Waterleiding aanleggen van meterkast tot tappunt
Waterleiding aanleggen is goed zelf te doen zolang je twee dingen serieus neemt: leg buis onder de vloer en in de wand altijd in één stuk zonder koppeling, en pers de hele installatie af voordat je iets dichtmaakt. Binnen werk je meestal met meerlagenbuis van 16 en 20 millimeter en persfittingen, buiten met PE-buis op zo'n 80 centimeter diepte. De meeste lekkages ontstaan niet in de buis zelf maar bij een fitting die niet gekalibreerd of niet geperst is, en die vind je alleen met een afpersproef.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Perstang met de bekken die bij jouw fittingsysteem horen
- Buisschaar of pijpsnijder
- Kalibreermes met ontbramer, passend bij de buisdiameter
- Buigveer of buigtang voor krappe bochten
- Waterpomptang en steeksleutels
- Rolmaat, waterpas en een potlood dat op steen schrijft
- Sleuvenfrees of haakse slijper met stofafzuiging
- Klopboormachine met lange steenboor voor doorvoeren
- Afperspomp met manometer
- Spade of grondboor voor het buitenwerk
- Emmer, dweilen en een natzuiger
Materiaal
- Meerlagenbuis 16 x 2 mm voor de tappunten
- Meerlagenbuis 20 x 2 mm voor de hoofdleiding
- Persfittingen: koppelingen, bochten, T-stukken en wandplaten
- Isolatiebuis of mantelbuis voor leidingen in de dekvloer
- Buisklemmen en dubbele wandplaten met hart-op-hart 150 mm
- PE-buis 25 mm PN10 met klemkoppelingen voor buitenwerk
- Waarschuwingslint en schoon vulzand
- Keerklep en aftapkraan
- Teflontape of afdichtpasta voor schroefdraadverbindingen
- Leidingisolatie voor de warmwaterleiding
Bepaal eerst het tracé, de tappunten en de verdeling
Waterleiding aanleggen begint met een plattegrond waarop elk tappunt staat: keukenkraan, wastafel, douche, wc, wasmachine en buitenkraan. Pas als die punten vastliggen bepaal je het tracé en de diameters. Welke systemen er zijn en hoe ze zich tot elkaar verhouden, lees je in ons overzicht over waterleiding en de buissystemen die je kunt kiezen.
De grens van je eigen installatie ligt bij de watermeter. De aansluitleiding vanaf de straat tot en met de meter is van het waterbedrijf en daar blijf je vanaf. Alles achter de hoofdkraan is van jou en mag je zelf aanleggen, zolang de installatie voldoet aan NEN 1006 en de bijbehorende waterwerkbladen.
Daarna kies je hoe je verdeelt. Bij een boomstructuur loopt er één hoofdleiding door het huis waar je met T-stukken op aftakt. Bij een verdelersysteem gaat er vanuit een verdeler in de meterkast of de kruipruimte per tappunt één doorlopende buis, zonder enige koppeling onderweg.
Dat verdelersysteem kost meer buis, maar levert twee dingen op. Er zit geen verbinding in de vloer die ooit kan gaan lekken, en je kunt één tappunt afsluiten zonder het hele huis droog te leggen. In een badkamer of keuken die je toch openbreekt, weegt dat ruimschoots op tegen de extra meters.
Meet je tracé daarna echt op en tel de bochten mee. Elke bocht, elk T-stuk en elke meter buis kost druk, en met een uitgangsdruk van twee tot vier bar aan de meter heb je niet oneindig te verdelen. Een streng die eerst naar zolder klimt en dan weer naar beneden duikt, kost je merkbaar meer dan een rechte lijn.
Fotografeer elke leiding voordat je hem dichtmaakt, met een rolmaat in beeld vanaf een hoek of een deurpost. Dat kost je twee minuten en het is het enige dat je jaren later nog helpt als er een schroef in de wand moet.
Welke buis kies je: meerlagenbuis, koper of PE
Voor drinkwater binnenshuis is meerlagenbuis de gewoonste keuze geworden. Dat is een kunststof buis met een dunne aluminium laag ertussen: hij buigt met de hand, blijft in de gebogen stand staan en laat geen zuurstof door. De maten die je in een woning het meest gebruikt zijn 16 bij 2 millimeter naar de tappunten en 20 bij 2 millimeter voor de hoofdleiding.
De verbindingen maak je met persfittingen. Elke fabrikant hanteert een eigen profiel voor de bek van de tang, meestal aangeduid als TH, U of H, en de fitting en de bek moeten bij elkaar horen. Welke tang bij welk systeem past en waar je op let als je er een huurt, staat bij de keuze van een perstang voor waterleiding.
Koper gebruik je vooral waar de leiding in het zicht blijft, in de meterkast en rond de cv-ketel. Het ziet er strak uit en is goed te buigen, maar het vraagt solderen of knelkoppelingen en dat is trager werk. Onbeschermd koper in een natte dekvloer of in beton wil je niet: daar kan het van buitenaf worden aangetast.
