Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Serie schakelaar: twee lampen bedienen vanaf één plek

10 minuten lezen Schakelaars Bijgewerkt 14 augustus 2026

Een serie schakelaar is één schakelaar met twee wippen, waarmee je vanaf dezelfde plek twee lichtpunten los van elkaar aan en uit zet. Hij is dus niet hetzelfde als een wisselschakelaar: daarmee bedien je juist één lamp vanaf twee plaatsen. De keuze maak je het beste voordat de wanden dicht gaan, want een serie schakelaar vraagt drie aders naar de schakelaardoos in plaats van twee. Staat er al een enkele schakelaar met maar twee draden, dan moet er een ader bij voordat de tweede wip iets kan doen.

10 minuten

Dit heb je nodig

Een half uur om je plan te maken, 20 tot 45 minuten per schakelaar Nadenken vooraf is het meeste werk 10 tot 40 euro per punt, afhankelijk van de gekozen serie

Gereedschap

  • Tweepolige spanningstester, geen schroevendraaier met een lampje erin
  • VDE-geïsoleerde schroevendraaiers, kruiskop en plat
  • Rolmaat en een potlood om de punten op de wand af te tekenen
  • Plattegrond op schaal, op papier of in een tekenprogramma
  • Telefoon voor foto's van de bestaande bedrading in de doos
  • Zaklamp, want de groep staat uit terwijl je meet

Materiaal

  • Serie schakelaar met sokkel, afdekraam en twee wippen uit dezelfde serie
  • Installatiedraad 1,5 mm2 in bruin, zwart en blauw voor de lichtgroep
  • Lasklemmen met hendel voor de verbindingen in de centraaldoos
  • Inbouwdozen van 60 mm, eventueel een diepe uitvoering
  • Trekdraad of trekveer als er een ader bij moet in een bestaande buis
  • Afplaktape en een stift om aders te merken

Wat een serie schakelaar precies doet

Een serie schakelaar is één schakelaar met twee wippen, waarmee je vanaf dezelfde plek twee lichtpunten onafhankelijk van elkaar bedient. De bovenste wip zet bijvoorbeeld de ganglamp aan en de onderste de lamp in de trapkast, zonder dat de een iets met de ander te maken heeft. Waar hij tussen de andere types staat, zie je in ons overzicht van schakelaars en schakelingen in huis.

Twee witte schakelwippen boven elkaar in één afdekraam.

Vanbinnen zit er één ding dat hem onderscheidt: de twee schakelhelften delen hetzelfde fasecontact, dat in de fabriek al is doorverbonden. Je brengt de fase dus maar één keer naar de schakelaar en toch werken beide wippen. Dat scheelt een ader en het scheelt geknoei in de inbouwdoos.

De naam klopt elektrotechnisch niet. De twee lampen staan namelijk niet in serie achter elkaar, ze hangen allebei parallel op dezelfde fase en worden alleen door twee losse contacten in hetzelfde huis geschakeld. Zouden ze echt in serie staan, dan zou de ene lamp niet kunnen branden zonder de andere. In de winkel kom je hem daarom ook tegen als dubbele schakelaar of tweevoudige schakelaar, en dat is precies hetzelfde onderdeel.

Deze pagina gaat over de keuze en de voorbereiding: wanneer je hem wilt, wat je ervoor moet trekken en hoe je hem op tekening zet. Hoe je de aders er daarna in krijgt, met het schema en de klemmen per merk, staat bij het aansluiten van een serieschakelaar.

Praktische tip

Twijfel je in de winkel? Draai het doosje om en tel de klemmen. Twee wippen met drie of vier klemmen is een serie schakelaar. Twee wippen met zes klemmen is een dubbele wisselschakelaar, en die werkt niet zomaar hetzelfde.

Uitlegschema: eén lampgroep vanaf één plek; twee lampgroepen vanaf één plek; eén lampgroep vanaf meerdere plekken.
Twee toetsen kunnen twee lampen bedienen. Twee schakelaars kunnen ook samen één lamp bedienen. Dat vraagt een andere schakeling.
Lees de uitleg uit de afbeelding

Twee toetsen kunnen twee lampen bedienen. Twee schakelaars kunnen ook samen één lamp bedienen. Dat vraagt een andere schakeling.

Bij de tekening: 1 plek bedient 1 lampgroep 1 plek met 2 toetsen bedient 2 lampgroepen 2 plekken bedienen dezelfde lampgroep

Eén lampgroep vanaf één plek
Een gewone schakelaar bedient de verlichting op één plaats. Meer lampen die altijd samen schakelen kunnen samen één lampgroep vormen.
Twee lampgroepen vanaf één plek
Met twee afzonderlijke toetsen kun je bijvoorbeeld wand- en plafondlicht apart bedienen. Een serieschakelaar is hiervoor iets anders dan twee bedieningspunten voor dezelfde lamp.
Eén lampgroep vanaf meerdere plekken
Bij een klassieke wisselschakeling bedienen twee schakelaars dezelfde verlichting. Voor meer bedieningsplekken of slim schakelen moet de complete gekozen schakeling worden bekeken.

Kies eerst het gewenste gebruik en controleer daarna het type en schema van de schakelaar. Het aantal toetsen vertelt niet welke klemmen achterop aanwezig zijn.

