Rollaag metselen boven een kozijn, op een tuinmuur en in straatwerk
Een rollaag is een laag stenen die op zijn kant of rechtop staat, meestal boven een raam- of deuropening, als afdekking op een tuinmuur of als rand langs bestrating. Boven een opening is de rollaag tegenwoordig vooral een gevelbeeld: het gewicht hangt aan een stalen latei die eronder of erboven ligt. Wie de rollaag zelf laat dragen, heeft binnen een paar jaar een zakkende laag en scheuren in de voegen. De rest van het werk zit in de maatvoering: gelijke voegen, passtukken in het midden en een waterkering die het water naar buiten laat lopen.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Troffel en een voegspijker of voegijzer
- Metselkoord met pennen of een draadspanner
- Waterpas van 60 cm en een van 120 cm
- Rubberen hamer
- Duimstok en een potlood voor het droog indelen
- Slijptol met diamantschijf, of een steenknipper voor klinkers
- Kuipje en een mengspaan of een dwangmenger
- Stelplankje en wiggen om de rollaag op te leggen
- Handborstel om de voeg schoon te vegen
- Stofmasker, veiligheidsbril en handschoenen bij het zagen
Materiaal
- Metselstenen die bij de bestaande gevel passen, met wat reserve voor passtukken
- Metselmortel klasse M5 of een zak kant-en-klare metselspecie
- Voegmortel in de kleur van het bestaande voegwerk
- Thermisch verzinkte of roestvaste stalen latei, L-profiel
- Waterkerende folie of een loodvervanger voor boven de latei
- Rollaagbeugels of gevelklemmen wanneer de rollaag moet hangen
- Stelblokjes van kunststof
- Schrale betonspecie voor een rollaag in straatwerk
Wat een rollaag is en waar je hem tegenkomt
Bij een rollaag liggen de stenen niet plat in het verband, maar staan ze rechtop of op hun kant. De voegen lopen daardoor verticaal in plaats van horizontaal, en dat verschil is van een afstand meteen te zien. Het is metselwerk in optima forma en dus een ander vak dan de plaatwanden en blokken die we bij de andere manieren om een wand op te bouwen en af te werken behandelen. Bij een kozijn komen die twee werelden wel samen: buiten metsel je de rollaag, binnen werk je de dagkant af.
Je komt de rollaag op drie plaatsen tegen. Boven een raam of deur in de gevel, als accent dat de opening afsluit. Bovenop een tuinmuur of een plantenbak, waar hij het metselwerk afdekt en het water van de muur af leidt. En liggend in straatwerk, als rij klinkers op hun kant langs een pad of terras.
De functie verschilt per plek, en dat bepaalt hoe je hem uitvoert. Boven een opening gaat het om krachten en om water. Op een muur gaat het vooral om water en om een nette bovenrand. In bestrating gaat het om zijdelingse steun, zodat de bestrating niet uit elkaar loopt.
Wat overal geldt: een rollaag laat zich niet verstoppen. Ongelijke voegen, een steen die uit het vlak staat of een passtuk aan de zijkant vallen op omdat het oog de verticale lijnen volgt. Wie de laag eerst droog indeelt, is meestal al halverwege.
| Soort rollaag | Hoe de stenen liggen | Waar je hem ziet | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Staande rollaag | Rechtop, de lengte van de steen staat verticaal | Rollaag boven kozijn of deur, in de gevel | Zakt door en scheurt als er geen latei onder zit |
| Hellende rollaag of strek | Rechtop maar waaiervormig, met wigvormige voegen | Ouder werk boven kozijnen, vaak met een flauwe toog | Duwt zijwaarts, dus te weinig metselwerk naast de opening is fataal |
| Afdekrollaag, dwars | Op de kant, dwars over de muurdikte | Rollaag tuinmuur, steensmuur of plantenbak | Water in de staande voegen wanneer de voeg niet vol zit |
| Afdekrollaag met overstek | Dwars, steekt aan beide kanten buiten de muur | Halfsteense tuinmuur | De uitstekende koppen breken af bij een stoot of bij vorst |
| Sierband in het gevelvlak | Rechtop, midden in een vlak metselwerk | Tussen twee verdiepingen of onder de dakrand | Loopt uit de pas met de lagenmaat van het werk ernaast |
| Rollaag straatwerk | Klinkers op hun kant, in een rij naast elkaar | Rollaag bestrating langs een pad, terras of oprit | Kantelt naar buiten zonder betonbed en betonrug |
Een rollaag boven een kozijn draagt zelden zichzelf
In oud werk zie je rollagen die al honderd jaar zonder staal boven een raam hangen. Dat werkt omdat zo'n laag zich als een platte boog gedraagt: de stenen klemmen elkaar en duwen de kracht schuin naar de zijkanten. Daarvoor zijn drie dingen nodig. Een beperkte overspanning, flink wat metselwerk naast de opening om die zijwaartse duw op te vangen, en voegen die precies wigvormig gemetseld zijn.
In een moderne gevel is aan die voorwaarden meestal niet voldaan. Het buitenblad van een spouwmuur is maar een halve steen dik en staat los van de constructie erachter. Er is dan weinig massa om de boogwerking op te nemen, en de eerste zetting of temperatuurwerking trekt de laag alsnog open. Daarom leggen we onder een rollaag boven een opening standaard een stalen latei. Hoe je zo'n profiel kiest, opmeet en stelt staat bij het plaatsen van een latei boven een kozijn.