Buiten en onder de grond werk je met PE-buis, in de praktijk meestal tyleen genoemd. Voor drinkwater neem je een buis die daar ook voor is goedgekeurd, in drukklasse PN10, meestal 25 millimeter voor een schuur of buitenkraan. Een rol PE-buis heeft geheugen, dus rol hem uit en laat hem een uur in de zon liggen voordat je hem in de sleuf legt.
| Materiaal | Waar je het gebruikt | Verbinding | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Meerlagenbuis 16 en 20 mm | Keuken, badkamer, leidingen in vloer en wand | Persfitting met perstang | Altijd kalibreren en ontbramen, anders snijdt de o-ring stuk |
| PE-Xa met expansiehuls | Verdelersysteem, doorlopende buis in de vloer | Buis oprekken, huls krimpt terug | Eigen tang en hulzen per systeem, verbinding pas belasten na krimpen |
| Koper 15 en 22 mm | Zichtwerk, meterkast, aansluiting cv-ketel | Solderen, knellen of persen | Niet onbeschermd in beton of natte dekvloer |
| Verzinkt staal | Oudere installaties, persluchtleiding in de werkplaats | Schroefdraad met teflon of hennep | Voor nieuw drinkwater niet meer gangbaar, roest van binnenuit |
| PE-buis 25 of 32 mm PN10 | Ondergronds naar tuin, garage of schuur | Klemkoppeling of elektrolasmof | Kies een buis die voor drinkwater is goedgekeurd, leg hem in één stuk |
| RVS geperst | Zichtleiding in een technische ruimte | Persfitting | Duurdere fittingen, wel ongevoelig voor agressief water |
| PVC drukbuis | Beregening en zwembadtechniek in de tuin | Lijmmof | Niet voor warm water en nooit voor perslucht |
Diameters, aansluithoogtes en hart-op-hart maten
De maatvoering van je tappunten bepaalt of een kraan later past en of een kastje er nog overheen kan. Twee getallen komen steeds terug: de hoogte boven de afgewerkte vloer en de hart-op-hart afstand tussen warm en koud. Die laatste is bij vrijwel alle mengkranen 150 millimeter, en daar wijk je niet zomaar van af want anders past de kraan of de S-koppeling niet meer.
Reken vanaf de afgewerkte vloer, niet vanaf de ruwe dekvloer. Een tegelvloer met lijm scheelt al gauw twee centimeter, en dat is precies genoeg om een wastafelaansluiting zichtbaar te laten uitkomen boven de kast. Meer maten voor tappunten, kasthoogtes en aansluitpunten in huis vind je in onze tabel met standaardmaten en aansluithoogtes.
Voor de diameter geldt een eenvoudige vuistregel die in een gewone woning goed uitpakt. Naar één tappunt volstaat 16 millimeter meerlagenbuis. Een streng die drie of vier tappunten voedt leg je in 20 millimeter, en pas daarboven ga je naar 25 millimeter. Dat is een praktische aanbeveling en geen norm: bij lange leidingen, veel bochten of een lage druk aan de meter kies je een maat ruimer.
Een douche vraagt daarbij meer dan een wastafel. Als de warmwaterleiding naar de douche over meer dan tien meter loopt, merk je de wachttijd voordat er warm water komt. Kort de afstand in of leg de warme leiding met isolatie, dan blijft die wachttijd binnen de perken.
| Tappunt | Hoogte boven de afgewerkte vloer | Hart-op-hart | Buisdiameter |
|---|---|---|---|
| Keukenmengkraan | 50 tot 60 cm, achter het onderkastje | 150 mm | 16 mm |
| Vaatwasser of wasmachine | 60 tot 90 cm, naast de machine | Losse machinekraan met keerklep | 16 mm |
| Wastafel | 55 tot 60 cm | 150 mm | 16 mm |
| Opbouw douchekraan | 100 tot 110 cm | 150 mm | 16 mm |
| Inbouw thermostaatkraan | 110 cm tot hart van het inbouwdeel | 150 mm | 16 mm |
| Toilet met opbouwreservoir | 20 tot 25 cm | Alleen koud | 16 mm |
| Inbouwreservoir | Volgens de inbouwhoogte van het element | Alleen koud | 16 mm |
| Buitenkraan aan de gevel | 60 tot 80 cm | Alleen koud | 16 of 20 mm |
| Hoofdleiding vanaf de watermeter | Niet van toepassing | Niet van toepassing | 20 mm, bij veel tappunten 25 mm |
Schroef de dubbele wandplaat vast op een reep multiplex en zet die plaat pas aan de wand. Dan staan de twee aansluitpunten gegarandeerd waterpas en op 150 millimeter, ook als het metselwerk niet vlak is.
Waterleiding aanleggen in de keuken
Bij waterleiding aanleggen voor de keuken zit de winst in de plek van de aansluitpunten. Zet ze in de kast waar de kraan boven komt, tegen de zijwand en niet tegen de achterwand recht achter een apparaat. Een aansluiting achter een vaatwasser of een koelkast krijg je later niet meer bereikt zonder het apparaat eruit te trekken.
Warm links en koud rechts is de afspraak, gezien vanaf de kraan. Houd je daaraan, ook als je zelf weet welke welke is: de volgende bewoner of monteur gaat ervan uit dat het klopt en draait anders de mengkraan verkeerd om aan. Vanaf de wandplaten ga je met flexibele slangen of met S-koppelingen die het maatverschil opvangen naar de kraan.
