Waterdruk laag: zo vind je de oorzaak
Wie klaagt over een lage waterdruk mist meestal geen bar maar liters per minuut. Meet daarom eerst met een emmer en een stopwatch wat er koud en warm uit dezelfde kraan komt, en kijk of het overal speelt of op één punt. In verreweg de meeste woningen zit de oorzaak in een dichtgeslibd zeefje, een half gesloten kraantje, een aftakking van 12 millimeter of het warmwatertoestel zelf. De wijzer op je cv-ketel hoort bij het verwarmingscircuit en zegt niets over de druk uit je kraan.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Emmer van tien liter met een streepje op de tien liter
- Stopwatch of de timer op je telefoon
- Manometer met slangkoppeling voor de wasmachine- of buitenkraan
- Waterpomptang met een lap eromheen
- Steeksleutelset en een kleine kruiskopschroevendraaier
- Perlatorsleutel voor kranen met een verzonken zeefje
- Zaklamp en een spiegeltje om achter meubels te kijken
- Oude tandenborstel
Materiaal
- Schoonmaakazijn of een ontkalker voor sanitair
- Nieuwe perlator in de maat van je kraan
- Reserve rubbertjes voor de doucheslang en de kraanaansluitingen
- Teflontape voor koppelingen die je opnieuw dicht moet zetten
- Emmer en doeken om het restwater op te vangen
Wat een lage waterdruk meestal werkelijk is
Een slap straaltje noemt iedereen lage waterdruk, maar in de meeste woningen ontbreekt niet de druk maar de hoeveelheid. Druk is de kracht waarmee het water tegen de kraan duwt en die reken je in bar. Het aantal liters per minuut bepaalt hoe een douche aanvoelt, en dat wordt vooral begrensd door de waterleidingen die het water door je huis brengen.
Dat onderscheid is geen theorie. Wie een pomp koopt terwijl er een zeefje dicht zit, heeft na een middag werk precies hetzelfde straaltje. En wie de leiding naar de badkamer vervangt terwijl de aanvoer vanaf de straat al krap is, verlegt het probleem alleen maar.
Meten kost een kwartier. Zet een emmer van tien liter onder de keukenkraan, draai hem volledig open en klok hoe lang het vullen duurt. Veertig seconden voor tien liter betekent vijftien liter per minuut, een minuut betekent tien liter per minuut. Doe dat één keer met de kraan volledig koud en één keer volledig warm, en herhaal het bij de douche zonder douchekop.
Met die vier getallen op papier weet je binnen een kwartier of het probleem overal zit, alleen aan de warme kant, of alleen op één tappunt. Pas als je dat weet, heeft het zin om iets te vervangen of om na te denken over het opvoeren van de druk met een pomp of een dikkere leiding.
Meet zonder douchekop. Een kop met een waterspaarder begrenst de straal bewust op zes tot negen liter per minuut, en dan meet je die begrenzer in plaats van je installatie. Draai de slang los, houd hem in de emmer en klok opnieuw.
Speelt het overal of maar op één plek
De snelste manier om de oorzaak in te perken is kijken waar het probleem wél en waar het níet optreedt. Een lage druk in het hele huis komt van de aanvoer, de hoofdkraan of de hoofdleiding. Een lage druk op één kraan komt bijna altijd van die kraan zelf of van de afsluiter eronder.
Loop daarvoor alle tappunten langs met dezelfde vraag: hoe hard komt het koud, hoe hard komt het warm. Noteer het per punt, want uit je hoofd vergelijken gaat mis. Een douche voelt altijd zwakker dan een keukenkraan, ook als er evenveel water doorheen gaat, omdat het water over twintig gaatjes verdeeld wordt.
Let ook op wanneer het begon. Is het geleidelijk minder geworden, dan wijst dat naar kalk en vuil dat zich in jaren opbouwt. Is het van de ene dag op de andere gebeurd, dan is er iets veranderd: werkzaamheden in de straat, een kraan die is dichtgedraaid, of vuil dat is losgekomen na een klus aan de leiding.
Dat laatste zien we vaak na een verbouwing. Zodra er gesoldeerd, geperst of afgedopt is, komt er gruis los dat zich verzamelt in het eerste zeefje dat het tegenkomt. Heb je zelf een leiding aangepast en werk je met een perstang op meerlagenbuis of koper, spoel de leiding dan altijd door voordat je de kranen weer monteert.
