Wildverband tegels leggen zonder dat er een patroon in sluipt
Wildverband betekent dat elke rij tegels een andere afstand verspringt, zonder dat de voegen een herhaling vormen. Het is de standaard geworden voor lange tegels als 30x60 en houtlook, omdat die licht bol uit de oven komen en bij een halve verspringing een voelbaar randje geven. De kunst zit niet in het willekeurig leggen maar in het begrenzen: houd de verspringing tussen ongeveer een vijfde en een derde van de tegellengte, en laat twee voegen in opeenvolgende rijen nooit vlak bij elkaar uitkomen.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Lijmkam van 8, 10 of 12 mm, passend bij de tegelmaat
- Nivelleersysteem met clips en wiggen
- Voegkruisjes van 2 of 3 mm
- Tegelsnijmachine met een verse breekwiel, of een watergekoelde tegelzaag
- Rubberen hamer
- Waterpas van minstens 120 cm en een rei
- Kruislijnlaser of slaglijnkoord
- Rolmaat, potlood en een stift die op glazuur schrijft
- Emmer, mengspaan en boormachine met roerkorf
Materiaal
- Tegellijm klasse C2TE, bij vloerverwarming met de toevoeging S1
- Voegmortel in de gekozen kleur
- Voorstrijk of primer passend bij de ondergrond
- Sanitairkit voor de hoeken en de dilatatievoegen
- Afdichtpasta en kimband in de natte zone
Wat wildverband is en waarin het van halfsteens verschilt
Wildverband is een legpatroon waarbij elke rij tegels een andere afstand opschuift ten opzichte van de rij eronder. Er zit geen vaste maat in en geen herhaling: de ene rij verspringt zeven centimeter, de volgende twintig, de volgende twaalf. Het oog vindt daardoor geen lijn om aan vast te houden, en dat is precies de bedoeling. Wie de rest van de voorbereiding wil nalezen, vindt bij tegels zetten de aanpak die onder elk legpatroon hetzelfde blijft.
Het verschil met halfsteensverband zit in die vaste maat. Halfsteens verspringt elke rij exact de helft van de tegellengte, zoals bij metselwerk. Steenverband of derdeverband doet hetzelfde met een derde. Beide herhalen zich, en een herhaling zie je terug als een diagonale lijn door de vloer zodra de tegels niet kaarsrecht zijn.
Wildverband is dus geen slordige variant van halfsteens maar een andere keuze, met een eigen reden. Het vergeeft kleine lengteverschillen tussen tegels, het verbergt dat een muur niet helemaal recht staat, en het maakt van snijresten bruikbare beginstukken voor de volgende rij.
| Legpatroon | Hoe de voegen lopen | Waar het goed uitpakt | Waar je tegenaan loopt |
|---|---|---|---|
| Recht verband | Alle voegen sluiten aan op een doorlopend kruis | Vierkante tegels, strakke moderne badkamers | Elke maatafwijking en elke scheve muur wordt zichtbaar over de hele lengte |
| Halfsteensverband | Elke rij precies de helft verschoven | Kleine wandtegels tot ongeveer 30 cm, metrotegels | Bij tegels langer dan 60 cm ligt het bolste punt naast een hoek en voel je een randje |
| Steenverband of derdeverband | Elke rij dezelfde verspringing van een derde | Houtlook planken waar je een regelmatig beeld wilt | De vaste maat herhaalt zich en vormt een zichtbare diagonaal |
| Wildverband | Per rij een andere verspringing, zonder herhaling | Lange rechthoekige tegels, houtlook, natuurlijke uitstraling | Vraagt een plan vooraf, anders ontstaat er tijdens het leggen alsnog een patroon |
| Diagonaal verband | Tegels onder 45 graden op de ruimte | Kleine ruimtes die je optisch wilt oprekken | Veel snijwerk langs elke wand en een lastige aansluiting op drempels |
| Visgraat | Tegels haaks in elkaar, in een gaande band | Smalle formaten en houtlook in woonruimtes | Het hoogste snijverlies en het minst vergevingsgezind bij hoogteverschillen |
Leg voordat je begint acht tot tien tegels droog neer in het patroon dat je in gedachten hebt. Stap er drie meter vandaan en kijk of je een lijn ziet. Dat kost tien minuten en het is de enige controle die achteraf niet meer te doen is.
