Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Ster driehoek schakeling: van klemmenbord tot stuurstroom

11 minuten lezen Schakelaars Bijgewerkt 14 augustus 2026
diy-gids.nl ELEKTRA Ster driehoek schakeling

Een ster driehoek schakeling laat een draaistroommotor eerst aanlopen met ongeveer 230 volt over elke wikkeling in plaats van 400 volt. De stroom uit het net zakt daarmee naar een derde van een directe aanloop, en het koppel zakt naar datzelfde derde. Het werkt alleen bij een motor die op 400 volt in driehoek hoort te draaien, dus met 400/690 V op het typeplaatje. De drie contactoren, het thermisch relais en de omschakeltijd bepalen samen of de motor soepel doorloopt of met een stroompiek in driehoek valt.

11 minuten

Dit heb je nodig

een dagdeel voor het opbouwen en bedraden van de kast Vakwerk, alleen met kennis van 400 volt Afhankelijk van het motorvermogen, de contactorset is de grootste post

Gereedschap

  • Tweepolige spanningstester en een multimeter
  • Stroomtang die de aanloopstroom vasthoudt
  • VDE-geïsoleerde schroevendraaierset
  • Momentschroevendraaier voor de klemmen van de contactoren
  • Draadstripper en krimptang voor adereindhulzen
  • Kabelschaar en een zaagje voor DIN-rail
  • Aderlabels of een labelprinter

Materiaal

  • Drie contactoren: net, ster en driehoek
  • Thermisch beveiligingsrelais of een motorbeveiligingsschakelaar
  • Ster-driehoek tijdrelais met instelbare stertijd
  • Hulpcontactblokken en een mechanische vergrendeling tussen ster en driehoek
  • Zevenaderige motorkabel, zes aders plus aarde
  • Stuurstroomautomaat en eventueel een stuurstroomtransformator
  • Noodstop met vergrendeling, start- en stopdrukknop
  • Stuurstroomdraad 1,5 mm² en adereindhulzen
  • Kabelwartels, DIN-rail en montageplaat

Wat ster driehoek doet met de aanloopstroom

Een draaistroommotor die je rechtstreeks inschakelt, trekt de eerste seconden vijf tot acht keer zijn nominale stroom. Bij een ster driehoek schakeling laat je hem eerst aanlopen met de wikkelingen in ster. Over elke wikkeling staat dan geen 400 volt maar 400 gedeeld door wortel drie, dus ongeveer 230 volt.

Die lagere spanning per wikkeling doet twee dingen tegelijk. De stroom uit het net zakt naar een derde van de directe aanloop, en het koppel zakt naar precies datzelfde derde. Anders dan bij het schakelen van verlichting en apparaten in huis schakel je hier geen lamp maar de wikkelingen van de motor zelf, en dat gaat met contactoren in plaats van met schakelmateriaal in de wand.

Zodra de motor bijna op toeren is, schakelt de besturing over naar driehoek. Elke wikkeling krijgt dan de volle 400 volt en de motor levert zijn normale koppel. De hele schakeling bestaat dus uit twee bedrijfstoestanden en een goed getimede overgang ertussen.

Het praktische winstpunt zit in de aanloopstroom. Waar een directe aanloop van een motor van 11 kW kortstondig ruim honderd ampère kan trekken, blijft dat in ster rond de veertig. Dat scheelt spanningsdips in de rest van het pand en het scheelt zwaardere voorbeveiliging. Hoeveel je groep aankan, reken je uit met onze hulp om het vermogen per groep te berekenen.

Dit is werk aan 400 volt. De vermogenskring blijft ook na het uitschakelen van de stuurstroom onder spanning staan zolang de voedingsgroep niet uit is. Schakel de groep af, vergrendel hem en meet met een tweepolige spanningstester of het echt spanningsloos is voordat je een klem aanraakt.

Eerst het typeplaatje lezen

Niet elke motor kan in ster driehoek starten, en dat hangt volledig af van de spanning waarvoor de wikkelingen gemaakt zijn. Op het typeplaatje staan twee spanningen met de tekens voor driehoek en ster erbij. De laagste waarde hoort bij driehoek, de hoogste bij ster.

Staat er 400/690 V, dan is deze motor bedoeld om op een 400 volt net in driehoek te draaien. Precies die motor kun je in ster laten aanlopen, want ster is dan de tijdelijke, zachte stand. Staat er 230/400 V, dan draait de motor op 400 volt al permanent in ster en is er geen zachtere stand meer over.

Oudere motoren dragen nog de oude netspanningen: 220/380 V is hetzelfde geval als 230/400 V, en 380/660 V hetzelfde als 400/690 V. De verhouding tussen beide getallen is wortel drie, dus zodra je die verhouding herkent, weet je genoeg. Een motor die je toch in driehoek zet terwijl hij daar niet voor gewikkeld is, trekt binnen een minuut zichzelf kapot.

Wat er op het typeplaatje staatWat het betekentSter driehoek op een net van 400 volt
400/690 V, driehoek en sterDriehoek bij 400 volt, ster bij 690 voltMogelijk, dit is de motor waar de schakeling voor bedoeld is
380/660 V, oudere aanduidingZelfde motor, oude netspanning op het plaatjeMogelijk, verder identiek aan 400/690 V
230/400 V, driehoek en sterDriehoek bij 230 volt, ster bij 400 voltNiet mogelijk, de motor draait op 400 volt al in ster
220/380 V, oudere aanduidingZelfde geval als 230/400 VNiet mogelijk, alleen directe aanloop in ster
Eén spanning met alleen het driehoektekenWikkelingen vast op driehoek bij die spanningMogelijk zolang het klemmenbord zes losse klemmen heeft
Klemmenkast met drie klemmen of een vaste kabelDe wikkelingen zijn binnenin al doorverbondenNiet mogelijk zonder de motor open te maken
Motor met eigen frequentieregelaarDe aanloop wordt elektronisch begrensdNiet nodig, de regelaar doet dit al

Is het plaatje onleesbaar geworden, meet dan de weerstand tussen de zes klemmen. Je hoort drie los van elkaar staande wikkelingen te vinden met onderling vrijwel dezelfde weerstand. Vind je doorgang tussen alle zes de klemmen, dan zitten de bruggen er nog in of is de motor intern al doorverbonden.

