Tegellijm voor buiten kiezen en verwerken
Buiten werk je met een cementgebonden poederlijm van minimaal klasse C2, bij voorkeur met de aanduidingen TE en S1. Kant-en-klare pastalijm uit een emmer is buiten altijd fout, want die blijft gevoelig voor water. Net zo belangrijk als de zak lijm is de manier van aanbrengen: elke holle plek achter een tegel vult zich met water en drukt bij vorst de tegel eraf. Lijm dus vol en zat, smeer ook de rug van de tegel in, en werk niet bij vorst of in de volle zon.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Boormachine met een traag toerental en een lijmmenger
- Metselkuip of een stevige emmer van 30 liter
- Lijmkam van 8, 10 en 12 mm, en een halfronde kam voor grote formaten
- Rubberhamer en een waterpas van minstens 120 cm
- Tegelsnijder of een haakse slijper met een diamantschijf voor keramiek
- Betonschaaf of een diamantschijf om oude tegels en cementhuid op te ruwen
- Voegrubber, spons en twee emmers schoon water
- Tegelkruisjes of afstandhouders van minimaal 5 mm
- Handschoenen, een stofbril en een stofmasker bij het mengen
Materiaal
- Cementgebonden poederlijm klasse C2 TE S1, vorstbestendig
- Witte flexlijm voor natuursteen en lichte steenstrips
- Vochtbestendige hechtprimer voor zuigende of juist dichte ondergronden
- Cementgebonden uitvlakmortel voor een muur die niet vlak is
- Flexibele voegmortel voor buiten
- Elastische kit voor de dilatatievoegen langs opgaand werk
- Kimband en afdichtmiddel bij bouwplaten
- Impregneermiddel voor steenstrips en natuursteen
- Bouwfolie om vers werk af te dekken
Waarom tegellijm voor buiten iets anders is dan binnenlijm
Een lijmlaag buiten krijgt te maken met water, vorst en een temperatuurverschil dat tussen een winternacht en een zomermiddag oploopt tot veertig graden. Binnen speelt dat allemaal niet. Het tegelwerk zelf gaat grotendeels zoals bij tegels zetten binnenshuis, maar op de lijm en de opbouw eronder mag je geen concessie doen. Een tegel die binnen dertig jaar blijft zitten, kan buiten na één winter loskomen.
Water is de aanjager van bijna alle schade. Zit er achter een tegel of een steenstrip een holle ruimte, dan verzamelt zich daar vocht dat er niet meer uit komt. Vriest dat water, dan zet het bijna tien procent uit en drukt het de tegel van de ondergrond af.
Een buitenlijm moet dat aankunnen. Hij hecht na vriesdooiwisselingen nog steeds, hij verliest geen kracht als hij nat wordt, en hij vervormt genoeg om het werken van de ondergrond op te vangen.
Kant-en-klare pastalijm in een emmer valt daarmee af. Dat is dispersielijm, die uithardt door droging en gevoelig blijft voor vocht. Buiten werk je uitsluitend met een cementgebonden poederlijm die je zelf met water aanmaakt. Meer achtergrond over tegelwerk in en om het huis staat in ons overzicht van tegelen, voegen en kitten.
De codes op de zak lezen: C2, TE en S1
Op elke zak tegellijm staat een lettercode volgens de Europese norm. Die code zegt meer over de geschiktheid dan de tekst op de voorkant, want "ook voor buiten" is geen beschermde term. Wat je buiten zoekt is minimaal C2, en voor gevel- en terraswerk het liefst C2 TE S1.
De letter C staat voor een cementgebonden lijm en het cijfer erachter voor de hechtsterkte. Bij C2 is die getest op minimaal 1,0 N/mm², ook na een reeks vriesdooiwisselingen. De T erachter betekent dat de lijm standvast is, zodat een wandtegel niet wegzakt terwijl je verder werkt, en de E dat je langer de tijd hebt voordat de lijm een vel vormt. De S-waarde zegt hoeveel de uitgeharde lijm mag vervormen.
Die vervormbaarheid is buiten het punt waar mensen op besparen. Een S1-lijm buigt onder de testbelasting minstens 2,5 millimeter door voordat hij scheurt, en juist die rek vangt de dagelijkse uitzetting van een zonbeschenen gevel op. Op een ondergrond die meer werkt, zoals een balkonvloer of een oude tegellaag, kies je S2.
