Standleiding aanleggen, ontluchten en vervangen
De standleiding is de verticale afvoerbuis waar alle toestellen in huis op uitkomen, doorgetrokken tot boven het dak. In woningbouw is 110 mm de gangbare maat en de ontspanning door het dak houd je minimaal 75 mm. Aansluitingen komen haaks op de standleiding en van opzij op de liggende leiding, nooit met een zadelstuk en nooit bovenop. Een beluchter binnenshuis is een aanvulling en nooit een vervanging van de leiding door het dak.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Fijngetande zaag of pvc-zaag met een verstekbak voor haakse snedes
- Vijl of schrapmes om elke spie af te schuinen
- Rolmaat, waterpas en een viltstift voor montagestrepen
- Boorhamer met steenboor voor de beugels
- Gatzaag of boorhamer met beitel voor de doorvoeren door vloer en wand
- Kettingpijpsnijder of haakse slijper bij gietijzer
- Oude schroevendraaier en een drevel voor het uitpulken van lood en striktouw
- Stofmasker, handschoenen en een veiligheidsbril
Materiaal
- Dikwandige pvc afvoerbuis 110 mm, klasse SN4
- T-stukken van 45 en 88 graden, bochten van 30 en 45 graden
- Verloopstukken 110 naar 75 en 110 naar 50
- Schuifsokken en manchetverbindingen met rubberring
- Expansiestuk voor een gelijmde leiding tussen twee vloeren
- Pvc-lijm en pvc-reiniger, geen schuurlinnen
- Glijmiddel voor rubberringen
- Beugels met rubberinlage
- Dakdoorvoer met loodslab of rubbermanchet
- Ontstoppingsstuk
Wat de standleiding in huis doet
De standleiding is de verticale afvoerbuis waar alle liggende afvoeren op uitkomen: het toilet, de douche, de wastafel, de wasmachine en de keuken. Onderin gaat hij over in de liggende verzamelleiding naar het gemeenteriool, bovenin loopt hij door tot boven het dak. Hoe de rest van dat stelsel in elkaar zit, staat in ons overzicht over de afvoer en riolering in huis.
Dat doorlopende stuk boven het dak heet de ontspanningsleiding en het is het onderdeel dat mensen het vaakst weglaten. Als er een emmer water door een verticale buis valt, sleept dat water lucht mee naar beneden en duwt het lucht voor zich uit. Zonder open verbinding met buiten ontstaat er onderdruk boven de waterprop en overdruk eronder.
Die onderdruk zuigt de sifons leeg van toestellen die op dezelfde leiding zitten. Een leeggezogen sifon is geen stankafsluiter meer, en dan komt de rioollucht via de afvoer je huis in. Het gorgelende geluid dat een wastafel maakt als er elders wordt doorgespoeld, is precies dat effect in het klein.
In een eengezinswoning zit meestal één standleiding, vaak in een koof achter of naast het toilet. In een appartement of flatgebouw loopt dezelfde leiding door alle woningen heen, van de begane grond tot boven het dak. Dat verschil bepaalt bijna alles: in een woning is het jouw leiding, in een gebouw is het van iedereen.
Weet je niet waar de standleiding loopt? Zet iemand boven bij het toilet en luister zelf beneden met je oor tegen de koof terwijl er wordt doorgespoeld. De buis waar je het water hoort vallen is de standleiding, en dat scheelt je een verkennend gat in het stucwerk.
Welke diameter je voor de standleiding aanhoudt
Voor een standleiding waar een toilet op loost, is 110 mm de maat die je in Nederlandse woningbouw het meest tegenkomt. In nieuwbouw wordt daarnaast 90 mm toegepast voor closetaansluitingen. Dat heeft een reden: een oude spoelbak gaf twaalf liter per spoeling, een moderne reservoir zes. In een te ruime buis stroomt dat kleinere spoelvolume te snel weg langs de bodem en neemt het minder mee.
Verkleinen onderweg naar boven doe je niet. De standleiding houdt van onder tot boven dezelfde diameter, en pas in de laatste aftakkingen ga je naar 75 of 50 mm. Ga je van 110 mm naar 90 mm halverwege, dan maak je een flessenhals op precies de plek waar het water het hardst valt.
Voor de ontspanning boven het dak wordt in Nederland 75 mm als minimum aangehouden. Fabrikanten adviseren daarbij om dezelfde diameter te nemen als de standleiding zelf, omdat elke verkleining luchtweerstand oplevert. Bij een standleiding van 90 mm betekent dat dus ook 90 mm door het dak. Groter mag altijd, kleiner is de plek waar het misgaat.
