Plafond spuiten zonder banen, zakkers en overspray
Een plafond spuiten levert een egaler vlak op dan rollen, maar de winst zit in het voorwerk en niet in de machine. Reken op een half tot heel dagdeel afplakken voordat je de trekker voor het eerst overhaalt, en houd de spuit op 25 tot 30 centimeter met vijftig procent overlap per baan. Latex spuit je in twee lagen die haaks op elkaar staan, met een spuitmond van 517 of 519 en hooguit een paar procent water erbij. Oefen eerst op grote stukken karton en begin daarna op zolder, want een plafond kun je maar één keer verpesten.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Airless of HEA verfspuit met een slang van minstens 7,5 meter
- Reserve spuitmonden, bijvoorbeeld 517 en 519, plus de bijbehorende pistoolfilters
- Verfzeef of nylon zeefzak van 200 mesh
- Boormachine met roerspaan en een schone emmer
- Maatbeker om de verdunning te kunnen herhalen
- Rolsteiger of een stevige dubbele trap met platform
- Spuitmasker met P2-filter, ruimzichtbril, muts en overall
- Plakfolie op tape in 55 cm en 140 cm, afdekvlies voor de vloer
- Schuurgiraffe met korrel 120 en 180
- Plamuurmes en een LED-bouwlamp om schuin bij te lichten
Materiaal
- Matte muurverf of latex die geschikt is om te spuiten
- Voorstrijkmiddel voor zuigende ondergrond
- Isolerende primer bij vochtvlekken, roet of nicotine
- Vulmiddel voor gaten en krimpscheuren
- Schoon water om te verdunnen en om de machine door te spoelen
- Karton of oude platen om proefstukken op te spuiten
Wanneer spuiten zich terugbetaalt en wanneer een roller sneller is
Spuiten wint pas als er veel vierkante meter achter elkaar aan de beurt is en er weinig hoeft te worden afgeplakt. Een leeg huis waarin je wanden en plafonds in één gang doet, is het schoolvoorbeeld. Staat de kamer vol en ligt er een vloer die je wilt houden, dan ben je met afplakken langer bezig dan het rollen zou hebben gekost. Wat er verder allemaal bij werken aan een plafond komt kijken, bepaalt dus mede of de spuit uit de doos moet.
De tweede reden om te spuiten is het resultaat. Een gespoten laag ligt gelijkmatiger dan een gerolde laag, zonder de fijne sinaasappelstructuur van een roller en zonder aanzetten waar twee banen elkaar raken. Op een plafond dat in strijklicht ligt, bijvoorbeeld onder een groot raam of een lichtstraat, zie je dat verschil meteen. Ga je in dezelfde beurt ook de wanden en het plafond aanpakken, dan spuit je eerst het plafond en daarna pas de muren.
Er zit één addertje in dat gelijkmatige resultaat. Beschadig je later een stukje, dan kun je dat niet even met een kwast of een rollertje bijwerken: het verschil in structuur blijft zichtbaar zodra er licht langs strijkt. Bijwerken betekent bij gespoten werk meestal het hele vlak van muur tot muur opnieuw doen.
| Situatie | Wat wij zouden doen | Waarom |
|---|---|---|
| Leeg huis, plafonds en wanden in één gang | Spuiten | Weinig afplakwerk en veel meters, hier haal je echt tijdwinst |
| Eén kamer met meubels, gordijnen en een houten vloer | Rollen | Het afplakken kost meer tijd dan het spuiten bespaart |
| Plafond met schrootjes, gleuven of een sierlijst | Spuiten | Een roller komt niet in de naden, de nevel wel |
| Systeemplafond met losse platen | Spuiten, platen los in de garage | Je hoeft de ruimte zelf dan nauwelijks af te plakken |
| Toilet, hal of bijkeuken van een paar vierkante meter | Rollen | Opbouwen en schoonmaken duurt langer dan de klus zelf |
| Plafond dat onder een groot raam in strijklicht ligt | Spuiten, na goed vlak schuurwerk | Rolstructuur en aanzetten vallen daar het meest op |
| Een beschadigd stuk van een gespoten plafond | Opnieuw spuiten van hoek tot hoek | Bijgerold werk blijft zichtbaar door het structuurverschil |
| Huurwoning waar één kamer weer wit moet | Rollen | Voor twintig vierkante meter loont het opbouwen niet |
Welke verfspuit je nodig hebt voor latex op een plafond
Muurverf is dik en schurend, en dat vraagt een pomp die volume kan verplaatsen. Een lagedrukspuit met een bekertje bovenop is gemaakt voor lak op deuren en radiatoren en loopt met latex binnen een paar minuten dicht. Voor een plafond kom je uit bij een zuigersysteem: een klassieke airless die rond de 180 tot 220 bar werkt, of een HEA-spuit die bewust op lagere druk werkt met een aangepaste spuitmond.
