Halogeen steeklampjes herkennen, wisselen en vervangen door led
Bekijk de informatie en links bij deze gids
Een halogeen steeklampje herken je aan twee pennetjes in plaats van schroefdraad, en de afstand tussen die pennen bepaalt welk type je hebt: 4 millimeter is een G4, 6,35 millimeter een GY6.35 en 9 millimeter een G9. G4 en GY6.35 werken op 12 volt en hebben dus een trafo, een G9 zit rechtstreeks op 230 volt. Pak het glas nooit met blote vingers vast, want vet uit je huid maakt het kwarts op die plek dof en dan brandt het lampje binnen enkele weken door. Wil je overstappen op led, dan is de trafo meestal het onderdeel dat je tegenwerkt.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Schone droge doek of een keukenpapiertje om het glas vast te pakken
- Dunne latex- of nitrilhandschoenen
- Spanningszoeker of tweepolige spanningstester
- Kleine punttang voor vastzittende pennen
- Liniaal of schuifmaat om de pinafstand te meten
- Stofzuiger en een stevige handschoen voor glasresten
Materiaal
- Vervangend steeklampje in dezelfde voet en hetzelfde voltage
- Spiritus of isopropylalcohol om het glas te reinigen
- Keramische fitting of complete lamphouder als de oude verbrand is
- Ledtrafo of ledvoeding bij de overstap naar 12 volt led
- Warmtebestendige aansluitkabel voor het laatste stukje naar de fitting
Welk steeklampje heb je in handen?
Een steeklampje heeft geen schroefdraad maar twee pennetjes die je recht in de fitting drukt. Je komt ze tegen in afzuigkappen, in keukenverlichting onder de bovenkastjes, in bureaulampen, wandlampen en kroonluchters. Hoe zo'n lichtpunt verder is opgebouwd staat in ons overzicht over verlichting in en om het huis.

De naam van de voet zegt precies wat je moet weten. De letter G staat voor een glazen voet met pennen, het getal erachter is de afstand tussen het hart van beide pennen in millimeters. Meet die afstand met een liniaal of een schuifmaat en je weet welk lampje je moet kopen, ook zonder verpakking.
Twee voeten lijken sterk op elkaar en dat levert de meeste miskopen op. Een G6.35 en een GY6.35 hebben allebei 6,35 millimeter tussen de pennen, maar de pennen van de GY zijn dikker. Past een lampje er wel in maar zit het rammelend los, dan heb je de dunne variant te pakken en krijg je binnen een paar maanden een verbrande fitting.
| Voet | Pennen | Spanning | Gangbare wattages | Waar je hem tegenkomt |
|---|---|---|---|---|
| G4 | 4 mm ertussen, ongeveer 0,7 mm dik, recht | 12 volt | 5, 10 en 20 watt | Afzuigkap, keukenverlichting, leeslampjes, kleine inbouwspotjes |
| G6.35 en GY6.35 | 6,35 mm ertussen, GY heeft de dikkere pennen | 12 volt | 20, 35 en 50 watt | Bureaulampen, uplighters, oudere werkplekverlichting |
| G9 | 9 mm ertussen, lusvormig omgebogen | 230 volt | 18, 25, 28, 40, 42 en 60 watt | Wandlampen, kroonluchters, spiegelverlichting, afzuigkappen |
| GU4 | 4 mm ertussen, met verdikte pennen | 12 volt | 20 en 35 watt | Kleine reflectorspotjes van 35 mm, ook MR11 genoemd |
| G5.3 en GU5.3 | 5,33 mm ertussen, GU heeft verdikte penuiteinden | 12 volt | 20, 35 en 50 watt | Inbouwspots van 50 mm met spiegelkapje, ook MR16 genoemd |
| R7s | Geen pennen maar contactveren aan beide kopse kanten | 230 volt | 80 tot 400 watt | Bouwlampen en halogeen vloerlampen, lengte 78 of 118 mm |
Neem het oude lampje mee naar de winkel of maak er een foto van naast een liniaal. De pinafstand op de foto is genoeg om thuis het juiste type te bestellen.