Waarom lange tegels niet halfsteens willen liggen
Een keramische tegel wordt op ruim duizend graden gebakken en krimpt daarbij. Bij een lang formaat gaat dat krimpen aan de randen net iets anders dan in het midden, waardoor de tegel licht bol of licht hol uit de oven komt. Bij een tegel van 60 cm is dat een fractie van een millimeter, bij 120 cm loopt het op.
Leg je zulke tegels halfsteens, dan komt het midden van de ene tegel precies naast het uiteinde van de andere. Het bolste punt ligt dan tegen het laagste punt, en dat hoogteverschil voel je met een blote voet en zie je in strijklicht als een schaduwrand langs de voeg. Vaktaal noemt dat tandvorming. Bij een verspringing van een vijfde tot een derde ligt de overlap veel dichter bij elkaar in hoogte en verdwijnt het randje in de voeg.
Dit is geen kwestie van smaak. Veel fabrikanten van tegels vanaf 60 cm schrijven in het legadvies bij de doos een maximale verspringing voor, meestal een derde van de lengte, en leggen de aansprakelijkheid bij jou als je daarvan afwijkt. Lees dat blaadje dus voordat je het weggooit met het verpakkingsplastic.
Wildverband lost een onvlakke ondergrond niet op. Het patroon vergeeft maatverschillen in de tegel zelf, geen hoogteverschillen in de vloer. Ligt de dekvloer niet vlak, dan is de tegelvloer eerst egaliseren de stap die je niet overslaat.
Hoeveel verspringing je aanhoudt per tegelmaat
Willekeurig betekent niet grenzeloos. Een verspringing van drie centimeter op een tegel van zestig ziet er niet uit als wildverband maar als een fout: het oog leest een voeg die bijna aansluit als een mislukte poging tot recht verband. Aan de andere kant is de helft precies de maat die je bij lange tegels wilt vermijden.
De werkbare bandbreedte ligt daarom tussen ongeveer een vijfde en een derde van de tegellengte. Binnen die band wissel je per rij, en je zorgt dat je nooit twee keer achter elkaar dezelfde maat pakt. Houd er ook een minimum aan voor het pasje dat tegen de muur komt, want een strookje van drie centimeter breekt bij het snijden en is bij het leggen niet recht te krijgen.
| Tegelmaat | Verspringing die werkt | Kleinste stuk dat je nog gebruikt | Waarom deze marge |
|---|---|---|---|
| 30x60 cm | 12 tot 20 cm, wisselend per rij | 10 cm | Onder de 12 cm gaan voegen bijna in elkaars verlengde staan, op 30 cm zit je op halfsteens |
| 60x60 cm | 15 tot 20 cm | 12 cm | Een vierkante tegel geeft snel een blokbeeld, dus je wilt de verspringing echt zien |
| 45x90 cm | 18 tot 30 cm | 15 cm | Een derde van 90 is 30, dat is bij dit formaat de bovengrens |
| 20x120 cm houtlook | 25 tot 40 cm | 20 cm | Bij deze lengte is de bolling het grootst, dus blijf ruim onder de helft |
| 15x60 cm houtlook | 12 tot 20 cm | 10 cm | Smalle planken vragen zichtbare sprongen, anders lijkt het toch recht verband |
| 10x20 cm metrotegel | 4 tot 7 cm | 4 cm | Kleine tegels hebben nauwelijks bolling, hier mag halfsteens gewoon |
| Alle formaten | Minimaal 5 cm verschil met de voeg in de rij ernaast | n.v.t. | Twee voegen die bijna op één lijn liggen lezen als een meetfout |
Schrijf de verspringingen die je gaat gebruiken als reeks op een stuk karton, bijvoorbeeld 14, 20, 12, 18, 15 centimeter, en hang dat bij het werk. Zo pak je niet onbewust elke keer dezelfde maat, wat na drie rijen vanzelf gebeurt.
