Tussenwand plaatsen: van uitzetten tot afwerken
Bekijk de informatie en links bij deze gids
Een tussenwand plaatsen is voor het grootste deel voorbereiding: uitzoeken of de vloer het gewicht aankan, de wand haaks en waterpas uitzetten, en pas daarna profielen zetten. Een lichte wand van metalstudprofielen met gipsplaat weegt rond de 25 kilo per vierkante meter en kan bijna overal staan, gipsblokken en gasbetonblokken wegen twee tot vier keer zoveel en horen niet zomaar op een houten zoldervloer. Komt er een deur in, dan bepaal je de sparing voordat je de eerste profielen vastzet, want achteraf verschuiven kost je de hele wand.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Kruislijnlaser of een lange waterpas van 180 cm
- Schietlood of een lood met touw voor de overzet naar het plafond
- Rolmaat, timmermanspotlood en een lange rei
- Blikschaar of profielschaar voor metalstudprofielen
- Accuschroefmachine met dieptestop en bit PH2
- Boorhamer met steenboor 6 mm voor de aanhechting aan vloer en wand
- Afbreekmes met verse segmenten en een gipsplaatrasp
- Gatenzaag 68 mm voor de inbouwdozen
- Plaatlichter of een koevoetje met een houtje eronder
- Plamuurmessen van 15 en 25 cm en een voegspaan
Materiaal
- Metalstud kantprofielen (MSH) en verticale profielen (MSV) in 50, 75 of 100 mm
- Of houten regels van 45x70 of 45x95 mm, droog en recht
- Gipsplaat 12,5 mm, vochtwerend waar water komt
- Zelfklevende kimband of akoestische band onder de kantprofielen
- Nagelpluggen 6x40 mm en snelbouwschroeven 25 en 35 mm
- Minerale wol in de dikte van het profiel
- Voegvuller, papieren wapeningsband en hoekprofielen
- Multiplex 18 mm voor de houtinleg op ophangplekken
- Inbouwdozen voor holle wanden en flexibele buis 19 mm
Welke opbouw past bij deze ruimte
De eerste keuze gaat niet over materiaal maar over gewicht en over wat je met de wand wilt. Een lichte wand van staalprofielen met gipsplaat is snel gebouwd, laat zich vullen met isolatie en is later zonder sloopwerk weer weg te halen. Een gemetselde of gelijmde wand voelt massiever aan en houdt beter stand tegen stoten, maar hij belast de vloer zwaar en je kunt er geen leidingen in wegwerken zonder te frezen.

Ga voordat je kiest na waar de wand op staat. Op een betonvloer op de begane grond kan vrijwel alles, op een houten verdiepings- of zoldervloer wordt het een rekensom. De rest van de opbouw, van plaatkeuze tot afwerking, bouwt voort op de basis die we bij werken met gipsplaat en wanden beschrijven.
Wil je de wand vooral voor rust in huis, dan is een lichte wand met wol ertussen meestal beter dan een massieve wand van gelijke dikte. Dat voelt tegenstrijdig, maar een veerkrachtige opbouw met twee losse schillen dempt geluid beter dan één stijve plaat steen. Metsel je liever in kalkzandsteen, dan gelden de regels van metselwerk, inclusief een rollaag boven de deuropening.
| Opbouw | Totale dikte | Gewicht per m2 | Sterk in | Minder geschikt voor |
|---|---|---|---|---|
| Metalstud 50 mm, enkel beplaat met 12,5 mm | 75 mm | Ongeveer 22 kg | Snelle kamerdeling, leidingen wegwerken, houten vloeren | Wanden hoger dan ongeveer 2,6 meter zonder extra maatregelen |
| Metalstud 75 mm, dubbel beplaat met 12,5 mm | 125 mm | Ongeveer 40 kg | Slaapkamerwand waar je geluid wilt dempen, hogere wanden | Ruimtes waar elke centimeter telt |
| Houten regelwerk 45x70 mm met gipsplaat | 95 mm | Ongeveer 25 kg | Zolder met schuine aansluitingen, dingen ophangen | Geluidsisolatie, want hout is stijver dan een stalen profiel |
| Gipsblokken 70 mm, gelijmd | 70 mm plus stucwerk | 60 tot 70 kg | Vlakke wand zonder plaatnaden, spijkervast | Houten vloeren, leidingwerk, later weer weghalen |
| Gasbetonblokken 70 mm | 70 mm plus stucwerk | 40 tot 50 kg | Zagen en frezen met handgereedschap, lichter dan gips | Zware ophangpunten, want het materiaal is zacht |
| Kalkzandsteen 100 mm, gemetseld | 100 mm plus stucwerk | 150 tot 180 kg | Massief geluid dempen, dragende toepassing na berekening | Alles boven de begane grond zonder constructief advies |
Twijfel je tussen twee diktes, kies dan de dikkere profielmaat en niet de dikkere plaat. Een breder profiel geeft ruimte voor dikkere isolatie en voor een inbouwdoos met lasruimte, en dat kost je maar twee tot vijf centimeter kamerbreedte.
Mag de wand hier staan en kan de vloer het hebben
Een niet-dragende scheidingswand in je eigen woning zet je in de regel zonder vergunning neer. Het gaat mis op twee andere punten: wat de vloer aankan, en of de kamers die je overhoudt nog voldoen als slaapkamer.
Reken het gewicht per strekkende meter uit in plaats van per vierkante meter, want dat is wat de vloerbalk onder de wand te verduren krijgt. Een metalstudwand van 22 kilo per vierkante meter en 2,4 meter hoog drukt met ruim 50 kilo per strekkende meter op de vloer. Bij gipsblokken van 70 millimeter is datzelfde getal al snel 160 kilo, en dan reken je de stuclaag nog niet mee. Op een houten vloer is dat verschil bepalend.