Voor een vaatwasser en een wasmachine leg je een eigen aansluiting met een machinekraan met keerklep. Die keerklep voorkomt dat vuil water bij een drukval terug de leiding in wordt gezogen. Reken op een kraanhoogte van zestig tot negentig centimeter, zodat de slang een ruime lus maakt en niet knikt.
Boor de doorvoeren tussen de kastjes ruim, zo'n zestig millimeter, en werk ze af met een rozet. Een krappe doorvoer waar de buis strak doorheen wringt, geeft een knik en die knik is precies de plek waar de doorstroming inzakt. De afvoerkant plan je in dezelfde ronde mee, want de sifon en de aansluiting op de riolering vragen meer ruimte in de kast dan de watertoevoer.
Komt er een kokendwaterkraan, houd dan rekening met een boiler onder het aanrecht plus een stopcontact op dezelfde plek. Die boiler heeft een koudwateraansluiting met een inlaatcombinatie nodig, en het overstortslangetje daarvan moet ergens naartoe kunnen.
Waterleiding aanleggen in de badkamer
Bij waterleiding aanleggen in een badkamer bepaalt de volgorde het resultaat. Eerst alle leidingen leggen en de tappunten uitmeten, dan afpersen, en pas daarna wanden dichtzetten en tegelen. Wie eerst tegelt en dan pas de druk erop zet, maakt van een lekkende fitting een sloopklus.
Sleuven frezen doe je bij voorkeur verticaal. Horizontale sleuven in dragend metselwerk verzwakken de wand over de volle lengte en zijn in kalkzandsteen echt ongewenst. Loop je tegen een dragende wand aan waar een horizontale sleuf onvermijdelijk lijkt, kies dan een ander tracé of leg de leiding in een voorzetwand.
Leidingen die door de dekvloer lopen, gaan in een mantelbuis. Die mantelbuis laat de buis uitzetten bij warm water en maakt hem in theorie nog vervangbaar. Zet er geen enkele koppeling in: elke verbinding onder de dekvloer is een lek dat je pas ontdekt als de vloer al bruin uitslaat.
Voor de aansluiting van de kraan op de wandplaat is een korte flexibele waterleiding vaak handiger dan een strak gebogen stuk buis, zeker achter een badrand waar je niet bij kunt. Bij een inbouwthermostaat let je op de uitsteekmaat: het inbouwdeel heeft een minimale en een maximale inbouwdiepte, en de tegel plus de lijm tellen daarin mee.
Heb je de wanden en het plafond toch open, plan dan meteen de ventilatie mee. Het aanleggen van waterleiding en het aanleggen van mechanische ventilatie vragen allebei ruimte boven het verlaagde plafond, en achteraf een ventilatiekanaal inpassen tussen bestaande leidingen is puzzelwerk.
Isoleer de warmwaterleiding waar hij naast de koude leiding loopt. Zonder isolatie warmt het koude water op tot lauw, en lauw stilstaand water is precies waar legionella zich in vermeerdert. Houd bovendien minimaal een paar centimeter tussen de twee leidingen aan.
Waterleiding buiten aanleggen en onder de grond
Een waterleiding buiten aanleggen naar een buitenkraan, een schuur of een garage is vooral een kwestie van diepte en van één ononderbroken buis. Voor waterleiding onder de grond houden waterbedrijven voor hun eigen aansluitleidingen zo'n tachtig centimeter aan, en dat is ook voor je eigen tracé een veilige maat. Vijftig of zestig centimeter kan in een normale winter goed gaan, maar bij een strenge vorstperiode van twee weken kom je er dan achter dat het niet genoeg was.
Leg de buis in een sleuf met een laag schoon zand van ongeveer tien centimeter eronder en tien centimeter erboven. Puin en scherpe stenen tegen een PE-buis geven op termijn een drukpunt. Op zo'n dertig centimeter boven de buis leg je waarschuwingslint, zodat je bij het spitten of het planten van een haag eerst het lint tegenkomt en niet de leiding.
De buis zelf gaat er in één stuk in, van muurdoorvoer tot muurdoorvoer. Een klemkoppeling in de grond is de zwakste plek van het hele tracé en je kunt er niet bij als hij ooit gaat druppelen. Heb je meer lengte nodig dan er op een rol zit, koop dan een langere rol.
Binnen begint het tracé met een afsluiter en een aftapkraan, en met een keerklep als er ergens een slang of een buitenkraan aan komt. Zo kun je in de winter het buitendeel afsluiten en leeg laten lopen, wat de eenvoudigste vorstbeveiliging is die er bestaat. Hoe je een leiding die je niet meer gebruikt netjes dichtzet, staat bij het afdoppen van een waterleiding.
De overgang van de grond naar de muur is het zwakke punt
Onder de grond op tachtig centimeter gebeurt er niets. Het stuk waar de leiding uit de grond komt en langs of door de gevel naar binnen gaat, is wel kwetsbaar. Daar zit de buis in de buitenlucht, vaak in de wind, en daar vriest hij als eerste dicht.