| Wat je merkt | Waar het meestal aan ligt | Wat je als eerste nakijkt |
|---|---|---|
| Eén kraan slap, de rest is normaal | Dichtgeslibde perlator of een half gesloten hoekstopkraan | Perlator eruit draaien en de kraantjes onder de wastafel volledig openen |
| Alleen warm water slap, koud loopt goed | Het warmwatertoestel, de aftakking ernaartoe of het zeefje in de koudwaterinlaat | Koud en warm apart klokken aan hetzelfde tappunt |
| Alleen de douche slap | Waterspaarder in kop of slang, verkalkte sproeigaatjes, vuile keerkleppen in de mengkraan | Meten zonder douchekop, daarna met kop |
| Het hele huis slap, ook koud | Hoofdkraan niet volledig open of een krappe aanvoer vanaf de meter | Hoofdkraan dichtdraaien en daarna helemaal opendraaien |
| Slap zodra er twee kranen tegelijk lopen | Te dunne hoofdleiding of stijgleiding | Elk punt eerst apart klokken, daarna samen |
| Boven slap, beneden prima | Hoogteverlies in combinatie met een dunne aftakking omhoog | Op de begane grond en op de verdieping meten en de getallen vergelijken |
| In de hele straat tegelijk slap | Werkzaamheden of een breuk in het leidingnet | Bij de buren vragen en het storingsoverzicht van je waterbedrijf bekijken |
| Over de jaren steeds minder geworden | Kalkaanslag in zeefjes, kraanbinnenwerk en de uitloop van een boiler | Zeefjes ontkalken en daarna opnieuw klokken |
| Meteen slap na een klus aan de leiding | Vuil dat is losgekomen en in een zeefje of klep is beland | Zeefjes van de dichtstbijzijnde tappunten controleren |
Waterdruk van warm water laag terwijl koud water goed loopt
Warm water komt nooit met meer kracht uit de kraan dan koud water, want het koude water duwt de inhoud van je toestel naar buiten. Meet je koud tien liter per minuut en warm vijf, dan zit het probleem in het traject vanaf de aftakking naar het toestel tot aan de kraan. Dat is een overzichtelijk stuk installatie met maar een handvol verdachten.
Bij een combiketel is het eerste antwoord meestal geen mankement maar de opgave van het toestel. Een ketel levert een vast aantal liters bij een bepaalde temperatuur, en dat aantal loopt hard op zodra je een lagere temperatuur vraagt. Een toestel dat tien liter per minuut van zestig graden maakt, haalt bij veertig graden ruim zeventien liter. Aan de kraan meng je zelf, dus de warme kant hoeft nooit alleen de hele douche te vullen.
Blijft er ook na dat rekensommetje te weinig over, dan kijk je naar het zeefje in de koudwaterinlaatkraan onder de ketel. Dat filtertje vangt al het vuil uit de leiding op en zit na een verbouwing binnen een week dicht. Bij een gesloten boiler is de inlaatcombinatie de klassieke boosdoener: in dat blok zit een klepje met een pennetje, en als dat pennetje uit zijn gaatje schiet blijft de klep half hangen.
Een derde oorzaak zit in de mengkraan zelf. In een thermostatische douchekraan zitten twee terugslagkleppen, en vuil houdt zo'n klepje open. Dan drukt de koude kant in de warme leiding en merk je aan een andere kraan in huis dat er ineens lauw water uit komt. Bij zo'n kraan zitten de zeefjes in de s-koppelingen tussen de muur en de kraan, en dat is meteen de makkelijkste plek om te beginnen.
| Toestel | Wat het ongeveer levert | Waar het voor volstaat | Waar het tekortschiet |
|---|---|---|---|
| Combiketel klasse CW3 | Rond 7,5 liter per minuut van 60 graden | Douche en keukenkraan in een klein huishouden | Bad vullen en twee warme tappunten tegelijk |
| Combiketel klasse CW4 | Vergelijkbaar tapdebiet, maar met badvulling in de opgave | Douche en een bad van gemiddelde inhoud | Een ruime regendouche |
| Combiketel klasse CW5 | Rond 10 liter per minuut van 60 graden, ongeveer 17 liter van 40 graden | Ruime douche en een bad vullen | Twee douches tegelijk |
| Combiketel klasse CW6 | Rond 12,5 liter per minuut van 60 graden | Grote regendouche of twee tappunten kort na elkaar | Twee gelijktijdige douches blijft krap |
| Gesloten elektrische voorraadboiler | De volle leidingdruk zolang de inhoud strekt | Douche en keuken binnen de inhoud van het vat | Als het vat leeg is, want opwarmen duurt uren |
| Drukloze keukenboiler onder het aanrecht | Een paar liter per minuut, van huis uit een dun straaltje | Handen wassen en afwassen | Alles wat meer vraagt, en er hoort een lagedrukkraan op |
| Warmtepompboiler of zonneboilervat | Leidingdruk, maar met een mengventiel dat de temperatuur begrenst | Normaal huishoudelijk gebruik | Als het mengventiel verkalkt is en gaat knijpen |
De opgave op het typeplaatje van je toestel is leidend, niet de klasse-aanduiding uit een folder. Zoek het typenummer op en noteer de liters per minuut bij de opgegeven temperatuur. Meet je in de buurt van dat getal, dan is er niets mis en zoek je verder in de kraan of in de leiding.
Waar de doorlaat verdwijnt: zeefjes, kleppen en flexibels
In een normale woning zitten tussen de watermeter en de douchekop al gauw acht plekken waar de doorlaat kleiner is dan de leiding zelf. Elk van die plekken kan vuil vangen, en samen verklaren ze het overgrote deel van alle klachten over een slappe straal.
Begin bij het goedkoopste eind. De perlator in de kraanuitloop draai je met de hand of met een waterpomptang met een lap eromheen los. Zit er kalk en zand in, leg hem dan een nacht in schoonmaakazijn en borstel hem uit met een oude tandenborstel. Een nieuwe kost een paar euro, dus vervangen is ook geen ramp.
