Zink solderen: dakgoot, deklijst en waterleiding
Zink smelt rond 419 graden en zacht soldeer vloeit al rond de 200 graden, dus de marge tussen een mooie naad en een gat is klein. Daarom verwarm je zink met een zware koperen bout en houd je de vlam op de bout, niet op de goot. Negentig procent van het resultaat zit in het schoonmaken: geoxideerd zink neemt geen tin aan, hoeveel vloeimiddel je er ook op gooit. Een koperen waterleiding is een ander verhaal: die verwarm je juist wel met een brander, maar dan moet de leiding kurkdroog zijn.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Koperen soldeerbout van 350 tot 500 gram, of een elektrische zinkbout
- Gasbrander op propaan of butaan om de bout te verhitten
- Salmiakblok of een vijl om de bout te vertinnen
- Zinkschraper en staalborstel
- Haakse slijper met lamellenschijf of stripdisc voor sterk verweerd zink
- Blikschaar en een felsbeitel of houten hamer voor plaatwerk
- Hittewerende mat of een stuk gipsplaat als brandscherm
- Emmer water en een spons om vloeimiddel weg te spoelen
- Voor koperleiding: soldeerbrander, buissnijder, schuurvlies en fittingborstel
Materiaal
- Soldeerstaaf tin/lood voor buitenwerk in zink
- Loodvrij soldeertin voor drinkwaterleidingen
- Soldeervloeistof voor zink, op basis van zinkchloride
- Vloeimiddel met de vermelding geschikt voor drinkwater, voor koperen leidingen
- Zinkplaat van dezelfde dikte voor een reparatieplaatje
- Schuurpapier korrel 180 of 240
- Schone doeken en keukenpapier
Waarom zink anders soldeert dan koper
Wie eerder een koperen leiding heeft gesoldeerd, denkt het bij zink ook wel te redden. Dat valt tegen, en het komt door één getal. Koper smelt pas rond 1085 graden, dus je kunt er met een flinke vlam op los. Zink smelt al bij ongeveer 419 graden, terwijl het soldeer dat je erop gebruikt rond 200 graden begint te vloeien. De speling tussen te koud en een gat in je goot is dus klein. Ben je hier vooral omdat je aan een leiding wilt werken, dan vind je bij alles over werken aan de waterleiding de rest van het verhaal.
Dat verschil bepaalt je warmtebron. Zink verwarm je met een zware koperen bout die je zelf op temperatuur brengt, want zo'n bout geeft de warmte langzaam en gedoseerd af. De brander gebruik je alleen om die bout heet te maken. Houd je de vlam rechtstreeks op het zink, dan zakt het materiaal op de warmste plek gewoon in elkaar en heb je een gat waar eerst een scheurtje zat.
Bij koper is het precies andersom: daar warm je de fitting en de buis met de vlam op, tot het soldeer vanzelf de verbinding in loopt. Diezelfde beweging op zink toepassen is de meest gemaakte beginnersfout.
| Materiaal | Smeltpunt | Warmtebron | Soldeer | Vloeimiddel |
|---|---|---|---|---|
| Zink, dakgoot en deklijst | Ongeveer 419 graden | Koperen bout, verhit met een gasbrander of elektrisch | Soldeerstaaf tin/lood, of loodvrij tin voor buitenwerk | Soldeervloeistof op basis van zinkchloride |
| Koper, drinkwaterleiding | Ongeveer 1085 graden | Open vlam van een propaan- of butaanbrander | Loodvrij soldeertin, geschikt voor drinkwater | Vloeimiddel met drinkwatervermelding op het etiket |
| Messing fitting op koper | Ongeveer 900 graden | Open vlam, iets korter aanhouden dan bij koper | Hetzelfde loodvrije tin als bij de leiding | Hetzelfde vloeimiddel als bij de leiding |
| Lood, oude aansluitstukken | Ongeveer 327 graden | Zachte vlam of bout, zeer voorzichtig | Speciaal loodsoldeer, geen drinkwatertoepassing | Talk of stearine, geen agressief zuur |
| Verzinkt staal | Staal blijft heel, de zinklaag brandt weg | Niet solderen | Werkt niet betrouwbaar | Kies een schroef-, klem- of persverbinding |
Zink dat te heet wordt, komt niet terug. Een ingezakte plek of een weggebrand gat repareer je alleen nog met een nieuw stuk plaat eroverheen. Oefen daarom eerst op een reststuk zink van dezelfde dikte tot je voelt wanneer het tin uit zichzelf gaat vloeien.
De bout, de brander en het vloeimiddel
Het gereedschap voor zink is ouderwets en dat heeft een reden. Een koperen bout van 350 tot 500 gram houdt zoveel warmte vast dat je er een halve meter naad mee doorloopt zonder bij te verwarmen. Verhit je de bout met een gasbrander, dan stop je zodra het koper donker begint te verkleuren. Een roodgloeiende bout is te heet: dan verbrandt de tinlaag op de punt en neemt hij geen soldeer meer aan. Er zijn ook elektrische zinkbouten van een paar honderd watt, die houden hun temperatuur constanter en zijn op een dak een stuk praktischer dan telkens heen en weer lopen naar de brander.
