Meterkastdeur: maten, kozijn, slot en de valkuilen in de hal
Een meterkastdeur is smaller dan een gewone binnendeur, draait de hal in en moet altijd te openen zijn zonder gereedschap of gedoe. Meet eerst de dagmaat van het kozijn op drie hoogtes, want in bestaande bouw is bijna niets standaard. Zit er een gasmeter in de kast, dan blijven de ventilatieopeningen onder en boven open, ook als je een nieuwe deur maakt.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rolmaat en een lange waterpas of rei van minstens 1,5 meter
- Schaafmachine of handschaaf voor het passend maken van de deur
- Decoupeerzaag met een fijngetand blad voor MDF
- Accuschroefmachine met bits en een boortje voor voorboren
- Beitel van 18 mm voor de scharnierinlaten
- Gatenzaag van 50 tot 60 mm voor de kruk of het drukslot
- Deurspieën of een paar stapeltjes triplex om de deur op speling te stellen
- Potlood en een winkelhaak
Materiaal
- Vlakke binnendeur in de smalle maat, of MDF van 18 mm bij zelfbouw
- Twee of drie scharnieren van 76 mm, of paumelles bij een opdekdeur
- Magneetsnapper, kogelsnapper of een drukslot met push-to-open
- Ventilatierooster of jaloezierooster als de oude deur er een had
- Stalen montagekozijn of houten kozijnhout van 27 mm bij een nieuw kozijn
- Montageschuim of kozijnschroeven met vulplaatjes
- Grondverf en lak, of een afgelakte plaat in de kleur van de andere deuren
Wat een meterkastdeur anders maakt dan een gewone binnendeur
De meterkastdeur is de smalste deur in huis en tegelijk de deur die het vaakst in de weg zit. Hij is meestal 60 tot 70 cm breed, hij draait de hal in omdat er in de kast geen centimeter ruimte over is, en hij staat precies daar waar ook de voordeur, de kapstok en de trap om ruimte vragen. Wat er achter die deur allemaal hangt en waarom je er af en toe bij moet, staat in ons overzicht over de meterkast en de groepen.
Twee eisen bepalen wat je met deze deur kunt doen. De eerste is toegankelijkheid: de netbeheerder moet bij de meters en bij de aansluiting kunnen, en jij wilt bij een aardlekschakelaar die eruit klapt binnen een paar seconden bij de kast staan. De tweede is ventilatie. Staat er een gasmeter in de kast, dan horen er openingen onder en boven in de deur of het kozijn te zitten, zodat gas dat vrijkomt weg kan. Die openingen dichtstoppen tegen tocht is een van de slechtste ideeën in dit huis.
Verder is de deur zelf vaak lichter uitgevoerd dan de andere binnendeuren. Een vlakke deur met een honingraatvulling weegt weinig en hangt daardoor jarenlang goed, maar hij kan bijna niets dragen. Dat wreekt zich zodra er een kapstok op komt.
Sluit ventilatieopeningen nooit af. Roosters onder en boven in een meterkast met gasmeter zitten er niet voor de sier. Vervang je de deur, dan komt er in de nieuwe deur een gelijkwaardige opening terug op dezelfde hoogte.
Maten: waarom je bijna altijd een smalle deur nodig hebt
Een standaard stompe binnendeur is 201,5 cm hoog en 83 cm breed. Voor een meterkast is dat veel te breed, want de kast zelf is vaak nog geen 80 cm. Daarom werk je met de smalle maten die fabrikanten ernaast leveren: 53, 63, 68, 73 en 78 cm breed, in dezelfde hoogte. Bij opdekdeuren gaat het net anders, want daar is de deur 5 cm breder en 10 cm hoger dan de dagmaat van het kozijn.
In bestaande bouw kun je er niet op rekenen dat je maat in dat rijtje staat. Woningen uit de jaren vijftig en zestig hebben regelmatig een meterkastopening van 190 tot 197 cm hoog en een breedte die nergens op slaat, omdat de kast tussen twee bestaande muren is ingebouwd. Meet dan de dagmaat op drie hoogtes en op twee breedtes, want een kozijn dat honderd keer is overgeschilderd staat zelden nog haaks. De kleinste maat is je maat.
