Gietvloer over tegels leggen zonder dat de voegen aftekenen
Een gietvloer over tegels kan prima, want de tegelvloer wordt gewoon de drager. Voorwaarde is dat elke tegel muurvast zit, de vloer niet veert en er geen vocht van onderaf komt. Het werk zit vrijwel helemaal in de voorbereiding: ontvetten, de glans eraf schuren, primeren met een hechtprimer voor niet-zuigende ondergronden en daarna een vullaag van drie tot vijf millimeter over de hele vloer. Vul je alleen de voegen, dan zie je het voegpatroon binnen een jaar terug in de toplaag.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Betonschuurmachine of haakse slijper met diamantschuurschijf, korrel 40 tot 60
- Stofzuiger van klasse M met een stofafzuiging op de machine
- Rei van twee meter en een waterpas
- Steel van een schroevendraaier of een muntstuk om de vloer af te tikken
- Multitool of voegenfrees voor het uithalen van voegen
- Vlakspaan, glad en getand, en een rakel
- Prikrol en spikeschoenen
- Verfroller met korte pool en een kwast voor de randen
- Emmer van twintig liter en een boormachine met menkorf
- Afplaktape en folie voor de wanden en de kozijnen
Materiaal
- Sterke ontvetter en schoon spoelwater
- Tweecomponenten hechtprimer voor niet-zuigende ondergronden
- Quartzzand om in de natte primer te strooien
- Reparatiemortel voor uitgehakte tegels en scheuren
- Egaline of vulmassa die geschikt is voor tegelvloeren
- Wapeningsvlies bij een cementgebonden systeem
- Gietvloermassa in de gekozen kleur
- Sealer of toplak, twee lagen
- Elastische kit voor de aansluiting op wand en kozijn
- Randstroken bij een dilatatievoeg
Wanneer een gietvloer over tegels kan
Een gietvloer staat niet op zichzelf. Het is een laag van twee tot drie millimeter die de vorm van de ondergrond overneemt, dus de tegelvloer blijft liggen en wordt de drager. Hoe zo'n vloer is opgebouwd en waar de zwakke plekken zitten, staat in ons overzicht over tegels zetten en de ondergrond daaronder.
Daarmee liggen de voorwaarden ook vast. Elke tegel zit muurvast, de vloer veert niet als je erover loopt, en er komt geen vocht van onderaf. Een gietvloer is vrijwel dampdicht, dus wat eronder zit blijft eronder zitten en zoekt vroeg of laat een uitweg door de laag heen.
De winst is duidelijk: geen sloopwerk, geen container en een ondervloer die niet beschadigd raakt. Wat je ervoor terugkrijgt is voorbereiding, en dat is bijna al het werk. Wie daarop bezuinigt, ziet het voegpatroon binnen een jaar terug in de nieuwe vloer.
| Wat je aantreft | Kan de gietvloer eroverheen | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| Tegels op een betonvloer of dekvloer, alles vast | Ja, dit is het standaardgeval | Vullaag over de hele vloer en een hechtprimer voor glad werk |
| Losse of hol klinkende tegels | Pas nadat die eruit zijn | Uithakken, de lijm eraf, vlak opvullen met reparatiemortel |
| Tegels op een houten vloer of op underlayment | Riskant, alleen met een elastisch systeem | Hout werkt met het seizoen; een harde epoxy scheurt daar zeker |
| Een dilatatievoeg in de tegelvloer | Ja, maar de voeg loopt door naar boven | Overzetten in de toplaag, anders scheurt de laag precies daar |
| Een vloer die zichtbaar veert bij het lopen | Nee | Een laag van drie millimeter maakt een constructie niet stijver |
| Vochtplekken, of een kruipruimte zonder folie | Nee, eerst meten | Folietest van drie dagen, en pas gieten als de vloer droog blijft |
| Tegels in een doucheruimte | Ja, met een systeem voor natte ruimten | Afschot en doucheput blijven leidend, hoeken met kimband |
| Terras, balkon of garagevloer buiten | Nee voor een binnensysteem | Uv-licht en vorst maken een gewone gietvloer los en dof |
De opbouw van tegel tot toplaag
Het helpt om de klus als een stapel lagen te zien in plaats van als een emmer die je uitgiet. Elke laag heeft één taak, en een laag die je overslaat wordt altijd de laag waar het misgaat.
De hechtprimer is daarin het scharnierpunt. Glazuur is glad en zuigt niets op, dus gewone voorstrijk heeft er niets te zoeken: die is gemaakt om in een poreuze ondergrond te trekken en blijft op een tegel als een velletje liggen. Een tweecomponenten epoxy- of pu-primer hecht wel op glazuur, en in die natte primer strooi je quartzzand. Dat zand geeft de vullaag daarboven iets om zich aan vast te houden.