De aanpak die werkt is een koof om dat stukje leiding heen die je volledig vult met isolatiemateriaal, zodat er geen luchtstroom langs de buis kan. Voor een garage of schuur waar het echt koud kan worden, leg je daarnaast een verwarmingslint langs de buis onder de isolatie. Zo'n lint gebruikt weinig stroom en schakelt zelf op temperatuur.
Waterleiding in de tuin aanleggen naar een tappunt achterin
Voor een tappunt achter in de tuin geldt hetzelfde tracé, maar je kunt kiezen voor een leiding die je in de winter helemaal aftapt. Leg de buis dan met licht afschot terug naar het aftappunt binnen, zodat het water er in het najaar echt uitloopt en er geen laag stuk vol blijft staan.
Graaf je machinaal of dieper dan een spade, doe dan eerst een graafmelding en kijk waar de kabels en leidingen van de nutsbedrijven lopen. Een gasleiding of een stroomkabel raken met een spade of een minigraver is niet iets waar je achteraf een oplossing voor bedenkt.
Een onverwarmde garage is niet vorstvrij. Zonder verwarming zakt de binnentemperatuur na een paar dagen vorst naar buitentemperatuur. Staat er een wasmachine, dan bevriest niet alleen de leiding maar ook de pomp en het zeepbakje van de machine zelf. Een klein kacheltje met vorstbeveiliging lost dat op.
Aansluiten op de bestaande leiding, afpersen en doorspoelen
Voordat je de eerste bestaande leiding opent: hoofdkraan dicht, alle kranen open en de installatie aftappen via het laagste tappunt. In een leiding waar nog water in staat kun je niet solderen, en bij persfittingen krijg je een natte werkplek waar je niets meer op ziet.
Op koper sluit je aan met een pers- of knelkoppeling, of met soldeerwerk. Solderen vraagt een schone, droge pijp en de juiste vloeimiddel: hetzelfde geduldwerk als bij het solderen van zink aan een goot, alleen met een hogere eis aan netheid omdat er drinkwater doorheen gaat. Bij schroefdraadverbindingen zoals een machinekraan of een buitenkraan zorg je voor een goede afdichting met teflontape in de juiste draairichting.
Als alle verbindingen erin zitten, komt de afpersproef. Vul de installatie, ontlucht hem via het hoogste tappunt en zet er met een afperspomp tien bar op, of anderhalf keer de werkdruk. Laat die druk minimaal een halfuur staan, en liever een hele nacht. Zakt de naald, dan zit er ergens een verbinding niet goed.
Loop bij een drukverlies alle koppelingen langs met een droge doek: eerst afvegen, dan een kwartier wachten en opnieuw voelen. Een vergeten persfitting geeft bij tien bar altijd een zichtbaar spoortje. Spoel na de proef de hele installatie ruim door met de perlators eruit gedraaid, zodat spanen en vuil er niet in de kraan blijven hangen.
Blijft de doorstroming daarna tegenvallen, zoek de oorzaak dan eerst in je eigen leiding. De meest voorkomende redenen voor een lage waterdruk in huis zijn een te dunne of te lange streng en een half dichtgedraaide hoofdkraan.
Persluchtleiding aanleggen in de werkplaats
Een persluchtleiding aanleggen lijkt op waterleiding aanleggen, maar er zijn drie verschillen die het werk sturen: de druk is hoger, er zit condens in de lucht, en een barst in de leiding is gevaarlijk in plaats van nat. Dat laatste bepaalt meteen de materiaalkeuze.
Gebruik voor een persluchtleiding in de werkplaats nooit pvc. Pvc verzwakt door de olienevel uit de compressor en versplintert bij een barst in scherpe scherven, precies op werkhoogte. Wat wel geschikt is: verzinkte stalen buis met schroefdraad, koper, of een aluminium systeemleiding met steekkoppelingen. Dat laatste werkt het snelst en laat zich later gemakkelijk uitbreiden.
Leg de leiding bij voorkeur als ringleiding rond de werkplaats, dus vanaf de compressor de hele ruimte rond en weer terug. Lucht kan een tappunt dan van twee kanten bereiken, waardoor de druk veel minder inzakt als er twee mensen tegelijk aan het werk zijn. Een enkele doodlopende streng werkt ook, maar dan merk je bij het laatste tappunt dat er iets mist.
Condens is het tweede aandachtspunt. Warme lucht uit de compressor koelt in de leiding af en laat water achter, en dat water wil je niet in je verfpistool of je slagmoersleutel. Leg de leiding daarom met één tot twee procent afschot naar één laag punt met een aftapkraan, en tak elk tappunt af vanaf de bovenkant van de buis met een lus naar beneden. Het water zakt dan door naar het aftappunt in plaats van mee het gereedschap in.
