L en N draad kleur: welke ader is fase en welke is nul
In een moderne Nederlandse installatie is bruin de fase (L), blauw de nul (N) en geel-groen de aarde. Komt er zwart uit je plafond, dan is dat vrijwel altijd de schakeldraad, dus de fase die via de schakelaar terugkomt, en die hoort op L. Blauw hoort op N. Kleur is een aanwijzing en geen bewijs: in oudere installaties liggen de kleuren soms anders, dus meet met een tweepolige spanningstester voordat je vastschroeft.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Tweepolige spanningstester met twee meetpennen
- Multimeter of duspol voor het meten van 230 V wisselspanning
- Striptang of een afstriptangetje met instelbare diepte
- Kleine platte schroevendraaier voor kroonsteentjes
- VDE-geïsoleerde schroevendraaierset
- Zaklamp of hoofdlamp, want het licht in de ruimte is uit
Materiaal
- Lasklemmen of een kroonsteentje van de juiste maat
- Isolatietape of krimpkous voor het afdoppen van een ongebruikte ader
- Aderhulzen bij soepele draad
- Labeltjes of een stukje tape om aders te markeren
- Eventueel een nieuwe fitting met duidelijk gemarkeerde klemmen
De kleurcode zoals die nu is
De kleuren van installatiedraad zijn in Nederland vastgelegd en gelden voor elke nieuwe installatie. Bruin is de fase, die je aanduidt met L. Blauw is de nul, aangeduid met N. Geel-groen is uitsluitend de aarde en die kleur mag je nooit voor iets anders gebruiken. Hoe die aders in een doos bij elkaar komen en welk verbindingsmateriaal daarbij hoort, staat in ons overzicht over bedrading en verbinden in huis.
Naast bruin, blauw en geel-groen kom je zwart en grijs tegen. Dat zijn geen nullen. In een woonhuisinstallatie zijn dat schakeldraden: de fase die vanuit de schakelaar terugloopt naar het lichtpunt. Precies daar ontstaat de verwarring die je bij bijna elke lamp tegenkomt.
Op het armatuur zelf vind je meestal geen kleuren maar letters. Een klemmenstrookje met L en N, en vaak een aardsymbool ernaast. De vertaling is eenvoudig: alles wat fase is (bruin of zwart) gaat op L, blauw gaat op N, geel-groen gaat op het aardsymbool. Wat de letters precies betekenen en waar ze vandaan komen leggen we uit bij het verschil tussen de L-draad en de N-draad.
| Ader | Kleur in een nieuwe installatie | Functie | Waar hij op het armatuur hoort |
|---|---|---|---|
| Fase (L) | Bruin | Staat altijd onder spanning zolang de groep aan is | Klem L, of het middencontact van de fitting |
| Geschakelde fase | Zwart | De fase die via de schakelaar terugkomt naar de lamp | Klem L, want dit is ook fase |
| Tweede schakeldraad | Grijs | Komt voor bij wisselschakelingen en dimmers | Hangt van de schakeling af, niet zomaar op L |
| Nul (N) | Blauw | De retourader, gezamenlijk voor de hele groep | Klem N, of de schroefdraad van de fitting |
| Aarde (PE) | Geel-groen | Beschermingsleiding, voert foutstroom af | Het aardsymbool, nooit op L of N |
Geel-groen is alleen aarde. Een geel-groene ader gebruiken als schakeldraad of als nul is niet toegestaan, ook niet tijdelijk en ook niet als hij toevallig over is. De volgende persoon in die doos gaat ervan uit dat geel-groen veilig is.
Waarom er zwart en blauw uit je plafond komt
Dit is de situatie die de meeste vragen oplevert: uit het plafond steken twee aders, een zwarte en een blauwe, en nergens zit bruin. Dat is geen fout van de vorige bewoner, dat is de standaardmanier waarop een lichtpunt met een wandschakelaar wordt bedraad.