Voordat je begint, vertin je de punt van de bout op een salmiakblok met een druppel soldeer. Een blanke, vertinde punt draagt warmte over aan het zink; een zwarte, aangekoekte punt doet dat niet en dan blijf je duwen in koud tin. Vijl de punt schoon zodra hij dof en pokdalig wordt.
Het vloeimiddel is minstens zo bepalend. Zink oxideert razendsnel en dat laagje oxide moet weg op het moment dat het tin gaat vloeien. Klassiek gebruikte men daarvoor zoutzuur waarin stukjes zink waren opgelost, aangelengd in een loden potje. Dat werkt op verweerd zink nog steeds goed, maar het is agressief spul dat je niet zonder handschoenen en niet zonder ventilatie gebruikt. In de handel zijn er varianten voor oud zink die vergelijkbaar bijten en handiger in gebruik zijn.
Zink solderen met gasbrander of met een elektrische bout
Beide werken, en de keuze gaat vooral over waar je staat. Zink solderen met gasbrander betekent dat je de brander aan je werkplek hebt liggen en de bout er om de paar minuten weer op legt. Op een steiger is dat onhandig, en je hebt open vuur naast een houten dakrand. Een elektrische bout blijft op temperatuur zolang er stroom is en scheelt dat heen en weer. Met een verlengsnoer naar boven werk je rustiger, en het scheelt een gasfles op het steigerdek.
Wat je in geen van beide gevallen doet, is de vlam over het werkstuk halen. Bij het solderen van zink verwarmt de brander uitsluitend de bout. Zie je het zink verkleuren of zakken, dan zit je al boven de grens en is de schade er.
| Vloeimiddel | Waarvoor het bedoeld is | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| Soldeervloeistof S-39, klassieke samenstelling | Zink, verzinkt plaatwerk, buitenwerk | Niet voor drinkwaterleidingen, resten altijd afspoelen |
| S-39 met de vermelding voor drinkwaterleidingen | Koperen drinkwaterleiding | Alleen de variant met die tekst op het etiket, kijk goed |
| Soldeervloeistof S-65 | Koperen drinkwaterleiding, in combinatie met loodvrij tin | Na vijftien jaar in de kast liever een nieuwe fles |
| Zelfgemaakt zoutzuur met opgelost zink | Sterk verweerd, oud zink | Bijtend en dampend, handschoenen, bril en frisse lucht |
| Speciale vloeistof voor oud zink uit de zinkhandel | Goten en deklijsten van decennia oud | Werkt agressief, dus zuinig aanbrengen en direct solderen |
| Soldeerpasta voor koper | Fittingwerk waar vloeistof wegloopt | Blijft dikker staan, na afloop goed doorspoelen |
| Harskernsoldeer voor elektronica | Printwerk en draadjes | Nooit voor zink of waterleiding, de hars hecht niet |
Maak altijd eerst een proef op een schoongemaakt hoekje: breng vloeimiddel aan, zet de bout erop en kijk of het tin uitvloeit tot een glanzend plasje. Blijft het als een bolletje liggen, dan is het zink nog niet schoon genoeg of de bout nog niet warm genoeg. Dat proefje kost twee minuten en voorkomt dat je een hele naad openmaakt die je daarna niet dicht krijgt.
Een zinken dakgoot solderen bij een lekkende naad
Een zinken dakgoot repareren door te solderen begint met de vraag waar het water precies binnenkomt. Een goot die op één plek druppelt, lekt bijna altijd bij een naad en niet door het vlakke zink. Kijk daarom eerst schuin boven de natte plek: daar zit meestal de oude soldeernaad waar het water doorheen kruipt. Bij een bakgoot loopt het water dan tussen het zink en de bakrand door en verschijnt het een stuk verderop, wat het zoeken lastig maakt.
Het solderen van een zinken dakgoot begint met schoonmaken, en dan grondiger dan je denkt. De naad moet blank zijn over minstens twee centimeter aan weerszijden. Gebruik een zinkschraper voor het grove werk en een staalborstel of schuurvlies voor de rest. Vet, mos, aanslag en oude verf horen weg, want soldeer hecht alleen op schoon metaal.
Daarna vertin je beide zijden apart voordat je ze aan elkaar soldeert. Breng vloeimiddel aan, zet de bout plat op het zink en laat een dun laagje tin uitvloeien. Pas als beide kanten glanzend vertind zijn, ga je met de bout langzaam over de naad en vul je hem met soldeer. Langzaam is hier het toverwoord: het zink moet de warmte aannemen, anders krijg je een naad die er dicht uitziet maar los ligt.
Zit het lek in de gootbodem, dan is de klus lastiger. Daar staat het water en daar is het zink door jaren van staand vuil vaak het dunst. Een naad in de opstaande zijde is met wat oefening prima te doen, een bodemnaad vraagt meer ervaring. Andere manieren om een lekkende zinken dakgoot te herstellen zijn dan het overwegen waard.