Speling hoort erbij. Reken op ongeveer 3 mm aan de scharnierzijde, 3 mm aan de sluitzijde en 5 mm bovenlangs. Onderlangs hangt het af van de vloer: bij een meterkast met een verhoogde dorpel of een kabelgoot heb je soms meer nodig. Verdere standaardmaten voor deuren, kozijnen en schakelmateriaal vind je in onze tabel met standaardmaten in huis.
| Onderdeel | Gangbare maat | Waar je op let |
|---|---|---|
| Smalle stompe deur | 201,5 cm hoog, 53 / 63 / 68 / 73 / 78 cm breed | Deurmaat is ongeveer de dagmaat min 6 mm in de breedte |
| Smalle opdekdeur | 211,5 cm hoog, 68 tot 83 cm breed | Deur is 5 cm breder en 10 cm hoger dan de dagmaat |
| Deurdikte | 40 mm binnendeur, 27 tot 30 mm bij lichte kastdeuren | Bepaalt de lengte van je krukstift en de diepte van het slot |
| Meterkastopening bestaande bouw | 60 tot 75 cm breed, 190 tot 201,5 cm hoog | Vaak niet haaks, meten op drie hoogtes |
| Speling rondom | 3 mm zij, 5 mm boven, 5 tot 15 mm onder | Te weinig speling betekent klemmen zodra het vochtig wordt |
| Scharnieren | 2 stuks bij een lichte deur, 3 bij een massieve | 76 mm is de gangbare maat voor binnendeuren |
| Krukhoogte | 95 tot 105 cm vanaf de vloer | Houd dezelfde hoogte aan als de andere deuren in de hal |
| Ventilatierooster | Onder en boven, meestal 30 bij 15 cm | Verplicht bij een gasmeter in de kast, laat de doorlaat vrij |
Neem een stukje karton van 3 mm mee bij het passen. Je legt het tussen deur en kozijn en ziet meteen of de naad rondom gelijk blijft. Dat werkt sneller dan telkens de deur eruit tillen en opnieuw meten.
Een meterkastdeur kopen of zelf maken
Er zijn drie routes en ze verschillen vooral in wat je aan pas- en schaafwerk overhoudt. Een kant-en-klare smalle binnendeur is het goedkoopst zolang je maat toevallig bestaat. Een deur op maat laten zagen bij de bouwmarkt kost meer, maar dan hoef je alleen de laatste millimeters af te schaven. En bij zelfbouw uit MDF van 18 mm bepaal je alles zelf, inclusief de plek van het rooster en de uitsparing voor de meterkastsleutel. Welke deurtypes er zijn en hoe ze zich gedragen, staat in ons overzicht over binnendeuren en buitendeuren.
Let bij het kopen op één ding dat mensen vergeten: een fabrieksdeur mag je maar beperkt inkorten. Bij een vlakke deur met honingraatvulling zit er alleen langs de randen een houten raamwerk van zes tot tien centimeter breed. Zaag je er vijf centimeter af, dan is er aan die kant bijna geen hout meer over om je scharnier of je slot in te zetten. Voor grote maatverschillen is een MDF-paneel of een massieve deur dus de betere start.
Zelf maken is bij een meterkast realistischer dan bij een gewone deur, omdat het blad klein is en er geen slot in hoeft. Een plaat MDF van 18 mm, twee scharnieren en een magneetsnapper zijn genoeg. Wel eerst rondom in de grondverf zetten, ook de zaagkanten, anders zuigt MDF vocht op en gaat het blad in een halfjaar bol staan.
| Aanpak | Kosten materiaal | Wanneer dit de beste keuze is | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Smalle standaarddeur kopen | 40 tot 80 euro | Je dagmaat sluit aan op 63, 68 of 73 cm | Te veel afzagen haalt het raamwerk uit de deur |
| Deur op maat laten zagen | 70 tot 140 euro | Afwijkende maat, maar je wilt een afgelakt blad | Zaagkant is kaal en moet alsnog gegrond worden |
| Zelf maken uit MDF 18 mm | 25 tot 60 euro | Krappe of scheve opening, of je wilt een eigen rooster | Onbehandeld MDF trekt krom bij vocht |
| Meterkast kozijn met deur als set | 150 tot 300 euro | Kozijn is rot, scheef of zit er helemaal niet meer | Set past zelden zonder de muuropening aan te passen |
| Bestaande deur opknappen | 10 tot 30 euro | Deur is heel, alleen scharnieren en lak zijn op | Blijft klemmen als de oorzaak in het kozijn zit |
Meterkast kozijn met deur: wat er in zo'n set zit
Zit het oude kozijn los, is het onderaan verrot of stond er nooit een echt kozijn, dan koop je een meterkast deur met kozijn als geheel. In de bouwmarkt vind je twee smaken. Het stalen montagekozijn is een dun profiel dat je in de muuropening stelt en vastschroeft of vastschuimt, met een rubber aanslag erin. Het houten kozijn is dikker, laat zich netter afwerken en is de logische keuze als de andere kozijnen in de hal ook van hout zijn.
