Vloerverwarming wordt niet warm: zo vind je de oorzaak
Een vloer die niet warm wordt heeft bijna altijd een van drie oorzaken: er komt te weinig warmte aan, er stroomt te weinig water door de slangen, of het warme water loopt via de bypass langs de vloer heen naar de retour. Met een infraroodthermometer bij de verdeler weet je binnen een kwartier welke van de drie het is. Meet de aanvoerbalk, de retourbalk en elke retourslang apart, want juist het verschil tussen die getallen wijst de oorzaak aan.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Infraroodthermometer of een aanlegthermometer met klem
- Inbussleutel, meestal 5 of 6 mm, voor de inregelventielen
- Steeksleutel of waterpomptang voor de wartels van de groepen
- Ontluchtingssleutel en een kleine schroevendraaier
- Tuinslang met slangklem of een vulslang met snelkoppeling
- Emmer, dweil en een zaklamp
- Rol tape en een watervaste stift om de groepen te labelen
Materiaal
- Schoon leidingwater om per groep door te spoelen
- Eventueel een vuilafscheider of magneetfilter in de cv-retour
- Eventueel een nieuwe circulatiepomp met kunststof waaier
- Handleiding van de verdeler en van de ketel of warmtepomp
Eerst meten, dan pas draaien
De verleiding is groot om meteen aan kranen te gaan draaien. Doe dat niet, want je verandert dan drie dingen tegelijk en weet achteraf niet meer wat er hielp. Begin met meten aan de verdeler: de aanvoerbalk, de retourbalk en daarna elke retourslang apart. Hoe die balken, de mengkraan en de pomp samenwerken lees je in ons overzicht over vloerverwarming en de opbouw van een verdeler.
Een infraroodthermometer van twintig euro is hier het nuttigste stuk gereedschap dat je kunt kopen. Richt hem op de metalen balk en op de kunststof slangen zelf, niet op de isolatie eromheen. Schrijf de getallen op met de tijd erbij, want een vloerverwarming reageert traag en pas na een uur of twee zie je wat een aanpassing echt doet.
Laat tijdens het meten de thermostaat op een duidelijke warmtevraag staan, bijvoorbeeld twee graden boven de kamertemperatuur. Anders slaat het systeem tussendoor af en meet je een systeem dat gewoon stilstaat. Blijven ook je radiatoren koud, dan zit het probleem verderop en helpt de aanpak bij een verwarming die in het hele huis niet warm wordt je sneller verder dan sleutelen aan de verdeler.
| Wat je meet of voelt | Wat er waarschijnlijk aan de hand is | Waar je begint |
|---|---|---|
| Aanvoerbalk warm, retourbalk vrijwel even warm, vloer koud | Het water loopt via de bypass of het voetventiel rechtstreeks naar de retour | Het voetventiel of de bypass op de pompgroep instellen |
| Aanvoerbalk warm, retourbalk koud, vloer koud | Te weinig doorstroming door de slangen, meestal lucht of vuil | Per groep ontluchten en doorspoelen |
| Aanvoer komt niet boven de 30 graden | De ketel levert te weinig, of de mengkraan knijpt te vroeg dicht | Keteltemperatuur en de thermostaatknop op de verdeler nalopen |
| Eén groep koud, de rest warm | Lucht, een knik of een verstopping in juist die slang | Alleen die groep openzetten en daarna doorspoelen |
| De retour van één groep is veel warmer dan die van de andere | Die groep is korter en trekt het meeste water naar zich toe | De groepen inregelen op een gelijke retourtemperatuur |
| Retour warmer dan aanvoer | Je meet op de verkeerde balk, of aanvoer en retour zitten verwisseld | Stroomrichting van de pomp en de aansluiting op de verdeler controleren |
| De pomp draait wel, maar je hoort en voelt geen stroming | Vastgelopen of dichtgeslibde waaier, vaak bij oude zwarte slang | Pomphuis openen en de waaier schoonmaken of de pomp vervangen |
| De vloer wordt warm, het huis niet | Te weinig vermogen in de vloer of radiatoren die de warmte wegtrekken | Radiatoren inregelen en het benodigde vermogen narekenen |
| Alles wordt warm, maar het duurt dagen | Normale traagheid van een dekvloer met veel massa | Een constante temperatuur aanhouden en de nachtverlaging uitzetten |
Plak een strook tape op de verdeler en schrijf per groep op welke ruimte erbij hoort. Dat kost één keer een middag uitproberen. Zonder die kaart ben je bij elke volgende meting weer aan het gokken.
Hoe warm het water uit de ketel moet zijn
Een vloerverwarming vraagt laag temperatuurwater, maar dat betekent niet dat de ketel laag mag stoken. Bij de meeste verdelers zit een mengregeling die heet ketelwater mengt met koud retourwater uit de vloer.
Zo'n menginjectieverdeler heeft aan de primaire kant echt 60 tot 70 graden nodig om er 40 graden uit te krijgen. Zet je de ketel op 45 graden, dan komt er na menging niet meer dan 30 tot 32 graden de vloer in en blijft het huis koud.
Dat is precies waar de zoektocht bij veel mensen op vastloopt: de aanvoer op de verdeler wil niet boven de 30 graden komen terwijl de ketel netjes 45 graden meldt. De oplossing zit dan niet in de verdeler maar in de ketelinstelling. Verhoog de aanvoertemperatuur stapsgewijs, bijvoorbeeld van 50 naar 60 graden, en kijk een dag later wat de verdeler doet.
Er is een instelling die veel ellende veroorzaakt: de maximale aanvoertemperatuur bij gedwongen laaglast in het servicemenu van de ketel. Staat die per ongeluk op 41 graden, dan gaat de ketel één keer naar zijn hoge stand en daarna nooit meer hoger dan 41.
Loop bij een ketel die zichzelf hardnekkig terugregelt eerst het serviceniveau na en zet alles terug op de fabriekswaarde. Geeft de ketel daarbij een code op het display, zoek die dan op in onze storingzoeker voor cv-ketels voordat je aan parameters gaat draaien.