Kijk daarna naar de flexibels. Elke flexibele aansluitslang onder een kraan heeft een kleinere inwendige doorlaat dan de leiding waar hij aan hangt. Drie stuks achter elkaar in een krappe kastbodem, met een knik erin omdat de slang net te lang was, kost je merkbaar liters. Eén korte slang die recht loopt is altijd beter dan twee die elkaar aanvullen.
Sluit af met de afsluiters. Een hoekstopkraan die jaren niet bewogen heeft, staat vaak een slag te weinig open, en bij oud binnenwerk draait het knopje wel mee terwijl de klep half blijft staan. Draai elke afsluiter volledig open en dan een kwartslag terug. Moet je een kraan losnemen om erbij te komen, sluit dan af en dop de leiding tijdelijk af zoals bij het afdoppen van een leiding die je even niet gebruikt.
| Waar je kijkt | Wat je daar aantreft | Hoe je het aanpakt |
|---|---|---|
| Perlator in de kraanuitloop | Kalkschilfers en zandkorrels | Losdraaien, een nacht in azijn, uitborstelen of vervangen |
| Zeefjes in de s-koppelingen achter een wandkraan | Fijn gruis, soms soldeerkorrels na een verbouwing | Kraan losnemen, zeefjes uitspoelen, schroefdraad opnieuw dichten |
| Hoekstopkraan onder wastafel of toilet | Half open of vastgekoekt binnenwerk | Volledig openen en een kwartslag terug, bij vastzitten vervangen |
| Doucheslang en douchekop | Waterspaarder plus verkalkte sproeigaatjes | Kop een nacht in ontkalker, de ring alleen weghalen als je meer verbruik accepteert |
| Koudwaterinlaat van de cv-ketel | Zeefje in de inlaatkraan dichtgeslibd | Water afsluiten, koppeling los, zeefje reinigen en terugzetten |
| Inlaatcombinatie onder een gesloten boiler | Klepje dat half blijft hangen, soms een afgebroken pennetje | Het hele blok vervangen, dat is één compleet onderdeel |
| Terugslagkleppen in een thermostatische douchekraan | Vuil dat de klep openhoudt en warm en koud laat mengen | Kraan demonteren, kleppen schoonmaken of vervangen |
| Flexibele aansluitslangen achter kraan of toestel | Kleine doorlaat, vaak met een knik | Zo kort en zo recht mogelijk, niet meerdere achter elkaar |
De druk op je cv-ketel is niet de druk uit je kraan
Dit is de meest voorkomende verwarring bij lage waterdruk. Je cv-ketel heeft een eigen, gesloten watercircuit met radiatoren, en de wijzer of het display van dat circuit hoort tussen ongeveer 1,5 en 2 bar te staan als de installatie koud is. Dat getal zegt niets over de druk waarmee het water uit je douchekraan komt.
Er is één verband: je vult dat circuit met leidingwater. Kun je de ketel tot twee bar bijvullen, dan is de druk op je waterleiding op dat moment ten minste twee bar. Andersom werkt het niet. Een ketel bijvullen maakt de straal in je douche geen millimeter dikker.
Zakt de druk in het cv-circuit steeds weg, dan lekt er ergens water of laat een expansievat het afweten. Een vat dat zijn voordruk kwijt is, laat de wijzer bij het opwarmen ver oplopen en bij het afkoelen weer onder de grens zakken. Ontluchten hoort erbij: een radiator die alleen bovenaan warm wordt, heeft lucht of te weinig doorstroming.
Meldt de ketel dat de waterdruk te laag is terwijl de meter een keurige waarde aanwijst, wees dan voorzichtig met het vervangen van onderdelen. Wij zien dan vaker een losse stekker, een geknelde kabel of een druksensor die kort inzakt op het moment dat de pomp aanslaat dan een echt drukprobleem. Meet ook op welke hoogte je afleest, want dat scheelt echt.
Laat de vulslang nooit aan de ketel zitten. Zo'n slang verbindt je drinkwaterleiding rechtstreeks met het cv-water. Zakt de kraanwaterdruk weg door werkzaamheden of een breuk, dan kan er water uit het verwarmingscircuit terugstromen in de drinkwaterleiding. Koppel de slang na het bijvullen los en sluit beide vulkranen. Dat is een voorschrift, geen gewoonte, en het is meteen de manier om te zien of zo'n vulkraan wel echt dicht is.
Waar je druk en liters onderweg kwijtraakt
Tussen de watermeter en je douchekop verdwijnt er onderweg altijd iets, en het helpt om te weten hoeveel elk stuk kost. Hoogte is de eenvoudigste: elke tien meter stijging haalt er ongeveer één bar af, en een verdieping is al snel drie meter. Een badkamer op zolder begint dus met een flinke handicap ten opzichte van de keukenkraan beneden.
De leidingmaat doet daarna het meeste werk. Als een buis dikker wordt, gaat de doorlaat harder omhoog dan de maat zelf, waardoor de stap van 12 naar 15 millimeter groter is dan hij klinkt. In woningen van voor de jaren tachtig ligt richting badkamer nog vaak 12 millimeter koper, en dat is precies de reden dat een dure kraan daar toch tegenvalt.
