Roodband: waarvoor je het gebruikt en hoe je ermee stuct
Roodband is een gipsgebonden hechtpleister voor binnen waarmee je een ruwe wand in één laag glad maakt, vanaf ongeveer 5 millimeter dik en in één keer tot ruwweg 3 centimeter. Het hecht direct op beton, metselwerk en gasbeton, mits je de ondergrond met de juiste voorstrijk hebt behandeld: stucprimer op zuigend werk, betoncontact op glad beton. Na het aanmaken heb je twintig tot dertig minuten om op te zetten en vlak te zetten, en daarna nog even om de laag glad te messen. Drogen duurt bij een normale laag een paar dagen, bij dikke lagen een week of langer.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Mortelkuip van 40 tot 90 liter, en een tweede emmer met schoon water
- Boormachine met lage toeren en een roerspiraal voor gips
- Roestvrijstalen pleisterspaan van ongeveer 28 cm
- Spaanbord of een mortelbord om de gips op te dragen
- Aluminium rei of h-profiel van 2 meter om af te reien
- Plamuurmes en een kleiner spackmes voor hoeken en kanten
- Schuurbord met stucschuurpapier, korrel 100 tot 120
- Kwast en verfroller voor de voorstrijk
- Kruislijnlaser of lange waterpas, plus een metseltouwtje
- Rolsteiger of een stevige werkbok voor plafondwerk
- Handschoenen en een stofbril
Materiaal
- Roodband in zakken van 25 kilo
- Stucprimer voor zuigende ondergronden
- Betoncontact voor glad, niet-zuigend beton
- Hoekprofielen en eventueel stucprofielen om op af te reien
- Gaasband of glasvliesband voor sleuven en naden
- Betonreparatiemortel of metselmortel voor diepe gaten
- Afdekfolie en schilderstape voor kozijnen en vloer
Wat roodband is en waarvoor je het gebruikt
Roodband is een hechtpleister op gipsbasis voor binnenwerk, in de handel bekend van Knauf en onder de Duitse naam Rotband. Het is gips met lijmstoffen en toeslagstoffen erin, waardoor het rechtstreeks op beton blijft plakken zonder dat je eerst een raaplaag nodig hebt. Waar het in het geheel van pleisters en afwerklagen thuishoort, lees je in ons overzicht over stucwerk en de pleisters die daarbij horen.
De toepassing is glad pleisterwerk: een ruwe wand van metselwerk, beton, gasbeton of kalkzandsteen in één laag vlak en glad maken. Je zet het op met een spaan, reit het af, en strijkt de laag daarna glad terwijl hij aantrekt. Wat je overhoudt is een wand die je kunt schilderen, behangen of betegelen.
Daarnaast is roodband het middel waarmee klussers leidingsleuven dichtzetten, gaten repareren en verspringingen wegwerken. Dat komt door de combinatie van hechtkracht en dikte: een dun afwerkgips kun je niet in een sleuf van twee centimeter kwijt, roodband wel. Voor wie een hele wand of een plafond onder handen neemt, is het meestal het eerste product waar je naar grijpt, en pas daarna komt eventueel een fijnere afwerklaag. Meer over de vervolgstappen aan een wand vind je bij het werk aan wanden en plafonds in het algemeen.
Roodband is nadrukkelijk binnenwerk. Gips en langdurig vocht gaan niet samen, dus gebruik het niet buiten, niet in een onverwarmde kelder met optrekkend vocht en niet in de directe douchehoek zonder waterdichte afwerking eroverheen.
Het verschil tussen roodband, geelband, goudband en MP75
De verwarring tussen deze vier producten is begrijpelijk, want uit de zak lijken ze sprekend op elkaar. Het verschil zit in de korrelgrootte, de laagdikte en de afwerking die je erop haalt.
Roodband en geelband zijn allebei hechtpleisters. Roodband is bedoeld voor glad pleisterwerk, geelband is een schuurgips die een fijn, wit schuureffect geeft als je hem met een vilt- of sponsbord naschuurt. Geelband of roodband is daarmee geen smaakkwestie maar een keuze die je maakt op het eindresultaat: wie een gladde wand wil om te schilderen of te betegelen, zit met geelband in het verkeerde product. In een badkamer kies je op de wanden liever roodband: schuurwerk is daar geen prettige afwerking en gaat slecht om met het vocht.
Goudband is grover en dikker: een raaplaag voor laagdiktes vanaf ongeveer 10 millimeter. Die grovere korrel geeft een natte laag snel stevigheid, waardoor je een dikke laag makkelijker vlak zet dan met een fijner product. Het smeert minder soepel, maar dat verlies je terug in het gemak waarmee je een dikke laag te pakken krijgt.
MP75 of roodband is de vraag die het vaakst terugkomt, en het antwoord hangt af van de oppervlakte die je in één keer wilt doen. MP75 is in de kern een machinepleister die ook met de hand wordt verwerkt. Het is lichter op je bord, het loopt soepeler uit en de totale werktijd is ongeveer een uur langer dan bij roodband. Wij hebben daar een dubbel gevoel bij: op een groot plafond is die extra tijd goud waard, maar op een wandje van vier vierkante meter sta je vooral te wachten tot je mag afwerken. Andersom kun je roodband niet door een pleistermachine halen, want daar loopt de slang op vast.