Bekijk de afbeelding op volledige grootte

Het verschil met een wisselschakelaar in één zin

Dit is de vraag die de meeste verkeerde aankopen veroorzaakt, en het antwoord is kort. Met één serie schakelaar bedien je twee lampen vanaf één plaats. Met twee wisselschakelaars bedien je één lamp vanaf twee plaatsen. Ze doen dus iets heel anders en je kunt ze niet voor elkaar inruilen.

Het verschil zit in het contact. Een schakelhelft van een serie schakelaar maakt of verbreekt één stroomkring, meer niet. Een wisselschakelaar heeft een gemeenschappelijk contact dat heen en weer springt tussen twee andere contacten, en juist dat springen maakt bediening vanaf twee plekken mogelijk. Hoe je die twee aan elkaar knoopt staat bij het aansluiten van een wisselschakelaar, en de complete schakeling met twee bedieningspunten heet een hotelschakeling.

Stel jezelf bij elk punt in huis dus twee vragen: hoeveel lampen wil ik hier bedienen, en vanaf hoeveel plaatsen? Twee lampen vanaf één plaats is een serie schakelaar. Eén lamp vanaf twee plaatsen is een paar wisselschakelaars. Wil je allebei tegelijk op hetzelfde punt, dus een lamp uit een wisselschakeling plus nog een tweede lamp, dan heb je een dubbele wisselschakelaar nodig waarbij je de fase zelf naar beide helften doorlust.

TypeWat je ermee bedientAantal klemmenWaaraan je hem herkent
Enkelpolige schakelaarEén lamp vanaf één plaats2Eén wip, twee klemmen, geen letters op de achterkant
Serie schakelaarTwee lampen vanaf één plaats3 of 4Twee wippen, de fasecontacten zijn vanbinnen al doorverbonden
WisselschakelaarEén lamp vanaf twee plaatsen3Eén wip, één contact gemerkt met L, P of een pijltje
Dubbele wisselschakelaarTwee losse schakelingen, ook twee hotelschakelingen6Twee wippen, twee gescheiden groepjes van drie klemmen
KruisschakelaarEén lamp vanaf drie of meer plaatsen4Zit altijd tussen twee wisselschakelaars in, nooit aan het eind
Schakelaar met drie standenEén armatuur met meerdere lichtkringen of standenVerschilt per typeEén bediening die vaste standen doorloopt in plaats van twee wippen

Waar een serie schakelaar in huis het meeste oplevert

Een serie schakelaar verdient zichzelf terug op plekken waar twee lichtpunten dicht bij elkaar horen maar je ze los wilt kunnen zetten. In de hal is dat de klassieker: de ganglamp op de ene wip en de lamp in de trapkast of de meterkast op de andere. Je hebt dan één inbouwdoos, één afdekraam en één keer boren in plaats van twee.

In de keuken is de combinatie van werkverlichting en sfeerverlichting logisch. De spots boven het aanrecht op de ene wip, de lamp boven de eettafel op de andere, allebei bij de deur waar je binnenkomt. Bij een badkamer zie je vaak het licht boven de spiegel naast de plafondlamp, waarbij je erop let dat de schakelaar buiten de natte zones blijft.

In een bijkeuken of wasruimte werkt het net zo goed voor het plafondlicht en een buitenlamp aan de achtergevel. Zet daar alleen geen apparaten achter. Een wasmachine of een warmtepompdroger als de AEG 8000 series Lavatherm hoort op een eigen wandcontactdoos, want zo'n machine heeft een besturing die zijn programma en zijn tijd onthoudt. Wie de stroom er met een wip af haalt, breekt het programma af en krijgt bij het inschakelen soms een foutmelding terug.

Buiten de woning kom je hem tegen bij een voordeurlamp en een lamp aan het pad, of bij een schuur met twee lichtpunten. Alles wat je op één plek wilt kunnen bedienen en los wilt kunnen laten branden, is een kandidaat.

RuimteWat er op de twee wippen komtWaar je op let
Hal en entreeGanglamp en de lamp in de trapkast of meterkastMoet de ganglamp ook bovenaan de trap bediend worden, dan is een wisselschakeling nodig
KeukenSpots boven het aanrecht en de lamp boven de eettafelTwee aparte schakeldraden naar twee aparte lichtpunten, niet één draad die zich splitst
WoonkamerPlafondlamp en een geschakelde wandcontactdoos voor de schemerlampDie wandcontactdoos hangt dan aan de lichtgroep, dus alleen voor verlichting gebruiken
BadkamerPlafondlamp en spiegelverlichtingSchakelaar buiten de natte zones plaatsen, meestal net buiten de deur
SlaapkamerPlafondlamp en een leeslamp aan de wandWil je vanaf het bed kunnen schakelen, dan wordt het een wisselschakeling
Bijkeuken en wasruimtePlafondlicht en de buitenlamp aan de achtergevelNooit een wasmachine of droger achter een wip, die horen op een eigen stopcontact
Zolder en trapgatZolderlicht en het licht op de overloopBij een trapgat wil je meestal twee bedieningspunten, dus een wisselschakeling
Tuin en bergingBuitenlamp en het licht in de schuurMateriaal dat buiten hangt moet spatwaterdicht zijn, de schakelaar hangt bij voorkeur binnen

De serie schakelaar op je plattegrond intekenen

Verbouw je ingrijpend en laat je een installateur de bedrading trekken, dan is de tekening het moment waarop je het verschil maakt. Op een plattegrond met symbolen zie je in één oogopslag hoeveel bedieningspunten je krijgt, en de installateur weet dan precies wat hij moet trekken voordat de wanden dicht gaan. Achteraf een tweede lamp aan een bestaand punt hangen kost hakwerk en stucwerk.

