Tl-buis vervangen, en wanneer je beter naar led overstapt
Een tl-buis wissel je in twee minuten: kwartslag draaien, eruit nemen, de nieuwe er in dezelfde beweging in zetten. Het echte werk zit in de vraag ervoor: is de buis op, of ligt het aan de starter, de kou of het voorschakelapparaat. Wil je meteen naar led, dan is de buis er in draaien niet genoeg, want de starter en soms het hele voorschakelapparaat moeten dan mee.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Stabiele trap of kleine steiger, geen krukje
- Spanningzoeker of tweepolige spanningstester
- Kruiskopschroevendraaier en een kleine platte schroevendraaier
- Zijkniptang bij het ombouwen naar led
- Doek en allesreiniger voor de reflector
- Zaklamp of hoofdlamp, want de groep gaat uit
Materiaal
- Tl-buis in de juiste lengte, kleur en vermogen
- Nieuwe starter, meestal een S10 bij 18 tot 65 watt
- Led-buis met de bijgeleverde led-starter bij een ombouw
- Lasklemmen of kroonsteen bij het overbruggen van het voorschakelapparaat
- Sticker of label om een omgebouwd armatuur te merken
Wat er in een tl-armatuur zit en waarom dat uitmaakt
Een tl-buis brandt niet zomaar op netspanning. In het armatuur zitten onderdelen die de buis op gang brengen en de stroom erdoorheen begrenzen, en die onderdelen bepalen wat je bij een vervanging tegenkomt. Wie de rest van de verlichting in huis onder handen neemt, merkt dat een tl-armatuur het enige type is waar nog echte techniek in zit naast de lamp zelf.
Bij een klassiek armatuur zie je drie dingen. De buis zelf met aan beide uiteinden twee pennetjes, een startertje in een houder ernaast, en een zware spoel die je als een blok in de kap voelt zitten. Dat blok is het voorschakelapparaat. Zonder dat blok zou de gasontlading in de buis binnen een seconde doorslaan, want de weerstand van het gas neemt af zodra er stroom loopt.
De starter is een kleine cilinder die je een kwartslag draait om hem eruit te halen. Hij verwarmt de gloeidraden aan de uiteinden van de buis en breekt de stroom dan abrupt af, waardoor de spoel een spanningspiek geeft die de buis ontsteekt. Lukt dat niet in één keer, dan probeert de starter het gewoon opnieuw. Dat is precies het geknipper dat je bij het inschakelen ziet.
In nieuwere armaturen zit een elektronisch voorschakelapparaat en helemaal geen starter. Zie je geen startervoetje, dan heb je zo'n armatuur. Die schakelt op hoge frequentie, start binnen een seconde zonder geknipper en bromt niet. Voor de vervanging van de buis maakt dat niets uit, voor een ombouw naar led des te meer.
Zit er in de kap ook een klein cilindervormig blokje met twee draadjes dat parallel aan de netaansluiting staat, dan is dat de condensator voor de arbeidsfactor. Die hoort bij het voorschakelapparaat en gaat er bij een ombouw naar led altijd uit.
De juiste buis kiezen: maat, fitting en vermogen
Een tl-buis koop je op drie dingen: de diameter, de lengte en het vermogen. Die drie hangen samen, want een armatuur van 120 centimeter met een voorschakelapparaat voor 36 watt werkt alleen goed met een buis van 36 watt. Een zwaardere buis erin zetten geeft minder licht in plaats van meer, omdat de spoel de stroom begrenst op de waarde waar hij voor gemaakt is.
De diameter herken je aan de aanduiding op de buis zelf. T8 heeft een doorsnede van 26 millimeter en is verreweg het meest gangbaar in woningen, garages en schuren. T5 is slank, 16 millimeter, en zit vooral in strakke armaturen onder keukenkastjes. Kom je een dikke buis van 38 millimeter tegen, dan is dat een T12 uit een armatuur van decennia geleden.
De lengte meet je van pen tot pen, dus inclusief de pennetjes aan beide kanten. Een T8 van 120 centimeter is precies 1200 millimeter lang, een T5 van dezelfde wattklasse is korter en past dus niet in hetzelfde armatuur. T8 en T12 delen wel de G13-fitting, dus daar past een moderne T8 vaak zonder aanpassing in een oud T12-armatuur. Het vermogen mag dan alleen niet verspringen.
