Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Aardedraad aansluiten, herkennen en verlengen

11 minuten lezen Meterkast & groepen Bijgewerkt 14 augustus 2026

De aardedraad is groengeel, hij voert in normaal bedrijf geen stroom en hij komt in de groepenkast op de aardrail. Je sluit hem aan op de klem met het aardsymbool, één ader per klem, en je laat hem altijd dezelfde route volgen als de fase en de nul waar hij bij hoort. Heeft een armatuur geen aardaansluiting, dan isoleer je de aardedraad in het plafond los in plaats van hem af te knippen. Meet je spanning op een aardedraad met één meetpen in je hand, dan meet je vrijwel altijd jezelf en niet je installatie.

11 minuten

Dit heb je nodig

15 minuten voor een lichtpunt, een dagdeel voor een groep Te doen met basiskennis elektra, mits je spanningsloos werkt 5 tot 40 euro aan draad en klemmen

Gereedschap

  • Tweepolige spanningsaanwijzer, geen enkelpolige spanningzoeker
  • Multimeter met doorbelfunctie
  • Striptang met instelbare stripdiepte
  • Kruiskopschroevendraaier en een geïsoleerde platte schroevendraaier
  • Zijkniptang
  • Trekveer of vislint voor het intrekken van draad in buis
  • Zaklamp of hoofdlamp voor in de meterkast

Materiaal

  • Installatiedraad groengeel, doorsnede gelijk aan de fase van die groep
  • Lasklemmen met hendel of doorverbindklemmen
  • Losse afdekklem of kroonsteen om een ongebruikte aardedraad te isoleren
  • Krimpkous groengeel, per meter te koop
  • Isolatietape groengeel voor korte stukken
  • Aderendhulzen voor soepele draad
  • Lasdoos met deksel

Wat de aardedraad doet en waarom hij er ligt

De aardedraad is de enige ader in je installatie die in normaal bedrijf niets doet. Er loopt geen stroom door en een apparaat werkt zonder hem net zo goed. Pas als er iets stukgaat is hij het enige dat tussen jou en 230 volt in zit.

Opgerolde geel-groene geïsoleerde draad op een werkbank.

Raakt de fasedraad binnen in een wasmachine de metalen behuizing, dan loopt die stroom via de aardedraad weg in plaats van via jouw hand naar de vloer. De aardlekschakelaar ziet dat er stroom verdwijnt die niet via de nul terugkomt en schakelt in een fractie van een seconde af. Alle groepen leveren hun aardedraad daarvoor af op de aardrail onderin de meterkast en de groepenkast.

Vanaf die rail loopt één zware draad naar de aardelektrode. In Nederlandse woningen is dat meestal een aardpen of een aardelektrode in de grond onder het huis, en in oudere panden soms nog een klem op een metalen waterleiding. Hoe je zo'n verbinding maakt of vernieuwt lees je bij het slaan van een aardpen.

Ontbreekt die aardverbinding, dan valt de aardlekschakelaar pas op het moment dat iemand het defecte apparaat aanraakt en de stroom door die persoon heen wegloopt. Precies dat wil je met aarding voorkomen.

De nuldraad wordt hier vaak mee verward, want in de meterkast lijken ze allebei de terugweg te zijn. Functioneel hebben ze niets met elkaar te maken.

KenmerkNuldraad (N)Aardedraad (PE)
Kleur in een moderne installatieBlauwGroen met geel
Waar hij voor isBrengt de bedrijfsstroom terug naar de meterkastVoert alleen foutstroom af naar de aarde
Stroom in normaal bedrijfEven veel als door de fasedraadGeen
Waar hij eindigt in de kastOp de nulklem van de aardlekschakelaar of de nulrailOp de aardrail
Mag hij ontbrekenNee, zonder nul werkt er nietsAlleen bij dubbel geïsoleerde apparaten en armaturen
Gevolg van verwisselenDe aardedraden en metalen behuizingen in huis komen onder spanning te staanDe aardlekschakelaar ziet de retourstroom als lekstroom en valt uit
Onderbreken tijdens werkAlleen spanningsloosAlleen spanningsloos, ook al lijkt er niets op te staan
Praktische tip

De testknop van je aardlekschakelaar test alleen de schakelaar zelf. Of je aarding werkt, zegt die knop niets over. Een installateur meet daarvoor de aardverspreidingsweerstand met een aparte meter, en dat is de enige controle die echt uitsluitsel geeft.

Uitlegschema: kleur: wat hoort deze ader te zijn?; functie: waar loopt deze ader werkelijk heen?; veiligheid: is het werkpunt spanningsloos?.
Een draadkleur helpt een installatie te begrijpen. Je kunt er niet mee bewijzen dat een ader goed is aangesloten of spanningsloos is.
Lees de uitleg uit de afbeelding

Een draadkleur helpt een installatie te begrijpen. Je kunt er niet mee bewijzen dat een ader goed is aangesloten of spanningsloos is.

Kleur: wat hoort deze ader te zijn?
In een moderne installatie heeft groen-geel de beschermingsfunctie en is blauw in beginsel de nul. Oudere kleuren, uitzonderingen en verkeerd aangesloten draden vragen extra controle.
Functie: waar loopt deze ader werkelijk heen?
De aansluiting en het circuit bepalen wat de ader doet. Neem de plaats van een draad in een oude klem niet zonder controle over naar een nieuw apparaat.
Veiligheid: is het werkpunt spanningsloos?
Schakel de juiste voeding uit, voorkom opnieuw inschakelen en laat de afwezigheid van spanning met geschikt meetgereedschap vaststellen. Een uitgeschakelde lamp bewijst dat niet.

Laat onbekende bedrading door een vakbekwaam persoon identificeren. Alleen kleuren vergelijken of een contactloze pen gebruiken is hiervoor onvoldoende.