| Code | Wat het betekent | Wat je er buiten aan hebt |
|---|---|---|
| C1 | Cementgebonden lijm met basishechting | Wij gebruiken hem buiten niet, hooguit onder een gesloten afdak |
| C2 | Cementgebonden lijm met verbeterde hechting | De ondergrens voor alles wat regen en vorst ziet |
| D | Dispersielijm, kant en klaar in een emmer | Niet buiten gebruiken, hij blijft gevoelig voor water |
| R | Reactieharslijm uit twee componenten | Voor zwaar belast werk zoals een zwembadrand of een industriële vloer |
| F | Snelhardend, meestal na enkele uren belastbaar | Handig in het najaar als je vóór de regen klaar wilt zijn |
| T | Standvast, de tegel zakt niet weg | Nodig zodra je een muur of een gevel betegelt |
| E | Verlengde open tijd | Geeft lucht bij warm weer en bij grote formaten |
| S1 | Vervormbaar, minimaal 2,5 mm doorbuiging | Het minimum voor gevels, terrassen en alles in de volle zon |
| S2 | Zeer vervormbaar, minimaal 5 mm doorbuiging | Voor natuursteen, formaten vanaf 60 cm en tegels over een oude laag heen |
Koop een witte lijm als je met natuursteen, lichte steenstrips of een lichte voeg werkt. Grijze lijm schemert bij dunne of licht doorschijnende steen door en geeft na een paar maanden een grauwe waas die je er niet meer af krijgt.
De ondergrond bepaalt de helft van het resultaat
Een lijm hecht nooit beter dan de laag waar hij op zit. Verweerde voegen, een zanderige cementhuid of een laagje mos zijn allemaal een breukvlak in wording. Ga er met een schroevendraaier langs: laat de ondergrond korrels los, dan begin je daar en niet bij de lijm.
Een tweede punt is de vlakheid. Een muur die drie of vier millimeter uit het vlak loopt, kun je met een lijmkam niet corrigeren, want dan houd je juist de holle plekken waar het buiten op stukloopt. Vlak zo'n muur eerst uit met een cementgebonden uitvlakmortel. Voor vloerwerk staat de aanpak beschreven bij een tegelvloer vlak en egaal maken.
Zit er nog oude lijm op de ondergrond, dan moet die er in zijn geheel af of hij moet volledig vast zitten. Halfvaste resten zijn een hechtvlak dat later loslaat en de nieuwe tegel meeneemt. Hoe je die resten weghaalt zonder de ondergrond te slopen, staat bij oude tegellijm van de ondergrond halen.
Sterk zuigende ondergronden vragen om een voorstrijk. Betonsteen, cellenbeton en droog metselwerk halen het aanmaakwater uit de lijm voordat het cement heeft kunnen binden. Neem buiten wel een primer die tegen vocht kan; een goedkope dispersieprimer lost zelf weer op zodra hij nat wordt.
| Ondergrond | Voorbehandeling | Waar het misgaat |
|---|---|---|
| Metselwerk in de gevel | Stofvrij borstelen, holle voegen bijvullen, zuigend werk primeren | Zanderige voegen laten los met tegel en al |
| Beton, minstens drie maanden oud | Cementhuid wegschuren of frezen, daarna ontstoffen | Vers beton krimpt nog en scheurt door de lijm heen |
| Cementdekvloer buiten | 28 dagen laten uitharden, afschot in de dekvloer maken | Afschot in de lijmlaag maken geeft dikteverschillen en scheuren |
| Betonklinkers en betonsteen | Voorstrijken met een vochtbestendige primer of goed voorbevochtigen | De steen zuigt de lijm dood en er blijft een poederige laag over |
| Cellenbeton | Altijd primeren, buiten alleen achter een gesloten afwerking | Onbeschermd zuigt het water op en vriest het stuk |
| Harde bouwplaat van XPS met cementcoating | Naden dichtzetten met kimband en afdichtmiddel | Open naden laten water achter de plaat lopen |
| Gipsvezelplaat of gipsblokken | Buiten niet gebruiken | Gips zwelt op en verrot zodra er regen bij komt |
| Hout, multiplex of osb | Buiten afgeraden, hoogstens een cementgebonden plaat op een stijf frame | Hout werkt met het weer mee en trekt de tegels los |
| Bestaande buitentegels | Opruwen met een betonschaaf of een diamantschijf, ontvetten, hechtprimer | Op glad glazuur hecht zelfs een C2-lijm nauwelijks |
Controleer bij een bestaande tegelvloer eerst elke tegel. Tik ze stuk voor stuk af met de steel van een hamer: een holle klank betekent dat de tegel al los ligt. Lijm je daar overheen, dan neemt die losse tegel later je hele nieuwe laag mee. Zit er meer dan een enkele losse tegel tussen, dan is de oude laag eraf halen de eerlijkste route.
Vol en zat lijmen, zonder holle plekken
Binnen kun je wegkomen met alleen kammen. Buiten niet, want elke ruimte tussen de lijmribbels wordt een waterreservoir. Vol en zat lijmen betekent hier letterlijk wat er staat: geen holle plekken in de laag en een tegelrug die voor vrijwel honderd procent contact maakt.