Het symbool voor een schakelaar is een klein rondje met een streepje eraan. Hoe het aantal bedieningen wordt aangegeven verschilt per tekenprogramma en per installateur, dus vertrouw daar niet blind op. Wat altijd werkt is een renvooi: een legenda naast de plattegrond waarin je elk symbool één keer uitlegt in gewone taal. Zet daarin letterlijk dat een bepaald symbool een serie schakelaar met twee wippen is.

De tweede gewoonte die veel verwarring wegneemt, is nummeren. Geef elk schakelpunt een nummer en zet datzelfde nummer bij de lichtpunten die erbij horen, met een a en een b voor de twee wippen. Zo staat op de tekening zwart op wit dat schakelpunt 3 twee lichtpunten aanstuurt en niet één. Twijfel er niet over of dat overdreven is: de installateur trekt wat hij op de tekening ziet.

Zet bij elk punt ook de hoogte erbij als je van de gewoonte afwijkt, bijvoorbeeld bij een schakelaar boven een aanrechtblad. En loop de tekening op locatie nog een keer na met de deuren erbij getekend, want een schakelaar achter een openslaande deur is een fout die je alleen op de plek zelf ziet.

Wat je noteertHoe je het opschrijftWaarom dat helpt
Type schakelpuntIn de renvooi uitgeschreven: enkel, serie, wissel of kruisSymbolen verschillen per tekening, woorden niet
Nummer per schakelpuntS1, S2, S3 en zo verderKoppelt de schakelaar aan de juiste lichtpunten
Nummer per lichtpuntS3a en S3b bij de twee lampen van één serie schakelaarMaakt zichtbaar welke wip welke lamp bedient
Aantal aders naar het punt3 aders bij een serie schakelaarVoorkomt dat er achteraf een draad bij moet
Hoogte boven de vloerAlleen noteren als je afwijkt van de gewoonteScheelt discussie op de bouw
Draairichting van de deurDeurblad meetekenen in de open standVoorkomt een schakelaar achter een openstaande deur
GroepindelingBij elk punt de groep noterenBeide lampen van een serie schakelaar horen op dezelfde groep
Praktische tip

Maak van je renvooi geen tekenwedstrijd. Een lijstje met per symbool een zin in gewone taal, plus een nummering die op de plattegrond terugkomt, is voor iedereen op de bouw duidelijker dan een keurig nagetekende symbolenset zonder uitleg.

Wat je moet trekken voordat de wanden dicht gaan

Een serie schakelaar vraagt drie aders tussen de centraaldoos en de schakelaardoos: één bruine fasedraad en twee zwarte schakeldraden, elk naar een eigen lamp. Bij een gewone enkelpolige schakelaar zijn dat er maar twee. Dat ene extra draadje is het hele verschil tussen wel en niet kunnen uitbreiden, en het is bij het trekken vrijwel gratis.

De nul en de aarde gaan niet door de schakelaar heen. Die lopen in de centraaldoos rechtstreeks door naar de twee armaturen, samen met de schakeldraden die daar terugkomen. Hoe je het aan de kant van de lamp afmaakt, staat bij een lamp aansluiten op een schakelaar.

Wij leggen bij nieuwe leidingen liever een ader meer dan we nu nodig hebben. Een lege blauwe ader naar de schakelaardoos kost een paar tientjes op een hele woning en maakt later een wip met een controlelampje of een slimme module mogelijk. Trek je in buis, laat dan ook meteen een trekdraad achter in de buis, dan hoef je later niet opnieuw een veer door te duwen.

Welke aderdikte en welk kabeltype je kiest hangt af van de groep en van de manier waarop je de leiding wegwerkt. In onze draad- en kabelkiezer zoek je op wat er bij een lichtgroep hoort en waar het verschil tussen de kabeltypen zit. Wil je weten hoeveel er nog bij kan op de groep waar je deze punten aan hangt, gebruik dan de calculator voor groepen en vermogen.

SchakelingAders naar het schakelpuntAders tussen de schakelaarsWat je later niet meer makkelijk verandert
Enkelpolige schakelaar2, een fase heen en een schakeldraad terugNiet van toepassingUitbreiden naar twee lampen vraagt een derde ader
Serie schakelaar3, een fase en twee schakeldradenNiet van toepassingEen tweede bedieningspunt erbij, dat kan hij niet
Wisselschakeling met twee punten1 fase naar de eerste, 1 lampdraad vanaf de tweede2 stuurdradenDe route van de leiding tussen de twee schakelaars
Wisselschakeling plus een tweede lamp op één puntFase, lampdraad en een extra schakeldraad2 stuurdradenVraagt een dubbele wisselschakelaar, geen serie schakelaar
Kruisschakeling met drie puntenAls bij de wisselschakeling2 stuurdraden per trajectDe plek van de kruisschakelaar, die hoort altijd in het midden
Geschakelde wandcontactdoos3, fase, schakeldraad en nulNiet van toepassingDe nul, die zit in een schakelaardoos meestal niet
Let op

Beide lampen van één serie schakelaar horen op dezelfde groep. De fasecontacten zitten vanbinnen aan elkaar, dus twee groepen achter één serie schakelaar kan niet en mag ook niet. Zou je het met gescheiden schakelhelften toch bouwen, dan staat er nog spanning in de doos terwijl je denkt dat je de groep hebt uitgezet.