Bekijk de afbeelding op volledige grootte

Welke kleur heeft de aardedraad en hoe herken je hem

In elke installatie die na ongeveer 1970 is aangelegd is de aardedraad groen met geel. Die kleurcombinatie is voor aarde gereserveerd en mag je voor niets anders gebruiken. Een groengele ader die ergens als schakeldraad hangt is geen slimme oplossing maar een fout die je herstelt.

Je komt ook blanke aardedraad tegen, dus koper zonder isolatie. In de meterkast is dat normaal bij de leiding naar de aardelektrode en bij de vereffening naar water- en gasleiding. In sommige kabels zit onder de mantel een blanke aardlitze, die bloot komt te liggen zodra je die mantel afpelt.

Dat blote stuk isoleer je alsnog. Voor een paar centimeter is groengele tape genoeg, over een langere lengte schuif je er groengele krimpkous overheen die je per meter koopt. Een blanke ader die tien centimeter langs een klemmenstrook loopt, raakt vroeg of laat iets waar hij niet tegenaan hoort.

In oudere woningen geldt een compleet ander kleurenschema, en daar gaat het het vaakst mis. Wat vroeger grijs was is nu groengeel, en wat vroeger groen was is nu bruin.

Vertrouw in een oude installatie nooit op kleur alleen. Meet met een tweepolige spanningsaanwijzer welke ader spanning voert en welke niet, ook als je zeker denkt te weten wat je ziet. Een installatie van vijftig jaar oud is door meerdere handen gegaan en de omcodering is zelden overal netjes gedaan.

Het symbool van de aardedraad

Op klemmen, armaturen en apparaten staat de aardaansluiting aangegeven met het aardsymbool: een verticaal streepje met daaronder drie horizontale streepjes die naar onderen toe korter worden. Zit er een cirkel omheen, dan gaat het om beschermingsaarde en dat is de klem waar jouw groengele draad op hoort. Op klemmenstroken en in schema's zie je in plaats daarvan vaak de letters PE, naast L voor fase en N voor nul.

Twee andere tekens helpen je verder. Een vierkant binnen een vierkant betekent dubbel geïsoleerd: dat apparaat of armatuur heeft geen aarde nodig en heeft er ook geen klem voor. Een aardsymbool zonder cirkel, bijvoorbeeld op een print in een apparaat, staat voor massa of functionele aarde en is niet hetzelfde als de beschermingsaarde uit je muur.

FunctieKleur nuKleur in oude installatiesWaar je op moet letten
Aarde (PE)Groen met geelGrijs, of blank koper zonder isolatieGroengeel is nooit iets anders dan aarde
Nul (N)BlauwRoodRood is in een oude kast dus geen fase
Fase (L)BruinGroenGroen in een oude kast is de gevaarlijkste kleur die er is
SchakeldraadZwartZwartKan spanning voeren, ook als de schakelaar uit staat
Tweede en derde faseZwart en grijsWisselendBij krachtstroom en driefasegroepen
Ongebruikte aderWit of een reservekleurWisselendAan beide zijden isoleren of aan beide zijden afknippen
Let op

Meet altijd, ook bij nieuwe kleuren. Bij verbouwingen worden aders regelmatig hergebruikt voor een andere functie zonder dat iemand de omcodering aanbrengt. Een blauwe ader die als schakeldraad is gebruikt kan gewoon 230 volt voeren.

Aardedraad aansluiten in de meterkast

In de groepenkast heeft de aardedraad maar één bestemming: de aardrail. Dat is de metalen strip met een rij schroefklemmen, meestal onderin de kast naast de nulrail. Elke groep levert daar zijn groengele ader af, en vanaf die rail loopt de hoofdaardleiding naar de aardelektrode.

Eén ader per klem is de regel waar je je aan houdt. Twee draden onder één schroef betekent dat de dunste los kan komen zodra iemand aan de andere trekt, en dat merk je nooit want er loopt geen stroom door. Kom je klemmen tekort, dan komt er een extra rail of een ruimere kast bij en niet een tweede draad onder dezelfde schroef.

Werken in de groepenkast doe je met de hoofdschakelaar uit, en daarna controleer je met een tweepolige spanningsaanwijzer of het echt spanningsloos is. Alles vóór de hoofdzekering blijft van de netbeheerder: de aansluitkabel, de hoofdzekeringen en de meter zelf zijn verzegeld en daar blijf je af.

Bouw je de kast uit met een extra groep, dan trek je de aardedraad in dezelfde kabel of buis mee als de fase en de nul van die groep. De volgorde van het werk staat bij het uitbreiden van de groepenkast. Is de kast krap en zit alles achter een oud paneel, dan combineren mensen dat vaak met een nieuwe meterkastdeur zodat het geheel weer netjes dicht kan.

De doorsnede van de aardedraad volgt in een woninginstallatie de doorsnede van de fasedraad van diezelfde groep. Voor de zwaardere leidingen in de kast gelden andere maten, en welke kabel bij welke groep past zoek je op in onze draad- en kabelkiezer.

Waar de draad looptDoorsnede die je meestal aantreftUitvoeringWaar het van afhangt
Lichtgroep 1,5 mm²1,5 mm² aardeGroengeel, in dezelfde buis of kabel als fase en nulAarde even zwaar als de fase van die groep
Stopcontactgroep 2,5 mm²2,5 mm² aardeGroengeel, meegetrokken in dezelfde buisAarde even zwaar als de fase van die groep
Kookgroep of krachtstroomgroep6 mm² aarde bij 6 mm² faseGroengeel in dezelfde kabelVolgt de doorsnede van de fasen
Hoofdaardleiding naar de aardelektrodeIn woningen meestal 6 mm² koperGroengeel of blankZwaarder waar de leiding onbeschermd of buiten ligt
Vereffening naar water-, gas- en cv-leidingVaak 6 mm² koperGroengeel, met een aardklem om de buisAlleen bij metalen leidingen, kunststof kun je niet vereffenen
Vereffening in de badkamerVaak 4 mm² koperGroengeel naar het vereffeningspuntHangt af van de zone-indeling en wat er aan metaal aanwezig is
Let op

Achter de hoofdzekering stopt het zelfdoen. De aansluitkabel, de hoofdzekeringen en de kWh-meter zijn eigendom van de netbeheerder en verzegeld. Moet daar iets aan gebeuren, ook aan de hoofdaardleiding die daar binnenkomt, dan bel je de netbeheerder of een erkend installateur.