Bij een gloednieuwe dekvloer geldt iets anders. Die moet eerst volgens een vast schema opgestookt worden voordat je hem normaal mag gebruiken, en tot die tijd zeggen de temperaturen weinig. Hoe dat schema loopt staat bij het opstookprotocol voor een nieuwe vloer.
| Systeem | Wat de warmtebron levert | Wat de vloer in gaat | Verschil aanvoer en retour |
|---|---|---|---|
| Cv-ketel met menginjectieverdeler | 60 tot 70 graden | 35 tot 45 graden | 8 tot 10 graden |
| Cv-ketel, vloer als enige afgifte met ltv-verdeler | 40 tot 45 graden | 35 tot 40 graden | 5 tot 10 graden |
| Warmtepomp | 30 tot 40 graden | 30 tot 40 graden | 4 tot 6 graden |
| Stadsverwarming via een afleverset | 70 graden aan de primaire kant | 35 tot 45 graden | retour vaak begrensd op 30 tot 40 graden |
| Elektrische mat of draad | geen watertemperatuur | vloeroppervlak 25 tot 28 graden | niet van toepassing |
Hoger stoken kost rendement, maar een koud huis kost meer. Een condenserende ketel houdt zijn rendement zolang de retour onder ongeveer 55 graden blijft. Een systeem dat 70 graden aanvoer en 50 graden retour draait, condenseert dus nog steeds. Een prachtig ingeregelde ketel die het huis niet warm krijgt, laat je alsnog de hele dag stoken en dat is per saldo duurder.
De vloerverwarming wordt niet warm terwijl de pomp wel draait
Dit is het meest voorkomende beeld: de pomp zoemt, de aanvoerbalk is warm, en toch blijft de vloer koud. Meet dan de retourbalk. Is die vrijwel even warm als de aanvoer, dan loopt het hete water via de kortste weg terug naar de ketel zonder ooit een slang in te gaan.
Die kortsluiting zit meestal in het voetventiel of de bypass onder de pomp. Dat ventiel bepaalt hoeveel ketelwater er wordt bijgemengd en of de verdeler hydraulisch neutraal of actief werkt. Staat de bypass helemaal open, dan wordt er niets bijgemengd en gaat de warmte er aan de retourkant net zo hard weer uit als hij binnenkwam.
Bij veel verdelers heeft dat inregelventiel een schaal van 0 tot 5 of 6, en fabrieken leveren zo'n set af op 0 omdat ze de situatie niet kennen. Wordt dat bij de installatie vergeten, dan is er jarenlang nauwelijks bijmenging.
Draai het ventiel eerst helemaal dicht en dan twee slagen open, of zet het op de waarde die de handleiding van jouw verdeler noemt. Wacht een uur en meet opnieuw. Je zoekt een verschil van ongeveer acht tot tien graden tussen aanvoerbalk en retourbalk. Wordt dat verschil groter dan vijftien graden, dan gaat er te weinig water rond en draai je iets terug.
Controleer daarna de stroomrichting van de pomp. Op het pomphuis staat een pijl, en die hoort de kant op te wijzen waarop het gemengde water de aanvoerbalk in gaat. Een pomp die andersom is gemonteerd, geeft precies het beeld waarbij de aanvoerslangen ijskoud worden zodra je de pomp aanzet en warm worden zodra je hem uitzet. Zit er een pompschakelaar tussen die de pomp op temperatuur in- en uitschakelt, kijk dan bij de pompschakelaar op de vloerverwarming of die niet te laag staat afgesteld. Staat hij te laag, dan blijft de pomp bij een lauwe aanvoer gewoon stilstaan.
De thermostaatknop op de verdeler die te vroeg knijpt
De witte draaiknop met graden erop is een thermostaatkraan met een capillair voelertje. Haal die knop er eens af: eronder zit een koperen kraan met een pennetje. Dat pennetje hoort omhoog te staan en soepel in te drukken. Zit het vast door kalk of vuil, dan gaat de kraan niet meer open en blijft de aanvoer koud. Nooit aan dat pennetje trekken, alleen voorzichtig indrukken en weer laten komen.
De schaal op die knop is bovendien een indicatie, geen meting. Wij zijn kranen tegengekomen die bij een instelling van 40 graden al bij 30 graden begonnen te knijpen. Draai hem daarom een keer volledig open en kijk wat de aanvoerbalk dan doet, voordat je de ketel gaat beschuldigen.
Zo regel je de groepen in als de vloerverwarming niet overal warm wordt
Wordt een deel van de vloerverwarming niet warm terwijl de rest het prima doet, dan is de warmtebron zelden het probleem. Dan gaat het over verdeling: welk deel van het water gaat waarheen. Water kiest altijd de weg van de minste weerstand, dus de kortste groep krijgt het meeste debiet en de langste groep krijgt bijna niets. Meet daarom alle retourslangen vlak achter de verdeler. Zit er één op 32 graden en de rest op 21, dan weet je genoeg.
Inregelen doe je aan de kant waar de flowmeters of de inregelventielen zitten. Knijp de kortste, warmste groep terug en laat de langste helemaal open, en werk toe naar retourtemperaturen die binnen twee graden van elkaar liggen. Doe dat in kleine stapjes met minstens een uur ertussen. Draai je te ver dicht, dan gaat de aanvoertemperatuur schommelen omdat het systeem te weinig water kwijt kan, en dat merk je aan een meter die tussen 35 en 50 graden heen en weer springt.
Heeft je verdeler geen flowmeters maar alleen dopjes op de aanvoerbalk, kijk dan wat eronder zit. In veel gevallen zijn dat wel degelijk instelbare ventielen die je met een inbussleutel bedient. Hoeveel liter per minuut een groep hoort te krijgen en hoe je dat afleest, staat bij de flowmeters op de verdeler.
Blijft één groep koud terwijl hij helemaal open staat, dan is inregelen niet de oplossing. Dan zit er lucht in, of vuil, of de slang is bij het storten geknikt. Lucht krijg je er zelden uit door alleen de verdeler te ontluchten: je moet de groepen echt een voor een doorspoelen met verse waterdruk. Hoe je dat aanpakt zonder je hele installatie leeg te laten lopen, lees je bij vloerverwarming ontluchten per groep. Ligt er een tekening van de aanleg, kijk dan ook naar de lengtes. Groepen die onderling ver uit elkaar lopen zijn een bekende bron van ongelijke vloeren, en bij een legplan voor vloerverwarming zie je waarom de lengtes op elkaar afgestemd horen te zijn.
