De hoofdschakelaar in de meterkast vinden, uitzetten en bijplaatsen
De hoofdschakelaar is de brede schakelaar zonder testknop waarmee je de hele installatie in één handeling spanningsloos maakt. Hij zit meestal linksonder in de groepenkast of in een losse module eronder, en je herkent hem doordat er alleen een ampèrewaarde op staat en geen 30 mA. Zit er geen hoofdschakelaar, dan zet je de hele bovenste rij automaten uit plus alle aardlekschakelaars. Er alsnog een plaatsen kost weinig aan materiaal, maar het is installateurswerk: de hoofdzekering moet eruit en die is verzegeld.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Zaklamp of de lamp van je telefoon, meterkasten zijn donker
- Tweepolige spanningszoeker, geen spanningszoekerschroevendraaier
- VDE-geïsoleerde kruiskop- en platte schroevendraaier
- Labelmaker of watervaste stift met blanco stickers
- Telefoon om een foto van de kast te maken voordat je iets aanraakt
- Klein hangslot om de hoofdschakelaar in de uit-stand te vergrendelen
Materiaal
- Hoofdschakelaar 2-polig 40 A voor een aansluiting op één fase
- Hoofdschakelaar 4-polig 40 A voor een aansluiting op drie fasen
- Kamrail die past bij het merk en de serie van je groepenkast
- Aansluitdraad in de doorsnede van de bestaande voeding, meestal 6 of 10 mm²
- Losse opbouwbehuizing als de rails in de kast vol zitten
- Groepenstickers en een leesbare groepenverdeling voor op de deur
Wat de hoofdschakelaar doet en wat hij niet doet
De hoofdschakelaar is de schakelaar waarmee je de hele installatie in één handeling van het net scheidt. Hij zit tussen de kWh-meter en de rest van de groepenkast, dus alles wat erachter hangt valt weg zodra je hem omzet. Anders dan de schakelaars die je verder in huis bedient schakelt hij geen enkele lamp of groep apart, maar alles tegelijk.
Wat hij niet doet, is beveiligen. Een installatieautomaat schakelt uit bij overbelasting en kortsluiting, een aardlekschakelaar bij een lekstroom naar aarde. De hoofdschakelaar meet niets: hij staat aan of hij staat uit. In vaktaal heet zo'n component een lastscheider, en dat woord dekt precies wat hij is.
Zijn nut zit in het tempo. Wie moet ingrijpen omdat er water over een verdeeldoos loopt of omdat er rook uit een apparaat komt, wil niet eerst acht automaatjes langslopen. Eén greep en het hele huis is spanningsloos, ook de groepen waarvan niemand meer weet waar ze heen lopen.
Voor klussen gebruik je hem als terugvaloptie. Ga je een lichtschakelaar aansluiten of vervang je een bestaande schakelaar door een dimmer, dan zet je normaal alleen die ene groep uit. Weet je niet zeker welke groep bij het aftakpunt hoort, dan is de hoofdschakelaar de veilige keuze.
Zet met een labelmaker het woord hoofdschakelaar op de kast direct boven of onder de schakelaar. In een noodgeval zoekt iemand die de kast niet kent naar een woord, niet naar een symbool.
Waar zit de hoofdschakelaar in de meterkast?
Er is geen plek voorgeschreven. In de praktijk zie je hem op drie posities: helemaal links op de bovenste rail vlak voor de aardlekschakelaars, helemaal links op de onderste rij, of in een los kastje onder de groepenkast. Die laatste variant kom je vooral tegen bij oudere installaties waar de hoofdschakelaar later is bijgezet omdat er in de kast zelf geen ruimte meer was.
Je herkent hem aan wat er niet op staat. Een aardlekschakelaar is ongeveer even breed en heeft altijd een testknop met een T of een letter T naast een waarde van 30 mA. Op een hoofdschakelaar staat alleen een stroomwaarde, meestal 40 A of 63 A, en er zit geen testknop op. Dat verschil is de meest gemaakte vergissing in de meterkast, en het is een dure vergissing als iemand denkt dat er een hoofdschakelaar zit terwijl het een aardlekschakelaar is.
Een tweede aanwijzing is de breedte. Een gewone eindgroep is één module breed, een hoofdschakelaar voor één fase is er twee en die voor drie fasen vier. Staat er links een blok van vier modules met één grote hendel en zonder testknop, dan kijk je vrijwel zeker naar een vierpolige hoofdschakelaar. Hoe de rest van de kast is opgebouwd, staat in ons overzicht over de meterkast en de groepenverdeling.
