Gietvloer op vloerverwarming zonder scheuren en koude plekken
Een gietvloer op vloerverwarming werkt goed, want de laag is maar twee tot drie millimeter dik en houdt bijna geen warmte tegen. Het gaat vrijwel nooit mis in de gietvloer zelf, maar in wat eronder ligt: een dekvloer die nog te nat is, een isolatieplaat die hol ligt of een opstookprotocol dat is overgeslagen. Draai het protocol dus voordat de gietvloer erop komt, meet het restvocht in plaats van het te schatten, en houd de aanvoertemperatuur daarna op maximaal veertig graden.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rei van twee meter en een set stelwiggen om de vlakheid te controleren
- Kruislijnlaser of slangwaterpas voor de opbouwhoogte
- Tackerpistool met nieten voor de vloerverwarmingsbuis
- Cirkelzaag of schuimsnijder om isolatieplaten passend te maken
- Voegenfrees of doorslijper met stofafzuiging voor scheurherstel
- Haakse slijper met diamantschijf voor dilatatievoegen in de dekvloer
- Vochtmeter met carbidmethode, meestal te huur bij de verhuurder
- Bouwstofzuiger met filterklasse M
- Handschoenen, knielappen en een stofmasker
Materiaal
- Dampremmende folie van 0,2 mm voor boven een kruipruimte
- Pir-tackerplaten van 30 of 50 mm, of eps-isolatie met noppenplaat
- Randisolatiestrook van 8 tot 10 mm met folieflap
- Vloerverwarmingsbuis 16 bij 2 mm met zuurstofdiffusiedichte laag
- Zandcement of anhydriet voor de dekvloer
- Vezelversterkte egaline die geschikt is voor vloerverwarming
- Giethars en gietvloerankers voor scheurherstel
- Primer die op de gekozen dekvloer hecht
- Dilatatieprofielen voor deuropeningen en grote velden
Welke gietvloer past op vloerverwarming
Een gietvloer is een van de beste afwerkingen boven vloerverwarming. De laag is twee tot drie millimeter dun en er zit geen lucht in, dus de warmte komt er vrijwel ongehinderd doorheen. Hoe de verdeling en de regeling eronder horen te werken staat in ons overzicht over vloerverwarming van legplan tot inregelen.
Het verschil tussen de soorten zit in de hardheid van de hars. Een pu-gietvloer blijft licht elastisch en vangt de kleine beweging op die een verwarmde dekvloer maakt bij het opwarmen en afkoelen. Epoxy is veel harder en brosser: die volgt een scheur in de ondergrond meestal binnen een seizoen. Voor woonruimte met vloerverwarming kiezen wij daarom vrijwel altijd polyurethaan.
Cementgebonden gietvloeren in betonlook zijn een aparte categorie. Ze zijn drie tot vijf millimeter dik, geleiden warmte prima, maar krimpen tijdens het uitharden. Op een verwarmde dekvloer horen daar een hechtprimer en een wapeningsvlies onder, anders lopen er haarscheuren in.
De vuistregel voor elke vloerafwerking boven vloerverwarming is dat de warmteweerstand onder de 0,15 m²K/W blijft. Een gietvloer zit daar met ruime marge onder, en juist daardoor houd je een lage aanvoertemperatuur en een snelle reactie.
| Vloerafwerking | Dikte | Warmteweerstand ongeveer | Op vloerverwarming | Waar je op let |
|---|---|---|---|---|
| Pu-gietvloer | 2 tot 3 mm | 0,01 m²K/W | Goed | Blijft elastisch, maar neemt een scheur uit de dekvloer alsnog over |
| Epoxy gietvloer | 2 tot 3 mm | 0,01 m²K/W | Beperkt | Hard en bros, scheurt mee bij thermische beweging |
| Cementgebonden betonlook | 3 tot 5 mm | Onder 0,01 m²K/W | Goed met vlies | Krimpt bij uitharden, vraagt wapeningsvlies en primer |
| Pvc, verlijmd | 2 tot 2,5 mm | 0,015 m²K/W | Goed | Lijm moet geschikt zijn voor verwarmde vloeren |
| Pvc met click en ondervloer | 4 tot 6 mm | 0,04 tot 0,08 m²K/W | Matig | De ondervloer isoleert en de vloer werkt bij temperatuurwissels |
| Laminaat met ondervloer | 8 mm plus 2 mm | 0,10 tot 0,15 m²K/W | Grensgeval | Zit tegen de vuistregel aan, kost merkbaar opwarmtijd |
| Tapijt | 6 tot 10 mm | 0,10 tot 0,17 m²K/W | Ongeschikt | Houdt zoveel warmte tegen dat je de aanvoer moet opschroeven |
Vraag de gietvloerlegger vooraf om zijn ondergrondeisen op papier: maximale vlakheidsafwijking, maximaal restvocht en minimale hechtsterkte. Wie die drie waarden kent voordat de dekvloer wordt gestort, weet ook meteen wie waarvoor aan de lat staat als het toch scheurt.
De opbouw van beton tot toplaag, laag voor laag
Bij een gietvloer op vloerverwarming bepaalt de opbouwhoogte bijna alles. In een woning uit de jaren vijftig heb je vaak niet meer dan tien tot twaalf centimeter tussen de ruwe betonvloer en de onderkant van de deur. Binnen die hoogte moeten isolatie, buis, dekvloer en toplaag passen.
De dekvloerdikte is daarin niet onderhandelbaar. Boven de bovenkant van de buis wil je bij een zandcement dekvloer minimaal vijfenveertig millimeter, bij anhydriet mag dat naar dertig tot vijfendertig millimeter. Onder die dekking gaat de vloer werken en tekent het buispatroon zich af in de gietvloer als een reeks lichte strepen.
Reken het daarom eerst uit voordat je isolatie koopt. Vijftig millimeter pir, een buis van zestien millimeter en vijfenveertig millimeter zandcement komt op eenennegentig millimeter, plus drie millimeter gietvloer. In een hoogte van honderdtwintig millimeter houd je dan zesentwintig millimeter over voor het uitvlakken van de betonvloer. Kies je anhydriet, dan wordt dat vijfendertig millimeter speling.
