Waterdruk verhogen zonder je installatie te overbelasten
Een slappe straal komt maar zelden door te weinig bar. Meestal ontbreken er liters per minuut, en dat los je op met een schoon zeefje, een grotere leidingdiameter of een toestel dat meer warm water kan leveren. Meet daarom eerst met een emmer en een stopwatch wat er werkelijk uit de kraan komt. Pas als er dan nog een tekort overblijft, heeft een drukverhoger zin, en die hoort in de hoofdaanvoer en niet op één aftakking.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Manometer met slangkoppeling voor de wasmachine- of buitenkraan
- Emmer van tien liter en een stopwatch
- Waterpomptang met een lap eromheen tegen krassen
- Steeksleutels of een verstelbare sleutel
- Kleine schroevendraaier en een pincet om zeefjes uit te nemen
- Oude tandenborstel
- Teiltje en een handdoek voor het aftappen
Materiaal
- Schoonmaakazijn of een ontkalker voor sanitair
- Nieuwe beluchters in de maat van je kranen
- Rubberringetjes voor doucheslang en flexibele aansluitslangen
- Teflontape of vlas met afdichtpasta
- Vervangende inlaatcombinatie als de oude blijft haken
- Eventueel een drukreduceerventiel met manometer
Meet eerst of het aan de druk of aan het debiet ligt
Een slappe straal is bijna nooit alleen een drukprobleem. Druk is de kracht waarmee het water tegen de kraan duwt en die reken je in bar. Debiet is het aantal liters dat er per minuut doorheen kan. Allebei worden ze bepaald door je aansluiting en door de leidingen die het water door je huis brengen, en wie de verkeerde van de twee aanpakt koopt een pomp die niets oplost.
Het verschil zie je goed aan een hogedrukreiniger. Die perst honderd bar door een gaatje ter grootte van een speldenkop en levert ondertussen maar een paar liter per minuut. Onder de douche wil je precies het omgekeerde: genoeg bar om het water rond te krijgen, maar vooral veel liters. Een sproeier in de tuin vraagt juist wel om bar.
Meten kost je een kwartier. Zet een emmer van tien liter onder de keukenkraan, draai hem volledig open en klok hoe lang het vullen duurt. Zes seconden per liter komt neer op tien liter per minuut. Doe dat één keer met koud water en één keer met de kraan volledig warm, en herhaal het bij de douche. Zo weet je meteen of het overal speelt of alleen op één punt, en dat kort de lijst met mogelijke oorzaken van een lage waterdruk flink in.
Voor de druk zelf koop je voor een paar tientjes een manometer met een slangkoppeling die je op de wasmachinekraan of de buitenkraan draait. Wat je daar niet voor kunt gebruiken is de wijzer op je cv-ketel. Die hoort bij het gesloten cv-circuit en zegt niets over je drinkwater. Er is één verband: je vult dat circuit met leidingwater, dus staat de ketel op 2 bar, dan heb je op die plek minstens 2 bar leidingdruk gehad.
| Wat je meet | Waarmee | Richtwaarde | Wat een lagere waarde aanwijst |
|---|---|---|---|
| Druk bij de watermeter, alle kranen dicht | Manometer op de wasmachinekraan | Ongeveer 2 tot 3 bar | De aanvoer vanaf de straat of een klemmende hoofdkraan |
| Druk terwijl er water loopt | Manometer met een tweede kraan open | Blijft boven 1 bar | Weerstand in de leiding tussen meter en tappunt |
| Debiet koud water in de keuken | Emmer van tien liter en een stopwatch | Rond de 10 tot 16 liter per minuut | Dichtgeslibd zeefje, dunne leiding of hoofdkraan half dicht |
| Debiet warm water | Emmer en stopwatch, kraan volledig warm | Rond de 7 tot 12 liter per minuut | Het warmwatertoestel, de inlaatcombinatie of een 12 mm leiding |
| Verschil tussen twee tappunten | Beide apart klokken | Ongeveer gelijk | Een probleem in de kraan of de aftakking van het slechtste punt |
| Terugval bij twee open kranen | Douche en keuken tegelijk | Merkbaar maar niet dramatisch | Een te dunne hoofdleiding of stijgleiding |
Klok altijd met alle andere kranen dicht en schrijf de uitkomst op met de datum erbij. Zakt de straal een jaar later opnieuw, dan zie je in één oogopslag of het verbeelding is of dat er echt liters verdwenen zijn.
Wat je aansluiting hoort te leveren
De leveringsdruk van je waterbedrijf geldt op maaiveldhoogte, dus bij de erfgrens of in een meterkast op de begane grond. In de meeste Nederlandse woningen staat daar ergens tussen de 2 en 3 bar. Aan het tappunt zelf hoort tijdens gebruik minimaal 1 bar over te blijven, en bij normaal gebruik komt het niet boven de 5 bar uit.
Vanaf de watermeter is de aansluiting op een beperkt aantal liters gedimensioneerd, in een gewone woning grofweg vijfenveertig liter per minuut voor het hele huis. Dat is de bovengrens van je installatie. Geen enkele pomp haalt daar meer uit, want een pomp kan alleen verplaatsen wat er binnenkomt.
Hoogte kost druk. Elke tien meter stijging haalt er ongeveer een bar af, en een verdieping is al gauw drie meter. Een badkamer op zolder begint dus met bijna een bar minder dan de keukenkraan beneden. Lengte en bochten kosten ook: elke knie, elke koppeling en elke meter leiding geeft weerstand, en dat merk je pas op het moment dat er water stroomt.