Neem de oude buis mee naar de winkel, of schrijf de volledige codering over. Op de buis staat iets als F36W/840, en dan weet je in één keer het vermogen en de lichtkleur. Bij het vervangen van een gewone lamp in een fitting gaat het alleen om de fitting en het vermogen, bij tl telt de lengte net zo hard mee.
| Buistype | Diameter | Fitting | Lengte | Vermogen | Waar je hem tegenkomt |
|---|---|---|---|---|---|
| T8 | 26 mm | G13 | 59 cm | 18 watt | Schuur, meterkast, onder een keukenkast |
| T8 | 26 mm | G13 | 120 cm | 36 watt | De meest voorkomende maat in en om het huis |
| T8 | 26 mm | G13 | 150 cm | 58 watt | Garage, werkplaats, bedrijfsruimte |
| T5 | 16 mm | G5 | 55 cm | 14 watt | Slanke werkbladverlichting in de keuken |
| T5 | 16 mm | G5 | 115 cm | 28 watt | Nieuwere plafondarmaturen met elektronisch voorschakelapparaat |
| T12 | 38 mm | G13 | 120 cm | 40 watt | Armaturen van voor de jaren tachtig |
| Led-buis | 26 mm | G13 | 120 cm | 16 tot 20 watt | Vervanger van een T8 van 36 watt |
| Led-buis | 26 mm | G13 | 150 cm | 22 tot 26 watt | Vervanger van een T8 van 58 watt |
Lichtkleur, lichtopbrengst en een schone reflector
Een veelgehoorde reactie na het vervangen van een oude buis is dat het licht ineens veel feller lijkt. Dat komt zelden door de techniek van de nieuwe buis alleen. Een tl-buis die twee jaar heeft gebrand, geeft nog ongeveer zeventig procent van zijn oorspronkelijke licht, en dat verlies gaat zo geleidelijk dat je het niet merkt tot er iets nieuws hangt.
De tweede helft van het verschil zit in de lichtkleur. De code achter het vermogen zegt precies wat je krijgt: 830 betekent een kleurweergave van tachtig procent bij 3000 kelvin, en dat is warm en geelachtig. 840 is dezelfde kleurweergave bij 4000 kelvin, en dat oogt neutraal wit. Het oog is voor dat wittere licht gevoeliger, dus bij hetzelfde vermogen lijkt een 840 helderder dan een 830.
Voor een werkplaats, een garage of een keuken waar je kleuren wilt kunnen beoordelen, is 840 meestal de betere keuze. Voor een hal of een berging waar je vooral gezelligheid wilt, past 830 beter. Kies binnen één ruimte altijd dezelfde kleur, want twee buizen naast elkaar in 830 en 840 zie je meteen.
De derde factor kost niets. Een tl-buis straalt rondom, dus de helft van het licht gaat eerst naar de witte of spiegelende reflector achter de buis. Zit daar een grijze stoflaag op, dan verdwijnt daar zomaar een kwart van je licht. Neem de kap en de reflector af met een vochtige doek terwijl de groep toch uit staat.
| Code | Kleurtemperatuur | Hoe het licht oogt | Waar het past |
|---|---|---|---|
| 827 | 2700 kelvin | Warm en geel, vergelijkbaar met een gloeilamp | Woonruimte, hal |
| 830 | 3000 kelvin | Warm wit | Berging, bijkeuken, sfeerverlichting |
| 840 | 4000 kelvin | Neutraal wit, oogt het helderst bij hetzelfde vermogen | Keuken, garage, werkplaats, hobbyruimte |
| 865 | 6500 kelvin | Koud en blauwig, daglichtkleur | Werkbanken en plekken waar je kleuren precies wilt zien |
Waarom een tl-buis knippert, flikkert of niet meer aangaat
Een knipperende tl-buis is bijna nooit een raadsel, want het beeld dat je ziet vertelt vrij precies waar het aan ligt. Kijk eerst twee minuten voordat je iets koopt. Een buis en een starter kosten allebei geld en je hebt er meestal maar één van nodig.
Blijft de buis eindeloos aanslaan en weer uitgaan, dan is dat het startproces dat telkens mislukt. De starter probeert het opnieuw, de uiteinden gloeien op, de ontsteking lukt niet, en dat herhaalt zich. Zit er zwarte of donkerbruine aanslag op de laatste centimeters van de buis, dan is de buis op en heeft een nieuwe starter geen zin. Zijn de uiteinden nog schoon, begin dan juist bij de starter.
Een tl-buis die alleen in de kou flikkert is meestal gewoon een tl-buis. Onder een graad of tien is de kwikdruk in de buis te laag om vlot te ontsteken, dus in een onverwarmde garage staat een oude buis soms een minuut te stotteren voordat hij vol aan gaat. Dat gaat niet over met een nieuwe starter. Een led-buis heeft dat probleem niet en gaat in de kou juist langer mee.
Er is één ding dat je uitsluit voordat je gaat vervangen. Draai de buis een kwartslag heen en weer in de fittingen. Zit er speling of oxidatie op de contactveren, dan flikkert de buis door een slecht contact en niet doordat hij versleten is. Dat komt vooral voor in vochtige ruimtes en in armaturen die al eens gevallen zijn.