Een rollaag metselen zonder latei is dus geen verbod maar een afweging, en wij maken die afweging in een bestaande gevel bijna altijd ten gunste van staal. De latei kost een paar tientjes en is onzichtbaar als je hem goed wegwerkt. Een rollaag die na drie winters in het midden een halve centimeter is gezakt, betekent slopen en opnieuw metselen, inclusief het metselwerk erboven.
Let ook op wat er boven de opening gebeurt. Ligt er een balklaag of een muurplaat op korte afstand boven het kozijn, dan draagt de muur daar echt iets. Een rollaag is dan zeker geen constructie.
Een opening maken of vergroten in een dragende muur is geen kluswerk. Daar hoort een berekening bij van iemand die de belasting kent, plus een stempelplan om het metselwerk te ondersteunen tijdens het werk. Vervang je alleen een kozijn en de rollaag in een bestaande opening, dan blijft de opening zelf ongewijzigd en is dat een ander verhaal.
Het rollaagdetail: maten, oplegging en waterkering
Het rollaagdetail boven een kozijn bestaat uit vier lagen die je van onder naar boven opbouwt. Onderop de stalen latei, die op het metselwerk naast de opening rust. Daarop een waterkering die het water dat in de spouw of in het voegwerk komt naar buiten leidt. Dan de rollaag zelf, en daarboven het gewone metselwerk.
De waterkering wordt het vaakst vergeten en levert de meeste narigheid op. Water dat langs de binnenzijde van het buitenblad naar beneden loopt, komt bij de latei tot stilstand. Zonder folie of loodvervanger die schuin naar buiten loopt, zoekt het zijn weg langs het kozijn naar binnen. De open stootvoegen boven die waterkering zijn de uitgang: laat om de twee stenen een stootvoeg leeg, dus ongeveer om de 50 tot 60 centimeter.
De rollaag rust op de latei en nooit op het kozijn. Een kozijn zet uit en krimpt met de seizoenen en is niet bedoeld om metselwerk te dragen. Tussen de bovenkant van het kozijn en het staal hoort een vrije ruimte die je met een blijvend elastische kit afdicht.
Voor de maatvoering geldt: de hoogte van een staande rollaag is de lengte van de steen. Bij waalformaat is dat ongeveer 21 centimeter, wat neerkomt op ruim drie normale lagen. Die maat sluit zelden precies aan op de lagenmaat ernaast, dus verdeel het verschil over de voegen van de lagen boven en onder de rollaag in plaats van het in één voeg weg te werken.
| Onderdeel van het detail | Gangbare maat | Waarom die maat |
|---|---|---|
| Hoogte van een staande rollaag | Gelijk aan de lengte van de steen, bij waalformaat circa 21 cm | De steen staat rechtop, dus zijn lengte bepaalt de laaghoogte |
| Breedte die één steen in de laag inneemt | Waalformaat circa 5 cm, dikformaat circa 6,5 cm, plus de voeg | Hiermee reken je uit hoeveel stenen er in de rollaag gaan |
| Voegdikte in de rollaag | 10 tot 12 mm, gelijk aan het voegwerk ernaast | Een afwijkende voegdikte valt in verticale voegen direct op |
| Oplegging van de stalen latei per zijde | Minimaal 10 cm, bij overspanningen boven 1,5 m meer | Het profiel moet de last op massief metselwerk kunnen afzetten |
| Overspanning zonder tussensteun | Volg de tabel van de leverancier van het profiel | Dat hangt af van profielmaat, staaldikte en het gewicht erboven |
| Open stootvoegen boven de waterkering | Om de 50 tot 60 cm, ongeveer om de twee stenen | Water dat op de folie landt moet naar buiten kunnen weglopen |
| Ruimte tussen kozijn en latei | Circa 10 mm, gevuld met blijvend elastische kit | Het kozijn werkt met de seizoenen en mag niets dragen |
| Overstek van een afdekrollaag op een tuinmuur | 2 tot 4 cm aan weerszijden | Het water druppelt dan vrij van de muur af in plaats van erlangs |
Deel de rollaag eerst droog in. Leg de stenen zonder mortel naast elkaar op een plank, met stukjes karton of latjes van 10 mm ertussen als voeg, en meet of je uitkomt. Kom je een halve steen tekort, dan verdeel je dat over alle voegen in plaats van dat je er aan de rand een passtuk in duwt.
Als de latei niet boven het kozijn past
Dit is het lastigste probleem uit de praktijk. Het buitenblad komt uit op een halve steen, waardoor de laag op de plek van de latei precies verkeerd valt en het profiel niet netjes onder de rollaag past. De reflex is dan om met een slijptol een sleuf in de rollaagstenen te zagen zodat het staal erin valt. Doe dat niet.
Een zaagsnede haalt de dikte uit de steen op de plek waar hij het meest te verduren heeft. In die snede blijft water staan dat er nauwelijks uit komt, en bij de eerste vorstperiode duwt het ijs de koppen eraf. Bovendien zit het staal dan klem in de steen in plaats van erop, waardoor het bij uitzetting gaat wringen.