Welke schakelaar serie past bij wat er al hangt

Naast het type is er nog een keuze te maken: de serie van het schakelmateriaal. Elke fabrikant verkoopt zijn schakelaars in productlijnen met een eigen vormtaal, en de wippen en afdekramen zijn per serie gemaakt. Een sokkel van het ene merk met een raam van het andere past niet, en zelfs binnen één merk lopen de series uit elkaar.

Ga je bijplaatsen in een woning waar al schakelmateriaal hangt, haal dan één bestaande wip en het afdekraam eraf en zoek de merknaam op de sokkel. Fabrikanten drukken die er meestal in. Vind je niets, maak dan een foto en neem een compleet exemplaar mee naar de winkel, want een vormverschil van een millimeter zie je op een foto niet.

Bij vrijwel alle merken is een serie schakelaar één module die in één inbouwdoos past, met een enkelvoudig afdekraam eromheen. Wil je twee losse schakelaars naast elkaar, dan heb je twee dozen nodig op 71 millimeter hart op hart en een tweevoudig raam. Dat verschil bepaalt hoeveel je moet boren, dus het is verstandig om het vooraf te weten in plaats van met de boormachine in je hand.

De klemindeling en de exacte aanduidingen verschillen per merk en per serie, dus houd altijd het gedrukte schema op de achterkant van de schakelaar aan en niet de tekening op de doos. Bij een gewone lichtschakelaar met één wip speelt datzelfde.

MerkBekende seriesWaar je bij het bijbestellen op let
GiraStandaard 55, E2, EventDe sokkels zijn breed uitwisselbaar, de wippen en ramen per serie
Busch-JaegerBalance SI, Future Linear, Reflex SILet op de afwijkende vorm van de wip bij oudere lijnen
JUNGAS 500, LS 990Strak vormgegeven ramen, kleuren lopen per serie uiteen
BerkerS.1, Q.1Ramen en wippen zijn niet uitwisselbaar tussen de lijnen
NikoOriginal, PureIn Nederland minder gangbaar, bestel liever compleet
PehaStandard, AuraKomt veel voor in oudere woningen, controleer de sokkelmaat
KoppMilano, MaltaKlemmen zijn per schakelhelft in kleur uit elkaar gehouden
Schneider en MertenSystem M, Merten M-SmartModulair opgebouwd, sokkel en raam apart bestellen

Wat een serie schakelaar niet kan

De grens van dit onderdeel is scherp, en die ken je het liefst voordat je bestelt. Een serie schakelaar heeft geen wisselcontact, dus hij kan niet meedoen in een schakeling met twee bedieningspunten. Probeer je het toch, dan reageert de lamp alleen zolang de andere schakelaar in een bepaalde stand staat, en verder gebeurt er niets. Op zo'n punt hoort een dubbele wisselschakelaar.

Dimmen kan hij ook niet. Elke wip is een aan-uitcontact, meer zit er niet in. Wil je twee lichtpunten allebei traploos regelen, dan heb je een dubbele dimmer nodig of een dimmer naast een gewone schakelaar. Waar je bij ledverlichting op moet letten voordat je bestelt, staat bij het aansluiten van een dimmer. Zoek je juist vaste standen achter één bediening, bijvoorbeeld voor een ventilator, dan is een schakelaar met drie standen de logischere keuze.

Twee verschillende groepen achter één serie schakelaar zetten kan niet, want de fasecontacten zijn vanbinnen doorverbonden. Dat is geen ontwerpfout maar precies de reden dat je maar één bruine draad nodig hebt.

Apparaten met een eigen besturing horen er ook niet achter. Een koelkast, een vaatwasser of een droger als de AEG 6000 series Lavatherm hoort op een eigen wandcontactdoos die aan blijft. Zet je zoiets achter een wip, dan haalt iemand vroeg of laat de stroom eraf terwijl het programma loopt, en dan sta je met natte was of ontdooide diepvries.

Let op

Schakel altijd in de fase en nooit in de nul. Een schakelaar die in de blauwe ader zit, laat de lamp keurig aan en uit gaan, maar de fitting blijft onder spanning staan als het licht uit is. Wie later een lamp verwisselt, kan dat voelen.

Hoogte, plaatsing en welke wip welke lamp doet

De plek van de schakelaar bepaalt hoe prettig hij in het gebruik is, en dat merk je pas als alles af is. De gewoonte in Nederland is een schakelaar op ongeveer 105 centimeter boven de vloer, aan de klinkzijde van de deur en op zo'n vijftien centimeter uit de deurpost. Een wet is dat niet, maar afwijken zonder reden valt op zodra er meer schakelaars in een rij zitten. De gangbare afstanden voor schakelaars en stopcontacten staan in ons overzicht van standaardmaten in huis.

Voor de bediening zelf helpt een vaste afspraak door de hele woning. Wij houden aan dat de bovenste wip de lamp is van de ruimte waar je binnenkomt, en de onderste de lamp verderop of het bijlicht. Wie dat overal hetzelfde doet, hoeft nooit meer te zoeken. Zit het na het aansluiten omgekeerd, dan wissel je met de groep uit de twee schakeldraden op de schakelaar om en is het opgelost.

Wil je een controlelampje of oriëntatieverlichting in de wippen, kijk dan eerst wat het model nodig heeft. Veel uitvoeringen vragen een nul in de inbouwdoos, en die zit bij een serie schakelaar standaard niet in de doos. Dat is dus een keuze die je bij het trekken van de leidingen al maakt, niet bij het afmonteren.