Lees de uitleg uit de afbeelding
Een lamp kan mechanisch passen en toch verkeerd zijn voor de voeding, de gewenste hoeveelheid licht of het armatuur.
- Fitting, afmeting en voeding
- Controleer de voet, de beschikbare ruimte en de vereiste spanning of driver. Twee lampvoeten met pinnetjes kunnen er op elkaar lijken maar elektrisch verschillen.
- Lumen bepaalt hoeveel licht je krijgt
- Vergelijk de lichtopbrengst in lumen. Het wattage is het opgenomen vermogen; hetzelfde aantal watt geeft bij led en halogeen niet dezelfde hoeveelheid licht.
- Lichtkleur en dimbaarheid bepalen het gebruik
- Vergelijk de kleurtemperatuur in kelvin en controleer of dimmen wordt ondersteund. Een warmer ogende lichtkleur is niet automatisch minder fel.
Neem de gegevens van de oude lamp én het armatuur mee bij het kiezen. Controleer bij ledvervanging ook een eventuele bestaande voeding.
Waarom je het glas nooit met blote vingers aanraakt
Een halogeenlampje is geen gewoon glas maar kwarts, en dat kwarts wordt tijdens het branden honderden graden heet. Dat hoort zo: de halogeencyclus die het wolfraam terug op de gloeidraad afzet werkt alleen bij die hoge wandtemperatuur. Juist daardoor is het lampje zo klein en zo gevoelig.
Vet en zout uit je huid blijven op het kwarts achter en verbranden daar niet weg. Op die plek verandert de structuur van het kwarts, het wordt dof en witachtig en het zet daar anders uit dan de rest van de wand. Dat geeft spanning in het glas, en het lampje begeeft het vaak al na een paar weken in plaats van na de volle levensduur van ongeveer tweeduizend branduren.
Pak een nieuw lampje daarom altijd vast met een schoon papiertje, een doekje of dunne handschoenen. Heb je het toch aangeraakt, veeg het glas dan af met spiritus of isopropylalcohol op een tissue en laat het volledig drogen voordat je de spanning erop zet. Dat kost een halve minuut en scheelt een lampje.
Laat een lampje eerst afkoelen. Een G9 of GY6.35 die net gebrand heeft, is heet genoeg om je vingers te verbranden dwars door een dun doekje heen. Wacht een paar minuten en pak hem dan pas beet.
Werkt jouw lichtpunt op 12 volt of op 230 volt?
G4, GY6.35, GU4 en GU5.3 zijn 12 volt lampjes. Ergens in het armatuur, in het plafond of in de keukenkast zit dus een trafo die de netspanning omlaag brengt. Een G9 en een R7s werken rechtstreeks op 230 volt en hebben helemaal geen trafo.
Dat onderscheid is niet cosmetisch. Een G9 in een 12 volt fitting duwen lukt niet, maar een G4 die je op de een of andere manier op 230 volt aansluit, knalt onmiddellijk door. Andersom blijft een 230 volt lampje op 12 volt gewoon donker of gloeit het nauwelijks oranje na.
Bij een G9 staan de twee pennen onder netspanning zodra de schakelaar aan is. Schakel de groep in de meterkast uit voordat je in een fitting komt, en controleer met een spanningszoeker of er echt niets meer op staat.
Een schakelaar die in de nul is gemonteerd in plaats van in de fase laat de fitting namelijk gewoon onder spanning staan terwijl het licht uit is. Hoe je zo'n lichtpunt netjes bedraadt, staat bij het aansluiten van een lamp op een lichtpunt.
Een 12 volt installatie heeft een eigen aandachtspunt: spanningsverlies. Bij 12 volt trekt 60 watt aan lampjes al vijf ampère, en over vijf meter dunne aansluitdraad heen en terug verlies je dan ruim een volt.
De lampjes aan het eind van de rij branden daardoor zichtbaar geler dan die bij de trafo. Welke aderdikte bij welke stroom hoort, zoek je op in onze draad- en kabelkiezer.
Een steeklampje eruit halen zonder iets te breken
Steeklampjes zitten op wrijving vast, niet op een draai. Je trekt ze er dus recht uit, in het verlengde van de pennen, en je wrikt niet zijwaarts. Een G4 laat meestal al los met twee vingers, een G9 zit een stuk stugger doordat de lusvormige pennen met veerkracht klem staan.