Er zijn drie nette oplossingen. De beste is het kozijn een halve steen hoger of lager zetten zodat het metselwerk weer met de laagverdeling uitkomt, en dat kan alleen zolang het kozijn nog niet vaststaat. De tweede is de latei net boven de rollaag leggen en de rollaag eronder ophangen aan rollaagbeugels of gevelklemmen die aan het profiel vastzitten. Die oplossing wordt ook bewust gekozen wanneer een latei niet in het zicht mag komen. De derde is een profiel op maat laten maken met een aangelaste flens, maar dat is duur en het blijft een lapmiddel voor een probleem dat in de maatvoering zit.
Vervang je bij deze klus ook het kozijn, dan komt de binnenzijde erachteraan. De dagkant en het aansluitende wandvlak werk je meestal af met plaatmateriaal, en welke dikte gipsplaat daar logisch is hangt af van de hart-op-hartafstand van het regelwerk. Het afwerken van de naden en hoeken doe je pas als het metselwerk buiten droog is en er geen vocht meer uit de muur trekt.
Een rollaag als afdekking op een tuinmuur
Op een tuinmuur, een plantenbak of een muurtje rond een terras is de rollaag geen sieraad maar een dak. De bovenkant is namelijk de plek waar regen recht op het metselwerk valt en waar het water via de voegen de muur in trekt. Vriest dat water, dan duwt het de stenen en de voegen uit elkaar, en dat begint bijna altijd bovenaan.
Voor een steensmuur van ongeveer 21 centimeter is de klassieke oplossing simpel: leg de stenen op hun kant, dwars over de muur. De lengte van een waalformaat steen is dan precies de muurdikte en je krijgt een gesloten afdekking met verticale voegen. Op een halfsteense muur van 10 centimeter steekt zo'n dwars gelegde steen aan beide zijden ver buiten de muur. Dat overstek werkt als druiprand, maar het maakt de koppen ook kwetsbaar, dus houd het bij een paar centimeter of kies dan liever een hardstenen of betonnen muurafdekker.
Wat er ook boven op komt, de voeg moet vol zitten. Een verdiepte, holle voeg op een afdekrollaag is een goot die water vasthoudt. Wij voegen een afdekking platvol af en met een licht bol profiel, zodat het water eraf loopt. Bij een muurtje zonder afdekking is het wachten op schade, en dat geldt zeker voor een gestucte bovenkant.
Denk ook aan de binnenkant. Bij een plantenbak staat er permanent vochtige grond tegen de muur aan. Een folie tegen de binnenzijde houdt dat vocht uit het metselwerk en voorkomt dat de doorslaande vochtplekken via de buitenkant zichtbaar worden.
| Afdekking van de muur | Sterk punt | Zwak punt | Waar hij past |
|---|---|---|---|
| Rollaag van dezelfde steen | Loopt visueel door met de muur, geen ander materiaal nodig | Veel voegen, dus veel plekken waar water in kan | Steensmuur, tuinmuur in gebakken steen |
| Rollaag met een klein overstek | Water druppelt vrij van de muur af | De uitstekende koppen zijn kwetsbaar voor stoten | Halfsteense muur waar je bij de steen wilt blijven |
| Hardstenen muurafdekker | Weinig naden, lange levensduur, strakke lijn | Duur en zwaar, en de muur moet vlak zijn | Representatieve tuinmuur, muurtje langs een terras |
| Betonnen muurafdekker | Goedkoop, in veel breedtes te koop, met waterhol aan de onderkant | Kleurverschil met de steen, kan uitbloeien | Erfafscheiding, langere muren |
| Gebakken afdeksteen of ezelsrug | Kleurvast, past bij gevelsteen, voert water aan twee kanten af | Beperkte maatvoering, per stuk vrij duur | Tuinmuur in metselwerk die je in stijl wilt houden |
| Gestucte bovenkant zonder afdekker | Egaal beeld, geen extra materiaal | Water blijft staan en drukt de stuclaag er bij vorst af | Alleen onder een overkapping of tegen een gevel aan |
Impregneren vervangt geen afdekking. Een impregneermiddel maakt de buitenste millimeters waterafstotend en gaat een paar jaar mee. Het houdt geen water tegen dat via open voegen of via de bovenkant de muur in loopt. Bij een muurtje dat bovenaan open blijft stelt het de schade hooguit uit.
Rollaag in straatwerk en bestrating
In straatwerk is een rollaag een rij klinkers op hun kant, meestal langs de rand van een pad, een terras of een oprit. Hij doet twee dingen tegelijk. Hij sluit het bestratingsvlak zijdelings op, zodat de stenen niet uit elkaar lopen, en hij geeft een strakke lijn op de plek waar de bestrating overgaat in gras, grind of een border.
De rollaag in de bestrating staat of valt bij wat eronder zit. Klinkers op hun kant zijn hoog en smal, dus ze kantelen makkelijk naar de kant waar geen tegendruk staat. Zet ze daarom in een bed van schrale betonspecie van ongeveer 10 centimeter dik en leg aan de buitenzijde een betonrug tot ongeveer twee derde van de hoogte. Zonder die rug staat de rij binnen twee jaar scheef, zeker als er een auto overheen rijdt of als er gemaaid wordt langs de rand.