De diameter doet daarbij het meeste werk. Als een leiding dikker wordt, gaat de doorlaat veel harder omhoog dan de maat zelf, dus de stap van 12 naar 15 millimeter is groter dan hij klinkt. In oudere woningen ligt vaak nog 12 millimeter naar de badkamer, en dat is precies de reden dat een dure kraan daar toch tegenvalt. Welke maten waar gangbaar zijn, staat in ons overzicht met standaardmaten en maatvoering.
| Leiding | Waar je hem tegenkomt | Richtwaarde doorstroming | Waar hij tekortschiet |
|---|---|---|---|
| 10 mm koper | Oude aftakking naar een fonteintje | Enkele liters per minuut | Alles behalve dat fonteintje |
| 12 mm koper | Oudere woningen, aftakking naar douche of boiler | Ongeveer 5 tot 7 liter per minuut | Regendouche, bad vullen, twee tappunten tegelijk |
| 15 mm koper of 16 mm meerlagenbuis | Standaard aftakking naar een tappunt | Ongeveer 10 liter per minuut | Zware tapmomenten en lange leidinglengtes |
| 22 mm koper of 25 mm meerlagenbuis | Hoofdleiding en toevoer naar de cv-ketel | Ruim genoeg voor de hoogste comfortklassen | Zelden, tenzij hij vol kalk zit |
| Halve duim, ongeveer 15 mm | Kraanaansluitingen en buitenlandse installaties | Vergelijkbaar met 15 mm koper | Lange trajecten met veel bochten |
| Flexibele aansluitslang | Achter kranen, ketels en wasmachines | Merkbaar minder dan de leiding erachter | Als je er twee of drie achter elkaar zet |
| Tuinslang 13 mm | Standaardrol uit de bouwmarkt | Loopt hard terug boven de vijfentwintig meter | Sproeiers aan het eind van een lange slang |
| Tuinslang 19 mm | Zwaardere rol, vaak per meter verkocht | Houdt over grote lengtes veel meer over | Nauwelijks, wel duurder en stugger in de bocht |
Reken je hoogteverlies uit voordat je een pomp uitkiest. Drie meter stijging is ongeveer 0,3 bar, dus van de meterkast naar een badkamer op de tweede verdieping ben je al bijna 0,6 bar kwijt voordat er ook maar water stroomt.
Waterdruk verhogen zonder pomp
Voordat er een pomp aan te pas komt, zit er in de meeste woningen nog winst in dingen die vrijwel niets kosten. Begin bij de hoofdkraan naast de watermeter. Een wielkraan die jaren niet bewogen heeft, staat vaak een slag of twee te weinig open. Bij oude exemplaren kan het binnenwerk losgeraakt zijn: het wiel draait dan wel, maar de klep blijft half staan. Draai hem volledig open en daarna een kwartslag terug.
Daarna komen de beluchters aan de beurt, de zeefjes vooraan in de kraanuitloop die je met de hand losdraait of met een waterpomptang met een lap eromheen. Daar zit binnen een paar jaar zoveel kalk en zand in dat de doorlaat halveert. Leg zo'n zeefje een nacht in schoonmaakazijn, borstel het uit met een oude tandenborstel en zet het terug. Doe hetzelfde met de zeefjes in de s-koppelingen achter een douche- of badkraan, want daar verzamelt zich hetzelfde vuil.
In veel douchekoppen en in de wartel van de doucheslang zit een waterspaarder: een kunststof ringetje met een klein gaatje dat het debiet begrenst. Draai de slang los en kijk in de schroefdraad van de sproeier. Haal je dat ringetje eruit, dan heb je de volle doorlaat terug, maar je verbruikt vanaf dat moment ook meer water en meer gas om het op te warmen.
Kijk daarna naar de flexibels. Elke flexibele aansluitslang onder een kraan heeft een kleinere inwendige doorlaat dan de leiding waar hij aan zit, en drie van die slangen achter elkaar in een krappe bocht kosten je merkbaar debiet. Kort en recht wint het hier van lang en opgerold. Levert dit alles bij elkaar te weinig op, dan is een dikkere aftakking de echte oplossing en niet een pomp.
Haal de doorstroombegrenzer niet weg bij een toestel dat het al nauwelijks bijhoudt. Een combiketel of geiser verwarmt het water terwijl het langsstroomt. Laat je er meer liters per minuut doorheen, dan zakt de temperatuur en sta je met lauw water te douchen in plaats van met een krachtige straal.
Slap warm water uit een ketel of boiler
Warm water komt nooit met meer druk uit de kraan dan koud water. Het koude water duwt de inhoud van je boiler naar buiten, dus alles wat de koude kant beperkt, beperkt de warme kant net zo hard. Meet daarom altijd allebei aan hetzelfde tappunt. Is koud goed en warm slap, dan zit het probleem tussen de aftakking en de kraan, en dat is een overzichtelijk stuk installatie.
Het eerste onderdeel dat je nakijkt is de inlaatcombinatie onder een boiler. Dat blok bevat een afsluiter, een terugslagklep en een overdrukventiel, en aan de zijkant zit vaak een kraantje dat niet helemaal open blijkt te staan. Binnenin zit een kunststof klepje met een pennetje dat in een gaatje valt. Breekt dat pennetje af of schiet het uit het gaatje, dan blijft de klep half hangen en houd je een dun straaltje over, ook al is de boiler nog geen jaar oud.
Loopt het na een tijdje tappen langzaam beter, dan wijst dat naar de aanvoer of naar lucht in het vat. Daar is een simpele test voor. Houd de uitloop van de keukenkraan met je duim dicht, zet de warme kraan helemaal open, wacht tot de druk zich opbouwt en haal je duim weg. Spuit het eerst met kracht en zakt het daarna in, dan komt er te weinig water bij de boiler binnen. Blijft het meteen sijpelen, dan zit het in of achter de boiler, meestal in een verkalkte uitstroombuis.