De bruggen in het klemmenbord en de motorkabel

In het klemmenbord van een draaistroommotor zitten zes klemmen in twee rijen. De onderste rij is U1, V1 en W1, de bovenste rij staat er bewust in de volgorde W2, U2 en V2. Door die volgorde maak je zowel ster als driehoek met drie rechte bruggetjes.

Voor een vaste ster leg je één brug over de hele bovenste rij, zodat W2, U2 en V2 aan elkaar zitten. Voor een vaste driehoek leg je drie bruggen recht naar beneden: U1 aan W2, V1 aan U2 en W1 aan V2. Bij een geschakelde ster driehoek gaan alle bruggen eruit, want de contactoren in de kast maken die verbindingen nu.

Dat betekent zes aders naar de motor plus de aardleiding, dus een zevenaderige kabel. Elke ader voert de wikkelingstroom, dat is ongeveer 58 procent van de nominale motorstroom, en niet de volle lijnstroom. Welke kabelsoort en welke aderdoorsnede daarbij horen zoek je op in de tabel met kabelsoorten en aderdiktes. Kies voor een machine die trilt liever een soepele mantelkabel dan stugge YMvK.

Label de aders aan beide uiteinden voordat je de kabel wegwerkt. Zes aders die alleen op kleur uit elkaar te houden zijn, kosten je bij de eerste meting een halfuur zoekwerk. Wie de kabel later ooit opnieuw moet aansluiten, ziet aan U1 tot en met W2 meteen wat waar hoort.

AansluitwijzeBruggen in het klemmenbordVoeding komt opWaar het misgaat
Vaste sterEén brug over W2, U2 en V2, dus de hele bovenste rij aan elkaarU1, V1 en W1Motor levert blijvend maar een derde van zijn koppel bij een plaatje 400/690 V
Vaste driehoekDrie bruggen recht omlaag: U1 aan W2, V1 aan U2, W1 aan V2U1, V1 en W1Op 400 volt alleen bij een motor die daar in driehoek voor gewikkeld is
Geschakelde ster driehoekGeen enkele brug, alle zes de klemmen losZes aders: U1, V1, W1 en W2, U2, V2Eén vergeten brug geeft kortsluiting op het moment dat de stercontactor aantrekt
MotorkabelZeven aders, zes fasen en aardeAarde altijd op de aardklem in de klemmenkastEen vieraderige kabel volstaat hier niet, de aders moeten los blijven

Controleer met een doorbelmeting dat alle bruggen eruit zijn. Blijft er één brug tussen twee wikkeleinden zitten, dan legt de stercontactor bij het inschakelen twee fasen rechtstreeks aan elkaar. Dat is geen voorzichtige aanloop maar een harde kortsluiting achter de contactor.

Drie contactoren en de maat die erbij hoort

De vermogenskring bestaat uit drie contactoren. De netcontactor voedt U1, V1 en W1. De stercontactor verbindt W2, U2 en V2 met elkaar tot een sterpunt. De driehoekcontactor legt de wikkeleinden terug op het net: L1 naar W2, L2 naar U2 en L3 naar V2.

Die kruislingse aansluiting van de driehoekcontactor is geen willekeur. Ze zorgt dat het draaiveld in driehoek dezelfde kant op staat als in ster. Sluit je hem recht aan, dus L1 op U2, dan draait het veld bij het omschakelen de andere kant op en remt de motor met een enorme stroompiek af.

De maat van de contactoren is kleiner dan bij een directe aanloop, en dat is geen bezuiniging maar natuurkunde. De netcontactor en de driehoekcontactor voeren de wikkelingstroom van 0,58 keer de nominale stroom. De stercontactor voert nog maar een derde daarvan, want in ster is de stroom al een derde van de driehoekstroom.

Het thermisch relais hangt in de meeste kasten in de wikkelingstak, dus tussen de netcontactor en de motorklemmen. Het meet dan de wikkelingstroom en stel je in op 0,58 keer de nominale stroom van het typeplaatje. Zet je het relais in de voedingsleiding vóór de splitsing, dan meet het de volle lijnstroom en stel je het in op de nominale stroom zelf.

Motorvermogen bij 400 voltNominale stroom, richtwaardeInstelling thermisch relais in de wikkelingstakNet- en driehoekcontactor, AC-3Stercontactor, AC-3
2,2 kWongeveer 4,8 A2,8 Avanaf 3 Avanaf 1,6 A
3 kWongeveer 6,4 A3,7 Avanaf 4 Avanaf 2,2 A
4 kWongeveer 8,4 A4,9 Avanaf 5 Avanaf 3 A
5,5 kWongeveer 11 A6,4 Avanaf 7 Avanaf 4 A
7,5 kWongeveer 14,7 A8,5 Avanaf 9 Avanaf 5 A
11 kWongeveer 21 A12,1 Avanaf 13 Avanaf 7 A
15 kWongeveer 28 A16,2 Avanaf 17 Avanaf 10 A
18,5 kWongeveer 34 A19,7 Avanaf 20 Avanaf 12 A
22 kWongeveer 40 A23,1 Avanaf 24 Avanaf 14 A

De stromen in deze tabel zijn richtwaarden voor gangbare vierpolige motoren. Het typeplaatje van jouw motor is de waarheid, want de stroom verschilt per rendementsklasse en per toerental. Neem bij een motor die vaak start liever een contactormaat groter dan de tabel aangeeft.