| Oorzaak dat één groep koud blijft | Hoe je het herkent | Wat je eraan doet |
|---|---|---|
| Lucht in de slang | Aanvoer warm, retour koud, soms een klokkend geluid | Die groep apart doorspoelen tot er een constante waterstraal komt |
| Vuil en magnetiet | Zwarte drab bij het spoelen, oude zwarte slang zonder zuurstofbarrière | Spoelen, vuilafscheider plaatsen en de vloer scheiden van de cv |
| Geknikte of ingedrukte buis | Spoelen lukt niet of gaat heel moeizaam, ook met volle druk | Traject opzoeken, meestal vlak bij de verdeler waar de bocht omhoog gaat |
| Groep veel langer dan de rest | Retour blijft koud terwijl de groep volledig open staat | Andere groepen knijpen, of die groep opsplitsen bij een verbouwing |
| Pennetje onder de knop zit vast | Knop draaien verandert niets, pennetje veert niet terug | Knop eraf, pennetje voorzichtig indrukken en gangbaar maken |
| Thermische aandrijving die niet opent | Groep blijft koud terwijl de ruimtethermostaat warmte vraagt | Aandrijving lostrekken en kijken of de groep dan wel warm wordt |
| Te veel dekvloer boven de buis | Groep werkt wel, maar die ruimte warmt merkbaar trager op | Aanvoertemperatuur iets hoger houden en meer opwarmtijd geven |
| Verkeerde groep dichtgezet | De koude ruimte blijkt aan een andere kraan te hangen dan gedacht | Groepen een voor een uitproberen en de verdeler labelen |
Uitzoeken welke kraan bij welke ruimte hoort gaat het snelst door alle groepen op één na dicht te draaien en na twee uur met een infraroodthermometer over de vloer te gaan. Voelen met je hand werkt slecht, want een vloer van 24 graden voelt koud aan terwijl hij wel degelijk meedoet.
De vloerverwarming krijgt het huis niet warm
Soms werkt de vloer op zich prima, maar wordt de vloerverwarming niet warm genoeg om de kamer boven de 20 graden te krijgen en duurt elke graad twee uur. Kijk dan eerst wat er nog meer aan dezelfde ketel hangt. Radiatoren die niet zijn ingeregeld trekken zoveel water naar zich toe dat er voor de verdeler weinig overblijft.
Draai de radiatoren boven eens helemaal dicht en meet daarna opnieuw op de vloerverdeler. Zie je dan een sprong van vier of vijf graden, dan is de verdeling het probleem en niet de ketel.
Oude ketels stookten aan of uit met een pomp op een vaste stand, en dan viel dit nauwelijks op. Moderne toestellen moduleren en verdelen het beschikbare water anders, waardoor een installatie die nooit is ingeregeld ineens zichtbaar tekortschiet. Inregelen doe je bij voorkeur met dubbelinstelbare radiatorkranen en niet met de voetventielen, want die slibben bij lage doorstroming makkelijk dicht. Blijft er daarna één radiator achter, dan helpt de aanpak bij een radiator die niet warm wordt.
Let ook op de leidingdiameter naar de verdeler. We komen regelmatig een verdeler van zes groepen tegen die met een leiding van 15 mm gevoed wordt terwijl de rest van het huis op 22 mm ligt. Voor een vloer van zeventig vierkante meter is dat krap: er past simpelweg te weinig water per minuut doorheen om het vermogen over te dragen. Twee verdelers op één ketel geven een vergelijkbaar beeld, waarbij de ene alles naar zich toe trekt en de andere alleen zijn eigen water rondpompt.
Controleer ook de waterdruk, want een installatie die te laag staat trekt lucht aan en dan valt de doorstroming weg. Welke druk bij jouw huis hoort reken je uit met onze hulp om de cv-druk te berekenen. Bij twijfel over de rest van de installatie helpt ons overzicht over verwarming en cv-installaties je verder.
Vloerverwarming op een warmtepomp of stadsverwarming
Bij een warmtepomp gelden andere getallen. De aanvoer ligt rond de 30 tot 40 graden en het verschil tussen aanvoer en retour is klein, meestal vier tot zes graden. Meet je 45 graden aanvoer en 25 graden retour, dan is dat verschil te groot voor een warmtepomp en gaat er te weinig water rond. Zet de circulatiepomp dan een stand hoger in plaats van de temperatuur.
De belangrijkste knop bij een warmtepomp is niet de thermostaat maar de stooklijn. Die bepaalt hoe warm het water wordt bij een bepaalde buitentemperatuur, met een voetpunt voor mild weer en een eindpunt voor vorst. Staat die lijn te laag, dan wordt het huis nooit warm, hoe hoog je de thermostaat ook zet. De ruimte-invloed staat daar los van: die zegt hoeveel graden het water opwarmt als het in de kamer één graad te koud is. Op 1 K heeft je kamerthermostaat vrijwel geen zeggenschap meer.
Zit er een buffervat tussen, kijk dan of aanvoer en retour op de voorgeschreven aansluitingen zitten. Een vat dat verkeerd om is aangesloten mengt de lagen door elkaar en dan haal je er nooit meer uit dan lauw water.
Ook de volgorde in de menggroep ligt vast: gezien vanaf het vat komt eerst het driewegmengventiel, dan de pomp en dan de installatie. Zit er ook een boiler of zonneboiler aan hetzelfde vat, kijk dan of die de buffer niet leegtrekt op momenten dat de vloer warmte vraagt. Hoe zulke vaten in elkaar zitten staat bij boilers en warmwatervoorziening.
Vloerverwarming op stadsverwarming die niet warm wordt
Bij stadsverwarming zit er een afleverset tussen het warmtenet en jouw installatie. Voel eerst in de meterkast of de primaire aanvoer echt heet is. Is dat zo, dan zit het probleem aan jouw kant en niet bij het warmtebedrijf.
Veel warmtebedrijven eisen een retourbegrenzer of retourthermostaat op de verdeler, zodat er geen te warm water het net in gaat. Staat die te laag, dan gaat het systeem pendelen: er komt warm water in, de begrenzer sluit, de vloer koelt af en het spel begint opnieuw. Dat herken je aan een aanvoertemperatuur die tussen 35 en 50 graden op en neer springt. Zet de retourbegrenzer dan tijdelijk wat hoger en kijk of het beeld stabiliseert. Blijf van de afleverset zelf af, want die is eigendom van het warmtebedrijf en is verzegeld.
Blijf uit de koudemiddelzijde van een warmtepomp. De instellingen in het regelmenu mag je gewoon aanpassen, maar alles wat met het koudemiddelcircuit te maken heeft is werk voor een gecertificeerde monteur. Datzelfde geldt voor de verzegelde afleverset van stadsverwarming.
Elektrische vloerverwarming die niet warm wordt
Bij een elektrische mat of draad speelt er iets heel anders. Er is geen water, geen pomp en geen verdeler, dus als de elektrische vloerverwarming niet warm wordt gaat het over de sensor, de thermostaat of de opbouw van de vloer. Begin met de vraag welke voeler de thermostaat gebruikt. Staat hij op ruimtevoeler terwijl de vloervoeler is aangesloten, dan schakelt hij op de luchttemperatuur en voelt de vloer nooit echt warm.