Spoel het vloeimiddel na afloop weg
Het vloeimiddel dat je gebruikt is zuur en het blijft na het solderen gewoon doorwerken op het zink eromheen. Neem de naad daarom af met een natte spons en spoel na met ruim water, ook aan de onderzijde waar druppels langs zijn gelopen. Doe je dat niet, dan zie je binnen een jaar witte uitslag en putjes precies naast je nieuwe naad. Dat is niet alleen lelijk: op die plek begint de volgende lekkage.
Werk niet vanaf een ladder met een brander in je hand. Voor gootwerk hoor je op een rolsteiger of een goed geplaatste steiger te staan, met beide handen vrij en met de bout binnen handbereik. Een uitschietende bout van 400 gram, een ladder en een gasfles zijn een slechte combinatie.
Oude zinken dakgoot solderen: wanneer het nog kan
Bij een oude zinken dakgoot solderen is de eerste vraag niet hoe, maar of het nog zin heeft. Zink slijt van binnenuit door staand water, bladslib en zure aanslag. Een goot van veertig jaar kan er van bovenaf keurig uitzien terwijl het materiaal in de bodem nog maar een fractie van de oorspronkelijke dikte heeft.
De test is simpel. Maak een klein stukje blank met een zinkschraper of een lamellenschijf op een haakse slijper. Verdwijnt het materiaal onder je hand en verschijnen er meteen gaatjes, dan is de goot op. Blijft er stevig, blank zink over, dan is solderen zeker nog een optie. Witte stippen en uitslag zijn op zich geen afkeuring: zink van veertig jaar oud met wit uitgeslagen plekken is met zoutzuurhoudend vloeimiddel en een schraper prima weer aan het vloeien te krijgen.
Voor een zwakke plek werkt dubbelen beter dan proberen de oude naad dicht te krijgen. Je soldeert een plaatje zink van dezelfde dikte over het lek heen. Verwarm daarvoor eerst de bestaande soldeernaad en veeg het oude tin met een doek weg, zodat het reparatieplaatje zo vlak mogelijk kan aansluiten. Een plaatje dat op een bobbel ligt, laat aan de randen holtes achter en juist daar komt het water weer terug.
| Wat je aantreft | Kun je hier zink goot solderen? | Wat je dan doet |
|---|---|---|
| Stevig zink, alleen de naad lekt | Ja, dit is de makkelijkste situatie | Naad blank maken, vertinnen en opnieuw dichtsolderen |
| Witte uitslag, materiaal nog dik | Ja, met een agressiever vloeimiddel | Schrapen tot blank, proefje met tin, daarna solderen |
| Dun zink, gaatjes bij het schuren | Nee, niet meer verantwoord | Dubbelen op een groter oppervlak of het stuk vervangen |
| Bodem vol putjes over de hele lengte | Nee | Goot of gootdeel laten vervangen |
| Er zit al kit, bitumen of vloeibaar rubber op | Vrijwel niet | Alles wegslijpen tot blank metaal of doorgaan met smeren |
| Naad op de erfgrens met de buren | Ja, maar overleg eerst | Nooit dichtsmeren, dan kan er later niet meer gesoldeerd worden |
Zit er een reparatieplaatje in het verschiet, knip dat dan met ruime afronde hoeken in plaats van scherpe punten. Een scherpe hoek is het punt waar de soldeernaad als eerste openscheurt zodra het zink gaat werken in de zon.
Zinken dakgoot lijmen of solderen
De vraag of je een zinken dakgoot moet lijmen of solderen komt bijna altijd op hetzelfde neer: hoe lang wil je van de goot af zijn. Een goed uitgevoerde soldeernaad gaat mee met het zink zelf, dus tientallen jaren. De smeeroplossingen halen dat niet, hoe hard de verpakking ook roept. Een zinken goot solderen kost je een middag en wat gereedschap, smeren kost een uur en komt over een paar jaar terug.
Wat we in de praktijk zien: goedkope vloeibare rubber uit de bouwmarkt houdt het op een zonbeschenen goot twee tot drie jaar en gaat daarna scheurtjes vertonen doordat de laag uitdroogt. De duurdere merken houden het merkbaar langer vol, maar dan moet je wel dik smeren en een wapeningsvlies of membraan in de laag drukken. Zonder die wapening kan de laag de beweging van de naad niet volgen. Een epoxy koudlasmiddel met staalvezel houdt op een regenpijp of een klein lek jarenlang stand, alleen is het keihard en werkt het dus niet mee met het zink.