In oudere installaties kom je nog een klassieke boosdoener tegen: het korte stuk koper van 22 millimeter met een rubberen balg erin dat vroeger als waterslagdemper in de warmwaterleiding werd gezet. Dat rubber zwelt in de loop van de jaren op en knijpt de doorlaat langzaam dicht. Sluit de hoofdkraan, tap af en dop de leiding netjes af zolang je eraan werkt, en zet er een recht stuk buis voor terug.
Als alleen de douche het laat afweten
Speelt het probleem op één tappunt en verder nergens, dan hoef je de installatie niet in. Draai de doucheslang los van de kraan en van de kop en laat het water even los in het putje lopen. Komt er dan een dikke straal uit de kraan, dan zit de vernauwing in de slang, de kop of de begrenzer daartussen. Blijft het ook zonder slang mager, dan liggen de zeefjes in de aansluitkoppelingen of het binnenwerk van de thermostaatkraan voor de hand. Kalk op de sproeigaatjes van de kop haal je eraf door de kop een nacht in schoonmaakazijn te leggen en daarna met je duim over de nozzles te wrijven.
De inlaatcombinatie is een veiligheidsonderdeel. Het overdrukventiel erin moet open kunnen als het water in de boiler uitzet bij het opwarmen. Zet dat ventiel nooit vast en dop de afvoer ervan nooit dicht, ook niet als het af en toe druppelt. Werkt het niet goed, dan vervang je het complete blok in plaats van het te repareren. De 7 bar die erop staat is de openingsdruk van het ventiel, geen aanwijzing over de druk die je uit de kraan mag verwachten.
Waarom een regendouche zacht aanvoelt en wat wel helpt
De klacht dat een nieuwe regendouche tegenvalt, gaat bijna nooit over bar. Een brede kop verdeelt hetzelfde water over veel meer gaatjes, dus per gaatje blijft er minder over. Bij de betere modellen wordt er lucht bijgemengd, waardoor de druppels dikker aanvoelen dan ze zijn. De naam vertelt eigenlijk al wat je krijgt: een warme regenbui en geen harde straal.
Wat wel telt is het aantal liters per minuut dat je warmwatertoestel kan leveren, en dat lees je af aan de comfortklasse in de handleiding. Nieuwbouw wordt vaak opgeleverd met een toestel dat genoeg is voor een gewone douche en de keuken, maar niet voor een brede regendouche met een handdouche erbij. Daar helpt geen pomp aan, want een ketel verwarmt nu eenmaal niet meer liters dan waar hij op gebouwd is.
Het tweede punt is de leiding naar de badkamer. Ligt daar 12 millimeter, dan houdt het op bij een liter of zes per minuut, hoe zwaar de ketel ook is. Een kop die vijftien liter per minuut vraagt, krijg je daar niet doorheen. De echte oplossing is een aftakking van 15 millimeter of dikker, rechtstreeks vanaf de verdeler naar de badkamer.
Wil je toch een stevige straal, kies dan een handdouche met minder en kleinere gaatjes. Bij hetzelfde debiet gaat de snelheid per straaltje omhoog en voelt het krachtiger, en dat is wat een goede spaardouche doet. Shampoo uitspoelen lukt daaronder vaak beter dan onder een brede kop met veel water dat langzaam naar beneden komt.
| Warmwatertoestel | Warm water per minuut, richtwaarde | Waar dat voor volstaat | Wat er niet in zit |
|---|---|---|---|
| Combiketel CW 3 | Rond de 7,5 liter | Keuken en een gewone douchekop | Regendouche of een bad vullen |
| Combiketel CW 4 | Rond de 10 liter | Douche en af en toe een klein bad | Twee tappunten tegelijk |
| Combiketel CW 5 | Rond de 12,5 liter | Ruime douche of een bad van gemiddelde inhoud | Regendouche plus handdouche tegelijk |
| Combiketel CW 6 | Rond de 15 liter | Groot bad of een zware regendouche | Weinig, mits de leiding het aankan |
| Elektrische boiler op voorraad | Zoveel als de leiding doorlaat, tot het vat leeg is | Korte douchebeurten en de keuken | Lange douches, daarna is het warme water op |
| Doorstroomgeiser | Vaak 5 tot 8 liter | Keuken en wastafel | Comfortabel douchen onder een brede kop |
Kijk voordat je een kop bestelt op de verpakking hoeveel liter per minuut hij vraagt. Leg dat getal naast wat je toestel levert en naast de diameter van de leiding die er ligt. Die twee vergelijkingen voorkomen de duurste teleurstelling in de badkamer.
Een drukverhoger of hydrofoorpomp plaatsen
Blijft er na het meten en schoonmaken een echt tekort over, dan komt een drukverhoger in beeld. Zo'n unit bestaat uit een pomp, een drukschakelaar en meestal een klein drukvat. Draai je een kraan open, dan ziet de schakelaar de druk zakken en slaat de pomp aan. Het drukvat vangt de eerste liters op en voorkomt dat de pomp bij elk klein tapje meteen begint te pendelen.
De plek is bepalend. Een drukverhoger hoort in de hoofdaanvoer, direct achter de watermeter, zodat hij de hele installatie bedient. Zet je hem op één aftakking, bijvoorbeeld alleen naar de tuin, dan trekt hij tijdens het pompen de druk in de rest van de woning omlaag. Een wasmachine die op tijd vult in plaats van op niveau raakt daarvan in de war, en via de beluchters op de kranen kan er zelfs lucht de leiding in worden getrokken. Die lucht komt uiteindelijk bij de pomp terecht, en drooglopen overleeft de meeste pompen niet.
