Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

ABB werkschakelaar aansluiten: schema, polen en plaats

10 minuten lezen Schakelaars Bijgewerkt 14 augustus 2026
diy-gids.nl ELEKTRA Abb werkschakelaar

Een werkschakelaar aansluiten komt neer op drie dingen: de voedingskabel op de ingaande klemmen, de kabel naar het apparaat op de uitgaande klemmen, en de aarde langs de schakelaar door op de aardklem. De ingaande zijde is per pool oneven genummerd, de uitgaande even. Een ABB werkschakelaar beveiligt niets: de automaat en de aardlekschakelaar in de meterkast blijven het werk doen. Kies het aantal polen naar de voeding van het apparaat, twee polen voor 230 volt en vier voor krachtstroom met nul.

10 minuten

Dit heb je nodig

1 tot 2 uur voor plaatsen en aansluiten Goed zelf te doen bij voldoende elektrakennis 30 tot 70 euro voor de schakelaar, plus kabel

Gereedschap

  • Tweepolige spanningszoeker, geen los pennetje
  • Kruiskopschroevendraaier PZ1 en PZ2
  • Platte schroevendraaier van 2,5 en 3,5 mm voor de klemmen
  • Striptang en zijkniptang
  • Boormachine met steenboor en pluggen voor de kast
  • Waterpas en potlood
  • Gatzaag of steekbeitel voor de wartelgaten
  • Hangslot om de schakelaar in de uit-stand te vergrendelen

Materiaal

  • ABB werkschakelaar in opbouwkast, aantal polen naar de toepassing
  • Wartels van de juiste maat, met contramoer en afdichtring
  • YMVK-as 3x2,5 mm2 voor het vaste deel
  • Rubberkabel H07RN-F 3x2,5 mm2 voor het zichtbare deel buiten
  • Aderendhulzen voor soepele aders
  • Lasklemmen voor de aftakking in de lasdoos
  • Installatiebuis en beugels
  • Adertape of aderhulzen in de juiste kleuren

Wat een werkschakelaar doet en wat hij niet doet

Een werkschakelaar is een lastscheider. Hij onderbreekt alle stroomvoerende aders van één apparaat, zodat je aan dat apparaat kunt werken zonder de hele groep in de meterkast uit te zetten. ABB levert ze als opbouwkast met een draaiknop die je in de uit-stand kunt vergrendelen met een hangslot. Dat vergrendelen is het hele idee erachter, want het voorkomt dat iemand de airco aanzet terwijl jij met je handen bij de ventilator zit.

Qua functie staat hij verder van het gewone schakelmateriaal af dan je zou denken. In ons overzicht over schakelaars in en om het huis gaat het steeds over schakelaars die de fase naar een verlichtingspunt onderbreken. Een werkschakelaar onderbreekt de complete voeding van een apparaat, dus de fase en de nul samen, en is gebouwd op de aanloopstroom van een motor.

Wat hij niet doet, is beveiligen. Er zit geen smeltveiligheid in, geen thermische beveiliging en geen aardlekbeveiliging. De installatieautomaat in de meterkast blijft de kabel beveiligen en de aardlekschakelaar blijft jou beveiligen. Klapt er iets uit, dan zoek je dat dus in de meterkast en niet in deze kast; wat er dan aan de hand kan zijn staat bij een aardlekschakelaar die eruit gaat.

De schakelaar is ook geen noodstop. Een noodstop heeft een gele achterplaat met een rode paddenstoelknop en zit op een vaste, direct bereikbare plek. Een grijze werkschakelaar met een zwarte knop mag je niet als noodstop aanwijzen, ook al schakelt hij hetzelfde uit.

Zet de groep uit voordat je de kast opent, ook als de werkschakelaar op nul staat. De ingaande klemmen staan dan nog gewoon onder spanning. Controleer daarna met een tweepolige spanningszoeker of het echt spanningsloos is, en meet fase tegen nul én fase tegen aarde.

Welke ABB werkschakelaar past bij jouw apparaat

De keuze draait om drie dingen: het aantal polen, de nominale stroom en de beschermingsgraad van de kast. Het aantal polen volgt uit de voeding van het apparaat. Een gewoon 230 volt apparaat heeft fase en nul, dus twee geschakelde polen. Krachtstroom met drie fasen en een nul vraagt vier polen. Een driefasige motor zonder nul kun je met drie polen af.

De nominale stroom moet minstens gelijk zijn aan de beveiliging van de groep waar het apparaat op zit. Op een 16 ampère groep is een 16 ampère werkschakelaar formeel toereikend. Wij kiezen bij een airco of een pomp toch liever de 25 ampère uitvoering, want het prijsverschil is klein en je houdt marge bij het schakelen onder belasting. Weet je niet zeker of het apparaat op een eigen groep hoort, reken dan eerst na hoeveel vermogen er nog op de bestaande groep kan.

Kijk daarna naar de gebruikscategorie op het typeplaatje. AC-22A staat voor gemengde belasting, AC-23A voor het schakelen van motoren. Een compressor is een motorbelasting, dus daar telt de AC-23 waarde en die ligt bij dezelfde schakelaar lager dan de AC-22 waarde. Bij twijfel neem je een maat groter in plaats van precies passend.