Boven een kruipruimte hoort er een dampremmende folie onder de isolatie, met de naden overlapt en opgezet tegen de wand. Vocht dat vanuit de kruipruimte omhoog trekt komt anders in de isolatie en later in je dekvloer terecht.
| Laag | Dikte | Waarom die laag er zit |
|---|---|---|
| Dampremmende folie | 0,2 mm | Houdt vocht uit de kruipruimte tegen, naden 20 cm overlappen |
| Uitvullaag of egalisatie | 0 tot 20 mm | Geeft de isolatieplaten een vlak bed zodat ze niet hol liggen |
| Pir-tackerplaat | 30 of 50 mm | Voorkomt dat je de kruipruimte of de begane grond eronder verwarmt |
| Randisolatiestrook | 8 tot 10 mm | Laat de dekvloer bij opwarmen uitzetten zonder tegen de muur te duwen |
| Vloerverwarmingsbuis | 16 x 2 mm | Hart-op-hart 10 tot 15 cm, dichter bij het raam en in de badkamer |
| Zandcement dekvloer | 45 mm boven de buis | Verdeelt de warmte en draagt de belasting, sterk maar traag droog |
| Anhydriet dekvloer | 30 tot 35 mm boven de buis | Vloeit vanzelf vlak uit en geleidt beter, maar is vochtgevoelig |
| Gietvloer | 2 tot 3 mm | De afwerking, die alleen zo vlak is als de laag eronder |
Meet de deurhoogte voordat je isolatie bestelt. Een binnendeur inkorten kan meestal wel, maar bij een voordeur met een dorpel en bij een trap die op de eerste tree uitkomt heb je die ruimte niet. Een vloeropbouw die er tien millimeter naast zit, betekent zagen aan alles wat op die vloer aansluit.
Een oneffen betonvloer eerst vlak maken
Oude betonvloeren zijn zelden vlak. Wij komen in woningen uit de jaren veertig en vijftig regelmatig verschillen tegen van een paar millimeter tot anderhalve centimeter, met stortnaden, uitgelopen cementbulten en verzakte hoeken. De verleiding is groot om de isolatieplaten daar gewoon op te leggen, want egaliseren kost geld.
Dat gaat mis, en op een voorspelbare manier. Een pir-plaat die over een bult ligt, ligt aan weerszijden hol. Zodra er tachtig kilo dekvloer per vierkante meter op komt, plus iemand die erop staat te reien, buigt de plaat door en knapt hij bij de bult. De dekvloer zakt daar mee en krijgt een barst, en die barst tekent zich binnen een jaar af in de gietvloer.
Uitvlakken hoeft niet met dure egaline. Voor een dikte van vijf millimeter tot twee centimeter is een schrale zandcement raaplaag goedkoper per vierkante meter, en gebonden isolatiekorrels of parelbeton werken ook: die stort je iets dikker en rei je met een rei op hoogte af. Egaline houd je voor de laatste millimeters of voor kleine oppervlakken.
Is de kruipruimte bereikbaar, dan is isoleren van onderaf bijna altijd verstandiger, want dan kost het je geen opbouwhoogte. Zit er een funderingsbalk dwars doorheen of past er geen mens door het luik, dan valt die optie af en isoleer je van bovenaf. Houd de buisafstanden bij het tackeren in de gaten met een legplan waarin de slanglengtes per groep kloppen, want op een vloer die net vlak gemaakt is verlies je snel het overzicht.
Leg de eerste rij isolatieplaten droog neer en loop erover voordat je verder gaat. Elke plaat die krakt of veert ligt hol. Dat is het moment om te vullen, niet als de buizen er al op zitten.
De dekvloer moet droog, schoon en scheurvrij zijn
Vrijwel elke klacht over een gietvloer op vloerverwarming is terug te voeren op de dekvloer eronder. Een gietvloerlegger stelt daarom drie eisen: het restvocht, de vlakheid en de hechtsterkte. Klopt een daarvan niet, dan is een blaasje, een witte waas of een scheur een kwestie van tijd.
Restvocht schat je niet, dat meet je. De carbidmethode is de meting waar leveranciers mee werken: je boort wat materiaal uit de vloer, weegt het af en meet in een drukvat hoeveel gas er vrijkomt. Een folietest waarbij je een stuk plastic op de vloer plakt is hooguit een indicatie vooraf. Met vloerverwarming liggen de grenswaarden lager dan zonder, omdat het vocht in de warme vloer later alsnog omhoog komt.
Anhydriet vraagt daarnaast om schuren. Bij het uitvloeien komt er een dunne sinterlaag bovenop drijven die niet hecht. Die moet er met een schuurmachine af, waarna de vloer stofvrij wordt gezogen en geprimerd. Slaat de gietvloerlegger dat over, dan laat de gietvloer op termijn met sinterlaag en al los.
Voor de vlakheid vragen de meeste leggers maximaal twee tot drie millimeter afwijking onder een rei van twee meter. Een gietvloer vloeit uit maar vult geen kuilen op: een golf in de dekvloer zie je er na het gieten nog steeds in, alleen dan in glans in plaats van in hoogte.
| Dekvloer | Maximaal restvocht met vloerverwarming | Droogtijd bij benadering | Voorbewerking |
|---|---|---|---|
| Zandcement dekvloer | 1,8 procent CM | Ongeveer 1 cm per week, daarna trager | Stofvrij zuigen, primeren, losse delen wegfrezen |
| Anhydriet of calciumsulfaat | 0,3 procent CM | Sneller dan zandcement, maar afhankelijk van ventilatie | Sinterlaag afschuren, stofzuigen, primeren |
| Snelcement dekvloer | Volgens opgave van de leverancier | Enkele dagen tot twee weken | Zoals de leverancier voorschrijft, meestal primeren |
| Bestaande betonvloer | Gemeten waarde, meestal onder 2,5 procent CM | Niet te sturen, hangt af van de ondergrond | Kogelstralen of schuren, scheuren eerst herstellen |
Deze grenswaarden zijn de gangbare praktijk, geen natuurwet. Fabrikanten van gietvloeren geven per product hun eigen maximum en soms een strengere eis. Houd de waarde aan die op het technisch blad van de gietvloer staat en laat de meting vastleggen, met datum en meetplek.
Het opstookprotocol hoort vóór de gietvloer
Een dekvloer met vloerverwarming erin krimpt en zet uit zodra er warm water door de buizen loopt. Doe je dat de eerste keer geleidelijk, dan verdeelt de spanning zich en blijft de vloer heel. Zet je hem in één keer aan, dan trekt de vloer scheef en scheurt hij precies daar waar de spanning het hoogst is.