Werk altijd tegen een gespannen draad en controleer om de meter met een waterpas of rei. Tik elke steen met een rubberen hamer op hoogte en houd de voegen strak tegen elkaar, want in straatwerk metsel je niet en vult het inveegzand de naad. Houd de rij ongeveer 3 tot 5 millimeter hoger dan de bestrating ernaast, zodat er na de eerste zetting nog steeds afschot naar buiten toe is.
Passtukken maak je met een steenknipper of met een tafelzaag met watertoevoer. Verdeel ze zoals bij een rollaag in de gevel over het midden of over een hoek waar je ze minder ziet, en niet vlak naast het begin van de rij.
| Waar de rollaag komt | Zetten in | Hoogte ten opzichte van de bestrating | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Rand van een tuinpad | Schraal beton, dun bed van 8 tot 10 cm | Gelijk of 3 mm hoger | Betonrug aan de borderzijde, anders kantelt de rij |
| Oprit waar een auto op komt | Beton, bed van 12 tot 15 cm | Gelijk met de bestrating | Doorgaande rug aan beide zijden en klinkers met een dikte van 8 cm |
| Overgang naar gazon | Schraal beton | Circa 1 cm lager dan het maaiveld | De maaier moet erover kunnen zonder het mes te raken |
| Rond een put of kolk | Beton, rondom aangesmeerd | Iets lager, zodat water naar de put loopt | Passtukken zagen in plaats van knippen, anders wordt de ring rommelig |
| Boomspiegel | Schraal beton, onderbroken bij dikke wortels | Gelijk | Ruimte laten voor diktegroei van de stam |
| Scheiding tussen grind en tegels | Beton met een rug aan de grindzijde | Circa 2 cm hoger dan het grind | Anders spoelt het grind bij regen over de tegels |
Zet de rollaag altijd eerst en bestraat daarna naar de rij toe. Andersom werken betekent dat je aan het eind met een smalle, onhandige strook zit die je vol passtukken moet leggen, en juist die strook laat het eerst los.
Mortel, voegwerk en het weer
Voor gevelmetselwerk werken wij met een metselmortel rond klasse M5, in de praktijk een zak kant-en-klare metselspecie of een mengsel van ongeveer één deel cement op vier tot vijf delen metselzand. Sterker maken is verleidelijk maar niet slim: een mortel die harder is dan de steen laat de spanning in de steen terechtkomen, en dan scheurt de steen in plaats van de voeg. Bij oude, zachtgebakken stenen ga je juist een stap terug en gebruik je een mortel met kalk erin.
Metsel de rollaag met een volle voeg. Bij verticale voegen is de verleiding groot om de specie alleen aan de voorkant aan te brengen, waarna er achter de voeg een holte blijft. Daar loopt water in en daar begint de vorstschade. Zet elke steen aan tegen de vorige met een echte kwak specie op de kopse kant, en druk hem op zijn plaats in plaats van hem erin te tikken.
Het weer bepaalt of je die dag moet metselen. Onder 5 graden stop je, want verse mortel die bevriest voordat hij is uitgehard komt nooit meer op sterkte. In de volle zon gebeurt het omgekeerde: de steen zuigt het water uit de specie en de hechting valt weg. Maak zuigende stenen dan licht nat en hang een zeil over het werk. Hoeveel tijd verse mortel en voegwerk nodig hebben voordat je verder kunt, staat in onze tabel met droogtijden per materiaal.
Voegen doe je pas als de specie handvast is. Te vroeg en je smeert de voeg uit over de steen, te laat en de voegmortel hecht niet meer. Krab de voeg eerst uit tot ongeveer 15 millimeter diep, maak de naad stofvrij en vul hem in twee gangen aan.
Bescherm verse rollagen tegen regen. Water dat op een pas gemetselde laag valt spoelt cement uit de bovenste voegen en geeft witte uitbloei die er maanden op blijft zitten. Hang tot de volgende dag een zeil over het werk, met wat lucht eronder zodat het niet tegen de voeg aan ligt.
Stenen kiezen, uitrekenen en indelen
Bij een rollaag in een bestaande gevel is de steenkeuze het halve werk. Nieuwe stenen naast oud metselwerk vallen op door kleur, door textuur en vooral door formaat. Meet daarom eerst tien lagen van de bestaande gevel en deel dat getal door tien: zo weet je de lagenmaat en kun je terugrekenen naar het steenformaat. Waalformaat is 21 bij 10 bij 5 centimeter, dikformaat is dezelfde lengte maar 6,5 centimeter hoog, en in oudere panden kom je vaak nog kleinere formaten tegen.
Het aantal stenen in een staande rollaag reken je uit met de breedte van de opening plus de oplegging, gedeeld door de breedte van één steen plus de voeg. Bij waalformaat is dat 5 plus 1 centimeter, dus zes centimeter per steen. Voor een opening van 100 centimeter kom je op ongeveer zeventien stenen. Koop er altijd een stuk of tien extra, want je zaagt passtukken en je wilt uit dezelfde partij kunnen putten als er eentje breekt.
Verdeel het verschil netjes. Kom je twee centimeter tekort, dan verdeel je die over alle voegen en niet over de laatste twee. Kom je te ruim uit, dan gaan de voegen een millimeter smaller. Een rollaag met zeventien gelijke voegen en één afwijkende voeg ziet er slechter uit dan een rollaag waarvan alle voegen een fractie afwijken.