Aardedraad trekken en verlengen

Een aardedraad hoort dezelfde weg te volgen als de fase en de nul waar hij bij hoort. Dus door dezelfde buis, in dezelfde kabel en via dezelfde lasdozen. Dat is niet alleen netjes, het houdt de installatie ook leesbaar voor wie er over tien jaar aan werkt.

Verdeel de aders van één groep dus nooit over twee lege buizen omdat ze anders niet passen. Fase en aarde die uit elkaar lopen vormen samen een grote lus, en dat geeft magnetische effecten die je niet wilt. Passen de aders niet in één buis, dan kies je een dunnere kabelopbouw of een ruimere buis in plaats van de groep te splitsen.

Aardedraad trekken door bestaande buis gaat het makkelijkst door de nieuwe ader met tape aan een bestaande draad te binden en die er samen doorheen te trekken. Zit er een bocht in de buis, dan helpt wat glijmiddel voor kabels meer dan harder trekken. Trek nooit aan een ader die nog onder spanning kan staan.

Verlengen doe je in een lasdoos die bereikbaar blijft, met een lasklem of een doorverbindklem. Een kroonsteentje dat je onder het stucwerk wegwerkt is geen verbinding maar een probleem voor later, want elke las moet controleerbaar zijn. Twee draden in elkaar draaien en er tape omheen doen is helemaal geen optie.

Laat de aardedraad in een lasdoos of achter een stopcontact een paar centimeter langer dan de fase en de nul. Trekt iemand later per ongeluk aan de kabel, dan schiet de aardedraad als laatste los in plaats van als eerste. De hoogtes waarop lasdozen en stopcontacten normaal zitten vind je in het overzicht met standaardmaten en montagehoogtes.

Praktische tip

Pel je de mantel van een kabel af en komt daarbij een blanke aardlitze vrij, isoleer die dan meteen. Tot een centimeter of vijf is groengele tape prima, daarboven werk je met groengele krimpkous. Zo blijft ook voor de volgende persoon zichtbaar dat het om aarde gaat.

Een lamp ophangen als er geen aardedraad is

Uit veel plafonds komen maar twee draden: een blauwe en een zwarte of bruine. Dat is in woningen van voor de jaren tachtig eerder regel dan uitzondering, want lichtpunten werden toen zonder aarde aangelegd. Geen aardedraad in het plafond betekent niet dat er iets kapot is, maar het bepaalt wel welk armatuur je er mag hangen.

Alles draait om de klasse van het armatuur. Een klasse II-armatuur is dubbel geïsoleerd, herkenbaar aan het vierkant binnen een vierkant op het typeplaatje, en heeft geen aardaansluiting. Een klasse I-armatuur heeft metalen delen die je kunt aanraken en een groengele draad of een klem met het aardsymbool, en die moet je aansluiten.

De meeste led-armaturen, led-panelen en kunststof plafonnières zijn klasse II. Een led lamp zonder aardedraad is bij die groep dus geen probleem, en een led lamp aansluiten zonder aardedraad mag gewoon zolang dat teken op het typeplaatje staat. Zit er wel een aardklem op en laat je die leeg, dan hangt er een metalen armatuur aan je plafond dat bij een defect onder spanning kan komen te staan.

Komt er wel een aardedraad uit het plafond en heeft je lamp er geen aansluiting voor, knip die aardedraad dan niet af. Isoleer hem los in een afgedekte lasklem of een kroonsteentje dat je in de plafondkap laat zitten, met genoeg lengte om hem later alsnog te gebruiken. Voor de volgende lamp, die wel metaal heeft, is die draad goud waard.

Wil je in een keuken of badkamer een lichtpunt vernieuwen, leg dan meteen een aardedraad mee. Meer over de opzet van groepen en lichtpunten vind je in ons overzicht over elektra in en om het huis.

SituatieMag dit zoWat je doet
Kunststof led-armatuur met dubbelvierkantteken, geen aardedraad in het plafondJaFase en nul aansluiten, verder niets
Kunststof armatuur met dubbelvierkantteken, wel een aardedraad in het plafondJaAardedraad los isoleren in een klem en laten zitten
Metalen armatuur met aardklem, wel een aardedraad in het plafondJaAardedraad op de klem met het aardsymbool, als eerste vastzetten
Metalen armatuur met aardklem, geen aardedraad in het plafondNeeAardedraad bijtrekken, of een klasse II-armatuur kiezen
Lamp met alleen L en N op de fitting, harde installatiedraad uit het plafondJa, mits klasse IIVerbinden met een lasklem in de plafondkap, niet de harde draad in de fitting duwen
Armatuur in de badkamer of buitenAlleen met de juiste beschermingsgraadKlasse II of geaard, en altijd achter een aardlekschakelaar
Let op

Gebruik een lege aardedraad nooit als extra nul of als schakeldraad. Het is verleidelijk als je één ader tekortkomt, maar daarmee zet je alle metalen behuizingen die verderop aan diezelfde aardedraad hangen onder spanning. Een ader die je niet gebruikt isoleer je aan beide zijden, of je knipt hem aan beide zijden weg.