Het protocol gaat over de watertemperatuur van de installatie, niet over de temperatuur op de kamerthermostaat. Zet de ketel of warmtepomp dus handmatig op een vaste aanvoertemperatuur en laat de thermostaat erbuiten. Wij houden veertig graden aan als bovengrens. Installateurs noemen soms vijfenvijftig graden, maar dat geeft een duidelijk hoger risico op scheuren en op onthechting van de dekvloer.
De afkoelfase is voor scheurvorming zelfs belangrijker dan het opwarmen. De meeste scheuren ontstaan bij het te snel terugzakken van de temperatuur, dus bouw ook op de terugweg af in stappen van vijf tot tien graden per dag in plaats van de ketel gewoon uit te zetten.
Draai het protocol altijd vóór de eindafwerking, dus voordat de gietvloer, pvc of houten vloer erop komt. Gaat er in die fase iets stuk aan een verdeler of een koppeling, dan kun je er nog bij zonder je nieuwe vloer te slopen. De volledige gang van zaken per dag staat bij het opstookprotocol met het dagschema en het logboek.
| Fase | Wat je doet | Duur |
|---|---|---|
| Uitharden zandcement | Verwarming volledig uit laten, vloer met rust laten | Minimaal 28 dagen |
| Uitharden anhydriet | Verwarming uit, ruimte ventileren zonder tocht | Minimaal 7 dagen |
| Startdag | Aanvoerwater op 20 tot 25 graden zetten | 1 dag |
| Opstoken | Elke dag 5 graden erbij tot maximaal 40 graden | 3 tot 4 dagen |
| Doorstoken | Op de hoogste temperatuur houden, dag en nacht door | 3 tot 4 dagen |
| Afkoelen | Elke dag 5 tot 10 graden eraf tot 20 graden | 2 tot 4 dagen |
| Rust voor het gieten | Verwarming uit, vloer op 15 tot 20 graden laten komen | Minimaal 48 uur |
In de zomer gaat dit het vaakst mis. Met een warm huis lijkt de vloer snel op temperatuur en wordt het protocol vroegtijdig afgebroken, terwijl het water nooit de veertig graden heeft gehaald. De vloer heeft de spanning dan niet gehad. In de eerste koude week van december komt die spanning er alsnog, en dan zit de gietvloer er al op.
Dilatatievoegen en scheuren in de ondergrond
Een verwarmde dekvloer moet ergens heen kunnen als hij uitzet. Daarvoor liggen er een randstrook langs alle wanden en dilatatievoegen door het veld. De vuistregel die wij aanhouden is maximaal veertig vierkante meter per veld, met een zijde van hoogstens acht meter en een lengte-breedteverhouding tot ongeveer twee op één. Bij elke deuropening komt sowieso een voeg.
Zo'n voeg moet je in de gietvloer doorzetten. Smeer je hem dicht, dan gaat de dekvloer alsnog bewegen en scheurt de gietvloer op precies dezelfde lijn, alleen dan gerafeld in plaats van recht. Een voegprofiel of een elastisch gevulde naad blijft zichtbaar, en dat is de prijs die je betaalt voor een vloer die heel blijft.
Scheuren die er al zitten worden hersteld voordat er gegoten wordt. Dat gaat met dwarssleuven van een centimeter of tien haaks op de scheur, waarin gietvloerankers of golfankers komen. Daarna vul je de sleuf en de scheur met een tweecomponenten giethars, strooi je in met zand en schuur je de boel vlak.
Frezen boven vloerverwarming vraagt om beleid. Een doorslijpschijf gaat zo door een leiding heen, en dan sta je met een lekkende vloer en een dekvloer die eruit moet. Zoek eerst de leidingen op met het legplan of de foto's van vóór het storten, en stel de freesdiepte in op een paar millimeter minder dan de dekking boven de buis.
Maak vlak voor het storten van de dekvloer foto's van elke ruimte met de buizen in beeld, met een rolmaat langs de wand op de foto. Dat kost tien minuten en het is jarenlang de enige betrouwbare manier om te weten waar je wel en niet mag boren of frezen.
De verwarming rond het gieten en daarna
Op de dag dat de gietvloer wordt aangebracht staat de vloerverwarming uit, en dat is al achtenveertig uur zo. Een warme ondergrond laat de hars te snel uitreageren en jaagt lucht uit de dekvloer omhoog, wat blaasjes en pinholes in de toplaag geeft.
Tegelijk mag het ook niet koud zijn. De meeste pu-systemen willen een ondergrond en een ruimte tussen de vijftien en vijfentwintig graden, en een ondergrondtemperatuur die minstens drie graden boven het dauwpunt ligt. Op een koude vloer in een vochtige ruimte slaat er condens op het oppervlak neer en dan hecht de hars niet.
Na het gieten laat je de verwarming vijf tot zeven dagen uit. Daarna stook je opnieuw op in stappen van vijf graden per dag tot je gebruikstemperatuur. Dat tweede opstoken is korter dan het protocol, maar het is niet optioneel: de hars is dan wel hard, maar hij moet nog aan zijn definitieve sterkte komen.
In gebruik houd je de aanvoertemperatuur bij voorkeur onder de veertig graden, met een vloeroppervlak tot ongeveer zevenentwintig graden in de woonkamer. Blijft de vloer daarmee koud aanvoelen, dan is dat vrijwel altijd een kwestie van verdeling in plaats van vermogen. Wat er dan aan de hand kan zijn staat bij een vloer die maar niet op temperatuur komt, en de doorstroming per groep stel je af met de flowmeters op de verdeler.
| Moment | Vloerverwarming | Waarom |
|---|---|---|
| 48 uur voor het gieten | Uit, vloer laten uitkomen op 15 tot 20 graden | Warme ondergrond geeft blaasjes en te snelle uitharding |
| Tijdens het gieten | Uit, ruimte 15 tot 25 graden en niet tochten | Tocht geeft striemen en aanzetten in de nog natte hars |
| Eerste 24 uur | Uit, deuren dicht, niet betreden | De hars vloeit nog en is gevoelig voor stof en luchtstroom |
| Dag 2 tot dag 7 | Uit, wel normaal ventileren | De vloer bereikt zijn eindsterkte, warmte verstoort dat |
| Vanaf dag 7 | Per dag 5 graden opbouwen tot gebruikstemperatuur | Voorkomt spanning tussen de nieuwe toplaag en de dekvloer |
| In gebruik | Aanvoer tot 40 graden, vloeroppervlak tot circa 27 graden | Hoger geeft onnodige spanning en een onaangenaam warme vloer |
Pvc over een gietvloer met vloerverwarming leggen
Pvc over gietvloer met vloerverwarming kan prima, en de gietvloer is dan zelfs een gunstige ondergrond: hij is vlak, gesloten en vochtongevoelig. De twee dingen die je moet regelen zijn de hechting en de warmteweerstand.