Dat bereik je met de combinatiemethode. Je kamt de lijm op de ondergrond en smeert ook een dunne laag lijm op de rug van de tegel of de strip, waarna je de tegel er met een schuivende beweging in drukt. Dat schuiven is wat de ribbels dichtdrukt, dus zet de tegel er niet recht op en laat hem daar liggen.
Controleer je eigen werk in het begin een paar keer. Leg een tegel, licht hem direct weer op en kijk naar de rug. Zie je droge eilanden, dan is je kam te klein, is de lijm al aan het vellen of druk je te licht aan.
Hoeveel lijm dat kost, verschilt sterk per formaat en methode. Reken bij de combinatiemethode op ongeveer vijf tot zeven kilo poeder per vierkante meter, tegen drie kilo bij enkel kammen binnen. Met onze rekenhulp voor tegels en snijverlies kun je de vierkante meters en de zakken lijm vooraf uitrekenen.
| Toepassing | Lijmkam | Hoe je het aanpakt |
|---|---|---|
| Steenstrips en gevelstrips | 8 mm | Muur kammen en de rug van de strip volledig insmeren |
| Wandtegels buiten tot 30 x 60 cm | 8 of 10 mm | Kammen plus rug insmeren, van onderaf werken met afstandhouders |
| Terrastegels 60 x 60 cm keramisch | 10 mm plus rug insmeren | Inschuiven en aankloppen met een rubberhamer, daarna een tegel controleren |
| Formaten vanaf 80 cm of dikke keramiek | Halfronde kam van 15 tot 20 mm | Ribbels in één richting kammen, zodat lucht opzij weg kan |
| Natuursteen buiten | 10 mm, witte lijm | Vol in de lijm, geen holtes waar water in kan blijven staan |
| Gelijmde betonklinkers of banden | Volle laag met de troffel | Steen voorbevochtigen, laag doorstrijken zonder open ruimtes |
Montagekit is geen alternatief voor tegellijm buiten. Met kit zet je klodders neer en houd je per definitie open vlakken achter de tegel. Daar loopt water in dat er niet meer uit komt, en de eerste vorstperiode drukt het werk eraf.
Weer en temperatuur bepalen je werkdag
Cementgebonden lijm bindt door een chemische reactie met water, en die reactie is temperatuurgevoelig. Onder de vijf graden komt hij vrijwel stil te liggen, boven de vijfentwintig graden gaat hij zo hard dat je open tijd wegsmelt. De verwerkingstemperatuur die vrijwel alle fabrikanten aanhouden is vijf tot vijfentwintig graden, gemeten aan de ondergrond en niet in de schaduw van je bestelbus.
Open tijd is de periode waarin je een tegel nog in de gekamde lijm kunt drukken. Test dat met je vinger: blijft er lijm aan je vingertop plakken, dan is de laag nog goed. Blijft je vinger schoon, dan is er een vel gevormd en moet die lijm eraf en opnieuw.
Nachtvorst is het echte gevaar. Water in verse lijm dat bevriest, breekt de opbouw van het cement onherstelbaar, en dat zie je pas maanden later als de tegels loslaten. Kijk daarom de nachttemperaturen van de twee dagen erna na voordat je begint.
| Situatie | Wat het met de lijm doet | Wat je doet |
|---|---|---|
| Onder 5 graden | Het cement bindt nauwelijks nog, de uitharding stopt | Wachten, of een winterlijm gebruiken en het werk afdekken |
| Nachtvorst binnen 24 tot 48 uur | Water in de verse lijm bevriest en de hechting is blijvend weg | Niet beginnen, hoe verleidelijk de droge dag ook is |
| Boven 25 graden of volle zon | De open tijd loopt terug van twintig minuten naar soms vijf | Vroeg in de ochtend werken, kleine vlakken kammen, lijm met de letter E |
| Harde wind | De gekamde lijm vormt binnen enkele minuten een vel | Steeds maar een halve vierkante meter kammen, eventueel een doek spannen |
| Regen binnen 24 uur | Het cement spoelt uit de lijm en uit de verse voeg | Afdekken met folie op afstand, niet strak tegen het tegelwerk aan |
| Ondergrond warmer dan 30 graden | De lijm droogt weg voordat hij kan binden | Muur licht voorbevochtigen en in de schaduwzijde beginnen |
Meng nooit meer aan dan je in ongeveer twintig minuten wegwerkt. Lijm die begint te stijven kun je niet redden met een scheut water erbij: je verstoort dan de binding en je hecht straks op niets. Weggooien en opnieuw mengen kost een euro, opnieuw betegelen kost een weekend.
Steenstrips en tegels op een buitenmuur
Steenstrips op een gevel zijn het werk waar het buiten het vaakst misgaat. Dat komt zelden door de lijm alleen: het is meestal een optelsom van een muur die niet vlak is, strips die niet vol in de lijm staan en water dat van bovenaf achter het werk loopt.