| Onderdeel | Hoe je het herkent | Waar het zit | Wat het doet |
|---|---|---|---|
| Hoofdzekering | Patroonhouders met een loden of plastic zegel, of een verzegeld automaatje | Boven of naast de kWh-meter, vóór de meter | Beveiligt de aansluitkabel, is eigendom van de netbeheerder en verzegeld |
| Hoofdschakelaar | Brede schakelaar zonder testknop, alleen een waarde als 40 A | Links op een rail of in een losse module onder de kast | Scheidt de hele installatie van het net, beveiligt niets |
| Aardlekschakelaar | Even breed, maar met testknop T en de aanduiding 30 mA | Links in de rij automaten die erachter hangen | Schakelt uit bij lekstroom naar aarde |
| Aardlekautomaat | Smal, met testknop én een waarde als B16 | Op de plek van een gewone eindgroep | Combineert groepsbeveiliging en aardlekbeveiliging in één component |
| Installatieautomaat | Smal tuimelschakelaartje met B16 of C16 | Rechts van de aardlekschakelaar | Beveiligt één eindgroep tegen overbelasting en kortsluiting |
| Automaatzekering van het draaitype | Rond kopje dat je indrukt en een kwartslag draait | Oude kasten uit de jaren zestig en zeventig | Doet hetzelfde als een installatieautomaat, maar is niet af te schakelen als groep |
Blijf van de hoofdzekering af. De verzegelde zekering boven de meter is van de netbeheerder. Een zegel verbreken mag je niet, en de klemmen erachter staan onder spanning die door niets in jouw kast wordt afgeschakeld.
De hoofdschakelaar uitzetten en wat er dan nog onder spanning staat
Uitzetten is de eenvoudigste handeling in de hele meterkast: hendel of tuimelaar naar beneden, naar de stand 0. Alles achter de schakelaar is dan spanningsloos. Doe dat rustig en in één beweging, want half omzetten laat bij sommige types een contact staan.
Er blijft wel degelijk spanning in de kast staan, en dat is precies wat mensen onderschat. De aansluitkabel, de hoofdzekering, de kWh-meter en de draden tussen de meter en de hoofdschakelaar blijven onder spanning. Ook de bovenste klemmen van de hoofdschakelaar zelf staan er nog op. Werken aan dat deel kan alleen als de hoofdzekering eruit is, en die is verzegeld.
Heb je zonnepanelen, houd dan rekening met twee dingen. De omvormer schakelt binnen enkele seconden uit zodra het net wegvalt, dus vanuit de omvormer komt geen spanning terug de installatie in. De gelijkstroomkabels tussen de panelen en de omvormer staan echter onder spanning zolang er licht op de panelen valt, en die schakel je met geen enkele schakelaar in de meterkast uit.
Controleer na het uitzetten altijd of het klopt, met een tweepolige spanningszoeker op het punt waar je gaat werken. Een spanningszoekerschroevendraaier met een lampje geeft te vaak een verkeerd beeld. Verwacht na het weer inschakelen dat de cv-ketel, het modem en een eventueel alarmsysteem opnieuw opstarten en soms om een bevestiging vragen. Moet de stroom langer uit blijven, bijvoorbeeld bij werk aan de kast zelf, dan is een aggregaat op de meterkast aansluiten een aparte klus met eigen spelregels.
Werk je langer aan de installatie, hang dan een klein hangslot door het oog van de hoofdschakelaar en leg er een briefje bij. De meeste hoofdschakelaars hebben daar een gaatje voor. Dat voorkomt dat iemand hem uit gewoonte weer omzet terwijl jij met blanke draden bezig bent.
Geen hoofdschakelaar in de meterkast: zo zet je toch alles uit
In veel woningen van voor de jaren negentig zit gewoon geen hoofdschakelaar. Een typische kast uit de jaren tachtig heeft één aardlekschakelaar met daarachter vier of vijf groepen, plus één of twee zwarte groepen die er los naast hangen voor de wasmachine of de kookplaat. Dat mocht toen, en het betekent dat er geen enkele knop is die alles tegelijk uitschakelt.
De veilige aanpak is dan grof: zet de hele bovenste rij uit en daarna alle aardlekschakelaars in de onderste rij. Dus ook de groepen waarvan je denkt dat ze er niets mee te maken hebben. Het kost vijf seconden extra en je hoeft niet te gokken.
Vertrouw daarbij de sticker op de deur niet blind. In veel huizen is er in de loop van dertig jaar wel eens een groep verhangen, een keuken verbouwd of een groep bijgeplaatst, zonder dat iemand de indeling heeft bijgewerkt. Een groep die volgens het kaartje achter de aardlekschakelaar hoort te zitten, kan er in werkelijkheid naast hangen. Maak daarom eerst een correcte groepenverdeling en hang die aan de binnenkant van de deur, samen met de rest van wat er in en op de meterkastdeur hoort.
Loop het één keer door met de mensen die in huis wonen. Wijs aan welke rij eerst, welke daarna, en laat het ook een keer doen door degene die het in het echt zou moeten kunnen. Een instructie die alleen in iemands hoofd zit, is bij paniek niets waard.
Een aardlekschakelaar uitzetten maakt niet altijd het hele huis dood. Groepen die er niet achter hangen blijven gewoon onder spanning staan. Zie je in de kast één aardlekschakelaar en daarnaast een losse groep, ga er dan van uit dat die losse groep aan blijft tot je hem apart uitzet.