| Onderdeel | Gangbare diameter | Waar je op let |
|---|---|---|
| Standleiding met toiletaansluiting | 110 mm | De standaard in bestaande woningbouw, dikwandig pvc |
| Standleiding met toilet in nieuwbouw | 90 mm | Toegepast sinds spoelvolumes naar zes liter gingen |
| Standleiding zonder toilet | 75 mm | Alleen als er uitsluitend wastafel, douche en wasmachine op zitten |
| Ontspanningsleiding door het dak | 75 mm minimaal | Liefst dezelfde maat als de standleiding, nooit kleiner dan 75 mm |
| Liggende verzamelleiding in de kruipruimte | 125 mm | Vangt meerdere standleidingen en de hemelwaterafvoer op |
| Toiletaansluiting | 110 mm | Haaks op de standleiding, schuin op een liggende leiding |
| Keukenafvoer | 50 mm | Vet slaat hier het snelst aan, dus geen extra bochten |
| Douche en bad | 50 mm | 40 mm komt in oudere woningen voor en loopt merkbaar trager |
| Wastafel en fonteintje | 40 mm | In oude panden nog vaak 32 mm in lood |
| Wasmachine en vaatwasser | 40 mm | Aansluiten via een sifon, niet los in een buis hangen |
Bij een standleiding tellen alle toestellen niet bij elkaar op. De kans dat twee toiletten in hetzelfde huis op dezelfde seconde doorspoelen is te verwaarlozen, en daar houden de dimensioneringstabellen rekening mee. Overdimensioneren kost je alleen ruimte in de koof en een groter gat in de isolatieschil.
De ontluchting van de standleiding boven het dak
De ontluchting van de standleiding is simpelweg de standleiding zelf, doorgetrokken door het dak en aan de bovenkant open. Zo'n open leiding werkt twee kanten op: hij laat lucht binnen bij onderdruk en hij laat lucht ontsnappen bij overdruk. Dat tweede wordt bijna altijd vergeten, en het is precies het verschil met een beluchter.
Een beluchter, ook wel membraanventiel of AAV genoemd, heeft een veertje of een rubbermembraan dat opengaat zodra er onderdruk in de leiding komt. Lucht naar binnen: prima. Lucht naar buiten: onmogelijk, want het membraan sluit de andere kant af. Een beluchter kan daarom lokaal een tak helpen, maar hij kan de hoofdontspanning niet overnemen. Wanneer zo'n ventiel wel zinvol is, leggen we uit bij de beluchter op de afvoer.
Zet de dakdoorvoer niet vlak naast een dakraam of een slaapkamerraam. Het is een open rioolleiding en bij bepaalde windrichtingen ruik je dat binnen. Houd ook rekening met de dakpannen: een doorvoer die tegen een muur of een schoorsteen aan komt, is later lastig waterdicht te krijgen.
Loopt de ontspanning door een plat dak, dan kies je een plek waar geen water blijft staan. Het afschot van het platte dak bepaalt waar de laagste punten liggen, en daar wil je de manchet van je doorvoer niet hebben.
| Oplossing | Lucht naar binnen | Lucht naar buiten | Waarvoor je hem gebruikt |
|---|---|---|---|
| Standleiding doorgetrokken door het dak | Ja | Ja | De hoofdontspanning van het hele stelsel |
| Beluchter of membraanventiel binnenshuis | Ja | Nee | Aanvulling op een lange tak, nooit als vervanging |
| Sifon met ingebouwde beluchter | Ja, alleen voor dat toestel | Nee | Eén wastafel of wasmachine die leegloopt |
| Buisje van 32 of 40 mm naar buiten | Beperkt | Beperkt | Voldoet niet als ontspanning, hooguit als noodgreep |
| Hemelwaterafvoer op dezelfde verzamelleiding | Toevallig wat | Toevallig wat | Telt niet mee, de leiding staat vaak vol water |
Reken de regenpijp niet als ontluchting. In veel oudere woningen zitten de dakgootafvoeren op dezelfde 125 mm verzamelleiding in de kruipruimte. Dat levert af en toe wat luchtuitwisseling op, maar bij een bui staat die leiding vol water en is er niets meer over. Een tweede toilet erbij zonder eigen ontspanning gaat dan alsnog gorgelen.
Aansluitingen op de standleiding maken
Een aansluiting op een verticale standleiding komt haaks binnen. Dat is de vorm die de huidige norm aanhoudt, en de reden is stromingstechnisch: water dat schuin en met vaart de standleiding in schiet, kruist de vallende waterfilm en verstoort de luchtkolom in het midden van de buis. Een haakse instroom legt het water netjes tegen de wand.
Op een liggende leiding werkt het andersom. Daar sluit je juist schuin aan, met een T-stuk van 45 graden, zodat het water meestroomt in plaats van dwars binnen te komen. En altijd van opzij, nooit bovenop de leiding. Een aansluiting bovenop lijkt handig als de verzamelleiding krap tussen de balken hangt, maar dan valt alles loodrecht in de stroom en krijg je opstuwing.
Onderaan, waar de standleiding overgaat in de liggende leiding, zet je geen enkele bocht van 90 graden. Neem twee bochten van 45 graden met een recht stuk buis van ongeveer een kwart meter ertussen. De waterkolom wordt dan in twee keer afgebogen en houdt snelheid, in plaats van in één keer stil te slaan tegen de bodem van een bocht.
Voor de hoogte waarop je de aansluitingen aftakt, is het handig om de standaardmaten van je sanitair erbij te pakken voordat je gaat beugelen. In onze tabellen met standaardmaten en montagehoogtes vind je waar een wandcloset en een wastafel doorgaans uitkomen. Zit er een doucheputje met een lage inbouwhoogte in het plan, meet die opbouwhoogte dan eerst na, want daar loop je het snelst vast op vloerdikte.