Die lagere druk is geen fout, maar wel een aandachtspunt. Een huishoudelijke HEA-spuit die tot ongeveer 110 bar gaat, vernevelt beduidend minder maar heeft ook minder marge. Onverdunde, dikke matte latex is voor zo'n pomp aan de zware kant, en dat merk je aan een waaier die aan de uiteinden zwaarder is dan in het midden. Verdun in dat geval een paar procent en ga niet meteen aan de druk zitten sleutelen.
Reken ook op verlies in de machine zelf. In een slang van vijftien meter en in de pomp blijft al snel een halve liter verf achter die je er aan het eind uit spoelt. Bij een klein plafond weegt dat verlies zwaar, bij een heel huis valt het weg. De techniek en de verschillen tussen de machines staan verder toegelicht bij verf spuiten met een airless of een lagedrukspuit.
| Type spuit | Werkdruk | Waar hij goed in is | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Airless zuigerpomp, huur- of vakmodel | Ongeveer 180 tot 220 bar | Dikke latex vrijwel onverdund, grote plafonds achter elkaar | Veel nevel in de ruimte en een reële kans op een injectiewond |
| HEA-spuit voor thuisgebruik | Tot ongeveer 110 bar | Muurverf en latex binnen, met merkbaar minder nevel | Dikke verf licht verdunnen, tempo ligt lager dan bij een vakmachine |
| Lagedrukspuit met bekertje of turbine | Minder dan 1 bar | Lak, grondverf, deuren en radiatoren | Te weinig kracht voor muurverf, de beker loopt dicht |
| Compressor met plamuur- of lakpistool | 2 tot 4 bar | Lakwerk en kleine oppervlakken | Muurverf verstopt het pistool, veel overspray |
| Verfroller met telescoopsteel | Geen | Eén kamer, bijwerken, ruimtes vol meubels | Structuurverschil met gespoten werk blijft altijd zichtbaar |
Huur je een machine, spoel hem dan bij het ophalen eerst met een emmer water door en kijk of er nog oude verf uitkomt. Achtergebleven ingedroogde verf van de vorige huurder is de meest voorkomende oorzaak van spatten en verstoppingen op je eerste baan.
Latex verdunnen en de juiste spuitmond kiezen
De spuitmond bepaalt twee dingen tegelijk: hoe breed je waaier is en hoeveel verf er per seconde doorheen gaat. Een aanduiding als 517 leest simpel. Het eerste cijfer maal twee geeft de waaierbreedte in inch op dertig centimeter afstand, de laatste twee cijfers geven de opening in duizendsten van een inch. Een 517 geeft dus ongeveer vijfentwintig centimeter waaier met een opening van zeventien duizendste inch, en dat is voor een plafond de maat die het vaakst past.
Verdunnen doe je met mate en altijd met een maatbeker, zodat je de tweede emmer precies hetzelfde kunt aanmaken. Voor een vakairless is nul tot vijf procent water genoeg, voor een lichtere HEA-spuit soms tien procent. Te veel water levert een dunne laag met slecht dekkend vermogen en zakkers op de randen. Roer daarna met een roerspaan in de boormachine en zeef de verf, want een velletje of een klont steenkoud vulmiddel legt je spuitmond stil.
Reken voor het verbruik ongeveer zes tot acht vierkante meter per liter per laag. Dat is minder dan de acht tot tien meter die op het blik staat, want een deel van de verf verdwijnt als nevel in de ruimte. Twee lagen op een plafond van twintig vierkante meter kosten dus al gauw zes liter, plus wat er in de slang achterblijft.
| Spuitmond | Waaier op 30 cm | Waarvoor je hem gebruikt | Verdunning |
|---|---|---|---|
| 311 | Ongeveer 15 cm | Lak, kozijnen, kleine details | Volgens het blik, meestal onverdund |
| 415 | Ongeveer 20 cm | Voorstrijk, primer en dunne muurverf | Niet nodig |
| 517 | Ongeveer 25 cm | Matte latex op plafonds, de meest gebruikte maat | 0 tot 5 procent water |
| 519 | Ongeveer 25 cm | Dikkere matte latex op grote vlakken | 0 tot 5 procent water |
| 521 | Ongeveer 25 cm | Zware muurverf en lichte structuurverf | Alleen bij een pomp die het volume aankan |
| 621 | Ongeveer 30 cm | Grote plafonds met een krachtige vakmachine | Te veel volume voor een lichte thuisspuit |
Een versleten spuitmond kost je meer verf dan een nieuwe kost. De opening slijt rond en de waaier wordt smaller, waardoor je meer banen maakt en meer materiaal verbruikt. Zie je bij een proefstuk dat de waaier aan de uiteinden zwaarder oplegt dan in het midden, dan is de tip op of staat de druk te laag.