Wanneer een hoofdschakelaar verplicht is en wanneer niet
De regel achter alles is dat je een installatie met één handeling van het net moet kunnen scheiden. Bij een kleine installatie met één aardlekschakelaar waar alles achter hangt, vervult die aardlekschakelaar die rol en is een aparte hoofdschakelaar niet nodig. Zodra er een tweede aardlekschakelaar bij komt, klopt dat niet meer: je hebt dan twee handelingen nodig en dus hoort er een hoofdschakelaar vóór te staan.
Daar komt bij dat een moderne installatie vrijwel altijd meer dan één aardlekschakelaar heeft. Per aardlekschakelaar mogen maximaal vier eindgroepen hangen, en de verlichting hoort verdeeld over minstens twee aardlekschakelaars zodat je niet in het donker staat als er één uitvalt. Wie zijn groepen telt en op vijf of meer uitkomt, zit dus vanzelf in de situatie waarin een hoofdschakelaar erbij hoort. Met onze rekenhulp voor het aantal groepen zie je snel hoeveel groepen jouw huishouden vraagt.
Op het aantal groepen wordt vaak een vast getal geplakt, zoals zeven. Dat is geen norm maar een gevolg: bij zeven groepen heb je twee aardlekschakelaars nodig en daarmee een hoofdschakelaar. Bij een aansluiting op drie fasen ligt het simpeler, want daar hoort altijd een hoofdschakelaar bij.
Wat vaak vergeten wordt: de eis werkt niet met terugwerkende kracht. Een kast uit de jaren tachtig zonder hoofdschakelaar mag blijven hangen zolang hij veilig is en er niets wezenlijks verandert. Laat je de kast vervangen of uitbreiden, dan wordt er wel naar de huidige norm gebouwd en komt de hoofdschakelaar er hoe dan ook in.
Een hoofdschakelaar in een oude meterkast bijplaatsen
Materiaal is het probleem niet. Een tweepolige hoofdschakelaar van 40 A kost rond de twintig euro en een vierpolige iets meer. Het werk eromheen is wat de klus bepaalt.
Begin met ruimte tellen in modules. Vier oude draaizekeringen, een aardlekschakelaar, drie automaten en een hoofdschakelaar passen niet op één rail van een oude kast. Past het niet, dan zijn er twee wegen: een losse opbouwbehuizing onder de kast hangen, of meteen de hele kast vervangen door een nieuwe van 220 bij 330 millimeter met twee rails. Dat tweede is meer werk maar levert een kast op die er over tien jaar nog goed bij hangt.
De bedrading loopt van de meter naar de hoofdschakelaar en van de hoofdschakelaar naar de voedende kant van de aardlekschakelaars en de automaten. Doorlussen door onder elke zekering twee draden onder één schroef te klemmen is geen nette oplossing en wordt bij een keuring aangetekend: die klemmen zijn bedoeld voor één draad. Gebruik in plaats daarvan een kamrail die bij het merk en de serie van je kast hoort, of een aansluitblok. Welke doorsnede de voedingsdraad moet hebben, zoek je op in onze draad- en kabelkiezer.
De grens ligt bij het spanningsloos maken. Om een hoofdschakelaar te monteren moet de hoofdzekering eruit, en die is verzegeld eigendom van de netbeheerder. Een installateur met zegelrecht draait hem er zelf uit en verzegelt na afloop met zijn eigen zegels. Onder spanning werken is ook voor die installateur verboden, dus laat je niet wijsmaken dat het even snel kan.
De oude hoofdschakelaar hergebruiken bij een nieuwe kast
Hangt er onder je oude kast al een losse hoofdschakelaar, dan is de verleiding groot om die te laten zitten en de nieuwe kast zonder te bestellen. Technisch kan dat, en het scheelt dat de kast erachter spanningsloos te maken is zonder dat de hoofdzekering eruit hoeft.
Toch is het zelden de mooiste keuze. Zo'n losse schakelaar is vaak dertig jaar oud, hij sluit qua maat en kleur niet aan op de nieuwe kast, en je houdt een uitloop aan de zijkant die je liever kwijt was. Een hoofdschakelaar in de nieuwe kast zelf geeft één strak geheel en kost aan materiaal weinig.
Smeltpatronen laten vervangen door een automaat
Zitten er nog smeltpatronen als hoofdzekering, dan kun je de netbeheerder vragen die te vervangen door een verzegelde hoofdautomaat. Valt er daarna iets uit aan de netzijde, dan kun je die automaat zelf weer inschakelen in plaats van te wachten op een monteur. Het blijft materiaal van de netbeheerder, dus je vraagt het aan en doet het niet zelf.
Hoe de hoofdschakelaar verandert bij een meterkast met 3 fase
Bij een aansluiting op drie fasen wordt de hoofdschakelaar vierpolig: drie fasen plus de nul, vier modules breed. Veertig ampère is de gangbare waarde bij een aansluiting van drie keer vijfentwintig ampère. De vuistregel die wij aanhouden is dat de nominale stroom van de schakelaar minstens gelijk is aan die van de hoofdzekering, en dat je hem niet krapper kiest om een paar euro te besparen.