Lengte en bochten kosten pas iets op het moment dat er water stroomt. Stilstaand meet je overal dezelfde bar, maar zodra de kraan open gaat, betaalt elke knie en elke koppeling mee. Een leiding die via een omweg door het hele huis naar boven loopt, levert daardoor minder dan dezelfde maat in een rechte lijn.
Wil je het echt oplossen, dan is een nieuwe aftakking in 15 millimeter of 16 millimeter meerlagenbuis vaak effectiever dan welk apparaat ook. Hoe je zo'n traject opzet staat bij het aanleggen van een nieuwe waterleiding, en de hoogtes waarop kranen en aansluitpunten gangbaar zitten vind je in ons overzicht met standaardmaten en maatvoering.
| Waar je druk of liters kwijtraakt | Orde van grootte | Wat je eraan kunt doen |
|---|---|---|
| Tien meter hoogteverschil | Ongeveer 1 bar | Aan de hoogte niets, wel aan de maat van de leiding naar boven |
| Aftakking van 12 mm in plaats van 15 mm | Ruwweg de helft van de liters | Het stuk tot aan de kraan vervangen |
| Lang traject met veel bochten en koppelingen | Merkbaar zodra er water stroomt | Korter en rechter leggen, minder verbindingen |
| Drie flexibele slangen achter elkaar | Enkele liters per minuut | Eén korte slang zonder knik |
| Hoofdkraan die half open staat | Een groot deel van je debiet | Volledig openen en een kwartslag terug |
| Verkalkte perlator | Tot de helft van de doorlaat | Ontkalken of vervangen voor een paar euro |
| Waterspaarder in douchekop of slang | Begrenst rond 6 tot 9 liter per minuut | Bewust laten zitten of weghalen, met meer verbruik als gevolg |
| Twee tappunten tegelijk open | Elk punt houdt minder over | Een zwaardere hoofd- of stijgleiding |
Lage druk in een appartement of op de bovenste verdieping
In een appartementengebouw komt het water via een gemeenschappelijke stijgleiding omhoog. Woon je hoog, dan begin je al met minder druk dan de bewoner op de begane grond, en op momenten dat het hele gebouw doucht wordt dat verschil groter. Dat is geen mankement maar de optelsom van hoogte en gelijktijdig gebruik.
Voordat je iets aanschaft, meet je op twee momenten: vroeg in de ochtend als iedereen tapt en midden op de dag als het rustig is. Scheelt dat fors, dan ligt het aan de stijgleiding of aan de aanvoer van het gebouw, en dan is de vereniging van eigenaren of de verhuurder aan zet. Scheelt het niets, dan zit de oorzaak binnen je eigen voordeur.
Een drukverhoger in je eigen appartement is een middel dat pas werkt als er genoeg water binnenkomt om te verplaatsen. Een pomp maakt van vijf liter per minuut geen tien. Bovendien trek je met een pomp aan een gedeelde leiding, waardoor je buren minder overhouden. Voor een gedeelde stijgleiding is een gebouwbrede oplossing de juiste route.
Huur je, dan is de volgorde eenvoudig. Meet, schrijf de getallen op met datum en tijd, en meld het bij de verhuurder voordat je zelf gaat sleutelen aan een installatie die niet van jou is. Voor de aanpak binnen je eigen woning is een drukverhoger of een dikkere aftakking daarna nog steeds het gesprek.
Als het probleem buiten je woning ligt
Soms ligt de oorzaak vóór de watermeter, en dan is zoeken in huis verspilde moeite. Het herkenbare signaal is dat alles tegelijk slap is, koud en warm, boven en beneden, zonder dat er iets veranderd is binnenshuis.
Begin bij de hoofdkraan naast de meter. Draai hem helemaal dicht en daarna volledig open, en let op of je weerstand voelt. Bij oude wielkranen raakt het binnenwerk soms los, waardoor het wiel wel draait maar de klep half blijft hangen. Bel je waterbedrijf als je twijfelt aan de kraan of aan de meter, want dat deel is van hen.
Waterbedrijven leggen in hun leveringsvoorwaarden vast welke druk en welke hoeveelheid ze bij de aansluiting leveren. In de meeste Nederlandse woningen staat er bij de meter ergens tussen de 2 en 3 bar, en de aansluiting van een gewone eengezinswoning is gedimensioneerd op een piek van tientallen liters per minuut. Kom je daar structureel ver onder, dan mag je verwachten dat je waterbedrijf het meet.
Wat je zelf kunt uitsluiten is een lekkage in de aanvoer. Draai alle kranen dicht, zet ook de wasmachine en de vaatwasser stil en kijk of het kleine wieltje in de watermeter nog beweegt. Draait dat, dan loopt er ergens water weg, en dan verklaart dat allebei je klachten: een hoge rekening en een slappe straal.
Een woning met een eigen bron of een vat op het dak
In vakantiewoningen en in landen zonder een leidingnet zoals wij dat kennen, komt het water uit een put omhoog en gaat het eerst naar een vat op het dak. De druk beneden is dan puur de hoogte van het water boven het tappunt: tien meter geeft ongeveer één bar, en op de verdieping eronder blijft er nog minder over.