De fase komt uit de groepenkast als bruine ader en loopt naar de schakelaar in de muur. Uit die schakelaar vertrekt een zwarte ader terug naar het plafond. Zet je de schakelaar aan, dan wordt bruin doorverbonden met zwart en staat er spanning op die zwarte ader. De blauwe nul loopt rechtstreeks naar het lichtpunt en zorgt dat de stroomkring rond is.
Bij de lamp is die zwarte ader dus de fase, ook al is hij niet bruin. Hij hoort op L en blauw hoort op N. Wie zwart voor de nul aanziet, sluit de lamp precies verkeerd om aan. Hoe die schakeldraad door de installatie loopt en welke kleuren daarbij gebruikelijk zijn, beschrijven we bij de schakeldraad tussen schakelaar en lamp.
Zit er een derde ader in geel-groen, dan is dat de aarde en die gaat naar het aardpunt van het armatuur. Heeft je lamp geen aardaansluiting omdat hij dubbel geïsoleerd is, dan dop je de geel-groene ader netjes af in de plafonddoos. Afknippen tot in de doos is geen goed idee, want dan is de aarde weg voor de volgende bewoner die er wel een metalen armatuur ophangt.
Welke kleur doet wat als er meer dan twee aders uit het plafond komen
Bij een gedeelte van de lichtpunten hangt er meer dan alleen zwart en blauw. De doos in het plafond is dan ook een doorvoerpunt, en dat verandert welke kleur waar op aangesloten hoort.
Zit er naast zwart en blauw ook een bruine ader die permanent spanning voert, dan loopt de fase via dit punt door naar de schakelaar of naar een volgend lichtpunt. Die bruine ader gaat niet naar je lamp. Hij wordt in de doos doorverbonden en blijft daar. Sluit je hem per ongeluk aan op L van je armatuur, dan brandt de lamp continu en doet de schakelaar niets meer.
Zie je bruin, zwart, grijs en blauw bij elkaar, dan zit je bijna altijd in een wisselschakeling. Zwart en grijs zijn dan de twee verbindingsaders tussen de schakelaars, en welke van beide op je lamp hoort hangt af van waar in de schakeling deze doos zit. De opbouw van zo'n kabel behandelen we bij de vieraderige kabel en wat elke ader doet. Meet in dit geval eerst met beide schakelaars in verschillende standen voordat je iets vast klemt.
Hangt er aan één groep steeds meer, dan is de vraag hoeveel er nog bij kan. Met de groepencalculator voor het vermogen per groep reken je uit of je lichtgroep nog ruimte heeft, en of het slimmer is om een groep bij te plaatsen.
Meten in plaats van gokken
Kleur is een sterke aanwijzing, maar in een huis waar eerder aan geklust is, is kleur geen bewijs. De enige manier om zeker te weten welke ader de fase is, is meten. Doe dat met een tweepolige spanningstester of een multimeter op wisselspanning, en niet met een spanningzoeker in de vorm van een schroevendraaier met een lampje erin.
Zo'n schroevendraaier werkt op de stroom die door jouw lichaam naar aarde loopt en reageert daardoor ook op een ader die alleen capacitief meeloopt met een naastliggende fase. Je krijgt dan een brandend lampje op een ader die in werkelijkheid geen spanning voert. Andersom kan hij niets aangeven terwijl er wel spanning staat, bijvoorbeeld als je op een houten trap staat met rubberzolen. Een tweepolige tester meet tussen twee punten en heeft dat probleem niet.
Meet altijd met de schakelaar aan, anders staat er op de zwarte schakeldraad helemaal niets en lijkt hij spanningsloos terwijl hij dat alleen op dat moment is. Noteer je meetwaarden voordat je de groep weer uitschakelt om aan te sluiten.
| Meting tussen | Uitkomst | Wat je daaruit afleidt |
|---|---|---|
| Ader en aarde | Ongeveer 230 V | Deze ader is de fase |
| Ader en aarde | 0 tot enkele volts | Deze ader is de nul |
| Ader en ader | Ongeveer 230 V | Je hebt fase en nul te pakken, de kring is compleet |
| Ader en ader | 0 V terwijl de schakelaar aan is | Twee nullen, of de schakeldraad is onderbroken |
| Beide aders en aarde | 0 V | De groep staat uit of de schakelaar staat uit |
| Ader en aarde | Iets tussen 20 en 100 V | Bijna altijd een zwevende ader zonder echte verbinding, niet betrouwbaar |
Meten doe je onder spanning, aansluiten niet. Schakel na het meten de groep uit met de installatieautomaat, controleer met dezelfde tester dat er niets meer staat, en pas dan draai je klemmen los. Werk in de meterkast achter de hoofdzekering laat je aan een installateur over.