Voor een binnenmuurtje is metselwerk overigens niet altijd de logische keuze. Wil je binnen een niet-dragende scheiding maken, dan is een tussenwand plaatsen lichter, sneller en droger dan metselen, en dan speelt de vraag naar een rollaag helemaal niet.
Zo metsel je een rollaag boven een kozijn
Deze volgorde geldt voor het terugbrengen van een rollaag boven een bestaande opening, bijvoorbeeld nadat er een nieuw kozijn in is gezet.
-
Ondersteun het metselwerk voordat je sloopt
Haal je de oude rollaag en de lagen erboven weg, zet dan eerst een stempel of een stalen schoor onder het metselwerk dat blijft staan. Sloop daarna van boven naar beneden en niet andersom. Zit er vlak boven de opening een balklaag of een muurplaat, stop dan en laat iemand met verstand van de constructie meekijken.
-
Meet de opening en bepaal de lateimaat
Meet de dagmaat van de opening en tel er aan beide zijden minimaal 10 centimeter oplegging bij op. Bij een kozijn van 110 centimeter kom je dan op een profiel van ongeveer 135 centimeter, wat ruim voldoende is. Controleer bij een steensmuur of het profiel de volle muurdikte draagt; een profiel dat alleen de voorste steen ondersteunt, laat de rest van de muur boven de opening in de lucht hangen.
-
Leg de latei in een bed mortel en stel hem waterpas
Leg het profiel nooit koud op het metselwerk, want dat is zelden waterpas. Breng een bed metselmortel aan op de oplegvlakken, leg het profiel erin en stel hem met kunststof stelblokjes precies waterpas en in het vlak van de gevel. Vastschroeven is niet nodig: het gewicht van het metselwerk erboven klemt het profiel vast zodra dat er ligt. Laat het bed eerst aantrekken.
-
Breng de waterkering aan met open stootvoegen
Leg over de latei een strook waterkerende folie of een loodvervanger die vanaf het binnenblad schuin naar buiten loopt en op het staal eindigt. Zet de opstand vast en zorg dat de folie aan de zijkanten een paar centimeter voorbij de oplegging doorloopt. In de laag direct boven de waterkering laat je om de 50 tot 60 centimeter een stootvoeg leeg.
-
Deel de rollaag droog in
Leg de stenen zonder mortel naast elkaar, met latjes van 10 millimeter als voeg, en meet of je op de breedte uitkomt. Verdeel het verschil over alle voegen. Moet er toch een passtuk in, plaats dat dan in het midden van de laag, waar het oog het als symmetrie leest in plaats van als fout.
-
Metsel van buiten naar binnen toe
Leg een stelplankje op de latei zodat de rollaag over de volle lengte op gelijke hoogte begint. Zet de eerste steen aan de linkerkant, de tweede aan de rechterkant en werk zo naar het midden. Elke steen krijgt een volle kwak specie op de kopse kant en wordt aangedrukt, niet aangetikt. Controleer om de drie stenen met een waterpas of de koppen nog in het vlak staan.
-
Metsel verder en voeg af
Laat de rollaag een dag staan voordat je het metselwerk erboven doorzet, zodat je de laag niet meer verschuift. Krab daarna de voegen uit tot ongeveer 15 millimeter, borstel ze stofvrij en voeg de rollaag af in dezelfde kleur en hetzelfde profiel als de rest van de gevel. Hang bij regen of nachtvorst een zeil over het werk.
-
Werk de binnenzijde af
Pas als het metselwerk buiten droog is, ga je binnen verder met de dagkant en het aansluitende wandvlak. Vocht dat nog uit de muur trekt geeft anders vlekken door de afwerklaag heen. Het afwerken van de gipsplaten is de laatste stap, met een hoekprofiel op de dagkant zodat die rand tegen een stoot kan.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat de rollaag erin gaat
Uit de praktijk
Een sleuf in de rollaag zagen om de latei te laten passen
Boven een buitendeur van ongeveer 100 centimeter breed moest een verzinkt L-profiel in het buitenblad. Het probleem: het buitenblad kwam op die hoogte uit op een halve steen, waardoor het profiel niet netjes onder de rollaag paste. Er stond nog ongeveer 50 centimeter metselwerk boven de deur, links en rechts respectievelijk 230 en 100 centimeter, allemaal in waalformaat. Het plan was om met een slijptol en een diamantblad een sleuf in de rollaagstenen te zagen zodat het staal er precies in viel.
Zagen lukt technisch prima, maar het is een slecht idee. Er blijft dan nog maar een dun schilletje steen voor het profiel staan, en in de zaagsnede blijft water hangen dat er niet meer uit komt. Na de eerste stevige vorstperiode springen de koppen eraf, precies boven de deur waar iedereen het ziet.
Wat wij hier zouden doen: het kozijn een halve steen hoger zetten zolang dat nog kan, want dan komt het metselwerk gewoon weer uit met de laagverdeling. Kan dat niet meer, dan leg je het profiel net boven de rollaag en hang je de rollaag daaronder op met rollaagbeugels. Dat is geen noodgreep; het wordt ook bewust zo uitgevoerd wanneer een latei niet in het zicht mag komen.