Kies daarnaast niet de zwaarste pomp die je kunt vinden. Veel hydrofoorpompen leveren een opvoerhoogte van veertig meter, dus ongeveer 4 bar, en dat is voor een woning te veel. Een halve tot twee bar erbij is doorgaans genoeg. Wordt het toch een sterk model, zet er dan een drukreduceerventiel achter. Je installatie houdt dan een constante druk en je voorkomt waterslag, lekkende koppelingen en een overdrukventiel dat gaat druppelen.
Aan de zuigzijde hoort een terugslagklep, anders zakt de leiding terug en blijft de pomp aan en uit slaan. Pompt de installatie uit een vat of een bron, dan hoort er ook een droogloopbeveiliging bij, bijvoorbeeld een vlotter die de pomp blokkeert zodra het niveau te laag wordt. Ga je zelf leidingwerk maken voor de aansluiting, dan werk je met een perstang op meerlagenbuis of met soldeerwerk in koper. Zet de pomp op trillingdempers, anders hoor je hem door de hele woning.
| Type | Waar hij thuishoort | Wat hij doet | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Compacte drukverhoger of homebooster | Hoofdaanvoer, direct achter de watermeter | Brengt de druk in de hele woning ongeveer 1 tot 2 bar omhoog | Levert niets extra's als de aanvoer zelf te weinig liters geeft |
| Hydrofoor met drukvat | Hoofdaanvoer of achter een voorraadvat | Houdt de leiding op druk en dempt het aanslaan van de pomp | Terugslagklep in de zuigzijde en de juiste voordruk in het vat |
| Drukverhoger met buffervat | Appartement of pand waar de aanvoer tekortschiet | Vult eerst een vat en pompt daaruit de woning in | Ruimte, geluid, gewicht en toestemming van de eigenaar |
| Zelfaanzuigende tuinpomp | Bij een regenton, put of bron onder pompniveau | Zuigt zelf aan tot ongeveer zeven meter diepte | Voetklep, droogloopbeveiliging en nooit rechtstreeks op drinkwater |
| Beregeningspomp | Tussen een vat en de sproeileiding in de tuin | Levert veel liters bij ongeveer 3 tot 4 bar | Automatisch schakelen, anders draait hij door zonder water |
| Drukpomp op een slang | Tussen kraan en sproeier in de tuin | Duwt een lange slang op druk | Smoorklep of drukregelaar erachter, de sproeier blijft de begrenzer |
| Circulatiepomp warm water | In de warmwaterleiding als lus terug naar het toestel | Zorgt dat er sneller warm water aan de kraan staat | Verhoogt de druk en het debiet niet, alleen de wachttijd wordt korter |
Controleer de voordruk in het drukvat met een gewone bandenspanningsmeter op het ventiel. Die hoort ongeveer 0,2 bar onder de inschakeldruk van de pomp te liggen. Zit er te weinig lucht in, dan slaat de pomp bij elk kopje water aan en is de drukschakelaar binnen een jaar versleten.
Vraag je waterbedrijf wat er mag voordat je een pomp op de aansluiting zet. Een pomp die rechtstreeks aan het leidingnet trekt kan onderdruk veroorzaken, en dat raakt niet alleen jouw woning. Veel bedrijven stellen daarom voorwaarden of vragen om een onderbreking met een vat. De watermeter en de hoofdkraan zelf blijven eigendom van het waterbedrijf en zijn vaak verzegeld.
Te weinig druk in een appartement, en wie dat oplost
Hoger wonen betekent minder druk, en dat is natuurkunde en geen defect. Het waterbedrijf garandeert de leveringsdruk op maaiveldhoogte. Alles daarboven is de verantwoordelijkheid van de eigenaar van het pand, en die hoort te zorgen dat er op elk tappunt genoeg overblijft, met een bar als ondergrens aan de kraan. Op de derde verdieping ben je door de hoogte alleen al bijna een hele bar kwijt.
Grotere complexen hebben daarom een gebouwhydrofoor in de kelder of de technische ruimte staan. Merk je daar niets van, dan is er iets met die installatie aan de hand: te laag afgesteld, een defecte schakelaar of een drukvat zonder lucht erin. Vraag daarom eerst je buren of zij hetzelfde ervaren. Is het gebouwbreed, dan is het geen klus voor jou maar een melding bij de verhuurder of de vereniging van eigenaren.
Een eigen drukverhoger in het appartement klinkt aantrekkelijk, maar er zitten drie praktische haken aan. De meterkast op een etage is bijna altijd te klein voor een pomp met vat. Zo'n pomp maakt hoorbaar geluid in een woning met lichte wanden, en zonder buffervat trek je aan een stijgleiding die al te weinig levert. Dat laatste merken je buren voordat jij er iets aan hebt.
Meet daarom voordat je iets koopt. Een emmer en een stopwatch bij het aanrecht, en zo mogelijk een manometer op de wasmachinekraan. Datzelfde rekenwerk hoort bij elke verbouwing waarbij er hoogte bij komt. Wie een woning optopt of een plat dak verhoogt om er ruimte onder te winnen, neemt de waterdruk op dat nieuwe niveau meteen mee in plaats van achteraf. En huur je, dan zet je de toestemming voor een pomp op papier voordat je gaat boren.
Vraag de vereniging van eigenaren of de verhuurder om een drukmeting bij de hoofdmeter beneden. Staat daar genoeg druk en op jouw etage niet, dan zit het in de stijgleiding of in de afstelling van de gebouwhydrofoor. Dat is werk voor het pand en niet voor jou.
Meer water uit de tuinslang en de sproeiers
In de tuin gaat de klacht meestal niet over de druk in huis, maar over wat er aan het eind van een lange slang overblijft. Een standaard tuinslang van 13 millimeter geeft over tachtig meter zoveel weerstand dat er van je 3 bar bij de kraan nog maar een fractie bij de sproeier aankomt. Daar komt bij dat de snelkoppelingen die je erop klikt van binnen veel nauwer zijn dan de slang zelf, dus vier koppelingen in één traject kosten je echt iets.