ToepassingAantal polenWat je schakeltStroom die wij aanhouden
Airco buitenunit 230 volt2- of 3-poligFase en nul, aarde loopt door16 A volstaat, 25 A geeft marge
Ventilatiebox of woonhuisventilator2-poligFase en nul16 A
Zwembad- of vijverpomp2- of 3-poligFase en nul16 A, kast minimaal IP65
Machine in de werkplaats, 230 volt3-poligFase, nul en eventueel een hulpcontact16 of 25 A
Driefasige motor zonder nul3-poligDrie fasen gelijktijdig25 A of hoger, naar motorvermogen
Krachtstroomgroep met nul, 400 volt4-poligDrie fasen plus de nulGelijk aan of hoger dan de groepsbeveiliging
Warmtepomp buitenunit4-polig bij drie fasenAlle fasen plus nulVolgens de installatiehandleiding

Sommige ABB werkschakelaars zijn leverbaar met een vroegmakend en laatverbrekend hulpcontact. Dat is handig bij machines met een besturing: het hulpcontact schakelt de stuurstroom net iets eerder uit dan de hoofdstroom, zodat de besturing netjes afvalt en er geen vlamboog over de contacten trekt.

Het aansluitschema: welke draad op welke klem

Het aansluitschema van een ABB werkschakelaar is eenvoudiger dan de kast doet vermoeden. Elke pool heeft twee klemmen: één aan de ingaande zijde en één aan de uitgaande. De nummering is per pool oneven en even, dus 1 en 2 horen bij elkaar, 3 en 4 horen bij elkaar, en zo verder. De oneven nummers zijn de ingaande zijde, de even de uitgaande. Kijk altijd even naar de opdruk in het deksel of op de zijkant van het schakelblok, want de plaatsing van de nummering verschilt per serie.

De voedingskabel uit de meterkast of uit de lasdoos gaat op de oneven klemmen, de kabel naar het apparaat op de even. Fase en nul houd je consequent op dezelfde pool: fase in op 1 en uit op 2, nul in op 3 en uit op 4. Verwissel dat niet, ook al werkt het apparaat bij verwisseling gewoon. De volgende monteur leest jouw kast en die moet erop kunnen vertrouwen dat de bruine ader de fase is.

De aarde gaat nooit door het schakelblok heen. Die klem je door op het aardklemmenblok in de kast, of met een lasklem als er geen klemmenblok in zit. Op het moment dat de schakelaar uit staat, moet het apparaat nog steeds geaard zijn. Datzelfde principe zie je bij het aansluiten van een lichtschakelaar: ook daar schakel je de fase en laat je de aarde doorlopen.

Blijft er een pool over, bijvoorbeeld de derde bij een driepolige schakelaar op 230 volt, laat die dan gewoon leeg. Sluit hem niet aan als doorverbinding voor de aarde en gebruik hem niet als losse doorvoerklem voor een andere ader.

Een ABB schakelaar aansluiten gaat bij de verschillende series volgens dezelfde logica; alleen de vorm van de klem loopt uiteen. De ene serie heeft een schroefklem met een drukplaatje waar je de ader recht in schuift, de andere een kooiklem waarbij je de ader eerst een klein stukje moet buigen. Kijk voor het aandraaimoment op de sticker in de kast en gebruik een schroevendraaier die de gleuf echt vult.

AderKleurIngaande klemUitgaande klem
Fase L (230 volt)Bruin12
Nul N (230 volt)Blauw34
Aarde PEGeel-groenAardklemmenblokAardklemmenblok, niet geschakeld
Fase L1 (400 volt)Bruin12
Fase L2 (400 volt)Zwart34
Fase L3 (400 volt)Grijs56
Nul N (400 volt)Blauw7 of de klem met N8 of de klem met N

Draai de klemmen na met de juiste schroevendraaier en controleer of er koper naast de klem uitsteekt. Een halfvaste ader in een schakelaar die dagelijks 10 ampère trekt, wordt warm en verkoolt de kunststof eromheen. Trek na het vastdraaien aan elke ader; hij hoort niet mee te geven.

Een 4-polige werkschakelaar aansluiten op krachtstroom

Bij 400 volt met een nul gebruik je een vierpolige uitvoering, zodat de drie fasen en de nul gelijktijdig verbroken worden. De drie fasen komen op de klemmen 1, 3 en 5 binnen en verlaten de schakelaar op 2, 4 en 6. De nul krijgt bij ABB meestal een aparte, gemarkeerde pool aan de zijkant van het blok, aangeduid met N. Sluit de nul niet aan op een gewone fasepool als er een N-pool aanwezig is, want die pool is soms als eerste makend en laatst verbrekend uitgevoerd.

De draaivolgorde van de fasen blijft door de schakelaar heen gelijk, mits je L1, L2 en L3 in dezelfde volgorde in- en uitgaand aansluit. Verwissel je twee fasen ten opzichte van elkaar, dan draait een driefasige motor de verkeerde kant op. Bij een pomp of een compressor merk je dat aan een lager debiet, veel geluid of helemaal geen opbrengst. Meer over de aansluitingen in huis en de opbouw van een installatie staat in ons vakgebied elektra en installatiewerk.