Tel je alles op, dan kom je op zes tot tien millimeter opbouw. Dat lijkt weinig, maar het is precies genoeg om deuren te laten klemmen en een drempel te laten verdwijnen.
Opbouwhoogte, deuren en drempels
Onder een binnendeur hoort een kier van één tot anderhalve centimeter, en bij mechanische ventilatie twee centimeter, want die kier is de luchttoevoer naar de afzuiging. Een opbouw van acht millimeter eet daar een flink deel van op. Meet de kier dus voordat je begint en kort de deur af zolang hij nog makkelijk uit zijn scharnieren komt.
Bij drempels en bij de aansluiting op een andere vloer werkt een verhoogd profiel netter dan een gietvloer die je tot een dun randje uit laat lopen. Zo'n dunne rand slijt als eerste stuk en laat daar los. Langs de wand loopt de vloer meestal een centimeter of vijf omhoog achter de plint, of je sluit hem af met een elastische voeg. Welke soort daar past zoek je op in onze kitkiezer per situatie.
| Laag | Dikte | Waarom die laag er zit |
|---|---|---|
| Bestaande tegelvloer | 8 tot 12 mm plus de lijm | Draagt alles, moet volledig vast, schoon en droog zijn |
| Ontvet en opgeruwd oppervlak | geen dikte | Zonder de glans eraf hecht de primer op een spiegel |
| Hechtprimer voor niet-zuigende ondergrond | 0,2 tot 0,5 mm | Verbindt kunsthars met glazuur, altijd tweecomponenten |
| Ingestrooid quartzzand | 0,3 tot 0,7 mm | Maakt van een gladde primerfilm een grip voor de vullaag |
| Vullaag of egaline over de hele vloer | 3 tot 5 mm | Legt de voegen dicht en maakt er één doorlopend vlak van |
| Wapeningsvlies bij cementgebonden systemen | 0,3 mm | Verdeelt de krimpspanning zodat een haarscheur niet doorloopt |
| Gietvloer van polyurethaan | 2 tot 3 mm | De toplaag zelf, en die is precies zo vlak als de laag eronder |
| Cementgebonden gietvloer in betonlook | 3 tot 5 mm | Dikker en harder, krimpt tijdens het uitharden |
| Sealer of toplak, twee lagen | 0,1 mm per laag | Neemt de slijtage op, en dat is de laag die je later overzet |
De vloer aftikken: welke tegels moeten eruit
Een hol klinkende tegel betekent lucht tussen de lijm en de tegel. Zolang er tegels liggen valt dat mee, want de tegel wordt aan de randen op zijn plek gehouden. Onder een harde toplaag wordt zo'n plek een scharnier: bij elke stap buigt de tegel een fractie, en de coating daarboven kan die beweging niet volgen.
Tik de hele vloer af met de steel van een schroevendraaier of met een muntstuk, in banen, zodat je niets overslaat. Een vaste tegel klinkt kort en dof, een holle klinkt na. Plak elke verdachte tegel af met tape en tel achteraf hoeveel het er zijn. Ligt er hier en daar één, dan vervang je die. Klinkt een kwart van de vloer hol, dan is de lijmlaag zelf slecht en is de tegels eruit halen zonder de ondervloer te slopen op termijn goedkoper dan een gietvloer die je over twee jaar opnieuw doet.
Een tegel die eruit moet, haal je weg tot op de ondergrond. De achtergebleven kammen lijm hakken of frezen weg tot de plek weer vlak is, en hoe je dat aanpakt staat bij het weghalen van oude tegellijm. Vul het gat daarna met reparatiemortel tot precies de hoogte van het omliggende tegelwerk, en niet hoger: een bult schuur je er later niet zomaar af.
Let op bij vloeren van voor 1994. Onder tegels en vinyl uit die periode zit soms zwarte bitumenlijm of een egalisatielaag waar asbest in kan zitten. Ga daar niet met een slijper of een breekhamer in. Laat het materiaal onderzoeken en laat het weghalen door een gecertificeerd bedrijf. Dit is precies de situatie waarin een gietvloer over de bestaande tegels juist de veilige keuze kan zijn, want dan blijft de laag eronder ongestoord liggen.