Afplakken, elektra en de ruimte klaarzetten
Het afplakken is het echte werk bij spuiten. Verfnevel gaat overal heen, ook achter je rug en onder de deur door. Reken voor een gemiddelde kamer op anderhalf tot twee uur voorbereiding, en houd er rekening mee dat je die tijd bij elke ruimte opnieuw kwijt bent. Juist daarom is de tijdwinst bij één kamer klein en bij een leeg huis groot.
Werk van boven naar beneden. Plak eerst de bovenrand van de wanden af met plakfolie op tape, waarbij de tape strak in de hoek komt en de folie naar beneden hangt. Dek daarna de vloer af met vlies en zet de folie met tape op het vlies vast, zodat er geen naad open blijft. Deuropeningen sluit je af met folie, en de ventilatieroosters plak je dicht.
Aan het plafond zitten meestal een paar dingen die eraf moeten. Draai de lamp los en schakel de groep uit voordat je aan de bedrading komt. De centraaldoos in het plafond plak je af met tape, zodat er geen verf in de klemmen komt. Hetzelfde geldt voor inbouwspots: die haal je uit de gaten en de veren plak je af. Een rookmelder haal je liever helemaal weg dan dat je hem afplakt, want een afgeplakte melder hoort niets en dat vergeet je terug te draaien. Na het spuiten kun je de lamp weer aan het plafond hangen.
Ga je in dezelfde klus nog timmerwerk doen, dan is de volgorde belangrijk. Een koof rond de leidingen bouw je vóór het spuiten, zodat je die in dezelfde beurt meeneemt en er geen scherpe kleurgrens ontstaat.
Zet een oude ventilator in de deuropening die naar buiten blaast, met de folie eromheen dicht. De nevel trekt dan de kamer uit in plaats van dat hij op je verse laag neerslaat als droge stofkorrel.
De ondergrond bepaalt hoe het plafond er straks uitziet
Spuiten maakt een plafond gelijkmatig, niet vlak. Elke bult, elke naadovergang en elke krimpscheur die je nu ziet, zie je straks nog steeds en in strijklicht zelfs beter. Op een nieuw gipsplatenplafond betekent dat: naden en schroefgaten afwerken, over de naden heen uitvlakken met een brede spaan en daarna schuren met korrel 120, gevolgd door 180. Hoe je de platen zelf vastzet en waar de naden vallen, staat bij gipsplaten op regelwerk aan het plafond.
Controleer je werk met een bouwlamp die je vlak langs het plafond laat schijnen, dus niet recht erop. Alles wat je in dat scherende licht ziet, zit er na het spuiten nog. Zuig daarna de vloer en het plafond stofvrij en neem het geheel na met een licht vochtige doek, want gipsstof in de verf geeft een korrelig oppervlak.
Zuiging is de tweede zaak. Vers stucwerk en kaal gipsplaatwerk zuigen de verf ongelijkmatig op, waardoor je vlekkerig werk krijgt dat pas na twee lagen egaal wordt. Een voorstrijkmiddel of een sterk verdunde eerste laag lost dat op. Bij een plafond met schrootjes gaat het juist om de naden: daar spuit je in twee gangen schuin op de gleuven, anders blijft er een donkere streep staan.
| Ondergrond | Voorbehandeling | Waar je op let |
|---|---|---|
| Nieuw gipsplatenplafond | Naden en schroefgaten afwerken, schuren, stofvrij maken, voorstrijken | In strijklicht is elke naadovergang zichtbaar, dus schuur royaal uit |
| Vers gestuukt plafond | Twee tot drie weken laten drogen, daarna voorstrijkmiddel | Te vroeg schilderen geeft kringen en slechte hechting |
| Oud, meermaals gesausd plafond | Losse lagen afkrabben, gaten vullen, schuren en ontstoffen | Losse saus laat na het spuiten alsnog in schilfers los |
| Structuurverf of spachtelputz | Stofvrij maken en zuiging wegnemen | Reken op de helft meer verf dan op een glad vlak |
| Schrootjes of houten delen | Ontvetten, licht schuren, grondlaag aanbrengen | Schuin op de naden spuiten, anders blijven de gleuven donker |
| Systeemplafondplaten | Uit het frame nemen en plat op bokken leggen | Niet doorweken, natte platen zakken door en blijven krom |
| Vochtvlek of rookaanslag | Oorzaak verhelpen, dan isolerende primer | Watergedragen latex houdt de vlek niet tegen, hij slaat door |
| Plafond met schimmelplekken | Vocht aanpakken en de plek behandelen voordat je verft | Overspuiten dekt de plek een paar maanden en daarna komt hij terug |
Schimmel in een badkamer of keuken los je niet met verf op. Zolang het vocht blijft, groeit hij door de nieuwe laag heen. Hoe je dat aanpakt, staat bij schimmel op het plafond van de badkamer.