De stuurstroom van een ster driehoek schakeling

De stuurstroom is de tweede, lichte kring die de spoelen van de contactoren bedient. In een gewone werkplaatskast loopt hij op 230 volt tussen fase en nul, in machinebouw vaak op 24 volt via een scheidingstransformator. Beveilig die kring apart met een kleine automaat, zodat een kortsluiting in een drukknop niet de hele motorgroep meeneemt.

De volgorde in de kring ligt vast. Vanaf de fase gaat het eerst door het verbreekcontact van het thermisch relais, dan door de noodstop, dan door de stopknop, en pas daarna komt de startknop. Alles wat moet kunnen afschakelen zit dus vóór de startknop, want zo valt de motor uit ongeacht welk contact opent.

De startknop is een maakcontact dat je overbrugt met een hulpcontact van de netcontactor. Dat is de zelfhouding: zodra de contactor aantrekt, houdt hij zichzelf vast en kun je de knop loslaten. Bij een wisselschakelaar voor twee bedieningsplekken werkt dat heel anders, want daar blijft de schakelaar zelf in stand staan. Wil je hier vanaf twee plekken bedienen, dan zet je de startknoppen parallel en de stopknoppen in serie.

Een controlelampje sluit je aan op een vrij hulpcontact, niet parallel aan de spoel. Wie het aansluiten van een lamp op een schakelaar gewend is, legt het lampje al snel rechtstreeks over de spoel, en dan gaat het licht ook aan als de spoel al defect is. Op een eigen hulpcontact meldt het lampje wat er echt geschakeld heeft.

OnderdeelKlemaanduidingWat het in de kring doet
Spoel van een contactorA1 en A2A1 aan de geschakelde kant, A2 aan de nul of de retour
Hoofdcontacten1/L1, 3/L2, 5/L3 naar 2/T1, 4/T2, 6/T3Voeren de motorstroom, nooit de stuurstroom
Maakcontact hulpcontact13-14 en 23-24Zelfhouding van de netcontactor en doorschakelen naar het tijdrelais
Verbreekcontact hulpcontact21-22 en 31-32Onderlinge vergrendeling: ster blokkeert driehoek en andersom
Thermisch relais, verbreekcontact95-96Onderbreekt de hele stuurstroom bij overbelasting
Thermisch relais, maakcontact97-98Voor een signaallamp of een melding naar de besturing
Tijdrelais met wisselcontact15 gemeenschappelijk, 15-16 verbreek, 15-18 maak16 houdt de ster vast, 18 schakelt na de ingestelde tijd de driehoek in
NoodstopVerbreekcontact met vergrendelingAltijd in serie vóór de startknop, nooit alleen in de startknop zelf

Bij een aparte ster-driehoekrelais verschilt de klemaanduiding per merk en serie. Sommige typen hebben twee gescheiden uitgangen met een vaste pauzetijd ertussen, andere hebben één wisselcontact. Werk hier naar het schema in de handleiding en niet naar een schema dat je bij een ander relais gebruikte.

Het ster driehoek relais en de omschakeltijd

Het ster driehoek relais is een tijdrelais met twee taken. Het bepaalt hoe lang de motor in ster blijft, en het houdt een korte pauze aan tussen het afvallen van de stercontactor en het aantrekken van de driehoekcontactor. Die pauze heet de overgangstijd en ligt bij de meeste typen tussen 30 en 100 milliseconden, vaak vast op 50.

Die pauze is er om overlap te voorkomen. Trekken ster en driehoek een fractie tegelijk aan, dan liggen twee fasen rechtstreeks op elkaar en heb je kortsluiting. De vaste pauze is niet instelbaar juist omdat er niets aan te verbeteren valt.

De stertijd stel je wel zelf in, en die is een afweging in plaats van een vast getal. Wij houden aan dat je overschakelt zodra de motor bijna op toeren is en de stroom duidelijk is teruggezakt, meestal na drie tot tien seconden. Meet dat met een stroomtang op de voedingskabel in plaats van het te gokken: het moment waarop de stroom afvlakt, is het moment om over te schakelen.

Te vroeg omschakelen kost je het hele voordeel. De motor draait dan nog te langzaam en trekt bij het aantrekken van de driehoekcontactor alsnog een piek die de directe aanloop benadert. Te laat omschakelen belast de motor onnodig lang met een derde koppel, waardoor hij warm wordt zonder dat hij zijn werk doet.

SituatieWat je op het relais insteltWaaraan je ziet dat het klopt
Onbelaste aanloop, bijvoorbeeld een pomp of ventilatorStertijd van ongeveer drie secondenDe stroom is voor het omschakelen al terug bij de nominale waarde
Aanloop met matige massa, bijvoorbeeld een zaagmachineStertijd van vijf tot acht secondenHet toerentalgeluid stabiliseert hoorbaar voordat de driehoek inschakelt
Zware vliegwielmassa, bijvoorbeeld een versnipperaarTien seconden of meer, en controleer of de motor dat aankanDe motor komt in ster echt op toeren, anders past deze schakeling niet
Overgangstijd tussen ster en driehoek30 tot 100 milliseconden, meestal vast in het relaisGeen knal en geen stroompiek op het moment van omschakelen
Motor haalt in ster geen toerenVerlengen helpt niet, de schakeling past niet bij deze lastDe stroom blijft hoog en zakt niet af tijdens de stertijd

Wanneer ster driehoek niet de goede keuze is

Het koppel in ster is een derde van het normale koppel, en dat is de grens van deze schakeling. Loopt een machine leeg aan, dan is een derde koppel ruim voldoende. Moet de motor meteen tegen last in draaien, dan komt hij niet op toeren en heeft de hele schakeling geen zin.

