Afdekkap plafond plaatsen over een ongebruikt lichtpunt
Een afdekkap voor het plafond haalt een ongebruikt lichtpunt uit het zicht, maar hij maakt de bedrading eronder niet veilig. De volgorde is dus altijd: groep uit, draden in de centraaldoos met lasklemmen afsluiten, deksel dicht, en pas dan de kap erover. Kies een kap die minstens anderhalve centimeter over de rand van het gat valt en zet hem met één schroef vast, zodat je de doos later gewoon weer open kunt maken.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Tweepolige spanningszoeker of duspol
- Kruiskopschroevendraaier en een smalle platte schroevendraaier
- Afbreekmes om het stucwerk rond het deksel in te snijden
- Boormachine met steenboor 6 mm of houtboor
- Stabiele trap of een kleine rolsteiger
- Stofzuiger met een hulpje dat de slang vasthoudt
- Rolmaat of schuifmaat
- Stofbril
Materiaal
- Afdekkap of blinddeksel dat over de centraaldoos past
- Push-in lasklemmen of lasklemmen met hendel
- Nylon plug 6 mm met schroef 4 x 40, of een gipsplaatplug
- Overschilderbare acrylaatkit voor het randje
- Hechtprimer en wat plafondverf
- Schuurpapier korrel 240
Wat een afdekkap op het plafond doet
Als er in een kamer geen lamp aan het plafond komt, blijven de draden van het lichtpunt gewoon hangen. Meestal zijn dat twee of drie aders met een kroonsteentje eraan, precies in het midden van de ruimte waar je er de hele dag tegenaan kijkt. Een afdekkap voor het plafond is het plaatje dat daaroverheen gaat en het gat plus de bedrading uit het zicht haalt.
De kap zelf doet elektrisch niets. Hij is afwerking, net zoals de andere manieren om een plafond netjes af te werken afwerking zijn. Dat betekent ook dat hij de rommel eronder niet veilig maakt: de aders moeten al goed zijn afgesloten voordat de kap erop gaat.
In de bouwmarkt vind je hetzelfde product onder verschillende namen. Afdekkap plafond, afdekkapje plafond, plafond afdekkap, afdekplaat en plafondrozet slaan in de praktijk allemaal op een rond of vierkant plaatje dat over een centraaldoos valt. De verschillen zitten in de doorsnede, de bouwhoogte en de manier van bevestigen, en juist die drie bepalen of het ding past.
| Type kap | Hoe hij eruitziet | Waarvoor je hem gebruikt | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Blinddeksel voor de centraaldoos | Vlak dekseltje zonder gat, klikt of schroeft op de doos | Lichtpunt dat definitief niet meer gebruikt wordt | Deksels zijn merkgebonden, neem het oude mee naar de winkel |
| Vlakke afdekplaat of rozet | Ronde of vierkante plaat, meestal 100 tot 160 mm | Doos die niet meer sluit of een gat dat uitgehakt is | Moet ruim over de beschadigde rand vallen |
| Holle afdekkap | Bolle kap met een centimeter of twee ruimte eronder | Als de lasklemmen niet volledig in de doos passen | Meet eerst hoever de klemmen onder het plafond uitsteken |
| Afdekkapje met snoerdoorvoer | Kapje met een gaatje in het midden | Lamp aan een snoer, het kapje verbergt de doorvoer | Het snoer mag niet aan de klemmen trekken |
| Opbouwdoos met dicht deksel | Kunststof doos die je op het plafond schroeft | Als de oude doos echt onbereikbaar is weggewerkt | Groter en zichtbaarder, maar wel gewoon te openen |
| Overschilderbare kunststof kap | Mat wit ABS zonder glans | Plafond in een afwijkende kleur of met structuur | Eerst ontvetten, licht schuren en voorstrijken |
| Metalen of houten sierrozet | Zwaardere, decoratieve uitvoering | Plek waar je het juist wel wilt zien | Meer gewicht, dus een plug in plaats van één schroefje |
Neem het oude deksel of een foto met een rolmaat ernaast mee naar de winkel. De helft van de mislukte aankopen komt doordat de kap net iets kleiner is dan het gat in het stucwerk.