Spuittechniek: afstand, snelheid en overlap
Houd het pistool haaks op het plafond en op vijfentwintig tot dertig centimeter afstand. Die afstand houd je vast door je hele arm mee te bewegen en niet je pols te draaien. Draai je met je pols, dan is het midden van de baan dichterbij dan de uiteinden en krijg je een baan die in het midden dik is en aan de randen droog.
De beweging begint voordat de trekker overgaat en stopt nadat je hem hebt losgelaten. Zo valt de zwaardere aanzet buiten je vlak. Beweeg gelijkmatig, ongeveer een halve tot een hele meter per seconde, en laat elke baan de vorige voor de helft overlappen. Die overlap van vijftig procent is wat een egaal vlak oplevert, want de waaier legt aan de randen dunner op dan in het midden.
Spuit de eerste laag in de lengterichting van de ruimte en de tweede laag haaks daarop. Zo dekt de tweede laag precies de plekken waar de eerste laag dunner lag. Werk in één ruimte door zonder pauzes, want een baan die half is opgedroogd voordat de volgende ernaast komt, geeft een zichtbare aanzet. Hoe lang je tussen de lagen moet wachten hangt af van de verf en van de ruimte: kijk voor de richttijden in onze tabel met droogtijden per materiaal en houd bij latex minimaal vier uur aan.
| Wat je ziet | Waar het vandaan komt | Wat je doet |
|---|---|---|
| Strepen en banen in het strijklicht | Te weinig overlap of te snel bewegen | Elke baan half over de vorige leggen, tweede laag haaks erop |
| Zware plek aan begin en eind van elke baan | Trekker te vroeg over en te laat los | Eerst bewegen, dan pas de trekker, en na het vlak loslaten |
| Zakkers en gordijnen in de verf | Te dichtbij, te langzaam of te veel verdund | Afstand terug naar 25 tot 30 cm en tempo omhoog |
| Spatten en grove korrels op het vlak | Druk te laag of verf te dik | Druk iets omhoog, verf zeven en een paar procent verdunnen |
| Droge, schurende nevel op de laag | Te ver weg gespoten, of te warm en te veel tocht | Dichterbij werken, ramen dicht en de ruimte niet laten opstoken |
| Wolkerig vlak waar de ondergrond doorschijnt | Ongelijke zuiging van gips of stuc | Voorstrijken of een sterk verdunde eerste laag aanbrengen |
| Waaier met zware uiteinden en een dun midden | Spuitmond versleten of druk te laag | Nieuwe spuitmond plaatsen en de druk op werkstand zetten |
| Streep of haartje midden in de waaier | Vuiltje in de spuitmond | Druk aflaten, spuitmond omkeren en in een emmer doorblazen |
Houd nooit je hand of een vinger voor de spuitmond. Een airless op werkdruk spuit de verf zonder moeite door je huid heen. Zo'n injectiewond ziet er onschuldig uit maar is een spoedgeval, dus zet de trekkerbeveiliging vast en laat de druk af voordat je de spuitmond omdraait of losdraait.
Eerst oefenen, en begin niet in de woonkamer
Het resultaat zit niet in de machine en niet in de verf, maar in de hand die de trekker overhaalt. Iemand die dagelijks spuit heeft dat gevoel voor afstand en tempo automatisch, iemand die voor het eerst een pistool vasthoudt niet. Dat verschil overbrug je in een half uur oefenen in plaats van door duurder materiaal te kopen.
Neem grote stukken karton van een verhuisdoos, hang die tegen een muur of leg ze op de grond, en spuit daar je eerste banen op. Op karton zie je binnen drie halen of je waaier klopt, of je overlap voldoende is en of de verf te dun of te dik staat. Stel de druk en de verdunning daar bij, en noteer wat je uiteindelijk hebt aangemaakt zodat je de volgende emmer identiek kunt maken.
Begin daarna met de ruimte waar het minst op het spel staat. Een zolder, een berging of een slaapkamer die toch achter een kast verdwijnt, is de beste plek om je eerste plafond echt te spuiten. Bevalt het resultaat niet, dan kun je die ruimte alsnog rollen en heb je in de woonkamer niets verpest. Werk je toe naar een verlaagd plafond in de woonkamer, spuit dan altijd voordat de wandafwerking eromheen zit.
Spuit je proefstuk niet alleen, maar bekijk het ook met een lamp die er schuin langs schijnt. Fouten in de overlap zie je bij vlak licht nauwelijks en bij scherend licht meteen, en dat scherende licht heb je straks in de kamer ook.
De spuit schoonmaken en verstoppingen oplossen
Het schoonmaken hoort bij de klus en kost per keer twintig minuten tot een half uur. Wie dat niet meerekent, komt bedrogen uit bij de vraag of spuiten sneller was dan rollen. Bij watergedragen latex gaat het schoonmaken met gewoon water, dus je hebt er verder niets voor nodig.