Een uitgeharde pu-gietvloer is glad en niet poreus, dus lijm hecht er slecht op. Schuren met korrel zestig tot tachtig, stofzuigen met een bouwstofzuiger, en daarna een primer die op kunsthars hecht. Wij leggen daar het liefst nog een dunne laag vezelversterkte egaline overheen, één tot twee millimeter, zodat de lijm een zuigende ondergrond heeft. Test de hechting met een ruitjessnede voordat je begint: laten de vierkantjes los, dan moet de gietvloer eerst helemaal geschuurd worden.
Verlijmen heeft boven vloerverwarming duidelijk de voorkeur boven losliggend of click-pvc. Verlijmd pvc kan niet werken bij temperatuurwisselingen en geleidt beter, omdat er geen luchtlaag en geen isolerende ondervloer tussen zit. Gebruik een dispersielijm die de fabrikant vrijgeeft voor verwarmde vloeren.
De warmteweerstand blijft ruim binnen de vuistregel: de gietvloer voegt ongeveer 0,01 m²K/W toe, de egaline nog eens 0,01 en verlijmd pvc rond de 0,015. Bij elkaar zit je op minder dan een kwart van de 0,15 die je maximaal wilt. Draai het opstookprotocol opnieuw voor je gaat leggen, zet de verwarming achtenveertig uur van tevoren uit en laat hem na het lijmen nog tweeënzeventig uur uit staan.
Wanneer je beter niet over de gietvloer heen gaat
Klinkt de gietvloer hol als je er met een muntje overheen tikt, of zitten er blaasjes en losse randen in, dan is de hechting met de dekvloer al weg. Pvc daar overheen lijmen betekent dat je later twee lagen tegelijk moet slopen. Haal de gietvloer er in dat geval af of schuur hem tot op de dekvloer terug.
Ook bij een gietvloer die scheuren vertoont die meelopen met de dekvloer heeft afdekken weinig zin. Die beweging gaat door en trekt op termijn een naad in het pvc. Herstel dan eerst de scheur in de dekvloer met sleuven en giethars.
Laat het pvc een dag in de ruimte acclimatiseren waar het gelegd wordt, liggend en uit de verpakking, bij vijftien tot twintig graden. Materiaal dat koud uit de bus komt en meteen op een vloer met verwarming gaat, krimpt na het lijmen en trekt de naden open.
Zelf afwerken als een gietvloer buiten je budget valt
Een gegoten pu-vloer kost inclusief voorbewerking al gauw tachtig tot honderdtwintig euro per vierkante meter. Op tachtig vierkante meter is dat zesduizend vierhonderd tot negenduizend zeshonderd euro, en dat is voor veel verbouwingen simpelweg te veel. Er zijn twee alternatieven die op vloerverwarming ook werken.
De eerste is egaliseren en daarna aflakken met een tweecomponenten pu-lak. De materiaalkosten liggen dan ruwweg op vijftien tot dertig euro per vierkante meter. Reken wel op wat het is: egaline is niet gemaakt om zichtbaar te blijven. Je krijgt luchtbelletjes, aanzetten waar de ene emmer op de volgende aansluit, en soms een kleurverschil per charge. Twee kleuren egaline door elkaar gieten voor een betonlook levert in de praktijk zelden een resultaat op waar je jaren blij mee bent.
De tweede is microcement of betoncire in twee dunne lagen over een geprimerde egalisatielaag, afgesloten met een tweecomponenten lak. Dat komt veel dichter bij een echte betonlook. Op vloerverwarming hoort daar wel een wapeningsvlies in de eerste laag, omdat het materiaal cementgebonden is en krimpt.
Werk per ruimte in één keer, met twee personen en een dwangmenger in plaats van een boormachine met kwast. Eén emmer die te laat aansluit geeft een zichtbare naad die je er niet meer uit schuurt. Ligt er nog een tegelvloer, dan is de aanpak weer anders: die staat bij een gietvloer aanbrengen over bestaande tegels.
Afpappen of egaliseren bij een golvende zandcementvloer
Afpappen, het aansmeren van een dunne cementpap om een dekvloer glad te krijgen, werkt alleen zolang de vloer nog vers is. Dat is een kwestie van uren tot hooguit de volgende ochtend. Is de vloer een paar dagen oud, dan hecht die pap nergens meer op en bladdert hij er in schilfers af.
Bij een uitgeharde golvende dekvloer is egaliseren de weg. Wacht tot de vloer volledig uitgehard en op restvocht gemeten is, zuig hem stofvrij, breng de voorgeschreven primer aan en giet daarna een vezelversterkte egaline die door de leverancier is vrijgegeven voor vloerverwarming. Bij golven van meer dan een centimeter giet je in twee gangen, want in één keer dik gieten geeft krimpscheuren.
Nog iets over het woord aanbranden, dat bij dekvloeren regelmatig valt. Dat slaat op het inborstelen van een cementpap als hechtlaag onder een hechtende dekvloer. Bij vloerverwarming ligt de dekvloer juist zwevend op isolatie, en dan hoort er helemaal geen hechtlaag onder. Een ontbrekende hechtlaag is daar dus geen fout.
Van ruwe betonvloer naar afgewerkte gietvloer
Deze volgorde geldt voor een nieuwe vloeropbouw met isolatie, vloerverwarming en een gegoten toplaag.
-
Meet de beschikbare opbouwhoogte en reken de lagen na
Meet vanaf de ruwe betonvloer tot de onderkant van de deuren, de dorpel en de onderste traptree. Tel daarna je lagen op: isolatie, buisdiameter, dekvloerdekking en drie millimeter gietvloer. Past het niet, dan lever je isolatiedikte in of kies je anhydriet, dat vijftien millimeter dunner kan dan zandcement.