Ga daarnaast na wat je met de deling doet aan daglicht en ventilatie. Deel je een slaapkamer met één raam in tweeën, dan houd je een kamer zonder raam over. Die ruimte telt niet mee als volwaardige slaapkamer, en bij verkoop of verhuur kan dat een probleem worden. Zorg ook dat de rookmelder op die verdieping na de verbouwing nog steeds hoorbaar is in beide kamers.
Loopt de wand tot tegen een bestaande wand die je wilt doorbreken, dan is dat een ander verhaal. Een opening in een dragende wand vraagt om een berekende oplegging, en hoe je die maakt lees je bij het plaatsen van een latei boven een doorbraak.
| Ondergrond | Lichte wand met staalprofiel | Gasbetonblokken | Gipsblokken of steen |
|---|---|---|---|
| Betonvloer begane grond | Overal, ook los van de balklaag | Overal | Overal |
| Betonnen verdiepingsvloer | Overal | Meestal geen bezwaar | Navragen bij een constructeur boven de 100 mm |
| Houten verdiepingsvloer, wand haaks op de balken | Meestal geen bezwaar | Alleen na controle van de balklaag | Afraden zonder berekening |
| Houten vloer, wand in de lengterichting van één balk | Zet de wand boven of direct naast een balk | Alleen met extra balk of raveling | Afraden zonder berekening |
| Zoldervloer die als bergzolder is gebouwd | Alleen na controle, de vloer is licht gedimensioneerd | Afraden | Afraden |
| Zwevende dekvloer of droge dekvloer | Niet op de dekvloer zetten, wand op de constructievloer | Niet op de dekvloer | Niet op de dekvloer |
Een tussenwand van gipsplaat draagt niets. Hij houdt zichzelf overeind en verder niets. Wil je er een vlieringvloer of een balklaag op laten rusten, dan is dat een constructieve ingreep die berekend moet worden. Regels van 45x70 millimeter zijn wandregels, geen draagbalken.
Uitzetten: eerst de lijn, dan pas materiaal
De wand wordt zo recht als je lijn op de vloer. Zet daarom eerst de hele wand uit voordat je één profiel afkort. Meet vanaf twee vaste punten in de ruimte, niet vanaf één, want een bestaande wand staat zelden precies haaks.
Trek de lijn op de vloer af met een kruislijnlaser of met de 3-4-5-methode: drie meter langs de bestaande wand, vier meter langs je nieuwe lijn, en de schuine maat daartussen precies vijf meter. Klopt die vijf meter, dan staat je wand haaks. Zet die lijn daarna met een schietlood over naar het plafond, of gebruik de verticale lijn van de laser. Doe dit op minstens drie plaatsen langs de wand.
Controleer nu of de vloer vlak is, en meet dat na op de hele lengte van de wand. Een vloer die in het midden twee centimeter hol ligt zorgt ervoor dat je kantprofiel gaat bollen als je hem vastzet. Vul dat op met stukjes hardboard of hout onder het profiel in plaats van het profiel plat te schroeven.
Werk je met een droge dekvloer van gipsvezelplaten en egalisatiekorrels, dan is de volgorde belangrijker dan het uitvullen. De tussenwanden gaan dan eerst, rechtstreeks op de constructievloer, en de dekvloer leg je er strak omheen. Anders staat de wand op een laag losse korrels die onder de belasting inklinkt, en zakt de wand in de eerste maanden een paar millimeter weg.
Teken op de vloerlijn meteen de deuropening, de stijlposities en de plek van de stopcontacten af met een dikke stift. Als je later staat te twijfelen waar de sparing ook alweer moest komen, is de wand meestal al half dicht.
Profielen zetten en de wand stabiel krijgen
Het kantprofiel op de vloer en tegen het plafond geeft de vorm, de verticale profielen geven de stijfheid. Plak eerst zelfklevende kimband op de achterkant van de kantprofielen. Die band scheidt het staal van de constructie en houdt contactgeluid tegen dat anders via de vloer de wand in loopt.
Zet de kantprofielen om de 60 tot 100 centimeter vast met nagelpluggen van 6x40 millimeter. Zet daarna de verticale profielen erin, met de open zijde steeds dezelfde kant op, zodat je bij het beplaten altijd tegen de dichte flens aan schroeft. De hart-op-hart-afstand is 60 centimeter bij een normale kamerwand en 40 centimeter bij hoge wanden, bij dubbele beplating of onder een wandtegelwerk.
Kort de verticale profielen ongeveer een centimeter korter af dan de ruimtehoogte. Ze mogen niet klemmen tussen vloer en plafond, want een vloer of balklaag beweegt in de loop van het jaar en een klemmend profiel drukt dan scheuren in je plafondaansluiting. Schroef de verticale profielen ook niet vast in het kantprofiel, behalve bij de deurstijlen en bij de aansluiting op een bestaande wand.
Werk je met houten regels, dan gelden dezelfde afstanden maar wel andere eisen aan het materiaal. Gebruik droog, geschaafd hout en leg elke regel op een vlakke ondergrond om te controleren of hij niet krom is. Eén kromme regel trekt je hele plaatvlak scheef, en dat zie je in strijklicht meteen terug.
| Profiel of regel | Totale wanddikte met 12,5 mm plaat | Maximale wandhoogte bij h.o.h. 60 cm | Ruimte voor isolatie | Waar je dit voor gebruikt |
|---|---|---|---|---|
| MSV 50 mm | 75 mm | Ongeveer 2,6 m enkel beplaat | 45 mm wol | Kamerdeling met normale plafondhoogte |
| MSV 75 mm | 100 mm | Ongeveer 3,2 m enkel beplaat | 70 mm wol | Hogere wanden, wand met veel leidingwerk |
| MSV 100 mm | 125 mm | Ongeveer 4 m enkel beplaat | 100 mm wol | Vides, hoge ruimtes, wand met wandcloset |
| Houten regel 45x70 mm | 95 mm | Ongeveer 2,8 m | 70 mm wol | Zolder, schuine aansluitingen, ophangpunten |
| Houten regel 45x95 mm | 120 mm | Ongeveer 3,2 m | 95 mm wol | Voorzetwand met dikke isolatie tegen een buitenmuur |
Boor niet blind in vloer en plafond. In een dekvloer liggen vloerverwarming en leidingen, in een houten vloer lopen buizen tussen de balken. Scan de plek of houd je boordiepte beperkt tot de dikte van het materiaal dat je kent.