Waarom de voegen aftekenen en hoe je dat voorkomt
Dit is het probleem dat bij een gietvloer over tegels bijna altijd de kop opsteekt. De voeg ligt een halve tot twee millimeter lager dan de tegel en is poreuzer, dus hij zuigt meer materiaal op. Een dunne laag zakt daar iets in en droogt er anders uit, en dat verschil zie je bij strijklicht als een schaduwruit over de hele vloer.
Er komt een tweede mechanisme bij. De tegels zetten uit en krimpen met de temperatuur, en die beweging wordt opgevangen in de voeg. Onder een harde laag werkt zo'n voeg als een vouwlijn, waardoor er na een seizoen een haarscheurtje precies boven het voegwerk staat.
De oplossing is niet de voegen apart vullen, want zo'n plaatselijke vulling krimpt en tekent zich juist scherper af. Wat wel werkt is een vullaag over de hele vloer van drie tot vijf millimeter, aangebracht op een geprimerde en ingestrooide ondergrond. Die laag gedraagt zich als één vlak in plaats van als een lappendeken. Hoe je zo'n laag uitgiet en verdeelt staat bij het egaliseren van een tegelvloer.
Het risico neemt toe naarmate er meer voegmeters per vierkante meter liggen. Kleine tegels, mozaïek en tegels in een wildverband met veel korte voegen vragen dus een dikkere vullaag dan een vloer van zestig bij zestig.
Leg na het schuren van de vullaag een bouwlamp plat op de vloer en kijk vanaf de andere kant van de kamer. In dat strijklicht zie je elke rand en elke voegschaduw die je rechtop staand nooit opmerkt. Wat je dan ziet, zie je straks ook in de gietvloer.
Ontvetten, opruwen en primeren
Een tegelvloer die jaren in gebruik is geweest draagt een onzichtbare film van zeepresten, glansmiddel en vet. Kunsthars hecht daar niet op, en schuren maakt het erger: je wrijft het vet dan in de verse krassen. De volgorde is dus altijd eerst ontvetten, dan pas schuren.
Dweil twee keer met een sterke ontvetter en spoel daarna met schoon water na, met een schone dweil en verse emmers. Of het gelukt is zie je aan het water: op een vetvrije tegel blijft het als een vlies staan, op een vette tegel trekt het samen tot druppels. Trekt het nog samen, dan doe je het nog een keer.
Daarna gaat de glans eraf met een diamantschuurschijf in korrel 40 tot 60, op een betonschuurmachine met stofafzuiging of met een haakse slijper met stofkap. Je hoeft de tegel niet weg te schuren, je haalt alleen de glazuurglans weg tot het oppervlak overal mat is. Vergeet de randen en de hoeken niet, want dat zijn de plekken waar de laag als eerste terugkomt. Zuig daarna stofvrij, ook de voegen, en rol de primer meteen dezelfde dag.
| Wat je aantreft | Wat je ermee doet | Waaraan je ziet dat het goed is |
|---|---|---|
| Zeepresten en vloerglansmiddel | Twee keer dweilen met ontvetter, daarna naspoelen met schoon water | Het water blijft als een vlies staan in plaats van samen te trekken |
| Vetplekken voor het fornuis | Plaatselijk ontvetten vóór het schuren, anders schuur je het vet erin | De plek droogt in hetzelfde tempo op als de rest van de vloer |
| Glanzend glazuur | Schuren met korrel 40 tot 60 tot de glans overal weg is | Een egaal mat oppervlak zonder glimmende eilandjes bij de voeg |
| Kalkaanslag of cementsluier | Zure reiniger volgens de verpakking, daarna twee keer naspoelen | Geen witte waas meer, en geen zuurrest die de primer aantast |
| Zwarte aanslag in de voeg | Uitborstelen of uitfrezen tot op vaste mortel, daarna laten drogen | Een droge, lichte voeg zonder donkere kern |
| Scheuren in tegels of voegen | Uitfrezen en vullen met reparatiemortel, niet dichtsmeren met egaline | De scheur beweegt niet meer als je met je volle gewicht stapt |
| Oude lijmresten van vloerbedekking | Mechanisch weghalen, geen oplosmiddel dat in de voeg trekt | Een droge, matte tegel zonder plakkerige plekken |
| Stof na het schuren | Zuigen met een stofzuiger van klasse M, ook langs de plinten | Een schone hand als je met een vlakke hand over de vloer veegt |
Schuren van tegels geeft kwartsstof. Werk met stofafzuiging op de machine en met een stofmasker van klasse P3, en houd de deuren naar de rest van het huis dicht. Dit fijne stof blijft uren in de lucht hangen en zet zich in de hele woning af.