| Onderdeel | Wat werkt in een werkplaats | Waarom |
|---|---|---|
| Buismateriaal | Aluminium systeemleiding, verzinkt staal of koper | Drukvast en het blijft vanbinnen schoon |
| Pvc en tuinslang | Niet gebruiken als vaste leiding | Pvc versplintert bij een barst, slang klapt eraf bij de koppeling |
| Leidingvorm | Ringleiding rond de ruimte | De druk blijft gelijk als er twee tappunten tegelijk gebruikt worden |
| Diameter tot 30 meter | 20 tot 25 mm | Onder 16 mm voel je de drukval al bij een slijptol of schuurmachine |
| Afschot | 1 tot 2 procent naar het laagste punt | Condens loopt vanzelf naar het aftappunt |
| Aftakking naar een tappunt | Vanaf de bovenkant van de buis, in een lus omlaag | Water zakt niet mee de slang en het gereedschap in |
| Laagste punt | Aftapkraan of automatische condensafvoer | Dagelijks aftappen voorkomt roest en water in de lucht |
| Tappunt | Snelkoppeling op circa 120 cm met eigen drukregelaar | Elk stuk gereedschap vraagt een andere werkdruk |
| Aansluiting compressor | Afsluiter plus een korte flexibele slang | De trillingen van de compressor komen niet in de vaste leiding |
Zet de compressor drukloos voordat je aan de leiding werkt. Tap ook de ketel af. Een leiding op acht bar die je losdraait, slaat met kracht los en blaast al het vuil dat erin zit met dezelfde kracht je kant op.
Bereikbaarheid, isolatie en wat je later nog wilt kunnen
Een installatie die je vandaag netjes wegwerkt, moet over tien jaar nog te bedienen zijn. Plaats daarom bij elke groep tappunten een afsluiter die je zonder gereedschap kunt bereiken: één voor de badkamer, één voor de keuken, één voor het buitendeel. Zonder die afsluiters betekent één druppelende kraan dat het hele huis droog staat zolang je bezig bent.
Zet leidingen die in het zicht blijven om de anderhalve meter in een beugel, en bij meerlagenbuis wat vaker omdat hij anders gaat doorhangen. Een buis die tegen een balk of een spouwanker rust en daar bij elke drukstoot tegenaan tikt, gaat op dat punt slijten. Een strookje rubber of een klem met inlage haalt dat tikken eruit.
De warmwaterleiding isoleer je over de hele lengte, en niet alleen omdat het energie scheelt. Het houdt de koude leiding ernaast koud en het scheelt wachttijd bij de douche. In een kruipruimte of een onverwarmde zolder isoleer je ook de koude leiding, daar tegen bevriezing.
Een leiding die je afkoppelt maar laat zitten, is de meest onderschatte fout in een oud huis. Dat blindstuk blijft vol water staan, het water wordt lauw en er stroomt nooit meer iets doorheen. Haal zo'n dood stuk weg tot aan de aftakking. Loop je na de verbouwing tegen een tegenvallende straal aan, dan geeft het verhogen van de waterdruk een aantal opties die je zonder sloopwerk kunt proberen.
Nummer je verdeler en plak er een geplastificeerd briefje bij met wat elke afsluiter voedt. Een verdeler met acht identieke kraantjes zonder label kost je bij de eerste lekkage een kwartier trial and error met een emmer eronder.
Zo leg je een nieuwe waterleiding aan
Deze volgorde werkt voor een keuken, een badkamer en een leiding naar buiten, met per situatie kleine aanpassingen.
-
Teken het tracé en zet de tappunten uit
Zet op de wand af waar elk aansluitpunt komt, met de hoogte gemeten vanaf de afgewerkte vloer en de warm- en koudpunten op 150 millimeter hart-op-hart. Meet de leidinglengte na en tel de bochten. Pas hier bepaal je of je met 16 of met 20 millimeter buis werkt.
-
Sluit het water af en tap de installatie af
Draai de hoofdkraan achter de watermeter dicht, open alle kranen van hoog naar laag en tap af via het laagste punt. Zet een emmer onder de plek waar je gaat snijden. Zelfs een afgetapte leiding houdt in een lange horizontale streng nog een halve liter vast.
-
Frees de sleuven en boor de doorvoeren
Frees verticaal waar het kan en houd horizontale sleuven uit dragend metselwerk. Boor doorvoeren ruim, zodat de buis er zonder knik doorheen loopt. Werk met stofafzuiging: het fijne stof van kalkzandsteen komt overal, ook in je nieuwe fittingen als je die al hebt liggen.
-
Leg de buis in één stuk van punt tot punt
Rol de buis af en buig hem met een buigveer, zodat hij niet knikt in de bocht. Leg leidingen in de dekvloer in een mantelbuis en zet ze onderweg vast, zodat ze bij het storten niet gaan drijven. In vloer, wand of grond komt geen enkele koppeling.
-
Maak de verbindingen en pers ze een voor een
Snijd de buis haaks af, kalibreer en ontbraam de binnenkant en schuif de fitting tot aan de aanslag. Controleer door het kijkgat of de buis er echt volledig in zit. Pers daarna direct, en houd bij: een ongeperste fitting ziet er precies hetzelfde uit als een geperste.
-
Pers de hele installatie af voordat je dichtmaakt
Vul het systeem, ontlucht via het hoogste tappunt en zet er tien bar op met een afperspomp. Laat de druk minstens een halfuur staan, liever een nacht. Zakt de naald, veeg dan alle koppelingen droog en loop ze na. Tegelen of dichtzetten doe je pas als de druk staat.