Een rollaag terugbrengen boven een nieuw kozijn in een huis uit 1880
In het achterhuis van een woning uit 1880 zaten ramen met een flauwe toog. De oude kozijnen gingen eruit voor kunststof exemplaren met een houtverbindinglook, waardoor de toog moest verdwijnen. Het plan: de oude rollaag plus de drie lagen tot aan de muurbalk slopen, een stalen latei plaatsen en daarop een nieuwe rollaag metselen. De muur is steens, 23,5 centimeter dik, en op de hoogte van de latei lagen de stenen toevallig in de breedte, zodat de achterste steen eruit kon om ruimte te maken.
Er waren vier vragen. Is een roestvast L-profiel van 5 millimeter, 12 bij 6 centimeter, voldoende? Hoe vul je de latei onder als de muur niet waterpas is? Moet het profiel vastgeschroefd worden? En is 135 centimeter genoeg bij een kozijn van 110?
Die laatste is de makkelijkste: 135 centimeter geeft 12,5 centimeter oplegging per zijde en dat is ruim. Ondervullen doe je met een bed metselmortel en kunststof stelblokjes, niet met wiggen van hout die later krimpen, en je laat dat bed aantrekken voordat het metselwerk erop komt. Schroeven zijn niet nodig, het gewicht erboven klemt het profiel vast. Het echte aandachtspunt zit ergens anders: een profiel dat maar een deel van de 23,5 centimeter muurdikte ondersteunt, laat de rest van de muur boven de opening onondersteund. Bij een steensmuur reken je daarom met een profiel over de volle dikte of met twee profielen naast elkaar, en met een balklaag drie lagen hoger laat je die keuze narekenen.
De buitenkeuken waar de rollaag uiteindelijk niet nodig was
Voor een buitenkeuken van oude schuurstenen was de vraag of de laag onder de barbecue doorgemetseld kon worden of dat daar een rollaag moest komen. Optisch had het doorlopende metselwerk de voorkeur. De klus is uiteindelijk anders opgelost: er is een uitsparing in de keuken gemetseld waar de barbecue op een kar in rijdt, waardoor er helemaal geen overspanning meer was. Dat is vaker de beste oplossing bij een rollaag: als je de overspanning kunt laten verdwijnen, verdwijnt het probleem mee.
Daarna kwam het betonnen blad, op de kop gestort, rustend op twee zijkanten en de achterkant, met het rechterdeel over 160 centimeter vrij. De gedachte was 5 tot 6 centimeter beton met een betonstaalmat van 6 millimeter. Dat is voor die overspanning krap. In een plaat van 5 centimeter krijg je de wapening niet met genoeg dekking onderin de trekzone, en buiten zonder afdak is te weinig dekking precies de reden dat een blad na een paar winters gaat scheuren en roestvlekken geeft.
De twee routes die wel werken: een extra staander metselen zodat de overspanning halveert, of het blad naar 8 tot 10 centimeter brengen met de mat onderin en ongeveer 3 centimeter dekking. Een houten frame met plaatmateriaal en tegels erop is buiten zonder afdak de minst houdbare variant, want elke naad is een plek waar water in het hout trekt.
Een plantenbak zonder afdekking bovenop
Een halfsteense plantenbak was opgebouwd uit gelijmde betonklinkers en zou worden afgewerkt met hoekprofielen en stucmortel, ook over de bovenkant. Bewust geen rollaag, geen hardstenen rand en geen hardhouten rand, om het beeld strak te houden. De vraag was of dat kon en of impregneren dan voldoende was.
Het kan, maar de bovenkant is wel de plek waar het misgaat. Daar blijft water staan en trekt het in de naad tussen de stuclaag en de ondergrond. Bij vorst zet dat water uit en duwt het de stuclaag eraf, meestal het eerst op de hoeken en langs de bovenrand. Impregneren maakt de buitenste millimeters waterafstotend en gaat een paar jaar mee, dus dat stelt de schade uit in plaats van dat het hem voorkomt.
Wat wij hier zouden doen: de bovenkant licht bol of aflopend afwerken zodat het water er zelf af loopt, en er een afdekkende laag op leggen die de naad tussen stuc en steen uit het zicht van de regen haalt. Aan de binnenzijde hoort folie, want vochtige potgrond die permanent tegen het metselwerk staat werkt dwars door de bak heen naar buiten. Bij gelijmde klinkers geldt bovendien dat lijmmortel iets anders is dan metselmortel: een rollaag die je daar later bovenop wilt zetten, metsel je met gewone metselspecie in een volle voeg.
Veelgemaakte fouten
Een sleuf in de rollaag zagen om de latei te laten passen
Het lijkt de snelste route wanneer het profiel net niet onder de rollaag past. Er blijft dan een dun schilletje steen voor het staal staan en in de zaagsnede blijft water hangen. De eerste vorstperiode duwt de koppen eraf. Leg het profiel liever boven de rollaag en hang de laag op met rollaagbeugels.
De latei koud op het metselwerk leggen
Bestaand metselwerk is bijna nooit waterpas, dus een profiel dat je er zo op legt, rust op twee punten in plaats van over de hele oplegging. Daar gaat het wringen en scheuren. Leg het staal in een bed metselmortel, stel het met kunststof stelblokjes en laat het bed aantrekken.