Vocht van onderaf en waarom de laag dan bol gaat staan
Een pu- of epoxylaag laat vrijwel geen damp door. Vocht dat vanuit de kruipruimte of vanuit een nog natte dekvloer omhoog komt, kan er dus niet doorheen en bouwt onder de laag druk op. Dat zie je terug als blaasjes ter grootte van een muntstuk, als een doffe schaduw, of als een stuk laag dat aan de randen omkrult.
Onder tegels valt dat vocht vaak niet op, want een tegelvloer met cementvoegen laat wel iets door en de vlek droogt telkens weer op. Zodra er een dampdichte laag overheen gaat, verdwijnt die uitweg en komt het probleem binnen enkele maanden bovendrijven.
De simpelste controle is de folietest. Plak een stuk plastic van vijftig bij vijftig centimeter rondom luchtdicht op de tegels met ducttape en laat het drie dagen liggen, op meerdere plekken in de ruimte. Zit er daarna condens aan de onderkant, of is de tegel eronder donkerder dan ernaast, dan komt er vocht omhoog. Dat los je eerst op: kruipruimte ventileren, folie op de bodem, of de lekkage opsporen.
Ligt er een jonge dekvloer onder de tegels, dan is meten beter dan wachten. Voor een dampdichte afwerking wordt bij een zandcement dekvloer meestal een restvocht van maximaal twee procent aangehouden en bij anhydriet aanzienlijk minder. Die meting doet een vloerenlegger met een carbidmeter, en de leverancier van het systeem bepaalt welke waarde geldt.
Wachttijden per laag, en waarom haast hier duur is
Het meeste dat misgaat bij een gietvloer over tegels komt door doorwerken op een laag die er droog uitziet maar het niet is. Een vullaag droogt van boven naar beneden dicht, dus juist het vocht onderin blijft zitten. Leg je daar een dampdichte gietvloer op, dan zit dat vocht opgesloten.
De vuistregel voor egaline en vulmassa is één dag per millimeter laagdikte voordat er een dichte afwerking op mag. Een vullaag van vijf millimeter heeft dus rustig vijf dagen nodig, ook al loop je er na een halve dag alweer overheen. In een koude of slecht geventileerde ruimte rekt dat verder op. De droogtijden per materiaal in onze opzoektabel laten per soort zien wat stofdroog betekent en wanneer een laag echt belastbaar is.
Voor de primer geldt juist het omgekeerde: die heeft naast een minimale wachttijd ook een uiterste termijn. Wacht je te lang, dan is het oppervlak zo hard uitgereageerd dat de volgende laag er niet meer chemisch aan hecht en je opnieuw moet opruwen. Het ingestrooide quartzzand vangt dat deels op, en dat is precies waarom het erin gaat.
| Laag | Beloopbaar of doorwerkbaar | Verder mag je pas na | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Ontvetten en naspoelen | meteen | 12 tot 24 uur, tot ook de voegen droog zijn | De tegel voelt droog terwijl de voeg nog vol water zit |
| Reparatiemortel in uitgehakte plekken | na 2 tot 4 uur | 24 uur voor de vullaag | Een plek die nog krimpt tekent zich af als een rechthoek |
| Tweecomponenten hechtprimer | na 6 tot 12 uur | 12 tot 24 uur, en meestal binnen 48 uur overwerken | Te lang wachten geeft een gladde film waar niets meer op hecht |
| Vullaag of egaline | na 3 tot 6 uur | 1 dag per millimeter voor een dampdichte laag | Een laag van 5 mm die na twee dagen wordt afgewerkt gaat blazen |
| Gietvloer van polyurethaan | na 24 uur voorzichtig | 3 dagen voor meubels, 7 dagen voor water en schoonmaakmiddel | Zware poten op een vloer van twee dagen oud drukken deuken |
| Sealer of toplak | na 12 tot 24 uur | 7 dagen voor volledige chemische belasting | Vroeg dweilen laat een matte waas achter die blijft |
| Vloerverwarming weer aan | niet tijdens het werk | minstens 7 dagen na de laatste laag, daarna in stappen | Opstoken tijdens het uitharden drijft lucht door de verse laag |
Zelf gieten of laten leggen
De voorbereiding kun je prima zelf doen. Aftikken, ontvetten, schuren, primeren en de vullaag aanbrengen is zwaar werk, maar het is te overzien en je kunt tussendoor stoppen. Het gieten zelf is een ander verhaal, en dat komt door de verwerkingstijd.