De set die je koopt gaat uit van een rechte, haakse opening met een vaste dagmaat. In de praktijk is de opening bij een meterkast zelden zo netjes, want die is destijds ter plaatse opgemetseld of van gipsplaat op een regelwerk gemaakt. Reken dus op stelwerk: het kozijn komt op spieën, je stelt hem loodrecht in twee richtingen en pas dan schroef je vast door de stijl heen, met een vulplaatje achter elke schroef zodat je de stijl niet krom trekt.
Het afhangen van de deur gaat hetzelfde als bij elke andere binnendeur, inclusief de volgorde van scharnieren inlaten en pas dan de sluitkom stellen. Die volgorde staat stap voor stap bij het afhangen van een deur. Werk bij een meterkast alleen iets ruimer aan de onderkant, want daar loopt vaak nog een kabelgoot of een verhoogde dorpel.
Schuim een montagekozijn nooit vol zonder afstandhouders in de dagopening. Zet in het midden van beide stijlen een latje op de juiste dagmaat. Uitzettend schuim duwt anders de stijlen naar binnen en dan past je deur er bovenaan wel in en onderaan niet.
Draairichting: de deur die met de voordeur vecht
In veel halletjes staat de meterkast binnen een meter van de voordeur, en daar ontstaat het gedoe. Draait de voordeur naar de meterkast toe, dan sta je bij binnenkomst tegen de zijkant van de kast aan te kijken en kun je de meterkastdeur niet meer open krijgen zolang de voordeur openstaat. Draait de voordeur de andere kant op, dan kijk je de hal in en blijft de kast bereikbaar.
Bij nieuwbouw kun je dit vaak nog laten aanpassen voordat de kozijnen besteld zijn, en dat is het moment om erover na te denken. Loop de route na die je dagelijks aflegt: van de voordeur naar de woonkamer, met een tas in je hand. De deur hoort tegen de muur open te zwaaien waar hij niemand tegenhoudt. Welke keuzes je hebt en hoe je links en rechts benoemt zonder dat er misverstanden ontstaan, leggen we uit bij de draairichting van een deur bepalen.
De meterkastdeur zelf draait vrijwel altijd de hal in en niet naar binnen, want in de kast staat de groepenkast in de weg. De vraag is dan alleen aan welke kant de scharnieren zitten. Kies de kant waarbij de open deur niet voor de trap of voor het toilet komt te staan, en waar hij niet tegen een lichtschakelaar aanslaat.
De deur die steeds dichtvalt terwijl je bezig bent
Werken in de meterkast doe je met twee handen en een zaklamp, en dan is een deur die door de tocht van de voordeur dichtklapt vervelend. Een simpele haak of een magneetvanger op de aangrenzende muur houdt hem open. Buiten werkt hetzelfde principe met een windhaak aan een deur, en binnen kun je met precies zo'n haakje uit de voeten.
Een slot op de meterkastdeur: wat verstandig is en wat niet
De meeste meterkastdeuren hebben helemaal geen slot maar een sluiting: een magneetsnapper, een kogelsnapper of een drukslot dat opent als je ertegenaan duwt. Dat is voor een kast die niemand hoeft af te sluiten de nettere oplossing, want er steekt geen kruk uit in een smalle hal. Wil je toch een slot op de meterkastdeur, dan is de vraag waartegen je hem afsluit.
Gaat het om kleine kinderen, kies dan een kindersluiting of een knevel hoog op de deur. Die houdt nieuwsgierige handen weg zonder dat je jezelf buitensluit. Gaat het om huurders, onderhuur of een gedeelde entree, dan kom je uit bij een echt kastslot of een insteekslot met een sleutel. Zorg dat de sleutel altijd bereikbaar is voor iedereen die in huis woont, want je wilt bij een aardlekschakelaar die eruit slaat niet eerst een sleutel gaan zoeken. Wat die schakelaars precies doen en wanneer je ze omzet, lees je bij de hoofdschakelaar in de meterkast.
Eén ding blijft staan: de meters moeten opneembaar en bereikbaar blijven voor de netbeheerder. Met een slimme meter gaat het aflezen op afstand, maar bij vervanging, bij een verzwaring of bij een probleem aan de aansluiting staat er alsnog iemand voor die deur. Een kast die alleen jij open krijgt terwijl je op vakantie bent, levert precies dan een dure afspraak op.