Begin daarom met de vraag of de strips zelf vorstbestand zijn. Veel decoratieve strips, zeker de goedkopere met een gaasje of een doek op de achterkant, zijn bedoeld voor een binnenmuur of voor een gevel onder een ruime overstek. Zit er een gaas of een lijmlaag tussen de strips, dan is dat vaak het zwakste punt van het geheel en niet de tegellijm.
Is de muur ongelijk, dan vlak je hem eerst uit met een cementgebonden mortel. Daarna zet je de strips vol en zat: muur kammen, rug van de strip insmeren, aanschuiven tot er lijm langs de randen uit komt. Werk van onder naar boven en houd de voegen open genoeg om ze straks echt vol te kunnen voegen.
Boven het werk hoort een afvoer voor het water. Een overstekende lekdorpel of muurafdekker zorgt dat regen van de bovenrand af druppelt in plaats van achter de bovenste strip te lopen. Na het voegen kun je het geheel impregneren, zodat de steen zelf minder water opneemt.
Wanneer je er eerst een bouwplaat achter zet
Op een houten of onregelmatige constructie zet je de strips niet rechtstreeks. Een harde bouwplaat van geëxtrudeerd polystyreen met cementcoating is daar de aangewezen drager: stijf, waterdicht en meteen in het vlak. Werk de naden af met kimband en afdichtmiddel, anders zakt er water tussen de platen door. Gipsvezelplaat valt buiten af, want gips verrot zodra het nat wordt.
Werk op een gevel nooit vanaf een ladder met een emmer lijm in je hand. Vanaf ongeveer twee meter hoogte hoort hier een rolsteiger of een stevige stelling onder. Je hebt beide handen nodig en je moet kunnen zijstappen zonder na te denken.
Terrastegels: lijmen of in een mortelbed leggen
Niet elke buitentegel hoort verlijmd te worden. Keramische terrastegels van twee centimeter dik liggen op een tuinterras vaak beter in een drainerend bed van split, want daar kan water onderdoor weg. Lijmen is de aangewezen methode zodra er een gesloten, dragende plaat onder zit: een betonvloer, een balkon, een dakterras of een oude tegelvloer die nog helemaal vast ligt.
Zorg dan eerst dat het water eraf loopt. Een afschot van één tot twee centimeter per meter, weg van de gevel, maak je in de dekvloer en niet in de lijmlaag. Boven een woonruimte hoort onder het tegelwerk een waterdichte afdichtingslaag met opstanden langs de randen, want de tegellaag zelf is nooit waterdicht.
Kies buiten een tegel met een lage waterabsorptie. Keramiek uit de dichte groep neemt minder dan een half procent water op en is daarmee vorstbestand; poreuze binnentegels of zachte natuursteen vriezen in twee winters kapot. Het legpatroon mag je vrij kiezen, ook een wildverband met verspringende formaten werkt buiten prima zolang de voegen breed genoeg blijven.
Houd rekening met wat er later op groeit. Ruwe buitentegels op het noorden worden groen, en dat is een schoonmaakklus die terugkomt. Hoe je dat aanpakt zonder de voegen uit te spoelen, staat bij mos van je terrastegels weghalen.
Een buitenkeuken of werkblad betegelen
Een gemetselde buitenkeuken met een betegeld blad staat of valt bij de stijfheid van dat blad. Keramiek en lijm nemen geen doorbuiging op: veert het blad een millimeter, dan scheurt de voeg en daarna de lijmlaag. De ondergrond mag dus niet werken, ook niet een klein beetje.
Wie het blad in beton stort, moet naar de overspanning kijken. Vijf tot zes centimeter beton met een lichte wapeningsmat draagt prima zolang het blad rondom oplegt. Bij een vrije overspanning van anderhalve meter metselen wij er liever een tussensteun onder, of we laten de wapening en de dikte narekenen. Houd buiten minstens drie centimeter beton onder de wapening, anders roest die op termijn door.
Een houten frame met plaatmateriaal is buiten de kwetsbaarste variant. Kan het niet anders, gebruik dan een cementgebonden bouwplaat op een frame met hart-op-hart maximaal veertig centimeter, verlijm de plaat en schroef hem ruim vast. Schroeven in de buitenlucht vragen om roestvast staal in plaats van gewoon verzinkt, want verzinkte schroeven buiten roesten uiteindelijk door en tekenen dan af op je werk.
Betegel het blad met een C2 S1-lijm en laat de tegel aan de voorkant iets oversteken, zodat water van de rand af druppelt in plaats van onder het blad te trekken. De aansluiting tussen blad en opstaand metselwerk maak je niet dicht met voegmortel maar met een elastische kit.