-
Maak de betonvloer vlak en leg de dampremmende folie
Vul kuilen en verschillen tot ongeveer twee centimeter met een schrale zandcement raaplaag of met gebonden isolatiekorrels. Ligt er een kruipruimte onder, leg dan eerst folie van 0,2 millimeter met twintig centimeter overlap en zet die tegen de wand op. Zonder vlak bed liggen je isolatieplaten hol en breken ze onder de dekvloer.
-
Leg isolatie, randstrook en de vloerverwarmingsbuis
Plaats eerst de randisolatiestrook langs alle wanden, kolommen en deurposten. Leg daarna de platen strak tegen elkaar en tacker de buis volgens je legplan, met de kleinste buisafstand langs de gevel en onder grote ramen. Neem in de badkamer een dichter patroon aan, zoals beschreven bij vloerverwarming in een badkamer.
-
Zet de leidingen op druk en houd die druk erop
Vul de groepen, ontlucht ze en zet er een beproevingsdruk op voordat de dekvloer erover gaat. Laat die druk staan tijdens het storten, dan zie je meteen als een niet in een buis is geschoten. Wat de normale werkdruk daarna moet zijn, reken je na met onze rekenhulp voor de waterdruk bij jouw installatie en bouwhoogte.
-
Laat de dekvloer aanbrengen en geef hem rust
Houd bij zandcement minimaal vijfenveertig millimeter boven de buis aan, bij anhydriet dertig tot vijfendertig. Zaag of stort de dilatatievoegen in bij deuropeningen en bij velden groter dan ongeveer veertig vierkante meter. Laat de vloer daarna met rust: zandcement achtentwintig dagen, anhydriet zeven dagen, en de verwarming blijft die hele periode uit.
-
Draai het opstookprotocol en leg het vast
Zet de ketel of warmtepomp op een vaste aanvoertemperatuur, begin op twintig tot vijfentwintig graden en ga elke dag vijf graden omhoog tot maximaal veertig. Houd die temperatuur drie tot vier dagen vast en koel daarna in stappen van vijf tot tien graden per dag af. Noteer per dag de datum, de aanvoertemperatuur en de buitentemperatuur, want die lijst wil de gietvloerlegger zien voordat hij begint. Loopt de ketel er tijdens het protocol uit, zoek de melding dan op in onze storingzoeker per merk en foutcode voordat je het protocol opnieuw start.
-
Meet restvocht, vlakheid en hechting voor het gieten
Laat het restvocht met de carbidmethode meten en leg de uitslag vast met datum en meetplek. Controleer met een rei van twee meter of je binnen twee tot drie millimeter afwijking blijft. Herstel scheuren met dwarssleuven, gietvloerankers en giethars, en schuur bij anhydriet de sinterlaag eraf.
-
Laat gieten met de verwarming uit en stook daarna langzaam op
Zet de vloerverwarming achtenveertig uur van tevoren uit en houd de ruimte tussen de vijftien en vijfentwintig graden, zonder tocht. Blijf er de eerste vierentwintig uur af. Vanaf dag zeven bouw je met vijf graden per dag op naar je gebruikstemperatuur, en pas dan is de vloer echt in bedrijf. Merk je daarna dat een groep achterblijft, begin dan bij het ontluchten van de groepen op de verdeler.
Storingzoeker
Kies het merk, vul de code in en zie wat er aan de hand is, wat je zelf kunt doen en wanneer je moet bellen. Bekijk alle gegevens
| Merk | Code | Wat er aan de hand is | Wat je zelf kunt doen | Bellen of niet |
|---|---|---|---|---|
| Intergas | 1 | De ketel wordt te warm, de aanvoertemperatuur loopt te hoog op | Controleer de waterdruk en ontlucht de radiatoren. Te weinig water of lucht in de installatie is de gewone oorzaak. | Blijft hij terugkomen: monteur |
| Intergas | 2 | Storing in de aanvoer- of retoursensor | Reset de ketel een keer. Herhaalt de code zich, dan is de sensor of de bedrading het probleem. | Monteur |
| Intergas | 3 | De maximaalthermostaat heeft ingegrepen | Controleer druk en doorstroming, ontlucht de installatie. | Blijft het: monteur |
| Intergas | 4 | Geen vlamsignaal, de ketel krijgt het vuur niet aan | Kijk of de gaskraan open staat en of andere gastoestellen het doen. Reset daarna een keer. | Doet gas het wel: monteur |
| Intergas | 5 | Slecht of wegvallend vlamsignaal | Reset een keer. Vaak vervuilde ionisatiepen of ontsteking. | Monteur |
| Intergas | 6 | Fout in de vlamdetectie | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 7 | Probleem met de rookgasafvoer of de uitlaatgassensor | Kijk of de afvoer buiten vrij is en niet verstopt zit door een vogelnest of blad. | Monteur, dit raakt de veiligheid |
| Intergas | 8 | Het ventilatortoerental klopt niet | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 10 tot en met 14 | Sensorfout of storing in de installatie, bijvoorbeeld een defecte stromingsschakelaar, draadbreuk of lucht in de installatie | Controleer de waterdruk en ontlucht grondig, van laag naar hoog. | Blijft het: monteur |
| Nefit | A01 | Geen vlam of vlam valt weg | Controleer of de gaskraan open staat en of de druk goed is, reset daarna een keer. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | C6 | De ventilator draait niet op het juiste toerental | Reset een keer. | Monteur |
| Nefit | D1 | Te weinig waterdruk in de installatie | Bijvullen tot de juiste druk voor jouw bouwhoogte, daarna ontluchten. | Zelf te doen |
| Nefit | EA | Vlam wordt niet waargenomen | Reset een keer. Kijk of andere gastoestellen werken. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | F0 of F7 | Interne storing in de besturing | Reset een keer, haal eventueel kort de stroom eraf. | Monteur |
| Remeha | Reset knop | Vergrendelde storing | Houd de resetknop ingedrukt tot het display reageert. Noteer eerst de code voordat je reset. | Afhankelijk van de code |
| Remeha | E00 | Aanvoersensor defect of niet aangesloten | Reset een keer. | Monteur |
| Remeha | E01 | Te weinig waterdruk of geen doorstroming | Bijvullen en ontluchten. | Zelf te doen |
| Remeha | E04 | Geen vlam bij het opstarten | Gaskraan controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.22 | Te weinig water in de ketel, droogkookbeveiliging | Bijvullen tot de juiste druk en ontluchten. | Zelf te doen |