Gebruik nooit een zadelstuk of klemzadel om een standleiding op een bestaande verzamelleiding te zetten. Zo'n zadel wordt met een gat in de buis geboord en met een klemband vastgezet. Het steekt aan de binnenkant uit, vangt papier en vet, en het rubber verhardt in de loop van jaren. Zaag een stuk uit de leiding en zet er een volwaardig T-stuk in met twee schuifsokken.
Lijmen, manchet en het expansiestuk
Een gelijmde pvc-verbinding is sterk en waterdicht, maar hij moet wel goed gemaakt worden. Ontvet en reinig eerst de spie en de binnenkant van de mof met pvc-reiniger, breng dan een ruime laag lijm aan op de spie en een dunne in de mof, en schuif in één beweging door. Het kleine potje lijm met een kwastje van niks, plus een velletje schuurlinnen, is het recept voor een verbinding die na twee jaar begint te huilen.
Zet met een viltstift een streepje op de mof en op de spie voordat je lijmt. Bij een bocht of een T-stuk heb je maar een paar seconden om de juiste hoekverdraaiing te vinden, en met die twee streepjes tegenover elkaar hoef je niet te gokken. Zit het eenmaal vast, dan is het slopen en opnieuw kopen.
Manchetverbindingen met een rubberring hebben één groot voordeel: je kunt ze uit elkaar halen en verdraaien. Vijl bij een manchet altijd de zaagkant van de buis af, want een scherpe rand snijdt het rubber in bij het inschuiven. Vet de ring in met glijmiddel of een beetje zeep en schuif de buis er soepel in. Verbindingen die na jaren vastzitten krijg je vaak los door de buis met een scheut kruipolie los te draaien in plaats van te trekken.
Een expansiestuk hoort in een gelijmde standleiding die boven en onder klemvast zit, bijvoorbeeld tussen twee betonvloeren. Heet afwaswater laat pvc merkbaar uitzetten, en als de leiding nergens heen kan, scheuren de hulpstukken. Bij een leiding met manchetverbindingen heb je geen expansiestuk nodig, want elke manchet vangt die beweging al op. Sterker nog: een expansiestuk dat samen met manchetten in één traject zit, kan bij afkoelen uit de manchet trekken.
| Verbinding | Wanneer je hem kiest | Waar het misgaat |
|---|---|---|
| Gelijmde mof | Vaste trajecten binnen, waar je niet meer bij hoeft | Niet ontvet, te weinig lijm, of scheef ingeschoven zonder montagestreep |
| Manchet met rubberring | Reparaties en trajecten die je later nog wilt aanpassen | Zaagkant niet afgeschuind, waardoor het rubber inscheurt |
| Schuifsok | Een stuk buis tussen twee vaste punten inzetten | Zakt door uitzetting, tenzij er een beugel onder zit |
| Expansiestuk | Gelijmde standleiding die boven en onder vastzit in beton | Scheef gemonteerd of buiten de montagestreep ingeschoven |
| Reparatiesok | Een kort stuk uit een bestaande ingestorte buis vervangen | Geeft een lichte vernauwing, dus niet in een keukenafvoer |
| Rubbermof met slangklemmen | Overgang van pvc naar gietijzer of asbestcement | Werkt alleen op een rond, ontroest en glad buisstuk |
| Striktouw met teerkit | Pvc-spie in een oude gietijzeren mof | Te los aangeklopt, waardoor het geheel gaat lekken |
Beugel de standleiding per verdieping en zet een beugel direct onder elke aftakking. Die beugel is het vaste punt waar de leiding niet meer kan zakken. Vergeet je hem, dan hangt het gewicht van de hele buis aan je T-stuk en zakt een schuifsok er in de loop van een winter uit.
Een oude standleiding vervangen door pvc
Standleiding vervangen komt in de praktijk neer op drie materialen: gietijzer, lood en asbestcement. Gietijzer kom je tegen in vooroorlogse panden en het roest van binnenuit dicht. De binnendiameter is dan al kleiner dan die van pvc, wat betekent dat je vaker verstopping krijgt, meestal het eerst bij de keukenafvoer waar het vet aanslaat.
Gietijzer doorslijpen kan, maar het is niet de veiligste route. De buis kan verder inscheuren dan je snede, en dan heb je een probleem dat een stuk groter is dan het probleem waarmee je begon. Een kettingpijpsnijder knipt de buis in één keer rond door en is bij verhuurbedrijven te vinden. Wie toch slijpt, slijpt ongeveer halverwege in en tikt de rest met een platte bijl door.
Loden afvoeren en loden aansluitstukken haal je eruit zodra je er toch bij bent. Half werk wreekt zich hier: als jij je eigen stuk keurig in pvc zet en het loden stuk van de buren laat zitten, ligt de badkamer over vijf jaar alsnog open. Wat er komt kijken bij een complete vervanging staat bij het vervangen van de riolering in huis.
Buiten de gevel ligt het verhaal anders. Daar zit vaak nog een gresbuis met moffen en een dichting van teer, en die vervang je met andere hulpstukken dan de pvc binnen. Kijk voordat je begint waar de scheiding tussen binnenriolering en buitenriolering ligt, want dat is meteen de plek waar de aansprakelijkheid verandert.