Wildverband tegels 30x60 in de badkamer
De combinatie wildverband tegels 30x60 badkamer is niet toevallig de meest gestelde vraag. Dit formaat is groot genoeg om weinig voegen te geven en klein genoeg om met twee handen recht te leggen, en het past in bijna elke badkamer zonder dat je halve tegels tegen het bad krijgt.
Op de vloer leg je de lange zijde meestal in de kijkrichting vanuit de deur, dus de ruimte in. Op de wand hangt het van het effect af: horizontaal gelegde wandtegels wildverband maken een smalle badkamer optisch breder, verticaal gelegde tegels trekken een laag plafond omhoog. Beide kunnen in wildverband, alleen loopt de verspringing dan respectievelijk zijwaarts en in de hoogte.
Waar het bij badkamer tegels wildverband misgaat, is de aansluiting op verticale elementen. Een inbouwnis, een douchedeur of een dakkapelwand vraagt dat je het patroon daaromheen plant, want een sprong van vier centimeter naast de nis ziet er slordig uit. Teken de nis en de deur op je legplan en kies de verspringing van die rijen zo dat de voeg minstens tien centimeter van de rand van het element blijft.
Voor de hoeken en de aansluiting op de douchebak gebruik je geen voegmortel maar kit, omdat die naden moeten kunnen werken. Welke soort daar hoort, zoek je op met de kitkiezer per situatie.
Lijm, voegbreedte en een nivelleersysteem
Het legpatroon bepaalt mede welk gereedschap je nodig hebt. Bij wildverband ligt elke tegel met een deel van zijn lengte tegen twee verschillende buurtegels, dus je hebt op twee plekken tegelijk met hoogteverschil te maken. Een nivelleersysteem met clips en wiggen trekt die vlakken tijdens het uitharden gelijk en is bij tegels vanaf 60 cm het verschil tussen een vloer die je voelt en een vloer die je niet voelt.
De voeg is de tweede regelknop. Een gerectificeerde tegel kan met 2 mm, maar bij wildverband kies je liever 3 mm. Kleine lengteverschillen tussen tegels uit verschillende dozen verdwijnen dan in de voeg in plaats van dat ze zich rij na rij opstapelen. Hoe lang de lijm daarna nodig heeft voordat je mag voegen, staat in het overzicht met droogtijden per materiaal.
| Tegelmaat | Lijmkam | Voegbreedte | Dubbel verlijmen | Nivelleersysteem |
|---|---|---|---|---|
| Tot 30x30 cm | 6 mm | 3 mm | Niet nodig | Niet nodig |
| 30x60 cm wand | 8 mm | 2 tot 3 mm | In de doucheruimte wel | Handig, met clips van 1 mm |
| 30x60 cm vloer | 10 mm | 3 mm | Ja | Ja |
| 60x60 cm en groter | 10 tot 12 mm | 3 mm | Ja | Ja |
| 20x120 cm houtlook | 10 mm | 3 mm | Ja, met de kam in de lengterichting | Ja, ook halverwege de tegel |
| Buiten op een terras | 12 mm | 4 tot 5 mm | Ja, volledig vullen | Ja |
In een doucheruimte en buiten moet de lijmlaag volledig gevuld zijn. Holle plekken onder de tegel vullen zich met water, en bij vorst of bij een tik op de rand breekt de tegel daar. Kam de lijm in één richting en druk de tegel er schuivend in, zodat de ribbels dichtlopen. Voor buitenwerk hoort er ook een tegellijm voor buiten onder, want binnenlijm laat na een winter los.