Bij een Magnum-thermostaat en de meeste andere merken kies je in het geavanceerde menu het type vloervoeler: 10 kΩ of 12 kΩ. Dat getal is de weerstand van de voeler bij 25 graden. Staat de verkeerde waarde ingesteld, dan klopt de gemeten vloertemperatuur niet en schakelt de thermostaat te vroeg af. Een vloer die volgens het display 20 graden is maar koud aanvoelt, is bijna altijd een verkeerd ingesteld voelertype of een voeler die te dicht tegen de verwarmingsdraad ligt.
Duurt het opwarmen extreem lang, kijk dan naar wat er boven de draad ligt. Een mat die in de tegellijm is verwerkt geeft binnen een halfuur voelbare warmte. Ligt diezelfde mat onder een dekvloer of onder een laag beton, dan verwarm je eerst een paar honderd kilo massa en duurt het uren. Controleer ook het vermogen: reken op ongeveer 100 tot 150 watt per vierkante meter voor een badkamer, en lees op de slimme meter af of dat er ook echt uit komt terwijl de vloer aan staat.
Hoe warm een elektrische vloerverwarming wordt, ligt overigens vast in de begrenzing van de thermostaat: die houdt het oppervlak meestal op 27 tot 29 graden, omdat warmer onaangenaam loopt en houten vloeren en lijmverbindingen erdoor gaan werken. Meer over de opbouw en de aansluiting van zo'n mat staat bij vloerverwarming in de badkamer.
| Opbouw | Gebruikelijk vermogen per m2 | Tijd tot de vloer voelbaar warm is | Waar de vloervoeler hoort |
|---|---|---|---|
| Mat in de tegellijm, tegels direct erop | 100 tot 150 watt | 20 tot 45 minuten | In een loze buis, midden tussen twee draden |
| Mat op een bestaande dekvloer, tegels erop | 100 tot 150 watt | 30 tot 60 minuten | In een loze buis in de lijmlaag |
| Verwarmingsfolie onder laminaat of pvc | 60 tot 140 watt | 15 tot 30 minuten | Onder de folie, in een groef in de ondervloer |
| Draad ingestort in een cementdekvloer van 5 cm | 100 tot 150 watt | 3 tot 6 uur | In een loze buis op dezelfde hoogte als de draad |
| Draad in een betonvloer als hoofdverwarming | 100 tot 150 watt | een halve dag of langer | In een loze buis, bereikbaar vanaf de wand |
Een elektrische vloerverwarming hoort op een eigen groep met aardlekbeveiliging. De mat aansluiten op de thermostaat kun je zelf, maar het bijplaatsen van een groep in de meterkast gaat achter de hoofdzekering langs en is werk voor een installateur. Meet nooit door aan een mat die onder spanning staat.
Als de vloerverwarming juist te warm wordt of warm blijft
Het omgekeerde probleem komt net zo vaak voor: de thermostaat staat op 20 graden en toch loopt het huis op naar 22 of 23, terwijl de ketel blijft stoken. Dat is bijna altijd een weersafhankelijke regeling waarvan de stooklijn te hoog staat. De regeling kijkt dan naar de buitentemperatuur en trekt zich weinig aan van wat de thermostaat in de kamer meet.
Verlaag in dat geval de stooklijn of zet de ruimte-invloed hoger, zodat de kamertemperatuur wel meetelt. Een offset van min drie of min vier graden is een noodgreep die het onderliggende probleem niet oplost. Bij volledige vloerverwarming zonder radiatoren kun je ook overwegen om op ruimteregeling te stoken, maar dan wordt de begrenzing op de verdeler des te belangrijker.
Dat de vloerverwarming daarna nog uren warm blijft, is normaal en geen mankement. In een dekvloer zit zoveel massa dat de warmte er langzaam uit blijft komen nadat de ketel is afgeslagen. Daarom werkt nachtverlaging bij vloerverwarming averechts: 's ochtends moet je de hele vloermassa opnieuw opwarmen, en dat kost meer energie dan je 's nachts bespaart. Een constante instelling geeft een rustiger huis en een lagere rekening. Wil je per ruimte apart regelen zonder deze schommelingen, dan is een systeem met naregeling per groep de nettere oplossing, zoals bij zoneregeling met evohome op de vloerverwarming.
Een vloer die echt te heet wordt, herken je aan de meting: boven ongeveer 29 graden vloeroppervlak in een woonkamer loopt het onaangenaam en gaat het ten koste van parket en lijmverbindingen. Begrens dan de aanvoertemperatuur op de verdeler in plaats van de kamerthermostaat lager te zetten.
Wat je van een warme vloer mag verwachten
Een deel van de klachten over een vloer die niet warm wordt gaat eigenlijk over verwachtingen. Een goed werkende vloerverwarming heeft een oppervlaktetemperatuur van ongeveer 24 tot 27 graden. Je huid zit rond de 24 graden, dus zo'n vloer voelt met blote voeten neutraal tot licht warm aan, niet als een verwarmde handdoek. Voelt hij duidelijk warm, dan stook je waarschijnlijk te hoog.
Hoe warm een vloer aanvoelt hangt bovendien meer af van de warmtegeleiding van de afwerking dan van de temperatuur zelf. Tegels geleiden goed en onttrekken snel warmte aan je voeten, waardoor ze koud aanvoelen bij dezelfde temperatuur waarbij pvc of hout aangenaam voelt. Dat verklaart waarom twee vloeren met precies dezelfde meting totaal verschillend aanvoelen.
Wil je een warme vloer zonder vloerverwarming, dan is de eerlijke boodschap dat dat niet bestaat. Zonder warmtebron neemt een vloer de kamertemperatuur aan en meer wordt het niet. Wat je wel kunt doen is de vloer minder koud laten aanvoelen door te kiezen voor een afwerking die slecht geleidt: kurk, marmoleum, tapijt of hout op een isolerende ondervloer. Isolatie onder de dekvloer helpt daarbij, want zonder isolatie verdwijnt je warmte in de grond. Bouw je een vloer opnieuw op, dan is een lichte, droge opbouw met verwarming erin een betere investering dan alleen een dikkere ondervloer, en daarvoor is vloerverwarming in fermacell-elementen een veelgebruikte oplossing bij renovatie.
Zo spoor je stap voor stap op waar het misgaat
Werk deze volgorde af en verander per keer één ding, want anders weet je achteraf niet wat het verschil maakte.