Een aangetaste gietijzeren buis waar je een verbinding op moet maken, is werk om over na te denken. De buiswand kan aan de bovenkant nog gaaf lijken en op vijf centimeter lager doorgeroest zijn. Krab de mofrand schoon voordat je iets bestelt en meet de werkelijke buitendiameter, want gietijzer wijkt af van de pvc-maten in het schap.
De standleiding in een appartement of flatgebouw
In een appartementencomplex loopt de standleiding door meerdere woningen heen en is hij vrijwel altijd gemeenschappelijk eigendom. Dat staat in de splitsingsakte en het betekent dat je er niets aan verandert zonder toestemming van de vereniging van eigenaars. Ook het stuk dat door jouw woning loopt en dat jij achter je eigen koof hebt zitten, is niet van jou alleen.
Praktisch levert dat een bekend probleem op. Wie zijn toilet wil verplaatsen, moet meestal een T-stuk in de vloer of net eronder aanpakken, en dat betekent breken bij de benedenburen. Een verhuurder of een buur die daar niet aan wil, blokkeert daarmee het hele plan. De omweg die soms wel lukt: een stuk enkelwandig pvc een eind in de oude gietijzeren buis van de buren steken, zodat zij later zonder gedoe kunnen aansluiten.
De VvE-kant is minstens zo belangrijk als de techniek. Een beheerder die een lekkage vijf maanden laat liggen met het argument dat het achterstallig onderhoud betreft, brengt het bestuur in een lastige positie, want gevolgschade komt dan voor rekening van de vereniging. Leg je melding schriftelijk vast en schakel je rechtsbijstandverzekering in als er niets gebeurt.
Werk je in een appartement waar meerdere leidingen samenkomen, houd dan ook de rest van het leidingwerk uit elkaar. In één koof mag niet alles bij elkaar: drinkwaterleidingen die tegen een warme afvoer of tegen verwarmingsbuizen aan liggen, warmen op en dat is voor drinkwaterkwaliteit ongewenst. Meer over de opbouw van dat soort schachten staat bij sanitair en loodgieterswerk in huis.
Lekkage aan de standleiding opsporen
Een lekkage aan de standleiding meldt zich zelden op de plek waar hij zit. Het water loopt langs de buitenkant van de buis naar beneden en komt er twee verdiepingen lager uit, waar het als een vochtplek op een slaapkamermuur verschijnt. De bewoners boven merken er niets van, want bij hen loopt het gewoon weg.
De test is eenvoudig: laat iemand boven achtereenvolgens het toilet doorspoelen, de wastafel laten leeglopen en de douche laten draaien, terwijl jij beneden bij de opengebroken koof kijkt. Water dat pas komt als het toilet spoelt, wijst op de closetaansluiting. Water bij elke afvoer wijst op de standleiding zelf of op een moffverbinding.
Voor een tijdelijke afdichting bestaan er lekklemmen met een rubberinlage, die alleen werken op een recht en rond stuk buis. Op een moffverbinding of een T-stuk krijg je zo'n klem niet dicht. Reparatietape op basis van siliconenrubber overbrugt een haarscheur een paar weken, meer niet. Zie het als het overbruggen van de tijd tot de vergadering, niet als een reparatie.
Ruik je riool zonder dat je water ziet, dan is het vaak geen lekkage maar een leeggezogen sifon of een kier langs de doorvoer. Loop dan eerst de werking van de stankafsluiters in huis na voordat je muren gaat openbreken. Een sifon die droogstaat omdat een ruimte maanden niet gebruikt is, kost je een halve liter water in plaats van een loodgieter.
De standleiding isoleren tegen geluid
Het knallende geluid als de bovenburen doortrekken, ontstaat doordat het water in de standleiding versnelt en onderaan tegen een bocht slaat. In oudere gebouwen loopt de leiding vaak als één rechte pijp van boven naar beneden, en dan bouwt die valsnelheid over vier verdiepingen flink op. Aan de kant van de buren valt daar weinig aan te doen.
Bij het isoleren van de standleiding tegen geluid pak je twee dingen aan die je zelf in de hand hebt: de luchtdoorgang en de trilling. De luchtdoorgang is meestal de grootste winst. Een kier van een halve centimeter rond de doorvoer waar de afvoerbuis de wand in gaat, geeft een directe verbinding tussen de schacht en je toilet. Je hoort het water dan letterlijk door dat gaatje.
Vul zo'n opening met pur of met een blijvend elastische afdichting tot in de schacht, en werk daarna de zichtzijde af. Verdwijnt de rioolgeur tegelijk met het geluid, dan weet je zeker dat je de juiste kier te pakken had. Wij vullen liever met pur dan met kit, omdat pur de holte erachter ook meeneemt.
De trilling pak je aan met massa in de koof: minerale wol tussen de leiding en de beplating, en liefst een dubbele beplating. Wikkel geen isolatie strak rond de buis zonder afwerking, want stof en vocht hopen zich daarin op. Er bestaan ook dikwandige, mineraal gevulde afvoerbuizen die het geluid al in de buis dempen; die zijn een goede keus als je de leiding toch vervangt, en veel duurder achteraf.
Zet de beugels van de standleiding met een rubberinlage vast in plaats van staal op pvc. Een harde beugel geeft de trilling rechtstreeks door aan de muur, en dan hoor je het doorspoelen in de kamer ernaast net zo hard als in de koof zelf.