Wanneer je toch bij een ander product uitkomt
Staat de wand al vrijwel vlak en wil je hem alleen strak krijgen, dan is een dun afwerkgips zoals Knauf fix en finish als dunne afwerklaag genoeg en is roodband overdreven. Gaat het om een oude, zanderige of eerder gesausde wand die eerst gebonden moet worden, dan is renoband op moeilijke ondergronden de logischere keuze. En moet er een structuur op in plaats van glad werk, dan kom je uit bij een sierpleister zoals granol met zijn spuitstructuur.
| Product | Wat het is | Laagdikte | Waarvoor je het kiest | Werktijd na aanmaken |
|---|---|---|---|---|
| Roodband | Hechtpleister, pleistergips voor glad werk | Vanaf ongeveer 5 mm, in één laag tot circa 3 cm | Wanden en plafonds glad maken, sleuven en gaten dichtzetten | Ongeveer 20 minuten opzetten en vlak zetten, totaal circa 2 uur tot schuren |
| Geelband | Hechtpleister, schuurgips voor fijn schuurwerk | Vergelijkbaar met roodband, vanaf ongeveer 5 mm | Wit schuurwerk op wanden en plafonds in droge ruimtes | Vergelijkbaar met roodband |
| Goudband | Raapmortel met grovere korrel | Vanaf ongeveer 10 mm, in de praktijk lukt 7 mm ook | Dikke lagen, sterk ongelijke wanden uitvlakken | Vergelijkbaar met roodband, zet steviger op |
| MP75 | Machinepleistergips, ook handmatig te verwerken | Ongeveer 8 tot 30 mm, afhankelijk van de ondergrond | Grote vlakken, plafonds, wie langer wil kunnen doorwerken | Ongeveer 30 minuten opzetten en vlak zetten, totaal circa 3 uur |
| Fix en finish | Fijn afwerkgips en blokkenlijm | Dun, enkele millimeters | Laatste laagje op een al vlakke wand, spierwit uit de zak | Ongeveer 1 uur totaal |
| Stucpasta | Kant-en-klare pasta in een emmer | Zeer dun, tienden van millimeters tot 1 mm | Bestaand vlak stucwerk opfrissen en dichtzetten | Blijft in de emmer bruikbaar, droogt aan de wand |
Laagdikte: van vijf millimeter tot ongeveer drie centimeter
De maximale dikte van roodband ligt in één laag rond de 3 centimeter, en de minimale laagdikte die de fabrikant opgeeft is 5 millimeter. Die ondergrens is geen wet maar wel een verstandige grens: dunner opzetten kan, alleen krijg je een hele wand dan bijna niet snaarstrak, omdat je nergens speling hebt om oneffenheden mee weg te reien.
De bovengrens verschilt per merk en per land, dus lees wat er op jouw zak staat. Moet er meer dikte op dan de zak toestaat, dan werk je in twee gangen. De eerste laag laat je dan bewust ruw: kam hem uit met de tanden van een lijmkam of trek er met de punt van je spaan groeven in. Een spekgladde eerste laag geeft de tweede laag te weinig grip.
Denk ook aan de gelijkmatigheid van de dikte. Een wand die onderaan 2 millimeter en bovenaan 11 millimeter dik wordt, droogt ongelijk en dat zie je later terug, zeker onder tegelwerk. Zit er een verspringing in de ondergrond, breng dan de hele wand naar dezelfde dikte in plaats van de laag te laten aflopen. Dat kost een halve zak extra en scheelt een hoop ergernis.
| Situatie | Werkbare laagdikte | Hoe je het aanpakt |
|---|---|---|
| Vlakke betonwand glad maken | 5 tot 10 mm | Betoncontact vooraf, in één laag opzetten en afreien |
| Metselwerk met normale onvlakheid | 10 tot 20 mm | Stucprimer vooraf, op stucprofielen afreien |
| Sterk ongelijke wand of verspringing | 20 tot 30 mm | In twee lagen, eerste laag uitkammen en laten drogen |
| Meer dan 30 mm nodig | Buiten het bereik van gips alleen | Eerst uitvlakken met metsel- of raapmortel, daarna roodband |
| Leidingsleuf dichtzetten | Minimaal 5 mm dekking op de buis | Sleuf bevochtigen of voorstrijken, gaasband indrukken |
| Gat waar een halve steen uit is | Te diep voor gips alleen | Steen terugzetten of vullen met reparatiemortel, dan afsmeren |
| Plafond glad maken | 5 tot 15 mm | Dunner houden dan op een wand, gips boven je hoofd valt makkelijk terug |
Vijf millimeter dekking op een elektrabuis is echt de ondergrens. Zit er minder gips op de buis, dan tekent de sleuf zich af zodra de wand werkt en krijg je een haarscheur precies boven de leiding. Hak de sleuf liever een centimeter dieper uit dan dat je met twee millimeter dekking gaat gokken.