Voegen, dilatatie en de eerste weken erna
Buiten doet de voeg net zoveel werk als de lijm eronder. Voeg met een flexibele cementgebonden voegmortel voor buiten en houd de voegen breed genoeg: bij terrastegels minstens vijf millimeter, bij gevelstrips vul je de voeg volledig tot aan het steenoppervlak. Een smalle, half gevulde voeg is een gootje waar water blijft staan.
Elke drie tot vijf meter, en langs elke rand waar het tegelwerk tegen iets anders aankomt, hoort een dilatatievoeg. Die vul je niet met mortel maar met een elastische kit die de beweging opneemt. Welke soort daar hoort en waar je op moet letten bij de ondergrond, zie je in onze hulp om de juiste kit te kiezen.
Geef het werk daarna rust. Voegen kan meestal na een etmaal, licht belopen na twee dagen, en volledig belastbaar is het pas na ongeveer een week. Blijft het nat of koud, dan duurt dat langer, want cement hardt trager uit bij lage temperaturen. Bij de droogtijden per materiaal zie je hoe die tijden zich tot elkaar verhouden.
Dek verse voegen af als er regen komt, maar span de folie op afstand met een paar latjes eronder. Folie die strak op het werk ligt, houdt condens vast en geeft juist uitbloeiingen: die witte waas die maanden op de tegels blijft zitten.
Spoel na het voegen twee keer na met schoon water en ververs je emmer echt. De grijze sluier die je anders overhoudt, is voegcement dat je met het vuile water uitsmeert, en die krijg je er buiten alleen nog met een zure reiniger af. Op natuursteen mag zo'n reiniger niet, dus daar is naspoelen je enige kans.
Zo zet je tegels of strips buiten
Deze volgorde werkt voor een gevel en met kleine aanpassingen ook voor een terras op een betonvloer.
-
Kijk eerst naar het weer van de komende drie dagen
Je hebt vijf tot vijfentwintig graden nodig en geen nachtvorst in de twee nachten na de klus. Regen binnen een etmaal is ook een reden om te wachten, want die spoelt het cement uit de verse voeg. Een droge, bewolkte dag van vijftien graden is het beste weer dat je kunt krijgen.
-
Maak de ondergrond schoon, vast en vlak
Borstel los materiaal weg, hak zanderige voegen uit en vul ze opnieuw. Ruw glad werk op met een betonschaaf of een diamantschijf en zuig het stof daarna weg. Loopt de muur meer dan een paar millimeter uit het vlak, vlak hem dan eerst uit met een cementgebonden mortel in plaats van het verschil met lijm te willen opvullen.
-
Primeer wat zuigt of juist niets opneemt
Betonsteen, cellenbeton en droog metselwerk trekken het water uit de lijm en moeten voorgestreken worden met een vochtbestendige primer. Op glad, dicht materiaal gebruik je juist een hechtprimer met kwartsvulling. Laat de primer volledig drogen voordat je lijm aanmaakt.
-
Maak de lijm aan en laat hem rijpen
Doe het water eerst in de kuip en strooi het poeder erbij, niet andersom. Meng met een traag draaiende menger tot er geen klontjes meer zijn, laat de lijm vijf minuten staan en meng daarna kort na. Die rijptijd laat de kunststofvezels opnemen en scheelt merkbaar in de standvastheid.
-
Kam een klein vlak en smeer de rug in
Kam niet meer dan een halve tot een hele vierkante meter tegelijk, en houd de kam onder een constante hoek zodat de ribbels even hoog zijn. Smeer daarnaast de rug van elke tegel of strip dun in. Test bij twijfel met je vingertop of de gekamde lijm nog plakt.
-
Schuif de tegel erin en controleer de rug
Zet de tegel iets naast zijn plek en schuif hem in de ribbels, zodat de lucht eruit gaat. Klop hem aan met een rubberhamer en houd met afstandhouders minstens vijf millimeter voeg. Licht bij de eerste paar tegels er eentje weer op om te zien of de rug helemaal in de lijm zat.
-
Voeg pas als de lijm heeft aangetrokken
Wacht een etmaal, of langer bij koud weer, voordat je gaat voegen. Vul de voegen volledig met een flexibele buitenvoegmortel en spoel daarna twee keer na met schoon water. Zet de dilatatievoegen langs randen en hoeken niet dicht met mortel maar met een elastische kit.
-
Bescherm het werk de eerste week
Dek af tegen regen en felle zon met folie op een paar latjes, zodat er lucht onder kan. Beloop het werk pas na twee dagen en belast het niet zwaar voor een week voorbij is. Steenstrips en natuursteen kun je na volledige uitharding impregneren, zodat ze minder water opnemen.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de eerste tegel zet
Uit de praktijk
Steenstrips die na één winter van de gevel vielen
Natuurstenen steenstrips waren in september tegen een stenen buitenmuur gezet met een merklijm die volgens de verpakking geschikt was voor buiten. In het voorjaar zat het merendeel van de strips los of lag het op de grond. De lijm was niet het probleem: de muur was niet vlak, waardoor de strips op veel plekken maar half contact maakten.