Wat je doet als er geen standleiding in huis is
Geen standleiding in huis is geen zeldzaamheid, zeker niet in woningen uit de jaren tachtig en negentig waar de badkamer op de eerste verdieping op een korte staande leiding loost die nergens naar boven doorgaat. Het probleem meldt zich als het toilet slecht doorspoelt, als het doucheputje leegloopt na elke wasbeurt, en als het rond de closetmanchet gaat zuigen en condenseren.
De nette oplossing blijft een leiding tot boven het dak. Loopt die route dood op een cv-ketel of een dakraam, kijk dan of een buis buitenom langs de uitbouw kan, binnen weggewerkt in een koof. Dat oogt als veel werk, maar het is de enige ingreep die zowel beluchting als ontluchting oplevert.
Kan het echt niet, dan is een beluchter de tweede keus. Neem er dan een van 75 tot 110 mm en zet hem hoger dan het hoogste afvoerpunt in het stelsel; ongeveer een halve meter erboven is een goede vuistregel. Zo'n ventiel is een onderdeel dat kan falen, dus het moet bereikbaar blijven achter een luikje. Een beluchter dichtgemetseld achter een inbouwreservoir is over vijf jaar een sloopklus.
Voor losse toestellen kun je ook onder de wastafel werken met een sifon met een ingebouwde beluchter. Dat helpt tegen het leeglopen van dat ene toestel, maar het lost een systeem zonder ontspanning niet op. Vier losse beluchters op vier toestellen, wat we in de praktijk regelmatig zien, doen samen nog steeds niet wat één open leiding door het dak doet.
Zo leg je een standleiding aan
Deze volgorde gaat uit van een gestripte woning waarin de liggende verzamelleiding er al ligt en de standleiding naar boven moet.
-
Teken de route van beneden naar boven uit
Bepaal eerst waar de leiding door de vloeren en het dak gaat, en pas daarna waar de aftakkingen komen. Meet in de kruipruimte, op de verdieping en op zolder of je op elke etage vrij ligt van balken en van de nokconstructie. Een standleiding die op zolder tegen een gording aanloopt, is de klassieke reden waarom een plan halverwege omgegooid moet worden.
-
Maak de aansluiting op de verzamelleiding
Zaag een stuk uit de bestaande 125 mm leiding en zet er een volwaardig T-stuk in met twee schuifsokken. Sluit haaks aan op de standleiding en schuin op de liggende leiding, altijd van opzij. Onderaan gebruik je twee bochten van 45 graden met een recht stuk van ongeveer een kwart meter ertussen, zodat het water niet in één klap stilvalt.
-
Boor de doorvoeren en pas de buis droog
Boor of hak de doorvoeren door vloer en plafond met wat speling rondom, zodat de leiding niet klem komt te zitten en later kan uitzetten. Ga je door een dragende vloer of een dragende wand, laat de plek en de maat dan eerst beoordelen door een constructeur. Leg de hele leiding daarna droog in elkaar en controleer met een waterpas of hij lood staat.
-
Zet de aftakkingen op de juiste hoogte
Plaats de T-stukken voor het toilet, de wastafel en de douche voordat je definitief vastzet. Kijk in de handleiding van je buismerk welke onderlinge afstand tussen twee aansluitingen wordt aangehouden; die richtafstand mag kleiner zijn wanneer de standleiding tot boven het dak ontspannen is. Zit je krap, dan is dat het moment om te schuiven, niet nadat alles gelijmd is.
-
Lijm of monteer de verbindingen
Zet montagestreepjes op mof en spie, reinig beide met pvc-reiniger en lijm met een ruime laag op de spie. Bij manchetverbindingen vijl je de zaagkant af en vet je de rubberring in met glijmiddel. Bouw van onder naar boven op, zodat elke mof met de stroomrichting mee staat en er nergens een randje dwars in de buis steekt.
-
Beugel de leiding en zet het expansiestuk erin
Beugel per verdieping en zet een beugel direct onder elke aftakking en onder elke schuifsok. Zit de leiding volledig gelijmd tussen twee betonvloeren klem, plaats dan een expansiestuk en schuif het tot de montagestreep die de fabrikant erop heeft gezet. In een traject met manchetverbindingen laat je het expansiestuk juist weg.
-
Trek de leiding door het dak
Houd boven het dak minimaal 75 mm aan en liefst dezelfde diameter als de standleiding zelf. Werk hier met een goed gezekerde ladder of een steiger, want dit is het stuk van de klus waar je van hoogte kunt vallen; bij een pannendak zonder loopplank is het verstandiger een dakdekker de doorvoer te laten zetten. Houd de uitmonding weg bij dakramen en slaapkamerramen.
-
Test met water en dicht de doorvoeren af
Laat een emmer water door de bovenste aftakking lopen en loop met een zaklamp elke verbinding langs, ook de manchetten. Wat op waterdun glijmiddel lijkt in een manchet is meestal ook echt het glijmiddel, maar controleer het na een dag opnieuw. Pur daarna de doorvoeren door vloeren en wanden rondom dicht, want die kieren geven later geluid en rioollucht.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Controleer dit voordat je de koof dichtmaakt
Uit de praktijk
Een gietijzeren standleiding die niet uit het T-stuk wilde
Op de tweede verdieping van een oud pand moest het toilet verplaatst worden en er kwam een tweede toilet op de etage erboven. De gietijzeren standleiding kon eruit, maar het T-stuk in de vloer moest blijven zitten, want de verhuurder van de benedenwoning gaf geen toestemming om daar te breken. De standpijp zat met lood en striktouw in de mof gestopt en dat spul was vergroeid met de tijd.