Eerst de draden veilig afsluiten, dan pas de kap
Een kroonsteentje aan twee losse draden is geen afsluiting. De schroefjes en de metalen huls zitten aan de zijkanten open, en een kroonsteen hoort niet los in de ruimte te hangen maar in een doos. Dat een kap eroverheen komt, verandert daar niets aan: achter die kap zit nog steeds een open verbinding.
De aanpak die wel klopt begint in de meterkast. Schakel de groep uit die bij dit lichtpunt hoort en controleer daarna met een tweepolige spanningszoeker of er echt geen spanning meer staat. Doe dat op alle aders, en zet de wandschakelaar één keer aan en één keer uit. De schakeldraad is namelijk alleen spanningloos als de schakelaar open staat of de groep uit is.
Haal daarna het deksel van de centraaldoos, neem de aders van het kroonsteentje en sluit ze af in de doos zelf. Push-in lasklemmen of lasklemmen met een hendel zijn hier prettiger dan een kroonsteen: ze zijn volledig geïsoleerd, ze bouwen lager en ze laten zich makkelijker in de doos wegdrukken. Blijft de doorvoer naar een volgend lichtpunt nodig, dan verbind je die aders gewoon door in dezelfde klem. Meer over de doos zelf staat bij de centraaldoos in het plafond.
Wat je niet doet, is de aders inkorten en met isolatietape afplakken. Tape laat in de warmte van een plafond na een paar jaar los.
Elke verbinding moet in een doos zitten en bereikbaar blijven. Losse klemmen die je plat tegen het plafond duwt en er een plaatje overheen, voldoen daar niet aan. Een kap die je met één schroef losdraait, is prima: dan kun je er altijd weer bij.
Wat je doet als het deksel onder het stucwerk zit
Dit is de situatie die het vaakst voorkomt. De centraaldoos is bij het stucen meegenomen, alleen het gaatje waar de draden uitkomen is vrijgebleven, en het deksel zit onder een laagje gips. Het lijkt dan verleidelijk om de doos maar te laten zitten en er iets overheen te plakken.
Toch is het vrijmaken van dat deksel de kortste weg, en het is minder werk dan het klinkt. Zet de punt van een afbreekmes in het gat waar de draden uitkomen en snijd in een ruime cirkel naar buiten toe, tot je met het mes de harde rand van het deksel voelt. Krab daarna met een smalle platte schroevendraaier het gips van de dekselrand af tot de sponning vrij is. Houd de stofzuigerslang erbij, want gipsstof uit een plafond komt precies in je ogen terecht.
De schade die je zo maakt, is een ring van hooguit een centimeter breed rond de doos. Die valt volledig weg onder de kap, dus je hoeft er niets aan te repareren. Is het uitgelopen tot een rafelig gat, vul dan de ergste hoeken met wat vulmiddel en kies een kap die ruim over de rand valt.
Wil je het deksel echt niet vrijmaken, knip dan in elk geval niet het kroonsteentje doormidden om de helften plat tegen het plafond te duwen. Je houdt dan twee open verbindingen buiten een doos, tegen een stuclaag aan, met een plaatje ervoor. Schroef in dat geval een opbouwdoos over de bestaande inbouwdoos heen en maak de verbinding daarin.
Welke maat afdekkap past over jouw lichtpunt
Meten kost twee minuten en scheelt een tweede rit naar de bouwmarkt. Je hebt drie maten nodig: de doorsnede van het gat in het plafond, de doorsnede van de doos eronder en de hoogte waarmee de klemmen onder het plafondvlak uitsteken. Die laatste vergeten de meeste mensen, en daardoor komt de kap er scheef op te staan.