| Wat je ziet | Wat er meestal aan de hand is | Wat je doet |
|---|---|---|
| Knippert een paar keer en gaat dan gewoon aan | Normaal gedrag van een conventioneel armatuur, buis of starter loopt op leeftijd | Nog niets, vervang bij toenemend geknipper eerst de starter |
| Blijft knipperen en komt niet door | Starter versleten, of buis aan het einde van zijn levensduur | Starter vervangen, helpt dat niet dan de buis |
| Uiteinden gloeien oranje op, de buis zelf blijft donker | Starter maakt permanent contact, of gloeidraad in de buis is stuk | Starter eruit en vervangen, daarna pas de buis |
| Zwarte ringen op de laatste centimeters van de buis | Buis is op, de emissielaag op de gloeidraden is verbruikt | Buis vervangen en meteen de starter mee |
| Flikkert alleen bij lage temperatuur | Te lage kwikdruk in een koude ruimte | Accepteren of overstappen op een led-buis |
| Flikkert onregelmatig en gaat uit als je ertegen tikt | Slecht contact in de fitting of oxidatie op de pennen | Buis kwartslag heen en weer draaien, contactveren nakijken |
| Bromt hoorbaar tijdens het branden | Voorschakelapparaat zit los in de kap of de lamellen trillen | Bevestigingsschroeven van het blok natrekken |
| Doet het helemaal niet, geen enkel teken van leven | Groep uit, schakelaar defect, of de bedrading in het armatuur los | Eerst de groep en de schakelaar, daarna pas het armatuur openen |
| Geeft merkbaar minder licht dan vroeger | Normale veroudering, na twee jaar branden is een buis op ongeveer zeventig procent | Buis vervangen en tegelijk de reflector schoonmaken |
Een tl-buis is geen restafval. Er zit een kleine hoeveelheid kwik in. Breekt een buis, ventileer de ruimte dan een kwartier, veeg de scherven bij elkaar met karton in plaats van met een stofzuiger, en lever de rest in bij het milieustation of de bouwmarkt.
Veilig werken aan het armatuur
De buis wisselen kan met de lichtschakelaar uit. Ga je het armatuur openen, dan is dat niet genoeg. Een schakelaar onderbreekt in veel installaties alleen de fase, en bij een verkeerd aangesloten schakelaar staat de nul zelfs nog onder spanning. Schakel dus de groep uit in de meterkast voordat je een klemmenblok aanraakt.
Controleer daarna of het echt spanningsvrij is met een spanningzoeker op de klemmen in het armatuur, niet alleen op de schakelaar. Doe dat ook als je zeker weet welke groep het is, want in oudere huizen zijn verlichtingsgroepen door de jaren heen zelden logisch gebleven. Wat er in je groepenkast mag en waar de grens ligt, staat bij ons overzicht van elektrawerk in huis.
Werk je aan een armatuur op een schuin plafond, in een trapgat of hoog in een garage, dan is de val gevaarlijker dan de spanning. Gebruik een trap die op vier poten vlak staat en geen keukenkrukje op een kruk. Dezelfde regel geldt bij het vervangen van boeidelen langs de dakrand: alles boven ongeveer twee en een halve meter doe je niet alleen en niet in het donker.
Moet er een nieuwe voedingskabel naar het armatuur, dan hoort daar de juiste doorsnede en het juiste kabeltype bij. Voor een verlichtingsgroep in een schuur of garage helpt onze kiezer voor draaddikte en kabeltype je snel aan de goede keuze, ook bij een leiding die buiten of in het zicht loopt.
Werk achter de hoofdzekering blijft van de netbeheerder. Het uitschakelen van een groep en het vervangen van een armatuur mag je zelf doen. Het verzegelde deel van de meterkast, de hoofdaansluiting en de kabel van de straat naar de meter raak je nooit aan.
Vervanging van een tl-buis door led
Een led-buis in een bestaand armatuur draaien is zelden een kwestie van alleen de buis wisselen. Het armatuur is gebouwd om een gasontlading te starten en te begrenzen, en een led-buis heeft daar niets aan. Wat er precies moet gebeuren, hangt af van het type voorschakelapparaat dat erin zit.
Zit er een klassieke spoel met een starter in, dan is er een led-buis te koop die daar rechtstreeks in past. Je vervangt de starter door het led-startertje dat wordt meegeleverd, en dat is in feite een doorverbinding met een zekering. De spoel blijft dan in het circuit staan en verstookt zelf nog een paar watt, dus je bespaart wel maar niet het maximum.
Zit er een elektronisch voorschakelapparaat in, dan is er geen startervoetje en werkt zo'n retrofit-buis niet. Dan moet het blok eruit of overbrugd worden, zodat de fittingen rechtstreeks op de netspanning komen. Sluit fase en nul aan op de klemmen die daarvoor gemarkeerd zijn en volg het schema dat op de led-buis of de verpakking staat. Verwissel je fase en nul, dan brandt de buis vaak gewoon, maar dan klopt de markering in het armatuur niet meer voor wie er na jou aan werkt.