Te weinig oplegging aan de zijkanten
Een profiel dat precies zo lang is als de opening zet zijn last af op de rand van het metselwerk, waar de steen het minst kan hebben. Reken minimaal 10 centimeter oplegging per zijde en meer bij grotere overspanningen. Controleer ook of de steen onder de oplegging massief is en niet net een stootvoeg of een pas.
De waterkering en de open stootvoegen overslaan
Zonder folie of loodvervanger boven de latei loopt het water dat langs de binnenzijde van het buitenblad naar beneden komt door naar het kozijn. Zonder open stootvoegen kan datzelfde water er niet uit en staat het op de folie. Het gevolg is een natte dagkant en op termijn schimmel binnen, terwijl het metselwerk buiten er prima uitziet.
De rollaag op het kozijn laten rusten
Bij krappe hoogte wordt de rollaag soms gewoon op de bovendorpel gezet. Een kozijn is geen draagconstructie: het werkt met temperatuur en vocht en bij kunststof is die beweging behoorlijk. De rollaag scheurt dan langs de bovenkant en het kozijn krijgt een belasting die de hoekverbindingen open trekt.
Het passtuk aan de rand van de laag zetten
Wie van links naar rechts metselt, houdt aan het eind een smalle steen over. Juist in een rollaag valt dat op, omdat het oog de verticale voegen volgt en de onderbreking meteen ziet. Deel de laag droog in, verdeel het verschil over alle voegen en zet een onvermijdelijk passtuk in het midden.
Metselen bij vorst of in de volle zon
Mortel die bevriest voordat hij is uitgehard komt nooit meer op sterkte, en dat zie je pas als de voegen na de dooi los in de naad zitten. In de volle zon gebeurt het omgekeerde: de steen zuigt het water uit de specie weg en de hechting valt weg. Onder 5 graden werk je niet, bij warmte maak je zuigende stenen licht nat en hang je een zeil op.
Een holle voeg op een afdekrollaag
Een verdiepte of holle voeg staat mooi in een gevel, maar op de bovenkant van een muur is het een gootje dat water vasthoudt. Precies daar begint de vorstschade. Voeg een afdekking platvol af, met een licht bol profiel, zodat het water er onmiddellijk af loopt.
Veelgestelde vragen
Wat is een rollaag precies?
Een rollaag is een laag metselstenen die niet plat in het verband ligt maar rechtop staat of op zijn kant ligt. De voegen lopen daardoor verticaal. Je ziet hem boven een raam- of deuropening, als afdekking bovenop een tuinmuur en als rij klinkers op hun kant langs bestrating. De naam zegt iets over de stand van de stenen, niet over hun functie: die verschilt per plek.
Kun je een rollaag metselen zonder latei?
In principe wel, want een rollaag boven een opening werkt als een platte boog: de stenen klemmen elkaar en duwen de kracht schuin naar de zijkanten. Daarvoor is een kleine overspanning nodig, veel massief metselwerk naast de opening en wigvormig gemetselde voegen. In een moderne gevel met een halfsteens buitenblad is aan die voorwaarden meestal niet voldaan. Wij leggen daarom in een bestaande gevel altijd een stalen latei onder de rollaag; die is onzichtbaar weg te werken en voorkomt dat de laag in het midden zakt.
Hoe hoog is een rollaag boven een kozijn?
Bij een staande rollaag is de hoogte gelijk aan de lengte van de steen, want de steen staat rechtop. Bij waalformaat komt dat op ongeveer 21 centimeter uit, wat neerkomt op ruim drie normale lagen. Die maat sluit zelden precies aan op de lagenmaat van het werk ernaast. Verdeel dat verschil over de voegen van de lagen boven en onder de rollaag, zodat je nergens één opvallend dikke voeg krijgt.
Wat doe je als de latei niet onder de rollaag boven het kozijn past?
Zaag geen sleuf in de rollaagstenen, want daar blijft water in staan en bij vorst springen de koppen eraf. De nette oplossing is het kozijn een halve steen hoger zetten zodat het metselwerk weer met de laagverdeling uitkomt. Kan dat niet meer, leg het profiel dan net boven de rollaag en hang de rollaag eronder op met rollaagbeugels of gevelklemmen. Die uitvoering wordt ook bewust gekozen wanneer een latei niet in het zicht mag komen.
Hoeveel oplegging heeft een stalen latei nodig?
Reken op minimaal 10 centimeter aan elke zijde, en meer naarmate de overspanning en de belasting toenemen. Voor een kozijn van 110 centimeter kom je met een profiel van 135 centimeter op 12,5 centimeter per zijde, wat ruim voldoende is. Controleer daarbij of de steen onder de oplegging massief is. Ligt daar net een pas of een stootvoeg, dan verplaats je de oplegging of vul je die plek eerst aan.
Moet ik de latei vastschroeven in de muur?
Dat is niet nodig. Zodra het metselwerk erop staat, klemt het gewicht het profiel vast en kan het geen kant meer op. Wat wel telt, is dat het profiel over de volle oplegging in een bed metselmortel ligt en waterpas gesteld is met kunststof stelblokjes. Schroeven in de zijkant van de opening voegen niets toe en maken alleen gaten op een plek waar je later water niet wilt hebben.
Wat is de beste afdekking voor een tuinmuur, een rollaag of hardsteen?