Voor de doorsnede houden wij één vuistregel aan: een plafond afdekkapje moet aan alle kanten minstens anderhalve centimeter over de rand van het gat vallen. Ligt de kap er precies overheen, dan zie je bij de kleinste scheefstand een donkere sikkel langs de rand. Bij een uitgehakt gat neem je liever een maatje ruimer dan dat je gaat proberen het gat kleiner te maken. Is er zoveel weggebroken dat geen enkel kapje het nog dekt, dan kom je uit bij een grotere afdekplaat voor het plafond.
De maten hieronder zijn wat je in Nederlandse plafonds meestal aantreft. Ze verschillen per merk en per bouwjaar, dus gebruik ze om te weten waar je op moet letten en niet als vaste waarde.
| Wat je meet | Wat je meestal tegenkomt | Waarom het uitmaakt |
|---|---|---|
| Inbouw centraaldoos in het plafond | Rond, ongeveer 8 cm buitenmaat | Bepaalt welk blinddeksel erop past, per merk anders |
| Gewone inbouwdoos | Boorgat 65 mm, diepte 40 tot 60 mm | Kleiner dan een centraaldoos en met andere deksels |
| Gat in het stucwerk na vrijmaken | 9 tot 12 cm, zelden netjes rond | De kap moet hier ruim overheen vallen |
| Doorsnede vlakke afdekkap | 10 tot 16 cm | Meer dan 16 cm gaat opvallen in plaats van verbergen |
| Bouwhoogte holle kap | 1,5 tot 3 cm binnenwerks | Moet groter zijn dan wat er onder het plafond uitsteekt |
| Uitstekende lasklemmen | Push-in klem ongeveer 1 cm, kroonsteen 1,5 tot 2 cm | Bepaalt of een vlakke kap kan of dat het een holle wordt |
| Snoerdoorvoer in een kapje | Gaatje van 6 tot 12 mm | Te ruim en het snoer zakt door, te krap en het knelt |
Geen schuifmaat in huis? Leg een stuk papier tegen het plafond, druk de rand van het gat af met je duim en meet die afdruk op tafel na. Dat is nauwkeurig genoeg voor een kap.
De kap vastzetten in beton, gips of hout
Een afdekkap weegt vrijwel niets, dus zwaar bevestigingsmateriaal heb je niet nodig. Wat je wel wilt, is dat hij niet gaat rammelen en dat je hem er over vijf jaar weer af krijgt. Eén schroef in het midden, waarna je de kap een kwartslag draait tot de sleuf over de schroefkop valt, is de netste oplossing. Je ziet dan geen enkele schroefkop meer.
Waar je in schroeft, hangt af van het plafond. Beton en steen vragen een plug, gipsplaat vraagt een gipsplaatplug of een schroef in het regelwerk, en hout neemt gewoon een houtschroef aan. Zit je met een gipsplaten plafond, dan is de vraag waar de latten of profielen lopen, en dat leg je uit bij het regelwerk onder gipsplaten. Boor bij een houten plafond van schrootjes voor, want een dun schroothout splijt zonder voorboren. Twijfel je waar jouw plafond uit bestaat, kijk dan bij de andere gidsen over wanden en plafonds.
Vaak hoef je helemaal niet in het plafond te boren. Veel centraaldozen hebben in het deksel twee schroefgaten, en daar kun je de kap direct aan vastzetten. Dat is de mooiste variant: geen extra gaten, geen plug, en het deksel blijft functioneel.