Voorstrijken onder roodband: welke primer hoort bij welke ondergrond
Voorstrijken en primeren zijn twee verschillende dingen, en dat verschil bepaalt welk emmertje je nodig hebt voordat de roodband erop gaat. Voorstrijken doe je om de zuiging van een ondergrond af te remmen. Primeren doe je om een gladde, niet-zuigende ondergrond hechting te geven. Grijp je mis, dan wordt je stuclaag poederig of laat hij plaatselijk los.
Een zuigende ondergrond herken je met een plantenspuit. Sproei een paar keer op de muur: trekt het water binnen enkele seconden weg, dan zuigt de wand en heb je een stucprimer nodig, meestal geel van kleur. Blijft het water eroverheen lopen en druipt het na vijf keer sproeien nog steeds naar beneden, dan is de wand niet zuigend en gebruik je betoncontact, het roze of rode spul met kwartskorrels erin.
Laat je niet verleiden door een emmer voorstrijk die je nog in de schuur hebt staan. Op veel emmers staat letterlijk dat ze bedoeld zijn voor latex en niet voor pleisters en structuurverf. Zo'n voorstrijk vormt een filmpje waar gips juist slecht op hecht. Lees op de verpakking of gips wordt uitgesloten, en of de ondergrond die jij hebt erbij staat.
Op gipsplaten hoef je in principe niet voor te strijken, want de kartonlaag zuigt beperkt. Toch strijken wij zelf grote vlakken wel voor. Bij een plafond van meer dan veertig vierkante meter is de zekerheid dat de gips overal even lang open blijft meer waard dan de twintig minuten die het kost.
| Ondergrond | Zuigt de wand? | Voorbehandeling | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Baksteen en metselwerk | Ja, sterk | Stucprimer, bij zeer poreus werk twee keer | Voegen eerst uitkrabben als ze los zitten |
| Kalkzandsteen | Ja, matig tot sterk | Stucprimer | Stof afborstelen voordat je de primer aanbrengt |
| Gladde betonwand of betonvloerplaat | Nee | Betoncontact | Ontkistingsolie eerst wegnemen, anders hecht niets |
| Gasbeton of Ytong | Ja, zeer sterk | Stucprimer, verdund voorstrijken en laten drogen | Zonder primer trekt het blok het water uit je gips |
| Gipsplaten | Beperkt | Niet strikt nodig, bij grote vlakken wel doen | Naden eerst vullen en met band afwerken |
| Bestaand, vast stucwerk | Wisselend | Stucprimer na de plantenspuittest | Losse plekken eerst wegbikken tot je vast werk voelt |
| Geverfde wand, niet-latex | Nauwelijks | Grof opschuren, daarna betoncontact | Laat de verf los, dan moet hij er eerst helemaal af |
| Purschuim in gaten | Nee | Ongeschikt als drager, stucnet aanbrengen | Liever uitvullen met mortel dan met pur |
Laat de voorstrijk echt drogen voordat je gips aanmaakt. Een wand die nog nat glimt geeft een laag die aan de bovenkant al hard is terwijl hij eronder nog papperig is, en dat merk je pas als je hem probeert vlak te zetten.
Roodband aanmaken en op de wand zetten
Aanmaken doe je in deze volgorde: eerst schoon, koud water in de kuip, dan de gips erin strooien. Andersom werken geeft klonten die je er nooit meer helemaal uit krijgt. Reken op ongeveer vijftien liter water op een zak van 25 kilo, maar houd aan wat op jouw zak staat, want de waterbehoefte verschilt met de korrelgrootte.
Strooi de gips in tot er eilandjes boven het water uitkomen en laat het geheel één tot drie minuten staan. In die tijd trekt het poeder zich vol water en dat maakt het mengen veel makkelijker. Roer daarna met een roerspiraal op lage toeren tot je een gladde massa hebt zonder klonten. Meng niet langer dan nodig, want elke extra minuut roeren kost je verwerkingstijd.
Vanaf dat moment loopt de klok. Roodband geeft je grofweg twintig minuten om op te zetten en vlak te zetten, en daarna heb je nog even om de laag glad te messen terwijl hij aantrekt. Maak dus niet meer aan dan je in dat tijdvak kwijt kunt: voor de eerste keer is een halve zak in de kuip verstandiger dan een hele.
Bij het opzetten bepaalt de hoek van je spaan de laagdikte. Hoe platter je de spaan tegen de wand houdt en hoe harder je drukt, hoe dunner de laag. Werk van beneden naar boven, in banen die je laat overlappen, en reit daarna af met een rei die je zigzaggend omhoog trekt over je stucprofielen. Wat je afreit gooi je terug op het bord en gebruik je weer.
Meng aangetrokken gips nooit terug met extra water. Zodra de binding op gang is, kun je die niet opnieuw starten. Wat je aanmaakt is dan wel weer smeerbaar, maar de laag blijft zacht en poederig en laat later los. Gooi de rest weg en maak vers aan.