Een rollaag houdt het beeld van de muur in stand en gebruikt dezelfde steen, maar hij heeft veel voegen en dus veel plekken waar water in kan. Een hardstenen of betonnen muurafdekker heeft nauwelijks naden en gaat langer mee, maar kost meer en past niet bij elke muur. Op een steensmuur van 21 centimeter valt een rollaag met de stenen dwars precies uit. Op een halfsteense muur van 10 centimeter steekt zo'n steen ver uit; kies daar liever een afdekker of houd het overstek op een paar centimeter.
Hoe leg je een rollaag in straatwerk?
Graaf een sleuf langs de rand, stort een bed van schrale betonspecie van ongeveer 10 centimeter en zet de klinkers daar op hun kant in, strak tegen een gespannen draad. Leg aan de buitenzijde een betonrug tot ongeveer twee derde van de hoogte, anders kantelt de rij binnen een paar jaar naar buiten. Tik elke steen met een rubberen hamer op hoogte en houd de rij 3 tot 5 millimeter hoger dan de bestrating ernaast. Bestraat daarna naar de rollaag toe.
Welke stenen gebruik je voor een rollaag in de bestrating?
Gebakken waalformaat klinkers of betonklinkers werken allebei. Op een oprit waar een auto op komt neem je klinkers van 8 centimeter dik en zet je ze in een steviger bed van 12 tot 15 centimeter beton, met een rug aan beide zijden. Bij een tuinpad volstaat een dunnere klinker en een bed van 8 tot 10 centimeter. Kies bij voorkeur dezelfde steen als de bestrating zelf, of juist een duidelijk andere kleur wanneer de rij als lijn moet werken.
Hoe reken ik uit hoeveel stenen er in een rollaag gaan?
Neem de breedte die de rollaag moet overbruggen, dus de opening plus de oplegging aan beide zijden, en deel dat door de breedte van één steen plus de voeg. Bij waalformaat is dat 5 centimeter steen plus ongeveer 1 centimeter voeg, dus 6 centimeter per steen. Voor een strook van 100 centimeter kom je op ongeveer zeventien stenen. Bestel altijd een stuk of tien extra uit dezelfde partij, want je zaagt passtukken en er breekt er weleens een.
Waarom scheurt een rollaag in het midden?
Bijna altijd omdat de laag zelf is gaan dragen. Zonder latei eronder, of met een profiel dat te weinig oplegging heeft, zakt het midden een fractie door en dan trekken de verticale voegen open. Een tweede oorzaak is een mortel die harder is dan de steen: de spanning kan dan nergens heen en de scheur loopt dwars door de stenen in plaats van door de voeg. Een derde is metselwerk dat op het kozijn rust en meebeweegt met het uitzetten en krimpen daarvan.
Kan ik een rollaag maken op een muurtje van gelijmde blokken?
Dat kan, maar besef dat lijmmortel iets anders is dan metselmortel. De rollaag zelf metsel je met gewone metselspecie in een volle voeg, want in een lijmnaad van drie millimeter krijg je verticale voegen niet dicht. Maak de bovenkant van het muurtje eerst vlak en schoon, en houd de afdekking licht bol of aflopend zodat water eraf loopt. Voor een niet-dragend muurtje binnenshuis is metselwerk trouwens zelden nodig: een wandje van gipsblokken is lichter en gaat sneller.
Kan ik de rollaag laten zitten en alleen het kozijn vervangen?
Vaak wel. Zit de rollaag strak, zijn de voegen heel en zakt de laag niet door, dan kun je het kozijn eruit halen en een nieuw exemplaar stellen zonder aan het metselwerk te komen. Werk dan wel van binnenuit en zaag het oude kozijn in stukken in plaats van het eruit te wrikken. Zie je scheuren in de verticale voegen of staat de laag hol, dan zit er waarschijnlijk geen of een verzakte latei onder en pak je het geheel aan. Meer over die afweging staat bij de gidsen over wanden en plafond.
Wanneer je beter een vakman belt
Een rollaag terugbrengen in een bestaande opening is werk dat je met wat metselervaring zelf kunt doen. Er zijn vier momenten waarop het verstandiger is om te stoppen en iemand te bellen.
Het eerste is een opening maken of vergroten in een dragende muur. Daar hoort een berekening bij van de belasting en een stempelplan om het metselwerk tijdens het werk te dragen. Dat is geen formaliteit: een muur die tijdens de sloop wegvalt, neemt de vloer erboven mee.
Het tweede is een balklaag of een muurplaat vlak boven de opening. Zodra de vloer of de kap zijn last op dat stuk muur afzet, bepaalt een constructeur welk profiel eronder hoort, niet een vuistregel uit een tabel.
Het derde is een steensmuur waarin het profiel maar een deel van de dikte draagt. Laat dan narekenen hoe de rest van het metselwerk boven de opening wordt opgevangen, want een half ondersteunde muur scheurt op de plek waar je het niet ziet aankomen.
Het vierde is werken op hoogte. Een rollaag op de eerste verdieping metsel je vanaf een deugdelijke steiger, niet vanaf een ladder: je hebt twee handen nodig voor de troffel en de steen, en je moet met je gewicht naar voren kunnen. Kun je geen steiger plaatsen, laat het werk dan uitvoeren door iemand die dat wel kan.