| Waar je in schroeft | Zo zet je de kap vast | Waar het misgaat |
|---|---|---|
| Beton | Steenboor 6 mm, nylon plug, schroef 4 x 40 | Wapening vlak onder het oppervlak, verleg het gat dan enkele centimeters |
| Gipsplaat op regelwerk | Gipsplaatplug, of rechtstreeks een schroef in de regel | Een gewone nylon plug draait rond in het gips |
| Stucwerk op steen | Doorboren tot in de steen, plug helemaal doorzetten | Een plug die alleen in de stuclaag zit, trekt eruit |
| Houten schrootjes of schroten | Houtschroef 3 x 25, voorboren met 2 mm | Zonder voorboren splijt het schroothout langs de nerf |
| Verlaagd plafond met profielen | Schroef in het profiel zoeken, niet in de plaat | In de plaat alleen zakt de schroef mee omlaag |
| Rietgips of oud raapwerk | Een lat opzoeken en daarin schroeven | Rietgips brokkelt rond het boorgat weg |
| Deksel van de centraaldoos | De bestaande schroefgaten in het deksel gebruiken | Schroef niet zo lang dat hij op de aders drukt |
Boor niet blind in een plafond waarvan je de opbouw niet kent. Vlak naast een centraaldoos lopen de leidingen naar de schakelaar, meestal in een rechte lijn richting de muur. Blijf met je boorgat binnen een paar centimeter van de doos of houd juist ruime afstand, en boor niet dieper dan de plug lang is. Plafondplaten uit de jaren zestig tot begin jaren negentig kunnen asbest bevatten. Herken je zo'n harde, grijze plaat met een vezelige breuk, boor er dan niet in en laat het onderzoeken.
Zo valt de kap straks nauwelijks op
Standaard wit uit de verpakking is zelden hetzelfde wit als je plafond. Kunststof kappen zijn bijna altijd overschilderbaar, maar niet zonder voorbereiding: ontvet de kap eerst, schuur hem licht op met korrel 240 tot de glans eraf is en zet er een hechtprimer op. Zonder die twee stappen laat de verf bij het eerste stofdoekje los.
De rand is wat je uiteindelijk ziet. Een dun randje overschilderbare acrylaatkit langs de kap laat hem in het plafond overlopen in plaats van erop liggen. Breng die kit aan met een klein spuitmondje, strijk hem met een natte vinger af en wacht met verven tot hij door en door droog is. Hoe lang dat duurt, staat in onze tabel met droogtijden per materiaal, want acrylaatkit is aan de buitenkant veel eerder droog dan vanbinnen.
Heeft je plafond spuitwerk of een structuurlaag, dan blijft de kap altijd een gladde plek. Je kunt daar met een spons wat structuurpasta op stippelen, maar in de praktijk valt een gladde ronde plek minder op dan een nagemaakte structuur die net niet klopt. Ga je het hele plafond toch onder handen nemen, dan kun je de kap meenemen in het werk; bij het spuiten van een plafond lees je hoe je zoiets afplakt en in één gang meeneemt.
Schilder de kap voordat je hem ophangt, liggend op een stuk karton. Twee dunne lagen met een klein rolletje geven een veel gelijkmatiger resultaat dan kwastwerk boven je hoofd.
Als het lichtpunt er later toch weer moet komen
Plannen veranderen. Een eettafel verschuift, een kamer wordt een werkkamer, en dan wil je dat lichtpunt ineens weer gebruiken. Monteer de kap daarom zo dat hij met één schroefje los kan, en leg vast wat eronder zit.
Schrijf met een fijne stift aan de binnenkant van de kap wat de situatie is: dat er een centraaldoos boven zit, welke groep in de meterkast erbij hoort en wanneer je het hebt afgesloten. Maak daarnaast een foto van de open doos met de aders erin voordat je het deksel dichtdoet. Wie er over tien jaar bij moet, jij of iemand anders, weet dan meteen waar hij aan toe is.
Wil je het lichtpunt weer in gebruik nemen, dan schakel je de groep uit, haal je de kap eraf en zet je de aders terug op de klemmen van het armatuur. Hoe je dat aansluit en ophangt staat bij het ophangen van een lamp aan het plafond. Let er daarbij op of er een aardedraad in de doos zit. In woningen van voor ongeveer 1975 loopt er vaak geen aarde naar de lichtpunten, en dan kun je alleen een armatuur zonder aardaansluiting kwijt.
Andere manieren om het lichtpunt weg te werken
Niet iedereen wil een plaatje midden op het plafond. Er zijn drie andere routes, elk met een eigen prijskaartje aan werk.