Welke kleur draad naar de lamp gaat
Een armatuur heeft in de regel drie mogelijkheden: een klemmenstrook met L en N, een fitting met twee losse aansluitpunten, of een snoertje met een bruine, blauwe en soms geel-groene ader eraan. In alle drie de gevallen is de logica hetzelfde.
Heb je een klemmenstrook met de letters L en N, dan gaat de zwarte of bruine ader uit het plafond in het gaatje bij L en de blauwe in het gaatje bij N. Heeft het armatuur een eigen snoer met kleuren, dan koppel je bruin aan bruin of zwart, en blauw aan blauw. Het aansluiten van zo'n lichtpunt met twee aders werken we stap voor stap uit bij een lamp aansluiten op twee draden.
Bij een losse E27- of E14-fitting is er één regel die er echt toe doet. De fase gaat naar het contactje midden onderin de fitting, niet naar de schroefdraad. De nul gaat naar de schroefdraad. Draai je dat om, dan staat de metalen schroefhuls van de lamp onder spanning zodra de schakelaar aan is, en dat is precies het deel dat je aanraakt terwijl je een peertje indraait.
Sommige goedkope fittingen hebben geen letters bij de klemmen. Kijk dan waar het koperen lipje in het midden van de fitting naartoe loopt: die klem is L. Twijfel je, meet dan even door met een multimeter op de doorbelstand tussen klem en contactpunt.
Sluit de aders eerst aan het armatuur aan terwijl het nog op tafel ligt, en hang het pas daarna op. Boven je hoofd werken met kleine schroefjes en een zaklamp tussen je tanden levert bijna altijd een slordige klem op.
De aders netjes verbinden
Een goede aansluiting bepaalt of je de komende jaren nog aan dit lichtpunt moet komen. Losse of half geklemde aders geven warmte, en warmte geeft op termijn een slecht contact of een verbrande klem.
Strip niet te veel. Ongeveer acht tot tien millimeter is genoeg voor een kroonsteentje, bij lasklemmen houd je de striplengte aan die op de klem staat afgedrukt. Blijft er blank koper buiten de klem zichtbaar, dan heb je te veel gestript en moet je opnieuw beginnen. Trek na het vastzetten altijd even aan elke ader: hij hoort niet mee te geven.
Voor twee aders op elkaar in een armatuur voldoet een kroonsteentje van de juiste maat prima, mits het schroefje op de koperkern klemt en niet op de isolatie. Moet je drie of meer aders samenbrengen in een plafonddoos, dan werken wij liever met lasklemmen met een klemhefboom, omdat je die zonder gereedschap open en dicht doet en de klemkracht niet van jouw pols afhangt. In bestaande dozen kom je nog vaak de klassieke lasdop tegen, die met soepele draad lastiger goed vast te krijgen is dan met massieve installatiedraad.
Gebruik bij soepel snoer aderhulzen, zeker onder een schroefklem. Zonder huls waaieren de dunne draadjes uit onder de schroef en blijft er soms één buiten de klem hangen, tegen de nul aan.
Oude installaties en kleuren die niet kloppen
In een huis van voor ongeveer 1970 kun je kleuren tegenkomen die tegen je intuïtie ingaan. Een rode ader was in dat soort installaties vaak de aarde, en een groene of grijze ader kon de fase zijn. Dat is precies omgekeerd aan wat je nu gewend bent, dus meet hier voordat je een kleur ergens op aansluit. Welke kleurenschema's er door de jaren heen in omloop zijn geweest, zetten we op een rij bij de oude kleuren in elektrainstallaties.