Een deur in de wand: sparing, stijlen en kozijnmaat
Een tussenwand plaatsen met deur erin begint bij de opening. Die maat bepaalt de indeling van de hele wand, dus leg je hem vast voordat het eerste verticale profiel staat. Werk van binnen naar buiten: eerst de maat van het deurblad, dan het kozijn eromheen, dan de sparing in het regelwerk.
Verdubbel bij een deur altijd de stijlen aan beide zijden. Bij metalstud schuif je twee profielen rug aan rug in elkaar, of je zet een houten regel in het profiel als versteviging. Een deur die honderd keer per week dichtvalt, geeft een stoot die één enkel dun profiel op den duur laat werken. Dat zie je terug als een haarscheur die vanaf de bovenhoek van het kozijn schuin omhoog loopt.
Boven de opening zet je een horizontaal profiel als bovendorpel. Zet daar de doorlopende stijlen op, zodat de last van de wand niet op het kozijn komt te staan. Het kozijn zelf stel je met stelblokjes en wiggen waterpas en te lood, precies zoals bij het stellen van kozijnen in een gevel. Werk in vaste volgorde: eerst de onderdorpel of de stelmaat, dan één stijl te lood, daarna de dagmaat boven en onder controleren.
De plaatnaad boven de deur is het punt waar het het vaakst misgaat. Laat een naad nooit precies boven de dagkant van het kozijn uitkomen. Zaag de plaat in een L-vorm zodat het stuk boven de deur uit één geheel bestaat en de naad minstens twintig centimeter naast de opening ligt.
| Deurblad | Dagmaat kozijn | Buitenwerkse maat kozijn bij 20 mm stijl | Sparing tussen de dubbele stijlen |
|---|---|---|---|
| 73 x 201,5 cm stomp | Ongeveer 73,5 cm breed | Ongeveer 77,5 cm | Ongeveer 79,5 cm |
| 78 x 201,5 cm stomp | Ongeveer 78,5 cm breed | Ongeveer 82,5 cm | Ongeveer 84,5 cm |
| 83 x 201,5 cm stomp | Ongeveer 83,5 cm breed | Ongeveer 87,5 cm | Ongeveer 89,5 cm |
| 88 x 201,5 cm stomp | Ongeveer 88,5 cm breed | Ongeveer 92,5 cm | Ongeveer 94,5 cm |
| Hoogte bij 201,5 cm deurblad | Ongeveer 203 cm | Ongeveer 205 cm | Ongeveer 206 cm tot onderkant bovendorpel |
| Opdekdeur | Wijkt af, kozijn heeft een sponning | Volg de opgave van de leverancier | Volg de opgave van de leverancier |
Bestel het kozijn voordat je de sparing maakt en meet het na aankomst zelf na. Kozijnen van verschillende leveranciers hebben verschillende stijldiktes, en de maten hierboven zijn een vuistregel om mee te rekenen, geen norm. Twee centimeter te ruim is te repareren, twee millimeter te krap betekent schaven of opnieuw beginnen.
Op zolder loopt niets recht
Het dakbeschot loopt schuin, de nokhoogte verschilt per meter en oude dakconstructies zijn vaak doorgezakt of licht gebogen. Een tussenwand plaatsen op zolder is daarom vooral meetwerk. Eén recht afgekort profiel past nergens.
Bepaal eerst de verticale lijn van je wand met een lood of een laser. Meet daarna om de veertig centimeter de werkelijke hoogte van vloer tot dakbeschot en schrijf die maten op de vloer.
Elk verticaal profiel krijgt zijn eigen lengte. Het kantprofiel tegen het dak knip je in stukken van veertig tot zestig centimeter, die je één voor één de kromming laat volgen. Dat levert een getrapte lijn op die je met de gipsplaat en het voegwerk gladtrekt.
Houd de wand een centimeter vrij van het dakbeschot en vul die ruimte met een elastische kit of met een aansluitband. Een dak beweegt met temperatuur en wind, en een wand die er strak tegenaan klemt scheurt langs de bovenrand open. Wil je het geheel netjes afsluiten, dan is een verlaagd plafond op regelwerk voor gipsplaten aan het plafond vaak eenvoudiger dan de wand tot in de nok doortrekken.
Let op de zoldervloer. Veel oude zoldervloeren zijn gebouwd als bergzolder en niet als verblijfsruimte. Een lichte wand van staalprofielen is daar meestal geen bezwaar, maar gipsblokken of gasbeton wil je er niet neerzetten zonder dat iemand naar de balklaag heeft gekeken.
Een knieschot als scheiding
Loopt de wand langs de dakvoet, dan bouw je in feite een knieschot. Zet dat op een hoogte waar je nog net rechtop kunt staan bij de wand, meestal tussen 110 en 140 centimeter. Zet het knieschot niet vast aan de gordingen of de spanten, maar houd het los met een profiel dat tegen het beschot loopt. Het dak moet kunnen werken zonder de wand mee te nemen.
De ruimte achter het knieschot is bergruimte, maar ook koude ruimte als het dak daar niet geïsoleerd is. Isoleer dan het knieschot zelf en niet alleen het dak erboven, anders wordt de wand aan de kamerzijde koud en slaat er condens op neer.