Het patroon uitzetten voordat de eerste tegel ligt
Wildverband tegelen begint met een legplan op papier, niet met een emmer lijm. Meet de ruimte op, deel de breedte door de tegelmaat plus de voeg, en kijk wat er aan beide zijden overblijft. Komt daar een pasje van vier centimeter uit, verschuif dan de hele vloer een halve tegel zodat je aan weerszijden een ruim stuk hebt.
Zet daarna een startlijn uit met een kruislijnlaser of een slaglijnkoord, ergens midden in de ruimte en niet tegen een muur. Muren zijn zelden haaks, en wie de eerste rij tegen de muur legt, sleept die scheefheid mee tot de overkant. Bij het leggen van vloertegels is die startlijn de belangrijkste maat van de hele klus.
Werk het patroon daarna rij voor rij vooruit uit op je tekening. Je hoeft niet elke tegel te tekenen, wel de eerste tegel van elke rij: die bepaalt de verspringing. Nummer de rijen en schrijf de beginmaat erbij, dan hoef je op je knieën niet meer na te denken.
Ligt er nog oud tegelwerk, dan komt daar eerst een ronde werk overheen. Hoe je tegels verwijdert zonder de ondergrond te slopen en hoe je daarna achtergebleven tegellijm van de wand krijgt, bepaalt of je nieuwe vloer vlak kan worden.
Snijverlies, kaliber en hoeveel je bestelt
Wildverband kost meer tegels dan recht verband, maar minder dan mensen denken. Het snijstuk dat aan het eind van een rij overblijft, is namelijk het beginstuk van de volgende rij: precies dat hergebruik geeft je gratis een willekeurige verspringing. Reken op ongeveer acht procent extra, en op tien tot twaalf procent bij een ruimte met veel deuren, nissen en een vrijstaand bad.
Bestel wel in één keer genoeg. Tegels worden per bakcyclus gemaakt en krijgen een kalibernummer en een tintcode op de doos. Twee dozen uit verschillende bakgangen kunnen een millimeter in lengte schelen en zichtbaar in kleur, en bijbestellen komt vrijwel altijd uit een andere gang. Controleer daarom bij het uitpakken of alle dozen hetzelfde kaliber en dezelfde tint hebben.
Meng tijdens het leggen uit minstens drie dozen tegelijk. Een tegelserie met een natuurlijke print heeft doorgaans vier tot acht verschillende afbeeldingen, en die zitten per doos in dezelfde volgorde. Leg je doos voor doos, dan komt dezelfde afbeelding om de zoveel tegels terug en heb je alsnog een patroon in je wildverband. Het aantal dozen en de hoeveelheid lijm reken je uit met de tegelcalculator per legpatroon, waarbij je voor wildverband de stand voor halfsteens aanhoudt.
Wildverband met meerdere tegelformaten
Er is een tweede betekenis van wildverband die je vooral bij natuursteen en bij verouderde keramiek tegenkomt: een vloer uit verschillende formaten door elkaar. Leveranciers verkopen zo'n serie als een pakket met bijvoorbeeld 30x30, 30x60 en 60x60 in een vaste verhouding, met een legschema erbij.
Dat schema is geen suggestie. De verhouding in de doos klopt precies met het aantal vierkante meters dat je met de module kunt leggen, en wie naar eigen inzicht begint, houdt aan het eind een stapel van het ene formaat over en komt van het andere tekort. Leg de eerste module droog, controleer of de maten met de voeg erbij inderdaad op elkaar aansluiten en werk daarna vanuit het schema.
Het valkuiltje hier is de herhaling. Een module van vier of vijf tegels herhaalt zich, en op een vloer van twintig vierkante meter zie je dat terug als een raster. Draai daarom elke tweede of derde module een kwartslag, of verschuif hem een halve tegel, zodat de naden van de modules niet in het verlengde van elkaar komen te liggen. Meer over het kiezen tussen formaten en materialen staat in ons overzicht over tegelen, voegen en kitten.
Zo leg je een vloer of wand in wildverband
Deze volgorde werkt voor rechthoekige tegels op de vloer en met kleine aanpassingen ook op de wand.