Een tweecomponenten gietvloermassa heeft na het mengen twintig tot dertig minuten voordat hij begint te binden. Binnen die tijd moet de hele ruimte in één keer uitgegoten, verdeeld en ontlucht zijn, want elke plek waar het materiaal even stilstaat blijft als een aanzet zichtbaar. Dat betekent mengen en gieten door twee mensen tegelijk, verdelen met een rakel en meteen erachteraan ontluchten met een prikrol, lopend op spikeschoenen.
De omstandigheden tellen net zo zwaar. Werk tussen ongeveer vijftien en vijfentwintig graden, houd de ondergrond een paar graden boven het dauwpunt en zet de mechanische ventilatie en de tocht uit tijdens het aanbrengen. Condens op een verse laag geeft een melkwitte waas die er niet meer uit gaat.
Wil je het echt zelf afwerken, kies dan een systeem dat je in dunne lagen met een spaan aanbrengt in plaats van een gietsysteem. Een cementgebonden betonlook werkt zo, en het aanbrengen daarvan lijkt op beton ciré over tegels aanbrengen. Valt de klus je tegen, dan blijft opnieuw tegelen een prima uitweg, en met de rekenhulp voor tegels en snijverlies weet je binnen een minuut hoeveel dozen je nodig hebt.
In de badkamer en boven vloerverwarming
In een badkamer is de bestaande tegelvloer meestal precies goed als ondergrond, want het afschot naar de doucheput ligt er al in. Dat afschot houd je aan: een gietvloer van drie millimeter vult geen hoogteverschil op en volgt de helling die eronder ligt. Wat er wel bij hoort is een systeem dat voor natte ruimten is bedoeld, met een afdichting die in de hoeken en langs de wand met kimband wordt doorgezet.
De doucheput is het punt waar het misgaat. Die zit op de hoogte van het oude tegelwerk, en met zes tot tien millimeter opbouw erbij ligt de put ineens te laag. Bij een put met een verstelbaar bovendeel draai je hem gewoon mee omhoog. Kan dat niet, dan is er een randdetail nodig waarbij de vloer naar de put toe iets dunner uitloopt, en dat is werk voor iemand die het vaker doet. De rest van de badkamer, van tegelkeuze tot voegen, staat in ons overzicht over tegelen, voegen en kitten.
Boven vloerverwarming werkt een gietvloer juist goed, want de laag is dun en houdt vrijwel geen warmte tegen. Zet de verwarming een paar dagen voor het werk uit en laat hem tijdens het uitharden uit staan, anders drijft opstijgende lucht door de verse laag heen. Wat er verder komt kijken bij de opbouw en de opstooktijden lees je bij een gietvloer op vloerverwarming.
Een gietvloer maakt een badkamer niet vanzelf waterdicht. De waterdichting zit in de laag onder het tegelwerk, en die zie je nu niet. Zijn er sporen van doorslaand vocht op het plafond eronder, dan is een nieuwe toplaag het verkeerde antwoord en moet de vloer eruit.
Zo bereid je een tegelvloer voor op een gietvloer
Deze volgorde geldt voor een tegelvloer binnen op een betonnen ondergrond, en de eerste zes stappen doe je zelf.
-
Tik de hele vloer af en markeer wat hol klinkt
Loop de vloer in banen na met de steel van een schroevendraaier en luister naar het verschil tussen een korte tik en een nagalm. Plak elke holle tegel af. Doe dit als eerste, want de uitkomst bepaalt of een gietvloer hier überhaupt de juiste keuze is.
-
Vervang de losse tegels en vul de gaten vlak
Haal de gemarkeerde tegels eruit, hak of frees de lijmkammen weg tot op de ondergrond en vul de plek met reparatiemortel tot exact de hoogte van het omliggende tegelwerk. Leg een rei over de plek om te controleren of je niet te hoog zit.
-
Ontvet de vloer en spoel hem twee keer na
Dweil met een sterke ontvetter, spoel na met schoon water en verse dweilen, en herhaal dat tot water op de tegel als een vlies blijft staan. Zolang het samentrekt tot druppels zit er nog vet of zeep op en hecht er straks niets.
-
Schuur de glans eraf en zuig de vloer stofvrij
Werk met een diamantschuurschijf in korrel 40 tot 60 en met stofafzuiging op de machine, tot het oppervlak overal mat is. Doe de hoeken en de randen met de hand na. Zuig daarna met een stofzuiger van klasse M, ook de voegen. Draag hierbij een stofmasker van klasse P3, want kwartsstof blijft lang in de lucht hangen.
-
Rol de hechtprimer en strooi hem in met quartzzand
Meng de tweecomponenten primer volledig door, ook langs de wand van de emmer, en rol hem in een dunne gesloten laag uit. Strooi het quartzzand erin zolang de primer nat is. Zuig de losse korrels er de volgende dag af voordat de vullaag erop gaat.