Elektra en leidingen in de wand
Het grote voordeel van een lichte tussenwand is dat alles erin verdwijnt zonder dat je hoeft te frezen. Dat werkt alleen als je het doet voordat de wand dicht gaat. Trek de buizen door de uitgestanste gaten in de profielen en klik er de rubber doorvoerringen in, zodat de buis niet langs de scherpe staalrand schuurt.
De keuze van de inbouwdoos verdient aandacht, want daar gaat het vaak fout. Een doos van veertig millimeter diep is bedoeld voor schakelmateriaal en verder niets: lassen doe je daar niet in. Wil je in de doos doorverbinden, dan neem je een uitvoering van vijftig millimeter met lasruimte achter het schakelmateriaal. Bij een dubbele doos let je op of er een tussenschot in zit; een uitvoering zonder tussenschot geeft ruimte om de bedrading van links naar rechts te leiden.
Een tweede doos naast een bestaande doos plaatsen is lastiger dan het lijkt, omdat de gaten elkaar bij de standaard afstand van 71 millimeter net raken. Zaag je met de gatenzaag, dan loopt de centreerboor in de holle ruimte van de eerste doos en trekt hij weg. Teken in dat geval af en snijd het gat met de hand uit.
Zwakstroom en 230 volt gaan nooit samen door één buis. Netwerkkabel, belleiding, luidsprekerkabel en antennekabel krijgen hun eigen buis, met minstens een paar centimeter tussenruimte tot de krachtbuis. Trek meteen een extra lege buis mee naar de plek waar je later misschien iets wilt: die kost je nu drie euro en anders straks een gesloopte wand.
| Onderdeel | Gangbare hoogte boven de vloer | Wat je in de wand voorbereidt |
|---|---|---|
| Stopcontact in een woon- of slaapkamer | 30 cm | Inbouwdoos met lasruimte, buis naar boven weggeleid |
| Stopcontact boven een werkblad | 110 cm | Doos met lasruimte, extra doos voor een tweede groep |
| Wandschakelaar | 105 cm | Doos van 40 mm volstaat, lassen doe je elders |
| Wandlamp of leeslamp | 160 tot 190 cm | Doos plus houtinleg als de armatuur zwaar is |
| Wandbeugel voor een televisie | Onderkant scherm ongeveer 110 cm | Multiplex 18 mm tussen de stijlen over de volle breedte |
| Wastafel in een lichte wand | Onderkant kom 85 cm | Houtinleg en bij voorkeur een profiel van 100 mm |
| Radiator aan de wand | 15 cm boven de vloer | Houtinleg of doorgezette beugels naar de constructie |
Aansluiten in de meterkast is geen doe-het-zelfwerk. Buizen trekken, dozen zetten en draad intrekken kun je zelf doen. Het aansluiten van een nieuwe groep achter de hoofdzekering laat je over aan een installateur, en die controleert dan meteen of de aardleiding klopt.
Iets zwaars ophangen aan een lichte wand
Een gipsplaat houdt uit zichzelf weinig. Met hollewandpluggen kom je op een enkel beplate wand tot ongeveer tien kilo per bevestigingspunt, en dan hangt de last aan de plaat en niet aan de constructie. Voor een spiegel of een schilderij is dat genoeg, voor een keukenkast of een televisie niet.
De oplossing bedenk je voordat de wand dichtgaat. Schroef een strook multiplex van achttien millimeter tussen de stijlen, op de hoogte waar de bevestiging komt, en maak hem aan beide profielen vast. Neem de strook ruim: dertig centimeter hoog en over minstens twee vakken breed. Later blijkt de televisie tien centimeter hoger te moeten. Met een ruime strook boor je dan gewoon opnieuw, met een krappe sta je de wand weer open te breken.
Voor een hangend toilet of een wastafelmeubel werk je met een voorzetframe dat op de vloer staat en dat aan de constructie is vastgezet. Die last wordt namelijk niet naar beneden maar naar voren getrokken, en dat kan geen gipsplaat opvangen. Reken bij zo'n opstelling op een profiel van honderd millimeter, zodat het frame en de spoelbak erin passen.
Wil je de wand juist zonder voorbereiding spijkervast hebben, dan zijn gelijmde blokken een alternatief. Hoe die verwerking gaat lees je bij het plaatsen van gipsblokken, en in de bouwmarkt vind je ze ook onder de naam gibo blokken. Houd wel het gewicht in het achterhoofd dat we hierboven noemden.
Geluid tegenhouden in een slaapkamerwand
Wie een tussenwand plaatst in een slaapkamer doet dat meestal voor privacy, en dan is geluid het punt waarop de wand slaagt of teleurstelt. Een kale metalstudwand zonder isolatie houdt weinig tegen: je hoort gesprekken er gedempt doorheen. Met wol ertussen en dubbele beplating aan één zijde wordt het merkbaar stiller.
Drie dingen doen het meeste werk. Vul de wand met minerale wol die net iets dikker is dan de holte, zodat hij klemt en niet zakt. Beplaat de tweede laag met een halve plaatbreedte verspringing ten opzichte van de eerste, zodat er nergens een doorlopende naad ontstaat. En dicht alles af: elk gaatje bij een inbouwdoos, elke kier langs de vloer en elke doorvoer laat geluid door alsof de wand daar niet staat.
Wat vaak vergeten wordt is de flankerende weg. Geluid loopt ook onder de wand door via de dekvloer en boven de wand via het plafond. Een wand die op een doorlopende zwevende dekvloer staat, geeft het geluid via die vloer aan de andere kamer door. Zaag de dekvloer daarom door op de plek van de wand als je echt stilte wilt, of bouw de wand voordat de dekvloer erin gaat.