Hoe je roodband vlak zet, glad mest en naschuurt
Na het afreien laat je de roodband aantrekken tot de laag niet meer inzakt onder lichte druk maar nog wel meegeeft. Dat moment herken je aan het oppervlak: de glans trekt weg en de wand ziet er dof uit. Nu haal je de restjes en de reischade weg met je spaan en breng je waar nodig nog een dun laagje aan.
De echte gladheid komt in de fase daarna. Zolang de wand nog staat te zweten en er vochtparels op staan, kun je hem messen: met een schone, natte roestvrijstalen spaan strijk je in lange halen over het oppervlak. Het gips wordt daar even zacht van en sluit zich, en het resultaat is spekglad. Wie dat goed doet, heeft achteraf nauwelijks nog schuurwerk en meestal ook geen extra afwerklaag nodig.
Wacht je te lang, dan wordt het messen zwaar en trek je krassen in plaats van dat je sluit. Wacht je te kort, dan duw je de nog weke laag opzij en krijg je golven. Dat gevoel voor timing is precies het stuk dat je niet uit een uitleg haalt, dus begin op een wand achter een kast en niet in de woonkamer.
Blijven er kleine putjes en krasjes over, dan schuur je die na met een schuurbord en korrel 100 tot 120 zodra de wand droog is. Ga niet over een halfdroge wand met schuurpapier: je smeert de nog vochtige gips dan dicht in plaats van hem af te nemen. Hoe het eindresultaat er in de verschillende afwerkingen uitziet, zie je bij gestucte wanden en de afwerkingen die daarbij horen.
Sleuven, gaten en beschadigingen dichtzetten
Voor reparatiewerk is roodband bijna altijd het juiste product, want het hecht goed en je kunt er dikte mee maken. Op een paar dingen moet je wel letten, anders tekent de reparatie zich na een half jaar alsnog af.
Maak een leidingsleuf eerst stofvrij en dan licht vochtig, of geef hem een laagje voorstrijk. Een kurkdroge sleuf trekt het aanmaakwater zo hard uit de gips dat je een krimpscheur in de lengte krijgt. Smeer de sleuf daarna vlak dicht, druk gaasband in de natte gips en smeer die net dicht. De fabrikant schrijft dat gaas bij sleuven niet voor, maar wij doen het toch: het kost een euro en het is precies de plek waar spanning in de wand samenkomt. Wanneer weefsel echt onmisbaar wordt, staat bij glasband over scheuren en naden.
Grote gaten vullen met roodband gaat prima tot ongeveer de maximale laagdikte, dus tot een centimeter of drie. Zit er een gat waar een halve steen uit is gekomen, dan is dat te diep voor gips. Zet de steen terug met metselmortel of lijm, of vul het gat op met betonreparatiemortel, en smeer het pas na drogen af met roodband. Gips in een diep gat scheurt, krimpt en blijft zacht in de kern.
Ga je daarna de hele wand stucen, dan is de volgorde: gaten dichten, laten drogen, opnieuw voorstrijken, en dan pas de wand smeren. Die tussentijdse primer wordt vaak overgeslagen, terwijl verse gips juist behoorlijk zuigt.
Roodband over purschuim
Gaten in metselwerk die met purschuim zijn gevuld, zijn geen goede drager voor gips. Pur werkt, veert en heeft een gesloten huid waar roodband nauwelijks grip op krijgt. Het gevolg is dat de stuclaag boven de pur later loskomt of scheurt.
Wil of moet je er toch overheen, snijd de pur dan minimaal een centimeter terug ten opzichte van het wandoppervlak en haal de gladde huid eraf. Leg daarna een stucnetje over de plek dat je aan weerszijden in de vaste ondergrond verankert. Beter is om de gaten met metsel- of reparatiemortel te vullen en de pur te bewaren voor isolatie en het vastzetten van kozijnen.
Hoe lang roodband moet drogen
Roodband bindt binnen enkele uren af, maar afgebonden en droog zijn twee verschillende dingen. Het gips is na een halve dag hard, terwijl het aanmaakwater er dan nog grotendeels in zit. Dat water moet eruit voordat je verder mag met tegels, verf of behang.
Een normale laag van vijf tot tien millimeter is bij een verwarmde, goed geventileerde ruimte in twee tot vier dagen droog. Een dikke laag van twee tot drie centimeter kan een week of langer nodig hebben, en in een koude ruimte zonder luchtverversing wordt dat aanmerkelijk meer. Zet de verwarming aan en zet ramen op een kier: bewegende lucht doet meer dan warmte alleen.