Er is één beslissing die je maar één keer neemt. Zodra er een smeermiddel op het zink zit, is solderen daar praktisch van de baan. Je krijgt die zwarte of grijze laag nooit meer volledig uit de naad en wat achterblijft, houdt het tin tegen. Twijfel je nog, kies dan eerst de soldeeroptie: van solderen kun je later altijd nog naar smeren, andersom niet. Welke smeermiddelen er zijn en hoe je ze aanbrengt, staat bij het herstellen van een zinken goot zonder soldeerbout.
| Reparatiemethode | Levensduur in de praktijk | Solderen daarna nog mogelijk? | Waar het goed voor is |
|---|---|---|---|
| Naad opnieuw solderen | Zo lang als de goot zelf meegaat | Ja | Stevig zink met een lekkende naad |
| Zinkplaatje eroverheen solderen | Vergelijkbaar met de goot | Ja | Zwakke plek in een verder gezonde goot |
| Vloeibaar rubber, bouwmarktkwaliteit | Twee tot drie jaar op een zonzijde | Nee | Noodgreep tot de goot vervangen wordt |
| Vloeibaar rubber van betere kwaliteit met membraan | Ongeveer tien jaar bij dik aanbrengen | Nee | Oud zink dat solderen niet meer aankan |
| Bitumen met wapeningsvlies in twee lagen | Vaak vele jaren, wel onderhoud nodig | Nee | Grote oppervlakken en meerdere naden tegelijk |
| Epoxy koudlasmiddel met staalvezel | Zes jaar en meer bij kleine lekken | Nee | Regenpijp, aansluitstuk, klein gaatje |
| Epdm- of kunststof goot in de bestaande bak | Twintig jaar en meer | Niet van toepassing | Bakgoot die je niet wilt slopen |
| Gootdeel of hele goot vervangen | Vijftig jaar bij goed zink | Ja | Goot die overal dun is |
Smeer nooit over een naad die op de erfgrens ligt. Bij rijtjeshuizen loopt de goot vaak door tot bij de buren. Wie daar een laag rubber overheen legt, maakt het voor de volgende eigenaar onmogelijk om netjes op de bestaande goot aan te sluiten. Een gesoldeerde aansluiting blijft voor beide partijen bruikbaar.
Zinken deklijst solderen en hoeken in verstek maken
Bij een zinken deklijst solderen zitten de moeilijkheden in de hoeken. Knip je twee lijsten strak in verstek en zet je ze tegen elkaar, dan heb je een naad zonder overlap. Het vloeibare tin zakt daar gewoon doorheen en druipt op de dakbedekking eronder, en de hoek blijft ondertussen niet dicht.
De manier die wel werkt is een flapje maken. Je knipt aan één van beide delen een strook van ongeveer tien millimeter extra, vouwt die om en soldeert het andere deel daar bovenop. Zo heb je overlap om op te solderen en tegelijk een bodem waar het tin niet doorheen kan wegzakken. Er zijn meerdere details in omloop die op hetzelfde neerkomen: zorg dat de twee delen elkaar over een strook raken in plaats van elkaar alleen op een lijn te ontmoeten.
Het tweede punt gaat over bevestigen. Zink zet flink uit bij warmte, ruwweg een paar millimeter per meter tussen een winterochtend en een zomermiddag. Daarom hoort zinkwerk op klangen te liggen, dus op omgezette lipjes die de lijst vasthouden maar hem laten schuiven. Schroef je de lijst met roestvaststalen schroeven direct door het zink vast, dan kan het materiaal nergens heen en scheurt de soldeernaad op de hoek als eerste. Dat klapperen bij storm is dan wel weg, maar je hebt er een lek voor teruggekregen.
Losmaken van een bestaande soldeernaad is geen elegante uitweg. Het zink scheurt daarbij vaak, zeker bij de kraal aan de voorzijde. Blijkt achteraf dat een lijst verkeerd bevestigd is, dan is de nette route de schroeven eruit halen, de gaten dichtsolderen en klangen aanbrengen, in plaats van de hoeken open te maken.
Waterleiding solderen: koper wil een droge leiding
Bij het solderen van waterleiding gaat het bijna nooit mis op de vlam, maar op het water dat in de buis blijft staan. Zolang er water in zit, gaat alle warmte in het opwarmen van dat water en haalt de verbinding de temperatuur niet waarop het tin capillair naar binnen trekt. Je staat dan minutenlang te stoken zonder resultaat en verbrandt ondertussen je vloeimiddel.
Zet daarom alle kranen open, tap af op het laagste punt en zuig de rest weg met een slangetje of een waterzuiger. Blaas de leiding eventueel door met perslucht. Blijft er water komen, dan sluit de hoofdafsluiter bij de watermeter waarschijnlijk niet meer volledig af; dat is een bekend mankement bij oudere afsluiters. Een eigen kogelafsluiter met aftapmogelijkheid direct achter de meter maakt dit soort klussen voorgoed makkelijker. Kom je er zo niet uit, dan is het afdoppen van de leiding een manier om droog te komen te staan.
Het tweede punt is schuren. Schuur de buiskant met korrel 180 of 240 tot hij overal koperkleurig glimt, en borstel de binnenkant van de fitting met een fittingborstel. Denk je dat het genoeg is, schuur dan nog een keer. Breng daarna vloeimiddel aan op beide delen, schuif de fitting op en verwarm de fitting rondom tot het tin dat je tegen de naad houdt vanzelf naar binnen wordt gezogen. Het tin volgt de warmte, dus je verwarmt de fitting en niet het soldeer.