Let bij die ombouw op het verschil tussen enkelzijdig en dubbelzijdig aangesloten buizen. Bij enkelzijdig komen fase en nul allebei aan dezelfde kant van het armatuur en staat de andere fitting alleen nog mechanisch te dienen. Bij dubbelzijdig gaat de fase naar de ene fitting en de nul naar de andere. De bedradingsbeginselen zijn verder dezelfde als bij het aansluiten van een gewone lamp.
| Wat er in het armatuur zit | Hoe je dat herkent | Wat er moet gebeuren voor led |
|---|---|---|
| Conventionele spoel met starter | Zwaar blok in de kap en een draaibaar startertje | Led-starter in plaats van de gewone starter, condensator eruit knippen |
| Conventionele spoel met starter, buis op netspanning | Op de led-buis staat dat de ballast verwijderd moet worden | Spoel en starterhouder overbruggen, fase en nul rechtstreeks naar de fittingen |
| Elektronisch voorschakelapparaat | Geen startervoetje, buis start binnen een seconde zonder knipperen | Blok eruit of overbruggen, fittingen op netspanning bedraden |
| Armatuur met twee buizen in serie | Eén starter per buis, of één starter voor twee buizen | Bedrading per buis nalopen, niet gokken op symmetrie |
| Armatuur ouder dan vijftien jaar | Vergeelde kap, brosse bedrading, roest op de reflector | Vaak goedkoper en veiliger om het hele armatuur te vervangen |
| Vochtdicht armatuur in garage of schuur | Rubber pakking en klemmen op de kap | Pakking nakijken, anders lekt het na de ombouw alsnog |
Plak na een ombouw een sticker in het armatuur met de datum en de tekst dat de ballast verwijderd is en dat er alleen nog een led-buis in mag. Wie er over vijf jaar een gewone tl-buis in draait, sluit die anders rechtstreeks op de netspanning aan.
Wat led bespaart en wanneer je de ombouw terugverdient
Het verschil in verbruik is groter dan de wattages op de buizen doen vermoeden, want het voorschakelapparaat telt mee. Een T8 van 58 watt met een conventionele spoel trekt in de praktijk rond de 68 watt uit het stopcontact. Een led-buis die diezelfde plek vult, zit rond de 24 watt. Dat is ruwweg zestig procent minder, zonder dat je minder licht hebt.
Of dat de investering waard is, hangt volledig af van het aantal branduren. In een werkplaats of bedrijfsruimte waar het licht acht uur per dag brandt, is een set led-buizen in anderhalf tot twee jaar terugverdiend. Hangt er een armatuur in een schuur die je een half uur per dag aandoet, dan bespaar je wel stroom maar haal je de aanschaf er in jaren niet uit. Laat zo'n buis dan gewoon branden tot hij op is.
Er is een hardnekkig verhaal dat tl veel stroom vreet bij het inschakelen en dat je hem daarom beter kunt laten branden. Die opstartpiek bestaat, maar hij duurt een fractie van een seconde en weegt in het verbruik nauwelijks mee. Uitdoen als je de ruimte verlaat is altijd goedkoper dan laten branden. Wat wel klopt: veel schakelen verkort de levensduur van een conventionele tl-buis, en juist daar is led ongevoelig voor.
Vervang je meerdere armaturen tegelijk in een garage of werkplaats, kijk dan ook even naar de belasting van de groep waar ze op zitten. Met onze rekenhulp voor het vermogen per groep zie je in één oogopslag hoeveel er nog bij kan, en na een ombouw naar led houd je daar meestal ruimte over.
| Opstelling | Werkelijk opgenomen vermogen | Opstarttijd |
|---|---|---|
| T8 58 watt met conventionele spoel | Ongeveer 68 watt | Enkele seconden tot een minuut in de kou |
| T8 36 watt met conventionele spoel | Ongeveer 45 watt | Enkele seconden tot een minuut in de kou |
| T8 36 watt met elektronisch voorschakelapparaat | Ongeveer 38 watt | Binnen een seconde |
| Led-buis 150 cm na verwijderen van de ballast | Ongeveer 24 watt | Direct |
| Led-buis 120 cm na verwijderen van de ballast | Ongeveer 18 watt | Direct |
| Led-buis 120 cm met de spoel nog in het circuit | Ongeveer 24 watt | Direct |
Zo vervang je een tl-buis in de keuken onder een kastje
Onder een keukenkast hangt vaak een smalle T5 van 14 of 28 watt in een kunststof armatuurtje. Die zit met twee schroefjes of met clips tegen de onderkant van de kast. De buis draai je er op dezelfde manier uit als een grote: kwartslag draaien tot de pennen in de sleuf staan en dan recht naar beneden trekken.
Twee dingen wijken hier af van een gewoon plafondarmatuur. Het eerste is de ruimte: er zit soms maar een paar centimeter tussen de kast en het werkblad, waardoor je de buis niet recht naar beneden kunt bewegen. Schroef in dat geval eerst het hele armatuurtje los en laat het aan de kabel hangen. Het tweede is de aansluiting, want deze armaturen zitten regelmatig op een stekker in een verdekt stopcontact in de kast. Trek die stekker eruit en je bent klaar met spanningsvrij maken.
Zit er nog een oude balk met halogeen onder de kastjes, dan is dat een ander verhaal. Die lampjes worden heet en de vervanging werkt anders dan bij tl, wat je terugvindt bij het wisselen van halogeen steeklampjes. Voor de keuken zelf is 840 de kleur die je wilt, want boven een aanrecht wil je zien wat je snijdt.