Plaats de inbouwdozen aan weerszijden niet in hetzelfde vak tussen twee stijlen en zeker niet rug aan rug. Twee dozen tegen elkaar maken een klankgat waar je aan de andere kant letterlijk doorheen hoort praten. Verspring ze minstens één vak.
| Opbouw | Indicatie geluiddemping | Wat je ervoor doet |
|---|---|---|
| Metalstud 50 mm, enkel beplaat, geen wol | Rond de 33 dB | Niets extra's, maar je hoort gesprekken |
| Metalstud 50 mm, enkel beplaat, wol ertussen | Rond de 40 dB | Wol klemmend aanbrengen over de volle hoogte |
| Metalstud 75 mm, dubbel beplaat, wol ertussen | Rond de 48 dB | Naden verspringend, kimband onder het profiel |
| Metalstud 75 mm, dubbel beplaat met een zware plaat | Rond de 52 dB | Zwaardere gipsplaat aan minstens één zijde |
| Houten regelwerk met wol, dubbel beplaat | Rond de 42 dB | Hout is stijver, reken op enkele dB minder dan staal |
| Gipsblokken 70 mm met stucwerk | Rond de 36 dB | Massa helpt, maar minder dan een dubbele schil |
Een deur in de wand bepaalt uiteindelijk hoeveel je hoort. Een holle binnendeur met een kier van een centimeter eronder haalt het verschil tussen een wand van 40 en 50 dB grotendeels weg. Kies een dichte deur en een valdorpel als de wand echt stil moet zijn.

Lees de uitleg uit de afbeelding
Het juiste materiaal hangt af van de route die het geluid aflegt.
Bij de tekening: 1 2 3 1: geluid via de scheiding. 2: trillingen via de vloer. 3: een omweg via aansluitende bouwdelen. Dit zijn routes, geen berekende geluidsniveaus.
- Luchtgeluid gaat via lucht en scheidingsdelen
- Stemmen of muziek kunnen een wand of vloer in trilling brengen. Massa, gesloten naden en een geschikte opbouw helpen die overdracht te beperken.
- Contactgeluid begint met een trilling
- Voetstappen of een trillend apparaat brengen de constructie direct in beweging. Ontkoppeling aan de bron of in de vloeropbouw kan belangrijker zijn dan schuim op de muur.
- Geluid kan de behandelde wand omzeilen
- Via aansluitende vloeren, plafonds, leidingen en kieren kan geluid toch de kamer bereiken. Een goed geïsoleerd vlak sluit deze omwegen niet vanzelf af.
Zacht materiaal dat galm in de kamer vermindert, is niet automatisch een oplossing tegen geluid van de buren.
Beplaten, naden verdelen en afwerken
Plaats de platen staand en niet liggend, met de lange zijde over de profielen. Zet de eerste plaat strak tegen de aangrenzende wand en controleer met de waterpas of hij te lood staat. Die eerste plaat bepaalt alle volgende, dus daar besteed je rustig vijf minuten extra aan.
Houd de platen een centimeter vrij van de vloer. Til ze op met een plaatlichter of met een koevoetje op een houtje, druk ze tegen het plafond en schroef ze dan pas vast. Die kier onderaan vangt beweging op en houdt de plaat weg van optrekkend vocht; de plint dekt hem later af. Schroef om de twintig centimeter op de stijlen, met de schroefkop net onder het kartonoppervlak. Draait de kop door het karton heen, dan houdt de schroef niets meer vast en moet er twee centimeter ernaast een nieuwe in.
Verdeel de naden zo dat ze nergens boven of onder een opening doorlopen. Bij dubbele beplating laat je de tweede laag een halve plaatbreedte verspringen ten opzichte van de eerste. Op de buitenhoeken zet je een hoekprofiel, in de naden een papieren band. Welke plaatdikte hier bij past staat bij de keuze van de gipsplaatdikte.
De afwerking gaat in minstens drie gangen: vullen, breed uitzetten en schuren. Elke laag moet volledig droog zijn voordat de volgende erop gaat, anders krimpt de onderliggende laag na en zie je de naad terug in het licht. Hoe je dat netjes doet staat bij het afwerken van gipsplaten, en in onze tabel met droogtijden per materiaal zie je hoe lang voegmiddel en plamuur nodig hebben voordat je verder kunt.
Waar vochtwerende platen nodig zijn
Komt de wand in een badkamer of achter een wastafel, dan gebruik je vochtwerende gipsplaat, herkenbaar aan de groene kartonlaag. Die plaat neemt minder vocht op, maar hij is niet waterdicht. Achter een douche hoort altijd nog een waterkerende laag of een tegelbare bouwplaat, en de aansluiting op de vloer wordt gekit in plaats van gestuct.
Zo bouw je een lichte tussenwand van begin tot eind
Deze volgorde geldt voor een wand van metalstudprofielen met gipsplaat, met of zonder deur erin.
-
Zet de wand uit en controleer de haaksheid
Trek de vloerlijn af met een laser of met de 3-4-5-methode en zet die lijn met een schietlood over naar het plafond. Meet vanaf twee vaste punten, want een bestaande wand staat zelden haaks. Teken meteen de deuropening en de stijlposities af, dan hoef je later niet opnieuw te rekenen.
-
Meet de hoogte op meerdere plekken
Meet vloer tot plafond om de veertig tot zestig centimeter en schrijf de maten op de vloer. Op zolder of onder een doorgezakte balklaag verschilt dat makkelijk vijf centimeter. Kort elk verticaal profiel op zijn eigen maat af, ongeveer een centimeter korter dan gemeten, zodat er niets klemt.
-
Zet de kantprofielen vast op kimband
Plak zelfklevende kimband op de achterzijde van de profielen op vloer en plafond en schroef ze om de 60 tot 100 centimeter vast met nagelpluggen. Vul holtes onder het profiel op met stukjes hardboard in plaats van het profiel plat te trekken. De band houdt contactgeluid tegen en het uitvullen houdt de wand recht.