Er zijn twee moderne alternatieven die dat probleem niet hebben. Een softstarter regelt de spanning geleidelijk op en maakt de aanloop vloeiend, zonder de harde overgang die ster driehoek altijd houdt. Een frequentieregelaar regelt spanning en frequentie samen en levert bij lage snelheid gewoon vol koppel.

Een frequentieregelaar heeft een bijwerking waar je op moet rekenen. De schakelende elektronica geeft een lekstroom naar aarde die een gewone aardlekschakelaar kan laten afschakelen. Loopt de aardlekschakelaar eruit zonder aanwijsbare oorzaak, dan is dat vaak de regelaar en hoort er een type B aardlekbeveiliging voor die groep.

Wat niet werkt, is proberen het toerental te regelen zonder regelaar. Het toerental van een draaistroommotor volgt de netfrequentie en het aantal poolparen, niet de spanning. Een dimmer voor verlichting aansluiten lukt prima op een lamp, maar op een motor levert spanning verlagen alleen minder koppel en meer warmte op.

AandrijvingLoopt hij in ster op toeren?Wat er dan beter past
Ventilator of centrifugaalpompJa, het koppel van de last loopt mee op met het toerentalSter driehoek is hier de goedkoopste goede oplossing
Compressor met aanloopontlastingJa, mits de ontlastklep bij het starten echt opentControleer de ontlasting voordat je de stertijd verlengt
Compressor die tegen volle keteldruk startNee, de motor blijft brommen op laag toerentalSoftstarter of frequentieregelaar, of de ontlasting herstellen
Hydraulische pomp onder drukNee, de last staat er vanaf de eerste omwenteling opFrequentieregelaar met aanlooprampe
Beladen transportbandVaak niet, afhankelijk van de beladingSoftstarter, die trekt de band ook rustiger op gang
Machine met zware vliegwielmassaSoms, maar de aanloop duurt lang en de motor wordt warmFrequentieregelaar, of een motor met een zwaardere aanloopklasse
Machine waarvan je het toerental wilt regelenNiet van toepassingAlleen een frequentieregelaar kan dat
Motor tot ongeveer 4 kW op een ruime groepJa, maar het is meestal niet nodigDirecte aanloop met een motorbeveiligingsschakelaar

Draairichting, fasevolgorde en het omzetten van bestaand werk

Draait de motor de verkeerde kant op, dan wissel je twee fasen in de voeding vóór de netcontactor. Daarmee draait het veld in ster en in driehoek allebei om en blijft de schakeling verder kloppen. Dat is de enige plek waar je mag wisselen.

Wisselen binnen de driehoekcontactor of in het klemmenbord is precies de fout die de meeste schade doet. Ster en driehoek draaien dan tegengesteld, en het omschakelmoment wordt een remstoot met een stroompiek die zekeringen laat vallen. Het gekke is dat de motor in ster gewoon lijkt te werken, waardoor de fout pas na een paar seconden zichtbaar wordt.

Bij een oude machine kom je nog wel eens een handbediende ster-driehoekschakelaar tegen, een draaischakelaar met de standen nul, ster en driehoek. Zo'n schakelaar met drie standen doet hetzelfde werk mechanisch, met een nokkenwerk in plaats van contactoren. Ze zijn slijtgevoelig en missen elke beveiliging, dus bij vervanging bouw je meestal om naar contactoren met een thermisch relais.

Let bij het lezen van oude schema's op de naamgeving. Een serieschakelaar in de woningbouw is iets heel anders dan iets in serie schakelen: in huis bedoelen we met een serieschakelaar voor twee lichtpunten een dubbele wip in één sokkel. In een motorschema betekent in serie gewoon achter elkaar in dezelfde kring.

In bedrijf stellen en meten

De eerste keer inschakelen doe je niet zomaar met de motor eraan. Test eerst de stuurstroom met de vermogenskring afgeschakeld, zodat je de contactoren hoort aantrekken zonder dat er iets draait. Je hoort dan drie geluiden: de netcontactor en de stercontactor tegelijk, en na de ingestelde tijd de omschakeling naar driehoek.

Controleer daarna de vergrendeling door met de hand een contactor in te drukken terwijl de kast spanningsloos is. De mechanische vergrendeling hoort te verhinderen dat ster en driehoek tegelijk sluiten. De elektrische vergrendeling controleer je met een doorbelmeting op de verbreekcontacten 21-22 van beide contactoren.

Pas als dat klopt, zet je de motor erop en meet je de aanloop met een stroomtang om één voedingsader. Noteer de piek bij het inschakelen, de stroom vlak voor de omschakeling en de piek op het omschakelmoment. Die drie getallen vertellen je meteen of de stertijd goed staat.

Doe de laatste controle met de machine warm en beladen zoals hij normaal werkt. De stroom in bedrijf hoort onder de nominale waarde van het typeplaatje te blijven. Zit hij daar structureel boven, dan is de motor te licht voor de machine of loopt er iets zwaar, en dan lost een andere instelling van het relais niets op.

Zet de stertijd bij de eerste proef bewust een paar seconden te lang. Je ziet dan aan de stroomtang precies wanneer de stroom afvlakt, en dat moment stel je daarna in als stertijd. Andersom beginnen kost je een paar onnodige stroompieken door de installatie.

Waar dit werk vergunning, kennis of een installateur vraagt

De grens ligt niet bij de kast maar bij de aansluiting ervan. Het bijplaatsen of verzwaren van een krachtstroomgroep gebeurt achter de hoofdzekering in de meterkast en dat laat je uitvoeren door een erkend installateur. Dat geldt ook als de kast zelf verder helemaal jouw werk is.