Zit een G9 muurvast, pak de glazen voet dan met een droog doekje beet en trek met een licht wiegende beweging langs de lengterichting van de pennen. Ga je met kracht draaien, dan breekt het kwarts bij de voet af en houd je twee pennen in de fitting over. Warmte is hier de boosdoener: de veercontacten in de fitting verliezen na jaren hun spanning en klemmen zich vast op de licht opgeruwde pennen.
Is het glas toch afgebroken, haal dan eerst de groep eruit en controleer met een spanningszoeker. Pak de resterende pennen daarna met een punttang, één voor één, en trek ze recht naar buiten. Ruim de glasscherfjes op met een stofzuiger en niet met je hand, want kwartsscherven zijn dun en scherp.
Bij het terugzetten druk je de pennen recht en gelijkmatig in, zonder wrikken. Zitten ze net iets te breed of te smal, dan mag je ze voorzichtig bijbuigen bij het uiteinde en nooit vlak tegen het glas aan. Daar zit de glasdoorvoer, en die scheurt zonder waarschuwing. De algemene volgorde bij het wisselen van een lamp staat bij het vervangen van een lamp.
De trafo is meestal de reden dat het licht wegvalt
Gaan alle 12 volt lampjes tegelijk uit, dan ligt het bijna nooit aan de lampjes zelf. Dan is de trafo op, of hij is in beveiliging gegaan. Een trafo zit vaak weggewerkt boven een verlaagd plafond, achter een keukenplint of in de behuizing van het armatuur.
Er zijn twee soorten, en ze gedragen zich totaal verschillend. Een klassieke wikkeltrafo is zwaar, van ijzer en koper, en verdraagt vrijwel elke belasting tot zijn maximum. Een elektronische trafo is licht en klein, maar heeft een minimumbelasting die op het huisje gedrukt staat, bijvoorbeeld 20 tot 60 VA.
Blijf je onder dat minimum, dan start hij niet of hij slaat pulserend aan en af. Datzelfde onderscheid tussen wikkeltrafo en elektronische trafo kom je tegen bij andere kleine voedingen in huis, zoals een beltrafo voor een deurbel.
Precies daar loopt de overstap naar led vast. Vervang je vier halogeenlampjes van 20 watt door ledcapsules van 2 watt, dan zakt de belasting van 80 naar 8 watt en ziet de elektronische trafo dat als niets. Het licht flikkert, gaat aan en weer uit, of komt niet op gang.
De nette oplossing is de trafo vervangen door een ledvoeding met een minimum van nul watt. Let bij het uitrekenen ook op het totaal in de groep: halogeen op 12 volt vraagt bij dezelfde lichtopbrengst ongeveer zes tot acht keer zoveel vermogen als led, en een rij van tien spotjes van 35 watt telt aan de netzijde flink aan. Wat je op één groep kwijt kunt, reken je na met de rekenhulp voor groepen en vermogen.
Een trafo hoort zijn warmte kwijt te kunnen. Ingepakt in isolatiewol boven een verlaagd plafond loopt hij op en schakelt hij af, en op den duur verbrandt de wikkeling. Houd rondom een paar centimeter vrij en leg er geen isolatie overheen.
Wat er verandert als je overstapt op led
Halogeen steeklampjes zijn uit productie: de vrijstelling die er voor G4, GY6.35 en G9 nog gold, is vervallen en wat er in de winkel ligt is restvoorraad. Vroeg of laat maak je dus de overstap naar een ledcapsule, en die is in drie opzichten anders dan het halogeenlampje dat eruit gaat.
Het eerste is de maat. Een ledcapsule heeft een driver in de voet en is daardoor vaak dikker en langer dan het halogeenlampje. In een gesloten wandlampje of achter een klein glaskapje past hij dan niet, of hij raakt het glas. Meet de ruimte op voordat je een set van tien bestelt.
Het tweede is de warmte. Halogeen straalt zijn warmte weg als infrarood, led moet zijn warmte via de voet kwijt. Een ledcapsule in een dicht armatuur wordt daardoor vanbinnen te warm en verliest levensduur, terwijl hetzelfde lampje in een open armatuur jaren meegaat.