Heeft de vierpolige schakelaar geen aparte N-pool maar vier gelijke polen, dan gebruik je de vierde pool voor de nul en markeer je die duidelijk met blauwe adertape aan beide zijden. Zet er ook een leesbaar label bij in de kast. Wie hier later een meting doet, moet zonder gokken zien wat er waar op zit.

Een vierpolige schakelaar op een 230 volt apparaat mag gewoon. Je gebruikt dan twee polen en laat de andere twee onaangesloten. Verbind ze niet onderling door, want dan verlies je de scheiding tussen de polen.

De voeding: waar de kabel vandaan komt en welke kabel het wordt

De werkschakelaar zit altijd in de voedingskabel tussen de groep en het apparaat, dus achter de beveiliging en vóór de unit. De volgorde is: groep in de meterkast, kabel naar binnen tot een lasdoos of wandcontactdoos, kabel naar de werkschakelaar, kabel naar het apparaat. Tak je af in een bestaande inbouwdoos achter een stopcontact, gebruik dan lasklemmen in de doos en lus niet zwaar door via de klemmen van het stopcontact zelf.

Voor het vaste deel in de muur of door de gevel gebruiken wij YMVK-as 3x2,5 mm². Voor het zichtbare stuk buiten, van de gevel naar de buitenunit, kies je liever een rubberkabel van het type H07RN-F in dezelfde doorsnede. Die is soepel, bestand tegen UV en tegen kou, terwijl de mantel van YMVK in de volle zon na een paar jaar verhardt en kan gaan scheuren. Welke kabelsoort waar hoort en welke doorsnede bij welke belasting past, zoek je op in onze tabel met kabelsoorten en aderdoorsneden.

Een verlengsnoer of een haspel naar de buitenunit is geen tijdelijke oplossing maar een blijvend probleem. De aansluiting hoort vast, met een deugdelijke trekontlasting in de wartel. Leg de kabel buiten in installatiebuis of tegen de gevel met beugels, en laat een druppellus zakken vlak voor de wartel zodat regenwater eraf druppelt in plaats van langs de kabel de kast in te lopen.

TrajectKabel die wij gebruikenWaaromWat je hier niet doet
Meterkast naar lasdoos binnenYMVK-as 3x2,5 mm2Vaste installatie, mag in en op de wandGeen VMvL snoer in de wand
Lasdoos naar werkschakelaar binnenYMVK-as 3x2,5 mm2 in buisNetjes weg te werken, mechanisch beschermdNiet los langs de plint slingeren
Door de gevel naar buitenYMVK-as in buis, gat schuin omhoog geboordVoorkomt dat regen langs de kabel naar binnen looptGeen recht doorlopend gat zonder afdichting
Werkschakelaar naar buitenunitH07RN-F rubber 3x2,5 mm2UV-bestendig, blijft soepel bij vorstGeen haspel en geen verlengsnoer
Communicatiekabel tussen binnen- en buitenunitVolgens de handleiding van de fabrikantAderaantal en doorsnede liggen per merk vastNiet door de werkschakelaar heen leiden

Waar de kast hangt en hoe je hem monteert

Een werkschakelaar mag buiten hangen, mits de kast daarvoor geschikt is. Voor een gevel houden wij minimaal IP65 aan, met een gesloten deksel en goede wartels. Zonder wartels is de beste kast waardeloos, want dan loopt het water via het kabelgat naar binnen en staat het onderin het schakelblok.

Boor de wartelgaten altijd in de onderzijde van de kast, nooit in de bovenkant of het deksel. Water dat over de kast loopt, vindt anders precies dat gat. Draai de wartel vast met de contramoer aan de binnenkant en trek hem aan tot de rubberring de kabelmantel echt omsluit. Een wartel die alleen doorgestoken is, geeft geen trekontlasting en geen afdichting.

De plaats bepaal je op bereikbaarheid. De schakelaar hoort zichtbaar bij het apparaat te zitten, binnen handbereik van degene die eraan werkt, en niet achter de buitenunit weggewerkt waar je er met geen mogelijkheid bij komt. Hang hem op ongeveer dezelfde hoogte als een lichtschakelaar, dus rond de 105 centimeter; de gangbare montagehoogtes voor schakelmateriaal zijn ook hier een prima uitgangspunt.

Zit de buitenunit op een plat dak of aan een gevel op hoogte, dan hoort de werkschakelaar op de plek waar de monteur staat, dus bij de unit zelf. Zet er een label bij met wat hij schakelt. Een kast zonder opschrift wordt bij twijfel niet gebruikt, en dan mist hij zijn doel.

Hang de kast met de knop naar buiten gericht en het deksel vrij van de dakrand of de goot. Klinkt logisch, maar in de praktijk zit een werkschakelaar vaak zo dicht op de unit dat je het deksel niet meer open krijgt zonder de kast los te schroeven.