Voor drinkwater gebruik je loodvrij soldeertin en een vloeimiddel waar de vermelding voor drinkwaterleidingen op staat. Loodhoudend soldeer en het klassieke agressieve vloeimiddel horen daar niet thuis. Werk je met koperen leiding van 15 of 22 millimeter, dan vind je in ons overzicht met gangbare maten en diameters waar je die maten tegenkomt. Wie liever niet met vuur werkt, kan hetzelfde bereiken met een perstang en persfittingen of met knelkoppelingen.
Solderen of toch een andere verbinding
Een gesoldeerde verbinding is de goedkoopste en de slankste, en daarom is hij fijn op plekken die straks wegwerken achter een wand. De keerzijde is dat je hem lastig los krijgt zodra er water in de leiding staat. Zit een koppeling straks in het zicht onder de wastafel, dan is een knel- of persverbinding daar praktischer. Bij het aanleggen van een nieuwe waterleiding kiezen we solderen voor het weggewerkte deel en een demontabele koppeling op elk punt waar later nog iets kan komen. Op de aansluiting van een kraan werkt teflontape op het schroefdraad beter dan welke soldeerpoging ook.
Beugels en de laatste controle
Nieuwe liggende leidingen hangen vaak te ver uit elkaar aan hun beugels, waardoor ze gaan doorzakken en tikken bij het openen van een kraan. Hang er liever een beugel te veel dan een te weinig. Zet daarna de druk erop met een emmer eronder en laat het een nacht staan voordat je iets dichtmaakt. Een soldeerverbinding die gaat lekken, doet dat meestal binnen het eerste etmaal. Blijft de druk daarna toch achter, kijk dan bij te lage waterdruk in huis voordat je de nieuwe verbindingen verdenkt.
Zink lassen of solderen, en veilig werken met de vlam
Zink lassen is geen route voor thuiswerk. Zink verdampt vlak boven zijn smeltpunt en die damp is schadelijk om in te ademen; wie er te lang boven hangt, krijgt de bekende grieperige reactie op metaaldamp. In de praktijk wordt zinkwerk daarom gesoldeerd, niet gelast, en heten die naden in de volksmond toch lasnaden. De term zegt dus niets over de techniek die eronder zit.
Werken met een brander op een dak vraagt om voorbereiding. Onder een goot zit vaak houten dakbeschot, een vogelnest of een laag droog blad, en dat vat sneller vlam dan je denkt. Leg een hittewerende mat of een stuk gipsplaat achter je werk, haal het blad eruit voordat je begint en houd een emmer water klaar. Kijk een uur na afloop nog een keer, want smeulen begint langzaam.
Ventilatie is het tweede aandachtspunt. Het vloeimiddel voor zink is zuur en de damp die eruit komt bijt in je luchtwegen. Buiten valt dat mee, maar in een gesloten dakkapel of op een zolder is een raam open zetten geen overbodige moeite. Draag handschoenen: soldeervloeistof op je huid is vervelend, en een druppel vloeibaar tin op je pols laat een blijvende herinnering achter.
Werk je op hoogte, dan is de brander pas het tweede probleem. Zorg voor een stabiel platform en laat de gasfles niet los aan een haakje aan de goot bungelen. Bij werk aan een goot langs de straat of boven een dakraam is het verstandig om er iemand bij te hebben die meekijkt.
Zo soldeer je een lekkende naad in een zinken goot
Deze volgorde geldt voor een naad in de opstaande zijde van een goot die verder nog gezond is.
-
Zorg eerst voor een veilige werkplek
Zet een rolsteiger of een stevige steiger neer in plaats van een ladder, want je hebt beide handen nodig en je werkt met vuur. Haal blad en nesten uit de goot, leg een hittewerende mat tussen je werk en het houtwerk en zet een emmer water klaar.
-
Maak de naad blank
Schraap de naad en twee centimeter aan weerszijden met een zinkschraper en werk na met schuurvlies of een staalborstel. Bij sterk verweerd zink gebruik je een lamellenschijf of stripdisc op een haakse slijper, met een lichte hand. Alles wat grijs of dof blijft, neemt straks geen tin aan.
-
Doe een proef of het tin nog vloeit
Breng op een schoongemaakt hoekje vloeimiddel aan en zet de warme bout erop met wat soldeer. Vloeit het uit tot een glanzend plasje, dan is het zink goed genoeg. Blijft het als een bolletje liggen, ga dan terug naar schoonmaken voordat je verder gaat.
-
Verhit de bout tot net onder gloeien
Houd de gasbrander op de koperen bout tot het koper donker verkleurt, niet tot hij rood gloeit. Vertin de punt op een salmiakblok. Een blanke punt draagt warmte over, een verbrande punt niet, en dat is meestal de reden dat een naad koud blijft.
-
Vertin beide zijden apart
Breng vloeimiddel aan, zet de bout plat op het zink en laat een dun laagje tin over beide kanten van de naad uitvloeien. Deze stap wordt vaak overgeslagen en is juist de stap die bepaalt of de verbinding hecht of alleen een dopje soldeer op de naad is.