De meeste mensen komen hier terecht via zonnepanelen, een warmtepomp of een laadpaal. De netbeheerder wisselt dan de aansluiting en de meter, maar de groepenkast moet je zelf laten aanpassen, en de vierpolige hoofdschakelaar hoort daarbij. Plan dat vóór de afspraak met de monteur in, want die sluit aan op wat er hangt.
Er bestaat een handige tussenoplossing als er al een tweepolige hoofdschakelaar hangt. Je zet de nieuwe vierpolige schakelaar tijdelijk achter de oude, en verbindt op de nieuwe schakelaar de fase-ingangen onderling met een kamrail. De kast draait dan gewoon op één fase door. Komt de monteur voor de nieuwe aansluiting, dan sluit hij de meter aan op de vierpolige schakelaar en haalt de kamrail eruit, waarna jij de oude tweepolige schakelaar kunt uitbouwen. Dit werkt alleen als het onderste component echt een hoofdschakelaar is: zit daar een aardlekschakelaar, dan gaat de vlieger niet op en moet de hoofdzekering er alsnog uit.
Met drie fasen komt de verdeling erbij kijken. Verdeel apparaten die vaak tegelijk draaien over verschillende fasen: wasmachine op de ene fase, droger op de andere, oven en kookplaat gescheiden. Bedenk die indeling vanaf de eindgroepen en werk terug naar de aardlekschakelaars, niet andersom.
| Situatie | Type hoofdschakelaar | Modulebreedte | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Eén fase, hoofdzekering 1 x 25 A | 2-polig, 40 A | 2 modules | Schakelt fase en nul, de nulklem is gemerkt met een N |
| Eén fase, hoofdzekering 1 x 35 A of zwaarder | 2-polig, 63 A | 2 modules | Waarde van de schakelaar minstens gelijk aan de hoofdzekering |
| Drie fasen, hoofdzekering 3 x 25 A | 4-polig, 40 A | 4 modules | Fasen op volgorde L1, L2 en L3 aansluiten en de nul op N |
| Drie fasen, hoofdzekering 3 x 35 A of zwaarder | 4-polig, 63 A | 4 modules | De voedingsdraden groeien mee in doorsnede, laat dit uitrekenen |
| Rails in de bestaande kast zitten vol | 2- of 4-polig in een opbouwbehuizing | 2 tot 4 modules | Onder de kast hangen, of meteen de hele kast vervangen |
| Kookgroep op drie fasen | Geen losse schakelaar, wel een 3-polige aardlekautomaat met nul | 4 modules | Een kookgroep hoort 2 fasen en 2 nullen te hebben, niet één nul |
Eén nulgeleider op een kookgroep van 32 A is brandgevaarlijk. Bij een kookgroep op twee fasen hoort ook twee keer nul. Zie je in een oude kast één nuldraad naar het fornuis lopen, laat dat dan meteen meenemen als de kast toch onder handen gaat.
Wat een keurmeester in de meterkast aantekent
Wie een oude kast laat keuren, krijgt van de keurmeester vaak een lijst terug die verder gaat dan de ontbrekende hoofdschakelaar. De punten hieronder komen we het vaakst tegen, en ze hangen met elkaar samen: een kast die is meegegroeid met de jaren heeft meestal op meerdere plekken de norm ingehaald zien worden.
Twee punten verdienen wat toelichting. Een aardlekschakelaar van 500 mA beschermt tegen brand, maar niet tegen elektrocutie; voor persoonsbeveiliging is 30 mA nodig. En een aardlekschakelaar van het oude type AC ziet gelijkstroomcomponenten niet, terwijl vrijwel elk modern apparaat met een schakelende voeding die veroorzaakt. Bij het aanpakken van de kast is dat het moment om over te gaan op type A.
Verder blijft een kast die na een verbouwing niet meer klopt met het kaartje op de deur een terugkerend punt. Zodra iemand een groep verlengt, een wisselschakeling aanlegt of een lichtpunt bijmaakt, hoort de administratie in de kast mee te veranderen.
| Wat er aangetekend wordt | Waarom het een punt is | Wat je eraan doet |
|---|---|---|
| Geen hoofdschakelaar bij meerdere aardlekschakelaars | De installatie is niet in één handeling spanningsloos te maken | Hoofdschakelaar laten bijplaatsen of de kast vervangen |
| Meer dan vier eindgroepen achter één aardlekschakelaar | Eén lekstroom legt een te groot deel van het huis plat | Aardlekschakelaar erbij, of aardlekautomaten per groep |
| Alle verlichting achter dezelfde aardlekschakelaar | Bij uitschakelen sta je in het hele huis in het donker | Verlichting verdelen over minstens twee aardlekschakelaars |
| Twee draden onder één schroefklem | De klem is voor één draad, de verbinding loopt warm | Kamrail of aansluitblok toepassen |
| Aardlekschakelaar van 500 mA als enige beveiliging | Beschermt tegen brand, niet tegen aanraking | Een aardlekschakelaar van 30 mA plaatsen |
| Aardlekschakelaar van het oude type AC | Ziet gelijkstroomlekken van moderne apparaten niet | Vervangen door type A |
| Kookgroep met één nulgeleider | Die ene draad kan de volle 32 A te verwerken krijgen | Omzetten naar een driefasenautomaat met nul, of naar 2 fasen en 2 nullen |
| Groepenverdeling klopt niet met de werkelijkheid | Niemand weet meer wat er uitgaat bij welke schakelaar | Groepen doormeten en het kaartje opnieuw maken |
Zo maak je de installatie spanningsloos en controleer je dat ook
Deze volgorde werkt met en zonder hoofdschakelaar en eindigt met de controle die je niet moet overslaan.