In die holle ruimtes had zich regenwater verzameld dat er niet meer uit kon. Bij de eerste vorst zette dat water uit en drukte het de strips eraf. De oplossing werd: eerst de hele muur uitvlakken met een cementgebonden mortel, daarna elke strip vol en zat zetten met een flexibele poederlijm op de muur én op de rug van de strip. Boven het vlak kwam een overstekende lekdorpel, zodat er geen water van bovenaf achter het werk loopt.
Het idee om de strips met montagekit te zetten ging van tafel. Kit betekent klodders en dus open vlakken achter de strip, precies het probleem dat de eerste keer al misging. Na het voegen zijn de strips geïmpregneerd om de wateropname van de steen zelf te beperken.
Betonklinkers die de lijm opdronken
Voor een halfsteense plantenbak en een borderrand werden grijze betonklinkers strak op elkaar gelijmd, met opzet zonder brede voeg. De eerste laag hechtte slecht: de lijm was binnen een paar minuten korrelig en liet na een dag met een schroevendraaier los te krabben.
De oorzaak was het zuigvermogen van de betonsteen. De klinkers dronken het aanmaakwater weg voordat het cement kon binden, en wat overbleef was een poederige laag zonder sterkte. Twee dingen hielpen: de klinkers vooraf goed nat maken met een tuinslang en ze mat opdrogen laten worden, en de eerste laag met een vochtbestendige voorstrijk behandelen.
Bij het strak op elkaar lijmen is er nog een aandachtspunt. Zonder voeg kan water dat tussen de stenen zakt nergens heen. In de bodem van de plantenbak zijn daarom openingen gelaten en de bovenkant is afgedekt, zodat het geheel niet volloopt en in januari uit elkaar vriest.
Een buitenkeukenblad dat 160 centimeter moest overspannen
Een gemetselde buitenkeuken zonder afdak was toe aan het werkblad. De vraag was of vijf tot zes centimeter beton met een mat van zes millimeter genoeg zou zijn, waarbij het rechterdeel over 160 centimeter vrij zou overspannen met alleen oplegging op de zijkanten en de achterkant.
Voor een blad dat rondom oplegt is die opbouw redelijk, maar bij anderhalve meter vrije overspanning en de puntlast van een barbecue of een zware pan wordt het krap. Er kwam een gemetselde tussensteun onder het midden, waarna de overspanning nog maar tachtig centimeter was. De wapening kreeg drie centimeter dekking, want buiten roest een mat die te dicht aan het oppervlak ligt op termijn door en drukt dan het beton eraf.
Het blad is na een maand uitharden betegeld met een C2 S1-lijm, de tegels steken aan de voorkant een centimeter over en de aansluiting op het opgaande metselwerk is met kit gemaakt in plaats van met voegmortel. Een houten frame met plaatmateriaal was hier de tweede keuze geweest, juist omdat hout in de buitenlucht blijft werken.
Een drager die het weer niet aankon
Voor steenstrips op een buitenwand was het plan om gipsvezelplaat als ondergrond te gebruiken, met isolatieplaat van geëxpandeerd polystyreen erachter. Beide keuzes lopen buiten stuk. Gipsvezelplaat is op gips gebaseerd en verrot zodra er regen tegenaan slaat, en zachte piepschuimplaat is zo indrukbaar dat een tik met een fietsstuur al genoeg is om de strips los te trekken.
Het is een harde bouwplaat van geëxtrudeerd polystyreen met cementcoating geworden, het type dat je ook onder een douchevloer tegenkomt. Die is drukvast, waterdicht en meteen vlak. De naden zijn dichtgezet met een kimband en afdichtmiddel, zodat er geen water tussen de platen door kan zakken.
De strips zijn gezet met een flexibele poeder-tegellijm die geschikt is voor buiten, en na het voegen is het hele vlak geïmpregneerd. Hoe minder water de steen zelf opneemt, hoe minder er bij vorst te bevriezen valt.
Veelgemaakte fouten
Kant-en-klare lijm uit een emmer gebruiken
Pastalijm is dispersielijm die uithardt door droging en daarna gevoelig blijft voor water. Buiten verweekt hij bij de eerste langdurige regen en verliest hij zijn hechting. Buiten hoort altijd een cementgebonden poederlijm die je zelf aanmaakt.
Alleen kammen en de rug van de tegel droog laten
Binnen kom je daarmee weg, buiten niet. Tussen de lijmribbels blijven holle kanalen staan waar water zich verzamelt, en dat water zet bij vorst uit. Smeer daarom ook de rug van elke tegel of strip in en schuif hem in de ribbels.