Spanning op de aardedraad: wat je meet en wat het betekent

Vroeg of laat pakt iemand een multimeter, zet één pen op de aardedraad en houdt de andere in de hand. Er verschijnt dan een getal, en dat getal betekent niets. Een multimeter heeft een ingangsweerstand van miljoenen ohms, en via je eigen lichaam vang je genoeg capacitief overgedragen spanning op om een paar volt te laten zien.

Hetzelfde geldt voor een meetpen die je in de tuin de grond in duwt. Dat is geen aardelektrode maar een spijker in vochtige grond, en de tientallen volts die je dan meet ten opzichte van een stopcontact zeggen niets over de kwaliteit van je aarding. Een echte controle is een meting van de aardverspreidingsweerstand met een installatietester.

Wil je zelf toch iets zinnigs meten, doe het dan tussen twee punten in je eigen installatie. Leg een lang verlengsnoer vanaf een stopcontact bij de meterkast naar het verdachte punt en meet de spanning tussen de aardcontacten van die twee. Vind je daar meer dan een paar tienden van een volt, dan loopt er ergens werkelijk stroom door je aardleiding.

De beste manier om een lekkend apparaat op te sporen is een lekstroomtang om de fase en de nul van een groep samen. Wat de tang aanwijst is het verschil, en dat is de stroom die via de aarde weglekt. Hoe je dat aanpakt en welke waarden normaal zijn staat bij het opsporen van lekstroom in de installatie.

Wat je niet doet is aardedraden losnemen om te zoeken. Zonder aarde komt de behuizing van een apparaat met een netfilter al snel op de helft van de netspanning te staan, en bij een echt defect op de volle 230 volt.

Let op

Neem nooit een aardverbinding los terwijl de installatie onder spanning staat. Loopt er lekstroom, dan gaat die op het moment van losnemen door jou heen. Schakel altijd eerst de hoofdschakelaar uit, en zet hem pas weer aan als alle aardedraden en vereffeningsklemmen weer vastzitten.

Apparaten en toestellen die een aardedraad nodig hebben

De vuistregel die in de praktijk goed werkt: alles met een metalen buitenkant dat je kunt aanraken en dat op netspanning werkt, hoort geaard te zijn. Wasmachine, vaatwasser, oven, kookplaat, boiler, buitenverlichting met een metalen armatuur, een rolluikmotor en een vijverpomp vallen daaronder. Dubbel geïsoleerde apparaten met het dubbelvierkantteken hebben juist geen aardaansluiting en die moet je er ook niet aan knutselen.

Bij een inbouwkookplaat gaat het vaak mis op de aansluitwijze. Een plaat met een kabel waar één blauwe nul, twee of drie fasedraden en één groengele aarde uitkomen is bedoeld voor een meerfasegroep. Sluit je zo'n plaat aan op twee losse groepen, dan kan de gedeelde nul zwaarder belast worden dan hij aankan en heet worden in de kabel. Wat er komt kijken bij zo'n aansluiting staat bij een aansluiting op twee fasen, en of je groepen de belasting aankunnen reken je uit met de groepencalculator.

Wil je controleren of de aardedraad van een apparaat werkelijk aan aarde ligt, meet dan met de doorbelfunctie tussen die aardedraad en het aardcontact van een stopcontact in de buurt, met de groep uitgeschakeld. Je hoort daar bijna nul ohm te vinden. Meet je in plaats daarvan tussen de blauwe en de bruine ader van een motor, dan meet je de wikkeling en zegt een waarde van een paar ohm niets over de aarding.

Buiten en in vochtige ruimtes is aarde geen luxe. Een vijverpomp, een tuinverlichting en een buitenkraan met verwarmingslint horen achter een aardlekschakelaar van 30 milliampère te zitten, het liefst op een eigen groep.

Wat je nooit met een aardedraad doet

Er zijn een paar dingen die je bij aarde onder geen enkele omstandigheid doet, ook niet tijdelijk en ook niet als het werkt. Een aardedraad mag nooit dienstdoen als nuldraad of als schakeldraad. Het apparaat werkt dan meestal gewoon, en juist dat maakt het gevaarlijk, want alle metalen behuizingen die verderop aan diezelfde aardedraad hangen komen onder spanning te staan.

De tweede is de brug tussen nul en aarde in een stopcontact of in een verdeeldoos, om een randaardestopcontact toch een aardcontact te geven. Dat levert een aarde op die er alleen uitziet als aarde. Raakt de nul ergens los, dan staat het aardcontact van dat stopcontact op volle netspanning en verdwijnt bovendien de werking van de aardlekschakelaar.

De derde is aarde doorlussen via een apparaat of via een metalen constructie. Elke aardedraad loopt onafgebroken door naar de rail, en een tussenliggend contactpunt dat kan oxideren of los kan komen breekt die ketting.

Een ader die je overhoudt laat je niet blank en los hangen. Isoleer hem aan beide zijden, of knip hem aan beide zijden weg. Een groengele draad die aan één kant is afgeknipt en aan de andere kant nog op de rail zit lijkt aarde te geven terwijl hij nergens naartoe gaat.

Vertrouw ook niet blind op een oude aardklem om een waterleiding. In veel woningen is die leiding intussen deels door kunststof vervangen, waardoor de aardverbinding onderbroken is zonder dat iemand het gemerkt heeft. Bij een tijdelijke voeding via een noodstroomvoorziening speelt hetzelfde: bij een aggregaat op de meterkast is de aarding een apart vraagstuk dat je niet mag overslaan.

Zo sluit je een aardedraad aan

Deze volgorde geldt voor een lichtpunt, een stopcontact of een lasdoos, en met de laatste stap ook voor de aardrail in de kast.

  1. Schakel de groep uit en controleer dat het spanningsloos is

    Zet de installatieautomaat van die groep uit en, als je in de kast zelf werkt, ook de hoofdschakelaar. Controleer daarna met een tweepolige spanningsaanwijzer tussen fase en nul en tussen fase en aarde. Een enkelpolige spanningzoeker uit de bouwmarkt is hier niet betrouwbaar genoeg, want die reageert ook op invloedspanning.