De eerste is het lichtpunt achter een nieuw plafondvlak laten verdwijnen. Dat is de logische keuze als je de ruimte toch aanpakt, bijvoorbeeld omdat je leidingen wegwerkt of de akoestiek wilt verbeteren. Bij een verlaagd plafond maken lees je hoe je dat opbouwt, en de doos blijft dan bereikbaar via een inspectieluikje of via een spot in de buurt. Ligt het lichtpunt dicht bij de wand, dan kan een koof maken hetzelfde doen zonder dat de hele kamer lager wordt.
De tweede is er iets nuttigs op zetten in plaats van iets doods. Een opbouwspot, een kleine plafonnière of een rookmelder op netspanning past vaak precies over de doos, en dan hoef je niets af te dekken. Dat kost je één armatuur en het levert licht op, terwijl een blinde kap alleen maar wit is.
De derde route komt veel voor en raden we af: de doos helemaal dichtstucen. Het ziet er de eerste dag prachtig uit, maar je hebt een verbinding in je plafond zitten waar niemand meer bij kan en waarvan over vijf jaar niemand meer weet dat hij er is. Wil je toch die strakke lijn, laat dan een installateur de aansluiting in de meterkast verwijderen en de leiding eruit halen, zodat er ook echt niets meer boven het stucwerk zit.
Zo plaats je een afdekkap over een ongebruikt lichtpunt
Deze volgorde geldt voor een centraaldoos in een stuc- of betonplafond en werkt met kleine aanpassingen ook bij gipsplaat.
-
Zet de groep uit en controleer of het spanningloos is
Schakel in de meterkast de groep van dit lichtpunt uit en zet de wandschakelaar in beide standen. Meet daarna met een tweepolige spanningszoeker tussen alle aders onderling en tussen elke ader en aarde. Een lampje in een schroevendraaier is hiervoor niet betrouwbaar genoeg.
-
Zoek de rand van de centraaldoos op
Voel of tik rond het gat waar de draden uitkomen. De doos is meestal een centimeter of acht in doorsnee, dus de rand zit ongeveer vier centimeter uit het hart. Zit er nog een stuclaag overheen, snijd die dan met een afbreekmes in een ruime cirkel in.
-
Maak het deksel vrij en haal het eraf
Krab het gips van de dekselrand met een smalle platte schroevendraaier, van het midden naar buiten toe. Werk rustig en houd de stofzuiger erbij. De ring beschadiging die je maakt, verdwijnt straks helemaal onder de kap, dus daar hoef je niet omheen te werken.
-
Sluit de aders af in de doos
Haal het kroonsteentje eruit en zet elke ader in een push-in lasklem of een klem met hendel. Loopt de voeding door naar een ander lichtpunt, verbind die aders dan in dezelfde klem door. Duw de klemmen zo in de doos dat er geen ader klem komt te zitten tussen doos en deksel.
-
Zet het deksel terug en meet de kap uit
Klik of schroef het deksel terug en kijk hoever het geheel onder het plafondvlak uitsteekt. Houd de kap er droog tegenaan om te zien of hij vlak ligt en of hij ruim over het beschadigde stucwerk valt. Wringt het, neem dan een holle kap in plaats van een vlakke.
-
Bevestig de kap met één schroef
Gebruik bij voorkeur de schroefgaten in het deksel. Moet je toch in het plafond, boor dan met 6 mm in beton of gebruik een gipsplaatplug, en boor niet dieper dan de plug lang is. Draai de kap daarna een kwartslag zodat de sleuf over de schroefkop valt en de kop uit het zicht is.