Wat uiteindelijk werkte kostte een uur of vijf. Met een grote haakse slijper werden twee horizontale snedes gemaakt, ongeveer vijftien centimeter boven elkaar, en daarna twee verticale snedes ertussen. Zo kwam er een luikje uit de pijp. Via dat gat kon met een kleine slijper de buis van binnenuit verder worden doorgeslepen, waarna het lood en het verrotte striktouw eruit te pulken waren. In de vrijgekomen kraag ging vers striktouw, stevig aangeklopt, en de bovenkant werd afgedicht met teerkit. De pvc-spie kon er daarna gewoon in.
Een expansiestuk dat onder spanning kwam te staan
Bij een verbouwing werd een standleiding opnieuw opgebouwd met manchetverbindingen, en daar werd voor de zekerheid ook een expansiestuk in gezet. Het probleem zat in de combinatie. Boven het expansiestuk kwamen twee bochten van 45 graden met manchet, en die stonden niet in één lijn met de rest. Het expansiestuk kwam daardoor scheef te staan en er stond permanent zijdelingse spanning op.
Dat is precies het scenario waarin het misgaat: als de leiding afkoelt en krimpt, kan het expansiestuk uit de manchet trekken. In een leiding met manchetten is dat stuk sowieso overbodig, want de rubberringen vangen uitzetting en krimp al op. De oplossing was het expansiestuk eruit halen, de 45 graden bochten vervangen door 30 graden en er tussen het T-stuk een recht stuk buis bij te zetten. Daarmee liep de leiding gestroomlijnd en spanningsvrij, met minder verbindingen dan in het oorspronkelijke plan.
Water dat langs de standleiding twee etages lager binnenkwam
In een jaren dertig complex met drie woningen verscheen op de begane grond een grote vochtplek op de slaapkamermuur naast de badkamer. De vochtmeter sloeg volledig uit. De wand werd opengebroken op de plek waar de standleiding loopt, maar daar zat het lek niet: zodra de bovenbuurman water gebruikte, liep het langs de buitenkant van de leiding naar beneden. Die bovenbuurman had zelf nergens last van.
De loodgieter constateerde een aangetaste leiding die niet plaatselijk te repareren was en kwam op ongeveer twaalfduizend euro voor complete vervanging door alle woningen heen. Niet alle eigenaars wilden daaraan meebetalen. Tot die tijd hielp alleen overbruggen: het lek eerst blootleggen om te zien of het op een recht stuk zat, want een lekklem of reparatietape werkt alleen daar en niet op een mof. Wat hier de doorslag gaf, was de melding schriftelijk bij de VvE-beheerder neerleggen en de rechtsbijstandverzekering laten bellen, omdat gevolgschade door uitgesteld onderhoud bij de vereniging terechtkomt.
Een knallend geluid bij het doorspoelen boven
Na een verbouwing van het toilet in een appartement klonk het doorspoelen van de bovenburen ineens als een klap in plaats van als stromend water. Het viel op dat er tegelijk een lichte rioolgeur hing zodra je dicht bij de wand achter de pot kwam. De bovenburen hadden hun toilet vervangen en betegeld, maar aan de standleiding zelf was niets veranderd.
De oorzaak zat in het eigen werk. Rond de afvoerdoorvoer waren de tegels niet netjes uitgeslepen en de opening was nooit dichtgezet: een kier van ongeveer een halve centimeter hoog en vijf centimeter breed, met daarachter de open schacht. Die kier gaf een rechtstreekse lucht- en geluidsverbinding tussen de schacht en de wc-ruimte. Diep uitpurren tot in de holte erachter nam het meeste geluid weg en de rioolgeur verdween meteen. Isolatiemateriaal los om de buis wikkelen bleek niet nodig en is ook geen goed idee, want dat vervuilt in de loop van de jaren.
Veelgemaakte fouten
Een zadelstuk op de verzamelleiding gebruiken
Een klemzadel is snel gemonteerd: gat boren, zadel eromheen, band aandraaien. Maar de rand van het geboorde gat steekt aan de binnenkant uit en vangt papier en vet, en het rubber van de klemband verhardt. Als het over vijf jaar lekt, ligt de badkamer die je erboven hebt gebouwd alsnog open. Zaag een stuk uit en zet er een T-stuk met twee schuifsokken in.
Bovenop de liggende leiding aansluiten
Als de verzamelleiding krap tussen de balken hangt, is aansluiten van bovenaf soms het enige wat past. Toch valt het water dan loodrecht in de doorgaande stroom en dat geeft opstuwing en spatten in de leiding. Schroef de buis liever tegen de andere balk aan, zodat je er van opzij op kunt komen.