  2. Kijk welke aders je hebt en meet welke wat is

    Tel de aders en noteer de kleuren voordat je iets losdraait. Zit je in een oude installatie met grijs, rood en groen, ga dan uit van de oude codering en bevestig dat met een meting. Een foto met je telefoon voordat je begint scheelt later veel puzzelwerk.

  3. Zoek de aardklem met het symbool

    Op een stopcontact is dat de klem die verbonden is met de aardcontacten in het front, gemarkeerd met het aardsymbool of met PE. Op een armatuur zit hij op het metalen frame. In de groepenkast is het de aardrail, herkenbaar als losse strip met schroefklemmen naast de nulrail.

  4. Strip op maat en zet vast

    Strip niet meer dan de klem opneemt, meestal tussen de 8 en 12 millimeter, zodat er geen blank koper buiten de klem uitsteekt. Soepele draad krijgt een aderendhuls, harde installatiedraad gaat rechtstreeks de klem in. Trek na het vastdraaien even aan de ader om te voelen of hij echt klemt.

  5. Laat de aardedraad iets langer dan de rest

    Knip de fase en de nul op lengte en laat de aardedraad een paar centimeter langer. Trekt iemand later aan de kabel, dan komen fase en nul als eerste los en blijft de aarde het langst zitten. Dat is precies de volgorde die je wilt.

  6. Isoleer wat je niet gebruikt

    Blijft er een aardedraad over omdat het armatuur er geen aansluiting voor heeft, zet er dan een afgedekte lasklem of een kroonsteentje op en laat hem in de doos zitten. Knip hem niet af tot in het plafond. Een blanke ader die je hebt vrijgelegd krijgt groengele krimpkous.

  7. Sluit af en controleer het resultaat

    Zet alles weer dicht, schakel de groep in en test met een stopcontacttester of de aarde daadwerkelijk doorloopt. Druk daarna de testknop van de aardlekschakelaar in, zodat je weet dat die het doet. Twijfel je over de aardverbinding zelf, laat de installatie dan doormeten door een installateur.

Maatvoering

De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens

Ruimte of vakgebiedOnderdeelGangbare maatMarge die in de praktijk werktWaar je op moet letten
SanitairWastafel, bovenkant85 cm boven de vloer80 tot 90 cmMeet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm.
SanitairWastafelkraan, uitloop25 tot 30 cm boven de wastafelrandwat past bij de komTe hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder.
SanitairFonteintje in het toilet80 tot 85 cm75 tot 90 cmVaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is.
SanitairToiletpot, bovenkant zitting40 tot 43 cm38 tot 48 cmEen verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger.
SanitairHangend toilet, onderkant pot40 cm boven de vloer38 tot 45 cmDe hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast.
SanitairToiletrolhouder70 cm hoog, 25 cm voor de pot60 tot 80 cmTe ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit.
SanitairDouchekraan, thermostaat100 tot 110 cm95 tot 120 cmJe wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan.
SanitairDoucheglijstang, bovenkant180 tot 200 cmafhankelijk van de lengste gebruikerReken op minstens 20 cm boven de kruin.
SanitairRegendouche, onderkant kop205 tot 215 cm200 tot 220 cmOnder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd.
SanitairHanddoekradiator, onderkant20 tot 30 cm boven de vloer15 tot 40 cmLaag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen.
SanitairAfvoer wastafel, muurdoorvoer50 tot 55 cm45 tot 60 cmOnder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling.
ElektraStopcontact in een woonruimte30 cm hart boven de vloer25 tot 40 cmBij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen.
ElektraStopcontact boven een aanrechtblad115 tot 125 cm10 tot 20 cm boven het bladUit de spatzone van de kraan blijven.
ElektraLichtschakelaar105 cm hart boven de vloer90 tot 120 cmGelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld.
ElektraDeurklink100 cm hart boven de vloer95 tot 105 cmOok de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen.
ElektraMeterkast, groepenkast150 tot 180 cmbereikbaar zonder trapjeDe hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn.
ElektraWandcontactdoos buitenminimaal 30 cm boven maaiveldhoger bij kans op opspattend waterSpatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten.
ElektraBedrade deurbel, drukknop110 tot 130 cm100 tot 140 cmOok bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel.
ElektraWandlamp naast een spiegel160 tot 170 cmop ooghoogte van de gebruikerLicht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven.
ElektraTelevisieaansluiting40 cm of op de hoogte van het schermafhankelijk van de opstellingBij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm.
KeukenWerkblad, bovenkant90 tot 95 cm85 tot 100 cmVuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger.
KeukenBovenkasten, onderkant50 tot 60 cm boven het blad45 tot 65 cmTe laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken.
KeukenAfzuigkap boven een elektrische kookplaat60 cm55 tot 70 cmOnder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht.
KeukenAfzuigkap boven een gaspit65 cm65 tot 75 cmBij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam.
KeukenPlint onder de keukenkasten10 tot 15 cmstandaard 15 cmTerugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan.
KeukenInbouwoven op ooghoogteonderkant op 85 tot 90 cmnaar de gebruikerScheelt bukken met een hete plaat in je handen.
TrapTrapleuning90 cm boven de voorkant van de trede85 tot 100 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer.
TrapLeuning langs een bordes100 cm90 tot 110 cmBij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap.
TrapOptrede, hoogte per trede18 tot 20 cmmaximaal 21 cm binnen een woningAlle treden even hoog, ook de eerste en de laatste.
TrapAantrede, diepte van de trede22 tot 24 cmminimaal 22 cmVuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm.
TrapVrije doorloophoogte boven de trap230 cmminimaal 210 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond.
TrapSpijlafstand van een balustrademaximaal 10 cmkleiner bij kinderenZo kan een kinderhoofdje er niet tussen.
DeurenBinnendeur, standaardmaat83 bij 201,5 cm78 tot 93 cm breedDe dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad.
DeurenVoordeur, standaardmaat88 bij 201,5 cm83 tot 100 cm breedBreder is prettig bij verhuizen en bij een rollator.
DeurenSpeling onder een binnendeur1 tot 1,5 cm2 cm bij mechanische ventilatieDe kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet.
DeurenSpeling rondom in het kozijn3 mm2 tot 4 mmTe weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt.
DeurenScharnieren, afstand tot de hoek20 cm van boven en onder15 tot 25 cmBij een zware deur een derde scharnier in het midden.
VentilatieVentilatierooster in een raamboven in het kozijnop de bovenregelWarme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder.
VentilatieAfzuigpunt in een badkamerhoog in de ruimte20 tot 30 cm onder het plafondVocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet.
VentilatieMuurrooster kruipruimtenet boven het maaiveldminimaal 15 cmAnders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht.
VentilatieDakdoorvoer, afstand tot de nokminimaal 50 cmafhankelijk van het typeTe dicht bij de nok geeft terugslag bij wind.