Daarnaast is er de categorie waar geen enkel schema op past: een installatie waar iemand ooit met de restjes uit zijn kist heeft gewerkt. Een blauwe ader die als schakeldraad is misbruikt komt vaker voor dan je zou willen. Zo'n ader hoort dan aan beide kanten gemarkeerd te zijn met bruine of zwarte tape, maar dat gebeurt zelden.
Kom je zoiets tegen, herstel het dan meteen goed. Trek waar dat kan een nieuwe ader in de buis, want dat is netter dan markeren met tape die er over tien jaar afgevallen is. Het intrekken zelf gaat een stuk soepeler met de juiste hulpmiddelen, zie draad intrekken met een trekveer. Vervang je toch bedrading, kies dan meteen de juiste kabelsoort en doorsnede met de draad- en kabelkiezer.
| Wat je aantreft | Wat het kan zijn | Wat je ermee doet |
|---|---|---|
| Rode ader | In oude installaties vaak aarde, elders juist fase | Meten voordat je iets aanneemt |
| Groene ader zonder geel | In oude installaties fase, nooit vanzelfsprekend aarde | Meten, en bij vervanging omzetten naar geel-groen voor aarde |
| Grijze ader | Oude nul, of in nieuwe kabel een tweede schakeldraad | Meten en daarna markeren wat het is |
| Zwarte ader | Vrijwel altijd schakeldraad, dus fase | Op L aansluiten, niet op N |
| Blauwe ader die spanning voert | Misbruikt als schakeldraad | Markeren met bruine tape aan beide zijden, liever vervangen |
| Twee identieke witte aders in een armatuursnoer | Fabrieksbedrading van een dubbel geïsoleerde lamp | De markering op het armatuur volgen, niet de kleur |
Hoe je L en N bepaalt als de aders geen kleur hebben
Bij armaturen uit de winkel kom je regelmatig twee volledig identieke aders tegen, wit of doorzichtig, zonder enige markering. De kleur zegt daar dus niets over welke ader de fase is. Dat is bij dubbel geïsoleerde lampen toegestaan, want zo'n armatuur heeft geen aarde nodig en er zit geen bereikbaar metalen deel aan.
Zolang zo'n armatuur een gesloten fitting heeft die je niet kunt aanraken, is de volgorde elektrisch minder kritisch. Toch blijft de veilige gewoonte om de fase, dus de L, naar het middencontact te leiden. Kijk aan de binnenkant van de fitting welke ader op het middencontact uitkomt, of meet het door met de doorbelstand van je multimeter. Vaak is één van de twee aders geribbeld of voorzien van een streepje: dat is bij veel fabrikanten de nul.
Heeft je armatuur wel een klemmenstrookje maar zijn de letters onleesbaar geworden, dan kun je vrijwel altijd terugvallen op de fitting. Volg met de multimeter welke klem doorverbonden is met het lipje midden onderin, en dat is L. De andere is N.
Bij lampen die je uit het buitenland meeneemt of online koopt, controleer je ook of de aders wel voor 230 V zijn bedoeld en of er een aardklem aanwezig is bij een metalen behuizing. Meer achtergrond over de basis van je huisinstallatie vind je bij alles over elektra in huis.
Maak voordat je iets losdraait een foto met je telefoon van de bestaande aansluiting. Dat kost twee seconden en is de snelste manier om terug te vinden hoe het zat als je halverwege de draad kwijtraakt.
Verkeerd om aansluiten: wat er gebeurt en wat er niet gebeurt
Wisselspanning gaat vijftig keer per seconde heen en weer, dus een gloeilamp of een ledlamp brandt ook als je L en N omdraait. Er brandt niets door en er springt geen zekering. Dat is precies waarom deze fout zo lang onopgemerkt blijft.
Toch is dit geen kwestie van smaak. Fase hoort op L en nul hoort op N, ook als het apparaat bij verwisseling gewoon werkt. De reden zit in wat er gebeurt als je later een lamp vervangt. Staat de fase op de schroefdraad van de fitting in plaats van op het middencontact, dan is die metalen huls onder spanning zodra de schakelaar aan is. Draai jij of iemand anders dan een peertje in zonder eerst uit te schakelen, dan pak je die huls beet.