-
Vul de naad in één langzame beweging
Ga met de bout langzaam over de naad en voer het soldeer bij tegen de punt aan. Zo langzaam dat het zink de warmte kan volgen: het tin moet zichtbaar in de naad trekken. Til de bout af zodra je een aaneengesloten glanzende rups ziet.
-
Spoel het vloeimiddel weg en laat afkoelen
Neem de hele omgeving af met een natte spons en spoel na met ruim water, ook onder de goot. Het zuur werkt anders gewoon door en vreet putjes naast je nieuwe naad. Raak de naad niet aan zolang hij nog warm is, want een verschoven naad breekt.
-
Test met een emmer water
Giet een emmer water in de goot boven de reparatie en kijk aan de onderzijde mee. Een haarscheurtje zie je binnen een minuut als een druppel verschijnen. Beter nu ontdekken dan bij de eerste najaarsbui.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de bout op het zink zet
Uit de praktijk
Een bakgoot van tien jaar oud die op één plek druppelde
Uit een bakgoot van ongeveer tien jaar oud viel af en toe een druppel. Schuin boven de natte plek bleek een oude soldeernaad te zitten die er slordig uitzag, met een dun randje tin dat aan één kant niet doorliep. De eerste reflex was de goot maar helemaal te laten vervangen.
Dat was niet nodig. Het zink zelf was nog stevig en van goede dikte, wat bleek toen er een stukje blank werd geschraapt. Een proefje met vloeimiddel en tin liet zien dat het soldeer keurig uitvloeide. Daarna was het gewone handwerk: de naad over een paar centimeter blank maken, beide zijden vertinnen en in één langzame haal dichtsolderen. Wat hier de doorslag gaf, was dat het lek in de opstaande zijde zat en niet in de gootbodem. Een bodemnaad ligt onder water en is aanzienlijk lastiger dicht te krijgen.
Lekke lasnaden waar vloeibaar rubber overheen ging
Bij een goot met meerdere lekkende naden was er geen soldeerbout in huis en geen zin in een vakman. De keuze viel op vloeibaar rubber met een membraan in de laag, dik aangebracht over alle naden. Dat hield de goot inderdaad dicht, en met een membraan dat de beweging van de naad opvangt is dat een verdedigbare keuze.
Twee dingen bleken later te tellen. De goedkope variant uit de bouwmarkt kreeg op de zonzijde na ongeveer drie jaar scheurtjes door uitdroging, terwijl een duurdere laag op een andere goot het jaren langer volhield. En zwaarder: solderen was op die goot definitief van de baan. De zwarte laag krijg je niet meer uit de naad, dus de vervolgstap is over een paar jaar opnieuw smeren of het gootdeel vervangen. Wie nog twijfelt tussen zink solderen of lijmen, kan die volgorde beter meewegen.
Zink van veertig jaar oud met witte uitslag
Een goot van ruim veertig jaar zat vol witte stippen en uitgeslagen plekken. Dat ziet eruit als een afgeschreven goot, maar de witte laag is oxidatie aan de buitenkant en zegt weinig over de dikte eronder. Na schoonmaken met een zinkschraper bleek het materiaal op de meeste plekken nog gezond.
Wat hier werkte: het zink blank schrapen en vertinnen met een zuur vloeimiddel dat op oude oxidelagen bijt, van het type dat vroeger zelf werd gemaakt door zink in zoutzuur op te lossen. Op één plek in de bodem was het zink te ver heen; daar viel bij het schuren meteen een gaatje. Die plek is gedubbeld met een zinkplaatje van dezelfde dikte, waarbij de oude soldeernaad eerst is verwarmd en weggeveegd zodat het plaatje vlak kon aansluiten.
Verstekhoeken in een deklijst die vastgeschroefd werden
Op een aanbouw van vier bij vier meter kwamen zinken deklijsten met een kraal, in stukken van een meter. De verstekhoeken zijn gemaakt door aan één zijde een flapje van tien millimeter om te zetten en het andere deel daar bovenop te solderen. Dat gaf een hoek waar het tin niet doorheen kon zakken op de dakbedekking.
Het klapperen bij storm werd daarna opgelost met een handvol roestvaststalen schroeven, zonder voorboren dwars door het zink. Het geluid was weg, maar daarmee was het zink ook vastgezet. Zink zet uit bij warmte en de eerste plek die dat opvangt is de soldeernaad in de hoek. De nette oplossing is de schroeven verwijderen, de gaatjes dichtsolderen en de lijst op klangen leggen, zodat hij kan schuiven zonder los te komen.
Veelgemaakte fouten
De vlam rechtstreeks op het zink houden
Het is de snelste manier om een gat te maken. Zink smelt rond 419 graden en een brander zit daar met gemak boven. Zink solderen met een brander betekent dat de brander de bout verwarmt en de bout het zink. Alleen ervaren zinkwerkers gebruiken de vlam soms om plaatwerk voor te verwarmen, met een zachte pluimvlam die continu beweegt.
Denken dat vloeimiddel het schoonmaken vervangt
Vloeimiddel ruimt een dun oxidelaagje op, geen mos, geen vet en geen oude verf. Op een vuile naad blijft het tin als bolletjes liggen en trekt het nergens in. Schrapen tot blank metaal is negentig procent van het werk en het is precies het deel dat mensen inkorten.