Werk je in een bedrijf of werkplaats, dan geldt NEN 3140 voor het werken aan elektrische installaties en arbeidsmiddelen. Kort gezegd mag alleen iemand die daarvoor aangewezen en onderricht is aan een installatie onder spanning werken, en moet de machine na een wijziging opnieuw worden gecontroleerd. Een machine die je zelf ombouwt, valt bovendien onder de eisen voor arbeidsmiddelen, met een noodstop en een afsluitbare werkschakelaar als minimum.

Hang de bedieningskast op werkhoogte en op een plek waar je bij het starten zicht hebt op de machine. Voor het montagewerk gebruiken wij de gangbare hoogtes uit onze maatvoeringstabel voor schakelmateriaal als vertrekpunt en passen we die aan de machine aan. Een noodstop hoort altijd binnen handbereik van de bedienplek te zitten.

Voor het lichtere werk in huis, zoals het aansluiten van schakelmateriaal en verlichting, vind je alles bij de gidsen over elektra in en om het huis. De stap van 230 volt eenfase naar 400 volt draaistroom is groter dan hij lijkt, want fouten hebben hier meteen gevolgen voor de machine erachter.

Zo bouw je een ster driehoek schakeling op

Deze volgorde gaat uit van een bestaande krachtstroomgroep en een motor met 400/690 V op het typeplaatje.

  1. Schakel de groep af en controleer op spanning

    Zet de voedingsgroep uit, vergrendel hem en hang er een kaartje aan. Meet daarna met een tweepolige spanningstester tussen alle fasen onderling en tussen elke fase en aarde. Een uitgeschakelde automaat is een aanname, een meting is zekerheid.

  2. Lees het typeplaatje en haal de bruggen eruit

    Controleer of er 400/690 V of 380/660 V op het plaatje staat. Verwijder daarna alle bruggen uit het klemmenbord en bel door of de drie wikkelingen echt los van elkaar staan. Blijft er één brug zitten, dan maakt de stercontactor straks kortsluiting.

  3. Leg de zevenaderige motorkabel en label de aders

    Trek een kabel met zes aders plus aarde van de kast naar de motor en zet de aarde op de aardklem in de klemmenkast. Label elke ader aan beide zijden met U1, V1, W1, W2, U2 en V2. Kies de doorsnede op de wikkelingstroom van 0,58 keer de nominale stroom.

  4. Bedraad de vermogenskring met de drie contactoren

    De netcontactor voedt U1, V1 en W1, met het thermisch relais ertussen. De stercontactor verbindt W2, U2 en V2 tot een sterpunt. De driehoekcontactor legt L1 op W2, L2 op U2 en L3 op V2, dus kruislings, zodat het draaiveld in beide standen dezelfde kant op staat.

  5. Bouw de stuurstroom met een dubbele vergrendeling

    Zet het verbreekcontact 95-96 van het thermisch relais, de noodstop en de stopknop vóór de startknop, en overbrug de startknop met een hulpcontact van de netcontactor. Vergrendel ster en driehoek onderling met de verbreekcontacten 21-22 en zet er ook een mechanische vergrendeling tussen. Twee vergrendelingen zijn hier geen overdaad, want overlap betekent kortsluiting tussen twee fasen.

  6. Stel het thermisch relais en het tijdrelais in

    Staat het relais in de wikkelingstak, stel het dan in op 0,58 keer de nominale stroom van het typeplaatje. Staat het in de voedingsleiding, dan is de nominale stroom zelf de instelling. Zet de stertijd voorlopig op ongeveer vijf seconden en laat de vaste overgangstijd staan.

  7. Test de stuurstroom zonder motorspanning

    Schakel alleen de stuurstroom in en druk op start. Luister of de netcontactor en de stercontactor tegelijk aantrekken en of de driehoekcontactor pas na de ingestelde tijd volgt. Controleer daarna of de stopknop, de noodstop en het thermisch relais alle drie de zelfhouding onderbreken.

  8. Meet de aanloop en stel de stertijd definitief in

    Zet de vermogenskring erop en meet met een stroomtang om één voedingsader. Kijk wanneer de aanloopstroom afvlakt en stel de stertijd op dat moment in. Loopt de motor de verkeerde kant op, wissel dan twee fasen in de voeding vóór de netcontactor en nergens anders.