Datzelfde geldt voor spotjes met een gu10 fitting op netspanning.
Het derde is de aansturing. Een 12 volt ledcapsule moet geschikt zijn voor de wisselspanning die uit een trafo komt, en dat staat als AC of als 12V AC/DC op de verpakking.
Wil je kunnen dimmen, dan moeten de lamp en de voeding allebei dimbaar zijn. Halogeen dimt op vrijwel elke dimmer, led niet, en dat verschil verklaart de meeste teleurstellingen na een verbouwing. Bij lange buizen speelt dezelfde vraag, en die komt aan bod bij het vervangen van een tl-buis door led.
| Halogeen steeklampje | Ongeveer evenveel licht met led | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| G4 10 watt, 12 volt | 1 tot 1,5 watt led, ongeveer 100 tot 140 lumen | Capsule is meestal langer dan het origineel |
| G4 20 watt, 12 volt | 2 tot 3 watt led, ongeveer 250 tot 320 lumen | Trafo haalt met vier van deze lampjes zijn minimum niet meer |
| GY6.35 35 watt, 12 volt | 4 tot 5 watt led, ongeveer 500 tot 600 lumen | Let op de dikkere pennen, de G6.35 versie zit los |
| GY6.35 50 watt, 12 volt | 6 tot 8 watt led, ongeveer 800 tot 950 lumen | Vaak in bureaulampen met weinig ruimte rond de fitting |
| G9 25 watt, 230 volt | 2 tot 3 watt led, ongeveer 200 tot 250 lumen | Ledversie heeft een bredere kunststof voet |
| G9 40 watt, 230 volt | 4 tot 5 watt led, ongeveer 400 tot 500 lumen | In een dicht kapje loopt de voet warm |
| G9 60 watt, 230 volt | 6 tot 8 watt led, ongeveer 700 tot 800 lumen | Deze maat komt in kleine wandlampen zelden nog passend |
| GU5.3 35 watt, 12 volt | 4 tot 5 watt led, ongeveer 350 tot 450 lumen | Kies dezelfde stralingshoek, anders verandert het lichtbeeld |
Koop eerst één ledcapsule en probeer die uit in het armatuur waar hij het krapst zit. Past hij daar en flikkert hij niet, dan pas de rest bestellen.
Fittingen die verkleuren, en waarom dat zelden aan de lamp ligt
Een fitting van een steeklampje krijgt de volle warmte van het lampje op een paar millimeter afstand. Keramische fittingen kunnen daar tegen, kunststof exemplaren worden bruin en bros. Verkleuring rond de gaatjes is een signaal dat het contact niet meer deugt.
Het mechanisme erachter is altijd hetzelfde. De veercontacten in de fitting verliezen door de warmte hun spanning, waardoor het contactoppervlak kleiner wordt. Op dat kleine oppervlak loopt dezelfde stroom, dus wordt het daar heter, en die extra warmte neemt weer wat veerkracht weg. Op het laatst vonkt het contact en zie je zwarte aanslag op de pennen van elk nieuw lampje.
Zwarte pennen betekenen dus niet dat de lampjes slecht zijn, maar dat de fitting op is. Vervang de fitting of, bij een geïntegreerd exemplaar, het hele armatuur. Bij een 230 volt G9 is dat werk waarbij de groep uit moet en waarbij je het laatste stukje kabel in warmtebestendige uitvoering aansluit, want gewone soepele installatiedraad wordt in zo'n behuizing te heet.
Zit de fitting in een plafondarmatuur, kijk dan meteen naar de bevestiging en de doorvoer. Hoe je dat vastzet zonder een tweede gat te moeten boren, staat bij het ophangen van een lamp aan het plafond. Wie dieper in de bedrading en de groepen van het huis wil kijken, vindt dat terug bij elektra en installatiewerk in huis.
Symptomen aflezen: wat je ziet en wat eraan mankeert
Steeklampjes geven vrij precieze signalen. Eén lampje uit is iets anders dan alle lampjes uit, en flikkeren betekent iets anders dan geel branden. De volgorde bij zoeken is altijd van klein naar groot: eerst het lampje, dan de fitting, dan de trafo, dan de bedrading.