-
Maak eerst een foto van de kast
Fotografeer de hele kast met de kappen erop en zoom in op de tekst bij elk component. Je hebt straks bij het weer inschakelen precies nodig welke schakelaar in welke stand stond. Een foto is ook wat je laat zien als je een installateur belt.
-
Zoek uit of er echt een hoofdschakelaar zit
Kijk links op elke rail en onder de kast. Zoek de brede schakelaar zonder testknop, met alleen een ampèrewaarde erop. Zit er wel een testknop en staat er 30 mA, dan kijk je naar een aardlekschakelaar en heb je geen hoofdschakelaar.
-
Zet uit wat er uit moet
Met hoofdschakelaar: die ene omzetten naar 0, in één vloeiende beweging. Zonder hoofdschakelaar: eerst de hele bovenste rij automaten uit, daarna alle aardlekschakelaars. Sla ook de groepen niet over die volgens het kaartje nergens over gaan.
-
Vergrendel de schakelaar als je gaat werken
Hang een hangslotje door het oog van de hoofdschakelaar en leg er een briefje bij met je naam. Bij een kast zonder hoofdschakelaar plak je een strook tape over de uitgeschakelde automaten. Iemand anders in huis die de kast opent en iets weer aanzet, is het scenario dat je hiermee uitsluit.
-
Meet na of er echt geen spanning meer staat
Controleer op de plek waar je gaat werken met een tweepolige spanningszoeker, tussen fase en nul en tussen fase en aarde. Test het meetinstrument eerst op een punt waar wel spanning staat, zodat je weet dat het werkt. Een lampje in een schroevendraaier is hiervoor niet betrouwbaar genoeg.
-
Blijf weg bij alles vóór de hoofdschakelaar
De aansluitkabel, de verzegelde hoofdzekering, de kWh-meter en de draden naar de bovenklemmen van de hoofdschakelaar staan nog onder volle spanning. Daar mag je niet aan werken en dat kun je met geen enkele schakelaar in je eigen kast uitzetten. Moet daar iets gebeuren, dan belt de installateur of jij de netbeheerder.
-
Schakel weer in van boven naar beneden
Zet eerst de hoofdschakelaar aan, dan de aardlekschakelaars en daarna de groepen één voor één. Valt er iets meteen weer uit, dan weet je door die volgorde welke groep het is. Loop daarna langs de cv-ketel, het modem en de klokken die opnieuw ingesteld moeten worden.
-
Test de aardlekschakelaar meteen even
Druk op de testknop met de T. De schakelaar hoort direct om te vallen en het deel van het huis erachter valt weg. Gebeurt er niets, dan doet de aardlekschakelaar zijn werk niet en moet hij vervangen worden. Eén keer per jaar testen is een gewoonte die weinig kost. Meer over het gedrag van zo'n schakelaar staat bij een aardlekschakelaar die uit blijft vallen.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de meterkast dichtdoet
Uit de praktijk
Een moeder die haar zoon wilde uitleggen hoe alles uit moet
Een kast uit de jaren tachtig: bovenin een rij automaten, onderin één aardlekschakelaar met vier groepen erachter en daarnaast een losse zwarte groep voor de wasmachine. De vraag was welke knop je in geval van nood omzet. Het antwoord bleek er niet te zijn, want er zat geen hoofdschakelaar in.
De eerste reactie was om alleen de aardlekschakelaar plus de groepen te doen die volgens de sticker niet daarachter hingen. Wat hier de doorslag gaf, was dat niemand kon garanderen dat die sticker na dertig jaar nog klopte. In zo'n kast is er meestal wel eens iets verhangen bij een verbouwing zonder dat de indeling is bijgewerkt.
De uiteindelijke instructie werd daarom botter en beter: hele bovenste rij naar beneden, daarna de aardlekschakelaar. Dat is één handeling meer dan nodig zou zijn en het werkt altijd. Daarnaast is er een aparte hoofdschakelaar begroot, want twintig euro aan materiaal voor één knop die een kind kan bedienen is de moeite waard.
Een vierpolige hoofdschakelaar voor zonnepanelen die er niet in paste
Voor twaalf zonnepanelen werd een aansluiting op drie fasen aangevraagd. De monteur zou over een paar weken komen en de kast moest daarvoor een vierpolige hoofdschakelaar hebben. Het plan was om die er zelf tussen te zetten met de truc waarbij je de nieuwe schakelaar tijdelijk achter de oude hangt en de fase-ingangen onderling doorverbindt met een kamrail.