Kijk ook naar de ruimte in de doos. Een standaard inbouwdoos van 60 millimeter zit met drie aders en een paar lasklemmen al aardig vol. Krijg je de sokkel er niet in zonder een ader scherp te knikken, kies dan een diepere doos in plaats van harder te duwen.

Zo bepaal je of je een serie schakelaar nodig hebt

Deze volgorde werkt bij een verbouwing en net zo goed als je één punt in een bestaande woning wilt aanpakken.

  1. Tel per ruimte de lichtpunten en de bedieningspunten

    Loop met je plattegrond door het huis en schrijf per ruimte op hoeveel lampen er komen en vanaf hoeveel plekken je ze wilt bedienen. Twee lampen vanaf één plek is een serie schakelaar. Eén lamp vanaf twee plekken is een wisselschakeling. Dit is de enige vraag die het type bepaalt, de rest volgt daaruit.

  2. Zet het op tekening met een renvooi en nummers

    Teken elk schakelpunt in en geef het een nummer, en zet datzelfde nummer met een a en een b bij de bijbehorende lichtpunten. Leg in de renvooi in gewone taal uit welk symbool wat betekent. Daarmee voorkom je dat er een enkelpolige schakelaar wordt gemonteerd op een plek waar jij twee wippen bedoelde.

  3. Controleer wat er aan aders ligt of komt te liggen

    Bij een serie schakelaar moeten er drie aders naar de doos: bruin voor de fase en twee zwarte schakeldraden. Zit er in een bestaande doos maar één zwarte ader, dan kan de tweede wip niets doen. Kijk dan of er een lege buis ligt waar een ader bij kan, want dat is een stuk minder werk dan hakken. Welke aders je precies kiest zoek je op in de draad- en kabelkiezer.

  4. Kies het merk en de serie die bij het bestaande materiaal past

    Haal een bestaande wip en het afdekraam eraf en zoek de merknaam op de sokkel. Bestel de serie schakelaar, het afdekraam en de wippen uit dezelfde lijn. Losse onderdelen van verschillende merken passen niet op elkaar, en dat merk je pas als de rest van de klus al klaar is.

  5. Meet de doos op en kies de inbouwmaat

    Eén serie schakelaar past in één inbouwdoos van 60 millimeter. Wil je twee losse modules naast elkaar, dan boor je twee dozen op 71 millimeter hart op hart, anders sluiten de ramen niet op elkaar aan. Zit de bestaande doos vol met aders en klemmen, reken dan meteen op een diepere uitvoering.

  6. Maak de groep spanningsloos voordat je iets losdraait

    Schakel de juiste lichtgroep uit en controleer met een tweepolige spanningstester of er echt geen spanning meer staat. Een schroevendraaier met een lampje erin is daarvoor niet betrouwbaar. Zit er in dezelfde doos ook een stopcontact, controleer dan of dat op dezelfde groep hangt, want anders is de doos niet spanningsvrij.

  7. Sluit aan volgens het schema op de schakelaar zelf

    De bruine draad gaat op het contact met de L, elke zwarte schakeldraad in een eigen schakeluitgang, één ader per contact. Houd het gedrukte schema op de achterkant aan en niet de tekening op de verpakking, want die twee wijken regelmatig af. De volledige uitleg met de klemmen per merk staat bij het aansluiten van een serieschakelaar.

  8. Test beide wippen los van elkaar

    Zet de groep weer aan en bedien de wippen apart en daarna in alle combinaties. Beide lampen moeten onafhankelijk aan en uit gaan. Zit de verdeling over de wippen niet zoals je wilde, zet de groep dan uit en wissel de twee zwarte draden op de schakelaar om.