Pak je de keuken toch aan, doe dan het armatuur en de rest in één gang. Een nieuw ledbalkje ophangen kost tien minuten extra als de kast toch leeg is. Net als bij het vervangen van de keukenkraan kost het slopen en opruimen meer tijd dan het monteren.
Waarom een tl-buis met bewegingssensor gaat brommen of nagloeit
Een bewegingsmelder op een tl-armatuur in de garage of op zolder is praktisch, maar niet elke melder kan een tl-armatuur schakelen. Er zijn twee soorten, en het verschil zit in het schakelende element. Een melder met een relais schakelt met een echt contact dat open en dicht gaat. Een melder met een triac schakelt elektronisch, zonder bewegende delen.
Een triac heeft moeite met een inductieve belasting, en dat is precies wat een conventioneel voorschakelapparaat is. Het gevolg is dat het armatuur luid gaat brommen of zoemen zodra de melder ertussen zit, terwijl datzelfde armatuur op een gewone schakelaar stil is. Het licht schakelt gewoon aan en uit, dus je zoekt het probleem al snel op de verkeerde plek.
Je herkent zo'n melder aan de opgegeven belasting. Staat er een minimum vermogen bij, bijvoorbeeld veertig tot vierhonderd watt, dan zit er vrijwel zeker een triac in. Een relais heeft geen ondergrens nodig. Kijk ook naar de symbolen op het typeplaatje: staat er alleen een gloeilamp en geen aanduiding voor tl of led, dan is het apparaat niet voor dit soort last bedoeld.
Datzelfde minimum speelt je parten met led. Een led-buis van achttien watt komt onder de ondergrens van veel melders, waardoor de buis blijft nagloeien of zachtjes knippert als hij uit hoort te zijn. Dat is hetzelfde verschijnsel als bij led-spots in een gu10-fitting achter een oude dimmer. Kies een melder die uitdrukkelijk geschikt is voor led en voor tl. Let er ook op dat hij een nulleiding nodig heeft op de plek van de schakelaar, net als de meeste moderne klokthermostaten bij het vervangen van een thermostaat.
Zo vervang je een tl-buis
Deze volgorde geldt voor een gewoon plafondarmatuur met een conventioneel voorschakelapparaat, en met kleine aanpassingen ook voor een armatuur onder een keukenkast.
-
Zet de verlichting uit en laat de buis afkoelen
Doe de lichtschakelaar uit en wacht een paar minuten. Een tl-buis die net gebrand heeft, is aan de uiteinden warm genoeg om onaangenaam te zijn en het glas is dun. Ga je ook de kap openmaken of aan de bedrading werken, schakel dan de hele groep uit in de meterkast en controleer de klemmen met een spanningzoeker.
-
Neem de afdekkap of het rooster weg
Bij een armatuur met een kunststof kap zitten meestal clips aan de lange zijden die je met een vlakke schroevendraaier voorzichtig openwipt. Bij een vochtdicht armatuur in een garage zitten er beugels omheen. Leg de kap plat neer in plaats van hem tegen de muur te zetten, want oude kappen zijn bros en scheuren makkelijk.
-
Draai de buis een kwartslag en neem hem eruit
Pak de buis met beide handen aan de uiteinden vast en draai hem een kwartslag om zijn as. De twee pennetjes staan dan in lijn met de sleuf van de fitting en de buis komt recht naar beneden los. Voelt hij vast, dan draai je waarschijnlijk de verkeerde kant op of zit er oxidatie op de contacten.
-
Vervang de starter in dezelfde handeling
Bij een conventioneel armatuur draai je de starter er ook meteen uit, weer met een kwartslag. Een starter kost een paar euro en gaat ongeveer even lang mee als een buis. Nieuwe buis met oude starter is de meest voorkomende reden dat een pas vervangen tl-buis alsnog blijft knipperen. Zit er geen starter in het armatuur, dan heb je een elektronisch voorschakelapparaat en sla je deze stap over.
-
Maak de reflector en de kap schoon
Nu het armatuur toch open is, neem je de witte of spiegelende plaat achter de buis af met een vochtige doek en de kap met wat allesreiniger. Stof op de reflector kost je zomaar een kwart van je licht. Laat alles droog worden voordat de nieuwe buis erin gaat.
-
Zet de nieuwe buis erin en controleer de fittingen
Steek de pennen door de sleuf van beide fittingen en draai de buis een kwartslag terug. Je voelt en hoort hem klikken als hij goed zit. Beweegt de buis daarna nog los in een fitting, dan zijn de contactveren verzwakt en gaat het armatuur binnen korte tijd flikkeren, ook met een nieuwe buis.
-
Schakel in en kijk hoe hij opstart
Zet de groep en de schakelaar weer aan en let op de eerste seconden. Een paar keer knipperen en dan vol aan is normaal. Blijft hij aanslaan en uitvallen, of gloeien alleen de uiteinden op, dan zit de fout in de starter of in de bedrading en niet in de buis die je net gekocht hebt.