De eerste winst zit in dikker en korter. Leg een vaste leiding van 25 millimeter in de grond naar een paar tappunten verspreid over de tuin en gebruik daar korte slangen van hooguit tien meter op. Tak die leiding zo dicht mogelijk bij de watermeter af, want binnenshuis loopt de maat vaak terug naar 15 millimeter en dan begin je al met minder. Hoe je zo'n traject opbouwt, staat bij het aanleggen van een waterleiding.
Zet in dat traject een afsluiter binnen, zodat je de buitenleiding voor de vorst kunt aftappen, en een terugslagklep zodat er geen water uit de tuin terug de installatie in kan. Een lange tak die maandenlang stilstaat is precies de plek waar legionella zich thuis voelt, dus laat hem in de winter leeglopen. Houd bij het graven rekening met wat er later nog de grond in gaat. Ga je nog de schutting verhogen tegen inkijk, dan komen daar palen tot zeventig centimeter diep, vaak op de lijn waar jij je leiding wilt hebben.
Sproeit een beregeningssysteem overal een beetje maar nergens goed, dan is een pomp de verkeerde oplossing. Verdeel de sproeiers in groepen en laat er één tegelijk lopen met een kraanautomaat of magneetkleppen. Elke groep krijgt dan de volle opbrengst in plaats van een zesde deel. Sproei liever één keer per week lang dan elke avond een halfuurtje, want dan zakt het water echt de grond in in plaats van dat het van het gras af verdampt.
Een pomp op de tuinslang zetten
Wil je toch een pomp, dan is de nette manier om hem niet rechtstreeks aan de drinkwaterkraan te laten zuigen. Vul een vat, bijvoorbeeld een regenton of een container van duizend liter, via een vlotterkraan uit de leiding en pomp daaruit. Je hebt dan een fysieke onderbreking tussen het drinkwaternet en je tuin, je trekt geen onderdruk in de installatie en je kunt regenwater bijmengen in plaats van drinkwater over je gazon te gooien.
Een tuinpomp van een bekend tuinmerk kost rond de honderd euro en zelfs het kleinste model geeft op een lange slang al flink verschil. De waterdruk verhogen met een Gardena-pomp of een vergelijkbaar merk werkt dus prima, mits je onthoudt dat de sproeier aan het eind bepaalt hoeveel water er maximaal doorheen kan. Zet er een smoorklep of drukregelaar achter als de pomp meer levert dan je sproeiers aankunnen, en kies een model dat vanzelf aan- en uitschakelt zodra er water gevraagd wordt.
Laat een tuinpomp nooit rechtstreeks op een drinkwaterkraan aanzuigen. Je kunt daarmee onderdruk in de huisinstallatie trekken en in het ergste geval water uit de tuin terug het leidingnet in zuigen. Werk met een vat ertussen, of met een keurde terugstroombeveiliging op het tappunt, en tap de buitenleiding in de winter af.
Zo pak je een slappe straal aan
De volgorde loopt van goedkoop naar duur, zodat je pas een pomp koopt als de rest is uitgesloten.
-
Meet wat je nu werkelijk hebt
Klok met een emmer van tien liter en een stopwatch het debiet aan de keukenkraan en aan de douche, koud en warm apart. Meet daarna de druk met een manometer op de wasmachinekraan. Zonder deze getallen koop je straks op gevoel, en dat is precies hoe mensen aan een pomp komen die niets oplost.
-
Controleer de hoofdkraan en de afsluiters
Draai de hoofdkraan naast de watermeter volledig open en daarna een kwartslag terug. Loop ook de afsluiters na die per groep of per tappunt in de meterkast zitten. Een kraan die een halve slag te weinig openstaat, kost je meer debiet dan welke pomp ook goedmaakt.
-
Maak alle beluchters en zeefjes schoon
Draai de beluchters van de kranen af, leg ze een nacht in schoonmaakazijn en borstel ze uit. Doe hetzelfde met de zeefjes in de aansluitkoppelingen achter de douchekraan en in de vulslang van de wasmachine. Draai ze niet te vast terug en gebruik teflontape op het schroefdraad waar geen rubberring zit.
-
Kijk in de douchekop en de slang
Draai de slang los aan beide kanten en zoek het kunststof ringetje met het kleine gaatje. Dat is de doorstroombegrenzer. Haal hem eruit als je het extra verbruik accepteert, en leg de kop een nacht in azijn om de sproeigaatjes vrij te maken. Bij een geiser of een lichte combiketel laat je de begrenzer beter zitten.
-
Loop de warmwaterkant na
Zit het tekort alleen bij warm water, controleer dan de afsluiter aan de zijkant van de inlaatcombinatie en het terugslagklepje daarin. Doe daarna de duimtest aan de keukenkraan om te bepalen of het probleem vóór of achter de boiler zit. Werk hier alleen aan de waterzijde, niet aan het binnenwerk van een gastoestel.
-
Beoordeel de leidingen zelf
Zoek uit welke diameter er naar het slechte tappunt loopt. Ligt daar 12 millimeter of hangt er een reeks flexibele slangen achter elkaar, dan is dat je begrenzing. Een nieuwe aftakking van 15 of 22 millimeter vanaf de verdeler geeft blijvend resultaat, terwijl een pomp alleen harder duwt tegen dezelfde vernauwing.