Neem een lampje waarvan je zeker weet dat het werkt en gebruik dat als testlamp. Doet die het in de verdachte fitting ook niet, terwijl de andere lampjes wel branden, dan zit het mankement in die fitting of in de draad ernaartoe. Brandt hij wel, dan was het gewoon een doorgebrand lampje.
| Wat je ziet | Wat er meestal aan de hand is | Wat je doet |
|---|---|---|
| Eén lampje uit, de rest brandt | Lampje doorgebrand of een pen die geen contact maakt | Testlamp erin, pennen bekijken op zwarte aanslag |
| Nieuw lampje brandt maar een paar weken | Vingervet op het kwarts, of te hoog wattage voor het armatuur | Nieuw lampje schoon plaatsen, wattage van het typeplaatje aanhouden |
| Zwarte aanslag op de pennen van elk nieuw lampje | Veercontacten in de fitting hebben hun spanning verloren | Fitting vervangen, keramisch uitvoeren waar dat kan |
| Alle 12 volt lampjes tegelijk uit | Trafo defect, of thermisch afgeschakeld door te weinig koeling | Uitgangsspanning meten, trafo vrij leggen en laten afkoelen of vervangen |
| Ledcapsules flikkeren of pulseren in een ritme | Belasting onder het minimum van de elektronische trafo | Ledvoeding plaatsen of tijdelijk één halogeenlampje bijzetten |
| Trafo wordt gloeiend heet | Overbelast, of ingebouwd zonder luchtruimte | Wattage van de lampjes optellen, trafo met marge kiezen |
| Zoemen of geel wegzakken zodra je gaat dimmen | Dimmer past niet bij het type trafo | Dimmer kiezen die bij de trafo hoort, niet bij de lamp |
| Trafo tikt en het licht knippert bij aanraking | Slechte klemverbinding aan de uitgang | Klemmen natrekken, verbrande klem vervangen |
| Lampjes achteraan branden geler dan vooraan | Spanningsverlies over te dunne of te lange 12 volt draad | Dikkere ader, kortere afstand of de trafo dichterbij zetten |
| Lampje gloeit zwak na terwijl de schakelaar uit is | Restspanning door een schakelaar met verlichting of lange parallelle leidingen | Schakelaarverlichting loskoppelen of een ontlastweerstand plaatsen |
| Brandlucht bij het aandoen | Verbrande klem of gesmolten aansluitdraad in het armatuur | Groep uit, armatuur openen en de aansluiting nakijken |
Zo vervang je een halogeen steeklampje
Deze volgorde werkt voor een G4, een GY6.35 en een G9, met per stap het punt waar het misgaat.
-
Schakel de groep uit en laat het lampje afkoelen
Bij een G9 staan de pennen rechtstreeks onder 230 volt, dus de schakelaar uitzetten is niet genoeg: haal de groep eruit en controleer met een spanningszoeker. Geef het lampje daarna een paar minuten, want kwarts blijft na het uitschakelen nog lang heet.
-
Trek het lampje er recht uit
Pak de glazen voet vast met een doekje en trek in het verlengde van de pennen naar buiten. Niet draaien en niet zijwaarts wrikken, want dan breekt het glas af bij de doorvoer en houd je de pennen in de fitting.
-
Meet de pinafstand en lees het typeplaatje
Meet hart op hart tussen de pennen: 4 millimeter is G4, 6,35 millimeter is GY6.35 en 9 millimeter is G9. Kijk daarna op het armatuur naar het maximale wattage en het voltage. Dat getal is een grens van de fabrikant en geen richtlijn.
-
Bekijk de fitting voordat je een nieuw lampje plaatst
Zwarte aanslag op de oude pennen of een bruin verkleurde fitting betekent dat het contact niet meer deugt. Een nieuw lampje lost dat niet op en brandt binnen korte tijd weer door. Vervang dan eerst de fitting.
-
Plaats het nieuwe lampje zonder het glas aan te raken
Houd het lampje vast aan de voet, met een papiertje of handschoenen. Druk de pennen recht en gelijkmatig in tot het lampje niet meer beweegt. Heb je het glas toch aangeraakt, neem het dan af met spiritus en laat het drogen.