Laat eerst de druk af en zet de trekkerbeveiliging vast. Hang de aanzuigslang in een emmer schoon water en pomp net zo lang door tot er helder water uit het pistool komt. Neem daarna de spuitmond en het pistoolfilter eruit en spoel die apart, want daar blijft de meeste verf achter. Het pompfilter controleer je bij elke schoonmaakbeurt, ook als het schoon lijkt.
Loopt de spuit tijdens het werk vast, dan is het bijna altijd de spuitmond. Bij een omkeerbare tip draai je hem een halve slag, spuit je in een emmer door en draai je hem terug. Werkt dat niet, laat dan de druk af en spoel de tip in water. Peuter nooit met een spijker of een boortje in de opening, want een beschadigde opening geeft voor altijd een scheve waaier. Berg de spuitmond op in een potje water zodat er niets in kan indrogen.
Laat de druk altijd af voordat je iets losdraait. Ook als de machine uit staat, staat er nog druk in de slang. Draai de knop naar de ontlastingsstand, haal de trekker over in een emmer en pas daarna komt het gereedschap erbij.
Veilig werken met nevel, hoogte en oude plafondplaten
Verfnevel blijft minutenlang in de lucht hangen en je ademt hem in zolang je in de ruimte bent. Bij watergedragen muurverf is een stofmasker met P2-filter het minimum, samen met een ruimzichtbril en iets over je haar. Bij oplosmiddelhoudende verf heb je een combinatiefilter nodig en is een gewoon stofmasker niet genoeg. Werk met een raam of een deur op een kier zodat de nevel weg kan.
Op hoogte werken is de tweede grens. Een plafond spuit je met een rolsteiger of een stevige dubbele trap met platform, nooit staand op de bovenste trede van een enkele ladder met een slang die aan je arm trekt. De slang blijft ergens achter haken, dat is een kwestie van tijd, en dan wil je met twee voeten op een plateau staan. Leg de slang zo neer dat hij achter je meeloopt en niet onder je steiger door.
Bij oudere woningen is er nog een aandachtspunt. Plafondplaten uit de jaren zestig tot en met begin jaren negentig kunnen asbest bevatten, zeker de harde grijze platen in schuren, bijkeukens en rond kachels. Schuren, boren of afkrabben is dan het probleem, niet het schilderen. Weet je niet wat er hangt, laat het dan onderzoeken voordat je gereedschap oppakt. Datzelfde geldt bij een plafond dat je open wilt maken om het te isoleren vanaf de binnenkant.
Zo spuit je een plafond van begin tot eind
Deze volgorde werkt voor een gipsplaten- of stucplafond binnen, met watergedragen latex en een airless of HEA-spuit.
-
Ruim de kamer leeg en dek alles af
Haal eruit wat eruit kan en zet de rest midden in de ruimte onder folie. Dek de vloer af met vlies, plak de wanden af met folie op tape en sluit de deuropening af. Draai de lamp los met de groep uit en plak de centraaldoos dicht. Neem hier de tijd voor, want alles wat je nu open laat, krijgt straks nevel.
-
Repareer, schuur en maak stofvrij
Vul gaten en krimpscheuren, werk naden vlak af en schuur het plafond met korrel 120 en daarna 180. Laat een bouwlamp scherend langs het vlak schijnen om te zien wat er nog zit. Zuig daarna het plafond en de vloer stofvrij en neem het plafond na met een licht vochtige doek. Stof in de verf geeft een korrelige laag die je er niet meer uit krijgt.
-
Voorstrijken of isoleren waar dat nodig is
Zet zuigende plekken en kaal gipsplaatwerk in het voorstrijkmiddel, zodat de verf overal even snel intrekt. Vochtvlekken, roetplekken en nicotine behandel je met een isolerende primer, want gewone latex laat die vlekken binnen een dag weer doorkomen. Laat de voorbehandeling helemaal drogen voordat je gaat spuiten.
-
Verf aanmaken, zeven en de spuit inregelen
Roer de verf door, verdun met de maatbeker en zeef alles in een schone emmer. Zet de spuitmond erin, pomp de slang vol en spuit een paar proefbanen op karton. Stel de druk in op de laagste stand waarbij de waaier nog volledig openstaat: hoger geeft alleen meer nevel en meer slijtage.
-
Spuit de eerste laag in de lengte van de ruimte
Werk vanaf één hoek in rechte banen door, met de spuit haaks op het plafond en op vijfentwintig tot dertig centimeter afstand. Laat elke baan de vorige voor de helft overlappen en houd je tempo gelijk. Werk door zonder pauzes, zodat je steeds tegen een natte rand aan spuit.