De naad vullen zonder eerst te vertinnen
Een dopje soldeer bovenop een naad ziet er dicht uit en laat bij de eerste vorst los. Door beide zijden eerst apart te vertinnen, maak je een hechting over het hele oppervlak. De naad vullen is daarna nog maar een kwestie van bijvoeren.
Te snel met de bout doorlopen
Zink moet de warmte aannemen voordat het tin de naad in trekt. Wie doorschuift zodra het soldeer smelt, maakt een koude naad die er glanzend uitziet maar niet gehecht is. Ga zo langzaam dat je het tin ziet intrekken in plaats van eroverheen ziet lopen.
Vloeimiddelresten laten zitten
Het zuur werkt door zodra jij naar beneden bent. Binnen een jaar zie je witte uitslag en putjes langs de naad, en daar begint de volgende lekkage. Afspoelen met ruim water kost twee minuten en verdubbelt de levensduur van je reparatie.
Eerst smeren en dan alsnog willen solderen
Kit, bitumen en vloeibaar rubber trekken in de naad en zijn er niet meer volledig uit te krijgen. Wat achterblijft, houdt het tin tegen. Wie de mogelijkheid van een soldeerreparatie wil openhouden, gebruikt geen smeermiddel als tussenoplossing.
Solderen aan een leiding waar nog water in staat
Het water neemt de warmte weg en de verbinding haalt de temperatuur niet. Je stookt het vloeimiddel kapot en houdt een lekkende koppeling over. Kranen open, aftappen, leegzuigen of doorblazen met perslucht, en pas dan de brander erbij.
Loodhoudend soldeer of harskerntin op drinkwater
Soldeer met harskern is voor elektronica en hecht niet op een fitting. Loodhoudend soldeer hoort niet op een drinkwaterleiding. Kijk op het etiket of er drinkwater vermeld staat, zowel op het tin als op het vloeimiddel, en gebruik geen agressieve zinkvloeistof op koper dat drinkwater voert.
Veelgestelde vragen
Kun je zink solderen met een gasbrander?
Ja, maar niet zoals bij koper. De gasbrander verwarmt de koperen soldeerbout en die bout verwarmt vervolgens het zink. Zink solderen met vlam op het materiaal zelf gaat mis omdat zink al rond 419 graden smelt en er dan een gat valt op de heetste plek. Ervaren zinkwerkers gebruiken de vlam soms om groot plaatwerk licht voor te verwarmen, met een zachte vlam die continu in beweging blijft. Voor een reparatie thuis is de bout de veilige route.
Kan ik zink solderen zonder soldeerbout?
Niet betrouwbaar. Een gewone elektronicabout heeft te weinig massa en koelt af zodra je hem op koud zink zet, waardoor je wel tin smelt maar geen hechting krijgt. Wat je nodig hebt is een koperen bout van 350 tot 500 gram die je met een brander verhit, of een elektrische zinkbout van een paar honderd watt. Wil je die investering niet doen voor één naad, dan is een reparatie met vloeibaar rubber en een membraan een eerlijker keuze, met de kanttekening dat solderen daarna niet meer kan.
Welk soldeer en welk vloeimiddel gebruik je voor zink?
Voor buitenwerk in zink is een soldeerstaaf op basis van tin en lood nog steeds gangbaar, omdat die soepel vloeit bij een lage temperatuur. Loodvrij tin kan ook, maar vraagt meer warmte en dat is bij zink net het gevoelige punt. Als vloeimiddel gebruik je een zinkchloridehoudende soldeervloeistof. Voor sterk verweerd, oud zink bestaan agressievere varianten die de oxidelaag beter openbreken. Op een drinkwaterleiding horen deze middelen niet thuis.
Kun je een oude zinken dakgoot solderen?
Dat hangt volledig af van de dikte die er nog over is, niet van de leeftijd. Schraap een stukje blank op de plek waar je wilt werken. Blijft er stevig, glanzend zink over, dan is solderen prima mogelijk, ook bij een goot van veertig jaar met witte uitslag. Vallen er meteen gaatjes onder je schraper of je lamellenschijf, dan is het materiaal op en levert solderen alleen een groter gat op. Bij twijfel is een reparatieplaatje over een groter oppervlak veiliger dan proberen de bestaande naad dicht te krijgen.
Zinken dakgoot lijmen of solderen: wat gaat het langst mee?
Solderen wint met afstand, mits het zink nog gezond is. Een goede soldeernaad gaat mee zolang de goot zelf meegaat, terwijl vloeibaar rubber uit de bouwmarkt op een zonbeschenen goot na twee tot drie jaar scheurtjes krijgt. Betere merken halen met een membraan in de laag ongeveer tien jaar, en dan moet je dik smeren. Het zwaarste argument is niet de levensduur maar de volgorde: na een smeerlaag krijg je die naad nooit meer schoon genoeg om alsnog te solderen.
Zink lassen of solderen, wat is het verschil?