Een beluchter zien als vervanging van de leiding door het dak
Een membraanventiel laat alleen lucht binnen bij onderdruk en houdt overdruk tegen. Een rioolstelsel moet beide kanten op kunnen ademen. Een beluchter helpt op een lange tak of onder één toestel, maar hij kan de hoofdontspanning niet overnemen, en op de plek waar hij zit moet je er ook bij kunnen als hij het begeeft.
De ontspanningsleiding verkleinen naar 32 of 40 mm
Een dun buisje door het dak lijkt genoeg lucht te geven en in kleine installaties merk je er soms niets van. Toch levert elke verkleining luchtweerstand op, precies op het moment dat er honderden liters per minuut langsschieten. Onder de 75 mm ga je onder het minimum zitten dat in Nederland voor de ontspanning wordt aangehouden.
Een expansiestuk in een leiding met manchetverbindingen zetten
Manchetten vangen uitzetting en krimp al op, dus het expansiestuk heeft er niets te doen. Erger nog: als de leiding krimpt, kan het expansiestuk zich uit de manchet trekken en dan heb je een open verbinding in een dichtgemaakte koof. Het expansiestuk hoort in een volledig gelijmd traject dat boven en onder klemvast zit.
Lijmen met een klein kwastje en schuurpapier
Het potje lijm met het kwastje van drie centimeter en een velletje schuurlinnen erbij levert een verbinding op met te weinig lijm en met krassen die pvc-reiniger nooit heeft gezien. Ontvetten met echte pvc-reiniger en een ruime laag lijm op de spie is de hele truc. Schuren voegt niets toe.
De beugels vergeten
Een standleiding hangt met haar volle gewicht aan de laagste verbinding als je haar nergens vastzet. Een schuifsok zakt dan in de loop van een jaar door uitzetting en krimp naar beneden, en dat merk je pas als er een vochtplek verschijnt. Beugel per verdieping en zet er een onder elke aftakking.
Zelf zagen in een asbestcement standleiding
In gebouwen uit de jaren zestig en zeventig zit de standleiding regelmatig in asbestcement. Zagen, boren of hakken maakt vezels vrij en dat is werk dat je niet zelf doet. Bewerken mag niet, dus zo'n leiding gaat in zijn geheel eruit door een gecertificeerd bedrijf, meestal op basis van een inventarisatierapport.
Veelgestelde vragen
Wat is een standleiding precies?
De standleiding is de verticale afvoerbuis in een woning of gebouw waarop alle liggende afvoeren uitkomen. Onderaan sluit hij aan op de liggende verzamelleiding naar het gemeenteriool, bovenaan loopt hij door tot boven het dak. Dat bovenste stuk heet de ontspanningsleiding en zorgt dat er lucht bij kan wanneer er water valt, zodat de sifons van andere toestellen niet leeggezogen worden.
Welke diameter moet een standleiding hebben?
Voor een standleiding waar een toilet op loost, is 110 mm de gangbare maat in bestaande woningbouw. In nieuwbouw wordt ook 90 mm toegepast voor closetaansluitingen, omdat moderne reservoirs met zes liter spoelen in plaats van twaalf. Zonder toilet erop kun je met 75 mm toe. Wat je nooit doet, is de standleiding onderweg naar boven verkleinen, want dan maak je een flessenhals op de plek waar het water het hardst valt.
Is een ontluchting van de standleiding verplicht?
Een binnenrioleringsstelsel moet een open verbinding met de buitenlucht hebben en die verbinding is de standleiding zelf, doorgetrokken door het dak. In Nederland wordt daarvoor een diameter van minimaal 75 mm aangehouden, zonder ventielen of mechanische delen erin. Zonder die ontspanning krijg je gorgelende afvoeren, leeggezogen sifons en rioollucht in huis, en in een groter stelsel ook opstuwing bij het laagste toestel.
Kan ik een beluchter op de standleiding zetten in plaats van een leiding door het dak?
Niet als volwaardige vervanging. Een beluchter laat lucht binnen bij onderdruk en sluit bij overdruk, terwijl een rioolstelsel beide kanten op moet kunnen ademen. Voor één toestel of een lange tak kan hij een uitkomst zijn, maar de hoofdontspanning neemt hij niet over. Zet je er toch een, kies dan 75 tot 110 mm, plaats hem ruim boven het hoogste afvoerpunt en houd hem bereikbaar achter een luikje, want een beluchter is een onderdeel dat kan gaan haperen.
Kan ik zelf een standleiding vervangen?
Een standleiding in pvc opbouwen in een eengezinswoning is goed te doen als je nauwkeurig werkt en de leiding tot boven het dak kunt doortrekken. Lastig wordt het bij de aansluiting op oud gietijzer of lood, bij een appartement waar je bij de buren moet breken, en bij de dakdoorvoer zelf. Vervang je een compleet oud stelsel, kijk dan eerst bij het vervangen van de riolering wat er allemaal bij komt kijken.
Wie is verantwoordelijk voor de standleiding in een appartement of flatgebouw?
In vrijwel alle appartementencomplexen is de standleiding gemeenschappelijk eigendom en dus van de vereniging van eigenaars, ook het stuk dat door jouw woning loopt. Onderhoud en vervanging worden uit de gezamenlijke pot betaald en je hebt toestemming van de VvE nodig voordat je er iets aan verandert. Controleer de splitsingsakte, want daarin staat waar de grens tussen gemeenschappelijk en privé precies ligt.