| Sluiting | Zo werkt hij | Geschikt voor | Nadeel |
|---|---|---|---|
| Magneetsnapper | Magneet in het kozijn trekt een plaatje op de deur aan | Lichte deuren zonder kruk | Houdt een kromgetrokken deur niet dicht |
| Kogelsnapper | Verende kogel in de deurrand valt in een kom | Bijna elke kastdeur, ook wat zwaardere | Moet nagesteld worden als de deur gaat werken |
| Drukslot met push-to-open | Duwen opent, dichtduwen vergrendelt | Strakke hal zonder uitstekend beslag | Mechaniek slijt, en je moet ergens duwen om open te krijgen |
| Knevel of draaisluiting | Kwartslag met de hand of met een klein sleuteltje | Kindveilig maken zonder echt slot | Vergrendelt niet stevig genoeg tegen inbraak |
| Insteekslot met kruk en sleutel | Gewoon deurslot met dag- en nachtschoot | Gedeelde hal, kamerverhuur, kantoor aan huis | Kruk steekt uit in een smalle hal, sleutel raakt kwijt |
| Kastslot met klaviersleutel | Klein slot in de deurrand, alleen een sleutelgat zichtbaar | Nette afwerking als de deur op slot moet | Sleutel is klein en verdwijnt in een la |
| Kindersluiting op de bovenrand | Haakje of clip hoog op de deur | Huis met jonge kinderen | Zichtbaar en niet fraai |
Zet nooit een slot op de kast waarvan de sleutel niet in huis bereikbaar is. Bij water in de kast, een brandlucht of een aardlekschakelaar die blijft uitklappen, wil je bij de hoofdschakelaar kunnen zonder een schroevendraaier in de deurrand te wrikken.
Een kapstok op de deur van de meterkast
De meterkastdeur is in een krappe hal de enige vlakke plek die overblijft, dus daar wil iedereen zijn kapstok. Het kan, maar er zijn twee redenen waarom het vaak tegenvalt. De eerste is het gewicht: vijf natte winterjassen wegen samen makkelijk vijftien kilo, en die hangen op de helft van de deur, ver van de scharnieren. Een lichte vlakke deur gaat daarvan hangen en klemt daarna bij de bovenhoek.
De tweede reden is bereikbaarheid. Een volle kapstok vóór de meterkast betekent dat je eerst alle jassen eraf haalt voordat je de kast open krijgt. Dat is precies het moment waarop dat niet uitkomt. Hang je de kapstok op de deur zelf, dan zwaaien de jassen mee en heb je aan de andere kant weer ruimte nodig.
Wil je het toch doen, doe het dan zo. Zoek eerst uit waar het houten raamwerk in de deur zit: aan de randen en bij een fabrieksdeur vaak ook een verticale lat op de slotplaats. In het raamwerk schroef je gewoon vast met houtschroeven. Zit je in het honingraatgedeelte, gebruik dan hollewanddeuvels of boor de deur helemaal door en zet de kapstok vast met bouten en een afdekplaatje aan de achterkant. Verdeel het gewicht over minstens drie bevestigingspunten en hang de lat zo dat de last dicht bij de scharnierzijde begint.
Een kapstok op de muur naast de kast in plaats van op de deur lost alle drie de problemen tegelijk op. Scheelt het maar twintig centimeter, kies dan een model met haken die naar beneden klappen als er niets aan hangt.
Doorvoeren, beldraad en kabels rond het kozijn
Rond de meterkastdeur lopen meer kabels dan je denkt. De beldraad naar de deurpost, de kabel van een videodeurbel, soms coax of glasvezel en de leidingen die de kast in of uit gaan. Die horen door de daarvoor bedoelde doorvoeren te lopen, niet door de deur en niet door een gat dat je zelf in de kozijnstijl boort. Een geslagen aardpen sluit je bijvoorbeeld aan via de onderste doorvoer, zie het slaan van een aardpen.
Bij een videodeurbel loopt het vaak vast op spanning. De oude schelbel werkt meestal op 8 volt, een videodeurbel vraagt 12 of 24 volt, en een transformator die beide tegelijk levert met genoeg vermogen is geen gangbaar product. Je hebt dan twee keuzes: twee losse transformatoren op de rail zetten, elk met hun eigen aders naar de deur, of de oude bel weghalen en alles omzetten naar de spanning van de nieuwe deurbel. Dat laatste is meestal goedkoper en het scheelt een transformator die warm staat te worden in de kast.
Houd er rekening mee dat de bestaande beldraad tussen meterkast en deurpost vaak dun is en soms maar twee aders heeft. Een videodeurbel wil vaak meer stroom en soms een extra ader. Trek in dat geval een nieuwe kabel door de bestaande buis, met de oude draad als trekdraad eraan geknoopt. Is er geen ruimte meer op de rail voor een extra transformator, dan is het uitbreiden van de groepenkast de volgende stap.
Boor niet blind in het kozijn of in de wand naast de meterkast. Daar komen alle leidingen van de woning bij elkaar en die lopen daar niet altijd volgens de gebruikelijke loodlijnen. Schakel de betreffende groep uit en gebruik een leidingzoeker voordat je een gat maakt.
