zijn toerental automatisch aanpast, regelt zijn opbrengst terug maar blijft draaien. Het verbruik zakt naar een paar watt, wat een stuk beter is dan vroeger, maar de draaiuren blijven staan. Alleen een pompsturing of een aanlegthermostaat zet hem echt uit.
De pomp een half jaar volledig laten stilstaan
Na een zomer zonder beweging kan de as vastkoeken en dan zoemt de pomp in september wel, maar verplaatst hij niets. Draai hem maandelijks een paar minuten, of kies een regeling met een pompkickfunctie die dat vanzelf doet.
Een lauwe vloer met een pompschakelaar willen verhelpen
Een schakelaar bespaart draaiuren, hij maakt geen warmte. Wordt de vloer traag of ongelijk warm, dan zit dat in de aanvoertemperatuur, de doorstroming per groep of de legafstand. Zoek de oorzaak daar en stel de schakelaar pas daarna netjes in.
Veelgestelde vragen
Wat doet een pompschakelaar bij vloerverwarming precies?
Hij meet de temperatuur van de aanvoerleiding en schakelt daarmee de circulatiepomp op de verdeler. Komt er warm water aan, dan gaat de pomp draaien; koelt de leiding af, dan valt hij weer stil. Daarmee draait de pomp alleen in het stookseizoen en tijdens de uren dat er echt warmte naar de vloer gaat, in plaats van dag en nacht het hele jaar door.
Is een pompschakelaar voor vloerverwarming verplicht?
Verplicht is hij niet. Een verdeler werkt technisch prima met een pomp die permanent draait, en daarom staat het bij oudere installaties ook zo. Wij vinden het wel een van de verstandigste kleine ingrepen aan een vloerverwarming: de kosten zijn laag, het werk is beperkt en de besparing loopt bij een oudere pomp op tot honderden kilowattuur per jaar. Wordt de pomp al door een regelmodule of een pompcontact geschakeld, dan voegt hij niets toe.
Waar koop ik een pompschakelaar vloerverwarming, bij de Praxis of bij een groothandel?
De bouwmarkt heeft ze wisselend op voorraad en het schap waar je moet zijn is dat van het cv-materiaal, niet dat van de vloerverwarming. Zoek ook op aanlegthermostaat, contactthermostaat of buisthermostaat, want onder die namen ligt hetzelfde apparaat. Een installatiegroothandel of een webshop voor verwarmingsmateriaal heeft doorgaans meer keus, inclusief uitvoeringen met een losse voeler aan een kabel.
Wat is een eco pump switch en werkt zo'n stekkerschakelaar goed?
Een eco pump switch is een vloerverwarming pompschakelaar in de vorm van een tussenstekker: het kastje gaat in het stopcontact, de stekker van de pomp gaat in het kastje en de voeler klem je op de aanvoerleiding. Er komt geen bedrading aan te pas, dus je hebt geen installateur nodig en je kunt hem zo weer weghalen. Hij doet hetzelfde als een losse aanlegthermostaat, met twee praktische beperkingen: je hebt een stopcontact bij de verdeler nodig en de instelmogelijkheden zijn vaak grover.
Bestaat er een vloerverwarming pomp met ingebouwde pompschakelaar?
Er bestaan pompgroepen en verdelersets waarin de schakeling meegeleverd wordt, meestal als klein regelunitje in de aansluitdoos of als onderdeel van de bedradingscentrale. Let wel op wat er precies wordt aangeboden. Een pomp met automatische toerenregeling is iets anders: die past zijn opbrengst aan de weerstand aan en zakt terug naar een paar watt, maar hij blijft draaien. Alleen een echte pompsturing zet de pomp uit als er geen warmtevraag is.
Op hoeveel graden moet ik de pompschakelaar van de vloerverwarming instellen?
Voor de meeste cv-installaties ligt de goede waarde tussen de 25 en 32 graden. Meet eerst wat er bij het voelerpunt aankomt als de ketel een half uur gestookt heeft, en zet de schakelaar ongeveer vijf graden daaronder. Bij een weersafhankelijk geregelde ketel is de laagste aanvoer van het seizoen maatgevend, want die bepaalt of de pomp bij mild weer nog aanslaat. Bij een warmtepomp ga je vaak nog een paar graden lager zitten.
Moet de pomp van de vloerverwarming altijd blijven draaien?
Nee. Tijdens een stookronde wil je hem laten draaien en na het uitgaan van de brander nog een tijdje door laten lopen, zodat de restwarmte de vloer in gaat. Buiten het stookseizoen heeft draaien geen enkel doel. Wel is het verstandig om hem in de zomer maandelijks een paar minuten te laten lopen, want een pomp die maanden stilstaat kan vastlopen. Hoe de pomp op de verdeler samenwerkt met de rest van het systeem, staat in ons overzicht over vloerverwarming.