Maatvoering

De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens

Ruimte of vakgebiedOnderdeelGangbare maatMarge die in de praktijk werktWaar je op moet letten
SanitairWastafel, bovenkant85 cm boven de vloer80 tot 90 cmMeet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm.
SanitairWastafelkraan, uitloop25 tot 30 cm boven de wastafelrandwat past bij de komTe hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder.
SanitairFonteintje in het toilet80 tot 85 cm75 tot 90 cmVaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is.
SanitairToiletpot, bovenkant zitting40 tot 43 cm38 tot 48 cmEen verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger.
SanitairHangend toilet, onderkant pot40 cm boven de vloer38 tot 45 cmDe hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast.
SanitairToiletrolhouder70 cm hoog, 25 cm voor de pot60 tot 80 cmTe ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit.
SanitairDouchekraan, thermostaat100 tot 110 cm95 tot 120 cmJe wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan.
SanitairDoucheglijstang, bovenkant180 tot 200 cmafhankelijk van de lengste gebruikerReken op minstens 20 cm boven de kruin.
SanitairRegendouche, onderkant kop205 tot 215 cm200 tot 220 cmOnder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd.
SanitairHanddoekradiator, onderkant20 tot 30 cm boven de vloer15 tot 40 cmLaag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen.
SanitairAfvoer wastafel, muurdoorvoer50 tot 55 cm45 tot 60 cmOnder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling.
ElektraStopcontact in een woonruimte30 cm hart boven de vloer25 tot 40 cmBij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen.
ElektraStopcontact boven een aanrechtblad115 tot 125 cm10 tot 20 cm boven het bladUit de spatzone van de kraan blijven.
ElektraLichtschakelaar105 cm hart boven de vloer90 tot 120 cmGelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld.
ElektraDeurklink100 cm hart boven de vloer95 tot 105 cmOok de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen.
ElektraMeterkast, groepenkast150 tot 180 cmbereikbaar zonder trapjeDe hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn.
ElektraWandcontactdoos buitenminimaal 30 cm boven maaiveldhoger bij kans op opspattend waterSpatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten.
ElektraBedrade deurbel, drukknop110 tot 130 cm100 tot 140 cmOok bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel.
ElektraWandlamp naast een spiegel160 tot 170 cmop ooghoogte van de gebruikerLicht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven.
ElektraTelevisieaansluiting40 cm of op de hoogte van het schermafhankelijk van de opstellingBij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm.
KeukenWerkblad, bovenkant90 tot 95 cm85 tot 100 cmVuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger.
KeukenBovenkasten, onderkant50 tot 60 cm boven het blad45 tot 65 cmTe laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken.
KeukenAfzuigkap boven een elektrische kookplaat60 cm55 tot 70 cmOnder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht.
KeukenAfzuigkap boven een gaspit65 cm65 tot 75 cmBij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam.
KeukenPlint onder de keukenkasten10 tot 15 cmstandaard 15 cmTerugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan.
KeukenInbouwoven op ooghoogteonderkant op 85 tot 90 cmnaar de gebruikerScheelt bukken met een hete plaat in je handen.
TrapTrapleuning90 cm boven de voorkant van de trede85 tot 100 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer.
TrapLeuning langs een bordes100 cm90 tot 110 cmBij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap.
TrapOptrede, hoogte per trede18 tot 20 cmmaximaal 21 cm binnen een woningAlle treden even hoog, ook de eerste en de laatste.
TrapAantrede, diepte van de trede22 tot 24 cmminimaal 22 cmVuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm.
TrapVrije doorloophoogte boven de trap230 cmminimaal 210 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond.
TrapSpijlafstand van een balustrademaximaal 10 cmkleiner bij kinderenZo kan een kinderhoofdje er niet tussen.
DeurenBinnendeur, standaardmaat83 bij 201,5 cm78 tot 93 cm breedDe dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad.
DeurenVoordeur, standaardmaat88 bij 201,5 cm83 tot 100 cm breedBreder is prettig bij verhuizen en bij een rollator.
DeurenSpeling onder een binnendeur1 tot 1,5 cm2 cm bij mechanische ventilatieDe kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet.
DeurenSpeling rondom in het kozijn3 mm2 tot 4 mmTe weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt.
DeurenScharnieren, afstand tot de hoek20 cm van boven en onder15 tot 25 cmBij een zware deur een derde scharnier in het midden.
VentilatieVentilatierooster in een raamboven in het kozijnop de bovenregelWarme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder.
VentilatieAfzuigpunt in een badkamerhoog in de ruimte20 tot 30 cm onder het plafondVocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet.
VentilatieMuurrooster kruipruimtenet boven het maaiveldminimaal 15 cmAnders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht.
VentilatieDakdoorvoer, afstand tot de nokminimaal 50 cmafhankelijk van het typeTe dicht bij de nok geeft terugslag bij wind.

Samengesteld uit gangbare praktijkmaten, de eisen uit het Bouwbesluit waar die van toepassing zijn, en montagevoorschriften van fabrikanten. Standaardmaten zijn een vertrekpunt, geen wet: pas ze aan op de lengte van de mensen die de ruimte gebruiken. Bij nieuwbouw en verbouw gelden de actuele bouwregels boven elke vuistregel.

Voordat je bestelt en gaat monteren

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

Een renovatietekening waarop wissel en serie door elkaar liepen

Bij een woning die volledig gestript werd, moesten er nieuwe bedrading en een nieuwe groepenkast in. De bewoner had zelf de plattegrond ingetekend met symbolen en een renvooi, zodat de installateurs precies wisten waar wat kwam. Bij de stopcontacten ging dat goed, bij de schakelaars liep het spaak: op de tekening stond bij de hal een symbool dat als wisselschakelaar werd gelezen, terwijl er een schakelaar met twee wippen bedoeld was voor de ganglamp en de trapkast.

Het gevolg was dat er naar dat punt drie aders lagen, maar verdeeld over de verkeerde route: twee stuurdraden naar een tweede schakelpunt bij de trap dat er helemaal niet hoefde te komen. Wat het oploste was de tekening opnieuw doorlopen en per schakelpunt in woorden opschrijven wat het moest doen, met een nummer dat terugkwam bij de lichtpunten. Sindsdien houden wij die werkwijze aan: het symbool mag mooi zijn, maar de zin in de renvooi is wat gelezen wordt.

Dit kwamen we tegen

Twee wippen gekocht, en toch bleef er één lamp donker

In een keuken moesten de spots boven het aanrecht en de lamp boven de tafel op één punt bij de deur komen. Er lag netjes een bruine ader en er lagen twee zwarte schakeldraden, dus de bedrading was in orde. Er werd een schakelaar met twee wippen gekocht, alles werd volgens de tekening op de verpakking aangesloten, en de tweede lamp deed niets.

Bij het omdraaien van de schakelaar bleek waar het aan lag: er zaten zes klemmen op, verdeeld over twee rijtjes van drie. Dat is geen serie schakelaar maar een dubbele wisselschakelaar, en die heeft geen interne verbinding tussen de fasecontacten. De tweede schakelhelft kreeg daardoor eenvoudigweg geen spanning. Met een lasklem in de doos werd de bruine ader vertakt naar het gemeenschappelijke contact van beide helften, en toen werkten allebei de wippen. Sindsdien is tellen bij de kassa een gewoonte: drie of vier klemmen is serie, zes klemmen is wissel op wissel.