-
Werk de rand af en schakel de groep weer in
Zet een dun randje overschilderbare acrylaatkit langs de kap en strijk het met een natte vinger af. Laat de kit doordrogen voordat je verft. Schakel daarna de groep weer in en controleer of de rest van de verlichting op die groep het gewoon doet.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de kap definitief vastzet
Uit de praktijk
Twee draden met een kroonsteentje midden in de woonkamer
In een woonkamer werd besloten om geen plafondlamp op te hangen; de verlichting kwam van staande lampen langs de wand. Daardoor hingen er twee aders met een kroonsteentje eraan uit het plafond, precies boven de zithoek. De bewoner wilde er een plaatje overheen, maar vroeg zich af of dat mocht met dat kroonsteentje eraan.
Het antwoord daarop is nee, en de oplossing kostte een halfuur. Groep uit, met een duspol gecontroleerd op beide aders, het deksel van de centraaldoos eraf en het kroonsteentje verwijderd. De twee aders gingen in een push-in lasklem die vervolgens plat in de doos werd gedrukt. Deksel erop, een vlakke kap van twaalf centimeter met één schroefje aan het deksel, en een kwartslag draaien tot de schroefkop verdween. Wat overbleef was een wit rondje dat je vanaf de bank niet meer opmerkt.
Een deksel dat volledig onder het stucwerk zat
Bij een gestuct plafond kwamen alleen de draden nog naar buiten door een gaatje van een centimeter. Het deksel was bij het stucen meegenomen en zat muurvast onder het gips. De eerste gedachte was om de doos maar zo te laten en er een plaat overheen te schroeven.
Dat is precies waar het misgaat, want dan zit de verbinding onbereikbaar in een dichte doos. Met de punt van een afbreekmes werd vanaf het gaatje in een cirkel naar buiten gesneden tot de harde dekselrand voelbaar was, ongeveer vier centimeter uit het hart. Daarna ging het gips er met een smalle schroevendraaier in stukjes af. Totale schade: een ruwe ring van een centimeter breed rond de doos, die volledig wegviel onder een kap van veertien centimeter. Er hoefde niets gestuct of geschilderd te worden.
De kap paste niet over de klemmen
Op een ander adres was de doos wel bereikbaar, maar stak de kroonsteen ruim anderhalve centimeter onder het plafond uit. De vlakke kap die al gekocht was, kwam daardoor scheef te hangen. Het plan werd toen om de kroonsteen doormidden te knippen en de twee helften plat tegen het plafond te duwen.
Dat lost het probleem op de verkeerde manier op: je houdt twee open verbindingen buiten de doos, tegen de stuclaag aan. Wat wel werkte, was de kroonsteen vervangen door twee push-in lasklemmen. Die bouwen ongeveer een centimeter en verdwenen samen met de doorgelusde aders volledig in de doos. Het deksel ging er zonder wringen op en de vlakke kap lag daarna kaarsrecht tegen het plafond.
Veelgemaakte fouten
De draden alleen met isolatietape afplakken
Tape lijkt genoeg als er toch een kap overheen komt. In de praktijk laat de lijm los door de warmte in een plafond en door het eigen gewicht van de ader. Een losgelaten ader in een dichte doos ontdek je pas als de aardlekschakelaar eruit gaat. Gebruik een geïsoleerde lasklem.
Het kroonsteentje doorknippen en plat tegen het plafond duwen
Zo krijg je de kap er wel overheen, maar je houdt twee open verbindingen buiten een doos. Push-in lasklemmen zijn kleiner én geïsoleerd, en passen bijna altijd wel in de doos. Lukt dat echt niet, kies dan een holle kap in plaats van de verbinding naar buiten te verplaatsen.
De centraaldoos volledig dichtstucen
Dit gebeurt bij half Nederland en het ziet er strak uit, maar je verstopt een verbinding waar niemand meer bij kan. Over vijf jaar weet niemand meer dat hij er zit. Een kap met één schroef ziet er bijna net zo netjes uit en houdt de doos gewoon bereikbaar.
Boren zonder te weten wat er in het plafond zit
Naast een centraaldoos lopen de leidingen naar de schakelaar, meestal in een rechte lijn richting de muur. Een plugboorgat van vijf centimeter diep raakt die leiding zonder moeite. Boor niet dieper dan de plug lang is en gebruik waar het kan de schroefgaten die al in het deksel zitten.