Je ziet de voortgang aan de kleur. Nat gips is donker en vlekkerig, droog gips is licht en egaal. Staan er nog vochtparels op het oppervlak of voelt de wand koud en klam aan, dan is hij nog niet zover. Een tweede laag gips mag erop zodra de eerste laag weer vocht kan opnemen, dus zodra hij overal lichter is geworden. Voor verf, tegels en behang wacht je op volledig droog. De verschillen per afwerking staan in ons overzicht over de droogtijd van stucwerk per situatie, en de tijden per materiaal zoek je op in de tabel met droogtijden per materiaal.
| Fase | Bij 5 tot 10 mm | Bij 20 tot 30 mm | Waar je aan ziet dat het zover is |
|---|---|---|---|
| Aantrekken, klaar om te messen | 20 tot 60 minuten | 30 tot 90 minuten | De glans trekt weg, de laag geeft nog net mee |
| Hard, niet meer in te drukken | 3 tot 6 uur | 4 tot 8 uur | Je nagel laat geen afdruk meer achter |
| Klaar voor een tweede gipslaag | 1 tot 2 dagen | 2 tot 4 dagen | De wand is overal lichter van kleur geworden |
| Schuurbaar zonder dichtsmeren | 2 tot 3 dagen | 4 tot 7 dagen | Het schuurpapier neemt stof af in plaats van pasta |
| Klaar om te tegelen | 3 tot 5 dagen | 7 tot 14 dagen | Egaal licht, koudeaanvoelen is weg |
| Klaar om te schilderen of behangen | 5 tot 7 dagen | 10 tot 21 dagen | Geen donkere plekken meer, ook niet in de hoeken |
Een bouwdroger of ventilatorkachel vlak op een verse wand is geen goed idee. De buitenkant droogt dan dicht terwijl er binnenin nog water zit, met barsten en zachte plekken als gevolg. Een gewone ventilator die de lucht in de ruimte in beweging houdt, werkt beter en is minder ruw.
Afwerken: schilderen, behangen of tegelen op roodband
Goed gemest roodband is glad genoeg om direct te schilderen. Zet de wand eerst in een voorstrijk voor zuigende ondergronden, want vers gips zuigt de eerste laag verf weg en dat geeft glansverschillen. Daarna een verdunde grondlaag en twee dekkende lagen muurverf.
Wil je het nog strakker, dan komt er een dun afwerkgips of een pasta overheen. Een emmer stucpasta om een wand egaal dicht te zetten is daarvoor de makkelijkste weg, en wat je van de kant-en-klare variant mag verwachten staat bij Knauf stucpasta en zijn verwerking. Denk er wel aan dat je die pasta alleen flinterdun aanbrengt: het is afwerking, geen vulling.
Tegelen op roodband kan gewoon, en dat is meteen de reden om in een badkamer voor roodband en niet voor geelband te kiezen. Voor tegelwerk hoef je de wand niet glad te schuren, want een licht ruwe laag hecht juist beter. Wat wel moet: de wand echt droog laten worden, hem voorstrijken met een primer die geschikt is voor gips onder tegellijm, en in natte hoeken een afdichtlaag aanbrengen. Gips en staand water gaan slecht samen, en dat verandert een tegel eroverheen niet.
Behangen mag ook, met dezelfde voorwaarden: droog, voorgestreken en stofvrij. Zwaar vinylbehang op een verse, nog zuigende gipswand laat aan de naden los, dus wacht liever een week te lang dan twee dagen te kort.
Zo stuc je een wand met roodband
Deze volgorde werkt voor een normale binnenwand van metselwerk, beton of gasbeton.
-
Beoordeel en repareer de ondergrond
Klop de wand af en bik alles weg wat hol klinkt of loslaat. Vul diepe gaten met metsel- of reparatiemortel en laat die drogen. Gips is geen vulmiddel voor holtes van meer dan drie centimeter, dus wat te diep is los je eerst op met een ander materiaal.
-
Test de zuiging en breng de juiste voorstrijk aan
Sproei met een plantenspuit op de wand. Trekt het water snel weg, dan gebruik je stucprimer. Loopt het eroverheen, dan is de wand niet zuigend en pak je betoncontact. Laat de voorstrijk volledig drogen, want een natte primer verstoort het uitharden van de gips.
-
Zet je hoeken en je dikte uit
Plaats hoekprofielen en zet zo nodig stucprofielen in het lood, uitgelijnd met een kruislijnlaser of een lange waterpas en een strak gespannen touwtje. Die profielen bepalen straks je laagdikte en zijn het houvast waar je je rei overheen trekt. Werk je aan een plafond, gebruik dan een rolsteiger of een stevige werkbok en geen omgekeerd kratje.
-
Maak niet meer gips aan dan je kwijt kunt
Doe eerst koud water in de kuip en strooi daar de roodband in tot er eilandjes boven staan. Laat het een paar minuten doorweken en meng het dan op lage toeren klontvrij. Voor je eerste wand is een halve zak per keer prettiger dan een hele, want je hebt ongeveer twintig minuten voordat de massa aantrekt.
-
Zet de gips op en breng hem op dikte
Werk in banen van beneden naar boven en laat elke baan de vorige overlappen. De hoek van je spaan en de druk die je geeft bepalen hoe dik de laag wordt, dus houd die zo gelijk mogelijk. Zet de hele wand in dezelfde dikte op en laat de laag nergens aflopen.