-
Zet een duidelijke warmtevraag neer
Zet de kamerthermostaat twee graden boven de huidige temperatuur en laat hem daar minstens een uur staan. Zonder warmtevraag slaat de ketel tussendoor af en meet je een systeem dat stilstaat. Draai tijdelijk de radiatoren in de rest van het huis dicht, zodat alles wat de ketel levert naar de verdeler gaat.
-
Meet de aanvoerbalk en de retourbalk
Richt de infraroodthermometer op het metaal van beide balken. Zijn ze bijna even warm, dan gaat het water langs de vloer heen. Is de aanvoer warm en de retour koud, dan is er te weinig doorstroming. Blijft de aanvoer onder de 30 graden, dan levert de warmtebron of de mengkraan te weinig.
-
Controleer de mengkraan en het pennetje eronder
Draai de thermostaatknop op de verdeler helemaal open en kijk of de aanvoer stijgt. Gebeurt er niets, haal dan de knop eraf en kijk of het koperen pennetje eronder soepel indrukt en terugveert. Zit het vast, maak het dan voorzichtig gangbaar zonder eraan te trekken.
-
Stel het voetventiel of de bypass in
Zoek in de handleiding van je verdeler de juiste stand van het inregelventiel onder de pomp. Draai het volledig dicht en dan naar die waarde open. Staat het op nul, dan wordt er niets bijgemengd en verdwijnt je warmte direct naar de retour. Wacht daarna een uur voordat je opnieuw meet.
-
Meet elke retourslang apart en regel in
Meet vlak achter de verdeler op elke retourslang. Knijp de warmste, kortste groep in kleine stapjes terug en laat de langste volledig open. Je werkt toe naar retouren die binnen twee graden van elkaar liggen. Gaat de aanvoertemperatuur schommelen, dan heb je te ver dichtgedraaid.
-
Spoel de groep door die koud blijft
Blijft er een groep koud terwijl hij open staat, sluit dan de andere groepen af, koppel de aanvoer en retour van die ene groep los en spoel hem met leidingwater door tot er een constante straal zonder lucht uit komt. Komt er zwarte drab mee, dan is er een zuurstofprobleem in het systeem en hoort er een vuilafscheider bij. Meer over de werkwijze staat bij het ontluchten van vloerverwarming.
-
Verhoog de aanvoer vanuit de ketel als het nodig blijft
Werkt de verdeler goed en blijft de aanvoer laag, verhoog dan de keteltemperatuur in stappen van vijf graden. Bij een menginjectieverdeler is 60 tot 70 graden aan de primaire kant normaal. Loop bij een ketel die zichzelf terugregelt het serviceniveau na op een te lage instelling voor de maximale aanvoertemperatuur.
-
Geef het een volle dag en meet dan pas opnieuw
Een dekvloer heeft veel massa en reageert traag. Een graad per uur opwarmen is bij een ingefreesde betonvloer normaal, niet alarmerend. Laat de instelling minstens vierentwintig uur staan, zet de nachtverlaging uit en beoordeel dan pas of je verder moet zoeken.
Storingzoeker
Kies het merk, vul de code in en zie wat er aan de hand is, wat je zelf kunt doen en wanneer je moet bellen. Bekijk alle gegevens
| Merk | Code | Wat er aan de hand is | Wat je zelf kunt doen | Bellen of niet |
|---|---|---|---|---|
| Intergas | 1 | De ketel wordt te warm, de aanvoertemperatuur loopt te hoog op | Controleer de waterdruk en ontlucht de radiatoren. Te weinig water of lucht in de installatie is de gewone oorzaak. | Blijft hij terugkomen: monteur |
| Intergas | 2 | Storing in de aanvoer- of retoursensor | Reset de ketel een keer. Herhaalt de code zich, dan is de sensor of de bedrading het probleem. | Monteur |
| Intergas | 3 | De maximaalthermostaat heeft ingegrepen | Controleer druk en doorstroming, ontlucht de installatie. | Blijft het: monteur |
| Intergas | 4 | Geen vlamsignaal, de ketel krijgt het vuur niet aan | Kijk of de gaskraan open staat en of andere gastoestellen het doen. Reset daarna een keer. | Doet gas het wel: monteur |
| Intergas | 5 | Slecht of wegvallend vlamsignaal | Reset een keer. Vaak vervuilde ionisatiepen of ontsteking. | Monteur |
| Intergas | 6 | Fout in de vlamdetectie | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 7 | Probleem met de rookgasafvoer of de uitlaatgassensor | Kijk of de afvoer buiten vrij is en niet verstopt zit door een vogelnest of blad. | Monteur, dit raakt de veiligheid |
| Intergas | 8 | Het ventilatortoerental klopt niet | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 10 tot en met 14 | Sensorfout of storing in de installatie, bijvoorbeeld een defecte stromingsschakelaar, draadbreuk of lucht in de installatie | Controleer de waterdruk en ontlucht grondig, van laag naar hoog. | Blijft het: monteur |
| Nefit | A01 | Geen vlam of vlam valt weg | Controleer of de gaskraan open staat en of de druk goed is, reset daarna een keer. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | C6 | De ventilator draait niet op het juiste toerental | Reset een keer. | Monteur |
| Nefit | D1 | Te weinig waterdruk in de installatie | Bijvullen tot de juiste druk voor jouw bouwhoogte, daarna ontluchten. | Zelf te doen |
| Nefit | EA | Vlam wordt niet waargenomen | Reset een keer. Kijk of andere gastoestellen werken. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | F0 of F7 | Interne storing in de besturing | Reset een keer, haal eventueel kort de stroom eraf. | Monteur |
| Remeha | Reset knop | Vergrendelde storing | Houd de resetknop ingedrukt tot het display reageert. Noteer eerst de code voordat je reset. | Afhankelijk van de code |
| Remeha | E00 | Aanvoersensor defect of niet aangesloten | Reset een keer. | Monteur |
| Remeha | E01 | Te weinig waterdruk of geen doorstroming | Bijvullen en ontluchten. | Zelf te doen |
| Remeha | E04 | Geen vlam bij het opstarten | Gaskraan controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.22 | Te weinig water in de ketel, droogkookbeveiliging | Bijvullen tot de juiste druk en ontluchten. | Zelf te doen |
| Vaillant | F.28 | Ontsteking mislukt bij het opstarten | Gastoevoer controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.75 | Drukverschil niet herkend, vaak de pomp of het expansievat | Controleer of de druk sterk schommelt bij het opstarten. | Monteur, meestal het expansievat |
| AWB | Vlamstoring | Geen ontsteking | Gaskraan open, druk controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Bosch vaatwasser | E15 | Water in de lekbak onderin, de vlotterbeveiliging staat aan | Kantel het apparaat voorzichtig naar achteren zodat het water uit de bak loopt, zet hem terug en start opnieuw. Zoek daarna waar het water vandaan kwam. | Blijft het terugkomen: monteur |