Als de deur klemt, hangt of niet meer dicht wil
Klemmen begint bijna altijd bovenaan de sluitzijde. Dat betekent dat de deur is gaan zakken en niet dat het blad is uitgezet. Draai eerst de scharnierschroeven na. Draaien ze rond in het hout, dan boor je het gat uit, lijm je er een stukje beukenhouten deuvel in en schroef je na een dag opnieuw vast. Dat is een blijvende oplossing en een dikkere schroef is dat niet.
Zakt de deur nog steeds, dan is er te weinig scharnier voor het gewicht. Twee scharnieren zijn genoeg voor een lichte deur, maar niet voor een massieve deur met een kapstok eraan. Een derde scharnier in het midden bijzetten verdeelt de last en kost een halfuur. Blijft de deur ook daarna klemmen, dan schaaf je een paar millimeter van de sluitzijde en zet je de kale kant meteen weer in de grondverf.
Een deur die niet meer dichtblijft, is meestal een kwestie van de snapper. Een magneetsnapper heeft een bereik van een paar millimeter en dat is bij een licht kromgetrokken deur te weinig. Vervang hem dan door een kogelsnapper, die met een verende kogel wel wat overbrugt. In een vochtige hal komt kromtrekken vaker voor, net als bij een badkamerdeur die met vocht te maken krijgt, en daar helpt lakken van alle zes de kanten meer dan een zwaardere sluiting.
Vocht en condens in de kast zelf
Vind je vocht op de bodem van de kast of aanslag op de wand, kijk dan eerst naar de doorvoer van buiten. Bij een meterkast tegen de gevel loopt de aansluitleiding door de fundering en daar komt met een hoge grondwaterstand water mee naar binnen. Een deur met roosters droogt dat op, een dichte deur niet. Merk je tegelijk dat de aardlekschakelaar vaker uitklapt, kijk dan bij lekstroom opsporen, want vocht in een kast is daar een klassieke aanleiding voor.
Zo maak en hang je een nieuwe meterkastdeur
Deze volgorde gaat uit van een bestaand kozijn waarin je een nieuwe deur past, met de aantekening dat je bij een nieuw kozijn eerst stap twee en drie omdraait.
-
Meet de dagmaat op meerdere punten
Meet de breedte onderaan, halverwege en bovenaan, en de hoogte links en rechts. Noteer telkens de kleinste maat, want daar moet de deur doorheen. Controleer met een lange waterpas of de stijlen lood staan: scheelt het meer dan een centimeter, dan schaaf je de deur straks schuin in plaats van recht.
-
Kies het blad en de sluiting
Past een smalle standaarddeur binnen een halve centimeter, koop die dan. Wijkt je maat sterker af, neem dan MDF van 18 mm of laat een blad op maat zagen. Bepaal nu ook of er een kruk in komt of alleen een snapper, want dat bepaalt of je straks moet boren voor een slotkast.
-
Zaag en schaaf de deur op maat
Trek de deur af: breedte min 6 mm, hoogte min 5 mm boven en de ruimte die je onderaan nodig hebt. Zaag met een fijngetand blad en een geleiderail, en schaaf de laatste millimeters af zodat de zaagsnede recht blijft. Schaaf de sluitzijde licht af naar achteren, dan draait de deur vrij in het kozijn.
-
Zet het rooster terug op dezelfde hoogte
Zat er in de oude deur een ventilatierooster, zaag dan in de nieuwe deur een opening van hetzelfde formaat op dezelfde hoogte uit. Bij een gasmeter in de kast horen er twee te zijn, laag en hoog. Werk de zaagkanten af met grondverf voordat het rooster erin gaat, anders zuigt MDF daar vocht op.
-
Laat de scharnieren in en hang de deur
Neem de plek van de bestaande scharnieren over op de nieuwe deur, aftekenen met de scharnier zelf als mal. Steek de inlaten uit met een beitel tot het scharnier gelijk ligt met het hout. Zet de deur op spieën met de juiste speling rondom en schroef eerst één schroef per scharnier in, zodat je nog kunt corrigeren.
-
Stel de snapper of het slot af
Sluit de deur en teken af waar de snapper het kozijn raakt. Schroef de tegenplaat of de sluitkom vast en probeer of de deur dicht blijft zonder dat je hoeft te duwen. Een kogelsnapper stel je dieper of ondieper met een kwartslag, een magneetsnapper verplaats je met vulplaatjes.