-
Reit de wand af
Trek de rei zigzaggend omhoog over je profielen en neem het overschot weg. Wat eraf komt gooi je terug op je bord en gebruik je opnieuw. Vul de plekken die te dun zijn meteen bij en reit daar nog een keer overheen, zolang de gips nog soepel is.
-
Mes de laag glad terwijl hij zweet
Wacht tot de glans van het oppervlak wegtrekt en de laag nog net meegeeft. Ga er dan met een schone, natte roestvrijstalen spaan in lange halen overheen. Het gips sluit zich en wordt spekglad. Krijg je krassen in plaats van gladheid, dan ben je te laat en kun je het beter laten drogen en naschuren.
-
Laten drogen en pas daarna afwerken
Ventileer de ruimte en houd hem op kamertemperatuur. Schuur kleine oneffenheden weg zodra de wand licht en egaal van kleur is. Wacht met verf, behang of tegels tot de wand echt droog is, ook in de hoeken en achter de deur.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de eerste kuip aanmaakt
Uit de praktijk
Leidingsleuven met nauwelijks dekking op de buis
In een overloop waren sleuven gehakt voor flexibele elektrabuis, maar op een paar plekken bleef er nog geen halve centimeter over tussen buis en wandoppervlak. De vraag was of dat met roodband dicht kon zonder dat je het later terug zou zien.
De aanpak die hier werkte: eerst de sleuven uitzuigen en licht bevochtigen, zodat de kurkdroge steen het aanmaakwater niet meteen wegtrok. Daarna de sleuf vlak dichtsmeren met roodband, gaasband in de natte gips drukken en die net dichtsmeren. Op de krapste plekken is de sleuf alsnog een centimeter dieper gehakt, want onder de vijf millimeter dekking is een krimpscheur boven de buis vrijwel niet te voorkomen. Op de plekken waar het gaas is toegepast, moest de hele wand daarna wel worden bijgewerkt, want dat weefsel geeft een verdikking die je door een dun laagje heen blijft zien.
Een slaapkamermuur vol gaten na het verwijderen van behang
Na het strippen van een oude behanglaag bleef er een wand over met tientallen kleine gaten, een paar grote, en plekken waar het pleisterwerk was meegekomen. In één gat zat zelfs een halve steen los achter het stucwerk vandaan.
Wat hier goed uitpakte: het diepe gat is eerst gevuld met betonreparatiemortel en de losse steen is teruggezet in plaats van hem met gips te vullen. Drie centimeter is voor roodband de bovengrens, en dit gat was dieper. Daarna zijn de korrelige, stoffige randen behandeld met een diepgronder, zijn de gaten met roodband afgesmeerd en is alles een dag laten drogen. Pas daarna kreeg de hele wand opnieuw een voorstrijk en de uiteindelijke laag van ongeveer vijf millimeter. Die tweede primerbeurt over de verse reparaties werd bijna vergeten, terwijl vers gips juist flink zuigt.
Een wand die na 24 uur nog stond te zweten
Een keukenwand van ongeveer acht vierkante meter was met roodband gestuct op afgekapt metselwerk, met een laagdikte die varieerde van één tot ruim drie centimeter. Het werk was met stucprofielen en een laser mooi in het lood gezet. Een dag later stonden er nog vochtparels op de wand en was de vraag of de afwerklaag en de tegels erop konden.
Het antwoord was nee, en dat kostte bijna een week wachten. Bij zo'n laagdikte zit er veel aanmaakwater in de wand en dat wil er eerst uit. Wel was dit precies het moment waarop de wand nog te messen was: zolang hij zweet, wordt het oppervlak onder een natte spaan weer even zacht en sluit het zich spekglad. Daarmee was de geplande extra afwerklaag helemaal niet meer nodig geweest, want met roodband kun je dezelfde gladheid halen als met een fijn afwerkgips.
Een badkamerwandje met een verspringing van negen millimeter
In een klein badkamertje was oud tegelwerk gesloopt. Tot 140 centimeter hoogte zat nog een keiharde cementlaag van ongeveer negen millimeter, daarboven was de wand geverfd en ruw. Er moest opnieuw getegeld worden, en een voorzetwand was geen optie omdat de ruimte daar te klein voor was.
De verleiding was om de bovenste helft dik op te zetten en de laag naar beneden toe uit te laten lopen tot twee millimeter. Dat gaat mis: een aflopende dikte droogt ongelijk en tekent zich later af in het tegelwerk. Wat wel werkte was de hele wand in één gelijkmatige dikte brengen, waarbij het onderste deel ook zijn minimale laag kreeg. De geverfde bovenkant is eerst grof opgeschuurd en met betoncontact behandeld, het cementbed alleen voorgestreken. Geelband is hier bewust niet gebruikt, want schuurwerk hoort niet op een badkamerwand.
Veelgemaakte fouten
Het water bij het poeder gieten in plaats van andersom
Wie de gips in de kuip gooit en er daarna water bij schenkt, houdt droge klonten over die zich niet meer laten mengen. Die klonten kom je vervolgens onder je spaan tegen en trekken strepen door je verse laag. Water eerst, poeder erin strooien, even laten doorweken en dan pas mengen.