Die truc strandde op één detail: wat linksonder in de kast zat, was helemaal geen hoofdschakelaar maar een aardlekschakelaar. Daarmee viel de mogelijkheid weg om spanningsloos te werken zonder de hoofdzekering, en werd het alsnog werk voor een installateur met zegelrecht.
Bij het doorlopen van de kast kwamen er meer dingen boven. De kookgroep had twee draden onder één klemschroef en er liep maar één nulgeleider naar het fornuis, terwijl daar de volle tweeëndertig ampère op kan komen. De verlichting hing volledig achter één aardlekschakelaar. Het is uiteindelijk een nieuwe indeling geworden met drie aardlekschakelaars, een driefasenaardlekautomaat voor de kookplaat en de wasmachine en droger bewust op verschillende fasen.
Een oude hoofdschakelaar die onder de nieuwe kast bleef hangen
Een oude groepenkast werd vervangen door een ruimere met negen groepen en drie aardlekschakelaars. Onder de oude kast hing nog een losse hoofdschakelaar van ongeveer dertig jaar oud. De verleiding was om die te laten zitten, want dan kon de kast erboven spanningsloos worden gemaakt zonder dat de hoofdzekering eruit hoefde, en dat scheelt een afspraak met de netbeheerder.
Technisch werkte dat prima en zo'n schakelaar gaat inderdaad eindeloos mee. Wat tegenviel was het beeld: een strakke nieuwe kast met daaronder een verkleurd kastje dat qua maat niet aansloot, plus een uitloop langs de zijkant die er nog uit de oude situatie zat. Bij de tweede kast in hetzelfde huis is daarom gekozen voor een complete kast van 220 bij 330 millimeter met de hoofdschakelaar erin. De installateur moest de hoofdzekering er toch uit halen, dus is die afspraak meteen voor beide kasten benut.
Een net gekocht huis waarin de kast op zes punten tekortschoot
In een pas gekocht oud huis zat één aardlekschakelaar, twee driefasengroepen voor de kookplaat en een traplift, en zes groepen op één fase. Alles hing achter die ene aardlekschakelaar en er was geen hoofdschakelaar. De vraag was of uitbreiden met drie groepen kon.
Bij het doorlopen kwamen er zes punten uit: geen hoofdschakelaar, veel meer dan vier groepen achter één aardlekschakelaar, maar één aardlekschakelaar in plaats van minimaal twee, twee draden onder één schroefverbinding, een aardlekschakelaar van 500 mA en een kast die ondersteboven hing met de voeding aan de bovenkant. Uitbreiden op deze basis had de situatie alleen slechter gemaakt.
Het advies werd een nieuwe kast van 220 bij 330 millimeter met een vierpolige hoofdschakelaar van 40 A, twee aardlekschakelaars van 30 mA, een krachtautomaat voor de kookplaat en zeven eindgroepen met B16-automaten. Omdat de installatie niet spanningsloos te maken was zonder de verzegelde hoofdzekering, ging dat werk naar een installateur.
Veelgemaakte fouten
De aardlekschakelaar aanzien voor de hoofdschakelaar
Ze zijn even breed en zitten allebei links. Het verschil zit in de testknop en de aanduiding: 30 mA en een T horen bij de aardlekschakelaar, een kale ampèrewaarde bij de hoofdschakelaar. Wie dit verwisselt, denkt het hele huis uit te zetten terwijl er groepen onder spanning blijven staan.
Blind vertrouwen op de sticker in de kast
De groepenverdeling op de deur is in veel huizen dertig jaar oud en verbouwingen zijn er niet in verwerkt. Een groep die volgens het kaartje achter de aardlekschakelaar zit, kan er in werkelijkheid naast hangen. Meet het door of zet in geval van twijfel alles uit.
Denken dat de kast na het uitzetten helemaal dood is
De aansluitkabel, de hoofdzekering, de meter en de draden naar de bovenkant van de hoofdschakelaar blijven onder spanning. Daar staat gewoon 230 of 400 volt op zonder enige beveiliging ervoor. Dat deel is bij een aansluiting op drie fasen ook nog eens de plek waar het het snelst fout gaat.
Een hoofdschakelaar onder spanning willen monteren
Dit is de gedachte waarmee veel doe-het-zelvers beginnen: even voorzichtig de draden erop krijgen terwijl de spanning erop staat. Ook een ervaren installateur mag dat niet, en hij hoeft dat ook niet, want hij heeft zegelrecht en haalt de hoofdzekering eruit.
Doorlussen met twee draden onder één schroef
Bij het bijplaatsen van een hoofdschakelaar moet de voeding naar alle automaten en aardlekschakelaars. De snelle route is twee draden onder elke klemschroef, maar zo'n klem is voor één draad. De verbinding wordt dan warm en de aansluiting laat na verloop van tijd los. Gebruik een kamrail of een aansluitblok.