-
Schakel in en kijk of het licht rustig staat
Zet de groep terug en let op de eerste minuten. Flikkeren, pulseren of een lampje dat geler brandt dan de rest wijst niet op het lampje maar op de trafo of de bedrading ernaartoe. Kijk dan eerst bij de aansluiting van het lichtpunt voordat je nog een lampje koopt.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je een steeklampje bestelt
Uit de praktijk
Een nieuw lampje dat binnen enkele weken doorbrandt
Een steeklampje dat telkens ver voor zijn tijd opgeeft, heeft bijna altijd een van drie oorzaken, en alle drie zijn ze zichtbaar. Een doffe, melkwitte plek op het kwarts wijst op vingervet dat is ingebrand. Zwarte aanslag op de pennen wijst op een fitting die geen goed contact meer maakt en daar vonkt. Een lampje dat vanbinnen egaal grijs is uitgeslagen, is overbelast geweest.
Die drie vragen om een andere oplossing. Vingervet voorkom je met een doekje bij het plaatsen. Een slechte fitting vervang je, want die wordt vanzelf slechter. En overbelasting betekent dat het wattage boven de grens van het armatuur ligt, of dat de trafo een te hoge uitgangsspanning geeft doordat hij nauwelijks belast wordt. Meet in dat laatste geval de spanning aan de fitting: veel meer dan 12 volt verkort de levensduur snel.
Ledcapsules die pulseren op een bestaande 12 volt trafo
Ledcapsules die aangaan, na een halve seconde uitvallen en dat blijven herhalen, zijn zelf niet kapot. Dit is het gedrag van een elektronische trafo die zijn minimumbelasting niet haalt. Hij start op, ziet nauwelijks stroom, schakelt terug en probeert het opnieuw. Op het huisje staat wat hij minimaal nodig heeft, vaak in de vorm van een bereik als 20 tot 60 VA.
De echte oplossing is de trafo vervangen door een ledvoeding die vanaf nul watt werkt. Een halogeenlampje in de rij laten zitten om het minimum te halen werkt technisch, maar dan houd je precies het verbruik dat je kwijt wilde. Bij een wikkeltrafo speelt dit minimum niet, maar daar kan de leddriver juist last hebben van de spanningspiek bij het inschakelen.
Een G9 waarvan het glas afbreekt bij het wisselen
Bij een G9 lopen de pennen als een lus door de glazen voet. Die lus staat met veerkracht klem in de fitting, en na jaren warmte zijn de contactvlakken licht opgeruwd en klemt hij nog vaster. Wie er dan aan gaat draaien, belast het glas op de zwakste plek: de doorvoer waar de pennen het kwarts verlaten.
De aanpak die wel werkt is recht trekken met een licht wiegende beweging langs de lengterichting van de pennen, met een droog doekje voor de grip. Breekt het glas toch af, schakel dan de groep uit, controleer op spanning en trek de pennen er één voor één met een punttang uit. Een fitting waar dit gebeurt, is meestal ook toe aan vervanging, want de klem is niet zonder reden zo vast gaan zitten.
Veelgemaakte fouten
Het glas met blote vingers vastpakken
Vet en zout uit je huid branden niet weg maar tasten het kwarts aan. Op die plek wordt het glas dof en zet het anders uit dan de rest, en daar bezwijkt het lampje. Een papiertje tussen je vingers en het glas voorkomt dat volledig.
Een zwaarder lampje kiezen omdat het licht wat mager is
Het maximale wattage op het armatuur is de grens waarbij de fabrikant de warmte nog kan afvoeren. Een 20 watt G4 in een houder die op 10 watt is berekend, verkleurt het kunststof en gaart de fitting. Meer licht haal je uit een led met meer lumen, niet uit meer watt.
Draaien in plaats van recht trekken
Steeklampjes zitten op wrijving vast en hebben geen draairichting. Een kwartslag geven breekt het glas af bij de doorvoer en laat de pennen in de fitting achter. Dan moet de groep eruit voordat je verder kunt.