Een hele zak aanmaken terwijl je twintig minuten hebt
Roodband trekt sneller aan dan de meeste mensen verwachten. Wie 25 kilo tegelijk aanmaakt en er niet vlot genoeg mee is, staat na een kwartier met een kuip stijve gips die alleen nog naar de container kan. Werk met halve zakken tot je weet hoeveel meters je in die tijd haalt.
Aangetrokken gips terugmengen met extra water
De massa wordt weer smeerbaar en dat voelt als een oplossing, maar de binding is dan al gestart en die start niet opnieuw. De laag blijft zacht, poederig en zonder hechting, en komt er over een paar maanden gewoon weer af. Weggooien is hier goedkoper dan opnieuw stucen.
De verkeerde voorstrijk gebruiken
Een emmer met de tekst voorstrijk voor latex is niet bedoeld voor pleisters, en een primer voor beton doet niets op een zuigende bakstenen muur. Op zuigend werk gebruik je stucprimer, op glad beton betoncontact. Grijp je mis, dan verbrandt je gips of laat de laag plaatselijk los.
Direct over purschuim stucen
Pur veert, werkt en heeft een gladde huid waar gips slecht op hecht. De stuclaag boven zo'n purplek scheurt of komt los. Vul gaten in metselwerk met mortel, en moet de pur toch blijven zitten, snijd hem dan terug en zet er een stucnet overheen dat in de vaste ondergrond verankerd is.
De laag laten aflopen bij een verspringing
Een wand die van elf millimeter naar twee millimeter afloopt, droogt ongelijk en houdt zichtbaar verschil in kleur en hardheid. Onder tegelwerk zie je het terug in de vlakheid. Breng de hele wand naar één dikte, ook als dat een extra zak kost.
Te vroeg schuren of tegelen
Schuurpapier op een halfdroge wand smeert de gips dicht in plaats van hem af te nemen, en tegellijm op een vochtige gipslaag hecht slecht. Wacht tot de wand overal egaal licht van kleur is. Bij dikke lagen is dat gewoon een week of langer.
Zakken uit verschillende partijen op één wand
Tussen partijen zit soms verschil in kleur, waterbehoefte en de snelheid waarmee het gips opzet. Dat merk je als de ene kuip veel sneller aantrekt dan de vorige, of als er een schaduwverschil in de droge wand zit. Koop voor één wand liever een paar zakken te veel uit dezelfde levering.
Veelgestelde vragen
Wat is roodband precies?
Roodband is een hechtpleister op gipsbasis voor binnen, ook bekend onder de Duitse naam Rotband. In het poeder zitten lijm- en toeslagstoffen die ervoor zorgen dat het rechtstreeks op beton, metselwerk en gasbeton blijft plakken. Je gebruikt het om ruwe wanden en plafonds in één laag glad te maken, en om sleuven, gaten en verspringingen dicht te zetten. Het is nadrukkelijk geen buitenproduct.
Wat is het verschil tussen roodband en geelband?
Beide zijn hechtpleisters, maar ze zijn voor een ander eindresultaat gemaakt. Roodband is een pleistergips voor glad werk: je mest hem glad en schildert, behangt of betegelt daarna. Geelband is een schuurgips die je naschuurt met een vilt- of sponsbord en die een fijn wit schuureffect geeft. Voor een gladde wand, en zeker voor een badkamerwand, kies je roodband. Kies geelband alleen als je bewust schuurwerk wilt in een droge ruimte.
Goudband of roodband: waar zit het verschil?
Goudband is een raapmortel met een grovere korrel, bedoeld voor laagdiktes vanaf ongeveer 10 millimeter. Roodband is fijner en begint bij ongeveer 5 millimeter. Die grove korrel geeft een natte laag snel stevigheid, waardoor je een dikke laag makkelijker vlak zet. Roodband smeert daarentegen soepeler bij dunnere lagen. Moet er meer dan een centimeter op, dan is goudband prettiger werken; blijf je daaronder, dan pak je roodband.
Roodband of MP75, wat kies je als klusser?
MP75 is een machinepleister die je ook met de hand kunt verwerken. Het is lichter op je bord, smeert soepel uit en geeft je grofweg een uur meer totale werktijd dan roodband. Op een groot plafond of een woonkamerwand is dat prettig, want je kunt in één keer veel meters opzetten. Op een klein vlak sta je met MP75 vooral te wachten voordat je mag afwerken, en dan is roodband praktischer. Wat niet gaat: roodband door een pleistermachine halen, want daar loopt de slang op vast.
Wat is de maximale dikte van roodband?
In één laag houd je ongeveer 3 centimeter aan als bovengrens, en de minimale laagdikte is ongeveer 5 millimeter. Die getallen verschillen per merk en per land, dus lees de zak die je in handen hebt. Moet er meer dikte op, werk dan in twee lagen en laat de eerste laag bewust ruw door hem uit te kammen, zodat de tweede laag hechting heeft. Is er meer dan drie centimeter aan holte te vullen, gebruik dan eerst metsel- of reparatiemortel.