Zo'n opstelling kan een douche wel voeden, maar een bad vullen vraagt liters, en die haal je niet door een halve duim leiding met een paar bochten. De werkende combinatie is een drukverhoger met een klein drukvat direct achter het vat, plus een dikkere hoofdleiding het huis in. De pomp maakt de druk, de leidingmaat levert de liters.
Klapperen, luchtbellen en melkwit water
Klachten over de druk gaan vaak samen met geluid. Een leiding die begint te klapperen zodra je een kraan opent of sluit, is meestal geen drukprobleem maar een leiding die niet vastzit. Water dat abrupt tot stilstand komt geeft een drukstoot, en een buis die los in een sleuf of tegen een balk ligt, geeft die stoot door aan het hele huis.
Zoek dan eerst de beugels. Een leiding hoort om de meter tot anderhalve meter vastgezet te zijn, met een rubber tussenstuk waar hij door een muur of langs hout loopt. Snelsluitende ventielen van een wasmachine of vaatwasser zijn berucht, maar ook een versleten binnenwerk in een oude keukenkraan laat de leiding trillen.
Gaat het klapperen weg door een andere kraan even open te zetten, dan wijst dat naar lucht in de leiding of naar keerkleppen in een mengkraan die vuil zijn. Dat laatste verklaart ook waarom er tijdens het douchen ineens water in de keukenkraan lijkt te lopen: warm en koud vinden dan een weg langs elkaar.
Melkwit water dat van onderaf helder wordt is geen probleem. Dat zijn microscopisch kleine luchtbelletjes die de perlator er bewust inbrengt, en na een onderbreking in de aanvoer duurt dat een paar dagen langer. Blijft het water troebel of ruikt het, spoel dan flink door en meld het bij je waterbedrijf.
Blijft het klapperen na het vastzetten van de leidingen, kijk dan naar de druk zelf. Een installatiedruk boven ongeveer 5 bar belast kranen, slangen en het vulventiel van een wasmachine flink, en dan is een drukreduceerventiel achter de meter de juiste oplossing. Meet dat wel eerst met een manometer op de wasmachinekraan in plaats van het te gokken.
Zo spoor je de oorzaak van een lage waterdruk op
Deze volgorde werkt van goedkoop naar duur en van makkelijk naar ingrijpend, zodat je niets vervangt wat nog goed is.
-
Klok het debiet aan de keukenkraan
Zet een emmer van tien liter onder de kraan, draai hem volledig open en klok de tijd, eerst helemaal koud en daarna helemaal warm. Noteer beide getallen. Vanaf hier vergelijk je alles met deze twee waarden, dus dit is de meting waar de rest op steunt.
-
Herhaal de meting bij de douche en de wastafel
Draai bij de douche de kop van de slang en houd de slang in de emmer, zodat je de installatie meet en niet de waterspaarder. Zit er een groot verschil tussen de tappunten, dan weet je meteen dat het probleem lokaal is en niet bij de aanvoer.
-
Controleer de hoofdkraan bij de watermeter
Draai hem dicht en weer volledig open, en dan een kwartslag terug. Kijk tegelijk of het kleine wieltje in de meter stilstaat terwijl alle kranen dicht zijn. Draait dat toch, dan lekt er ergens water en heeft verder zoeken in de badkamer geen zin.
-
Meet de druk met een manometer
Draai een manometer op de wasmachinekraan of de buitenkraan. Lees eerst af met alles dicht, daarna terwijl er elders een kraan volledig open staat. Blijft de wijzer stilstaan, dan is er ruimte genoeg in de aanvoer. Zakt hij fors weg, dan zit de weerstand in de leiding tussen de meter en dat punt.
-
Draai de zeefjes eruit
Neem de perlator van elke kraan, de zeefjes in de s-koppelingen achter een wandkraan en het filtertje in de koudwaterinlaat van je ketel. Leg wat vuil is een nacht in schoonmaakazijn. Bij het terugzetten dicht je schroefdraad opnieuw af met strak gewikkelde teflontape in de goede draairichting.
-
Vergelijk warm met koud bij het toestel
Is alleen de warme kant slap, zoek dan het typeplaatje van je ketel of boiler op en kijk hoeveel liter per minuut het toestel bij welke temperatuur hoort te geven. Meet je in de buurt van die opgave, dan werkt het toestel gewoon en zoek je verder in de kraan of de aftakking.
-
Kijk pas nu naar de leidingmaat
Blijft er een tekort over dat je nergens anders kunt verklaren, dan is de aftakking te dun of te lang. Volg de leiding vanaf de hoofdleiding en meet de buitendiameter. Twaalf millimeter naar een douche is de klassieke bottleneck en vervangen is dan effectiever dan wat voor apparaat ook.
-
Weeg af of een pomp nog iets toevoegt
Een drukverhoger heeft alleen zin als er genoeg water binnenkomt en de druk werkelijk te laag is, bijvoorbeeld hoog in een gebouw of achter een eigen watervoorziening. In alle andere gevallen versterkt hij vooral het geluid en de slijtage. Weeg dat af met wat je in de eerste stappen gemeten hebt.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nagelopen voordat je iets vervangt of koopt
Uit de praktijk
Nieuwe badkamer, nieuwe leidingen en toch een slap warm straaltje
In een jaren-dertig woning was de badkamer verbouwd en waren alle leidingen vervangen door 15 millimeter. De combiketel was een half jaar oud. Toch viel de douche tegen. Meten gaf een helder beeld: koud tien liter per minuut in de keuken, bij de wastafel en bij de douche, maar warm bleef overal steken rond 4,6 tot 4,8 liter per minuut. De ketel op vijftig graden zetten in plaats van zestig maakte nauwelijks verschil.