-
Maak een legplan van de ruimte
Teken de ruimte op schaal met de deur, de nissen en het sanitair erin. Deel de maten door de tegelmaat plus de voeg en verschuif het raster tot je aan beide zijden een pasje van minstens tien centimeter overhoudt. Dit is de enige stap waarin een fout nog gratis te herstellen is.
-
Kies je reeks verspringingen
Noteer vijf of zes maten binnen de band van een vijfde tot een derde van de tegellengte, bijvoorbeeld 14, 19, 12, 22 en 16 centimeter voor een tegel van 60. Loop die reeks tijdens het leggen af en begin daarna opnieuw, maar dan vanaf een andere plek in de rij. Zo blijft het onregelmatig zonder dat er twee voegen vlak naast elkaar komen.
-
Zet de startlijn uit in het midden
Sla een lijn haaks op de langste zichtlijn, meestal die vanuit de deur. Controleer de haaksheid met de verhouding drie, vier, vijf over een flinke afstand. Werk vanaf die lijn naar beide kanten toe, dan verdeelt de scheefheid van de muren zich over twee wanden in plaats van dat hij zich aan één kant opstapelt.
-
Leg de eerste twee rijen droog
Leg twee volledige rijen zonder lijm, met de voegkruisjes erbij. Kijk of de verspringingen er goed uitzien, of geen enkele voeg te dicht bij die van de rij ernaast komt, en of de tegels uit verschillende dozen niet in kleur uit elkaar lopen. Pas nu is het patroon echt te beoordelen.
-
Lijm aan en leg schuivend in
Kam niet meer lijm uit dan je in een kwartier verwerkt, want een vel dat gaat huiden hecht niet meer. Smeer bij tegels vanaf 60 cm ook een dunne laag op de achterkant en zet de tegel schuivend in de ribbels, dwars op de kamrichting. Licht de eerste tegel na het leggen één keer op om te controleren of het lijmbed echt vol is.
-
Zet clips en wiggen op elke voeg
Plaats de nivelleerclips aan beide zijden van elke voeg, bij lange tegels ook halverwege. Trek de wiggen aan tot de tegels op één vlak liggen en niet verder, want te veel spanning duwt de tegel in de nog zachte lijm scheef. Haal ze pas weg als de lijm hard is.
-
Snijd de pasjes en hergebruik de resten
Meet elk pasje apart in, want geen enkele muur is over de hele lengte recht. Bewaar het afgesneden deel en gebruik dat als beginstuk van een volgende rij, zolang het langer is dan het minimum uit de tabel. Zo houd je het snijverlies laag en krijg je de willekeur er vanzelf bij.
-
Voeg pas als de lijm hard is
Wacht bij standaard tegellijm 24 uur voordat je gaat voegen, bij sneldrogende lijm vier tot zes uur. Voegen in nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en een slechte hechting. Werk de hoeken en de aansluiting op de vloer daarna af met kit, niet met voegmortel.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de eerste tegel vastlijmt
Uit de praktijk
Een diagonale streep die van links onder naar rechts boven door de vloer loopt
Zie je in het licht een trapsgewijze lijn schuin door de vloer lopen, dan is elke rij dezelfde afstand en dezelfde kant op verschoven. Dat is geen wildverband maar steenverband, en het oog vindt die herhaling meteen. Het gebeurt bijna altijd doordat de laatste snijrest van elke rij toevallig even lang is en steeds als beginstuk wordt gebruikt.
Wat het voorkomt is de reeks verspringingen vooraf vastleggen en per rij afwisselen in richting: de ene rij begint korter dan de vorige, de volgende juist langer. Een snijrest gebruik je alleen als hij in die reeks past, anders leg je hem opzij voor een rij verderop. Is de vloer al gelegd, dan valt de streep alleen weg door de betreffende rijen eruit te halen.