-
Breng de vullaag aan over de hele vloer
Giet de vulmassa uit in banen en verdeel hem met een vlakspaan of rakel op drie tot vijf millimeter. Vul niet alleen de voegen: een plaatselijke vulling krimpt en tekent zich later scherper af dan de voeg zelf. Schuur de laag na het drogen vlak en controleer hem bij strijklicht.
-
Laat de vullaag echt drogen
Reken op een dag per millimeter voordat er een dampdichte laag op mag. Ventileer de ruimte, houd hem op kamertemperatuur en laat de vloerverwarming uit. Dit is de stap die het vaakst wordt ingekort, en blaasjes in de toplaag komen daar bijna altijd vandaan.
-
Giet de toplaag en sluit af met sealer
Meng en giet met twee mensen, verdeel met een rakel en ontlucht direct met de prikrol op spikeschoenen. Houd de ruimte tussen vijftien en vijfentwintig graden en zet ventilatie en tocht uit. Breng na uitharding twee lagen sealer aan en houd de vloer daarna een week vrij van water.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat de eerste laag op de tegels gaat
Uit de praktijk
Het voegpatroon dat na een half jaar terugkomt
Een raster van fijne schaduwlijnen dat precies boven het oude voegwerk staat, komt niet van een slechte toplaag maar van een te dunne vullaag. De voeg is poreuzer en ligt lager dan de tegel, dus hij zuigt meer materiaal op en krimpt daar meer na. Een laag van twee tot drie millimeter volgt dat verschil zonder het te kunnen overbruggen.
Vullen van alleen de voegen maakt het erger. Zo'n strook vulmassa krimpt over zijn hele lengte en tekent zich als een scherpere lijn af dan de voeg ooit deed. Wat wel werkt is een doorlopende vullaag van drie tot vijf millimeter over de hele vloer, aangebracht op een geprimerde en ingestrooide ondergrond, en daarna vlak geschuurd. Bij kleine tegels met veel voegmeters pak je de bovenkant van die marge.
Blaasjes en kleine kraters in de verse toplaag
Blaasjes ter grootte van een speldenknop tot een muntstuk zijn lucht die vanuit de ondergrond door de nog vloeibare laag omhoog komt. Het gebeurt vooral als de temperatuur tijdens het uitharden oploopt: de lucht in de voegen en in de poriën zet uit en zoekt de weg naar boven. Zon op de vloer, vloerverwarming die aanslaat of een kachel die de ruimte opstookt zijn dus alle drie een probleem.
Het middel ertegen is drieledig. Een goed gesloten primerlaag houdt de lucht onderin, gieten bij een gelijkmatige of licht dalende temperatuur voorkomt de uitzetting, en de prikrol haalt eruit wat er alsnog doorheen komt. Rol dan wel meteen na het uitgieten, want zodra de massa begint te binden sluit een prikgaatje niet meer.
Een laag die aan de randen omkrult of in vlekken loslaat
Loslating in vlakke vlekken met een scherpe rand wijst op hechting die er nooit is geweest: vet of zeepfilm die niet volledig weg was, glazuur dat niet is opgeruwd, of gewone voorstrijk in plaats van een hechtprimer voor niet-zuigende ondergronden. Zulke plekken zitten vaak juist waar de vloer het schoonst leek, want daar is het minst hard geschrobd en geschuurd.
Omkrullen langs de randen en langs de plint heeft meestal een andere oorzaak: vocht van onderaf of een vullaag die nog niet droog was. De damp verzamelt zich onder de dampdichte laag en duwt hem bij de zwakste plek omhoog, en dat is de rand. Repareren door bij te werken houdt geen stand, want de druk eronder blijft. De laag moet daar open, de oorzaak eruit, en pas daarna komt er een nieuwe laag op.
Veelgemaakte fouten
Alleen de voegen vullen in plaats van de hele vloer
Het lijkt zuinig en het scheelt een dag werk, maar een strook vulmassa in een voeg krimpt over zijn hele lengte en wordt daarmee zichtbaarder dan de voeg zelf. Een doorlopende vullaag over de hele vloer gedraagt zich als één vlak en dat is precies wat je nodig hebt.
Gewone voorstrijk gebruiken op glazuur
Voorstrijkmiddel is gemaakt om in een zuigende ondergrond te trekken. Op een tegel trekt het nergens in en blijft het als een velletje liggen dat je er later met de vullaag en al af trekt. Op glad werk hoort een tweecomponenten hechtprimer, ingestrooid met quartzzand.