-
Laat drogen en spuit de tweede laag haaks erop
Geef de eerste laag bij latex minstens vier uur, en langer als het koud of vochtig is. Spuit de tweede laag haaks op de eerste, zodat de dunnere randen van de eerste banen precies worden opgevuld. Twee dunne lagen leveren een egaler vlak dan één zware laag, die bovendien graag gaat zakken.
-
Maak de spuit schoon en haal het afplakwerk weg
Spoel de machine direct door met schoon water tot er helder water uit het pistool komt, en reinig de spuitmond en de filters apart. Trek daarna de tape los zodra de verf handdroog is en niet dagen later, want dan scheurt de verffilm mee. Rol de folie van boven naar beneden op zodat het stof erin blijft zitten.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de trekker voor het eerst overhaalt
Uit de praktijk
Een leeg gekocht huis en een spuit van 110 bar
Een stel had net een huis gekocht dat nog helemaal leeg stond en wilde wanden en plafonds zelf spuiten met een HEA-spuit die tot ongeveer 110 bar gaat. Iedereen om hen heen raadde het af, maar niemand van die adviseurs had ooit zelf gespoten. De situatie was in dit geval juist gunstig: geen meubels, geen vloer, en honderden vierkante meters achter elkaar.
Wat wel klopte aan de kritiek, was de druk. Voor dikke matte muurverf is 110 bar aan de magere kant tegenover de ruim 200 bar van een vakairless. Dat losten ze op door de latex met een maatbeker een paar procent te verdunnen, een spuitmond van 517 te gebruiken en te beginnen met de laagste druk waarbij de waaier nog volledig openstond. Het resultaat werd goed, maar niet omdat de machine goed was: het werd goed omdat er eerst op karton is geoefend.
Het tuinhuis was zo gespoten, de rest van de dag ging op aan randzaken
Iemand spoot een tuinhuisje voor het eerst met een HEA-spuit en was tevreden over het resultaat. Het spuiten zelf duurde nog geen uur. Wat de dag opat, was al het andere: uitzoeken hoe de machine in elkaar zat, afplakken wat niet geraakt mocht worden en de spuit daarna helemaal schoonmaken.
Dat is precies de rekensom die vaak fout gaat. Voor één kamer bespaar je met spuiten weinig, omdat het afplakken en het doorspoelen van de machine bij elke klus terugkomen. Voor een heel huis in één gang valt die vaste tijd juist weg tegen de meters die je maakt. Wie voor het eerst spuit, kan het beste een half uur extra rekenen voor het inregelen op karton.
Op zolder beginnen redde de woonkamer
Een beginner begon op advies op zolder in plaats van in de woonkamer. De eerste drie banen kwamen te dicht op het plafond en te langzaam, met zakkers als gevolg. Er zaten ook duidelijke aanzetten aan het begin van elke baan, doordat de trekker al overging voordat de arm bewoog.
Twee aanpassingen losten het op. De afstand ging naar een kleine dertig centimeter en de beweging begon voortaan buiten het vlak, waarna de trekker pas overging. De zakkers zijn de dag erna vlak geschuurd met korrel 180 en overgespoten. De zolder is daarmee het leergeld geworden, en de woonkamer ging in één keer goed.
Een gaatje bijgewerkt met een rollertje, en dat bleef zichtbaar
Op een gespoten plafond moest na het ophangen van een lamp een schroefgat gevuld worden. Dat werd netjes gevuld, geschuurd en met dezelfde verf bijgewerkt met een klein rollertje. Overdag zag niemand het, maar zodra de zon laag door het raam kwam, stond er een matte vlek van tien centimeter op het plafond.
De oorzaak is niet de kleur maar de structuur. Een roller laat een fijne korrel achter, gespoten werk niet, en dat verschil vangt licht anders. De enige echte oplossing was het hele plafondvlak van hoek tot hoek opnieuw spuiten. Wie een plafond spuit, houdt daarom beter een halve liter verf over en zet de spuit pas na het ophangen van de lampen weg.
Veelgemaakte fouten
Zonder proefstuk meteen in de woonkamer beginnen
De eerste banen zijn altijd de slechtste, ook met dure apparatuur. Wie zonder oefenen begint, leert het tempo en de afstand op het meest zichtbare vlak van het huis. Een paar stukken karton en een half uur oefenen kosten vrijwel niets en voorkomen een plafond dat je in het licht blijft zien.
Met de pols zwaaien in plaats van met de hele arm
Bij een zwaaiende beweging staat het midden van de baan dichter bij het plafond dan de uiteinden. Je krijgt dan een baan die in het midden dik oplegt en aan de randen droog en korrelig wordt. Beweeg je hele arm mee en houd het pistool haaks, dan blijft de afstand over de hele baan gelijk.
De verf te ver verdunnen om de pomp te helpen
Een spuit die moeizaam loopt, verleidt tot nog een scheut water. Maar te dunne latex dekt slecht, loopt bij de randen en zakt uit, waardoor je een derde en soms vierde laag nodig hebt. Blijf binnen de paar procent die de verffabrikant aangeeft en zoek de oorzaak liever in een verstopt filter of een versleten spuitmond.