Een voelbaar randje langs de voeg bij lange tegels
Een scherpe rand die je met je voet voelt en die in strijklicht een schaduw geeft, komt bij tegels van 60 cm en langer zelden door slecht leggen. Het is de lichte bolling van de tegel zelf, die zichtbaar wordt op de plek waar het midden van de ene tegel naast het uiteinde van de andere ligt. Hoe groter de verspringing, hoe groter dat verschil.
De oplossing zit in het patroon en niet in harder aandrukken. Blijf onder een derde van de tegellengte, gebruik een nivelleersysteem aan beide zijden van elke voeg, en kies een voeg van 3 mm in plaats van 2 mm zodat het verloop over een bredere afstand kan uitlopen. Bij het leggen van een enkele tegel scheelt het ook om hem in de lengterichting in te schuiven, dwars op de ribbels van de lijm.
Twee voegen die net niet op één lijn liggen
Een verspringing van twee of drie centimeter leest het oog niet als patroon maar als meetfout. Dat komt doordat we bij bijna gelijke lijnen automatisch vergelijken, terwijl we bij duidelijk verschillende lijnen niets te vergelijken hebben. Dezelfde fout ontstaat als een voeg in de derde rij precies boven een voeg in de eerste rij uitkomt: dan zie je een korte verticale streep door drie tegels.
Hanteer daarom twee harde grenzen naast elkaar. Minstens vijf centimeter verschil met de voeg in de aangrenzende rij, en geen enkele voeg die zich twee rijen verder herhaalt. Controleer dat na elke drie rijen door een paar stappen achteruit te doen, want van dichtbij zie je het niet.
Veelgemaakte fouten
Beginnen tegen de muur in plaats van op een startlijn
Een muur die over vier meter twee centimeter uit het lood staat is doodnormaal. Leg je de eerste rij daartegenaan, dan loopt die afwijking door tot de overkant en komt hij aan het eind in één keer terug als een wigvormig pasje. Een startlijn in het midden verdeelt de scheefheid over twee kanten.
De verspringing op de helft van de tegel houden
Halfsteens is bij tegels tot ongeveer 30 cm een prima keuze, maar bij 60 cm en langer legt het het bolste punt van de ene tegel naast het uiteinde van de andere. Het resultaat is een voelbare tand langs de voeg die je met voegen niet meer wegwerkt. Blijf bij lange formaten onder een derde.
Doos voor doos leggen in plaats van mengen
Tegels met een natuurlijke print hebben vier tot acht verschillende afbeeldingen die per doos in dezelfde volgorde zitten. Wie doos voor doos werkt, krijgt dezelfde tekening met vaste tussenpozen terug en heeft alsnog een patroon. Neem uit drie of vier dozen tegelijk en leg ze door elkaar.
Snijresten gebruiken die te kort zijn
Een stukje van zes centimeter aan het begin van een rij oogt als een reparatie en breekt bij het snijden vaak schuin af. Bij het voegen zie je het verschil in breedte tussen zo'n stukje en de rest terug in de voegdikte. Houd een ondergrens aan van ongeveer een zesde van de tegellengte.
Het legschema van een pakket met meerdere formaten negeren
De verhouding tussen de formaten in de doos is afgestemd op de module uit het schema. Ga je improviseren, dan houd je van het ene formaat te veel over en kom je van het andere tekort, en bijbestellen levert een andere tint. Leg de eerste module droog voordat je lijmt.
Werken zonder nivelleersysteem bij grote tegels
Bij wildverband ligt elke tegel tegen twee buurtegels aan met een andere overlap, dus met een rubberen hamer alleen krijg je de vlakken niet gelijk. Clips en wiggen houden de tegels tijdens het uitharden op één vlak. Ze kosten een paar tientjes voor een badkamer en besparen het overleggen achteraf.
Voegen op lijm die nog niet hard is
Vocht uit de nog natte lijm trekt in de voegmortel en geeft donkere schaduwen en vlekken die niet meer weggaan. Bij standaard tegellijm wacht je een etmaal, bij sneldrogende variant vier tot zes uur. Belopen mag pas als de lijm draagt, anders duw je net gelegde tegels scheef.