-
Plaats de verticale profielen en verdubbel bij de deur
Zet de profielen op 60 centimeter hart op hart, bij dubbele beplating of een hoge wand op 40. Draai alle open zijden dezelfde kant op, zodat je straks altijd tegen de dichte flens aan schroeft. Aan beide zijden van de deuropening komen twee profielen rug aan rug of een houten regel in het profiel.
-
Maak de deursparing en stel het kozijn
Zet een horizontaal profiel als bovendorpel op de gemeten hoogte en plaats daarboven korte stijlen door tot het plafond. Stel het kozijn met stelblokjes en wiggen te lood en waterpas, controleer de dagmaat boven en onder, en zet het pas vast als beide gelijk zijn. Een kozijn dat een halve centimeter uit het lood staat, klemt straks bij de sluitkom.
-
Trek de leidingen en zet de inbouwdozen
Voer de buizen door de uitsparingen in de profielen, met een rubber doorvoerring in elk gat. Gebruik een doos van vijftig millimeter waar je wilt lassen en een doos van veertig millimeter alleen voor schakelmateriaal. Houd zwakstroom in een aparte buis en verspring de dozen aan beide zijden van de wand minstens één vak.
-
Beplaat één zijde, isoleer, sluit de andere zijde
Zet de platen staand, een centimeter vrij van de vloer, en schroef om de twintig centimeter met de kop net onder het karton. Vul daarna de holte met minerale wol die klemmend past. Sluit dan de tweede zijde, met de naden verspringend ten opzichte van de eerste zijde.
-
Voeg af, schuur en schilder
Vul de naden met voegvuller en een papieren band, zet de tweede en derde laag steeds breder uit en laat elke laag volledig drogen. Schuur met licht van opzij zodat je de bollingen ziet. Zet de wand daarna in de voorstrijk voordat je gaat schilderen of behangen, want kaal gips en kaal voegwerk zuigen verschillend.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat de tweede zijde dichtgaat
Uit de praktijk
Een zolderdak dat als een boog liep
Op een zolder waar drie kamers gemaakt moesten worden, bleek het dakbeschot niet recht te lopen maar in een flauwe holle boog. Aan de uiteinden zat het beschot ongeveer een halve meter hoger dan in het midden, en dat verschil liep in een ronding en niet in een knik. Een recht afgekort kantprofiel tegen het dak paste daardoor nergens.
Wat hier werkte: de hoogte om de veertig centimeter opmeten en op de vloer noteren. Elk verticaal profiel is op eigen maat afgekort en het bovenste kantprofiel is in stukken van een halve meter geknipt die de kromming volgen. Dat gaf een licht getrapte lijn, en die trapjes verdwenen onder de gipsplaat en het voegwerk. Er is bewust een centimeter speling tussen wand en beschot gehouden, opgevuld met elastische kit, zodat het dak kan werken zonder de wand mee te trekken.
Een vliering die op een tussenwand zou rusten
Iemand wilde op zolder een vliering maken en dacht de vloerbalken deels te laten rusten op een bestaande tussenwand die was opgebouwd uit regels van 69x44 millimeter. De overspanning was ongeveer 2,6 meter, en er zou ook nog dakisolatie, regelwerk en gipsplaat bijkomen. In diezelfde zolder kwamen bovendien een dakkapel en zonnepanelen.
Dit gaat niet werken, en niet omdat het net niet sterk genoeg is. Een tussenwand van dunne regels is gemaakt om zichzelf te dragen, niet om een vloerlast plus mensen plus opslag over te brengen naar de vloer eronder. Wat hier de goede route was: de vlieringbalken van gevel tot gevel laten overspannen of tegen een muurplaat op de bouwmuur leggen, en de balkmaat door een constructeur laten bepalen. Diezelfde constructeur tekende ook de dakkapel, dus dat kostte weinig extra. In het uiteindelijke plan kwamen er onder de balklaag nog twee extra dragende stijlen bij, elk doorgezet tot op een dragende constructie.
Tussenwanden op een vloer die nog geëgaliseerd moest worden
Bij een verbouwing van ongeveer 150 vierkante meter met veel tussenwanden moest de houten vloer eerst vlak gemaakt worden met egalisatiekorrels en gipsvezelplaten. De vraag was of de tussenwanden voor of na die vloer moesten. De verleiding is om eerst de vloer af te maken, want dan werk je verder op een vlak vlak.
Dat is precies de verkeerde volgorde. Een wand op een laag losse korrels drukt die laag in, en het gewicht van een gipsplaatwand is over jaren genoeg om de wand een paar millimeter te laten zakken. Wat hier werkte: eerst de wanden op de constructievloer, daarna de droge vloer er strak omheen leggen. Om de hoogte in alle ruimtes te bewaken zijn er stucprofielen van een centimeter op opvulplaatjes vastgeschroefd op de ondervloer, zodat er overal vaste referentielijnen lagen om op af te reien. Dat kostte een dagdeel extra en voorkwam dat halverwege het project bleek dat de vloer in de achterste kamers te hoog uitkwam.
Een stopcontact dat er niet meer bij paste
In een net gebouwde tussenwand zat één enkel stopcontact, en dat bleek te weinig. Het plan was om er een tweede doos naast te zetten met een gatenzaag van 68 millimeter. Dat mislukte: de standaardafstand tussen twee dozen is 71 millimeter, dus de gaten raken elkaar bijna, en de centreerboor van de gatenzaag liep weg in de holle ruimte van de bestaande doos.