-
Lak alle zes de kanten
Grond en lak de voorkant, de achterkant en alle vier de smalle kanten, ook de bovenkant die niemand ziet. Een deur die aan één kant kaal blijft, neemt daar vocht op en trekt krom. Hang de deur pas terug als de lak echt hard is, want anders plakt hij aan de aanslag vast.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de nieuwe deur definitief vastzet
Uit de praktijk
Een nieuwbouwhal waarin de voordeur de meterkast blokkeerde
Op de plattegrond van een nieuwbouwwoning zat de voordeur rechts, de deur naar de woonkamer links en de meterkast daartussenin, net iets vóór de voordeur uitstekend. De aannemer had de voordeur zo ingetekend dat die naar de meterkast toe opendraaide. Bij binnenkomst keek je dan tegen de zijkant van de kast en tegen de deur van de bijkeuken aan, in plaats van de hal en de trap in.
Twee dingen gingen daar mis. De dagelijkse looproute liep van rechts naar links, dus de openstaande voordeur stond precies in die route. En zolang de voordeur openstond, kwam de meterkastdeur niet verder dan een handbreedte. Het omdraaien van deur en zijlicht was geen optie, want dan kwam de voordeur helemaal achter de meterkast te liggen. De oplossing was alleen de draairichting van de voordeur laten wijzigen, vóórdat de kozijnen besteld waren. Achteraf wijzigen kost bij een nieuwbouwproject al snel een paar honderd euro, en een indeling waar je twintig jaar mee leeft is dat waard.
De kapstok die pal voor de meterkast hing
In een smalle hal zat de meterkast direct rechts achter de deur naar de woonkamer, tegen de achtermuur aan. Daarvoor stond wat lege ruimte en precies daar hing de kapstok, met verderop het toilet en het trapgat. Zo lang er twee jassen hingen was er niets aan de hand.
In de winter met vijf jassen en twee tassen werd de kast onbereikbaar. Wie de aardlekschakelaar moest omzetten, stond eerst een minuut jassen op de grond te leggen. Het verplaatsen van de kapstok naar de deur van de meterkast leek de oplossing, maar dat maakte het erger: de deur ging binnen een paar maanden hangen en klemde bovenaan. De uiteindelijke keuze was een smalle kapstoklat op de muur naast de kast, met neerklapbare haken, en een tweede lat aan de andere kant van de hal. De kast bleef daarna gewoon in één beweging te openen.
Een videodeurbel die de oude schelbel niet wilde delen
Bij het plaatsen van een videodeurbel op 24 volt wilde de bewoner de bestaande schelbel op 8 volt laten hangen. De gedachte was dat één transformator in de meterkast beide zou kunnen voeden. Zo'n transformator die tegelijk 8 en 24 volt levert met genoeg vermogen voor allebei, is geen gangbaar product.
Wat wel werkte was twee losse transformatoren naast elkaar op de rail, elk met eigen aders naar de deurpost. Dat betekende wel een extra kabel trekken tussen meterkast en deurpost, want de bestaande beldraad had maar twee aders. Uiteindelijk bleek de eenvoudigste route de beste: de oude schelbel eruit en alles omgezet naar de spanning van de videodeurbel. Eén transformator, één kabel en geen zoekwerk meer bij de volgende bewoner die zich afvraagt waarom er twee trafo's in de kast hangen.
Veelgemaakte fouten
De ventilatieroosters dichtmaken tegen tocht
Een meterkast met een gasmeter tocht en dat voel je in de hal. De verleiding is groot om de roosters af te plakken of om bij een nieuwe deur een dicht blad te nemen. Die openingen zitten er om gas dat vrijkomt af te voeren. Wil je minder tocht, pak dan de doorvoer aan waar de leidingen door de gevel komen, niet het rooster.
Meten op één punt en dan zagen
Een meterkastopening in bestaande bouw is bijna nooit haaks. Meet je alleen onderaan, dan blijkt de deur bovenaan drie millimeter te breed en sta je met een gezaagd blad in je handen. Meet op drie hoogtes en houd de kleinste maat aan, dan kun je altijd nog afschaven.
Te veel van een fabrieksdeur afzagen
Een vlakke binnendeur heeft alleen langs de randen een houten raamwerk van zes tot tien centimeter. Zaag je er vijf centimeter af, dan blijft er nauwelijks hout over om je scharnier in vast te zetten en zit je verder in het honingraatkarton. Bij grote maatverschillen begin je met MDF of met een massief blad.
De kapstok in het honingraatgedeelte schroeven
Schroeven die alleen in de vulling van een vlakke deur grijpen, houden een paar weken en trekken dan de plaat uit. Boor door tot achter, zet de kapstok vast met bouten en een afdekplaatje, of gebruik hollewanddeuvels. Verdeel het gewicht daarbij over minstens drie punten.