Veelgestelde vragen
Wat is wildverband bij tegels precies?
Wildverband is een legpatroon waarbij elke rij tegels een andere afstand verspringt ten opzichte van de rij eronder, zonder dat er een herhaling in zit. Bij halfsteensverband is die afstand altijd de helft van de tegel en bij steenverband altijd een derde. Juist het ontbreken van een vaste maat zorgt ervoor dat je geen doorlopende lijn of diagonaal in de vloer ziet. De willekeur is wel begrensd: te kleine sprongen lezen als een fout en te grote sprongen brengen je terug bij halfsteens.
Hoeveel moeten wildverband tegels 30x60 verspringen?
Bij een tegel van 60 cm lang werkt een verspringing tussen ongeveer 12 en 20 cm goed. Daaronder komen de voegen van twee rijen zo dicht bij elkaar dat het oog het als een meetfout leest, daarboven kruip je richting de halve tegel en krijg je last van de lichte bolling van het formaat. Wissel per rij binnen die band en zorg dat een voeg zich niet twee rijen later op dezelfde plek herhaalt. Houd het pasje aan de muur minstens 10 cm breed.
Is wildverband duurder dan recht verband?
In tegels scheelt het ongeveer drie procentpunt snijverlies, dus op een badkamer van vijftien vierkante meter praat je over een handvol tegels. Dat komt doordat de snijrest van de ene rij het beginstuk van de volgende rij wordt. In arbeid kost het wel meer tijd, want je meet elk pasje apart in en je moet het patroon in de gaten houden. Reken bij een ruimte met veel nissen, deuren en een vrijstaand bad op tien tot twaalf procent extra in plaats van acht.
Kun je wandtegels wildverband leggen of is dat alleen voor de vloer?
Op de wand werkt het net zo goed, en bij lange formaten om dezelfde reden: de bolling van de tegel valt in strijklicht op een wand zelfs eerder op dan op een vloer. Het verschil zit in de zwaartekracht. Op de wand werk je van beneden naar boven, je begint op een uitgezette waterpaslijn met een steunlat eronder, en je laat de onderste rij tot het laatst zodat je hem passend op de vloer kunt snijden. Gebruik bij grote wandtegels lijm die niet afzakt en zet clips tussen de rijen.
Waarom ontstaat er toch een patroon in mijn wildverband?
Bijna altijd doordat de snijresten steeds even lang zijn. Snijd je elke rij op dezelfde plek af, dan is de rest ook elke keer even lang, en als je die telkens als beginstuk gebruikt schuift elke rij precies dezelfde afstand op. Dat is per definitie steenverband en dat zie je terug als een trapsgewijze diagonaal. Leg de verspringingen vooraf vast in een reeks van vijf of zes maten en gebruik een snijrest alleen als hij in die reeks past.
Welke tegelmaten zijn geschikt voor wildverband tegelen?
Elke rechthoekige tegel kan in wildverband, en hoe langer de tegel hoe meer het patroon oplevert. Populair zijn 30x60, 45x90, 15x60 en de houtlookplanken van 20x120. Vierkante tegels kunnen ook, maar dan is het effect kleiner omdat de verspringing zich alleen in één richting laat zien. Bij tegels tot ongeveer 30 cm is wildverband een smaakkeuze, bij tegels vanaf 60 cm is het ook een technische keuze vanwege de bolling van het formaat.
Mag je wildverband tegels in de badkamer combineren met vloerverwarming?
Ja, het legpatroon maakt voor vloerverwarming geen verschil. Wat wel verandert is de lijm: gebruik een flexibele lijm met de aanduiding S1, want de vloer zet uit en krimpt bij elke verwarmingscyclus. Zet het systeem minstens een week voor het tegelen uit en start het daarna geleidelijk op, met een paar graden per dag. Voeg pas als de lijm volledig uitgehard is, want een vloer die te vroeg opwarmt drijft het vocht door de verse voeg naar buiten.