De hoofdschakelaar te licht kiezen
Een schakelaar van 25 A voor een aansluiting die met 35 A afgezekerd is, is een besparing van een paar euro op de verkeerde plek. Neem een waarde die minstens gelijk is aan de hoofdzekering. Bij een gewone woningaansluiting kom je met 40 A vrijwel altijd goed uit.
Alle verlichting achter dezelfde aardlekschakelaar hangen
Bij het herindelen van de kast is dit de indeling die er logisch uitziet: alle lichtgroepen bij elkaar. Valt die aardlekschakelaar om, dan sta je in het hele huis in het donker terwijl je naar de meterkast moet. Verdeel de verlichting over minstens twee aardlekschakelaars.
Bij zonnepanelen denken dat de meterkast alles afschakelt
De omvormer valt binnen seconden weg zodra het net verdwijnt, dus daar komt geen spanning terug. De gelijkstroomkabels van de panelen naar de omvormer staan wel onder spanning zolang er daglicht is. Werk aan die kabels doe je niet op gevoel en niet met de gedachte dat de hoofdschakelaar dat afdekt.
Veelgestelde vragen
Waar zit de hoofdschakelaar in de meterkast?
Meestal helemaal links op een van de rails van de groepenkast, of in een los kastje eronder. Een vaste plek is niet voorgeschreven, dus je zoekt op uiterlijk: een brede schakelaar van twee of vier modules, zonder testknop, met alleen een waarde als 40 A erop. Zit er een testknop met een T en staat er 30 mA bij, dan is het de aardlekschakelaar en geen hoofdschakelaar. Vind je zo'n schakelaar nergens, dan heeft je kast er waarschijnlijk geen.
Hoe zet ik de hoofdschakelaar in de meterkast uit?
Zet de hendel of tuimelaar in één beweging naar beneden, naar de stand 0. Alles achter de schakelaar valt dan weg. Half omzetten is niet genoeg, want bij sommige types blijft er dan een contact staan. Ga je daarna aan de installatie werken, hang dan een hangslotje door het oog van de schakelaar en controleer op de werkplek met een tweepolige spanningszoeker of er werkelijk geen spanning meer staat.
Wat doe ik als er geen hoofdschakelaar in de meterkast zit?
Dan zet je de hele bovenste rij automaten uit en daarna alle aardlekschakelaars. Vertrouw niet op de sticker met de groepenverdeling, want die klopt in oudere huizen vaak niet meer na verbouwingen. Alles uitzetten kost een paar seconden extra en is de enige manier waarop je zeker weet dat er nergens meer spanning staat. Wil je één knop, dan kun je alsnog een hoofdschakelaar laten plaatsen; dat is werk voor een installateur met zegelrecht.
Hoe herken ik de hoofdschakelaar in een oude meterkast?
In een oude meterkast hangt de hoofdschakelaar vaak als los kastje onder de groepenkast, met een dikke hendel of een grote tuimelaar. Hij is breder dan de zekeringen ernaast en heeft geen testknop. Zie je alleen ronde porseleinen kopjes die je indrukt en een kwartslag draait, dan zijn dat automaatzekeringen van het draaitype en die zijn geen hoofdschakelaar. Bij kasten van voor de jaren negentig is helemaal geen hoofdschakelaar de normaalste situatie.
Welke hoofdschakelaar heb ik nodig bij een meterkast met 3 fase?
Een vierpolige, dus drie fasen plus de nul, vier modules breed. Bij een aansluiting van drie keer vijfentwintig ampère is veertig ampère de gangbare keuze. Sluit de fasen aan op L1, L2 en L3 en de nul op de klem met de N. Bij een zwaardere aansluiting ga je naar drieënzestig ampère en groeien ook de voedingsdraden mee in doorsnede, en dan is het geen doe-het-zelfklus meer.
Is een aardlekschakelaar hetzelfde als een hoofdschakelaar?
Nee. Een aardlekschakelaar meet of er stroom weglekt naar aarde en schakelt daarop uit; een hoofdschakelaar meet niets en schakelt alleen. In kleine installaties waar alles achter één aardlekschakelaar hangt, kan die aardlekschakelaar wel de functie vervullen van het in één handeling spanningsloos maken. Zodra er een tweede aardlekschakelaar bij komt, gaat dat niet meer op en hoort er een echte hoofdschakelaar vóór te zitten.
Blijft er spanning staan als de hoofdschakelaar uit is?
Ja, en dat is precies waarom werk in de meterkast anders is dan werk aan een lamp op een schakelaar ergens in huis. De aansluitkabel, de hoofdzekering, de kWh-meter en de draden naar de bovenklemmen van de hoofdschakelaar staan er nog vol op. Alleen het verwijderen van de verzegelde hoofdzekering maakt dat deel spanningsloos, en dat mag alleen de netbeheerder of een installateur met zegelrecht.
Mag ik zelf een hoofdschakelaar in de meterkast plaatsen?