Het plafond niet vlak maken omdat de spuit dat wel oplost
Spuiten geeft een gelijkmatige laag, geen vlakke ondergrond. Naden, bulten en krimpscheuren blijven zichtbaar en vallen in strijklicht zelfs meer op, omdat er geen rolstructuur meer overheen ligt die ze verhult. Het schuurwerk vooraf bepaalt hier het eindresultaat, meer dan de machine.
Halverwege pauzeren en daarna verder spuiten
Een baan die is opgedroogd voordat de volgende ernaast komt, geeft een zichtbare aanzet die je er met een derde laag niet meer uit krijgt. Spuit een vlak daarom in één doorgaande gang, van muur tot muur. Wil je koffie, doe dat dan tussen twee lagen in en niet halverwege een laag.
De machine pas de volgende ochtend schoonmaken
Ingedroogde muurverf in de pomp, de slang en het filter krijg je er met water niet meer uit. Dat kost bij een huurmachine een boete en bij een eigen machine een nieuw filter of erger. Spoel meteen na de laatste baan door met schoon water tot er helder water uit het pistool komt.
De hand voor de spuitmond houden om te kijken of er iets uitkomt
Het lijkt onschuldig, maar verf onder hoge druk gaat dwars door de huid heen en veroorzaakt een wond die er van buiten niets voorstelt en van binnen ernstig is. Controleren doe je door in een emmer te spuiten, met de trekkerbeveiliging vast zodra je stopt en de druk eraf voordat je iets losdraait.
Veelgestelde vragen
Is zelf je plafond spuiten een goed idee als je het nog nooit hebt gedaan?
Het kan prima, mits je eerst oefent. Het resultaat hangt vooral af van afstand, tempo en overlap, en dat leer je in een half uur op grote stukken karton. Spuit daarna eerst een ruimte waar het minder uitmaakt, bijvoorbeeld de zolder of een berging. Bevalt het resultaat, dan ga je door naar de kamers die iedereen ziet. Valt het tegen, dan kun je die ene ruimte alsnog rollen zonder dat je iets onherstelbaars hebt gedaan.
Kun je gewoon latex spuiten op een plafond of moet het speciale spuitverf zijn?
Normale matte muurverf en latex zijn goed te spuiten, mits de machine het volume aankan. Sommige merken zetten op het blik of een product spuitbaar is en welke verdunning erbij hoort, en dat is de informatie die je wilt volgen. Bij plafond latex spuiten kom je meestal uit op nul tot vijf procent water bij een vakairless en tot ongeveer tien procent bij een lichtere thuisspuit. Zeef de verf altijd voordat hij de machine in gaat.
Welke spuitmond gebruik je voor latex spuiten op een plafond?
Voor matte latex op een plafond is een 517 de maat die het vaakst past: ongeveer vijfentwintig centimeter waaier met een opening van zeventien duizendste inch. Is de verf dik of het vlak groot, dan kun je naar een 519 of 521 gaan, maar alleen als je pomp dat volume kan leveren. Bij voorstrijk en dunne primer werkt een 415 prettiger. Een 621 is bedoeld voor krachtige vakmachines en loopt bij een lichte thuisspuit leeg in druk.
Hoeveel bar heb je nodig om muurverf te kunnen spuiten?
Een klassieke airless werkt met muurverf rond de 180 tot 220 bar. Een HEA-spuit voor thuisgebruik komt tot ongeveer 110 bar en is daarop ontworpen, met een aangepaste spuitmond en aanzienlijk minder nevel. Voor dikke matte latex is die lagere druk aan de magere kant, wat je merkt aan een waaier die aan de uiteinden zwaarder oplegt. Een paar procent verdunnen en een passende spuitmond lossen dat meestal op. Zet de druk verder niet hoger dan nodig, want extra druk geeft vooral extra nevel en slijtage.
Hoeveel verf heb je nodig als je een plafond spuit?
Reken op zes tot acht vierkante meter per liter per laag, dus minder dan het blik belooft. Een deel van de verf verdwijnt als nevel in de ruimte en komt niet op het plafond terecht. Voor een plafond van twintig vierkante meter in twee lagen kom je daarmee op ongeveer zes liter. Tel daar een halve liter bij op die in de slang en de pomp achterblijft, en houd bewust een restje over voor het geval je later moet bijwerken.
Hoe voorkom je strepen en banen in een gespoten plafond?
Laat elke baan de vorige voor de helft overlappen, want de waaier legt aan de randen dunner op dan in het midden. Houd het pistool haaks en op vijfentwintig tot dertig centimeter, en beweeg met je hele arm in plaats van met je pols. Spuit de tweede laag haaks op de eerste, zodat de dunnere plekken worden opgevuld. En werk een vlak in één doorgaande gang af, want een half opgedroogde baan geeft een aanzet die je er niet meer uit krijgt.