Samengesteld uit gangbare praktijkmaten, de eisen uit het Bouwbesluit waar die van toepassing zijn, en montagevoorschriften van fabrikanten. Standaardmaten zijn een vertrekpunt, geen wet: pas ze aan op de lengte van de mensen die de ruimte gebruiken. Bij nieuwbouw en verbouw gelden de actuele bouwregels boven elke vuistregel.

Voordat je de kast of de plafondkap weer dichtdoet

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

1,8 volt op de aardedraad en paniek om niets

Iemand voelde stroom bij zijn vijver en ging op zoek. Met een multimeter, één pen op de aardedraad in de meterkast en de andere pen in zijn hand, verscheen 1,8 volt. Buiten met een pen in het stopcontact en een pen in de grond stond er zelfs ruim 50 volt op het scherm.

Beide metingen zeggen niets. Een multimeter heeft een ingangsweerstand in de orde van tien megaohm, waardoor je via je eigen lichaam of via een spijker in de grond genoeg opgevangen spanning meet om een getal te krijgen zonder dat er noemenswaardige stroom loopt.

Wat hier veel erger was: alle aardedraden waren in de kast losgekoppeld om de boosdoener te zoeken, terwijl de installatie gewoon onder spanning stond. Zonder aarde komt de behuizing van apparaten met een netfilter al op zo'n 115 volt te staan, en bij een echt defect op de volle 230. De goede aanpak was de hoofdschakelaar uit, alle aarde terug op de rail, en daarna de vijverpomp meten met een lekstroomtang om fase en nul van die groep.

Dit kwamen we tegen

Een schok bij het terugzetten van de aardklem op de waterleiding

Bij het vervangen van een keukenkraan moest de aardklem van de waterleiding af om bij de flexibele koppelingen te komen. Bij het terugzetten raakte de klusser tegelijk de aardedraad en de koperen leiding aan en kreeg een flinke tik.

De verklaring is dat er ergens in huis een apparaat lekstroom afgeeft. Zolang de vereffening vastzit loopt die stroom onzichtbaar via de aardleiding weg. Op het moment dat je die verbinding openbreekt, ben jij de enige weg die er nog over is.

De volgorde die dit voorkomt is simpel: hoofdschakelaar uit voordat je een aardklem of vereffeningsklem losneemt, en pas weer aan als alles vastzit. Het lekkende apparaat werd daarna gevonden door per groep met een lekstroomtang om fase en nul te meten. Een handvol apparaten met een netfilter geeft elk een halve milliampère, maar één toestel bleek in zijn eentje ruim boven de rest uit te komen.

Dit kwamen we tegen

Drie draden uit het plafond en een lampje met twee aansluitingen

In een schuur moest een eenvoudig kunststof plafondlampje komen. Uit het plafond kwamen drie draden, waaronder een groengele, terwijl het armatuur alleen aansluitingen voor bruin en blauw had. De reflex was om de aardedraad kort af te knippen zodat hij niet in de weg zat.

Dat is precies wat je niet doet. Op het typeplaatje van het lampje stond het dubbele vierkant, dus dubbel geïsoleerd, en dan is aansluiten van de aarde niet nodig. De draad zelf is echter waardevol voor de volgende bewoner die er een metalen armatuur wil hangen.

De oplossing was een losse lasklem met deksel over het uiteinde van de aardedraad, opgerold in de plafondkap. De blauwe en bruine ader gingen met lasklemmen op de aansluitdraden van het armatuur, en de harde installatiedraad werd niet rechtstreeks de fitting in geduwd. Harde draad in een klemmetje dat voor soepel snoer bedoeld is, geeft op termijn een slecht contact.

Dit kwamen we tegen

Een aardedraad die via de kruipruimte een eigen route nam

Bij het bijplaatsen van een groep liep de aardedraad om praktische redenen niet met de fase en de nul mee, maar via de kruipruimte naar een oude aardpen. Op dat moment werkte alles en was iedereen tevreden.

Tien jaar later weet niemand meer dat die verbinding daar loopt. Wordt er dan een nieuwe aardelektrode gezet, dan lijkt die oude blanke draad in de kruipruimte overbodig en knipt iemand hem weg. De groep hangt vanaf dat moment zonder aarde, zonder dat er iets aan te zien is.

Wij trekken de aardedraad daarom altijd mee in dezelfde buis of kabel als de fase en de nul van diezelfde groep, ook als het een meter omweg kost. Een installatie die je kunt volgen zonder de vloer open te breken is het werk waard.