Een slot plaatsen zonder na te denken over de sleutel
Een slot op de meterkastdeur is prima, een sleutel die in een la in de slaapkamer ligt niet. Op het moment dat je bij de hoofdschakelaar moet, telt elke seconde en wil niemand gaan zoeken. Hang de sleutel binnen handbereik in de hal of kies een sluiting zonder sleutel.
Het blad maar aan één kant lakken
De bovenkant, de onderkant en de zaagkanten zijn precies de plekken waar vocht in het hout of het MDF trekt. Blijft daar kaal materiaal zitten, dan neemt de deur aan één zijde vocht op en trekt hij krom. Lak alle zes de kanten, ook de kant die niemand ooit ziet.
Dikkere schroeven in een uitgelopen scharniergat
Als scharnierschroeven rondslaan, is een dikkere schroef een oplossing voor een halfjaar. Het gat is uitgelopen en wordt met een dikkere schroef alleen groter. Boor het gat uit, lijm er een beukenhouten deuvel in en schroef na een dag in vers hout.
Zelf een gat in het kozijn boren voor een nieuwe kabel
Rond de meterkast komen alle leidingen van de woning samen en die lopen daar niet netjes lood en waterpas. Een gat op goed geluk in de stijl of de wand ernaast raakt vaker iets dan je denkt. Schakel de groep uit, gebruik een leidingzoeker en trek nieuwe kabels bij voorkeur door de bestaande buis.
Veelgestelde vragen
Welke maat heeft een standaard meterkastdeur?
In nieuwbouw is de deur meestal 201,5 cm hoog en 63 tot 78 cm breed, dus een smalle uitvoering van de gewone binnendeurmaat. In bestaande bouw kom je van alles tegen, met hoogtes vanaf ongeveer 190 cm en breedtes die tussen twee bestaande muren zijn ingepast. Ga daarom nooit op de vermoedelijke maat af maar meet de dagmaat op drie hoogtes na, en houd de kleinste maat aan als je gaat zagen.
Waar koop ik een smalle deur voor de meterkast?
Elke bouwmarkt en houthandel voert vlakke binnendeuren in smalle maten, meestal 53, 63, 68, 73 en 78 cm breed. Past jouw dagmaat daar niet bij, dan kun je bij dezelfde zaak een blad op maat laten zagen, of zelf een deur maken uit MDF van 18 mm. Neem bij het bestellen ook de deurdikte mee, want die bepaalt de lengte van de krukstift en de diepte van de sluitkom.
Kan ik een kapstok op de deur van de meterkast maken?
Dat kan, maar reken op twee bijwerkingen. Het gewicht van natte jassen laat een lichte deur hangen, waarna hij bij de bovenhoek gaat klemmen. En met een volle kapstok ervoor kost het openen van de kast opeens een minuut. Doe je het toch, schroef dan in het houten raamwerk langs de randen of boor helemaal door en zet vast met bouten en een afdekplaatje. Een kapstoklat op de muur naast de kast blijft de rustigere oplossing.
Mag er een slot op de meterkast deur?
Voor je eigen woning mag je de kast afsluiten, zolang de meters bereikbaar blijven voor de netbeheerder als die langskomt voor vervanging, verzwaring of een probleem aan de aansluiting. Praktisch is het belangrijkste punt dat iedereen in huis erbij kan. Kies daarom liever een kindersluiting of een knevel dan een cilinderslot met één sleutel, en hang die sleutel in de hal in plaats van in een la boven.
Welk slot voor een meterkastdeur is het handigst?
Voor de meeste woningen is een kogelsnapper of een drukslot genoeg: de deur blijft dicht, er steekt niets uit in een smalle hal en niemand raakt buitengesloten. Moet de kast echt op slot, bijvoorbeeld bij kamerverhuur of een gedeelde entree, kies dan een kastslot met klaviersleutel of een insteekslot met kruk. Een magneetsnapper werkt alleen goed bij een deur die kaarsrecht is gebleven.
Hoe maak ik zelf een meterkastdeur?
Meet de dagmaat, trek er 6 mm in de breedte en 5 mm in de hoogte vanaf en zaag een plaat MDF van 18 mm op maat. Schaaf de laatste millimeters af, laat de scharnieren in met een beitel en zet er een kogelsnapper op. Zaag de ventilatieopeningen uit op dezelfde hoogte als in de oude deur en grond alle zes de kanten voordat je lakt. Onbehandeld MDF trekt binnen een paar maanden krom.
Wat kost een meterkast kozijn met deur?
Een set met een stalen montagekozijn en een vlakke deur ligt meestal tussen de 150 en 300 euro, afhankelijk van de maat en de afwerking. Alleen een smalle deur kost 40 tot 80 euro, en zelf maken uit MDF blijft onder de 60 euro. Reken bij een nieuw kozijn op stelmateriaal, schuim of kozijnschroeven, en op wat pleisterwerk of afwerklatten rondom de opening.