Hoe voorkom je hoogteverschil tussen de tegels bij wildverband?
Drie dingen samen doen het werk. Een vlakke ondergrond, want het patroon corrigeert geen bult in de dekvloer. Een vol lijmbed, dus kammen in één richting en de tegel er dwars op inschuiven, bij grote formaten met een dunne laag op de achterkant erbij. En een nivelleersysteem met clips aan beide zijden van elke voeg, bij lange tegels ook halverwege. Trek de wiggen aan tot het vlak gelijk is en niet verder.
Waarom zie je een schaduwrand langs de voegen van vloertegels wildverband?
Dat is bijna altijd strijklicht op een minimaal hoogteverschil, en niet een fout in het voegwerk. Licht dat vlak over de vloer valt, bijvoorbeeld uit een raam aan het eind van de ruimte of van een spot laag aan de wand, maakt een verschil van een halve millimeter zichtbaar als een streep. Bij lange tegels komt dat verschil van de bolling van het formaat. Kleiner verspringen en een nivelleersysteem helpen, een andere lichtinval helpt ook.
Welke voegbreedte hoort bij wildverband?
Bij gerectificeerde tegels binnen kun je met 2 mm werken, maar 3 mm is bij dit patroon verstandiger. Tegels uit verschillende dozen kunnen een fractie in lengte verschillen, en bij wildverband stapelt zo'n verschil zich niet netjes op maar valt het per rij op een andere plek. Een iets bredere voeg vangt dat op. Buiten en op een terras ga je naar 4 tot 5 mm, omdat de tegels daar met temperatuurverschillen werken.
Hoe pak je de aansluiting op een inbouwnis of douchedeur aan?
Teken de nis en de deur eerst in op je legplan en bepaal daarna pas de verspringing van de rijen die erlangs lopen. Een voeg die vier centimeter naast de rand van een nis uitkomt, oogt als een misser, terwijl dezelfde voeg tien centimeter verderop niemand opvalt. Waar het even goed uitkomt, laat je een voeg juist precies samenvallen met de rand van de nis. Snijd de tegels rond een nis pas als het kader definitief zit.
Kan ik een bestaande vloer in wildverband nog veranderen zonder te slopen?
Het patroon zelf verandert alleen door de tegels eruit te halen. Wat wel kan, is de vloer bedekken. Een gietvloer of een minerale afwerklaag over de tegels vraagt een goed gehechte ondergrond en een vlakke voegverdeling. Lees hoe dat werkt bij een gietvloer over bestaande tegels en bij beton cire over tegels aanbrengen. Zit het probleem alleen in een enkele losliggende tegel, dan is die vervangen goedkoper dan de hele vloer bedekken.
Wanneer je beter een vakman belt
Wildverband is geen specialistenwerk, maar wel werk waarin je fouten pas ziet als de lijm hard is. Wie voor het eerst tegelt, begint verstandiger in een bijkeuken of een toilet dan in de badkamer die vijf jaar mee moet.
Er zijn drie situaties waarin een tegelzetter of een andere vakman meer waard is dan wat hij kost. De eerste is een tegel vanaf 120 cm: die vraagt twee man, zuignappen en een lijmbed dat over die hele lengte vol is, en een gebroken tegel kost een dagdeel en een nieuwe doos.
De tweede is de waterdichte afwerking van een inloopdouche. Kimband, afdichtpasta en de aansluiting op de afvoer bepalen of het water onder de tegels blijft of de constructie in trekt, en lekkage onder een tegelvloer merk je pas als de schade er al is.
De derde is een ondergrond waar je niet zeker van bent, bijvoorbeeld een houten vloer, een anhydriet dekvloer die geschuurd moet worden of een vloer met scheuren. Daar bepaalt niet het legpatroon maar de opbouw eronder of het tegelwerk blijft liggen, en dat is een beoordeling die je ter plekke wilt laten doen.