Er is nog een reden. Schakelaars, dimmers en de meeste bewegingsmelders horen in de fase te zitten en niet in de nul. Zit de schakelaar per ongeluk in de nul, dan staat het lichtpunt onder spanning terwijl het licht uit is. Wie de lamp dan vervangt in de veronderstelling dat uit ook echt uit is, komt bedrogen uit.
Sluit dus aan zoals het hoort. Ken je de functie van een ader niet, dan meet je die eerst.
Uit betekent niet altijd spanningsloos. Schakel bij lampwerk de hele groep uit met de installatieautomaat in plaats van alleen de wandschakelaar. Controleer daarna met je tester dat er echt geen spanning meer staat, ook tussen ader en aarde.
Zo bepaal je welke ader op L en welke op N gaat
Deze volgorde geldt voor een gewoon lichtpunt in het plafond met een wandschakelaar.
-
Zet de schakelaar aan en meet
Laat de groep aan staan en zet de wandschakelaar in de aan-stand, anders voert de schakeldraad geen spanning. Meet met een tweepolige tester tussen elke ader en de aarde. De ader met ongeveer 230 V is je fase, de ader met bijna nul volt is de nul.
-
Markeer wat je hebt gemeten
Plak een stukje tape met een L en een N op de juiste ader, of onthoud de kleur nadrukkelijk. Zodra de groep uit is, kun je niet meer meten en gaat het geheugen verrassend snel schuiven. Bij drie of vier aders is dat markeren het halve werk.
-
Schakel de groep uit en controleer dat het spanningsloos is
Zet de installatieautomaat van de lichtgroep uit in de meterkast, niet alleen de wandschakelaar. Meet daarna opnieuw tussen de aders en tussen ader en aarde. Pas als je tester overal nul aangeeft, ga je aan de draden zitten. Kom niet achter de hoofdzekering of aan de aansluitkast van de netbeheerder.
-
Strip de aders op maat
Strip acht tot tien millimeter, of de lengte die op je lasklem staat. Te lang gestript betekent blank koper buiten de klem, te kort betekent dat de schroef op de isolatie klemt en het contact slecht is. Knip een geoxideerd of geknikt uiteinde liever af en strip opnieuw.
-
Sluit fase op L en nul op N aan
De bruine of zwarte ader gaat op de klem met de L, de blauwe op de klem met de N, en geel-groen op het aardsymbool. Bij een losse fitting gaat de fase naar het middencontact onderin en de nul naar de schroefdraad. Trek daarna aan elke ader om te voelen of hij vastzit.
-
Werk de ongebruikte aders af
Is er een aarde die je armatuur niet gebruikt, dop hem dan af in de doos in plaats van hem weg te knippen. Een doorgelust bruine fase blijft in de doos en gaat niet mee het armatuur in. Duw de aders daarna zo terug dat er niets klem komt te zitten tussen de plafondkap en het plafond.
-
Schakel in en test in twee standen
Zet de groep weer aan en test met de wandschakelaar in beide standen. De lamp hoort uit te gaan bij uit en te branden bij aan. Blijft hij continu branden, dan zit er een permanente fase op je L in plaats van de schakeldraad en moet je terug naar de doos.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de kap terugdraait
Uit de praktijk
Zwart en blauw uit het plafond, en nergens bruin
Op een slaapkamer moesten drie lampen worden opgehangen. Uit elk plafond kwamen twee aders: zwart en blauw. Uit alles wat online te vinden is, volgde bruin voor de fase, dus de aanname werd dat zwart hier de nul moest zijn en blauw de fase. Bij de bestaande armaturen leek dat te kloppen, want daar zat zwart aan de klem waar N bij stond.