| Vaillant | F.28 | Ontsteking mislukt bij het opstarten | Gastoevoer controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.75 | Drukverschil niet herkend, vaak de pomp of het expansievat | Controleer of de druk sterk schommelt bij het opstarten. | Monteur, meestal het expansievat |
| AWB | Vlamstoring | Geen ontsteking | Gaskraan open, druk controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Bosch vaatwasser | E15 | Water in de lekbak onderin, de vlotterbeveiliging staat aan | Kantel het apparaat voorzichtig naar achteren zodat het water uit de bak loopt, zet hem terug en start opnieuw. Zoek daarna waar het water vandaan kwam. | Blijft het terugkomen: monteur |
| Bosch vaatwasser | E24 of E25 | Water loopt niet weg, afvoer verstopt | Maak het zeef en de pompfilter schoon, controleer de afvoerslang op een knik en de sifonaansluiting op een dop die er nog in zit. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E22 | Filters verstopt | Zeven eruit en schoonmaken. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E09 | Verwarmingselement defect, water wordt niet warm | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Siemens vaatwasser | E15 | Water in de lekbak, vlotterbeveiliging actief | Zelfde aanpak als bij Bosch: voorzichtig kantelen, water eruit, terugzetten en opnieuw starten. | Blijft het: monteur |
| Siemens vaatwasser | E24 | Afvoer geblokkeerd | Zeven en pompfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| Siemens vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de startknop ongeveer drie tot vijf seconden ingedrukt tot het programma terugspringt, of haal de stekker er een minuut uit. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i20 of 20 | Afvoerprobleem, water loopt niet weg | Filters en pomp schoonmaken, afvoer controleren. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i30 of 30 | Water in de bodembak, lekkage gedetecteerd | Kantelen om het water eruit te laten en de oorzaak zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de programmaknop en de startknop samen enkele seconden ingedrukt. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F11 | Water loopt niet weg | Filters en afvoerpomp schoonmaken. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F70 | Vlotter of niveaubeveiliging | Controleer op lekkage onderin. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E18 of F18 | Water loopt niet weg | Pluizenzeef vooronder schoonmaken en de afvoerslang controleren. | Zelf te doen |
| Bosch wasmachine | F21 | Motorstoring, trommel draait niet | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E23 | Water in de lekbak | Machine kantelen om het water eruit te laten, daarna de lekkage zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG wasmachine | E20 | Afvoerprobleem | Pluizenfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| AEG wasmachine | E40 | Deur niet goed dicht | Deur opnieuw sluiten, controleer of er was tussen zit. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 1 keer | Reservoir warmt op of komt uit een stroomonderbreking | Wacht ongeveer tien minuten tot hij op temperatuur is. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 2 keer | Reservoir bereikt de temperatuur niet | Haal de stekker er een minuut uit en zet hem terug. Blijft het knipperen, dan is er meestal een onderdeel defect. | Blijft het: monteur |
| Quooker | Knippert 3 keer | Storing in de temperatuursensor | Een keer stroomloos maken. | Monteur |
| Quooker | Geen kokend water, wel gewoon water | Reservoir uit of niet op temperatuur | Controleer of de stekker in het stopcontact zit en of de groep niet is uitgevallen. | Zelf te doen |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat de gietvloer erop mag
Uit de praktijk
Pir-platen op een golvende betonvloer uit 1950
In een klushuis uit 1950 moest de begane grond opnieuw opgebouwd worden: isolatie, vloerverwarming, dekvloer en een gietvloer als afwerking. De maximale opbouwhoogte was twaalf centimeter. De betonvloer had oneffenheden van een paar millimeter tot anderhalve centimeter, met bulten langs de oude stortnaden. Egaliseren leek een dure omweg, dus lag de vraag voor of de pir-platen niet gewoon op die vloer konden.
Dat kon niet zonder problemen. Een plaat die over een bult van anderhalve centimeter ligt, ligt aan beide kanten hol over een halve meter. Onder het gewicht van de dekvloer en van iemand die staat te reien buigt de plaat door en breekt hij bij de bult, waarna de dekvloer op die plek zakt en scheurt.
Wat hier de oplossing werd: uitvullen met een schrale zandcement raaplaag van gemiddeld een centimeter, in plaats van met egaline. Dat was per vierkante meter aanzienlijk goedkoper en kostte precies de ruimte die er nog was. Daarna vijftig millimeter pir, buis van zestien millimeter en vijfenveertig millimeter dekking in zandcement, plus drie millimeter gietvloer. De kruipruimte van vijftig centimeter viel af voor isolatie van onderaf, omdat het luik te klein was voor een mens en er een funderingsbalk dwars doorheen liep.
Een opstookprotocol dat in juli te vroeg werd afgebroken
Een nieuwe dekvloer met vloerverwarming werd in juli opgestookt, kort voordat de gietvloer erop zou komen. Het huis was warm, de vloer voelde na twee dagen al lauw en de kamerthermostaat gaf braaf drieëntwintig graden aan. Het protocol werd daarom afgebroken en de ketel ging uit.
Wat er misging: het protocol gaat over de watertemperatuur van de installatie, niet over de kamertemperatuur. Het water was in die zomerse omstandigheden nooit boven de zesentwintig graden gekomen, dus had de dekvloer de thermische spanning simpelweg niet gehad. In november, toen de vloerverwarming echt aan het werk moest, kwam die spanning er alsnog, en toen lag de gietvloer er al op.
Bij de tweede vloer in hetzelfde huis werd het anders aangepakt. De ketel ging op vaste aanvoertemperatuur, handmatig, met de thermostaat erbuiten, en de temperatuur ging in stappen van vijf graden naar veertig. Daar bleef hij vier dagen staan, ook 's nachts en met de ramen open om het huis leefbaar te houden. Daarna volgde het afkoelen in stappen van vijf graden per dag, want juist in de afkoelfase ontstaan de meeste scheuren.