De kap op dubbelzijdige montagetape zetten
Het is snel en er zit geen gat in je plafond. Maar in een warme kamer kruipt de tape, en als je de kap er ooit af haalt, komt de verflaag mee. Je bent dan alsnog aan het plamuren en schilderen voor iets wat één schroefje had gekost.
Een kap kopen die precies zo groot is als het gat
Op de winkelvloer lijkt dat de nette keuze. Boven je hoofd blijkt de kap nooit perfect gecentreerd te zitten en dan zie je aan één kant een donkere sikkel langs de rand. Neem een kap die aan alle kanten minstens anderhalve centimeter overlapt.
De kap ongeschuurd overschilderen
Verf hecht slecht op glad, vetachtig ABS. Zonder ontvetten, licht schuren en een hechtprimer bladdert de laag bij het eerste stofdoekje af, en op een plafond zie je zo'n randje meteen. Schilder de kap liggend op een stuk karton voordat je hem ophangt.
Veelgestelde vragen
Wat kost een afdekkap voor het plafond?
Een eenvoudige witte kunststof kap of een blinddeksel kost tussen de drie en tien euro. Voor een holle kap of een uitvoering in metaal of hout betaal je vijftien tot dertig euro. Reken daarnaast op een paar euro voor lasklemmen en een plug. De klus zelf kost meer tijd dan geld: het meeste werk zit in het vrijmaken van het deksel, niet in het onderdeel.
Welke maat afdekkapje plafond heb ik nodig?
Meet de doorsnede van het gat in het stucwerk en tel daar aan beide kanten anderhalve centimeter bij op. Bij een gat van tien centimeter kom je dan uit op een kap van dertien tot veertien centimeter. Meet ook hoever de klemmen onder het plafond uitsteken: is dat meer dan een centimeter, dan heb je een holle kap nodig in plaats van een vlakke.
Mag ik een kroonsteentje achter de afdekkap laten zitten?
Niet los tegen het plafond. Een kroonsteen heeft open zijkanten en hoort in een doos te zitten, en een plaatje ervoor is geen omhulling. Haal het deksel van de centraaldoos, zet de aders in geïsoleerde lasklemmen en druk die in de doos. Zit alles binnen de doos met het deksel erop, dan is de kap er puur voor het aanzicht en is de situatie in orde.
Hoe dek ik een lichtpunt in het plafond af met een afdekkap?
Schakel de groep uit, controleer met een tweepolige spanningszoeker dat er geen spanning meer staat en haal het deksel van de centraaldoos. Vervang het kroonsteentje door een geïsoleerde lasklem, druk die in de doos en zet het deksel terug. Daarna schroef je de kap vast, het liefst aan de schroefgaten van het deksel zelf, en draai je hem een kwartslag zodat de schroefkop uit het zicht valt.
Moet de centraaldoos in het plafond bereikbaar blijven?
Ja, verbindingen in een installatie horen bereikbaar te zijn voor controle en onderhoud. Een kap die je met een schroefje losdraait, voldoet daaraan: je kunt er altijd weer bij. Volledig dichtstucen doet dat niet. In bestaande woningen kom je dat veel tegen, maar het is geen situatie die je zelf nieuw zou moeten maken. Meer over dit soort dozen staat bij de centraaldoos in het plafond.
Kan ik een plafond afdekkap overschilderen?
Bij een matte kunststof kap gaat dat prima, mits je hem voorbehandelt. Ontvet de kap, schuur hem licht op met korrel 240 tot de glans weg is en zet er een hechtprimer op. Daarna twee dunne lagen plafondverf met een klein rolletje, liggend op een stuk karton. Bij een sterk glanzende of gecoate kap hecht verf zelfs met primer matig, dan is een matte kap kopen makkelijker.
Hoe bevestig ik een afdekkap op een gipsplaten plafond?