Het monteren van de schakelaar is niet ingewikkeld, maar je kunt de plek waar hij komt niet spanningsloos maken. Daarvoor moet de verzegelde hoofdzekering eruit, en dat zegel mag je niet verbreken. Onder spanning werken is levensgevaarlijk en ook voor een vakman verboden. Bel dus een installateur, of laat het meelopen met een grotere aanpassing aan de kast zodat je er één keer voor betaalt.
Hoeveel groepen mogen er achter één aardlekschakelaar?
Maximaal vier eindgroepen. Kom je daarboven, dan hoort er een tweede aardlekschakelaar bij, of je gebruikt aardlekautomaten waarbij de aardlekbeveiliging in de groep zelf zit. De verlichting verdeel je bewust over verschillende aardlekschakelaars, zodat het huis niet in één keer donker wordt. Zodra je op twee aardlekschakelaars uitkomt, hoort er ook een hoofdschakelaar voor te staan. In onze groepencalculator zie je hoeveel groepen je situatie vraagt.
Wat kost een hoofdschakelaar in de meterkast?
De schakelaar zelf kost ongeveer twintig euro voor een tweepolige en iets meer voor een vierpolige. Het plaatsen is de grootste kostenpost, want daar komt een installateur aan te pas die de hoofdzekering verwijdert en na afloop opnieuw verzegelt. Reken erop dat het arbeidsloon hoger uitvalt dan het materiaal. Laat het daarom samenvallen met ander werk in de kast, zoals het bijplaatsen van groepen.
Moet ik de hoofdschakelaar uitzetten als ik lang weg ben?
Dat kan, maar meestal wil je het niet. De koelkast, de vriezer, de cv-ketel en een alarmsysteem hebben spanning nodig, en een cv-ketel die in de winter uit staat, brengt een vorstrisico met zich mee. Wil je toch iets doen, schakel dan gericht de groepen uit waar niets aan hangt dat door moet draaien. Bij een tweede woning of een schuur die maandenlang leegstaat, is de hoofdschakelaar uitzetten wel een verstandige gewoonte.
Waarom heeft mijn nieuwe groepenkast wel een hoofdschakelaar en de oude niet?
De eis van in één handeling spanningsloos maken geldt niet met terugwerkende kracht. Een bestaande kast zonder hoofdschakelaar mag blijven hangen zolang hij veilig is. Zodra de kast wordt vervangen of er groepen bij komen, wordt er naar de huidige norm gebouwd en zit er dus een hoofdschakelaar in, samen met meerdere aardlekschakelaars van 30 mA. Bij die gelegenheid wordt vaak ook de rest van de elektrische installatie in huis nagelopen.
Hoe test ik of mijn aardlekschakelaar het nog doet?
Druk op de knop met de T of de tekst Test. De schakelaar hoort onmiddellijk om te vallen, waardoor de groepen erachter uitvallen. Dat is in de meeste huizen bijna alles, dus doe het niet terwijl er iemand aan het werk is op een computer. Gebeurt er niets, dan is de aardlekschakelaar defect en moet hij vervangen worden. Eén keer per jaar testen is genoeg.
Kan ik de hoofdschakelaar gebruiken om aan een schakelaar in huis te werken?
Dat mag en het is de veiligste keuze als je niet zeker weet welke groep bij het aftakpunt hoort. Voor werk aan een hotelschakeling of een gewoon lichtpunt is één groep uitzetten genoeg, maar bij twijfel over doorgelust werk of oude bedrading zet je gewoon alles uit. Meet daarna altijd na op de plek waar je gaat werken, want een schakelaardoos kan bedrading van meerdere groepen bevatten.
Wanneer je beter een vakman belt
Alles wat met het uitzetten, testen en labelen te maken heeft, doe je zelf. Het punt waarop je moet stoppen ligt scherp: bij de hoofdzekering. Die is verzegeld, hij is eigendom van de netbeheerder en het deel van de installatie ervóór is met geen enkele schakelaar in jouw kast spanningsloos te maken.
Een hoofdschakelaar bijplaatsen valt daarmee automatisch aan de andere kant van die grens. Om hem te monteren moet de voeding eraf, dus komt er een installateur met zegelrecht die de hoofdzekering eruit draait en na afloop met zijn eigen zegels afsluit. Onder spanning werken is ook voor hem niet toegestaan, hoe klein de klus ook lijkt.
Bel ook als je bij het openen van de kast een van deze dingen ziet: één aardlekschakelaar met vijf of meer groepen erachter, een aardlekschakelaar van 500 mA, twee draden onder één klemschroef, één nulgeleider naar een kookgroep, verkleurde of verbrande klemmen, of bedrading met stoffen isolatie. Dat is geen paniekverhaal, maar het zijn wel de punten waarop een kast wordt afgekeurd.
Bij een overstap naar drie fasen voor zonnepanelen, een warmtepomp of een laadpaal loopt de aanpassing van de kast bijna altijd via een installateur. Plan die aanpassing vóór de afspraak met de netbeheerder in, want de monteur sluit aan op wat er op dat moment hangt.