De trafo laten zitten bij de overstap naar led
Vier ledcapsules van 2 watt halen het minimum van een elektronische trafo niet, en dan pulseert het licht of blijft het uit. De lampjes krijgen daarvan de schuld terwijl ze in orde zijn. Ruil de trafo voor een ledvoeding die vanaf nul watt werkt.
Bij een G9 alleen de schakelaar uitzetten
De pennen van een G9 staan direct onder netspanning, en er zijn genoeg installaties waarin de schakelaar in de nul is gemonteerd. Het licht is dan uit terwijl de fitting onder spanning blijft. Haal de groep eruit en controleer het met een spanningszoeker.
Een ledcapsule bestellen zonder de maat te controleren
Een ledcapsule heeft elektronica in de voet en is daardoor vaak dikker en langer dan het halogeenlampje dat eruit gaat. In een klein wandlampje raakt hij het glaskapje of past hij simpelweg niet. Meet de vrije ruimte op voordat je een set bestelt.
Een verkleurde fitting laten zitten
Bruin verkleurd kunststof en zwarte aanslag op de pennen betekenen dat het contactvlak te klein is geworden en er vonkjes overspringen. Elk nieuw lampje gaat daar hetzelfde lot tegemoet, en de warmte neemt alleen maar toe. Vervang de fitting, keramisch waar dat kan.
Veelgestelde vragen
Wat is een halogeen steeklampje precies?
Het is een klein halogeenlampje met twee pennetjes in plaats van een schroefdraad of een bajonetsluiting. Het glas is kwarts, want dat verdraagt de hoge wandtemperatuur die de halogeencyclus nodig heeft. Je duwt de pennen recht in de fitting en er is geen draaibeweging bij. De bekendste uitvoeringen zijn de G4 en de GY6.35 op 12 volt en de G9 op 230 volt.
Hoe weet ik of ik een G4 of een GY6.35 nodig heb?
Meet met een liniaal of een schuifmaat de afstand tussen het hart van de twee pennen. Vier millimeter is een G4, 6,35 millimeter is een G6.35 of een GY6.35. Het verschil tussen die laatste twee zit in de dikte van de pennen: de GY is de dikke uitvoering. Neem het oude lampje mee of maak er een foto van naast een liniaal, dan kun je in de winkel vergelijken.
Waarom mag je een halogeenlampje niet met je vingers aanraken?
Het kwarts loopt tijdens het branden op tot honderden graden. Vet en zout uit je huid verbranden daar niet weg maar veranderen de structuur van het glas, dat op die plek dof en witachtig wordt. Het zet daar anders uit dan de rest van de wand, en die spanning laat het lampje veel te vroeg bezwijken. Heb je het toch aangeraakt, veeg het dan af met spiritus en laat het drogen voordat je de spanning erop zet.
Kan ik een halogeen steeklampje vervangen door led?
In dezelfde voet is dat gewoon mogelijk, en er zijn ledcapsules in G4, GY6.35, GU5.3 en G9. Er zijn drie punten om vooraf na te lopen. De ledcapsule is meestal langer en dikker, dus meet de ruimte in het armatuur op. Op 12 volt moet de capsule geschikt zijn voor wisselspanning, herkenbaar aan AC of AC/DC op de verpakking. En de bestaande trafo haalt met led vaak zijn minimumbelasting niet meer.
Waarom doet mijn ledcapsule het niet op de bestaande trafo?
Een elektronische trafo heeft een minimumbelasting die op het huisje staat, bijvoorbeeld 20 tot 60 VA. Vervang je vier lampjes van 20 watt door capsules van 2 watt, dan zakt de belasting naar 8 watt en herkent de trafo dat niet als een lamp. Hij start op, valt terug en probeert het opnieuw, wat je ziet als pulserend of flikkerend licht. Vervang de trafo door een ledvoeding die vanaf nul watt werkt.
Werkt een G9 lampje op 12 volt?
Nee, een G9 is een lampje voor 230 volt en zit rechtstreeks op de netspanning, zonder trafo. Op 12 volt gloeit hij hooguit zwak oranje. Andersom gaat het harder mis: een 12 volt G4 op netspanning knalt onmiddellijk door. De voetmaat maakt verwisseling vrijwel onmogelijk, maar controleer bij twijfel altijd wat er op het armatuur staat.