Hoe lang moet roodband drogen?
Het gips is na drie tot zes uur hard, maar dan is het nog niet droog. Een laag van vijf tot tien millimeter is in een verwarmde, geventileerde ruimte na twee tot vier dagen droog. Een laag van twee tot drie centimeter kan een week of meer nodig hebben. Je ziet het aan de kleur: nat gips is donker en vlekkerig, droog gips is licht en egaal. Een tweede gipslaag mag erop zodra de wand overal lichter is, voor verf en tegels wacht je op volledig droog.
Welke voorstrijk gebruik je onder roodband?
Dat hangt af van de zuiging van de wand. Sproei met een plantenspuit: trekt het water binnen enkele seconden weg, dan is de wand zuigend en gebruik je een stucprimer, meestal geel van kleur. Blijft het water eroverheen lopen, dan is de ondergrond niet zuigend en gebruik je betoncontact, herkenbaar aan de roze of rode kleur en de kwartskorrels erin. Gebruik geen voorstrijk waarop staat dat hij voor latex is en niet voor pleisters, want daar hecht gips slecht op.
Kun je gipsplaten stucen met roodband?
Dat kan, al is het vaak zwaarder dan nodig. Gipsplaten zijn al vlak, dus een dun afwerkgips of een pasta volstaat meestal. Wil je toch met roodband werken, vul dan eerst de naden en werk ze af met band. Voorstrijken is bij gipsplaten niet strikt nodig, maar op grote vlakken doen wij het wel: dat geeft de zekerheid dat de gips overal even lang open blijft en dat scheelt kleurverschil in het eindwerk.
Hecht roodband op pur?
Niet betrouwbaar. Purschuim heeft een gladde, gesloten huid waar gips weinig grip op krijgt, en het schuim veert bij beweging in de constructie. Het resultaat is een stuclaag die boven de purplek scheurt of loskomt. Moet je er toch overheen, snijd de pur dan een centimeter terug, haal de huid eraf en breng een stucnet aan dat je aan weerszijden in de vaste ondergrond verankert. Beter is om gaten in metselwerk met mortel te vullen.
Kun je grote gaten vullen met roodband?
Tot ongeveer de maximale laagdikte, dus tot een centimeter of drie, gaat dat prima. Dieper wordt het onbetrouwbaar: gips in een diepe holte krimpt, scheurt en blijft in de kern zacht. Zit er een gat waar een halve steen uit is gekomen, zet die steen dan terug met mortel of vul het gat met betonreparatiemortel. Laat die vulling drogen, geef de plek voorstrijk en smeer hem daarna pas af met roodband.
Kun je tegelen op roodband?
Ja, en dat is precies de reden om in een badkamer voor roodband en niet voor geelband te kiezen. Schuren hoeft niet, want een licht ruwe laag geeft de tegellijm juist grip. Wacht wel tot de wand volledig droog is, breng een voorstrijk aan die geschikt is voor gips onder tegellijm en zorg in de douchehoek voor een waterdichte afdichting. Gips en staand water gaan slecht samen, en een tegel eroverheen verandert dat niet.
Hoeveel roodband heb je per vierkante meter nodig?
Reken op ongeveer 8 tot 9 kilo per vierkante meter bij een laagdikte van 1 centimeter. Een zak van 25 kilo doet daarmee grofweg 3 vierkante meter bij 10 millimeter, en ruwweg 5 tot 6 vierkante meter bij 5 millimeter. Op de zak staat het exacte verbruik voor jouw product. Koop liever een zak te veel dan te weinig, en dan wel uit dezelfde partij, want tussen leveringen zit soms verschil in kleur en opzettijd.
Wanneer je beter een vakman belt
Een enkele wand met roodband stucen is werk dat je met wat oefening zelf kunt doen. Het eerste vlak wordt zelden meteen goed, maar dat is een kwestie van timing leren en niet van vakbekwaamheid die je mist. Er zijn wel situaties waarin je beter iemand belt.
Een groot plafond is er zo een. Gips boven je hoofd opzetten vraagt kracht, snelheid en routine, en je werkt daarbij op hoogte. Doe dat vanaf een rolsteiger of een stevige werkbok, nooit vanaf een kratje of een wankele ladder, en huur liever een stucadoor in dan dat je dit als eerste klus uitkiest.
Van een wand met vochtproblemen blijf je af tot die is opgelost. Blijft er na weken een donkere plek staan, of komt er zout uitslag door de laag heen, dan zit er optrekkend of doorslaand vocht in de constructie. Gips erover smeren maakt het probleem onzichtbaar en daarna erger; de oorzaak moet eerst weg.
Dan is er nog oud werk waarvan je de samenstelling niet kent. In woningen van voor 1994 kun je onder pleisterwerk of tegen plafonds asbesthoudende platen tegenkomen. Ga daar niet in bikken of boren voordat je zeker weet wat het is, en laat het bij twijfel onderzoeken. Datzelfde geldt voor terugkerende scheuren die diagonaal door de wand lopen: dat is zetting in de constructie en geen stucwerkprobleem.