| Bosch vaatwasser | E24 of E25 | Water loopt niet weg, afvoer verstopt | Maak het zeef en de pompfilter schoon, controleer de afvoerslang op een knik en de sifonaansluiting op een dop die er nog in zit. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E22 | Filters verstopt | Zeven eruit en schoonmaken. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E09 | Verwarmingselement defect, water wordt niet warm | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Siemens vaatwasser | E15 | Water in de lekbak, vlotterbeveiliging actief | Zelfde aanpak als bij Bosch: voorzichtig kantelen, water eruit, terugzetten en opnieuw starten. | Blijft het: monteur |
| Siemens vaatwasser | E24 | Afvoer geblokkeerd | Zeven en pompfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| Siemens vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de startknop ongeveer drie tot vijf seconden ingedrukt tot het programma terugspringt, of haal de stekker er een minuut uit. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i20 of 20 | Afvoerprobleem, water loopt niet weg | Filters en pomp schoonmaken, afvoer controleren. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i30 of 30 | Water in de bodembak, lekkage gedetecteerd | Kantelen om het water eruit te laten en de oorzaak zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de programmaknop en de startknop samen enkele seconden ingedrukt. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F11 | Water loopt niet weg | Filters en afvoerpomp schoonmaken. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F70 | Vlotter of niveaubeveiliging | Controleer op lekkage onderin. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E18 of F18 | Water loopt niet weg | Pluizenzeef vooronder schoonmaken en de afvoerslang controleren. | Zelf te doen |
| Bosch wasmachine | F21 | Motorstoring, trommel draait niet | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E23 | Water in de lekbak | Machine kantelen om het water eruit te laten, daarna de lekkage zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG wasmachine | E20 | Afvoerprobleem | Pluizenfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| AEG wasmachine | E40 | Deur niet goed dicht | Deur opnieuw sluiten, controleer of er was tussen zit. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 1 keer | Reservoir warmt op of komt uit een stroomonderbreking | Wacht ongeveer tien minuten tot hij op temperatuur is. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 2 keer | Reservoir bereikt de temperatuur niet | Haal de stekker er een minuut uit en zet hem terug. Blijft het knipperen, dan is er meestal een onderdeel defect. | Blijft het: monteur |
| Quooker | Knippert 3 keer | Storing in de temperatuursensor | Een keer stroomloos maken. | Monteur |
| Quooker | Geen kokend water, wel gewoon water | Reservoir uit of niet op temperatuur | Controleer of de stekker in het stopcontact zit en of de groep niet is uitgevallen. | Zelf te doen |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je een installateur belt
Uit de praktijk
Nieuwbouw met warmtepomp die niet boven de 17,5 graden kwam
Een gasvrije nieuwbouwwoning met vloerverwarming op beide verdiepingen en geen enkele radiator. De warmtepomp draaide, het water dat de binnenunit verliet was ruim 45 graden, maar uit het buffervat van 50 liter kwam niet meer dan 25 graden. De thermostaat stond op 20 en het bleef 17,5 in huis. Twee telefoontjes met de fabrikant leverden tegenstrijdige adviezen op, waaronder het advies om de thermostaat maar op 27 graden te zetten.
Dat laatste is symptoombestrijding: de thermostaat blijft dan permanent warmte vragen en slaat nooit af. Wat er werkelijk aan de hand was, kwam pas boven water toen alles nagelopen werd. Een temperatuurvoeler bleek helemaal niet aangesloten, en het voetpunt en eindpunt van de stooklijn stonden veel te ruim. Daar bovenop stonden alle flowmeters op de verdeler maximaal open en draaide de vloerpomp op zijn hoogste stand, waardoor het water zo snel rondging dat het zijn warmte niet aan de vloer kon afgeven.
Na het aansluiten van de voeler, het instellen van de stooklijn en het inregelen van de groepen liep het systeem zoals het hoort. Een warmtepomp die warm water maakt, is nog geen bewijs dat de installatie klopt.
Verdeler kokend heet, vloer ijskoud
Een vloerverwarming in keuken en woonkamer, aangesloten op een pas vervangen ketel. Aanvoer en retour op de verdeler waren allebei rond de 45 graden, terwijl de aanvoerslangen naar de groepen koud aanvoelden en de retourslangen hooguit lauw. Het merkwaardigste detail: zodra de pomp werd uitgezet, werden die aanvoerslangen wél heet.
Daarmee was het duidelijk. Het water liep via de U-bocht van de aanvoer rechtstreeks door naar de retour van de cv, en de pomp verplaatste alleen zijn eigen rondje zonder de vloer erin te betrekken. De oplossing zat in het retourventiel: dat moest gesmoord worden zodat het water gedwongen werd de slangen in te gaan. Niet helemaal dicht, want dan stopt de doorstroming volledig, maar wel zover dat er een duidelijk verschil tussen aanvoer en retour ontstond.
Er kwam nog iets aan het licht. De slangen waren van zwart polyetheen zonder zuurstofbarrière, en dat is de klassieke bron van magnetiet in de installatie. De metalen waaier van de circulatiepomp zat vol roest en moest uit elkaar en schoongemaakt worden. Wie zulke slangen heeft, doet er goed aan de vloer via een warmtewisselaar van de cv te scheiden, of er op zijn minst een vuilafscheider in te zetten.
Twee inregelventielen die vanaf de fabriek op nul stonden
Een huis met twee vloerverdelers: een oud deel dat nooit goed werd en een nieuw deel dat prima liep. Op het oude deel was de aanvoer 32 graden, op het nieuwe 43. Er was al van alles geprobeerd: pompstanden, thermostaatknoppen, radiatoren dichtdraaien.
Bij het doorspitten van de handleiding van de pompgroep bleek dat het inregelventiel voor de bijmenging een schaal van 0 tot 5 heeft en op 5 hoorde te staan. Beide ventielen stonden op 0, zoals ze de fabriek uit komen, en bij de oplevering was het instellen vergeten.
Na het instellen van beide ventielen op 5 en het gelijkzetten van de aanvoerthermostaten liep het nieuwe deel meteen warmer. Het oude deel bleef achter, want daar speelde ook nog een verdeling over twee sets die elkaar beconcurreerden. Dat is het punt waarop een tweede meting met een goede inregelkraan meer oplevert dan verder draaien op gevoel.