Wat in de volksmond een lasnaad in een dakgoot heet, is bijna altijd een soldeernaad. Bij solderen smelt alleen het toevoegmateriaal en blijft het zink zelf heel, bij lassen smelt het basismateriaal mee. Dat laatste is bij zink onpraktisch en ongezond, want zink verdampt vlak boven zijn smeltpunt en die damp wil je niet inademen. Voor dakgoten, deklijsten en gevelbekleding is solderen daarom de standaardtechniek.
Waarom hecht het soldeer niet op mijn zink?
Bijna altijd is er één van drie dingen aan de hand. Het zink is niet blank genoeg en er zit nog oxide, vet of mos op. De punt van de bout is zwart aangekoekt in plaats van blank vertind, waardoor er nauwelijks warmte overgaat. Of het werkstuk is nog te koud omdat je te snel doorloopt. Doe eerst het proefje op een schoon hoekje: pas als het tin daar tot een glanzend plasje uitvloeit, heeft doorwerken zin.
Hoe repareer ik een lek in de gootbodem?
Een bodemnaad is het lastigste werk in de goot, want daar staat water en daar is het zink door jaren van vuil meestal het dunst. De aanpak die het langst houdt, is dubbelen: een zinkplaatje van dezelfde dikte over het lek solderen. Verwarm eerst de bestaande soldeernaad en veeg het oude tin weg, zodat het plaatje vlak aansluit zonder holtes aan de randen. Knip het plaatje met afgeronde hoeken. Zit de rest van de bodem ook vol putjes, dan is dat plaatje uitstel en niet meer dan dat.
Hoe soldeer je een zinken deklijst netjes in verstek?
Knip niet allebei de delen strak op de hoeklijn, want dan houd je een naad zonder overlap over en zakt het tin er doorheen op de dakbedekking. Zet aan één deel een strook van ongeveer tien millimeter om, zodat je een flapje krijgt waarop het andere deel rust. Soldeer het bovenliggende deel op dat flapje vast. Bevestig de lijst daarna op klangen en niet met schroeven dwars door het zink, anders scheurt de hoeknaad zodra het materiaal in de zon uitzet.
Hoe krijg ik de leiding droog voor het solderen van waterleiding?
Zet alle kranen in huis open, ook op de bovenste verdieping, en tap af op het laagste punt. Zuig het restje water uit de buis met een slangetje of een waterzuiger, of blaas de leiding door met perslucht. Blijft er water nasijpelen, dan sluit de hoofdafsluiter bij de watermeter niet meer goed. Een eigen kogelafsluiter met aftap achter de meter lost dat voor de toekomst op. Ook een flexibele aansluitslang ergens in de leiding kan helpen om een deel snel leeg te laten lopen.
Welke soldeervloeistof mag op een drinkwaterleiding?
Alleen een vloeimiddel waarop staat dat het voor drinkwaterleidingen geschikt is. De klassieke zinkchloridevloeistof hoort daar niet thuis, want die is agressief en blijft in de leiding doorwerken. Er is verwarring ontstaan doordat er onder dezelfde aanduidingen verschillende samenstellingen op de markt zijn; het etiket is dus leidend, niet de naam. Gebruik het samen met loodvrij soldeertin en spoel de leiding na afloop ruim door voordat je er water uit drinkt. Een fles vloeimiddel van vijftien jaar oud vervang je liever.
Kan ik een gesoldeerde koppeling later weer los krijgen?
Dat kan door de fitting te verwarmen en hem los te trekken zodra het tin vloeit, maar dat lukt alleen als de leiding leeg is. Staat er water in, dan koelt de koppeling voortdurend af en krijg je hem niet warm genoeg. Bedenk dat vooraf: op plekken die je later nog wilt kunnen aanpassen, zoals bij de aansluiting met een s-koppeling, is een demontabele verbinding praktischer dan een gesoldeerde.
Wanneer je beter een vakman belt
Zink solderen is te leren, maar het is handwerk waarbij de eerste poging zelden de mooiste is. Oefen op een reststuk voordat je op een goot van vijftien meter begint, en accepteer dat er situaties zijn waarin bellen slimmer is.
Bel een loodgieter of zinkwerker als de goot over de hele lengte dun is, want dan soldeer je alleen maar gaten dicht die naast elkaar opnieuw ontstaan. Hetzelfde geldt bij een goot die op de erfgrens doorloopt naar de buren: daar hoort een aansluiting die voor beide woningen bruikbaar blijft, en dat is werk dat je niet halverwege wilt afbreken.
Werk op hoogte is de tweede grens. Een goot langs de straat, boven een uitbouw of op meer dan een verdieping hoogte vraagt om een steiger en om iemand die meekijkt. Met een gasfles en een hete bout in je handen is een ladder geen werkplek.
Bij drinkwater ligt de grens bij de watermeter. Sluit de hoofdafsluiter niet meer af, dan is dat een zaak voor je waterbedrijf of een loodgieter en niet iets om zelf open te maken. Voor de rest van het werk in huis vind je bij sanitair en loodgieterswerk waar je zelf verder kunt.