-
Spoel door en sluit de tappunten aan
Draai de perlators en de doucheslang eruit en spoel elke leiding een paar minuten ruim door, warm en koud apart. Monteer daarna de kranen en de machinekranen met keerklep. Loop een dag later alle aansluitingen nog eens na met een droge hand onder de koppeling.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de vloer en de wanden dichtmaakt
Uit de praktijk
Water naar een vrijstaande garage op vijf meter afstand
Een vrijstaande garage op zo'n vijf meter van het huis moest water krijgen voor een wasmachine en een droger. Het huis had geen kruipruimte, dus de enige route liep vanuit de woning door de gevel, de tuin door en aan de andere kant weer omhoog. De vraag was of die tachtig centimeter diepte echt nodig was voor zo'n kort stuk, of dat isolatiemateriaal ook voldoende zou zijn.
Voor het ondergrondse deel bleef tachtig centimeter de keuze: over vijf meter is dat een halve dag graven en daarmee is het onderwerp voorgoed afgehandeld. Het echte probleem zat in de twee stukken waar de leiding boven de grond loopt. Daar is om elk stuk een koof getimmerd die volledig met isolatiemateriaal is volgestopt, met een verwarmingslint onder de isolatie langs de buis.
Wat daarnaast nodig bleek: de garage zelf vorstvrij houden. Een onverwarmde garage neemt na een paar dagen vorst gewoon de buitentemperatuur aan, en dan bevriest de wasmachine met leiding en al. Een klein elektrisch kacheltje met vorstbeveiliging naast de machine loste dat op. Binnen kwam een afsluiter met aftapkraan, zodat het hele buitendeel bij langdurige vorst leeg te zetten is.
De PE-buis overleefde de vorst, de koppeling niet
Een tuinleiding van PE-buis lag ondiep, ongeveer een halve spadesteek onder maaiveld. Na een vorstperiode van tien dagen was de buis zelf ongeschonden, maar de messing klemkoppeling bij de buitenkraan was gescheurd en bij het opendraaien in maart liep de tuin onder.
Dat is precies het patroon dat we vaker zien. PE is taai en rekt een stukje mee als het water in de buis bevriest, dus de buis houdt het vaak. Messing, gietijzer en het huis van een kraan doen dat niet: die barsten. De veelgehoorde geruststelling dat een tyleen leiding niet kapotvriest, klopt dus alleen voor de buis en niet voor wat eraan zit.
Ook goed om recht te zetten: water zet uit bij het bevriezen, niet bij het ontdooien. IJs heeft een lagere dichtheid dan water en neemt zo'n tien procent meer ruimte in, en die druk vernielt het zwakste onderdeel in de leiding. Materiaalkeuze verandert daar niets aan. Diep genoeg leggen, aftappen of verwarmen wel.
Een leiding die niemand meer kon terugvinden
Bij het planten van een beukenhaag ging een spade dwars door een tuinleiding heen. De leiding lag er acht jaar, er lag geen waarschuwingslint boven en er was geen tekening van gemaakt. Het gevolg was een sleuf van drie meter graven op zoek naar de breuk, en dat allemaal terwijl de hoofdkraan dicht stond en er in huis geen water was.
De reparatie zelf viel mee: het beschadigde stuk eruit, een reparatiekoppeling ertussen en de sleuf weer dicht. Zo'n koppeling in de grond blijft wel een zwakke plek, dus die is gemarkeerd met een tegel erboven en op de tekening gezet.
Wat er sindsdien standaard bij hoort: geel of blauw waarschuwingslint op ongeveer dertig centimeter boven de buis, en een foto van de open sleuf met een rolmaat vanaf de gevel. Bij de volgende schep in die tuin komt eerst het lint tevoorschijn, en dan is er nog tijd om te stoppen.
Eén vergeten persfitting van de zestien
Na een dag leidingwerk in een badkamer stond alles klaar om te gaan tegelen. De afpersproef leek een formaliteit. Toch zakte de manometer in tien minuten van tien naar zes bar, zonder dat er ergens water te zien was.
De methode die het snel oploste: alle zestien koppelingen droog afvegen met een doek, een kwartier niets doen en daarna met een vinger onder elke fitting langs. Eén koppeling achter de douchewand voelde klam. Die was wel op maat ingestoken maar nooit door de perstang gegaan, en aan de buitenkant is dat verschil niet te zien.
Een ongeperste fitting houdt bij normale leidingdruk soms dagen of weken stand en begeeft het dan alsnog. Onder tegelwerk is dat een schadepost van duizenden euro's. Sindsdien krijgt elke geperste fitting direct een streepje met een watervaste stift, en aan het eind tellen we de streepjes tegen de tekening.
Veelgemaakte fouten
De buis niet kalibreren en ontbramen
Na het afsnijden staat er een braam aan de binnenkant en is de buis licht ovaal. Schuif je de fitting er zo in, dan snijdt die braam de o-ring in of gaat de ring scheef staan. Het lekt dan niet meteen, maar wel na een paar maanden onder de vloer.