Veelgemaakte fouten

De aardedraad in het plafond wegknippen

Hangt er een lamp zonder aardaansluiting, dan lijkt die extra ader alleen maar in de weg te zitten. Knip je hem kort af, dan is hij voor het volgende armatuur onbruikbaar en moet er alsnog een draad getrokken worden. Isoleren in een afgedekte klem kost tien seconden en houdt de optie open.

Nul en aarde aan elkaar knopen in een stopcontact

Dit lijkt een gratis manier om een oud stopcontact van aarde te voorzien. Het resultaat is een aardcontact dat op netspanning komt te staan zodra de nul ergens onderbroken raakt, en een aardlekschakelaar die zijn werk niet meer kan doen. Zonder echte aardedraad hoort er ook geen randaarde in het front te zitten.

Twee aardedraden onder één schroef op de rail

Bij een volle kast is de verleiding groot om er even een tweede ader bij te schuiven. De dunste van de twee komt dan los zodra iemand aan de andere trekt, en omdat er in normaal bedrijf geen stroom door aarde loopt, merkt niemand het tot het misgaat. Een extra rail kost een paar euro.

Metingen doen met één meetpen in je hand

Een multimeter meet ten opzichte van waar de tweede pen zit, en jouw lichaam is geen referentie. Je meet dan capacitief opgevangen spanning en gaat vervolgens zoeken naar een fout in een installatie die niets mankeert. Meet altijd tussen twee vaste punten in de installatie zelf.

Een groengele ader gebruiken als schakeldraad of nul

Als je één ader tekortkomt is dit de snelste oplossing en werkt alles daarna gewoon. De prijs is dat elk metalen apparaat dat verderop aan diezelfde aardleiding hangt onder spanning kan komen te staan. Groengeel is voor aarde, en dat is geen gewoonte maar een voorschrift.

Aardedraad en fase over verschillende buizen verdelen

Als de aders niet in één buis passen is splitsen aantrekkelijk. De heen- en terugweg van de stroom liggen dan ver uit elkaar, wat magnetische effecten oplevert, en de installatie wordt onleesbaar voor wie er later aan werkt. Kies liever een ruimere buis of een kabel met kleinere buitenmaat.

Blanke aardlitze bloot laten liggen na het afpellen van de mantel

Zodra je een stuk mantel weghaalt, ligt de aardader kaal in de doos of de kast. Over enkele centimeters is dat te overzien, maar bij een langer stuk raakt hij ooit een klem of een schroef. Groengele krimpkous lost dat definitief op en houdt bovendien zichtbaar dat het aarde is.

Aarde doorlussen via een apparaat of via metaal in de bouw

Een stalen profiel of de behuizing van een apparaat lijkt een prima doorverbinding. Contactvlakken oxideren, schroeven komen los en de weerstand loopt op zonder dat er een lampje gaat branden. Elke aardedraad loopt onafgebroken door tot aan de rail.

Veelgestelde vragen

Welke kleur heeft de aardedraad?

In alle moderne installaties is de aardedraad groen met geel, en die kleurcombinatie is uitsluitend voor aarde bestemd. In woningen van voor ongeveer 1970 kom je grijs tegen als aardedraad, met rood voor de nul en groen voor de fase. Ook blank koper zonder isolatie is aardedraad, vooral bij de leiding naar de aardelektrode en bij de vereffening. Meet in een oude installatie altijd na, want de kleuren zijn daar geen garantie.

Wat is het verschil tussen de nuldraad en de aardedraad?

De nuldraad brengt de bedrijfsstroom terug naar de meterkast en voert dus net zo veel stroom als de fasedraad. Door de aardedraad loopt in normaal bedrijf niets: hij is er alleen om foutstroom af te voeren als er isolatie doorslaat. Zonder nul werkt een apparaat niet, zonder aarde werkt het gewoon maar is het bij een defect gevaarlijk. Ze aan elkaar knopen levert een schijnbare oplossing op die de aardlekschakelaar uitschakelt en het aardcontact onder spanning kan zetten.

Waar moet ik de aardedraad aansluiten in de meterkast?

Op de aardrail, de losse metalen strip met schroefklemmen die meestal onderin de kast naast de nulrail zit. Elke groep krijgt daar zijn eigen klem, één ader per schroef. Vanaf die rail loopt de hoofdaardleiding naar de aardelektrode, in de meeste woningen een aardpen. Werk altijd met de hoofdschakelaar uit en controleer met een tweepolige spanningsaanwijzer dat de kast spanningsloos is voordat je iets losdraait.

Hoe moet ik een aardedraad aansluiten op een stopcontact of armatuur?

Zoek de klem met het aardsymbool of de aanduiding PE, op een stopcontact herkenbaar aan de verbinding met de aardcontacten in het front. Strip zo'n 8 tot 12 millimeter, net genoeg voor de klem, en zorg dat er geen blank koper buiten de klem uitsteekt. Soepele draad krijgt een aderendhuls, harde installatiedraad gaat rechtstreeks in de klem. Laat de aardedraad iets langer dan de fase en de nul, zodat hij bij trekken aan de kabel als laatste losschiet.

Moet je de aardedraad altijd aansluiten?

Als het apparaat of armatuur een aardklem heeft, dan ja, zonder uitzondering. Draagt het toestel het teken van een vierkant binnen een vierkant, dan is het dubbel geïsoleerd en heeft het geen aarde nodig en ook geen aansluiting ervoor. Ligt er wel een aardedraad maar gebruik je hem niet, dan isoleer je het uiteinde in een afgedekte klem in plaats van hem af te knippen. Bij metalen armaturen, buitenopstellingen en alles in de badkamer is aansluiten geen keuze.

Hoe kan ik een lamp ophangen zonder aardedraad?