De airco: het geval waarvoor de meeste werkschakelaars worden gekocht

Bij een split airco hoort er een werkschakelaar tussen de voeding en de buitenunit, zodat de unit spanningsvrij te maken is voor onderhoud of reparatie. De meeste installateurs vragen erom voordat ze het koeltechnische deel komen aansluiten. Zit de unit buiten, dan hangt de schakelaar er meestal ook buiten naast.

De voeding komt bij voorkeur van een eigen groep. Een buitenunit van vier tot vijf kilowatt koelvermogen neemt ongeveer 1500 tot 2100 watt op, dus op papier past dat op een gedeelde groep. Het probleem is de aanloopstroom van de compressor: die piekt kort veel hoger. Zit er ook nog een kachel of een waterkoker op dezelfde groep, dan klapt de automaat er op een koude ochtend uit.

De aarde is bij een airco geen detail. In appartementen uit de jaren tachtig kom je nog groepen tegen waar helemaal geen aardleiding in zit. Een buitenunit met een metalen behuizing sluit je daar niet op aan; er komt dan een nieuwe groep met aarde vanuit de meterkast, of het werk stopt totdat dat geregeld is.

Bij een multisplit worden de binnenunits vaak via de buitenunit gevoed. Die binnenunits moeten ook afzonderlijk spanningsvrij te maken zijn, met een stekker of met een kleine schakelaar in de voeding. De standenregeling op de unit zelf telt daarvoor niet mee, net zomin als de standenschakelaar van een ventilatiebox die box spanningsvrij maakt.

Het koeltechnische deel is geen doe-het-zelfwerk. Het vacuüm trekken en het openen van de afsluiters op de buitenunit mag alleen door iemand met een geldig F-gassen certificaat. De elektrische voeding en de werkschakelaar mag je voorbereiden, het koudemiddel niet aanraken.

Standen, vergrendelen en herkenbaarheid

Bij werkschakelaars en brandweerschakelaars met een hendel geldt een andere gewoonte dan bij gewoon schakelmateriaal: de hendel staat omhoog als de schakelaar ingeschakeld is. De reden is eenvoudig. Valt er iets tegenaan of glijdt er een hand langs, dan gaat de schakelaar uit en niet aan. Bij de draaiknopuitvoeringen die ABB veel levert, is dat vervangen door een duidelijke 0 en I op de knop.

De uit-stand hoort te vergrendelen. De knop laat zich in de nulstand een slag uittrekken of naar buiten kantelen, waarna er een hangslot door de beugel past. Dat is de reden dat een werkschakelaar geen gewone schakelaar mag zijn: wie aan een compressor werkt, wil zeker weten dat niemand anders hem aanzet. Neem het slot mee naar boven en laat het niet in de schuur liggen.

Binnen in huis gelden andere gewoontes voor de stand van het schakelmateriaal. Daar is de regel vooral dat schakelaars in hetzelfde raam dezelfde aan- en uitstand hebben, wat overigens niet opgaat voor wisselschakelaars: bij een wisselschakelaar hangt de stand af van wat de andere schakelaar doet. Datzelfde geldt voor de twee wippen van een serieschakelaar die twee groepen lampen bedient.

Zo sluit je een ABB werkschakelaar aan

Deze volgorde houden wij aan bij het aansluiten van een werkschakelaar op een 230 volt apparaat zoals een airco buitenunit; bij krachtstroom komen er alleen fasen bij.

  1. Schakel de groep uit en controleer of het spanningsloos is

    Zet de betreffende installatieautomaat in de meterkast uit en zet er een briefje bij. Controleer daarna op de plek waar je gaat werken met een tweepolige spanningszoeker: fase tegen nul en fase tegen aarde. Een los pennetje in een stopcontact is geen bewijs, want die kan ook oplichten door inductie.

  2. Bepaal de plaats en monteer de kast

    Hang de kast bereikbaar bij het apparaat, met het deksel vrij te openen. Boor de wartelgaten in de onderzijde en zet de wartels vast met de contramoer. Schroef de kast met pluggen aan de gevel en houd hem waterpas, zodat regen langs het deksel afloopt in plaats van erop te blijven staan.

  3. Tak de voeding af in een lasdoos

    Sluit de voedingskabel in een inbouwdoos of lasdoos aan met lasklemmen, en lus zware belasting niet door via de klemmen van een stopcontact. Zit de doos in het zicht in de woonkamer en moet de stukadoor nog komen, laat hem dan bereikbaar en dop hem tijdelijk af; een lasverbinding hoort altijd bereikbaar te blijven.

  4. Voer de kabels in en strip ze op maat

    Schuif de voedingskabel door de onderste wartel aan de ingaande zijde en de kabel naar het apparaat door de wartel aan de uitgaande zijde. Strip de mantel zo ver dat de aders net comfortabel bij hun klem komen, met de mantel tot binnen in de kast. Laat de aarde iets langer dan de rest, zodat die bij trekken als laatste losraakt.