Een koppeling wegwerken in vloer, wand of grond
Elke verbinding die je niet kunt bereiken is een risico dat je jarenlang meeneemt. Onder een dekvloer merk je een lek pas als de vloerafwerking opbolt of de onderbuurman belt. Leg de buis in één stuk van tappunt tot verdeler, ook als dat vijf meter extra kost.
Niet afpersen voordat alles dicht gaat
De verleiding is groot om na een lange dag gewoon de hoofdkraan open te zetten en te kijken of het droog blijft. Bij twee bar houdt een half aangetrokken of ongeperste koppeling het vaak. Pas bij tien bar geeft hij zich bloot, en dat is precies waarom die proef er is.
Te veel tappunten aan één dunne streng hangen
Vier aftakkingen op één 16 millimeter leiding werkt op papier, tot iemand de douche aanzet terwijl de wasmachine vult. De straal bij de keukenkraan halveert dan zichtbaar. Reken de streng vooraf uit en ga bij drie of meer tappunten naar 20 millimeter.
De overgang naar buiten onbeschermd laten
De leiding ligt keurig op tachtig centimeter, maar het laatste halve metertje tegen de gevel zit in de wind. Dat is de plek die bevriest. Een gevulde koof of een isolatiekous met een verwarmingslint erlangs kost een uur en voorkomt een gesprongen leiding in januari.
Pvc of een tuinslang gebruiken voor perslucht
Pvc oogt goedkoop en makkelijk te lijmen, maar de olienevel uit een compressor tast het aan en bij een barst versplintert het in scherven. Een tuinslang met slangklemmen klapt bij acht bar los van de koppeling. Neem aluminium systeemleiding, koper of verzinkt staal.
De keerklep bij machinekraan en buitenkraan overslaan
Een slang die in een emmer of in een gieter hangt, kan bij een drukval in de wijk vuil water terug de leiding in zuigen. Een keerklep in de machinekraan of de buitenkraan kost een paar euro en houdt je drinkwater gescheiden van alles wat aan die slang hangt.
Warme en koude leiding onbeschermd naast elkaar leggen
Zonder isolatie geeft de warmwaterleiding zijn warmte af aan de koude leiding ernaast. Het koude water komt dan lauw uit de kraan, en lauw stilstaand water is de omgeving waarin legionella groeit. Isoleer de warme leiding en houd wat ruimte tussen de twee.
Veelgestelde vragen
Hoe diep moet je een waterleiding aanleggen onder de grond?
Reken op zo'n tachtig centimeter tot de bovenkant van de buis. Waterbedrijven houden die diepte aan voor hun eigen aansluitleidingen omdat de vorst in Nederland in een strenge winter tot ruim een halve meter kan indringen. Zestig centimeter gaat in de meeste winters goed, maar bij een vorstperiode van twee weken sta je zonder water. Leg de buis in een zandbed en leg waarschuwingslint op ongeveer dertig centimeter erboven.
Mag ik zelf waterleiding aanleggen in mijn huis?
Alles achter de hoofdkraan van de watermeter is jouw installatie en die mag je zelf aanleggen of wijzigen. De aansluitleiding vanaf de straat tot en met de watermeter is eigendom van het waterbedrijf en daar blijf je vanaf. Je installatie moet wel voldoen aan NEN 1006 en de waterwerkbladen, met name op het punt van terugstroombeveiliging. Bij een collectieve installatie in een appartementengebouw gelden vaak strengere regels vanuit de vereniging van eigenaren.
Welke diameter waterleiding heb ik nodig?
Voor één tappunt volstaat meerlagenbuis van 16 bij 2 millimeter. Voedt een streng drie of vier tappunten, neem dan 20 bij 2 millimeter, en pas daarboven ga je naar 25 millimeter. Dat is een vuistregel voor een gewone woning, geen norm. Bij lange leidingen, veel bochten of een lage druk aan de meter kies je een maat ruimer. Ondergronds naar een schuur of tuinkraan werk je meestal met PE-buis van 25 millimeter in drukklasse PN10.
Hoe leg ik een waterleiding in de tuin aan naar een buitenkraan?
Graaf een sleuf van ongeveer tachtig centimeter diep met een zandbed van tien centimeter, leg PE-buis in één stuk van gevel tot tappunt en dek af met zand en waarschuwingslint. Binnen begin je met een afsluiter, een aftapkraan en een keerklep, zodat je het buitendeel in het najaar kunt leeg laten lopen. Leg de leiding met licht afschot terug naar dat aftappunt, anders blijft er een laag stuk vol water staan dat alsnog bevriest.
Hoe werkt waterleiding aanleggen met Uponor-buis?
Uponor levert twee systemen die je door elkaar ziet lopen. De meerlagenbuis werkt met persfittingen en een perstang, net als andere merken. Het Quick en Easy systeem werkt anders: je schuift een ring over het buiseind, rekt de buis met een expansietang op, steekt de fitting erin en het materiaal krimpt binnen enkele seconden weer om de fitting heen. Je hebt daarvoor de bijbehorende tang en de bijbehorende ringen nodig, en je belast de verbinding pas als hij volledig teruggekrompen is.
Op welke hoogte komen de aansluitpunten bij waterleiding aanleggen in de keuken?