Een gewone nylon plug draait rond in gipsplaat, dus die werkt hier niet. Gebruik een gipsplaatplug die zich achter de plaat opvouwt of spreidt, of schroef rechtstreeks in het regelwerk als je een lat of profiel kunt vinden. Waar die latten lopen, lees je bij het regelwerk onder een gipsplaten plafond. Zit er een centraaldoos in de plaat, dan is schroeven aan het deksel meestal de simpelste route.
Wat doe ik als het deksel van de centraaldoos onder het stucwerk zit?
Snijd vanaf het gaatje waar de draden uitkomen met een afbreekmes in een ruime cirkel naar buiten, tot je de harde rand van het deksel voelt, meestal een centimeter of vier uit het hart. Krab het gips daarna met een smalle platte schroevendraaier van de dekselrand af. De ring beschadiging die overblijft, is hooguit een centimeter breed en verdwijnt volledig onder de kap.
Mag ik de draden gewoon afknippen en in het plafond wegwerken?
Afknippen mag, maar dan moeten de uiteinden alsnog geïsoleerd worden en in een doos blijven zitten. Een afgeknipte ader die los in een dichtgemaakte doos ligt, kan tegen een andere ader of tegen een metalen deel komen. Zit er een schakeldraad bij die nog vanaf de wandschakelaar gevoed wordt, dan staat die bij ingeschakelde schakelaar gewoon onder spanning. Dop elke ader dus af of verbind ze in een klem.
Kan ik een afdekkap in de badkamer gebruiken?
Dat kan, maar houd rekening met de zone waarin het lichtpunt zit en met condens. Recht boven een douche of bad gelden strengere eisen aan de spatwaterdichtheid, en een gewone kunststof kap sluit niet af. Ook loopt vocht achter een kap makkelijk aan tot beschimmeling van de rand. Speelt dat al, kijk dan bij schimmel op het plafond van de badkamer naar de oorzaak.
Hoe krijg ik de afdekkap zo onopvallend mogelijk?
Neem een vlakke kap in plaats van een bolle, want hoogte werpt schaduw en schaduw valt op. Schilder hem in de kleur van je plafond en zet een dun randje overschilderbare acrylaatkit langs de rand, zodat er geen schaduwlijntje overblijft. Laat die kit doordrogen voordat je verft; de droogtijden per materiaal laten zien dat acrylaatkit vanbinnen veel later droog is dan vanbuiten.
Er komen vier draden uit mijn plafond, wat betekent dat?
Meestal zie je dan de voeding en de doorvoer naar een volgend lichtpunt, of een tweede schakeldraad voor een apart te schakelen deel. De aders zijn dan niet allemaal hetzelfde: blauw is de nul, bruin of zwart de schakeldraad, groengeel de aarde. Fotografeer de doos voordat je iets losneemt en laat de doorverbinding intact, anders valt een ander lichtpunt uit. Bij twijfel over welke ader waar hoort, laat je het meten.
Wanneer je beter een vakman belt
Een afdekkap plaatsen is werk dat je met een spanningszoeker en een schroevendraaier zelf doet. Er zijn drie momenten waarop je beter stopt.
Het eerste is als je na het uitschakelen van de groep nog steeds spanning meet, of als je niet kunt achterhalen welke groep bij dit lichtpunt hoort. Dan klopt er iets niet in de indeling van de installatie en dat wil je weten voordat je iets losneemt. Wijzigingen in de meterkast zelf, achter de hoofdzekering, zijn sowieso werk voor een installateur.
Het tweede is een plafond waarvan je vermoedt dat het asbesthoudend board is, zoals de harde grijze platen die tot begin jaren negentig werden toegepast. Daar boor of zaag je niet in. Laat eerst vaststellen wat het is.
Het derde is hoogte. Een plafond in een hal met een vide of boven een trapgat haal je niet even met een keukentrapje. Werk daar met een deugdelijke rolsteiger of laat het doen; een val van drie meter met een boormachine in je hand loopt zelden goed af.