Drie groepen die nooit hadden meegedaan
Een woonkamer van ongeveer vijftig vierkante meter met vloerverwarming als hoofdverwarming beneden en radiatoren boven. De vloer warmde met ongeveer een graad per twee uur op en kwam nooit boven de 20 graden uit. De ketel stond op 50 graden aanvoer.
Twee dingen brachten samen de doorbraak. Het dichtdraaien van de twee radiatoren boven leverde direct vijf graden extra op de vloerverdeler op, wat aantoonde dat de installatie waterzijdig nooit was ingeregeld. Daarnaast viel bij het bekijken van de verdeler op dat de slangen van drie groepen aan de rechterkant nog even schoon en onverkleurd waren als op de dag van de aanleg, terwijl de andere slangen zichtbaar verkleurd waren. Die drie hadden dus nooit warm water gezien.
Het verhogen van de ketelaanvoer van 50 naar 60 graden bracht de meter op de verdeler naar 30 tot 35 graden, en dat was pas het begin. De echte oplossing lag in het inregelen: eerst de drie stilstaande groepen aan het circuleren krijgen, daarna de radiatoren waterzijdig instellen. Alleen aan de temperatuurknop draaien had het probleem nooit opgelost.
Veelgemaakte fouten
De keteltemperatuur laag houden om zuinig te stoken
Bij een menginjectieverdeler is 45 graden aanvoer domweg te weinig om er na menging 40 graden uit te krijgen. Je houdt dan een prachtig rendement over op een huis dat de hele dag doorstookt en toch koud blijft. Zolang de retour onder de 55 graden blijft, condenseert je ketel gewoon door.
Het voetventiel op de retour dichtknijpen om warmte binnen te houden
Dat lijkt logisch, want dan kan het koude retourwater niet weg. In werkelijkheid stopt de doorstroming en geeft de vloer daardoor helemaal niets meer af. De aanvoerbegrenzer op de verdeler regelt de temperatuur al, dus het voetventiel hoort op de stand uit de handleiding te staan en niet dichtgeknepen.
Alle groepen maximaal openzetten
Volledig open lijkt de meeste warmte te geven, maar dan gaat het water door de kortste groepen en laat het de lange links liggen. Het gevolg is een hal die kookt en een woonkamer die koud blijft. Inregelen op gelijke retourtemperaturen levert een vloer op die overal even warm is.
Alleen de verdeler ontluchten en denken dat het systeem luchtvrij is
Het ontluchtertje op de balk haalt de lucht uit de balk, niet uit tachtig meter slang die door de vloer kronkelt. Een luchtbel halverwege een groep blijft daar gewoon zitten, ook als de pomp op zijn hoogste stand draait. Alleen doorspoelen per groep met verse druk krijgt die bel eruit.
Elke twee uur weer aan de instellingen draaien
Een vloer met een cementdekvloer heeft een halve dag nodig om te reageren. Wie 's ochtends de pomp verzet, 's middags het ventiel en 's avonds de keteltemperatuur, weet niet meer welke aanpassing wat deed. Verander één ding en wacht minstens een dag voordat je oordeelt.
Nachtverlaging gebruiken bij vloerverwarming
Bij radiatoren werkt nachtverlaging, bij een vloer werkt het tegen je. De vloermassa koelt langzaam af en moet 's ochtends helemaal opnieuw opgewarmd worden, wat uren duurt en meer energie kost dan de nacht opleverde. Een constante instelling geeft een gelijkmatiger huis.
De kamerthermostaat hoog zetten om de regeling te overrulen
Bij een weersafhankelijke regeling helpt dat inderdaad tijdelijk, want de installatie gaat harder stoken. Het probleem is dat de thermostaat dan nooit meer afslaat en je systeem permanent op zijn maximum draait. De stooklijn aanpassen lost hetzelfde probleem op zonder dat je regeling blijvend buitenspel staat.
Bij de eerste tegenslag de verdeler willen vervangen
Een bestaande verdeler ombouwen naar een ander type is een flinke ingreep die pas zin heeft als je zeker weet dat het type het probleem is. In de meeste gevallen die wij zien, ligt de oorzaak in de instelling van de bijmenging, in lucht of vuil, of in een installatie die nooit is ingeregeld.
Veelgestelde vragen
De vloerverwarming wordt niet warm terwijl de pomp wel draait, wat nu?
Meet dan het verschil tussen de aanvoerbalk en de retourbalk. Zijn ze bijna even warm, dan draait de pomp wel maar loopt het water via de bypass of het voetventiel rechtstreeks naar de retour zonder de slangen in te gaan. Stel het inregelventiel onder de pomp in op de waarde uit de handleiding van je verdeler. Controleer ook de pijl op het pomphuis: een pomp die andersom is gemonteerd geeft precies dit beeld, waarbij de aanvoerslangen juist warm worden zodra je de pomp uitzet.
De vloerverwarming wordt niet warmer dan 20 graden, hoe komt dat?
Bij een huis dat blijft steken op 20 graden is er meestal te weinig vermogen dat de vloer in gaat. Dat komt door een te lage aanvoertemperatuur, door groepen die niet meecirculeren, of door radiatoren elders in huis die het water wegtrekken omdat ze nooit zijn ingeregeld. Draai de radiatoren een dag helemaal dicht en meet opnieuw op de verdeler. Stijgt de aanvoer daar met vier of vijf graden, dan weet je dat de verdeling in huis het probleem is en niet de ketel.
De aanvoer van de vloerverwarming wordt niet warm, waar zit dat in?
Als de aanvoerbalk koud blijft terwijl de ketel wel stookt, komt er geen heet water bij de verdeler aan of gaat de mengkraan niet open. Haal de witte thermostaatknop van de verdeler en kijk of het koperen pennetje eronder soepel indrukt en terugveert. Zit dat vast, dan blijft de kraan dicht. Controleer daarna of de leiding vanaf de ketel naar de verdeler wel open staat en of er niet ergens een afsluiter half dicht zit die bij eerder werk vergeten is.
Waarom wordt de retour van de vloerverwarming niet warm?
Een retourleiding die veel kouder is dan de aanvoer is op zich normaal, want de vloer hoort warmte af te geven. Een verschil van acht tot tien graden bij een cv-ketel is prima. Blijft de retourbalk echt koud, rond de kamertemperatuur, dan stroomt er te weinig water door de slangen. Dat komt door lucht, door vuil in de buizen, of doordat de groepen te ver dicht staan. Spoel dan iedere groep apart door en zet de pomp een stand hoger. Meet je een retour die warmer is dan de aanvoer, dan meet je op de verkeerde balk of zitten aanvoer en retour bij de aansluiting op de verdeler verwisseld.