Dat patroon wijst niet naar de leidingen, want die leverden koud precies wat je mag verwachten. Het wijst naar het traject waar alleen warm water doorheen gaat. Het zeefje in de koudwaterinlaatkraan onder de ketel zat vol met gruis en persresten van de verbouwing, en in de s-koppelingen van de douchekraan lag hetzelfde vuil.
Na het reinigen van die zeefjes ging het warme debiet omhoog richting de opgave van het toestel. Wat daarna nog overbleef was de douchekop zelf: een grote kop verdeelt hetzelfde water over meer gaatjes, waardoor de straal zachter aanvoelt terwijl er evenveel liters doorheen gaan.
Op de boiler staat 7 bar, uit de kraan komt een dun straaltje
Bij een elektrische boiler stond op het overdrukventiel 7 bar vermeld, en in de documentatie van het toestel kwam datzelfde getal terug. In de praktijk voelde het alsof er nog geen bar uit kwam.
Het misverstand zit in wat dat getal betekent. Zeven of acht bar op een overdrukventiel is de druk waarbij het ventiel opengaat om het vat te beschermen, niet de druk die het toestel levert. Een gesloten boiler geeft simpelweg de druk door die er via de koude kant binnenkomt, niet meer.
Bleef er dan echt te weinig over, dan waren er twee verdachten. De inlaatcombinatie onder het vat, waarin een klepje half kan blijven hangen, en de uitloop van het vat die na jaren dichtgeslibd raakt met kalk. Er is nog een derde mogelijkheid die vaak vergeten wordt: een drukloze keukenboiler geeft van huis uit een dun straaltje, want die staat niet onder leidingdruk en hoort met een lagedrukkraan gebruikt te worden.
Een ketel die melding maakt van te lage druk terwijl de meter goed staat
Een cv-ketel uit 2010 gaf een paar keer per dag de melding dat de waterdruk te laag was, waarna de thermostaat een foutmelding liet knipperen en het toestel er na een paar minuten uit zichzelf weer uit kwam. Op het display van de ketel stond 1,8 bar, op een analoge manometer op de begane grond 2,5 bar. De druk zakte niet en er hoefde nooit bijgevuld te worden.
Het verschil tussen die twee meters is geen mankement maar natuurkunde: ongeveer 0,7 bar verschil komt overeen met zo'n zeven meter hoogteverschil tussen de ketel op zolder en de manometer beneden. Beide meters hadden dus gelijk.
Er waren al twee sensoren vervangen zonder resultaat, en dat is precies de valkuil. Bij een melding die vanzelf verdwijnt en niet aan een tapmoment gekoppeld is, kijken wij liever eerst naar de bedrading: een stekkertje dat niet vastklikt, een geknelde kabel of een korte drukdip op het moment dat de pomp aanslaat. Onderdelen vervangen zonder meting is dan raden op andermans rekening.
Bijgevuld na te lage druk, en daarna sloeg de ketel niet meer aan
Een combiketel gaf aan dat de cv-druk te laag was. Na het bijvullen kwam er geen verwarming en geen warm water meer, met een foutcode die op uitblijvende vlamvorming wees. Er werd een ontstekingsonderdeel vervangen en er kwamen twee monteurs langs, zonder resultaat.
De denkfout zit in de aanname dat het bijvullen de oorzaak was. Een code die zegt dat er geen vlam gevormd wordt, gaat over de gaszijde en de ontsteking, niet over het water. Wat er in zo'n geval speelt is meestal een verstopte condensafvoer of sifon, een vervuilde ontstekings- of ionisatiepen, of een aardingsprobleem waardoor het toestel de vlam niet meet.
De les die je hier meeneemt is de volgorde. Behandel de cv-druk en de ontsteking als twee losse vragen, en laat de gaszijde over aan een installateur met de juiste meetapparatuur. Zelf onderdelen bestellen op basis van een foutcode kost snel meer dan één servicebeurt.
Veelgemaakte fouten
De cv-ketel bijvullen om de douche harder te laten lopen
De druk in het verwarmingscircuit staat volledig los van de druk in je drinkwaterleiding. Bijvullen boven de aanbevolen waarde geeft je geen liter extra onder de douche, maar laat het overstortventiel bij het opwarmen wel water afblazen. Daarna sta je met een te lage cv-druk én een slappe straal.
Een pomp kopen voordat er iets gemeten is
Een drukverhoger verplaatst alleen wat er binnenkomt. Zit er een dichtgeslibd zeefje of een half gesloten afsluiter tussen, dan pompt hij tegen die weerstand in en verandert er niets aan de straal. Meet eerst de liters per minuut, want dat getal vertelt of een pomp überhaupt het juiste gereedschap is.