Wat doe je als de spuit begint te spatten of verstopt raakt?
Bijna altijd zit het vuil in de spuitmond. Draai bij een omkeerbare tip de spuitmond een halve slag, spuit in een emmer door en draai hem terug. Werkt dat niet, laat dan de druk af en spoel de tip en het pistoolfilter in water. Peuter nooit met een spijker of boortje in de opening, want een beschadigde opening geeft blijvend een scheve waaier. Komt het probleem steeds terug, dan is de verf niet gezeefd of is het pompfilter dicht.
Moet je een gipsplatenplafond voorstrijken voordat je het spuit?
Ja, kaal gipsplaatwerk en het afwerkmiddel op de naden zuigen ongelijk, waardoor de eerste laag vlekkerig wordt. Een voorstrijkmiddel of een sterk verdunde eerste laag maakt de zuiging gelijk. Schuur en ontstof eerst, want stof in de verf geeft een korrelig oppervlak. Hoe de platen en de naden liggen, bepaalt trouwens hoeveel schuurwerk je hebt: dat begint al bij het regelwerk waar de gipsplaten op zitten.
Kun je een gespoten plafond later bijwerken met een kwast of roller?
Dat kan technisch wel, maar je ziet het. Een roller of kwast laat een fijne structuur achter die gespoten werk niet heeft, en zodra er licht schuin langs strijkt is de bijgewerkte plek zichtbaar als een matte vlek. De nette oplossing is het hele vlak van hoek tot hoek opnieuw spuiten. Houd daarom altijd wat verf over en spuit pas als de lampen en de bevestigingen definitief zitten.
Hoe lang moet een gespoten plafond drogen voordat de tweede laag erop kan?
Bij watergedragen latex houden wij minimaal vier uur aan tussen twee lagen, en langer als het koud of vochtig is in de ruimte. Handdroog is niet hetzelfde als doorgehard: de verf blijft daarna nog dagen naharden en is pas na een week of twee echt op sterkte. In onze tabel met droogtijden per materiaal zie je de richttijden per soort verf en wat temperatuur en vochtigheid ermee doen.
Wat doe je met inbouwspots, de centraaldoos en de rookmelder tijdens het spuiten?
Schakel de groep uit, draai de lamp of de spots los en haal de spots uit hun gaten. De doos in het plafond plak je dicht met tape, zodat er geen verf in de klemmen komt. De rookmelder haal je liever helemaal weg dan dat je hem afplakt. Zit er een gat dat straks niet meer gebruikt wordt, dan is een afdekplaat voor het plafond de nette afwerking, en rond een pendel past vaak een afdekkap tegen het plafond.
Kun je een plafond met schrootjes of een structuurplafond spuiten?
Juist daar is spuiten in het voordeel, want een roller komt niet in de gleuven en langs de kanten. Spuit bij schrootjes in twee gangen die schuin op de naadrichting staan, zodat de flanken van elke gleuf verf krijgen. Op structuurverf of spachtelputz reken je op ongeveer de helft meer verf dan op glad werk. Zorg bij beide dat het vlak eerst stofvrij en ontvet is, anders hecht de laag slecht in de diepere delen.
Wanneer je beter een vakman belt
Een plafond spuiten is voor de meeste mensen prima zelf te doen, mits ze de tijd nemen voor het voorwerk en eerst oefenen. Er zijn wel een paar situaties waarin wij zouden stoppen en iemand zouden bellen.
De eerste is asbest. Plafondplaten uit de periode tot begin jaren negentig kunnen asbest bevatten, vooral de harde grijze platen in schuren, bijkeukens en rond kachels. Schilderen op zich is niet het probleem, schuren, boren en afkrabben wel. Weet je niet wat er hangt, laat het dan eerst onderzoeken en houd je gereedschap eraf.
De tweede is hoogte. Een vide, een trapgat of een hal van vijf meter hoog spuit je niet vanaf een ladder met een slang die aan je arm trekt. Daar hoort een goede rolsteiger of een gehuurde hoogwerker bij, en als die niet veilig te plaatsen is, is het werk voor iemand met de juiste uitrusting.
De derde is een plafond dat echt strak moet worden terwijl de ondergrond dat niet is. Als er naden, bulten of oude sauslagen zitten die om vlakspuitwerk of een nieuwe afwerklaag vragen, kost dat een gespecialiseerde aanpak die verder gaat dan een emmer vulmiddel. Een stukadoor of een schilder met spuitervaring levert dat vlak sneller en zonder dat je het achteraf opnieuw doet. Datzelfde geldt bij een plafond met een geluidsisolerende opbouw die je niet wilt beschadigen om er verf op te krijgen.