Hoeveel watt mag ik in een armatuur met steeklampjes doen?
Precies wat er op het typeplaatje van het armatuur staat, en niet meer. Dat getal hoort bij de warmte die de behuizing en de fitting kunnen afvoeren. Een zwaarder lampje verkleurt het kunststof, gaart de veercontacten in de fitting en verkort de levensduur van elk lampje dat er daarna in gaat. Wil je meer licht, kies dan een led met een hogere lichtopbrengst binnen hetzelfde wattage.
Waarom worden de pennen van mijn steeklampje zwart?
Zwarte aanslag ontstaat door kleine vonkjes tussen de pen en het veercontact in de fitting. De veren verliezen door de warmte hun spanning, het contactoppervlak wordt kleiner en daardoor heter, en die warmte neemt weer wat veerkracht weg. Het is dus geen probleem van de lampjes maar van de fitting, en die vervang je. In een geïntegreerd armatuur betekent dat vaak het hele armatuur.
Moet ik de stroom eraf halen om een steeklampje te vervangen?
Bij een G9 op 230 volt wel, want de pennen staan onder netspanning en je pakt ze noodgedwongen dicht bij de fitting beet. Haal de groep eruit en controleer met een spanningszoeker, want een schakelaar die in de nul is gemonteerd laat de fitting gewoon onder spanning staan. Bij 12 volt lampjes is de spanning ongevaarlijk, maar het lampje en het armatuur zijn heet, dus schakel ook daar uit en laat het afkoelen.
Zijn halogeen steeklampjes nog gewoon te koop?
De Europese vrijstelling die er voor deze kleine halogeenlampen nog gold is vervallen, dus ze worden niet meer geproduceerd. Wat er in de schappen ligt is restvoorraad, en de keuze in wattages wordt zichtbaar kleiner. Ledcapsules in dezelfde voeten zijn overal verkrijgbaar. Voor een armatuur dat je wilt houden, is het verstandiger om nu de overstap te maken dan om restvoorraad in te slaan.
Waarom flikkeren mijn 12 volt lampjes als ik ze dim?
Een dimmer moet passen bij het type trafo en niet bij de lamp. Een klassieke wikkeltrafo vraagt een dimmer voor inductieve belasting, een elektronische trafo een dimmer voor capacitieve belasting. Zet je ze verkeerd om, dan krijg je flikkeren, zoemen of een dimbereik dat halverwege stopt. Met led erbij komt daar de eis bij dat de lamp zelf ook dimbaar is opgegeven.
Wat doe ik als het glas is afgebroken en de pennen vastzitten?
Haal eerst de groep eruit en controleer met een spanningszoeker of er niets meer op staat. Pak daarna elke pen apart met een punttang en trek hem recht naar buiten, in het verlengde van de fitting. Wrik niet zijwaarts, want dan beschadig je de veercontacten. Ruim de kwartsscherfjes op met een stofzuiger en bekijk daarna de fitting: als de pennen zo vast zaten, is die meestal aan vervanging toe.
Wanneer je beter een vakman belt
Een steeklampje wisselen doe je zelf, en een trafo vervangen die met een stekker of met klemmen op een bestaand lichtpunt zit ook. De grens ligt op twee plekken.
De eerste is de meterkast. Een nieuwe groep bijtrekken of iets aanpassen achter de hoofdzekering is werk voor een installateur, niet omdat het ingewikkeld is maar omdat je daar niet spanningsloos kunt werken.
De tweede is een armatuur waarin je brandsporen ziet: gesmolten isolatie, een verkoolde klem of een verbrande draad in de behuizing. Dan is er iets structureel mis met de belasting of met de warmteafvoer, en een nieuwe fitting erin zetten verplaatst het probleem alleen. Laat dat nakijken, zeker in een verlaagd plafond waar isolatiemateriaal tegen het armatuur aan ligt.
Werk je op hoogte aan een lichtpunt in een trapgat of een vide, zet dan een stevige stelling neer of laat iemand meekijken. Vallen is bij dit werk het grootste risico, niet de spanning.