-
Plaats pas daarna een drukverhoger
Kies een pomp die ongeveer een halve tot twee bar toevoegt, plaats hem in de hoofdaanvoer direct achter de watermeter en zet er een terugslagklep en zo nodig een drukreduceer bij. Informeer eerst bij je waterbedrijf welke voorwaarden er gelden, en zet de pomp op trillingdempers zodat je hem 's nachts niet hoort.
-
Meet opnieuw en stel af
Klok het debiet nog een keer op dezelfde punten en lees de druk af terwijl er water loopt. Stel de in- en uitschakeldruk zo af dat de pomp niet bij elk tapje aanslaat en dat de installatie in rust onder de 5 bar blijft. Controleer daarna alle koppelingen die je aangeraakt hebt op lekkage.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je een drukverhoger bestelt
Uit de praktijk
Een beregeningssysteem dat net te weinig druk had
In een pas aangelegd besproeiingssysteem draaiden de sproeiers wel, maar geen van alle op volle kracht. In huis was er geen enkel drukprobleem. Het plan was om een compacte drukverhoger op alleen de tuinleiding te zetten, die vanaf de meterkast was afgetakt.
Dat zou twee dingen fout hebben gedaan. Een booster op één aftakking trekt tijdens het pompen de druk in de rest van de woning omlaag. Een wasmachine die op tijd vult in plaats van op niveau, draait daardoor met een half gevulde trommel. Belangrijker nog: de oorzaak zat niet in de druk maar in het aantal sproeiers dat tegelijk openstond.
Wat hier werkte, was het systeem in sectoren verdelen met magneetkleppen en per keer één groep laten lopen, zoals dat op een golfbaan ook gaat. Daarnaast is de aftakking naar de tuin in 22 millimeter uitgevoerd, rechtstreeks vanaf de meter, omdat de leiding binnenshuis terugliep naar 15 millimeter. Sindsdien loopt elke groep op volle opbrengst, en er is één keer per week lang gesproeid in plaats van elke avond een halfuur.
Zeven bar op het ventiel en een straaltje uit de kraan
Bij een elektrische boiler stond op het overdrukventiel 7 bar vermeld, terwijl er in de praktijk nauwelijks iets uit de warme kraan kwam. Het koude water was prima. Het probleem speelde op beide tappunten en bestond al vanaf de dag dat de boiler was geplaatst, nog geen jaar eerder.
Die 7 bar bleek de openingsdruk van het veiligheidsventiel te zijn en zei dus niets over de druk die eruit hoort te komen. Omdat het probleem op alle warme tappunten speelde, kwam de inlaatcombinatie in beeld. Daarin zit een veerbelast terugslagklepje van kunststof met een pennetje dat in een gaatje moet vallen. Dat pennetje was uit het gaatje geschoten, waardoor het klepje half bleef hangen. Ook stond de afsluiter aan de zijkant niet helemaal open.
De inlaatcombinatie is compleet vervangen in plaats van gerepareerd, want een veiligheidsonderdeel dat je ooit hebt zien haken, vertrouw je niet meer. Daarbij kwam nog een tweede beperking aan het licht: de warmwaterleidingen waren overal 12 millimeter, en daar krijg je hooguit een liter of zes per minuut doorheen. Voor een echte verbetering moest er dus ook een dikkere aftakking komen.
Een appartement op de derde etage waar de drukverhoger niet paste
Een woning uit 2013 op de derde verdieping, in een complex waarvan de verhuurder zei dat er een gebouwhydrofoor in stond. Aan de tappunten was daar weinig van te merken: shampoo uitspoelen onder de douche was een kwestie van geduld. De meterkast zat op de etage zelf en niet beneden, en er lag toestemming om een drukverhoger te plaatsen.
Twee leveranciers gaven tegengesteld advies, wat begrijpelijk is omdat het antwoord van de situatie afhangt. Een drukverhoger in de meterkast van deze woning was geen goed idee. Er was geen ruimte voor pomp en vat, en zonder buffervat trek je aan de stijgleiding die al te weinig levert. Dan verplaats je het probleem naar de buren.
Wat er ontbrak was een meting. De inschatting van drieënhalve tot viereneenhalve liter per minuut was op gevoel gemaakt, nooit met een emmer geklokt. Ook was er niet bij de buren gevraagd of zij hetzelfde ervoeren. Dat zijn twee dingen van tien minuten die bepalen of je zelf iets kunt doen of dat de eigenaar aan de gebouwinstallatie moet.
Een regendouche in nieuwbouw die een regenbuitje bleef
In een nieuwbouwwoning kwam een brede regendouche aan het plafond, in de verwachting dat er lekker veel water uit zou komen. Het resultaat was een slap buitje. De reflex was om naar drukverhoging te zoeken, terwijl de druk niets met de klacht te maken had.
De ketel was er een uit de lagere comfortklasse, goed voor ongeveer zeven tot tien liter warm water per minuut. Dat is genoeg voor een gewone douchekop en de keuken, maar niet voor een kop die het water over tientallen gaatjes verdeelt. Daar kwam bij dat een regendouche van zichzelf geen harde straal geeft: bij de betere modellen wordt er lucht bijgemengd zodat de druppels voller aanvoelen, maar het blijft een neerdalende bui.
De praktische uitkomst was een combinatie. Een handdouche met kleinere sproeigaatjes voor het uitspoelen, want daar gaat de snelheid per straaltje omhoog bij hetzelfde aantal liters, en bij een volgende verbouwing een zwaardere aftakking naar de badkamer. Wie de regendouche echt wil laten stromen, ontkomt niet aan een toestel uit een hogere klasse en een leiding die dat aankan.
Veelgemaakte fouten
Een pomp op één aftakking zetten
Een drukverhoger op alleen de tuinleiding of alleen de badkamer bedient een klein stukje installatie ten koste van de rest. Tijdens het pompen zakt de druk elders in huis, apparaten die op tijd vullen raken van slag en via de beluchters kan er lucht de leiding in worden getrokken. Zo'n unit hoort in de hoofdaanvoer.