Waarom klemt mijn meterkastdeur bovenaan?
Bijna altijd omdat de deur is gezakt en niet omdat het blad is uitgezet. Controleer eerst de scharnierschroeven: draaien ze rond, dan boor je het gat uit, lijm je er een houten deuvel in en schroef je na een dag opnieuw vast. Blijft hij zakken, zet dan een derde scharnier in het midden bij. Pas als dat niets doet, schaaf je een paar millimeter van de sluitzijde en lak je die kant meteen bij.
Welke kant moet de meterkastdeur op draaien?
De hal in, want in de kast zelf is geen ruimte om een deur naar binnen te laten zwaaien. De vraag is dus alleen aan welke kant de scharnieren zitten. Kies de kant waarbij de open deur niet voor de trap, het toilet of een lichtschakelaar komt te staan, en waarbij hij niet klem loopt tegen een openstaande voordeur. Bij nieuwbouw is dit iets om vóór de kozijnbestelling recht te zetten.
Mag ik het ventilatierooster uit de meterkastdeur halen?
Staat er een gasmeter in de kast, dan niet. De openingen onder en boven laten gas dat vrijkomt afvoeren en dat is de reden dat ze er zitten. Is de gasaansluiting verwijderd en staat er alleen nog elektra, dan is de eis vervallen, maar een beetje luchtstroom houdt de kast wel droog. Zet je een nieuwe deur, neem het rooster dan over op dezelfde hoogte.
Hoe krijg ik een beldraad of kabel langs het meterkastkozijn?
Gebruik de bestaande buis en trek de nieuwe kabel erin met de oude draad als trekdraad eraan geknoopt. Boor niet zomaar een gat in de kozijnstijl of de wand ernaast, want daar komen alle leidingen van de woning samen. Schakel de groep uit en gebruik een leidingzoeker als er echt geboord moet worden. Vraagt het nieuwe apparaat om een eigen groep of een extra transformator op de rail, kijk dan eerst of er nog ruimte is in de kast.
Past er nog een groep bij achter dezelfde deur?
Dat hangt af van de breedte van de kast en van wat er nu al hangt. Een woning met zonnepanelen, een laadpaal of een tweefase-aansluiting heeft merkbaar meer ruimte nodig dan een kast uit de jaren tachtig. Reken eerst uit hoeveel groepen je nodig hebt met onze rekenhulp voor groepen en vermogen. Blijkt de kast te klein, dan is een bredere kast met een nieuwe deur en een nieuw kozijn een ingreep die je meteen goed doet.
Moet de meterkastdeur brandwerend zijn?
In een gewone eengezinswoning is dat geen gangbare eis en zit er een normale binnendeur. Bij appartementen en gestapelde bouw kan het anders liggen, want daar grenst de meterruimte soms aan een gemeenschappelijke vluchtroute en gelden er eisen aan de scheiding. Vervang je in zo'n gebouw de deur, vraag dan bij de vereniging van eigenaren of de beheerder na wat er voor jouw ruimte is vastgelegd voordat je iets bestelt.
Wanneer je beter een vakman belt
De deur, het kozijn en het beslag zijn gewoon timmerwerk en dat kun je zelf doen. Voor het overzicht over wat er in de rest van het huis aan elektra speelt, hebben we een apart deel over elektra in en om het huis. Er zijn drie momenten waarop je stopt en belt.
Het eerste is alles achter de verzegeling. De hoofdzekering, de aansluitkabel en de meter zelf zijn van de netbeheerder. Zit er een zegel op, dan blijf je eraf, ook als je alleen maar een kabel wilt verleggen om je nieuwe kozijn te kunnen stellen. Verbreek je een zegel, dan volgt een melding en een rekening.
Het tweede is de gasmeter. Moet er voor een nieuw kozijn iets aan de gasleiding of aan de beugels van de meter gebeuren, dan is dat werk voor een erkend installateur. Een lekkende koppeling in een dichte kast merk je pas als het te laat is, en juist daarom zitten die ventilatieopeningen er.
Het derde is de constructie. Wil je de meterkast breder maken en gaat daarvoor metselwerk of een deel van een wand weg, laat dan eerst vaststellen of die wand dragend is. Dat geldt ook als je alleen de opening wilt verhogen: boven een deuropening in een dragende wand hoort een latei met voldoende oplegging aan beide zijden. Een aannemer of constructeur bepaalt dat, en niet het gevoel dat het muurtje wel dun lijkt. Blijkt er tijdens de verbouwing een aardleiding of aardedraad beschadigd te zijn, laat die dan doormeten voordat de wand weer dicht gaat.