De aansluitpunten voor de keukenmengkraan zet je op vijftig tot zestig centimeter boven de afgewerkte vloer, tegen de zijwand in de kast onder de kraan. Warm links, koud rechts, met 150 millimeter hart-op-hart zodat de standaard S-koppelingen passen. Voor een vaatwasser of wasmachine plaats je een aparte machinekraan met keerklep op zestig tot negentig centimeter, zodat de slang een ruime lus maakt. Houd de punten uit de weg van het apparaat zelf.
Wat is de goede volgorde bij waterleiding aanleggen in de badkamer?
Eerst sloopwerk en sleuven, dan alle leidingen leggen en de tappunten precies uitmeten, dan afpersen, en pas daarna wandafwerking en tegelwerk. Meet de hoogtes vanaf de afgewerkte vloer, dus reken de tegel en de lijm mee. Controleer bij een inbouwthermostaat de uitsteekmaat voordat je de wand dichtzet: het inbouwdeel heeft een minimale en een maximale inbouwdiepte en de tegeldikte telt daarin mee. Tegelen voor het afpersen is de duurste volgorde die er is.
Kan ik waterleiding aanleggen zonder kruipruimte?
Dat kan, maar je route verandert. Zonder kruipruimte lopen de leidingen door de dekvloer in een mantelbuis, langs de wand achter een voorzetwand of via de plint in een leidingkoker. Naar een schuur of garage betekent het meestal dat de leiding ergens boven de vloer door de gevel naar buiten gaat. Isoleer dat stuk dan volledig, want de overgang van binnen naar buiten is de plek waar de leiding als eerste bevriest.
Hoe voorkom ik dat een waterleiding buiten bevriest?
Drie maatregelen, in volgorde van betrouwbaarheid. Leg het ondergrondse deel diep genoeg, ongeveer tachtig centimeter. Zorg dat je het buitendeel binnen kunt afsluiten en aftappen, zodat er in de winter geen water in staat. En isoleer het bovengrondse stuk in een gevulde koof of kous, met een verwarmingslint eronder als de ruimte erachter niet verwarmd is. PE-buis rekt bij bevriezing een stukje mee, maar de messing koppelingen en het kraanhuis barsten wel.
Welke buis gebruik ik voor het aanleggen van een persluchtleiding?
Aluminium systeemleiding met steekkoppelingen is voor een werkplaats de prettigste keuze: snel te leggen, glad vanbinnen en later uit te breiden. Verzinkt staal met schroefdraad en koper werken ook. Pvc gebruik je nooit voor perslucht, want de olienevel uit de compressor tast het aan en het versplintert bij een barst. Voor een leiding tot dertig meter zit je met 20 tot 25 millimeter goed; dunner geeft merkbare drukval bij een slijptol of een schuurmachine.
Hoe leg ik een persluchtleiding in de werkplaats aan zonder water in het gereedschap?
Geef de hele leiding één tot twee procent afschot naar één laag punt en zet daar een aftapkraan of een automatische condensafvoer. Tak elk tappunt af vanaf de bovenkant van de buis, met een lus die daarna naar beneden loopt naar de snelkoppeling. Condens zakt dan door naar het laagste punt in plaats van mee de slang in. Zet vlak achter de compressor een koeler of waterafscheider en tap de ketel dagelijks af.
Waarom zakt de druk tijdens mijn afpersproef?
In de meeste gevallen zit er ergens een verbinding niet goed: een vergeten persfitting, een buis die niet tot de aanslag ingestoken is of een schroefdraad die te weinig afdichtmateriaal heeft. Veeg alle koppelingen droog, wacht een kwartier en voel ze na. Let ook op de proef zelf: pers je met lucht in plaats van water, dan zakt de druk al door een temperatuurdaling van een paar graden. Een afpersproef met water geeft een veel eerlijker beeld.
Wanneer je beter een vakman belt
Het leggen van leidingen achter je eigen hoofdkraan is werk dat je met geduld en een afpersproef prima zelf doet. Er zijn wel vier momenten waarop je beter stopt en belt.
Het eerste is alles aan de aansluitleiding en de watermeter zelf. Dat is eigendom van het waterbedrijf, en het verzegelde deel opent alleen een monteur van het waterbedrijf. Wil je een grotere aansluiting of een verplaatste meter, dan loopt dat via hen.
Het tweede is graafwerk waar kabels en leidingen van de nutsbedrijven kunnen liggen. Doe een graafmelding voordat je machinaal of dieper dan een spade gaat, en laat een gasleiding of een middenspanningskabel met rust. Twijfel je over de ligging, dan graaf je daar met de hand en op dat moment ook niet verder.
Het derde is een tracé dat alleen kan met een horizontale sleuf in een dragende wand of met een sparing door een balklaag. Daar zit een constructief oordeel achter dat je niet op gevoel maakt. Een constructeur of een aannemer kijkt daar in een uur naar.
Het vierde is warm tapwater dat je van een cv-ketel of een warmtepomp aftakt. De installatie zelf, de expansie en de inlaatcombinatie horen bij het toestel en vragen kennis van dat merk. Meer werk dat op dit grensgebied ligt, vind je bij onze pagina's over sanitair en loodgieterswerk in huis.