Blind onderdelen vervangen bij een melding over te lage druk
Een druksensor is snel vervangen en klinkt logisch, maar als de melding vanzelf komt en gaat, ligt de oorzaak vaker in een contact, een kabel of een korte dip bij het aanslaan van de pomp. Vervangen zonder meting is gokken, en na twee onderdelen is de rekening hoger dan het onderzoek had gekost.
De vulslang aan de ketel laten hangen
Het lijkt handig voor de volgende keer, maar zo'n slang verbindt drinkwater met cv-water. Zakt de kraandruk weg, dan kan er water uit het verwarmingscircuit de andere kant op stromen. Bovendien merk je een vulkraan die niet goed sluit niet meer op, omdat het lekwater in de slang blijft staan in plaats van zichtbaar te druppelen.
De perlator weggooien in plaats van schoonmaken
Zonder perlator spat de straal alle kanten op en meng je lucht noch water netjes. De doorlaat wordt ook nauwelijks groter, want de begrenzing zit meestal in het kraanbinnenwerk. Een nacht in schoonmaakazijn en een tandenborstel doen hier meer dan de vuilnisbak.
Een grote regendouche hangen aan een leiding van 12 millimeter
Een kop met veel gaatjes vraagt liters, geen bar. Op een oude aftakking van 12 millimeter komt daar hooguit vijf tot zeven liter per minuut doorheen, en dat verdeeld over een grote kop voelt als motregen. Vervang de aftakking naar 15 of 16 millimeter voordat je de kop koopt.
Meten met de douchekop erop
De waterspaarder in de kop of in de wartel van de slang begrenst de doorstroming bewust. Meet je daarmee, dan meet je die begrenzer en niet je installatie, en beoordeel je je leidingen verkeerd. Draai de kop eraf en klok de kale slang.
Warm en koud niet apart vergelijken
Zonder die vergelijking weet je niet of je in de aanvoer moet zoeken of in het traject na de aftakking naar het toestel. Twee metingen aan dezelfde kraan kosten drie minuten en halveren het aantal mogelijke oorzaken. Sla je die stap over, dan ga je op goed geluk onderdelen langs.
Veelgestelde vragen
Waarom is de waterdruk van warm water laag terwijl koud water goed loopt?
Warm water komt altijd via het koude water binnen, dus de warme kant kan nooit sterker zijn dan de koude. Loopt koud goed en warm slap, dan zit de oorzaak tussen de aftakking naar je toestel en de kraan. De drie meest voorkomende zijn het zeefje in de koudwaterinlaat van de ketel, een inlaatcombinatie onder een boiler waarvan het klepje half blijft hangen, en de begrensde hoeveelheid liters die je toestel bij die temperatuur kan leveren. Meet altijd eerst koud en warm aan hetzelfde tappunt.
Hoeveel bar waterdruk hoort er in huis te staan?
In de meeste Nederlandse woningen staat er bij de watermeter ongeveer 2 tot 3 bar, en aan het tappunt hoort er tijdens gebruik minimaal ongeveer 1 bar over te blijven. Boven de 5 bar wordt het eerder een belasting voor kranen en slangen dan een voordeel. Wat je waterbedrijf precies levert staat in de leveringsvoorwaarden en verschilt per gebied, dus zoek dat op voor jouw aansluiting voordat je daar iets uit afleidt.
Hoeveel liter per minuut moet het waterbedrijf leveren?
Waterbedrijven leggen in hun leveringsvoorwaarden een minimale druk en een richtwaarde voor de hoeveelheid bij de aansluiting vast, en die waarden verschillen per bedrijf en per gebied. Een gewone woningaansluiting is gedimensioneerd op een piek van tientallen liters per minuut voor de hele woning. Kom je met alle kranen dicht en één kraan open structureel veel lager uit, meld dat dan bij je waterbedrijf en vraag om een meting bij de meter. Het deel tot en met de watermeter is van hen.
Mijn cv-ketel meldt dat de waterdruk te laag is, wat betekent dat?
Die melding gaat over het gesloten verwarmingscircuit en niet over je drinkwater. Koud hoort de wijzer ongeveer tussen 1,5 en 2 bar te staan. Zakt hij steeds weg, dan lekt er water of is het expansievat zijn voordruk kwijt. Staat de druk goed en komt de melding toch, kijk dan naar de bedrading van de druksensor en naar het moment waarop de melding komt. Een straal die tegelijk slap is uit de kraan, staat daar los van.
Waarom staat er op de ketel 1,8 bar en op de manometer beneden 2,5 bar?
Dat verschil komt door hoogte. Elke tien meter waterkolom is ongeveer één bar, dus zeven meter tussen een ketel op zolder en een manometer op de begane grond geeft ongeveer 0,7 bar verschil. Beide meters kloppen dan gewoon. Lees de druk altijd af op het toestel zelf, want dat is de waarde waar de ketel op reageert, en gebruik de andere meter alleen om te zien of de druk stabiel blijft.
Waterdruk laag in de douche maar prima in de keuken, hoe kan dat?
Dan zit de oorzaak in de aftakking naar de badkamer of in de kraan zelf. Loop deze vier langs: de waterspaarder in de douchekop of in de wartel van de slang, verkalkte sproeigaatjes, vervuilde zeefjes in de s-koppelingen achter de kraan, en de terugslagkleppen in een thermostatische mengkraan. Blijft het tegenvallen met een kale slang in de emmer, dan is de aftakking waarschijnlijk 12 millimeter en te dun voor moderne douchekoppen.