  5. Sluit fase en nul op de juiste polen aan

    Bruin in op klem 1 en uit op klem 2, blauw in op klem 3 en uit op klem 4. Houd de ingaande zijde consequent op de oneven nummers. Gebruik aderendhulzen bij soepele aders en draai de schroeven stevig aan. Trek daarna aan elke ader om te controleren of hij vastzit.

  6. Klem de aarde door langs de schakelaar

    De geel-groene ader van de voeding en die naar het apparaat komen samen op het aardklemmenblok in de kast, of in een lasklem. Ze gaan niet door het schakelblok. Het apparaat blijft daardoor geaard, ook als de werkschakelaar uit staat.

  7. Sluit de kast, schakel in en controleer

    Draai het deksel dicht, trek de wartels aan tot ze de mantel omsluiten en schakel de groep weer in. Meet aan de uitgaande zijde of er spanning staat als de knop op I staat en niets als hij op 0 staat. Zet daarna een label op de kast met wat hij schakelt.

  8. Test het vergrendelen

    Zet de knop op 0, hang het hangslot erin en probeer of de schakelaar dan echt niet meer te bedienen is. Dit is de functie waarvoor je het ding hebt opgehangen, dus die controleer je één keer goed voordat er iemand aan het apparaat gaat werken.

Maatvoering

De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens

Ruimte of vakgebiedOnderdeelGangbare maatMarge die in de praktijk werktWaar je op moet letten
SanitairWastafel, bovenkant85 cm boven de vloer80 tot 90 cmMeet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm.
SanitairWastafelkraan, uitloop25 tot 30 cm boven de wastafelrandwat past bij de komTe hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder.
SanitairFonteintje in het toilet80 tot 85 cm75 tot 90 cmVaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is.
SanitairToiletpot, bovenkant zitting40 tot 43 cm38 tot 48 cmEen verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger.
SanitairHangend toilet, onderkant pot40 cm boven de vloer38 tot 45 cmDe hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast.
SanitairToiletrolhouder70 cm hoog, 25 cm voor de pot60 tot 80 cmTe ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit.
SanitairDouchekraan, thermostaat100 tot 110 cm95 tot 120 cmJe wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan.
SanitairDoucheglijstang, bovenkant180 tot 200 cmafhankelijk van de lengste gebruikerReken op minstens 20 cm boven de kruin.
SanitairRegendouche, onderkant kop205 tot 215 cm200 tot 220 cmOnder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd.
SanitairHanddoekradiator, onderkant20 tot 30 cm boven de vloer15 tot 40 cmLaag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen.
SanitairAfvoer wastafel, muurdoorvoer50 tot 55 cm45 tot 60 cmOnder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling.
ElektraStopcontact in een woonruimte30 cm hart boven de vloer25 tot 40 cmBij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen.
ElektraStopcontact boven een aanrechtblad115 tot 125 cm10 tot 20 cm boven het bladUit de spatzone van de kraan blijven.
ElektraLichtschakelaar105 cm hart boven de vloer90 tot 120 cmGelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld.
ElektraDeurklink100 cm hart boven de vloer95 tot 105 cmOok de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen.
ElektraMeterkast, groepenkast150 tot 180 cmbereikbaar zonder trapjeDe hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn.
ElektraWandcontactdoos buitenminimaal 30 cm boven maaiveldhoger bij kans op opspattend waterSpatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten.
ElektraBedrade deurbel, drukknop110 tot 130 cm100 tot 140 cmOok bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel.
ElektraWandlamp naast een spiegel160 tot 170 cmop ooghoogte van de gebruikerLicht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven.
ElektraTelevisieaansluiting40 cm of op de hoogte van het schermafhankelijk van de opstellingBij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm.
KeukenWerkblad, bovenkant90 tot 95 cm85 tot 100 cmVuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger.
KeukenBovenkasten, onderkant50 tot 60 cm boven het blad45 tot 65 cmTe laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken.
KeukenAfzuigkap boven een elektrische kookplaat60 cm55 tot 70 cmOnder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht.
KeukenAfzuigkap boven een gaspit65 cm65 tot 75 cmBij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam.
KeukenPlint onder de keukenkasten10 tot 15 cmstandaard 15 cmTerugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan.
KeukenInbouwoven op ooghoogteonderkant op 85 tot 90 cmnaar de gebruikerScheelt bukken met een hete plaat in je handen.
TrapTrapleuning90 cm boven de voorkant van de trede85 tot 100 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer.
TrapLeuning langs een bordes100 cm90 tot 110 cmBij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap.
TrapOptrede, hoogte per trede18 tot 20 cmmaximaal 21 cm binnen een woningAlle treden even hoog, ook de eerste en de laatste.
TrapAantrede, diepte van de trede22 tot 24 cmminimaal 22 cmVuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm.
TrapVrije doorloophoogte boven de trap230 cmminimaal 210 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond.
TrapSpijlafstand van een balustrademaximaal 10 cmkleiner bij kinderenZo kan een kinderhoofdje er niet tussen.
DeurenBinnendeur, standaardmaat83 bij 201,5 cm78 tot 93 cm breedDe dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad.
DeurenVoordeur, standaardmaat88 bij 201,5 cm83 tot 100 cm breedBreder is prettig bij verhuizen en bij een rollator.
DeurenSpeling onder een binnendeur1 tot 1,5 cm2 cm bij mechanische ventilatieDe kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet.
DeurenSpeling rondom in het kozijn3 mm2 tot 4 mmTe weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt.
DeurenScharnieren, afstand tot de hoek20 cm van boven en onder15 tot 25 cmBij een zware deur een derde scharnier in het midden.
VentilatieVentilatierooster in een raamboven in het kozijnop de bovenregelWarme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder.
VentilatieAfzuigpunt in een badkamerhoog in de ruimte20 tot 30 cm onder het plafondVocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet.
VentilatieMuurrooster kruipruimtenet boven het maaiveldminimaal 15 cmAnders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht.
VentilatieDakdoorvoer, afstand tot de nokminimaal 50 cmafhankelijk van het typeTe dicht bij de nok geeft terugslag bij wind.