Het schuren overslaan omdat de primer overal op hecht
Een hechtprimer hecht chemisch, maar op een spiegelglad en licht vet glazuur heeft hij daarnaast mechanische grip nodig. De praktijk laat dat pas maanden later zien, als de laag in vlakke vlekken loskomt op de plekken die het gladst waren. Schuren tot de glans overal weg is kost een middag en voorkomt dat.
De vullaag te snel afwerken
Een vullaag is na een halve dag beloopbaar en dan lijkt hij klaar. Onderin zit dan nog volop water, en een dampdichte gietvloer sluit dat op. Reken op een dag per millimeter en houd de ruimte in die tijd op temperatuur en goed geventileerd.
Hol klinkende tegels laten liggen
Onder een tegelvloer valt een holle tegel nauwelijks op. Onder een harde toplaag wordt hij een scharnier dat bij elke stap een fractie beweegt, en de coating scheurt precies langs de rand van die tegel. Uithakken en vlak opvullen is minder werk dan achteraf een baan vloer openleggen.
De dilatatievoeg dichtsmeren
Een dilatatievoeg zit er om beweging op te vangen. Smeer je hem dicht met vulmassa, dan verplaatst de spanning zich naar de zwakste plek en scheurt de vloer daar alsnog, maar dan op een willekeurige lijn. Zet de voeg door tot in de toplaag en werk hem af met een profiel of een elastische voeg.
Doorwerken bij lage temperatuur of hoge luchtvochtigheid
Kunsthars reageert traag onder de vijftien graden en blijft dan zacht of plakkerig. Slaat er tijdens het uitharden condens neer, dan krijg je een melkwitte waas of een klevende bovenlaag die alleen met schuren en overgieten te herstellen is. Meet de temperatuur van de vloer, niet die van de lucht.
Veelgestelde vragen
Kun je een gietvloer over tegels leggen?
Ja, dat kan, en het is een van de gangbaarste manieren om van een gedateerde tegelvloer af te komen zonder te slopen. De tegelvloer wordt dan de drager van de nieuwe laag. Voorwaarde is dat elke tegel muurvast zit, dat de vloer niet veert en dat er geen vocht van onderaf komt. Het werk zit vrijwel helemaal in de voorbereiding: ontvetten, opruwen, primeren en een vullaag over de hele vloer.
Moeten de voegen eruit voordat er een gietvloer overheen komt?
Nee, gezonde voegen mogen blijven zitten. Wat er wel moet gebeuren is dat het hoogteverschil tussen tegel en voeg verdwijnt, en dat doe je met een vullaag over de hele vloer van drie tot vijf millimeter. Losse, gescheurde of zwarte voegen haal je er wel uit tot op vaste mortel, want een voeg die nog beweegt of nog vochtig is, tekent zich later af of geeft blaasjes in de toplaag.
Hoe dik wordt een gietvloer over tegels in totaal?
Reken op zes tot tien millimeter opbouw boven het bestaande tegelwerk. Dat is de primer met het ingestrooide zand, de vullaag van drie tot vijf millimeter, de gietvloer zelf van twee tot drie millimeter en twee dunne lagen sealer. Meet daarom vooraf de kier onder je binnendeuren: die hoort één tot anderhalve centimeter te zijn en bij mechanische ventilatie twee centimeter, want die kier is de luchttoevoer naar de afzuiging.
Zie je de voegen terug in de gietvloer?
Alleen als de vullaag te dun is of alleen in de voegen is aangebracht. De voeg ligt lager en zuigt meer op, dus een dunne laag zakt daar in en krimpt er meer na. Met een doorlopende vullaag van drie tot vijf millimeter op een geprimerde ondergrond blijft het beeld gesloten. Controleer de geschuurde vullaag bij strijklicht van een lamp op de vloer: wat je daar ziet, zie je straks in de toplaag terug.
Kan een gietvloer over tegels met vloerverwarming eronder?
Dat gaat goed, want de hele opbouw is dun en houdt nauwelijks warmte tegen. Zet de verwarming een paar dagen voor het werk uit en laat hem uit staan tot ongeveer een week na de laatste laag, anders drijft opwarmende lucht blaasjes door de verse massa. Stook daarna in stappen op in plaats van in één keer. De opbouw en het opstookprotocol staan bij gietvloeren boven vloerverwarming.
Kan een gietvloer over tegels in de badkamer of de douche?
Ja, met een systeem dat voor natte ruimten bedoeld is en met een afdichting die in de hoeken en langs de wand met kimband wordt doorgezet. Het afschot naar de doucheput blijft dat van de oude tegelvloer, want een laag van drie millimeter verandert daar niets aan. Het lastigste punt is de doucheput zelf: die ligt na de opbouw te laag en moet verstelbaar zijn of met een randdetail worden opgevangen.