Een golvende zandcementvloer en een gietvloer die te duur was
Bij een woning van tachtig vierkante meter over twee ruimtes was net een zandcement dekvloer over de vloerverwarming gelegd door een bedrijf dat vooraf prima communiceerde. Het resultaat viel tegen: de vloer golfde duidelijk en was nergens strak afgereid. De wens was een gietvloer in betonlook, maar tachtig tot honderdtwintig euro per vierkante meter kwam neer op zes- tot negenduizend euro, en dat paste niet in het budget.
De eerste vraag was of afpappen nog kon. Dat kon niet meer: de vloer was al enkele dagen oud en een cementpap hecht daar niet meer op, die bladdert er in schilfers weer af. Afpappen is werk voor de uren direct na het smeren, niet voor een week later.
Wat er wel werkte: wachten tot de dekvloer volledig uitgehard was, het restvocht laten meten, de vloer stofvrij zuigen en primeren, en daarna in twee gangen egaliseren met een vezelversterkte egaline die was vrijgegeven voor vloerverwarming. Golven van meer dan een centimeter in één keer wegwerken geeft krimpscheuren, dus liever twee dunnere lagen. Als afwerking kwam er een tweecomponenten pu-lak overheen. Het idee om twee kleuren egaline naast elkaar te gieten voor een betonlook ging niet door: dat geeft aanzetten en kleurverschil per emmer, en dat blijft zichtbaar.
Veelgemaakte fouten
De gietvloer laten aanbrengen voordat het protocol gedraaid is
De dekvloer heeft de thermische beweging dan nog voor zich. Zodra de vloerverwarming de eerste winter echt aan het werk gaat, krimpt en zet die dekvloer alsnog, en de gietvloer scheurt mee. Het protocol hoort altijd vóór de eindafwerking, want dan kun je ook nog bij de verdeler en de koppelingen.
Opstoken op de kamerthermostaat in plaats van op watertemperatuur
Een thermostaat die drieëntwintig graden aangeeft zegt niets over de temperatuur van het water in de buizen. In de zomer haalt de installatie daarmee nooit de veertig graden waar het protocol om vraagt. Zet de ketel of warmtepomp handmatig op een vaste aanvoertemperatuur en laat de kamerthermostaat buiten beeld.
Isolatieplaten op een oneffen betonvloer leggen
Een pir-plaat over een bult ligt aan weerszijden hol en breekt onder het gewicht van de dekvloer. De dekvloer zakt op die plek en scheurt, en die scheur komt binnen een jaar in je gietvloer terug. Uitvullen met een schrale raaplaag of gebonden korrels kost een dag en is goedkoper dan het herstel.
Dilatatievoegen dichtsmeren met de gietvloer
De voeg zit er niet voor de sier: de vloer moet ergens heen als hij uitzet. Loopt de gietvloer eroverheen, dan beweegt de dekvloer alsnog en scheurt de toplaag op precies dezelfde lijn, alleen dan gerafeld. Zet de voeg door met een profiel of een elastische naad.
Restvocht schatten in plaats van meten
Een vloer die droog aanvoelt kan er vanbinnen nog vol mee zitten, en met vloerverwarming komt dat vocht later alsnog omhoog. Het resultaat is een gietvloer met blaasjes of een witte waas die er niet meer uit gaat. Laat de carbidmethode uitvoeren en leg de meting vast met datum en meetplek.
Na het gieten de verwarming in één keer vol aanzetten
De hars is na een paar dagen wel hard, maar nog niet op eindsterkte. Een vloer die dan in één klap naar veertig graden gaat, krijgt spanning tussen de toplaag en de dekvloer. Laat de verwarming vijf tot zeven dagen uit en bouw daarna op met vijf graden per dag.
Pvc op een gladde gietvloer lijmen zonder voorbewerking
Een uitgeharde pu-vloer is gesloten en glad, dus een dispersielijm vindt er geen houvast. Zonder schuren, primeren en meestal een dunne egalisatielaag laat het pvc bij de eerste warme periode los bij de naden. Test de hechting met een ruitjessnede voordat je begint.
Frezen of boren zonder te weten waar de buizen liggen
Bij scheurherstel gaat de frees haaks door de scheur heen, en dat is precies de richting waarin de vloerverwarmingsbuizen kunnen lopen. Eén doorgeslepen leiding betekent de dekvloer open. Werk met het legplan of met foto's van vóór het storten en stel de freesdiepte een paar millimeter ondieper in dan de dekking boven de buis.
Veelgestelde vragen
Kan een gietvloer op vloerverwarming?
Ja, en het is een van de betere combinaties. Een gietvloer van twee tot drie millimeter houdt bijna geen warmte tegen, zo'n 0,01 m²K/W, waar de vuistregel voor vloerafwerking op maximaal 0,15 m²K/W ligt. Daardoor kun je met een lage aanvoertemperatuur werken en reageert de vloer snel. Kies wel polyurethaan in plaats van epoxy, want epoxy is harder en volgt een scheur in de dekvloer sneller.
Hoe lang moet de dekvloer drogen voordat de gietvloer erop kan?
Bij zandcement reken je grofweg op een centimeter per week, en het laatste stuk gaat trager dan het eerste. Anhydriet droogt sneller, maar dat hangt sterk af van de ventilatie. De kalender is echter niet doorslaggevend: de meting is dat wel. Laat het restvocht met de carbidmethode bepalen en houd de grenswaarde aan die op het technisch blad van de gietvloer staat, meestal 1,8 procent CM voor zandcement en 0,3 procent voor anhydriet met vloerverwarming.
Moet het opstookprotocol ook als de gietvloer er nog niet op ligt?
Juist dan. Het protocol hoort vóór de eindafwerking, zodat de dekvloer zijn thermische beweging al gehad heeft voordat er een gietvloer, pvc of parket op komt. Bijkomend voordeel is dat je in die fase nog bij de verdeler, de koppelingen en de buizen kunt zonder je nieuwe vloer te beschadigen. Leg het protocol vast in een logboek met datum, aanvoertemperatuur en buitentemperatuur, want dat wordt bij schade als eerste opgevraagd.
Hoe warm mag de vloerverwarming worden onder een gietvloer?