Meten maakte het duidelijk. Met de schakelaar aan stond er spanning op de zwarte ader en niets op de blauwe. Zwart was dus gewoon de fase, want dit is de schakeldraad die vanuit de wandschakelaar terugkomt. De blauwe ader was de nul, precies zoals de kleur belooft. De vorige bewoner had de armaturen omgekeerd aangesloten en dat viel niet op omdat de lampen het gewoon deden.
De drie lampen zijn daarna met zwart op L en blauw op N aangesloten. Bij het bestaande armatuur zijn de twee aders omgewisseld, zodat de fase in de fitting weer op het middencontact uitkwam.
Een armatuur met alleen twee gaatjes en de letters L en N
Een plafondlamp had geen snoertje met gekleurde aders, alleen een klemmenblokje met twee gaatjes en de opdruk L en N. De vraag was welk gekleurd draadje in welk gaatje hoort als de kleuren uit het plafond niet overeenkomen met bruin en blauw.
De regel die daar uitkwam is simpel te onthouden: L staat voor alles wat fase is, ongeacht of die ader bruin of zwart is. N staat voor de nul, en die is blauw. In dit geval ging de zwarte schakeldraad in het gaatje bij L en de blauwe in het gaatje bij N.
Wat hier extra opviel: het armatuur had een E27-fitting waarvan de klem bij L intern naar het lipje midden onderin liep. Dat is precies de bedoeling. Zou je de aders omdraaien, dan komt de fase op de schroefdraad te staan en is de metalen huls van het peertje onder spanning terwijl de schakelaar aan is.
Een spanningzoeker die op beide aders reageerde
Bij een lichtpunt in een gang werd met een spanningzoeker in schroevendraaiervorm gemeten. Het lampje in de schroevendraaier gaf op beide aders een zwak schijnsel, waardoor onduidelijk bleef welke ader nu de fase was. Het vermoeden was een defect in de installatie.
Met een tweepolige tester bleek er niets aan de hand. De ene ader had 230 V ten opzichte van aarde, de andere nul. De schroevendraaier reageerde op de spanning die capacitief overkoppelde vanuit de fase die in dezelfde buis lag, en dat is bij aders die dicht bij elkaar door een installatiebuis lopen heel gewoon.
Sindsdien gebruiken we zo'n schroevendraaier hooguit om snel een vermoeden te krijgen. Een aansluiting maak je op basis van een meting tussen twee punten, met een tester die het verschil tussen echte spanning en een zwevende ader wel ziet.
Veelgemaakte fouten
Zwart aanzien voor de nul
Zwart is in een woonhuisinstallatie de schakeldraad, dus geschakelde fase. Wie zwart op N aansluit en blauw op L, zet de fase op de schroefdraad van de fitting. De lamp brandt gewoon, dus de fout blijft jaren onopgemerkt tot iemand een peertje vervangt zonder uit te schakelen.
Meten met de schakelaar uit
Met de wandschakelaar uit staat er op de schakeldraad niets, want de schakelaar heeft de fase juist onderbroken. Je meet dan twee spanningsloze aders en concludeert dat er geen fase bij zit. Meet met de schakelaar aan, en schakel de groep pas daarna uit om aan te sluiten.
Vertrouwen op een spanningzoeker met een lampje
Zo'n schroevendraaier reageert ook op een ader die alleen meeloopt met een naastliggende fase, en geeft soms niets aan terwijl er wel spanning staat. Voor een aansluiting die je jarenlang laat zitten is dat te onnauwkeurig. Gebruik een tweepolige tester of een multimeter op wisselspanning.
Een geel-groene ader gebruiken als schakeldraad
Als er een ader over is en die is geel-groen, is de verleiding groot om hem toch te gebruiken. Doe dat niet. Iedereen die na jou in die doos komt, gaat ervan uit dat geel-groen veilig aan te raken is. Trek liever een nieuwe ader in dezelfde buis.
De doorgeluste bruine fase op het armatuur zetten
Zit er naast zwart en blauw ook een bruine ader die permanent spanning voert, dan loopt de fase via deze doos door naar de schakelaar of een volgend punt. Sluit je die op L aan, dan brandt de lamp continu en doet de schakelaar niets. Die bruine ader blijft in de doos.