Kan een verstopt zeefje in de kraan de druk echt zoveel verlagen?
Ja, en dit is de meest onderschatte oorzaak. In een perlator zitten gaatjes van minder dan een millimeter, en die slibben in een paar jaar dicht met kalk en zandkorrels. De doorlaat kan daardoor halveren zonder dat je het geleidelijk merkt. Draai de perlator los, houd hem tegen het licht en leg hem een nacht in schoonmaakazijn. Vervangen kost een paar euro als schoonmaken niet meer lukt.
Helpt een andere douchekop bij een lage waterdruk?
Soms, maar niet zoals gehoopt. Een kop met minder en fijnere gaatjes maakt de straal harder, terwijl er evenveel of zelfs minder water doorheen gaat. Dat voelt als winst en is voor het douchegevoel ook winst. Een grote regendouche doet precies het omgekeerde en heeft juist veel liters nodig. Het weghalen van de waterspaarder geeft meer liters, maar verhoogt je water- en gasverbruik navenant.
Waarom is de waterdruk in een appartement hoog in het gebouw zo laag?
Het water moet via een gedeelde stijgleiding omhoog en verliest ongeveer één bar per tien meter hoogte. Daar komt gelijktijdig gebruik bij: als het halve gebouw doucht, houdt de bovenste woning het minst over. Meet daarom vroeg in de ochtend en midden op de dag. Scheelt dat fors, dan is het een zaak van het gebouw en meld je het bij de vereniging van eigenaren of de verhuurder, want een pomp in je eigen woning gaat ten koste van je buren.
Is een lage waterdruk de oorzaak van klapperende leidingen?
Meestal niet. Klapperen ontstaat door een drukstoot als water abrupt stopt, en het geluid komt doordat de leiding niet goed vastzit. Zet de leiding om de meter tot anderhalve meter vast met beugels en gebruik rubber waar hij door een muur of langs hout loopt. Verdwijnt het geluid door een andere kraan open te zetten, dan zit er lucht in de leiding of houden vervuilde keerkleppen in een mengkraan warm en koud niet meer gescheiden.
Waarom komt er melkwit water met belletjes uit de kraan?
Dat is lucht en geen vervuiling. De perlator mengt lucht door het water, en na werkzaamheden aan het leidingnet zit er tijdelijk meer lucht in. Vang een glas op en zet het op tafel: wordt het van onderaf helder, dan is er niets aan de hand. Blijft het troebel of ruikt het, spoel dan een paar minuten flink door op een tappunt zonder perlator en meld het bij je waterbedrijf.
Wat doe ik als de waterdruk plotseling in het hele huis weg is?
Vraag eerst bij de buren of zij hetzelfde hebben, want dan ligt het aan het leidingnet en kun je het melden bij je waterbedrijf. Is het alleen bij jou, controleer dan de hoofdkraan naast de watermeter en kijk of het wieltje in de meter beweegt terwijl alle kranen dicht zijn. Beweegt het, dan lekt er ergens water in of onder je woning en sluit je de hoofdkraan af totdat je de plek gevonden hebt.
Kan een pomp mijn lage waterdruk altijd oplossen?
Nee. Een pomp verhoogt de druk, maar hij kan alleen verplaatsen wat er binnenkomt. Bij een dichtgeslibd zeefje, een half open afsluiter of een te dunne aftakking los je met een pomp niets op en krijg je er geluid en slijtage bij. Zinvol is hij als de druk werkelijk laag is en de hoeveelheid wel voldoende, bijvoorbeeld hoog in een gebouw of achter een eigen bron met een vat. Kijk voor de afweging bij de verschillende manieren om de druk op te voeren.
Wanneer je beter een vakman belt
Het opsporen van een lage waterdruk kun je in bijna alle gevallen zelf. Meten, zeefjes reinigen en afsluiters nalopen is geduldwerk zonder risico. Er zijn wel vier momenten waarop je stopt en belt.
Het eerste is alles achter het gaskraantje van je cv-ketel. Een toestel openen, de gaszijde meten of een ontstekingsonderdeel vervangen is werk voor een installateur met de juiste meetapparatuur, ook als een foutcode iets anders lijkt te suggereren.
Het tweede is de watermeter zelf en alles ervoor. Dat deel is eigendom van je waterbedrijf, en aan de meter of de aansluitleiding zit een verzegeling waar je vanaf blijft. Vermoed je daar een probleem, meld het dan en laat het meten.
Het derde is een lekkage in de aanvoerleiding onder de vloer of in de kruipruimte. Water dat wegloopt zonder dat je ziet waar, kan een fundering en een houten vloer aantasten. Een loodgieter spoort dat op met apparatuur in plaats van met sloopwerk, en dat scheelt vloerdelen.
Het vierde is een drukverhoger op de hoofdaanvoer. Die grijpt in op de installatie van het hele pand en op de leveringsvoorwaarden van je waterbedrijf, dus dat laat je aanleggen door een erkend installateur. Wat er verder bij het werk aan leidingen en toestellen komt kijken, staat verzameld bij sanitair en loodgieterswerk.