Wat er wel lukte: het gat aftekenen met de doos als mal en het met een afbreekmes met de hand uitsnijden. Daarbij kwam nog een tweede punt aan het licht. In de bestaande doos van veertig millimeter diep was gelast om het volgende punt te voeden, en daar is die diepte niet voor bedoeld. Bij het herstellen zijn beide dozen vervangen door een uitvoering van vijftig millimeter met lasruimte achter het schakelmateriaal, en is er meteen een lege buis meegetrokken voor netwerkkabel, apart van de krachtbuis.
Veelgemaakte fouten
De verticale profielen klemmend tussen vloer en plafond zetten
Het voelt stevig als de profielen strak passen, maar een vloer en een balklaag bewegen met de seizoenen. Een profiel dat klemt duwt die beweging in de plaat, en dan scheurt de naad langs het plafond open. Kort de profielen ongeveer een centimeter korter af dan de gemeten hoogte.
De wand op een zwevende of droge dekvloer zetten
Een dekvloer is niet gemaakt om een lijnlast te dragen. Bij een zwevende vloer druk je de isolatie eronder in, bij een droge vloer met egalisatiekorrels klinkt de laag onder de wand langzaam in. De wand hoort op de constructievloer te staan, met de dekvloer eromheen.
De deurstijl niet verdubbelen
Een enkel staalprofiel van zes tienden millimeter dik houdt het gewicht van een deur wel, maar niet de honderden stoten van het dichtvallen. Het profiel gaat werken en dat zie je terug als een haarscheur die schuin omhoog loopt vanaf de bovenhoek van het kozijn. Twee profielen rug aan rug of een houten regel in het profiel lost dat op.
Een plaatnaad precies boven de deur laten uitkomen
Boven een deuropening zit de meeste spanning in de wand, en een naad op die plek is de zwakste lijn die er is. Binnen een jaar loopt daar een scheur omhoog, ook als je netjes gevoegd hebt. Zaag de plaat in een L-vorm zodat de naad minstens twintig centimeter naast de dagkant ligt.
De inbouwdozen aan beide zijden rug aan rug plaatsen
Twee dozen tegenover elkaar in hetzelfde vak maken een gat in de geluidsisolatie waar je aan de andere kant gesprekken doorheen hoort. In een slaapkamerwand is dat precies wat je niet wilt. Verspring de dozen minstens één vak en dicht de doorvoeren af.
In een doos van veertig millimeter lassen
Die diepte is bedoeld voor het schakelmateriaal en verder niets. Verbindingen wegwerken achter de schakelaar in zo'n doos betekent draden proppen, en dat geeft beschadigde isolatie en slechte klemverbindingen. Neem een doos van vijftig millimeter waar je wilt doorverbinden.
De platen tot op de vloer laten staan
Gips zuigt vocht op uit een vloer die nog niet droog is, en de plaat heeft geen ruimte meer om beweging op te vangen. De onderrand gaat dan uitzetten en bol staan achter de plint. Til de platen een centimeter op met een plaatlichter voordat je ze vastschroeft.
Doorschroeven tot de kop door het karton zakt
Het karton is de sterkte van de plaat, niet het gips erachter. Zakt de kop erdoorheen, dan houdt die schroef niets meer vast en trekt de plaat op dat punt los. Gebruik de dieptestop op je schroefmachine en zet bij een doorgeschoten schroef een nieuwe twee centimeter ernaast.
Veelgestelde vragen
Hoeveel kost het om een tussenwand te plaatsen?
Voor een lichte wand van metalstudprofielen met gipsplaat reken je op ongeveer 35 tot 60 euro per vierkante meter aan materiaal, inclusief isolatie, schroeven en voegmiddel. Een kamerwand van drie bij twee en een halve meter komt daarmee rond de 300 euro uit, exclusief deur en kozijn. Een binnendeur met kozijn kost daar 150 tot 400 euro bovenop. Laat je het uitvoeren, dan komt er ruwweg hetzelfde bedrag aan arbeid bij.
Heb ik een vergunning nodig voor een tussenwand plaatsen?
Voor een niet-dragende scheidingswand binnen je eigen woning is in de regel geen vergunning nodig. Dat wordt anders bij een monument of een beschermd stadsgezicht, bij het splitsen van een woning in zelfstandige eenheden, en zodra je iets aan een dragende wand of aan de gevel verandert. Woon je in een appartement, ga dan ook de splitsingsakte en het reglement van de vereniging van eigenaars na. Bij twijfel is één telefoontje naar de gemeente sneller dan achteraf herstellen.
Kan ik een tussenwand plaatsen op zolder op een houten vloer?
Een lichte wand van staalprofielen met gipsplaat weegt rond de 50 tot 60 kilo per strekkende meter en is op de meeste houten zoldervloeren geen bezwaar, zeker als je de wand haaks op de balken zet. Loopt de wand in de lengterichting van de balken, zet hem dan boven of direct naast een balk in plaats van midden op een overspanning. Is de zolder als bergzolder gebouwd en niet als verblijfsruimte, dan is de balklaag lichter gedimensioneerd en laat je iemand meekijken. Gipsblokken of gasbeton op een zoldervloer doe je niet zonder controle.
Wat is het beste materiaal voor een tussenwand in een slaapkamer?
Voor een slaapkamer werkt een metalstudwand van 75 millimeter met minerale wol en dubbele beplating aan minstens één zijde het beste. Die opbouw komt rond de 48 decibel demping uit, waarmee een gesprek in de kamer ernaast niet meer verstaanbaar is. Gipsblokken van 70 millimeter halen ongeveer 36 decibel, ondanks hun grotere massa, omdat één stijve plaat trillingen beter doorgeeft dan twee losse schillen. De deur bepaalt uiteindelijk hoeveel je hoort, dus kies een dichte deur en beperk de kier eronder.
Hoe voorkom ik scheuren als ik een tussenwand met een deur erin plaats?