De schakelaar in de nul in plaats van in de fase
Het licht gaat netjes uit, dus het lijkt goed. Maar het lichtpunt staat dan nog volledig onder spanning terwijl de schakelaar uit is. Wie in die situatie een lamp vervangt zonder de groep uit te schakelen, raakt spanning aan op het moment dat hij dat het minst verwacht.
Te ver strippen
Een centimeter extra blank koper past er net in, maar steekt dan buiten de klem uit. In een krappe plafonddoos ligt dat blanke stuk zo tegen een andere ader of tegen een metalen kap aan. Strip op de lengte die op de klem staat en knip de rest af.
Soepel snoer zonder aderhuls onder een schroef klemmen
De dunne draadjes waaieren uit onder de schroef en er blijft vrijwel altijd één sliertje buiten de klem hangen. Dat sliertje vindt vroeg of laat de naastliggende klem. Zet bij soepele draad altijd een aderhuls op de kern voordat je hem in een kroonsteentje steekt.
Veelgestelde vragen
Wat is de kleur van de N en L draad?
In een nieuwe installatie is de L-draad, de fase, bruin en de N-draad, de nul, blauw. De aarde is geel-groen en die kleur wordt nergens anders voor gebruikt. Kom je zwart of grijs tegen, dan zijn dat schakeldraden en dus ook fase, geen nul. In installaties van voor ongeveer 1970 wijken de kleuren af, dus daar meet je liever dan dat je op de kleur afgaat.
Welke kleur draad gaat naar de lamp?
Naar een lichtpunt lopen normaal gesproken twee aders: een zwarte schakeldraad en een blauwe nul, plus vaak een geel-groene aarde. De zwarte gaat op de klem met de L, de blauwe op de klem met de N en geel-groen op het aardsymbool. Zit er bruin in plaats van zwart, dan gaat bruin op L. Alles wat fase is hoort op L, of het nu bruin of zwart is.
Welke kleuren draad naar lamp komen er uit het plafond?
Meestal zwart en blauw, en in installaties met aarde ook geel-groen. Bruin zie je bij een lichtpunt alleen als de fase via deze doos wordt doorgelust naar de schakelaar of naar een volgend punt. Zie je bruin, zwart, grijs en blauw bij elkaar, dan zit je in een wisselschakeling en moet je eerst meten met beide schakelaars in verschillende standen voordat je iets vastzet. Meer over die kabel lees je bij de vieraderige kabel.
Lamp aansluiten: welke kleur draad op L en welke op N?
Op L komt de fase, dus de bruine ader of de zwarte schakeldraad. Op N komt de blauwe nul. Heeft je armatuur een eigen snoer met kleuren, dan koppel je bruin aan bruin of zwart, en blauw aan blauw. Weet je niet welke ader in het plafond de fase is, meet het dan met de schakelaar aan tussen ader en aarde. Ongeveer 230 V betekent fase, bijna nul volt betekent nul.
Is zwart de nul of de fase?
Bij een lichtpunt is zwart de fase. Het is de schakeldraad die vanuit de wandschakelaar naar de lamp terugkomt, dus hij voert spanning zodra de schakelaar aan staat. Blauw is de nul. Deze verwisseling is de meest gemaakte fout bij het ophangen van lampen, omdat een lamp gewoon brandt als je het omdraait en er dus niets zichtbaar misgaat.
Mag ik L en N verwisselen bij een lamp?
Nee. De lamp werkt wel, want bij wisselspanning wisselt de stroomrichting toch vijftig keer per seconde, maar dat is geen reden om het te doen. Bij een verwisselde aansluiting komt de fase op de schroefdraad van de fitting te staan in plaats van op het middencontact. Die metalen huls raak je aan bij het vervangen van een lamp. Fase hoort op L en nul hoort op N, ook als het apparaat bij verwisseling gewoon functioneert.
Hoe weet ik zeker welke draad de fase is?