-
Lever de oude buis in
Doe de oude buis in de verpakking van de nieuwe en breng hem naar het milieustation of de inzamelbak bij de bouwmarkt. Er zit kwik in en hij hoort daarom niet bij het glas en niet bij het restafval. Voor een omgebouwd armatuur plak je er nog een label in dat er alleen een led-buis in mag.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nakijken voordat je klaar bent
Uit de praktijk
Een werkruimte die in anderhalf jaar was terugverdiend
In een bedrijfsruimte hingen tientallen armaturen met T8-buizen van 58 watt, allemaal met een conventionele spoel. De vraag was of het zin had om alles in één keer om te bouwen naar led, of dat je beter kunt wachten tot de buizen stuk gaan.
De rekensom viel duidelijk uit. Per armatuur ging het opgenomen vermogen van ongeveer 68 watt naar ongeveer 24 watt, en het licht brandde acht tot tien uur per dag. Bij die branduren was de aanschaf van buizen en het ombouwwerk in ongeveer anderhalf jaar terugverdiend. Wat de doorslag gaf was iets anders: de kleurbeoordeling in die ruimte was belangrijk, en oude tl-buizen zakken langzaam weg in lichtopbrengst en kleurweergave. Met led blijft dat jarenlang stabiel, waardoor het vervangen om de twee jaar verviel.
In een woonhuis pakt dezelfde som meestal anders uit. Een armatuur in een schuur dat een half uur per dag brandt, kom je met de besparing alleen niet uit de aanschaf.
Led leek veel meer licht te geven dan het in werkelijkheid was
Na het ombouwen van een garage naar led-buizen was de eerste reactie dat het er nu pas echt licht was. Dat leek een sterk argument voor led, tot we hetzelfde armatuur ernaast met een nieuwe gewone tl-buis van 840 uitrustten en dat er niet voor onder deed.
Er speelden drie dingen tegelijk. De oude buizen zaten na jaren branden rond zeventig procent van hun oorspronkelijke opbrengst. De oude buizen waren 830, dus warmwit, terwijl de nieuwe 840 waren, en het oog is voor dat wittere licht gevoeliger. En de reflectors zaten onder een dikke laag stof, die bij de ombouw werd weggenomen.
Led straalt naar beneden en gebruikt de reflector nauwelijks, dus een vuile reflector valt bij led minder op. Het echte voordeel van de ombouw zat in het verbruik, niet in de hoeveelheid licht.
Twee tl-armaturen die keihard gingen brommen na een nieuwe bewegingsmelder
Op een zolder hingen twee tl-armaturen van 36 watt die jarenlang probleemloos op een bewegingsmelder hadden gewerkt. Na het vervangen van die melder door een nieuw exemplaar begonnen beide armaturen luid te zoemen zodra het licht aanging. Rechtstreeks aangesloten, zonder de melder ertussen, was er niets aan de hand.
Het vermogen was niet het probleem: de melder was opgegeven voor veertig tot vierhonderd watt en er hing 72 watt aan. Juist die opgegeven ondergrens was het spoor. Een melder met een echt relaiscontact heeft geen minimum vermogen nodig, een melder met een triac wel. Deze nieuwe schakelde dus elektronisch, en een triac gaat vreemd schakelen op de inductieve last van een tl-voorschakelapparaat. Dat hoor je terug als gebrom in de spoel.
De oplossing was de melder ruilen voor een type met een relaisuitgang, geschikt verklaard voor tl en led. Daarna was het weer stil.
Veelgemaakte fouten
Alleen de buis vervangen en de starter laten zitten
Dit is de meest voorkomende reden dat een verse tl-buis al na een dag weer staat te knipperen. Een versleten starter maakt het ontsteken zwaarder en trekt de nieuwe buis in korte tijd mee naar beneden. Vervang ze samen: een starter kost een paar euro en gaat ongeveer even lang mee als de buis.
Een buis met een ander vermogen in het armatuur zetten
Een buis van 58 watt in een armatuur voor 36 watt geeft geen extra licht, want de spoel begrenst de stroom op zijn eigen waarde. De buis brandt dan zwak, start slecht en slijt sneller. Andersom, een lichte buis in een zwaar armatuur, wordt de buis overbelast. Kijk op het typeplaatje van het armatuur en houd dat aan.
Een led-buis in een armatuur draaien zonder er verder iets aan te doen
Bij een conventioneel armatuur blijft de gewone starter dan telkens proberen te ontsteken, wat je ziet als knipperen of nagloeien. Bij een elektronisch voorschakelapparaat gebeurt er meestal helemaal niets, of gaat de buis binnen korte tijd stuk. Lees op de verpakking welk type ombouw de buis vraagt en voer die ook uit.
De condensator laten zitten bij een ombouw naar led
Dat kleine blokje parallel aan de netaansluiting hoort bij het voorschakelapparaat en heeft na de ombouw geen functie meer. Het blijft wel stroom trekken en kan in oudere armaturen lekstroom veroorzaken, waardoor de aardlekschakelaar zonder duidelijke reden uitvalt. Knip hem eruit en isoleer de draadeinden netjes.