Doorwerken terwijl er nachtvorst aankomt
Verse lijm bevat nog vrij water. Bevriest dat, dan breekt de opbouw van het cement onherstelbaar en hecht de lijm nooit meer op sterkte. Het vervelende is dat je er niets van ziet: het werk oogt goed en laat maanden later los.
Een binnenprimer als voorstrijk gebruiken
Veel goedkope voorstrijkmiddelen zijn dispersies die zelf weer oplossen zodra er water bij komt. Je hebt dan een keurige hechtlaag die bij de eerste natte week zijn werk staakt. Kies buiten een primer die de fabrikant uitdrukkelijk voor vochtbelaste ondergronden opgeeft.
Een tegel of strip kiezen die niet vorstbestand is
De lijm kan in orde zijn en de tegel vriest alsnog kapot. Poreuze keramiek en zachte natuursteen nemen te veel water op en verpulveren aan de randen na een paar winters. Kijk naar de wateropname van de tegel en niet alleen naar het uiterlijk.
Te smalle voegen en een halfvolle voeg
Buiten moet een voeg breed genoeg zijn om beweging op te nemen en om helemaal vol te lopen. Blijft er een gootje over, dan staat daar water in dat 's nachts bevriest en de voeg uit de naad drukt. Vijf millimeter is bij terraswerk de ondergrens.
De dilatatievoegen dichtsmeren met mortel
Een dilatatievoeg is er om te kunnen bewegen. Vul je hem met dezelfde harde voegmortel als de rest, dan verplaatst de spanning zich naar de zwakste plek en scheurt het tegelwerk daar. Langs opgaand werk en om de drie tot vijf meter hoort een elastische kit.
Veelgestelde vragen
Welke tegellijm voor buiten heb ik nodig?
Een cementgebonden poederlijm van minimaal klasse C2, en op een gevel of terras bij voorkeur C2 TE S1. De C2 staat voor verbeterde hechting, de T voor standvastheid zodat wandtegels niet wegzakken, de E voor een langere open tijd en de S1 voor vervormbaarheid. Op een ondergrond die duidelijk werkt, zoals een balkon of een oude tegellaag, ga je naar S2. Voor natuursteen en lichte steenstrips neem je dezelfde klasse in een witte uitvoering. Ook onder een gesloten afdak houden wij die keuze aan, want wind waait regen ver naar binnen en condens op een koude muur is net zo goed water.
Is tegellijm buiten altijd vorstbestendig?
Nee. Alleen cementgebonden lijmen die als vorstbestendig zijn getest, mag je buiten toepassen, en dat is bij klasse C2 standaard onderdeel van de beproeving. Kant-en-klare pastalijm uit een emmer is dat niet: die blijft gevoelig voor vocht en verliest zijn hechting zodra hij langdurig nat wordt. Let er ook op dat vorstbestendige lijm je niet redt als de tegel zelf water opneemt of als er holle ruimtes achter de tegel zitten.
Bij welke temperatuur kan ik buiten tegellijm verwerken?
Tussen vijf en vijfentwintig graden, gemeten aan de ondergrond. Onder de vijf graden komt de binding van het cement vrijwel stil te liggen, boven de vijfentwintig graden verlies je zoveel open tijd dat de lijm al vel heeft gevormd voordat de tegel erin zit. Belangrijker nog dan de dag zelf zijn de twee nachten erna: is er nachtvorst voorspeld, stel het werk dan uit. Er bestaan winterlijmen die tot ongeveer één graad verwerkbaar zijn, maar ook die willen geen bevriezing tijdens het uitharden.
Moet ik voorstrijken op beton en betonklinkers?
Op sterk zuigende ondergronden wel. Betonsteen, klinkers, cellenbeton en droog metselwerk trekken het aanmaakwater zo snel uit de lijm dat het cement niet meer kan binden en er een poederige laag achterblijft. Je kunt kiezen tussen een vochtbestendige primer of de steen goed voorbevochtigen en mat laten opdrogen. Gebruik buiten geen dispersieprimer voor binnengebruik, want die lost zelf weer op als er water bij komt.
Hoeveel tegellijm heb ik per vierkante meter nodig buiten?
Bij de combinatiemethode, waarbij je kamt én de rug van de tegel insmeert, reken je op ongeveer vijf tot zeven kilo poeder per vierkante meter. Bij grote formaten met een halfronde kam kan dat oplopen tot negen kilo. Dat is aanzienlijk meer dan de drie kilo die je binnen met alleen kammen verbruikt, dus koop ruimer in dan de tabel op de zak suggereert. Met onze rekenhulp voor tegels en snijverlies bepaal je eerst je vierkante meters.
Kan ik steenstrips buiten met montagekit plakken?
Beter niet. Met kit zet je klodders op de achterkant en houd je open vlakken tussen de strip en de muur. In die vlakken verzamelt zich water dat er niet uit kan, en bij vorst duwt dat de strip van de muur. Een strip hoort vol en zat in een flexibele poederlijm te staan, met lijm op de muur én op de rug van de strip. Loopt de muur niet vlak, vlak hem dan eerst uit in plaats van het gat met kit te overbruggen.