Hoe sluit ik een pompschakelaar aan op de pomp van de verdeler?
Het schakelcontact komt in de bruine ader van de pompvoeding; nul en aarde laat je ongebroken doorlopen. Op de aanlegthermostaat gebruik je de gemeenschappelijke klem en de klem die sluit bij oplopende temperatuur, meestal aangeduid met nummers op het deksel. Maak de groep spanningsloos en controleer dat met een spanningszoeker, want een verdelerpomp wordt vaak vanuit de ketel gevoed. Mag het contact de pompstroom niet schakelen, zet er dan een installatierelais tussen.
Werkt een pompschakelaar ook bij vloerverwarming op stadsverwarming?
Ja, en bij stadsverwarming is het vaak de handigste oplossing, omdat de afleverset zelden een vrij contact heeft om een externe pomp mee te schakelen en je aan die set niets mag veranderen. Let er wel op waar je meet. Staat de secundaire aanvoer al warm zodra er ergens in huis vraag is, dan draait de pomp alsnog vrijwel continu. Klem de voeler daarom achter de zoneklep die specifiek voor de vloerverwarming opengaat.
Wat kost het als de pomp van de vloerverwarming het hele jaar doordraait?
Dat hangt volledig af van de pomp. Een oudere driestandenpomp van rond de zestig watt komt over 8760 uur op ongeveer 525 kilowattuur per jaar, wat bij de huidige tarieven meer dan honderd euro is. Een moderne energiezuinige pomp van een watt of twintig blijft rond de 175 kilowattuur. Kijk op het typeplaatje wat jouw pomp per stand opneemt en vermenigvuldig dat met de draaiuren.
Mijn pomp slaat niet aan sinds ik de pompschakelaar heb gemonteerd, wat controleer ik?
Loop drie dingen na. Zit de voeler op de leiding die van de ketel komt en niet op de gemengde aanvoer achter de menkraan? Staat de ingestelde temperatuur lager dan wat er werkelijk aankomt, gemeten met een thermometer terwijl de ketel stookt? En is het schakelcontact op de juiste klemmen aangesloten, dus op de klem die sluit bij oplopende temperatuur en niet op de klem die dan juist opent? Geeft de ketel intussen een foutmelding, zoek die dan op in onze storingzoeker voor foutcodes.
Kan ik de pompschakelaar in de zomer helemaal uitschakelen?
Dat gebeurt vanzelf: zonder warm water in de leiding schakelt hij niet in. Precies daarom is het goed om de pomp zelf maandelijks een paar minuten te laten draaien, zodat de as niet vastkoekt. Draai daarvoor de instelknop even helemaal laag of overbrug de stekkerschakelaar kort. Regelmodules met een pompkickfunctie doen dat wekelijks vanzelf.
Kan ik de pomp beter door de kamerthermostaat laten schakelen dan door een aanlegthermostaat?
Als je thermostaat of zoneklep een vrij schakelcontact heeft, is dat inderdaad de nettere oplossing. De pomp start dan op het moment dat er vraag is, in plaats van pas als het warme water de verdeler bereikt heeft, en bij een trage vloer scheelt dat merkbaar tijd. Kijk wel wat dat contact mag schakelen en gebruik anders een installatierelais. Voor het opstarten van een nieuwe vloer geldt daarnaast het opstookprotocol voor vloerverwarming, waarbij de pomp juist continu moet draaien.
Wanneer je beter een vakman belt
Het monteren van een aanlegthermostaat op een leiding en het onderbreken van een pompsnoer in een spanningsloze groep is werk dat je zelf kunt doen. Er zijn wel situaties waarin je beter iemand belt.
De eerste is alles wat in de meterkast achter de hoofdzekering gebeurt. Een nieuwe groep voor de verdeler, een extra aardlekschakelaar of het aanpassen van de bedrading vóór de groepenschakelaar is werk voor een installateur, ook als de handeling zelf klein lijkt.
De tweede is de afleverset bij stadsverwarming. Die is eigendom van de warmteleverancier en vaak verzegeld. Wil je de pomp op een contact daarvan aansluiten, dan vraag je dat bij de leverancier aan in plaats van zelf het kastje te openen.
De derde is een systeem waarbij de pomp deel uitmaakt van de regeling van een warmtepomp of van een fabrieksmatige pompgroep. Daar zit vaak al een sturing in met een eigen naloop en vorstbeveiliging, en een aanlegthermostaat die daar tussen komt kan die beveiliging buiten werking zetten. Twijfel je of jouw installatie zo in elkaar zit, leg de vraag dan voor aan de installateur die de verwarmingsinstallatie heeft aangelegd.