Een omgebouwd armatuur niet merken
Na het overbruggen van de ballast staan de fittingen rechtstreeks op de netspanning. Wie er later een gewone tl-buis in draait, sluit die daarmee kort op het net aan. Een sticker met de datum en de tekst dat er alleen een led-buis in mag, kost niets en voorkomt precies dat.
De kap opendoen met alleen de lichtschakelaar uit
Een schakelaar onderbreekt in de regel alleen de fase, en bij een verkeerd aangesloten schakelaar staat er zelfs nog spanning op de klemmen. Zolang je alleen de buis wisselt, is de schakelaar genoeg. Ga je verder dan de fittingen, dan gaat de groep eruit en controleer je het met een spanningzoeker.
De oude buis bij het glas of het restafval gooien
In elke tl-buis zit een kleine hoeveelheid kwik en een fluorescerende poederlaag. Bij het glas komt dat in de smeltoven terecht, in de restafvalzak breekt hij in de perswagen. Neem de buis mee naar het milieustation of naar de inzamelbak van de bouwmarkt waar je de nieuwe koopt.
Een bewegingsmelder kiezen op prijs in plaats van op schakeltype
Melders met een triac zijn goedkoper, maar kunnen niet overweg met de inductieve last van een tl-armatuur en niet met de lage belasting van een led-buis. Het resultaat is brommen, nagloeien of licht dat spontaan aanslaat. Kijk op de verpakking naar een relaisuitgang en naar een uitdrukkelijke geschiktheid voor tl en led.
Veelgestelde vragen
Hoe krijg ik een tl-buis uit de fitting?
Pak de buis aan beide uiteinden vast en draai hem een kwartslag om zijn as, in welke richting dan ook. De twee pennetjes komen daarmee in lijn met de sleuf in de fitting en de buis valt recht naar beneden los. Houd hem tijdens dat draaien wel vast, want hij komt er soms plotseling uit. Voelt de buis vast, dan zit er oxidatie op de contacten of ben je aan het draaien terwijl je hem ook naar beneden trekt.
Wat betekent het als een tl buis knippert en niet meer aangaat?
Dat is bijna altijd de starter of de buis. Kijk naar de laatste centimeters van de buis: zit daar zwarte of donkerbruine aanslag, dan is de buis op en heeft alleen een nieuwe starter geen zin. Zijn de uiteinden nog schoon, vervang dan eerst de starter, want die kost een paar euro. Gloeien alleen de uiteinden op terwijl de buis zelf donker blijft, dan blijft de starter doorverbinden en moet hij er sowieso uit.
Wat kan ik doen aan een knipperende tl buis in een koude garage?
Onder een graad of tien is de kwikdruk in de buis te laag om vlot te ontsteken, dus in een onverwarmde ruimte staat een tl-buis in de winter langer te stotteren. Dat is normaal gedrag en geen defect, en een nieuwe starter lost het niet op. Wil je er echt vanaf, dan is een led-buis de oplossing: die start ook bij vorst direct en gaat in de kou zelfs langer mee dan bij kamertemperatuur.
Mijn tl buis flikkert continu terwijl hij nieuw is, wat nu?
Controleer eerst of de buis goed vastzit door hem een kwartslag heen en weer te draaien in de fittingen. Verzwakte contactveren of oxidatie op de pennen geven precies dit beeld, en dat gebeurt vooral in vochtige ruimtes. Zit hij stevig, dan is de starter de volgende verdachte, ook als die net vervangen is, want er zitten fabricagefouten tussen. Blijft het daarna nog steeds, dan is het voorschakelapparaat aan het einde en is het armatuur vervangen goedkoper dan repareren.
Is vervanging van een tl buis door led rendabel?
Dat hangt bijna helemaal af van de branduren. Een T8 van 58 watt met een conventionele spoel trekt rond de 68 watt, een led-vervanger rond de 24 watt. Brandt het licht acht uur per dag, dan is de investering in ongeveer anderhalf tot twee jaar terug. Brandt het armatuur een half uur per dag in een schuur, dan bespaar je wel stroom maar haal je de aanschaf er in jaren niet uit. In dat geval laat je de buis rustig branden tot hij op is.
Kan ik zomaar een led-buis in mijn bestaande tl-armatuur draaien?
Alleen als het armatuur een conventionele spoel met starter heeft en de led-buis daar uitdrukkelijk voor gemaakt is. Je vervangt dan de gewone starter door het meegeleverde led-startertje. Zit er een elektronisch voorschakelapparaat in, te herkennen aan het ontbreken van een startervoetje, dan werkt zo'n buis niet en moet het blok eruit of overbrugd worden. Volg altijd het schema op de verpakking en sluit fase en nul aan op de klemmen die daarvoor gemarkeerd zijn.
Gebruikt een tl-buis veel stroom bij het opstarten?