Maatvoering

De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens

Ruimte of vakgebiedOnderdeelGangbare maatMarge die in de praktijk werktWaar je op moet letten
SanitairWastafel, bovenkant85 cm boven de vloer80 tot 90 cmMeet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm.
SanitairWastafelkraan, uitloop25 tot 30 cm boven de wastafelrandwat past bij de komTe hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder.
SanitairFonteintje in het toilet80 tot 85 cm75 tot 90 cmVaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is.
SanitairToiletpot, bovenkant zitting40 tot 43 cm38 tot 48 cmEen verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger.
SanitairHangend toilet, onderkant pot40 cm boven de vloer38 tot 45 cmDe hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast.
SanitairToiletrolhouder70 cm hoog, 25 cm voor de pot60 tot 80 cmTe ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit.
SanitairDouchekraan, thermostaat100 tot 110 cm95 tot 120 cmJe wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan.
SanitairDoucheglijstang, bovenkant180 tot 200 cmafhankelijk van de lengste gebruikerReken op minstens 20 cm boven de kruin.
SanitairRegendouche, onderkant kop205 tot 215 cm200 tot 220 cmOnder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd.
SanitairHanddoekradiator, onderkant20 tot 30 cm boven de vloer15 tot 40 cmLaag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen.
SanitairAfvoer wastafel, muurdoorvoer50 tot 55 cm45 tot 60 cmOnder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling.
ElektraStopcontact in een woonruimte30 cm hart boven de vloer25 tot 40 cmBij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen.
ElektraStopcontact boven een aanrechtblad115 tot 125 cm10 tot 20 cm boven het bladUit de spatzone van de kraan blijven.
ElektraLichtschakelaar105 cm hart boven de vloer90 tot 120 cmGelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld.
ElektraDeurklink100 cm hart boven de vloer95 tot 105 cmOok de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen.
ElektraMeterkast, groepenkast150 tot 180 cmbereikbaar zonder trapjeDe hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn.
ElektraWandcontactdoos buitenminimaal 30 cm boven maaiveldhoger bij kans op opspattend waterSpatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten.
ElektraBedrade deurbel, drukknop110 tot 130 cm100 tot 140 cmOok bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel.
ElektraWandlamp naast een spiegel160 tot 170 cmop ooghoogte van de gebruikerLicht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven.
ElektraTelevisieaansluiting40 cm of op de hoogte van het schermafhankelijk van de opstellingBij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm.
KeukenWerkblad, bovenkant90 tot 95 cm85 tot 100 cmVuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger.
KeukenBovenkasten, onderkant50 tot 60 cm boven het blad45 tot 65 cmTe laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken.
KeukenAfzuigkap boven een elektrische kookplaat60 cm55 tot 70 cmOnder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht.
KeukenAfzuigkap boven een gaspit65 cm65 tot 75 cmBij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam.
KeukenPlint onder de keukenkasten10 tot 15 cmstandaard 15 cmTerugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan.
KeukenInbouwoven op ooghoogteonderkant op 85 tot 90 cmnaar de gebruikerScheelt bukken met een hete plaat in je handen.
TrapTrapleuning90 cm boven de voorkant van de trede85 tot 100 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer.
TrapLeuning langs een bordes100 cm90 tot 110 cmBij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap.
TrapOptrede, hoogte per trede18 tot 20 cmmaximaal 21 cm binnen een woningAlle treden even hoog, ook de eerste en de laatste.
TrapAantrede, diepte van de trede22 tot 24 cmminimaal 22 cmVuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm.
TrapVrije doorloophoogte boven de trap230 cmminimaal 210 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond.
TrapSpijlafstand van een balustrademaximaal 10 cmkleiner bij kinderenZo kan een kinderhoofdje er niet tussen.
DeurenBinnendeur, standaardmaat83 bij 201,5 cm78 tot 93 cm breedDe dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad.
DeurenVoordeur, standaardmaat88 bij 201,5 cm83 tot 100 cm breedBreder is prettig bij verhuizen en bij een rollator.
DeurenSpeling onder een binnendeur1 tot 1,5 cm2 cm bij mechanische ventilatieDe kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet.
DeurenSpeling rondom in het kozijn3 mm2 tot 4 mmTe weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt.
DeurenScharnieren, afstand tot de hoek20 cm van boven en onder15 tot 25 cmBij een zware deur een derde scharnier in het midden.
VentilatieVentilatierooster in een raamboven in het kozijnop de bovenregelWarme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder.
VentilatieAfzuigpunt in een badkamerhoog in de ruimte20 tot 30 cm onder het plafondVocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet.
VentilatieMuurrooster kruipruimtenet boven het maaiveldminimaal 15 cmAnders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht.
VentilatieDakdoorvoer, afstand tot de nokminimaal 50 cmafhankelijk van het typeTe dicht bij de nok geeft terugslag bij wind.

Samengesteld uit gangbare praktijkmaten, de eisen uit het Bouwbesluit waar die van toepassing zijn, en montagevoorschriften van fabrikanten. Standaardmaten zijn een vertrekpunt, geen wet: pas ze aan op de lengte van de mensen die de ruimte gebruiken. Bij nieuwbouw en verbouw gelden de actuele bouwregels boven elke vuistregel.

Controleren voordat de motor voor het eerst draait

Uit de praktijk

Wat hier misgaat

Een knal en een gesprongen zekering op het omschakelmoment

Een korte knal precies op het moment dat de driehoekcontactor aantrekt, betekent bijna altijd dat ster en driehoek elkaar even overlappen. Twee fasen liggen dan rechtstreeks op elkaar en dat is kortsluiting achter de contactoren, niet in de motor.

Er zijn drie oorzaken die dit geven. De verbreekcontacten 21-22 van de vergrendeling zijn verwisseld met maakcontacten, de mechanische vergrendeling ontbreekt, of een contactor is verkleefd en valt niet meer af. Een verkleefde contactor herken je eraan dat het anker niet terugveert als je hem spanningsloos met de hand indrukt, en die vervang je in plaats van hem los te tikken.

Wat hier misgaat

De motor loopt in ster wel op, maar valt terug bij het omschakelen

Zakt het toerental hoorbaar in op het moment dat de driehoek inschakelt, dan was de motor nog niet ver genoeg op toeren. In driehoek moet hij dan alsnog versnellen vanaf een laag toerental, en dat kost een stroompiek die de directe aanloop benadert.

De oorzaak zit in de stertijd of in de last. Meet met een stroomtang of de stroom tijdens de stertijd echt afvlakt: gebeurt dat niet, dan komt de motor met een derde koppel simpelweg niet op snelheid en helpt een langere stertijd ook niet. Blijft de stroom hoog tot het einde van de stertijd, dan hoort bij deze machine een softstarter of een frequentieregelaar.

Wat hier misgaat

Brommen en trillen zodra de driehoek inschakelt

Een motor die in ster netjes aanloopt en in driehoek gaat brommen, trillen of hard afremmen, heeft in driehoek een draaiveld dat de andere kant op staat. Dat komt van een driehoekcontactor die recht is aangesloten in plaats van kruislings, dus L1 op U2 in plaats van op W2.

Blijft de motor alleen brommen zonder aan te lopen, dan ontbreekt er een fase in de driehoektak. Denk aan een losse ader op de contactor, een doorgebrande zekering van één fase of een klem die niet op moment is aangedraaid. Meet in dat geval de stroom in alle drie de aders: één ader met duidelijk afwijkende stroom wijst de tak aan waar het misgaat.