Meet met de schakelaar aan tussen elke ader en de aarde, met een tweepolige spanningstester of een multimeter op wisselspanning. Ongeveer 230 V wijst de fase aan, bijna nul volt de nul. Markeer daarna met tape wat wat is, schakel de groep uit en controleer met dezelfde tester dat er niets meer staat voordat je de klemmen losdraait.
Werkt een spanningzoeker met een lampje betrouwbaar?
Als eerste indruk soms, als basis voor een aansluiting niet. Zo'n schroevendraaier werkt op de kleine stroom die via jouw lichaam naar aarde loopt en reageert daardoor ook op een ader die alleen capacitief meeloopt met een fase in dezelfde buis. Andersom kan hij donker blijven terwijl er wel spanning staat, bijvoorbeeld als je op rubberzolen op een houten trap staat. Een tweepolige tester meet tussen twee punten en geeft daarmee een echt antwoord.
Mijn armatuur heeft twee identieke witte draden zonder kleur, wat nu?
Dat komt voor bij dubbel geïsoleerde armaturen zonder aarde en is toegestaan. Kijk aan de binnenkant van de fitting welke ader op het contactje midden onderin uitkomt, of meet het door met de doorbelstand van je multimeter. Die ader sluit je aan op de fase. Vaak is een van de twee aders geribbeld of gemerkt met een streepje, en dat is bij veel fabrikanten de nul.
Wat betekent geel-groen en mag ik die ader voor iets anders gebruiken?
Geel-groen is de beschermingsleiding, de aarde. Die kleur is voor niets anders bestemd, ook niet tijdelijk en ook niet als de ader toevallig over is. Heeft je armatuur geen aardaansluiting omdat het dubbel geïsoleerd is, dop de aarde dan af in de plafonddoos in plaats van hem af te knippen. De volgende bewoner hangt er misschien wel een metalen lamp op en heeft die ader dan nodig.
Kan er spanning op mijn lamp staan terwijl de schakelaar uit is?
Ja, en dat is precies waarom je bij lampwerk de groep uitschakelt en niet alleen de wandschakelaar. Zit de schakelaar per ongeluk in de nul in plaats van in de fase, dan gaat het licht netjes uit terwijl het lichtpunt volledig onder spanning blijft staan. Ook een dimmer of een bewegingsmelder kan een kleine reststroom doorlaten. Controleer altijd met je tester of het echt spanningsloos is.
Ik heb een blauwe draad die spanning voert, wat betekent dat?
Dan is die blauwe ader ooit als schakeldraad gebruikt, wat gebeurt als iemand met de restjes uit zijn kist werkte. Elektrisch werkt het, maar het is misleidend voor iedereen die er na jou aan komt. De minimale correctie is de ader aan beide zijden markeren met bruine of zwarte tape. Beter is een nieuwe ader intrekken in dezelfde buis, en daarbij helpt een trekveer aanzienlijk.
Wanneer je beter een vakman belt
Een lamp aansluiten op een bestaand lichtpunt is werk dat je met een tester en wat geduld zelf doet. Er zijn een paar grenzen waar het verstandiger is om een installateur te bellen.
De eerste ligt in de meterkast. Alles achter de hoofdzekering, de aansluitkast van de netbeheerder en het bijplaatsen of verzwaren van een groep is werk voor een erkend installateur. Zit je zekering verzegeld, dan is die verzegeling er niet voor niets.
De tweede is een installatie waarin de kleuren nergens meer op kloppen en waar je bij het meten steeds andere uitkomsten krijgt. Dat wijst op eerder geknoei of op een onderbroken nul, en dat los je niet op door bij één lichtpunt te blijven meten. Laat de installatie dan doormeten voordat je verder klust.
De derde is elke situatie waarin je aarde mist terwijl je die wel nodig hebt, bijvoorbeeld bij een metalen armatuur in een badkamer. Aarde toevoegen betekent een nieuwe ader trekken vanaf de aardrail, en dat wil je goed hebben. Werk je op hoogte in een trappenhuis of een vide, dan geldt hetzelfde: een stabiele opstelling is daar belangrijker dan het elektrawerk zelf, en een rolsteiger huren is goedkoper dan een val.