Samengesteld uit gangbare praktijkmaten, de eisen uit het Bouwbesluit waar die van toepassing zijn, en montagevoorschriften van fabrikanten. Standaardmaten zijn een vertrekpunt, geen wet: pas ze aan op de lengte van de mensen die de ruimte gebruiken. Bij nieuwbouw en verbouw gelden de actuele bouwregels boven elke vuistregel.

Voordat je de kast dichtschroeft

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

Een airco op een appartement uit 1989 zonder aardleiding

Voor een split airco was er een aparte groep doorgetrokken naar een hoek van de woonkamer. Daar zaten drie inbouwdozen in het zicht: in de onderste kwam de nieuwe airco-bedrading uit, de middelste kreeg blauw en bruin doorgelust uit de doos erboven. Dat doorgeluste deel kwam uit de oorspronkelijke installatie van het pand en had geen aardader, want die was er in dit appartement nooit ingelegd.

Het plan was om vanuit die middelste doos ook nog een stopcontact voor een schemerlamp te voeden. Dat kan, mits je accepteert dat dat stopcontact zonder aarde blijft en dus geen apparaat met een metalen behuizing mag voeden. Voor de airco zelf gold het omgekeerde: de buitenunit ging uitsluitend op de nieuwe groep mét aarde. De voeding liep vanaf de nieuwe groep naar een lasdoos, met lasklemmen naar de werkschakelaar buiten, en van daaraf met rubberkabel naar de buitenunit. De inbouwdozen in het zicht werden afgedopt en meegenomen toen de stukadoor kwam, met de lasverbindingen bereikbaar achter een afneembaar deksel.

Dit kwamen we tegen

De automaat klapte eruit en het lag niet aan de werkschakelaar

Een net aangesloten airco startte niet op: de installatieautomaat sloeg er direct af bij het inschakelen. Via een andere groep en een haspel draaide dezelfde unit wel gewoon, wat al veel uitsloot. Rechtstreeks op het buitenstopcontact van de eigen groep klapte hij er meteen weer uit.

De aanpak die duidelijkheid gaf, was stap voor stap elimineren. De kabel en de werkschakelaar vielen af, want de automaat sloeg ook af als de unit rechtstreeks werd aangesloten. Daarna werden twee automaten in de meterkast van plaats verwisseld, waarbij de airco op het andere automaat kwam. Vanaf dat moment startte de unit zonder problemen. Het lag dus aan het automaat zelf, dat na jaren schakelen zo gevoelig was geworden dat de aanloopstroom van de compressor hem al liet afvallen. Vervangen door een nieuw exemplaar loste het definitief op. Deze volgorde is de moeite waard: sluit eerst het eenvoudige uit voordat je de werkschakelaar of de unit verdenkt.

Dit kwamen we tegen

Een tweedehands werkschakelaar die als zekering werd gezien

Voor een krachtstroomaansluiting werd voor ongeveer vijftien euro een gebruikte driepolige werkschakelaar van twintig ampère aangeboden, met zes aansluitschroeven en twee aardklemmen, opgegeven voor 230 en 400 volt. Het idee was om die als beveiliging van de nieuwe groep te gebruiken en er alleen nog een krachtstroomcontactdoos achter te hangen.

Dat gaat niet op. Een werkschakelaar of een motorbeveiligingsschakelaar is geen groepsbeveiliging. Hij schakelt en scheidt, maar hij beveiligt de kabel niet tegen overbelasting op de manier waarop een installatieautomaat dat doet, en een aardlekbeveiliging zit er al helemaal niet in. Ook het los aangeboden automaat op de bijgeleverde foto bleek een gewone installatieautomaat zonder aardlekschakelaar. De aansluiting is uiteindelijk door een installateur aangelegd, met een aardlekautomaat in de meterkast en de werkschakelaar op zijn eigen plek: bij de machine, om die spanningsvrij te kunnen maken.

Veelgemaakte fouten

De aarde door het schakelblok leiden

Het lijkt netjes om alle vier de aders symmetrisch door de schakelaar te voeren, maar dan is het apparaat niet meer geaard zodra de knop op 0 staat. Juist op dat moment staat er iemand met zijn handen in de unit. De aarde gaat langs het blok, op het aardklemmenblok.