Wat hier misgaat

Het thermisch relais valt uit terwijl de motor koud blijft

Een beveiliging die afschakelt terwijl de motor niet eens warm wordt, staat meestal verkeerd ingesteld voor zijn plaats in de kring. Het relais in de wikkelingstak meet 0,58 keer de lijnstroom, en wie het instelt op de nominale stroom van het typeplaatje krijgt juist te weinig beveiliging.

Andersom komt vaker voor: een relais in de voedingsleiding dat op 0,58 keer de nominale stroom staat, ziet de volle lijnstroom en valt bij normale belasting uit. Kijk dus eerst waar het relais fysiek hangt en pas daarna naar de schaal. Valt het relais tijdens de aanloop uit bij een lange stertijd, dan is niet de instelling het probleem maar de aanlooptijd zelf.

Veelgemaakte fouten

Een motor met 230/400 V op het plaatje in ster driehoek willen starten

Deze motor draait op een net van 400 volt permanent in ster. Zet je hem in driehoek, dan krijgt elke wikkeling wortel drie keer te veel spanning en verbrandt de isolatie binnen korte tijd. De verhouding tussen de twee getallen op het plaatje is de enige controle die je nodig hebt.

Een brug in het klemmenbord laten zitten

Bij een geschakelde ster driehoek moeten alle bruggen eruit. Blijft er één zitten, dan legt de stercontactor twee wikkeleinden aan elkaar die al met een fase verbonden zijn. Dat is geen zachte aanloop maar een kortsluiting op het moment van inschakelen, en dat kost minstens een set zekeringen.

De driehoekcontactor recht in plaats van kruislings aansluiten

De driehoekcontactor hoort L1 op W2, L2 op U2 en L3 op V2 te leggen. Sluit je hem recht aan, dan draait het veld in driehoek de andere kant op dan in ster. De motor remt op het omschakelmoment met een stroompiek die veel hoger is dan een gewone aanloop.

Geen mechanische vergrendeling naast de elektrische

De verbreekcontacten voorkomen dat de besturing beide contactoren aanstuurt, maar ze doen niets als een contactor mechanisch blijft hangen. De vergrendeling tussen de twee spoelen blokkeert dat fysiek. Bij een schakeling die dagelijks vaak start, is dat het onderdeel dat een kortsluiting voorkomt.

De stertijd op gevoel instellen

Drie seconden klinkt redelijk, maar bij een zware massa is de motor dan nog lang niet op toeren. Meet de aanloopstroom met een stroomtang en kijk wanneer die afvlakt. Dat moment is de stertijd, en die verschilt per machine zelfs bij hetzelfde motorvermogen.

Een vieraderige kabel naar de motor trekken

Bij een geschakelde ster driehoek moeten alle zes de wikkeleinden naar de kast, dus je hebt zes aders plus aarde nodig. Wie een bestaande vieraderige kabel wil hergebruiken, komt onvermijdelijk bij een noodoplossing uit waarbij de bruggen alsnog in de motor blijven. Dan schakel je niets meer.

De draairichting omdraaien in het klemmenbord

Twee aders wisselen bij de motor of in de driehoekcontactor haalt de logica van de schakeling uit elkaar. Wisselen doe je in de voeding vóór de netcontactor, want dan draaien ster en driehoek allebei mee. Alles daarachter geeft twee verschillende draairichtingen in één schakeling.

De noodstop alleen in de startknop opnemen

Een noodstop moet de zelfhouding onderbreken, niet alleen de startpuls. Zit hij verkeerd in de kring, dan blijft de netcontactor gewoon aangetrokken en draait de motor door terwijl de knop is ingedrukt. Zet daarom alles wat moet kunnen afschakelen vóór de startknop.

Veelgestelde vragen

Wat doet een ster driehoek schakeling precies?

Hij laat een draaistroommotor aanlopen met de wikkelingen in ster, zodat over elke wikkeling ongeveer 230 volt staat in plaats van 400 volt. De stroom die de motor uit het net trekt is dan een derde van een directe aanloop. Na een paar seconden schakelt de besturing over naar driehoek en krijgt elke wikkeling de volle spanning. Je koopt daarmee een zachte aanloop, met als prijs dat het koppel tijdens de aanloop ook maar een derde is.

Hoe werkt de stuurstroom van een ster driehoek schakeling?

De stuurstroom is een aparte lichte kring die alleen de spoelen van de contactoren voedt, meestal op 230 volt tussen fase en nul of op 24 volt via een transformator. Vanaf de fase loopt hij door het verbreekcontact van het thermisch relais, de noodstop en de stopknop naar de startknop, die overbrugd wordt door een hulpcontact van de netcontactor. Dat hulpcontact is de zelfhouding, waardoor de motor blijft draaien nadat je de knop loslaat. Het tijdrelais zit in dezelfde kring en schakelt de ster af en de driehoek in.

Wat is een ster driehoek relais en welke tijd stel je in?

Een ster driehoek relais is een tijdrelais dat de omschakeling regelt. Het houdt de stercontactor de ingestelde stertijd vast, laat die vallen en trekt na een korte pauze de driehoekcontactor aan. Die pauze, de overgangstijd, ligt bij de meeste typen tussen 30 en 100 milliseconden en is vaak vast ingebouwd om overlap te voorkomen. De stertijd stel je zelf in, meestal tussen drie en tien seconden, en je bepaalt hem door met een stroomtang te kijken wanneer de aanloopstroom afvlakt.

Kan elke draaistroommotor in ster driehoek starten?

Nee, alleen een motor die op de netspanning in driehoek hoort te draaien. Op een net van 400 volt betekent dat 400/690 V op het typeplaatje, of de oudere aanduiding 380/660 V. Staat er 230/400 V of 220/380 V, dan draait de motor op 400 volt al in ster en is er geen zachtere aanloopstand meer beschikbaar. Een motor met een klemmenkast met maar drie klemmen of een vaste aansluitkabel valt eveneens af, want dan zijn de wikkelingen binnenin al doorverbonden.