Er is een piek bij het ontsteken, maar die duurt een fractie van een seconde en telt in het verbruik nauwelijks mee. Het licht laten branden omdat uitschakelen duurder zou zijn, klopt dus niet: uitdoen is altijd goedkoper. Wat wel klopt is dat vaak schakelen de gloeidraden in een conventionele tl-buis slijt en de levensduur verkort. Op plekken waar het licht veel aan en uit gaat, is een led-buis daarom een logische keuze.
Hoe vervang ik een tl buis in de keuken onder een kastje?
Meestal zit daar een slanke T5 van 14 of 28 watt in een kunststof armatuurtje. Trek eerst de stekker eruit als het armatuur op een verdekt stopcontact in de kast zit, anders schakel je de groep uit. Is er te weinig ruimte tussen de kast en het werkblad om de buis recht naar beneden te bewegen, schroef dan het hele armatuurtje los en laat het aan de kabel hangen. Kies voor de keuken kleur 840, want daarmee zie je boven het aanrecht wat je doet.
Waarom bromt mijn tl-armatuur sinds ik er een tl buis met bewegingssensor op heb?
Dan schakelt de melder waarschijnlijk met een triac in plaats van met een relais. Een triac kan slecht overweg met de inductieve belasting van een tl-voorschakelapparaat, en dat hoor je terug als brommen of zoemen in de spoel. Je herkent zo'n melder aan een opgegeven minimum vermogen, bijvoorbeeld vanaf veertig watt, want een relais heeft die ondergrens niet. Ruil de melder om voor een type met een relaisuitgang dat geschikt is voor tl en led.
Waarom blijft mijn led-buis zwak nagloeien als hij uit staat?
Dat komt door een kleine reststroom die door de schakeling blijft lopen. Bij een bewegingsmelder of een elektronische schakelaar met een triac is dat de stroom die het apparaat zelf nodig heeft om te werken. Bij een schakelaar met een controlelampje loopt er stroom door dat lampje naar de lamp. Led heeft zo weinig nodig dat die reststroom al zichtbaar wordt. De oplossing is een schakelaar of melder met een relais, of een ontstoringscondensator parallel aan het armatuur.
Welke kleur tl-buis kies ik, 830 of 840?
830 is warmwit bij 3000 kelvin en past in een hal, een berging of een woonruimte. 840 is neutraal wit bij 4000 kelvin en oogt bij hetzelfde vermogen helderder, omdat het oog voor dat wittere licht gevoeliger is. Voor een keuken, een garage of een werkplaats is 840 de betere keuze. Meng ze niet binnen één ruimte, want twee buizen naast elkaar in verschillende kleuren zie je meteen.
Hoe lang gaat een tl-buis mee en wanneer is vervangen zinvol?
Een tl-buis houdt het technisch jaren vol, maar de lichtopbrengst zakt geleidelijk. Na ongeveer twee jaar dagelijks branden zit een buis rond zeventig procent van zijn oorspronkelijke licht, en dat merk je nauwelijks omdat het zo langzaam gaat. Werk je met kleuren of heb je goed zicht nodig, dan is periodiek vervangen zinvol ook al brandt de buis nog. Neem dan tegelijk de reflector en de kap mee met een vochtige doek, want daar zit vaak een kwart van je licht onder.
Mag ik een tl-armatuur zelf aan het plafond hangen en aansluiten?
Een armatuur ophangen en aansluiten op een bestaand lichtpunt mag je zelf doen, mits de groep uit staat en je het spanningsvrij hebt gecontroleerd. Hoe je een zware balk goed bevestigt in beton, gips of houten balken staat bij het ophangen van een lamp aan het plafond. Een nieuwe groep in de meterkast bijmaken of iets veranderen achter de hoofdzekering laat je over aan een installateur.
Wanneer je beter een vakman belt
Een tl-buis wisselen en een armatuur ombouwen naar led doe je zelf. Het is overzichtelijk werk zolang de groep uit staat en je met een spanningzoeker controleert wat je in handen hebt. Er zijn wel vier situaties waarin je stopt en belt.
De eerste is werk in de meterkast dat verder gaat dan een groep uit- en inschakelen. Alles achter de hoofdzekering, de verzegelde delen en de hoofdaansluiting zijn van de netbeheerder en daar blijf je vanaf. Een groep bijmaken of een groepenkast uitbreiden laat je door een installateur doen.
De tweede is een aardlekschakelaar die uitvalt zodra je de verlichting inschakelt. Dat kan aan een lekkende condensator in een oud armatuur liggen, maar net zo goed aan vocht in een leiding of aan een beschadigde kabel elders in de groep. Blijf niet resetten en laat het doormeten.
De derde is een armatuur dat hoog in een trapgat, in een schuin dak of boven een trap hangt, waar je geen trap kwijt kunt die op vier poten vlak staat. Dat is een steigerklus en geen ladderklus.
De vierde is een armatuur waarvan de bedrading verkleurd, hard of brokkelig is. Isolatie die bij het aanraken al scheurt, betekent dat het hele armatuur toe is aan vervanging en dat de rest van de leiding een controle verdient.