Kun je zelf een gietvloer over tegels aanbrengen?
De voorbereiding kun je zelf doen: aftikken, ontvetten, schuren, primeren en de vullaag aanbrengen. Het gieten zelf is lastig, omdat de gemengde massa na twintig tot dertig minuten begint te binden en de hele ruimte in één keer uitgegoten, verdeeld en ontlucht moet zijn. Elke plek waar het materiaal stilstaat blijft zichtbaar. Wil je toch zelf afwerken, kies dan een systeem dat je in dunne lagen met een spaan aanbrengt.
Wat kost een gietvloer over tegels?
Voor een gelegde pu-gietvloer ligt de prijs meestal tussen de tachtig en honderdtwintig euro per vierkante meter, afhankelijk van het systeem en de oppervlakte. Het voorwerk komt daar bovenop en telt zwaarder mee dan mensen verwachten, want ontvetten, schuren, primeren en een vullaag van vijf millimeter kosten samen meer materiaal en meer dagen dan de toplaag zelf. Doe je dat voorwerk zelf, dan scheelt dat een fors deel.
Hoe lang duurt het voordat je de vloer weer kunt gebruiken?
Voorzichtig lopen kan meestal na een dag, meubels terugzetten na drie dagen en water en schoonmaakmiddel pas na een week. De totale doorlooptijd wordt bepaald door de vullaag, want die heeft ongeveer een dag per millimeter nodig voordat er een dampdichte laag op mag. Van kale tegelvloer tot beloopbaar ben je daarom al snel drie tot zes dagen bezig, en dat valt niet in te korten.
Kan een gietvloer over tegels op een terras of balkon?
Een gietvloer voor binnen hoort daar niet. Uv-licht maakt de laag dof en bros, en water dat onder de laag komt en bevriest drukt hem er in schollen af. Buiten blijven tegels de logische keuze, met een lijm en voeg die tegen vorst kunnen. Wat daarbij komt kijken staat bij tegellijm die geschikt is voor buiten, en groene aanslag pak je aan zoals bij mos tussen en op tegels weghalen.
Wat is het verschil tussen een gietvloer en beton ciré over tegels?
Een gietvloer is een vloeibare kunstharsmassa die zichzelf vlak trekt en machinaal wordt aangebracht, met een naadloos en egaal resultaat. Beton ciré breng je in dunne lagen met een spaan aan, waardoor er een levendig, wolkig beeld ontstaat en je het zelf kunt doen. Beton ciré is minder dik en volgt de ondergrond daardoor nog nauwkeuriger, dus de eisen aan de voorbereiding zijn er zeker niet lager.
Kun je later weer tegelen over een gietvloer?
Dat kan, maar de gietvloer moet dan wel eerst worden opgeruwd en van zijn sealer ontdaan, want tegellijm hecht niet op een gladde kunstharslaag. Sommige leggers halen de toplaag liever helemaal weg om zeker te weten wat eronder zit. Welke tegels op een vloer passen en waar je op let bij formaat en slijtvastheid staat bij het kiezen en leggen van vloertegels.
Wanneer je beter een vakman belt
Het voorbereidende werk is goed zelf te doen, maar er zijn vier momenten waarop je beter iemand belt.
Het eerste is een vloer die veert of doorbuigt bij het lopen. Een coating van drie millimeter maakt een constructie niet stijver, dus dan is de vraag wat er onder de vloer aan de hand is en dat beoordeelt een constructeur, geen vloerenlegger.
Het tweede is een woning van voor 1994 waar je tegels of oude lijmlagen moet uithakken. Zwarte bitumenlijm en sommige egalisatielagen uit die tijd kunnen asbest bevatten. Laat het materiaal onderzoeken en laat het verwijderen door een gecertificeerd bedrijf, want machinaal schuren of hakken verspreidt vezels door de hele woning.
Het derde is aanhoudend vocht van onderaf. Blijft de folietest condens geven, dan heeft het geen zin om er een dampdichte laag op te leggen. Dan zoek je eerst uit waar het vandaan komt: een kruipruimte zonder bodemafsluiting, een lekkende leiding of een ontbrekende waterkering in de muur.
Het vierde is het gieten zelf. Veel leveranciers geven alleen garantie op de hechting als één partij zowel de voorbereiding als de toplaag doet. Wil je die garantie, laat dan ook het voorwerk over of leg vooraf vast wat er van jouw kant wordt verwacht.