Hoeveel scheelt ster driehoek in aanloopstroom en koppel?

Een directe aanloop trekt vijf tot acht keer de nominale stroom. In ster wordt dat ongeveer een derde daarvan, dus twee tot ruim twee en een half keer de nominale stroom. Het koppel zakt met dezelfde factor mee, want koppel loopt op met het kwadraat van de spanning over de wikkeling. Die verhouding is vast: je kunt niet de stroom beperken en toch vol koppel houden, en dat is meteen de reden dat deze schakeling niet bij elke machine past.

Hoeveel aders heeft de kabel naar de motor nodig?

Zes aders plus aarde, dus een zevenaderige kabel. Bij een geschakelde ster driehoek gaan alle bruggen uit het klemmenbord en moeten alle zes de wikkeleinden naar de schakelkast. Elke ader voert de wikkelingstroom van ongeveer 0,58 keer de nominale motorstroom, dus de doorsnede mag kleiner zijn dan bij een directe aanloop met drie aders. Kies bij een machine die trilt of beweegt een soepele mantelkabel in plaats van stugge YMvK.

Waar stel ik het thermisch relais op in?

Dat hangt af van waar het relais hangt. Zit het in de wikkelingstak, dus tussen de netcontactor en de motorklemmen, dan meet het de wikkelingstroom en stel je het in op 0,58 keer de nominale stroom van het typeplaatje. Zit het in de voedingsleiding vóór de splitsing, dan meet het de volle lijnstroom en stel je de nominale stroom zelf in. Kijk dus eerst fysiek waar het relais zit, want dezelfde motor krijgt op de twee plekken een heel verschillende instelling.

Wat gebeurt er als ster en driehoek tegelijk inschakelen?

Dan liggen twee fasen via de wikkeleinden rechtstreeks op elkaar en heb je kortsluiting achter de contactoren. Meestal hoor je een korte knal en valt de voorbeveiliging, en in het slechtste geval branden de contacten van beide contactoren vast. Daarom zitten er twee vergrendelingen in: de verbreekcontacten 21-22 die elkaar elektrisch blokkeren, en een mechanische vergrendeling tussen de twee contactoren. De vaste overgangstijd in het tijdrelais is de derde beveiliging tegen datzelfde probleem.

Hoe draai ik de draairichting van de motor om?

Door twee fasen te wisselen in de voeding vóór de netcontactor. Dan draait het veld in ster en in driehoek allebei om en blijft de rest van de schakeling kloppen. Wissel nooit twee aders bij de motor of op de driehoekcontactor: dan hebben ster en driehoek een tegengestelde draairichting en remt de motor op het omschakelmoment hard af met een grote stroompiek. Controleer de richting altijd kort, met de machine mechanisch vrij.

Wanneer kies ik liever een softstarter of een frequentieregelaar?

Zodra de motor onder last moet aanlopen. Een compressor die tegen keteldruk start, een hydraulische pomp onder druk en een beladen transportband komen met een derde koppel niet op toeren. Een softstarter regelt de spanning geleidelijk op en maakt de overgang vloeiend, een frequentieregelaar levert ook bij laag toerental vol koppel en kan de snelheid regelen. Reken bij een regelaar wel op lekstroom naar aarde, waardoor een gewone aardlekschakelaar kan afschakelen en er een type B nodig is.

Kan ik het toerental regelen met de ster stand?

Nee. Het toerental van een draaistroommotor volgt de netfrequentie en het aantal poolparen, niet de spanning. In ster draait de motor uiteindelijk net zo snel, alleen met een derde van het koppel en met meer slip onder last. Blijf je in ster draaien met een machine die last vraagt, dan neemt de slip toe, loopt de stroom door de wikkelingen op en wordt de motor heet. Toerental regelen kan alleen met een frequentieregelaar.

Mag ik een ster driehoek schakeling zelf aansluiten?

Aan je eigen installatie thuis mag je werken, maar de krachtstroomgroep waar de kast op komt zit achter de hoofdzekering in de meterkast en die laat je door een erkend installateur aanleggen. In een bedrijf of werkplaats geldt NEN 3140: daar mag alleen iemand die daarvoor is aangewezen en onderricht aan de installatie werken, en na een wijziging hoort de machine opnieuw gecontroleerd te worden. Twijfel je over de vergrendeling of over de instelling van de beveiliging, laat de kast dan nakijken voordat de motor voor het eerst draait.

Wanneer je beter een vakman belt

Het opbouwen en bedraden van de kast zelf is werk dat een handige klusser met kennis van 400 volt kan doen. Er zijn drie momenten waarop je beter belt.

Het eerste is de voeding. Een nieuwe krachtstroomgroep of het verzwaren van een bestaande gebeurt achter de hoofdzekering in de meterkast, en dat is werk voor een erkend installateur. Datzelfde geldt als er een aardlekbeveiliging van type B bij moet omdat er een frequentieregelaar achter komt.

Het tweede is de machine waar de motor in zit. Bij een productiemachine of een pers hangt er meer aan de besturing dan alleen starten en stoppen, met veiligheidscircuits, deurschakelaars en noodstopketens die als geheel moeten kloppen. Een los ingebouwde ster driehoek schakeling kan zo'n keten stilletjes onderbreken.

Het derde is twijfel over de motor zelf. Wordt hij warm, ruikt hij scherp of blijft de stroom te hoog terwijl de schakeling klopt, dan zit het probleem in de wikkeling of in de aangedreven machine. Een motorrevisiebedrijf meet de isolatieweerstand en de wikkelingweerstanden en zegt binnen een halfuur of er nog wat te redden valt.

Verder lezen over dit onderwerp