Wat kost het vervangen van een standleiding?
In een eengezinswoning blijft het materiaal beperkt tot een paar honderd euro aan buis, hulpstukken, lijm en beugels, en zit het geld vooral in het breek- en herstelwerk. In een appartementencomplex loopt het snel op omdat er in meerdere woningen gebroken moet worden. Voor een complete vervanging door drie woningen heen zagen wij een offerte van rond de twaalfduizend euro langskomen, inclusief het herstel.
Hoe herken ik een asbest standleiding?
Asbestcement standleidingen zitten vooral in gebouwen uit de jaren zestig en zeventig. Ze zijn grijs, hebben een matte, licht ruwe wand en klinken dof als je erop tikt, waar gietijzer helder klinkt. Een magneet plakt aan gietijzer en niet aan asbestcement. Twijfel je, dan laat je een inventarisatierapport maken en ga je er tot die tijd niet in zagen, boren of hakken.
Waar zit een lekkage aan de standleiding meestal?
Meestal bij een verbinding: een oude moffverbinding met lood en striktouw, een verweerde rubbermanchet of het punt waar een aftakking op de standleiding komt. Het water loopt vandaar langs de buitenkant van de buis naar beneden en verschijnt vaak pas een of twee verdiepingen lager als vochtplek. Laat daarom iemand boven de toestellen één voor één gebruiken terwijl jij beneden kijkt, dan weet je welke aansluiting het is.
Hoe kan ik de standleiding isoleren tegen geluid?
Begin bij de doorvoeren. Een kier van een halve centimeter rond de afvoerbuis geeft een rechtstreekse geluidsverbinding met de schacht en die vul je met pur tot in de holte erachter. Werk daarna met minerale wol in de koof en liefst een dubbele beplating, en gebruik beugels met een rubberinlage zodat de trilling niet in de muur zit. Wikkel geen los isolatiemateriaal om de buis, dat vervuilt en gaat op den duur ruiken.
Wanneer heb ik een expansiestuk in de standleiding nodig?
Alleen bij een volledig gelijmde standleiding die boven en onder klemvast zit, bijvoorbeeld tussen twee betonvloeren. Warm afvalwater laat pvc uitzetten en als de buis nergens heen kan, scheuren de hulpstukken. Schuif het expansiestuk tot de montagestreep die de fabrikant erop heeft gezet en lijn het recht uit met de rest van de leiding, niet scheef. Bij manchetverbindingen laat je het weg, want die vangen de beweging al op.
Wat doe ik als er geen standleiding in huis is?
Kijk eerst of je een leiding buitenom of door een koof alsnog tot boven het dak kunt brengen, want dat is de enige oplossing die zowel beluchting als ontluchting geeft. Kan dat niet, dan is een grote beluchter van 75 tot 110 mm ruim boven het hoogste afvoerpunt de tweede keus, bereikbaar achter een luikje. Losse beluchters op elk toestel afzonderlijk verhelpen het probleem meestal niet, ook niet als je er vier plaatst.
Waarom gorgelt mijn doucheputje als er boven wordt doorgetrokken?
Dat is onderdruk in de standleiding die het water uit de dichtstbijzijnde stankafsluiter trekt. Bij een doucheputje met een laag waterslot gebeurt dat het eerst, omdat daar de minste waterkolom in staat. Loopt het putje daarna leeg, dan is er geen stankafsluiting meer en ruik je riool in de badkamer. De oorzaak zit in de ontspanning van het stelsel, niet in het putje zelf.
Wanneer je beter een vakman belt
Het opbouwen van een pvc standleiding in een eigen woning is werk dat je met wat geduld zelf kunt doen. Er zijn vier situaties waarin je stopt en belt.
De eerste is asbest. Een asbestcement standleiding mag je niet bewerken: niet zagen, niet boren en niet hakken. Zo'n leiding gaat in zijn geheel eruit door een gecertificeerd saneringsbedrijf, meestal op basis van een inventarisatierapport en met een melding bij de gemeente. In een appartementencomplex komt daar toestemming van de VvE bij, want de leiding is gemeenschappelijk eigendom.
De tweede is een dragende constructie. Een doorvoer van 110 mm is dikker dan een halfsteens muur en gaat dus ten koste van draagkracht of van de isolatieschil. Wil je door een dragende wand of vloer, laat de plek en de maat dan door een constructeur beoordelen voordat de boorhamer erin gaat.
De derde is de dakdoorvoer. Werken op een pannendak zonder loopplank of steiger is de meest onderschatte kant van deze klus. Een dakdekker of loodgieter zet de doorvoer in een uur waterdicht in, en dat is het geld waard vergeleken met een val van een ladder.
De vierde is een lekkage in een gemeenschappelijke leiding. Repareren doe je daar niet op eigen houtje, want gevolgschade komt bij de vereniging terecht en jouw noodreparatie kan die discussie ingewikkeld maken. Meld het schriftelijk, laat een loodgieter de oorzaak vaststellen en schakel je rechtsbijstandverzekering in als het bestuur blijft stilzitten. Dat de oorzaak vaak in de oude buitenriolering of in verweerde moffen ligt, maakt het des te belangrijker dat iemand met verstand van zaken de hele leiding beoordeelt en niet alleen het natte plekje.