Dit kwamen we tegen

De bijkeuken waar de droger aan een wip hing

In een bijkeuken zat een schakelaar met twee wippen: de ene voor het plafondlicht, de andere voor een wandcontactdoos in de hoek waar de droger op stond. Dat was ooit handig bedacht om sluipverbruik tegen te gaan. In de praktijk ging bij het verlaten van de ruimte standaard alles uit, ook halverwege een droogprogramma.

Een warmtepompdroger komt daar slecht uit. De machine start niet vanzelf opnieuw op waar hij gebleven was, en na een paar keer stroomonderbreking gaf hij bij het inschakelen een melding op het display. De oplossing was de wandcontactdoos loskoppelen van de schakelhelft en rechtstreeks op de groep zetten, waarna de tweede wip de buitenlamp aan de achtergevel kreeg. Sindsdien is er niets meer misgegaan met de was.

Veelgemaakte fouten

Een serie schakelaar kopen waar een wisselschakeling nodig is

Twee wippen lijken meer mogelijkheden te geven, maar een serie schakelaar kan geen bediening vanaf twee plaatsen. De lamp reageert dan alleen als de andere schakelaar toevallig in de goede stand staat. Wil je een lamp bij de voordeur en bovenaan de trap bedienen, dan zijn het twee wisselschakelaars.

Maar twee aders naar het schakelpunt trekken

Een enkelpolige schakelaar heeft twee aders nodig, een serie schakelaar drie. Die derde ader kost tijdens de ruwbouw bijna niets. Ontbreekt hij, dan moet er later gehakt en gestuct worden voor één draadje, of blijft de tweede wip voorgoed dood.

Twee groepen achter één schakelaar willen zetten

De fasecontacten van een serie schakelaar zitten vanbinnen aan elkaar, dus twee groepen kan niet. Bouw je zoiets alsnog met gescheiden schakelhelften, dan staat er spanning in de doos terwijl je één groep hebt uitgezet. Dat is precies de situatie waarin het bij later onderhoud misgaat.

Het schema op de verpakking aanhouden

De tekening op de doos gaat over een hele productlijn, het gedrukte schema op de achterkant gaat over het exemplaar dat je in je hand hebt. Die twee lopen regelmatig uiteen, en dan zoek je een fout die er niet is. Draai de schakelaar om en volg wat daar staat.

Onderdelen uit verschillende series door elkaar bestellen

Wippen en afdekramen zijn per serie gemaakt en passen zelden op een sokkel uit een andere lijn. Een raam dat net niet aansluit zie je vanaf de bank. Zoek het merk op de sokkel op voordat je bestelt, en neem bij twijfel een compleet exemplaar mee naar de winkel.

Een apparaat met een besturing achter een wip zetten

Een droger, een vaatwasser of een koelkast achter een schakelaar lijkt handig tegen sluipverbruik. Zo'n machine verliest halverwege een programma zijn stand en geeft daarna soms een melding op het display. Zet apparaten op een wandcontactdoos die aan blijft en gebruik de schakelaar voor verlichting.

De schakelaar plaatsen zonder aan de deur te denken

Op tekening ziet een schakelaar naast de deurpost er logisch uit, tot het deurblad de andere kant op draait en de wippen achter de open deur verdwijnen. Teken het deurblad in de open stand mee en loop de plekken op locatie na voordat er gehakt wordt.

Veelgestelde vragen

Wat is een serie schakelaar?

Een serie schakelaar is één schakelaar met twee wippen waarmee je vanaf dezelfde plek twee lichtpunten los van elkaar aan en uit zet. De twee schakelhelften delen vanbinnen hetzelfde fasecontact, dus je hoeft maar één bruine ader aan te sluiten. In de winkel heet hij ook wel dubbele schakelaar of tweevoudige schakelaar, en dat is hetzelfde onderdeel.

Wat is het verschil tussen een serie schakelaar en een wisselschakelaar?

Met één serie schakelaar bedien je twee lampen vanaf één plaats, met twee wisselschakelaars bedien je één lamp vanaf twee plaatsen. Een wisselschakelaar heeft een gemeenschappelijk contact dat tussen twee andere contacten omspringt, een schakelhelft van een serie schakelaar maakt of verbreekt gewoon één stroomkring. Ze zijn dus niet uitwisselbaar, ook niet met wat extra draadwerk.

Waarom heet het een serie schakelaar als de lampen niet in serie staan?

De naam is historisch en elektrotechnisch niet juist. De twee lampen hangen parallel op dezelfde fase en worden alleen door twee losse contacten in hetzelfde huis geschakeld. Zouden ze werkelijk in serie staan, dan zou de ene lamp niet kunnen branden zonder de andere en zou het licht bij beide lampen zwakker zijn. Die verwarring is precies de reden dat je in de handel ook dubbele schakelaar leest.

Hoeveel draden moeten er naar een serie schakelaar?

Drie aders tussen de centraaldoos en de schakelaardoos: een bruine fasedraad en twee zwarte schakeldraden, elk naar een eigen lichtpunt. De blauwe nul en de groen-gele aarde lopen rechtstreeks door naar de armaturen en komen niet in de schakelaar. Wil je later een wip met een controlelampje, dan is een blauwe ader mee trekken verstandig, want die uitvoeringen vragen vaak een nul in de doos.