De werkschakelaar zien als beveiliging

Er zit geen smeltveiligheid en geen aardlekbeveiliging in. Een kabel achter de werkschakelaar wordt nog steeds beveiligd door het automaat in de meterkast, en de nominale stroom op de kast zegt alleen wat de schakelaar aankan. Kies hem dus nooit als vervanging voor een groepsbeveiliging.

Fase en nul verwisselen omdat het toch werkt

Een apparaat draait ook als je fase en nul door elkaar haalt, dus het valt niet op. Het gaat mis bij de volgende beurt, wanneer iemand ervan uitgaat dat blauw de nul is en bruin de fase. Houd de aders per pool consequent en markeer een afwijkende ader aan beide zijden.

De wartelgaten in de bovenkant of het deksel boren

Water dat over de kast loopt, zoekt precies dat gat op. Binnen een winter staat er vocht op het schakelblok en gaat de aardlek eruit. Boor de gaten altijd in de onderzijde en laat de kabel er met een druppellus naartoe lopen.

Een haspel of verlengsnoer als voeding gebruiken

Voor een test is een haspel bruikbaar, als blijvende voeding niet. Er zit geen trekontlasting, de kabel ligt in de zon en het rubber wordt hard. Bovendien loopt een opgerolde haspel warm bij een compressor die uren draait. Leg een vaste kabel met een rubbermantel.

De schakelaar wegwerken achter de buitenunit

Een werkschakelaar die je niet kunt bereiken zonder de unit los te schroeven, is geen werkschakelaar meer. Hij hoort zichtbaar en binnen handbereik te zitten van degene die aan het apparaat werkt, met genoeg ruimte om het deksel te openen.

Een grijze werkschakelaar aanwijzen als noodstop

Een noodstop is geel met een rode paddenstoelknop en is bedoeld om blind te vinden. Zet je een gewone werkschakelaar neer als noodstop bij een machine, dan zoekt iemand in een noodgeval naar een knop die er niet zit. Gebruik voor die functie het juiste materiaal.

De communicatiekabel van de airco mee door de schakelaar voeren

De aders tussen binnen- en buitenunit horen niet in het schakelblok. Ze voeren een signaal en soms een lage stuurspanning, en de fabrikant schrijft voor hoe die kabel loopt. Onderbreek je die mee, dan geeft de unit een foutcode zodra hij weer inschakelt.

Veelgestelde vragen

Hoe ziet het aansluitschema van een ABB werkschakelaar eruit?

Per pool zijn er twee klemmen: de oneven aan de ingaande zijde, de even aan de uitgaande. Bij 230 volt komt de fase in op 1 en gaat uit op 2, de nul komt in op 3 en gaat uit op 4. De aarde loopt langs het schakelblok en wordt op het aardklemmenblok doorverbonden. Controleer de opdruk in het deksel, want de plek van de nummering verschilt per serie.

Hoe moet ik een ABB werkschakelaar 4 polig aansluiten?

De drie fasen komen binnen op 1, 3 en 5 en verlaten de schakelaar op 2, 4 en 6, in dezelfde volgorde zodat de draairichting van een motor niet omkeert. De nul gaat op de aparte, met N gemarkeerde pool als die er is, en anders op de vierde gelijke pool met blauwe markering aan beide zijden. De aarde blijft ongeschakeld en gaat op het aardklemmenblok.

Wat is het verschil tussen een werkschakelaar aansluiten en een gewone schakelaar aansluiten?

Een gewone schakelaar onderbreekt alleen de fase naar een verlichtingspunt en zit meestal in een inbouwdoos in de wand. Een werkschakelaar onderbreekt alle stroomvoerende aders van een apparaat tegelijk, dus fase en nul samen, en zit in een opbouwkast met vergrendelbare knop. De aansluitprincipes zijn verwant: bij een lamp op een schakelaar loopt de aarde ook ongeschakeld door.

Moet ik een 16 A of een 25 A werkschakelaar nemen voor een airco?

Zit de airco op een eigen groep van 16 ampère, dan is een 16 ampère werkschakelaar formeel voldoende. Wij nemen bij een compressor toch liever de 25 ampère uitvoering, omdat het prijsverschil klein is en je marge houdt bij het schakelen onder belasting. Kijk ook naar de gebruikscategorie: voor motorbelasting geldt de AC-23 waarde en die ligt lager dan de AC-22 waarde op dezelfde kast.

Mag een werkschakelaar buiten hangen?

Ja, en bij een airco buitenunit is dat de gebruikelijke plek. De kast moet daarvoor geschikt zijn, dus minimaal IP65 met een gesloten deksel en goede wartels. Boor de kabelgaten in de onderzijde, nooit in de bovenkant, en laat de kabel met een druppellus naar de wartel lopen zodat regenwater eraf valt. Hang hem zo dat je erbij kunt en het deksel open kan.

Moet de werkschakelaar voor of na de zekering zitten?