Een lamp zonder aardedraad ophangen kan prima, mits je een armatuur kiest dat dubbel geïsoleerd is. Dat herken je aan het dubbele vierkant op het typeplaatje, en je sluit dan alleen fase en nul aan. Vrijwel alle kunststof plafonnières en led-panelen vallen in die categorie, dus een led lamp aansluiten zonder aardedraad is doorgaans geen probleem. Heeft het armatuur wel een aardklem en metalen delen die je kunt aanraken, dan moet er alsnog een aardedraad bij of kies je een ander armatuur. De harde draad uit het plafond verbind je met een lasklem, je duwt hem niet rechtstreeks in de fitting.

Mijn lamp heeft geen aardedraad, wat doe ik met de draad uit het plafond?

Dan laat je de aardedraad met rust en isoleer je het uiteinde. Zet er een lasklem met deksel of een kroonsteentje op waarvan de vrije kant dicht zit, en rol de draad op in de plafondkap. Laat hem lang genoeg om er later alsnog iets op aan te sluiten. Knip hem niet weg tot in het plafond: de volgende lamp is misschien wel van metaal en dan is die draad precies wat je nodig hebt.

Mag ik de aardedraad verlengen?

Ja, mits je het doet in een lasdoos die bereikbaar blijft en met een lasklem of doorverbindklem die voor de doorsnede geschikt is. Een kroonsteentje dat onder het stucwerk of achter een plafondplaat verdwijnt is geen goede verbinding, want elke las moet controleerbaar zijn. Gebruik voor de verlenging dezelfde doorsnede als de bestaande ader en dezelfde kleur groengeel. Twee draden in elkaar draaien met tape eromheen is nooit een acceptabele oplossing.

Er staat spanning op mijn aardedraad, wat betekent dat?

Dat hangt volledig af van hoe je gemeten hebt. Meet je met één pen in je hand of met een pen in de grond, dan meet je capacitief opgevangen spanning en zegt de uitkomst niets. Meet je een noemenswaardige spanning tussen twee aardpunten binnen je eigen installatie, bijvoorbeeld via een lang verlengsnoer vanaf een stopcontact bij de meterkast, dan loopt er werkelijk stroom door je aardleiding. Zoek dat lekkende apparaat op met een lekstroomtang om de fase en de nul van een groep, en neem daarbij nooit aardedraden los terwijl de spanning erop staat.

Hoe zit het met een blanke aardedraad zonder isolatie?

Blank koper als aardedraad is op zichzelf niet fout en komt veel voor bij de leiding naar de aardelektrode en bij vereffening naar metalen leidingen. Het probleem ontstaat zodra je de mantel van een kabel afpelt en er een lang stuk blanke aardlitze vrij komt te liggen in een doos of kast. Isoleer dat stuk dan alsnog: tot een centimeter of vijf met groengele tape, daarboven met groengele krimpkous die je per meter koopt. Zo raakt hij niets waar hij niet tegenaan hoort en blijft zichtbaar dat het om aarde gaat.

Wat is het symbool van de aardedraad?

Het aardsymbool is een verticaal streepje met daaronder drie horizontale streepjes die naar beneden toe korter worden. Staat er een cirkel omheen, dan gaat het om beschermingsaarde en is dat de klem voor jouw groengele draad. In schema's en op klemmenstroken zie je vaak de letters PE, naast L voor fase en N voor nul. Een aardsymbool zonder cirkel op een print in een apparaat staat voor massa of functionele aarde en is iets anders.

Hoe trek ik een aardedraad naar een bestaand lichtpunt?

Kijk eerst of er in de bestaande buis ruimte over is. Zo ja, bind de nieuwe groengele ader met tape aan een bestaande draad en trek ze er samen doorheen, met wat kabelglijmiddel als er bochten in zitten. Doe dat altijd met de groep uitgeschakeld. Is de buis vol of zit er geen buis, dan trek je de aardedraad mee in een nieuwe kabel of buis samen met de fase en de nul van diezelfde groep, en niet los via een andere route.

Kan ik de aardedraad van mijn rolluikmotor of pomp zelf controleren?

Schakel de groep uit en meet met de doorbelfunctie van je multimeter tussen de aardedraad van het toestel en het aardcontact van een stopcontact in de buurt. Je hoort daar vrijwel nul ohm te vinden, dus een doorverbinding. Meet je tussen de blauwe en de bruine ader, dan meet je de wikkeling van de motor en zegt een waarde van enkele ohms niets over de aarding. Een echte beoordeling van de aardverspreidingsweerstand van je woning vraagt een installatietester en dus een installateur.

Wanneer je beter een vakman belt

Een aardedraad aansluiten op een stopcontact, een armatuur of een lasdoos is werk dat je met basiskennis en een spanningsloze groep prima zelf doet. Er zijn wel duidelijke grenzen.

Alles vóór de hoofdzekering is van de netbeheerder. De aansluitkabel, de hoofdzekeringen en de meter zijn verzegeld en daar hoort geen schroevendraaier van jou aan te komen. Ontbreekt er een aardverbinding vanaf de aansluiting of is er twijfel over de hoofdaardleiding, dan is dat een gesprek met de netbeheerder of een erkend installateur.

Bel ook als je vermoedt dat je woning helemaal geen werkende aardelektrode heeft, bijvoorbeeld omdat de oude aarding op een waterleiding zat die intussen door kunststof is vervangen. Of die aarde echt werkt, blijkt alleen uit een meting van de aardverspreidingsweerstand met een installatietester. Een stopcontacttester ziet niet of de aardweerstand te hoog is.

Meet je werkelijk spanning tussen twee aardpunten in huis, of valt de aardlekschakelaar herhaaldelijk uit zonder duidelijke aanleiding, laat de installatie dan doormeten in plaats van zelf aardedraden los te nemen. Datzelfde geldt voor het aanpassen van een kookgroep naar meerdere fasen en voor werk in een badkamer, waar de vereffening en de zone-indeling bepalen wat er mag.

Verder lezen over dit onderwerp

In deze gids