Kan ik een enkele schakelaar vervangen door een serie schakelaar?

Alleen als er een tweede schakeldraad naar de doos ligt. Zit er in de bestaande doos maar één zwarte ader, dan heeft de tweede wip niets om aan te sturen en blijft die lamp uit. Kijk of er een lege buis loopt waar een ader doorheen kan met een trekveer. Ligt de leiding vast in het stucwerk, dan is hakken de enige weg en wordt het een grotere klus dan alleen een schakelaar wisselen.

Hoe teken ik een serie schakelaar in op een plattegrond?

Zet het symbool op de plek waar de schakelaar komt en geef het een nummer, bijvoorbeeld S3. Zet datzelfde nummer met een a en een b bij de twee lichtpunten die erbij horen. Leg in de renvooi naast de tekening in gewone taal uit dat dit symbool een schakelaar met twee wippen is. Symbolen verschillen per tekenprogramma en per installateur, een zin in woorden wordt overal hetzelfde gelezen.

Past een serie schakelaar in een gewone inbouwdoos?

Ja, bij vrijwel alle merken is het één module die in een standaard inbouwdoos van 60 millimeter past, met een enkelvoudig afdekraam. Wil je twee losse schakelaars naast elkaar, dan heb je twee dozen nodig op 71 millimeter hart op hart. Zit de bestaande doos vol met aders en lasklemmen, kies dan een diepere uitvoering in plaats van de sokkel er met kracht in te duwen.

Welke schakelaar serie moet ik kiezen als er al materiaal hangt?

Dezelfde als wat er zit, want wippen en afdekramen zijn per serie gemaakt. Haal een wip en het raam van een bestaande schakelaar en zoek de merknaam op de sokkel, die staat er meestal in gedrukt. Bestel daarna de sokkel, het raam en de wippen uit die lijn. Ook binnen één merk zijn de series onderling vaak niet uitwisselbaar, dus alleen het merk weten is niet genoeg.

Kan ik twee lampen op verschillende groepen achter één serie schakelaar zetten?

Nee. De fasecontacten van beide schakelhelften zijn vanbinnen doorverbonden, dus er kan maar één groep op. Bouw je iets vergelijkbaars met een dubbele wisselschakelaar met gescheiden helften, dan komen er twee groepen in dezelfde inbouwdoos. Wie later één groep uitschakelt, staat dan alsnog met spanning in de doos. Houd beide lampen van een schakelpunt op dezelfde groep.

Kan ik een serie schakelaar dimmen?

Niet met de schakelaar zelf, want elke wip is een aan-uitcontact. Wil je twee lichtpunten allebei kunnen regelen, dan heb je een dubbele dimmer nodig of een dimmer naast een gewone schakelaar. Let bij ledverlichting op het type dimmer en op het minimale en maximale vermogen, want daar gaat het vaker mis dan bij de bedrading. Wat je vooraf nakijkt staat bij het aansluiten van een dimmer.

Mag een wasmachine of droger achter een serie schakelaar?

Doe dat niet. Een machine met een eigen besturing verliest bij een stroomonderbreking zijn programma en kan bij het weer inschakelen een melding geven. Zo'n apparaat hoort op een eigen wandcontactdoos die aan blijft, en meestal ook op een eigen groep. Hoeveel er nog bij kan op de groep waar je het aan hangt, reken je na met onze calculator voor groepen en vermogen.

Mijn schakelaar heeft twee wippen, maar er werkt er maar één. Wat nu?

Kijk eerst hoeveel klemmen er op de achterkant zitten. Zijn het er zes, dan heb je een dubbele wisselschakelaar en moet de fase met een lasklem naar het gemeenschappelijke contact van beide helften. Zijn het er drie of vier, dan zit de fout meestal in een lasklem waar een ader niet ver genoeg in zit, of ontbreekt de tweede schakeldraad. Valt de aardlekschakelaar eruit zodra je inschakelt, stop dan met testen en lees eerst wat je kunt uitsluiten bij een aardlekschakelaar die eruit blijft vliegen.

Wanneer je beter een vakman belt

Een serie schakelaar uitzoeken, intekenen en binnen een bestaande groep aansluiten is werk dat je met een spanningsloze groep prima zelf doet. Hoe de rest van de installatie in elkaar zit, van groepenkast tot lichtpunt, staat in ons overzicht van elektrawerk in huis. Er zijn wel situaties waarin je beter stopt.

Alles achter de hoofdzekering in de meterkast en in de aansluitkast van de netbeheerder is verzegeld werk. Een groep bijplaatsen, de groepenkast uitbreiden of een aardlekschakelaar vervangen hoort bij een installateur, ook als het maar om die ene extra lichtgroep gaat.

Bel ook als de aardlekschakelaar blijft afschakelen zodra je inschakelt en je na het nalopen van alle aders niet vindt waar het zit. Dat wijst op een aardsluiting ergens in de leiding, en dat vraagt om een meting met een isolatiemeter.

Kom je in een oude installatie waarin de aders bij het buigen barsten, of ontbreekt de aardleiding, dan is bijwerken geen goed idee. Laat dat stuk leiding vervangen in plaats van er een nieuwe schakelaar op te zetten. En moet je voor het lichtpunt hoog in een trapgat zijn, dan is de valhoogte het echte risico. Werk daar vanaf een stabiele opstelling of laat het over aan iemand die er het juiste materieel voor heeft.

Verder lezen over dit onderwerp

In deze gids