Altijd erna. De volgorde is groep in de meterkast, dan de werkschakelaar, dan het apparaat. De schakelaar is een lastscheider en geen beveiliging: de installatieautomaat beveiligt de kabel en de aardlekschakelaar beveiligt jou. Zet er dus nooit een werkschakelaar voor een groep als vervanging van een automaat.

Welke kabel gebruik ik van de werkschakelaar naar de airco?

Voor het vaste deel in de wand en door de gevel gebruiken wij YMVK-as 3x2,5 mm². Het zichtbare stuk buiten doen we liever met rubberkabel van het type H07RN-F in dezelfde doorsnede, omdat die soepel blijft en tegen UV kan. Twijfel je over de doorsnede bij een langere kabelloop of een zwaardere unit, kijk dan in onze kabel- en draadkiezer.

Kan een airco van 5 kW op een bestaande groep?

Op papier vaak wel: een buitenunit van vijf kilowatt koelvermogen neemt ongeveer 1500 tot 2100 watt op. In de praktijk gaat het mis zodra er ook een kachel of een waterkoker op dezelfde groep zit, want de compressor trekt bij het starten kort veel meer. Een eigen groep is niet altijd verplicht maar wel rustiger. Tel het vermogen na met onze rekenhulp voor groepen.

Staat een werkschakelaar aan als de hendel omhoog staat?

Bij werkschakelaars en brandweerschakelaars met een hendel is dat de gewoonte: omhoog betekent ingeschakeld. Zo zorgt een voorwerp dat ertegenaan valt ervoor dat de schakelaar uitgaat en nooit aangaat. Bij de draaiknopuitvoeringen leest dat eenvoudiger, want daar staat een 0 en een I op de knop. Binnen in huis geldt die regel niet: daar draait het erom dat schakelaars in hetzelfde raam dezelfde stand aanhouden.

Kan ik een lichtschakelaar of een dimmer gebruiken in plaats van een werkschakelaar?

Nee. Een lichtschakelaar onderbreekt alleen de fase, is niet gebouwd op de aanloopstroom van een motor en laat zich niet vergrendelen in de uit-stand. Een dimmer is helemaal ongeschikt, want die is bedoeld voor verlichting en niet voor inductieve belasting. Voor het spanningsvrij maken van een apparaat is een lastscheider het juiste materiaal.

Kan ik een apparaat vanaf twee plekken met een werkschakelaar bedienen?

Dat is niet waarvoor hij bedoeld is. Een werkschakelaar hoort op één herkenbare plek bij het apparaat te zitten, zodat er geen twijfel bestaat over wie wat heeft uitgezet. Wil je verlichting of een apparaat wél vanaf twee kanten kunnen bedienen, dan is een hotelschakeling met twee wisselschakelaars de gebruikelijke oplossing.

Wat doe ik met de derde pool als ik maar fase en nul aansluit?

Die laat je leeg. Sluit hem niet aan als doorverbinding voor de aarde en gebruik hem ook niet als handige doorvoerklem voor een ader van een andere kring. Een ongebruikte pool die toch bedraad is, brengt de volgende monteur op het verkeerde been en levert bij een meting een onverwacht resultaat op.

Mag ik de voeding aftakken vanuit een bestaand stopcontact?

Aftakken in de inbouwdoos achter een stopcontact kan, mits de groep en de kabel het toelaten en de verbinding met lasklemmen wordt gemaakt. Lus een zware, continue belasting niet door via de klemmen van het stopcontact zelf. Houd de lasverbinding altijd bereikbaar, dus niet dichtgestuukt achter het pleisterwerk. Voor een airco heeft een eigen groep vanuit de meterkast toch de voorkeur.

Wanneer je beter een vakman belt

Het plaatsen en aansluiten van de werkschakelaar zelf is werk dat je met voldoende elektrakennis kunt doen, mits je de groep uitzet en met een tweepolige spanningszoeker controleert of het spanningsloos is. Er zijn wel duidelijke grenzen.

Het bijplaatsen van een groep in de meterkast is het eerste punt. Kun je de groepenkast niet met de hoofdschakelaar volledig spanningsvrij maken, of moet er aan het deel achter de hoofdzekering gewerkt worden, dan is dat werk voor een installateur of voor de netbeheerder. Daar zit geen beveiliging meer voor.

Ontbreekt de aarde in de bestaande installatie, zoals in oudere appartementen zonder aardleiding, dan stopt het klussen daar. Een buitenunit met een metalen behuizing aansluiten zonder aarde is geen optie, en het aanleggen van een nieuwe aardvoorziening vraagt om iemand die de hele installatie kan beoordelen.

Het koeltechnische deel van een airco of warmtepomp is voorbehouden aan iemand met een geldig F-gassen certificaat. Je mag de kabel trekken, de werkschakelaar hangen en de voeding aansluiten, maar de afsluiters op de buitenunit blijven dicht tot de monteur komt.

Hangt de buitenunit aan een gevel of op een dak waar je alleen met een ladder of een steiger bij komt, laat dat dan doen door iemand die daarvoor is uitgerust. Werken op hoogte met een boormachine en een kast in je andere hand is precies de combinatie waarbij het misgaat.

Verder lezen over dit onderwerp