De manometer van de cv-ketel voor de waterdruk aanzien
De wijzer op je ketel hoort bij het gesloten verwarmingscircuit en staat normaal tussen 1 en 2 bar. Wat er uit je kraan komt, staat daar volledig los van. Het enige dat je eruit kunt afleiden is dat de leidingdruk minstens zo hoog was op het moment dat het circuit werd bijgevuld.
Een nieuwe douchekop kopen om druk te winnen
Een kop kan geen bar toevoegen, hij kan het water alleen anders verdelen. Een kop met kleinere gaatjes voelt krachtiger bij hetzelfde debiet, en dat is het hele verschil. Wie een brede regendouche koopt in de hoop op meer kracht, krijgt precies het omgekeerde.
De druk zo hoog mogelijk instellen
Vier bar door dunne leidingen persen levert waterslag op, koppelingen die gaan huilen en overdrukventielen die beginnen te druppelen. De winst in comfort is klein en de schade sluipt erin. Een halve tot twee bar erbij is genoeg, en een drukreduceer houdt het daarna netjes constant.
De pomp zonder terugslagklep of droogloopbeveiliging aansluiten
Zonder terugslagklep in de zuigzijde loopt de leiding terug en slaat de pomp om de haverklap aan en uit. Dat pendelen sloopt de drukschakelaar. Zuigt de pomp uit een vat of bron, dan hoort daar een vlotter of niveaubeveiliging bij, want een pomp die droogloopt is meestal binnen een minuut kapot.
Alleen naar de druk kijken en niet naar de diameter
Een leiding van 12 millimeter laat maar een liter of zes per minuut door, hoeveel bar je er ook op zet. Een dikkere aftakking geeft blijvend resultaat en kost eenmalig een dag werk, terwijl een pomp harder duwt tegen dezelfde vernauwing en elke maand stroom verbruikt.
Een tuinpomp direct op de drinkwaterkraan aansluiten
Aanzuigen uit het drinkwaternet geeft onderdruk in je installatie en in het slechtste geval stroomt er water uit de tuin terug. Zet er een vat tussen met een vlotterkraan, of gebruik een tappunt met een deugdelijke terugstroombeveiliging. Dat is ook prettiger voor je pomp, want die krijgt dan geen lucht binnen.
Zeefjes en beluchters overslaan omdat ze zo klein zijn
Juist die zeefjes zijn de nauwste doorgang in de hele installatie. Een paar jaar kalk en zand halveert de doorlaat, en de achteruitgang gaat zo langzaam dat je het niet merkt. Een nacht in schoonmaakazijn kost niets en geeft vaker resultaat dan welke aankoop dan ook.
Veelgestelde vragen
Hoe kan ik de waterdruk verhogen zonder pomp?
Begin bij de hoofdkraan naast de watermeter en draai die volledig open. Ontkalk daarna de beluchters van alle kranen en de zeefjes in de aansluitkoppelingen, want die zitten na een paar jaar half dicht. Haal zo nodig de doorstroombegrenzer uit de douchekop en vervang lange, opgerolde flexibele slangen door korte rechte. Levert dat samen te weinig op, dan is een dikkere aftakking naar het probleempunt de volgende stap, en dat werkt blijvender dan een pomp.
Hoe verhoog ik de waterdruk voor een regendouche?
Bij een regendouche gaat het niet om bar maar om liters per minuut. Kijk op de verpakking hoeveel liter de kop vraagt en vergelijk dat met de comfortklasse van je ketel: rond de 7,5 liter bij CW 3 en rond de 15 liter bij CW 6. Controleer daarna de leiding naar de badkamer, want door 12 millimeter komt hooguit zes liter. Een pomp lost geen van beide beperkingen op, een zwaarder toestel en een dikkere aftakking wel.
Kun je met een andere douchekop de waterdruk verhogen?
Een douchekop voegt geen druk toe, hij verdeelt wat er binnenkomt. Wel voelt een kop met minder en kleinere gaatjes krachtiger aan, omdat elk straaltje sneller naar buiten komt bij hetzelfde debiet. Dat is precies het principe achter een goede spaardouche. Kijk daarnaast in de wartel van de slang: zit daar een kunststof ringetje met een klein gaatje, dan is dat de begrenzer en die kun je eruit halen als je het extra waterverbruik accepteert.
Hoe kan ik de waterdruk in een appartement verhogen?
Meet eerst wat er werkelijk uit de kraan komt en vraag je buren of zij hetzelfde ervaren. De leveringsdruk geldt op maaiveldhoogte, dus op de derde verdieping ben je door de hoogte al bijna een bar kwijt en de eigenaar van het pand hoort daarvoor te zorgen. Is er een gebouwhydrofoor, dan kan die te laag staan of defect zijn en dat is een melding bij de verhuurder of de vereniging van eigenaren. Een eigen pomp in de meterkast van je etage past er zelden in, maakt geluid en kan de stijgleiding voor je buren leegtrekken.
Werkt een hydrofoorpomp om de waterdruk te verhogen?
Ja, als het tekort echt aan de druk ligt en niet aan een verstopping of een te dunne leiding. Een hydrofoorpomp met drukvat houdt de leiding op druk en slaat aan zodra je een kraan opendraait. Zet hem in de hoofdaanvoer, kies een model dat een halve tot twee bar toevoegt in plaats van vier, en plaats een terugslagklep aan de zuigzijde zodat hij niet gaat pendelen. Meer water dan je huisaansluiting kan aanvoeren krijg je er niet uit, want een pomp verplaatst alleen wat er binnenkomt.