Scheuren rond een deur voorkom je met drie maatregelen. Verdubbel beide stijlen naast de opening zodat de stoot van het dichtvallen niet in één dun profiel terechtkomt. Zet een horizontaal profiel als bovendorpel en laat de wandlast via korte stijlen daarboven naar het plafond lopen in plaats van op het kozijn. En zaag de gipsplaat boven de deur in een L-vorm, zodat er nergens een naad precies boven de dagkant van het kozijn ligt. Die drie samen doen meer dan welke wapeningsband ook.
Hoe sluit ik een tussenwand aan op een schuin of golvend plafond?
Meet de hoogte om de veertig centimeter op en noteer die maten op de vloer. Kort elk verticaal profiel op eigen lengte af en knip het bovenste kantprofiel in stukken van veertig tot zestig centimeter, die je de vorm van het plafond laat volgen. Houd een centimeter speling tussen wand en dakbeschot en vul die met elastische kit of een aansluitband, want het dak beweegt en de wand hoort dat niet mee te maken. De kleine trapjes die zo ontstaan, verdwijnen onder de plaat en het voegwerk.
Metalstud of houten regelwerk, wat is beter?
Metalstud is rechter, lichter, kromtrekt niet en dempt geluid iets beter omdat het dunne staal veerkrachtiger is dan hout. Houten regelwerk is sterker op ophangpunten, laat zich makkelijker aan een schuine constructie aanpassen en is prettiger als je met de zaag moet passen en meten, bijvoorbeeld op zolder. Voor een normale kamerwand kiezen wij metalstud. Op een zolder met veel schuine aansluitingen of bij een voorzetwand waar veel aan komt te hangen, is hout vaak praktischer.
Hoe dik wordt een tussenwand in totaal?
Tel de profieldikte op bij twee keer de plaatdikte. Een profiel van 50 millimeter met aan beide zijden 12,5 millimeter gipsplaat geeft 75 millimeter. Bij een profiel van 75 millimeter kom je op 100 millimeter, en bij dubbele beplating aan beide zijden op 125 millimeter. Houten regels van 45x70 millimeter geven een wand van 95 millimeter. Rond die maat in je plattegrond naar boven af, want de afwerklaag en de plint komen er nog bij.
Kan ik een wastafel of hangend toilet aan een lichte tussenwand hangen?
Aan de gipsplaat zelf niet, aan de constructie erachter wel. Een wastafel hangt aan een strook multiplex van achttien millimeter die je tussen de stijlen schroeft voordat de wand dichtgaat. Voor een hangend toilet gebruik je een voorzetframe dat op de vloer staat en dat vast is gezet aan vloer en wand, want die belasting trekt naar voren en niet naar beneden. Reken daarbij op een profiel van honderd millimeter, zodat frame en spoelbak passen.
Moet er isolatie in een tussenwand?
Voor de stevigheid niet, voor het geluid wel. Een kale wand geeft bovendien een holle klank bij elke tik, en dat merk je in een slaapkamer meteen. Gebruik minerale wol in de dikte van het profiel of iets dikker, zodat hij klemt en niet in de loop van de jaren naar beneden zakt. Isoleer ook boven de deur en achter de inbouwdozen, want juist die plekken zijn de zwakke schakel in de demping. Een dampremmende folie is in een binnenwand niet nodig.
Hoe lang moet het voegwerk drogen voordat ik kan schilderen?
Reken bij normale kamertemperatuur op vier tot acht uur per laag voegvuller, en op minstens een etmaal voordat je schuurt en in de verf zet. Bij een dikke vulling of bij lage temperaturen loopt dat op. Schilder je te vroeg, dan krimpt het voegmiddel na en tekent de naad zich af in strijklicht. In onze tabel met droogtijden per materiaal vind je de tijden per product, en bij het afwerken van gipsplaat staat welk afwerkniveau bij welke ruimte past.
Waar begin ik als de hele indeling van de verdieping verandert?
Begin bij de vloer en het plafond, niet bij de wanden. Meet de vloer over de volle lengte na en bepaal het hoogste punt, want dat bepaalt straks je vloeropbouw in alle ruimtes. Bepaal daarna welke bestaande wanden dragend zijn en welke niet. Pas als die twee vaststaan zet je de nieuwe wanden uit. Een overzicht van wat er verder bij een verbouwing van wanden en plafond komt kijken, helpt om de volgorde van het werk te bepalen.
Wanneer je beter een vakman belt
Een niet-dragende tussenwand van profielen en gipsplaat is werk dat je met geduld en een waterpas prima zelf doet. Er zijn vier situaties waarin je stopt en iemand belt.
De eerste is elke vorm van dragen. Moet er een vloer, een balklaag, een vliering of een dakkapel op steunen, of gaat er een opening in een bestaande dragende wand, dan hoort er een berekening aan te pas te komen. Een constructeur bepaalt de balkmaat en de oplegging, en bij een dakkapel of aanbouw is er meestal toch al een tekenaar bij betrokken.
De tweede is de meterkast. Buizen trekken, dozen zetten en draad intrekken kun je zelf voorbereiden, maar het aansluiten van een nieuwe groep achter de hoofdzekering laat je aan een installateur over.
De derde is oud plaatmateriaal. Kom je bij het slopen van een bestaande scheidingswand of knieschot uit een woning van voor 1994 harde, grijze plaat tegen, dan kan dat asbesthoudend materiaal zijn. Stop met slopen, maak het niet nat en laat het onderzoeken voordat je verder gaat.
De vierde is werken op hoogte in een vide of een hoge hal. Een wand van vier meter hoog beplaten vanaf een ladder is geen werk voor twee mensen met goede moed; daar hoort een rolsteiger bij en iemand die dat vaker doet.
Verder lezen over dit onderwerp

Gipsplaten afwerken

Gipsblokken

Gipsplaat afwerken

Dikte gipsplaat