Wij houden een aanvoertemperatuur van maximaal veertig graden aan, met een vloeroppervlak tot ongeveer zevenentwintig graden in woonruimte. Installateurs noemen soms vijfenvijftig graden als bovengrens, maar dat vergroot het risico op scheuren en op onthechting van de dekvloer merkbaar. Voelt de vloer bij veertig graden aanvoer nog steeds koud, dan is de verdeling of de inregeling het probleem en niet het vermogen.
Kan ik pvc over gietvloer met vloerverwarming leggen?
Dat kan, mits je de gietvloer eerst opruwt. Schuur met korrel zestig tot tachtig, zuig stofvrij en breng een primer aan die op kunsthars hecht, en giet daar bij voorkeur een dunne laag vezelversterkte egaline overheen. Kies verlijmd pvc in plaats van click-pvc met een ondervloer: verlijmd geleidt beter en kan niet werken bij temperatuurwisselingen. Zet de verwarming achtenveertig uur voor het lijmen uit en laat hem daarna tweeënzeventig uur uit.
Scheurt een gietvloer door vloerverwarming?
De gietvloer zelf scheurt zelden uit zichzelf. Wat je ziet is bijna altijd een scheur uit de dekvloer die door de dunne toplaag heen komt. De oorzaken zijn steeds dezelfde: een overgeslagen of half uitgevoerd opstookprotocol, een dilatatievoeg die is dichtgesmeerd, isolatie die hol ligt, of een dekvloer met te weinig dekking boven de buis. Repareer scheuren daarom vóór het gieten met dwarssleuven, gietvloerankers en giethars.
Welke dekvloer past het beste onder een gietvloer met vloerverwarming?
Anhydriet vloeit vanzelf vlak uit, geleidt warmte beter en mag dunner: dertig tot vijfendertig millimeter boven de buis, tegen vijfenveertig bij zandcement. Dat scheelt opbouwhoogte, wat in een oude woning vaak doorslaggevend is. Daar staat tegenover dat anhydriet vochtgevoelig is, een strengere restvochteis kent en dat de sinterlaag eraf geschuurd moet worden. Zandcement is robuuster en beter bestand tegen vocht, maar droogt langer en moet strak afgereid worden.
Wat kost een gietvloer met vloerverwarming per vierkante meter?
Voor een gegoten pu-vloer inclusief voorbewerking zit je doorgaans op tachtig tot honderdtwintig euro per vierkante meter. Op tachtig vierkante meter komt dat neer op zesduizend vierhonderd tot negenduizend zeshonderd euro, exclusief de dekvloer en de vloerverwarming zelf. Zelf egaliseren en aflakken met een tweecomponenten pu-lak kost ruwweg vijftien tot dertig euro per vierkante meter aan materiaal, met een duidelijk minder gelijkmatig resultaat.
Duurt het langer voordat de vloer warm wordt met een gietvloer erop?
Nee, een gietvloer is een van de snelste afwerkingen die er zijn. De vertraging zit in de dekvloer eronder: een dikke zandcement dekvloer heeft simpelweg meer massa op te warmen dan een dunne anhydrietvloer. Merk je dat de vloer traag of ongelijk warm wordt, kijk dan eerst naar de doorstroming per groep en naar de regeling. De pomp die de groepen voedt schakelt bijvoorbeeld via een pompschakelaar op de verdeler, en als die niet schakelt staat de hele vloer stil.
Mag ik een gietvloer over bestaande tegels met vloerverwarming leggen?
Dat kan, en het spaart opbouwhoogte, maar er zijn twee voorwaarden. Alle tegels moeten vastzitten, dus tik ze een voor een af en vervang wat hol klinkt. Daarnaast moet het glazuur opgeruwd of gestraald worden en heb je een hechtprimer nodig. Voegen kunnen zich na verloop van tijd licht aftekenen in de toplaag. De hele werkwijze staat bij een gietvloer over een bestaande tegelvloer.
Kan ik vloerverwarming aanleggen zonder dekvloer, met een droog systeem?
Dat kan met een droogbouwsysteem waarbij de buis in een noppen- of freesplaat ligt en er platen overheen komen. Dat scheelt opbouwhoogte en droogtijd, en de vloer reageert sneller omdat er weinig massa in zit. Een gietvloer daarop vraagt wel om een stijve, doorgevoegde ondergrond zonder werkende naden. De opbouw en de aandachtspunten staan bij vloerverwarming in een droogbouwvloer.
Hoe voorkom ik dat het buispatroon zich aftekent in de gietvloer?
Strepen in de vloer die precies de buisafstand volgen, komen door te weinig dekvloer boven de buis. Houd bij zandcement minimaal vijfenveertig millimeter aan en bij anhydriet dertig tot vijfendertig, gemeten vanaf de bovenkant van de buis en niet vanaf de isolatieplaat. Een iets kleinere hart-op-hartafstand van de buis helpt ook, omdat de warmte dan gelijkmatiger verdeeld de dekvloer in gaat. Bij een bestaande vloer waar dit speelt is de enige echte oplossing een uitvlaklaag over de dekvloer voordat er gegoten wordt.
Wanneer je beter een vakman belt
De voorbereiding kun je grotendeels zelf doen: uitvlakken, isolatie leggen, buizen tackeren en het opstookprotocol draaien. Het gieten zelf laten wij aan een gietvloerlegger over. Een pu-vloer heeft een verwerkingstijd van tientallen minuten, moet in één gang door de hele ruimte en trekt elke aanzet of onderbreking zichtbaar na.
Bel een dekvloerspecialist als je twijfelt over de vlakheid of de dikte van de dekvloer. Een dekvloer die golft of te dun boven de buis ligt, is achteraf alleen met een uitvlaklaag of met slopen te herstellen, en dat is duurder dan het vooraf goed laten doen.
Voor het aansluiten van de verdeler op de cv-ketel of de warmtepomp haal je er een installateur bij, zeker als er aan de gasgestookte kant iets moet veranderen. Werk aan gasleidingen doe je niet zelf, en ook een nieuwe groep in de meterkast achter de hoofdzekering is werk voor een erkend installateur. Wat er verder bij de installatie komt kijken staat in ons overzicht over verwarming en cv in huis.
Ligt er asbestverdacht materiaal onder de oude vloer, bijvoorbeeld een zwarte lijmlaag of een oude vinylzeiltegel, laat dat dan eerst onderzoeken. Zelf slopen of schuren is daar geen optie, en het loskomende stof verspreidt zich door het hele huis.