Hoe kan ik de waterdruk van de tuinslang verhogen?
Maak het traject korter en dikker. Een slang van 13 millimeter verliest boven de vijfentwintig meter snel druk, en elke snelkoppeling knijpt de doorlaat verder af. Een ingegraven leiding van 25 millimeter met een paar tappunten in de tuin en korte slangen daarop geeft het meeste resultaat. Wil je een pomp, zet dan een vat tussen de drinkwaterkraan en de pomp, want rechtstreeks aanzuigen uit het leidingnet geeft onderdruk in je installatie.
Kan ik met een Gardena-pomp de waterdruk verhogen?
Voor de tuin werkt dat prima. Een tuinpomp van rond de honderd euro tussen een vat en de sproeier geeft op een lange slang duidelijk verschil, en zelfs het kleinste model levert vaak al genoeg. Onthoud wel dat de sproeier aan het eind bepaalt hoeveel water er maximaal doorheen kan, dus meer pomp levert boven een bepaald punt niets extra's op. Kies een uitvoering die vanzelf aan- en uitschakelt en zet er een smoorklep of drukregelaar achter als je sproeiers de druk niet aankunnen.
Hoe kan ik de warm waterdruk verhogen?
Warm water komt nooit met meer druk uit de kraan dan koud, dus vergelijk die twee altijd eerst aan hetzelfde tappunt. Is alleen warm slap, kijk dan naar de afsluiter en het terugslagklepje in de inlaatcombinatie, naar kalk in de uitstroombuis van de boiler en naar de diameter van de warmwaterleiding. In oudere installaties zit soms nog een waterslagdemper met een rubberen balg die na jaren de doorlaat dichtknijpt. Aan het binnenwerk van een gastoestel komt een erkende installateur.
Kan ik de waterdruk van mijn boiler verhogen?
De boiler zelf maakt geen druk, hij geeft door wat het koude water erin duwt. Staat er 7 bar op het overdrukventiel, dan is dat de openingsdruk van dat ventiel en geen belofte over je kraan. Speelt het probleem op alle warme tappunten, kijk dan naar de inlaatcombinatie eronder. Houd de keukenkraan even met je duim dicht, zet de warme kraan open en laat dan los. Spuit het eerst met kracht en zakt het daarna in, dan is de aanvoer naar het vat te krap. Sijpelt het meteen, dan zit het in of achter de boiler.
Hoeveel bar hoort er uit de kraan te komen?
In een gewone woning staat er bij de watermeter meestal tussen de 2 en 3 bar. Aan het tappunt hoort tijdens gebruik minimaal 1 bar over te blijven en bij normaal gebruik blijft het onder de 5 bar. Zit je daaronder, dan hoeft er niets kapot te zijn: hoogte, leidinglengte en diameter halen er onderweg druk vanaf, en elke tien meter stijging kost ongeveer een bar.
Waarom komt er melkwit water met belletjes uit de kraan?
Dat is bijna altijd de beluchter in de kraanuitloop die lucht bijmengt, en dat hoort zo. Zet een glas op het aanrecht: klaart het water binnen een halve minuut van onder naar boven op, dan zaten er alleen luchtbelletjes in. Blijft het troebel, dan is er iets anders aan de hand en is een melding bij je waterbedrijf op zijn plaats. Na werkzaamheden aan de leiding kan er tijdelijk meer lucht in het net zitten.
Mag ik zelf een drukverhoger achter de watermeter plaatsen?
Technisch kan het, maar informeer eerst bij je waterbedrijf welke voorwaarden er gelden. Een pomp die rechtstreeks aan het leidingnet trekt kan onderdruk veroorzaken en dat raakt ook de woningen om je heen, dus in veel gevallen wordt een onderbreking met een vat gevraagd. De watermeter en de hoofdkraan blijven eigendom van het waterbedrijf en zijn vaak verzegeld, dus daar blijf je vanaf. In een appartement heb je daarnaast toestemming van de eigenaar of de vereniging van eigenaren nodig.
Wanneer je beter een vakman belt
Meten, ontkalken, een doucheslang vervangen en een beluchter uitspoelen doe je zelf. Er zijn wel grenzen waar het werk ophoudt, en die liggen niet bij hoe handig je bent.
De eerste ligt bij het binnenwerk van een cv-ketel of geiser. Een doorstroombegrenzer of een stromingssensor zit in een gastoestel, en zodra de mantel eraf gaat, werk je aan een apparaat dat gas verbrandt en dat na elke ingreep opnieuw ingeregeld en gecontroleerd hoort te worden. Dat is werk voor een erkende installateur, net als alles aan de gasleiding zelf.
De tweede ligt in de meterkast. De watermeter en de hoofdkraan zijn eigendom van het waterbedrijf en vaak verzegeld. Werkt daar iets niet, meld het dan in plaats van er zelf aan te sleutelen. Hetzelfde geldt voor de aansluitkast met de hoofdzekering: alles achter die zekering is geen doe-het-zelfterrein, ook niet als je er alleen een pomp op wilt aansluiten.
De derde speelt bij een buffervat. Duizend liter water weegt duizend kilo, en dat zet je niet zonder meer op een zoldervloer of een plat dak. Of de constructie dat draagt is een vraag voor een constructeur, en een vat op een dak plaatsen betekent werken op hoogte, met een steiger of hoogwerker in plaats van een ladder tegen de dakrand.
Woon je in een appartement en is de druk gebouwbreed te laag, dan is dat het probleem van de eigenaar of de vereniging van eigenaren. Vraag om een drukmeting bij de meter en om onderhoud aan de gebouwhydrofoor. Wat er verder allemaal bij het leidingwerk in een woning komt kijken, staat in ons overzicht over sanitair en loodgieterswerk.