Waarom wordt één groep vloerverwarming niet warm?
Als de rest van de vloer wel warm wordt, ligt de oorzaak in die ene slang. De volgorde die het snelst antwoord geeft: zet alle andere groepen dicht, laat die ene een uur alleen draaien en voel de retour. Blijft hij koud, dan zit er lucht of vuil in, of de buis is bij het storten geknikt. Koppel de groep dan los en spoel hem met leidingwater door tot er een constante straal zonder luchtbellen uit komt. Komt er nauwelijks water doorheen, dan zit er een verstopping of een knik.
De vloerverwarming wordt niet overal warm, hoe regel ik dat bij?
Water kiest de weg van de minste weerstand, dus de kortste groep krijgt het meeste debiet en de langste blijft achter. Dat merk je als één deel van de vloer duidelijk warmer is dan de rest, vaak de hal of de keuken. Meet alle retourslangen en knijp de warmste groepen in kleine stapjes terug tot alle retouren binnen twee graden van elkaar liggen. Draai je te ver dicht, dan gaat de aanvoertemperatuur schommelen en moet je iets terug.
Hoe warm moet de cv-ketel staan bij vloerverwarming?
Dat hangt af van je verdeler. Bij een menginjectieverdeler die heet ketelwater mengt met koud retourwater is 60 tot 70 graden aan de primaire kant normaal, want anders haal je er nooit 40 graden aanvoer uit. Bij een ltv-verdeler die het water rechtstreeks doorzet, is 40 tot 45 graden genoeg. Kijk dus eerst in de handleiding van je verdeler welk type je hebt, want dezelfde instelling geeft bij het ene type een warm huis en bij het andere een koude vloer.
Hoe lang duurt het voordat elektrische vloerverwarming warm is?
Dat hangt volledig af van wat er boven de draad ligt. Een mat die in de tegellijm zit met zes tot tien millimeter tegellijm en tegels erboven, is binnen twintig tot vijfenveertig minuten voelbaar warm. Ligt dezelfde mat onder een cementdekvloer van vijf centimeter, dan verwarm je eerst die hele massa en praat je over drie tot zes uur. Duurt het een hele dag voordat de vloer 27 graden haalt terwijl de mat in de lijm ligt, dan klopt er iets niet aan het vermogen of aan de sensorinstelling.
Mijn Magnum vloerverwarming wordt niet warm, wat moet ik controleren?
Kijk eerst welke voeler de thermostaat gebruikt. Staat hij op ruimtevoeler terwijl je de vloervoeler hebt aangesloten, dan regelt hij op de luchttemperatuur en blijft de vloer koel. Controleer daarna in het geavanceerde menu of het type vloervoeler klopt: 10 kΩ of 12 kΩ, de weerstand van de voeler bij 25 graden. Staat het verkeerde type ingesteld, dan klopt de gemeten vloertemperatuur niet en schakelt de thermostaat te vroeg uit. Een vloer die volgens het display 20 graden is maar koud aanvoelt, is bijna altijd een van deze twee.
De aanvoer van de vloerverwarming wordt niet warmer dan 30 graden, wat is er mis?
Dat wijst bijna altijd op de mengregeling. Bij een verdeler die met bijmenging werkt, kom je bij een ketelaanvoer van 45 graden na menging niet hoger dan ongeveer 30 graden. Verhoog de keteltemperatuur eerst naar 60 graden en kijk een dag later. Blijft de aanvoer hangen, controleer dan of het inregelventiel voor de bijmenging niet op nul staat en of de thermostaatkraan wel volledig opent. Regelt de ketel zichzelf hardnekkig terug, loop dan het serviceniveau na op een te lage maximale aanvoertemperatuur bij laaglast.
De vloerverwarming op stadsverwarming wordt niet warm, ligt dat aan het net?
Voel eerst in de meterkast of de primaire aanvoer van de afleverset echt heet is. Is dat zo, dan werkt het net en zit het probleem aan jouw kant. Kijk dan naar de retourbegrenzer op de verdeler, die veel warmtebedrijven verplicht stellen. Staat die te laag ingesteld, dan gaat het systeem pendelen en schommelt de aanvoer tussen 35 en 50 graden zonder dat de vloer op temperatuur komt. Blijf van de verzegelde afleverset zelf af en bel het warmtebedrijf als je daar iets vermoedt.
De vloerverwarming wordt te warm terwijl de thermostaat lager staat, hoe kan dat?
Bij een weersafhankelijke regeling stookt de installatie op de buitentemperatuur en telt de kamerthermostaat nauwelijks mee. Staat de stooklijn te hoog, dan loopt het huis door naar 22 of 23 graden terwijl de thermostaat op 20 staat. Verlaag de stooklijn of geef de ruimte-invloed meer gewicht, in plaats van een offset van min drie of vier graden in te stellen. Bij volledige vloerverwarming kun je ook de aanvoertemperatuur op de verdeler begrenzen, wat directer werkt dan sleutelen aan de thermostaat.
Wanneer je beter een vakman belt
Meten, inregelen en de instellingen van de verdeler aanpassen kun je prima zelf. Er zijn vier momenten waarop je het beter uit handen geeft.
Het eerste is alles wat aan de gaszijde van de ketel zit. Een ketel opendoen om aan het gasblok, de brander of de rookgasafvoer te komen is werk voor een gecertificeerde installateur, ook als een parameter in het servicemenu de oorzaak lijkt. Regelt je toestel zichzelf hardnekkig terug naar laaglast, dan kan het gaan om vervuiling of om een probleem in de rookgasafvoer, en dat laat je meten in plaats van uitproberen.
Het tweede is de meterkast. Een elektrische vloerverwarming aansluiten op een bestaande groep met aardlekbeveiliging kun je zelf, maar het bijplaatsen of ombouwen van een groep gaat achter de hoofdzekering langs en is werk voor een installateur.
Het derde is de koudemiddelzijde van een warmtepomp en de verzegelde afleverset van stadsverwarming. Het regelmenu mag je gebruiken, de rest niet.
Het vierde is het ombouwen van een verdeler of het scheiden van de vloerverwarming met een warmtewisselaar. Dat is loodgieterswerk met soldeer- of persverbindingen op een gevuld systeem, en het gaat over een installatie die daarna weer luchtvrij afgevuld en ingeregeld moet worden. Vraag daar iemand bij die het vaker doet, zeker als het systeem al jaren met niet-zuurstofdichte slang heeft gedraaid.