Hoe lang moet buiten tegellijm uitharden voordat het mag regenen?
Houd minstens 24 uur aan voordat het werk regen mag zien, en dek het bij twijfel af met folie op een paar latjes zodat er lucht onder kan. Na een etmaal kun je voegen, na twee dagen mag je er voorzichtig overheen lopen en na ongeveer een week draagt het werk alles. Bij kou en hoge luchtvochtigheid duurt dat langer, want cement hardt trager uit naarmate het kouder is. Wil je die tijden naast andere klussen leggen, kijk dan in het overzicht met droogtijden per materiaal.
Kan ik keramische terrastegels rechtstreeks op een betonvloer lijmen?
Ja, mits het beton minstens drie maanden oud is, de cementhuid eraf is en er afschot in zit van één tot twee centimeter per meter, weg van de gevel. Gebruik een C2 S1-lijm en werk met de combinatiemethode. Ligt er woonruimte onder, bijvoorbeeld bij een balkon of een dakterras, dan hoort er onder de tegels nog een waterdichte afdichtingslaag met opstanden langs de randen, want een tegelvloer op zichzelf is nooit waterdicht.
Kan ik buiten nieuwe tegels over oude tegels lijmen?
Alleen als de oude laag helemaal vast ligt. Tik elke tegel af met de steel van een hamer: klinkt er ook maar een deel hol, dan neemt die tegel later je nieuwe laag mee. Ruw daarna het glazuur op met een betonschaaf of een diamantschijf, ontvet grondig en gebruik een hechtprimer voor niet-zuigende ondergronden. Kies vervolgens een S2-lijm, omdat je op een laag lijmt die zelf al beweegt. Zitten er meerdere losse tegels tussen, dan is de oude tegels eraf halen uiteindelijk minder werk dan het twee keer doen.
Welke lijm gebruik ik voor natuursteen buiten?
Een witte, snel bindende flexlijm van klasse C2 S1 of S2. Wit omdat grijze lijm door lichte en dunne steensoorten heen schemert en dan een grauwe waas geeft. Snel bindend omdat langdurig vocht in de lijm bij marmer en kalksteen verkleuring en randverkleuring kan geven. Controleer daarnaast of de steen zelf vorstbestand is: veel zachte kalksteen en sommige leisoorten zijn dat niet en verpulveren binnen een paar winters aan de randen.
Waarom komen mijn buitentegels na een winter los?
In veruit de meeste gevallen door water dat achter de tegel stond en bevroor. Dat water komt er via een holle lijmlaag, via een half gevulde voeg, via een ontbrekende lekdorpel boven het werk of omdat de tegel zelf water opneemt. Soms ligt het aan de lijm, vaker aan de manier van aanbrengen. De volgende ronde win je dus met vol en zat lijmen, breed en volledig voegen, en zorgen dat het water er van bovenaf niet in kan lopen.
Is buiten tegellijm hetzelfde als tegellijm voor een vloer binnen?
De basis is hetzelfde: cement, zand en kunststofvezels. Het verschil zit in de klasse en in de dosering van die vezels, waardoor een buitenlijm meer vervormbaar en beter bestand tegen vriesdooiwisselingen is. Een buitenlijm mag je zonder bezwaar binnen gebruiken, andersom niet. Hoe je een vloer binnen opbouwt en welke lijm daar volstaat, staat bij vloertegels leggen binnenshuis.
Wanneer je beter een vakman belt
Tegels of strips zetten op een muurtje, een plantenbak of een terras op maaiveldniveau is werk dat je met geduld prima zelf doet. Er zijn vier situaties waarin wij het anders aanpakken.
De eerste is een gevel of een muur hoger dan ongeveer twee meter. Je hebt hier beide handen nodig en je verplaatst je constant, dus een ladder is geen werkplek. Zonder rolsteiger of stelling bel je liever iemand die dat materieel heeft staan.
De tweede is een balkon of dakterras boven een woonruimte. Daar zit onder het tegelwerk een waterdichte afdichting met opstanden en aansluitingen op afvoeren, en een lek daarin merk je pas als het bij de buren onder naar beneden komt. Dat is werk voor iemand die de opbouw kan garanderen.
De derde is een blad of een plaat die iets moet dragen: een betonnen werkblad met een flinke vrije overspanning, een luifel, een constructie tegen een dragende muur. Laat de wapening en de dikte narekenen voordat je stort.
De vierde is een gevel waarvan grote delen los zijn gekomen. Voordat je opnieuw begint, wil je weten waar het water vandaan kwam. Een aannemer of een gevelspecialist kijkt dan naar de dorpels, de overstek en de spouw, en niet alleen naar de lijm.