Binnenmuur isoleren zonder vocht in de constructie te sluiten
Een binnenmuur isoleren doe je aan de warme kant, en daarmee wordt het metselwerk erachter kouder en natter dan het was. Dat gaat goed zolang je drie dingen op orde hebt: een gevel die geen water doorslaat, een luchtdichte afwerking aan de kamerzijde en isolatie die je doortrekt langs de dagkanten en de aansluitende binnenwanden. Sla je dat laatste over, dan verhuist de schimmel gewoon naar de hoek die je niet hebt aangepakt.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rei of lange waterpas van 2 meter om de muur op vlakheid te controleren
- Isolatiemes of handzaag met grove tanding voor hardschuim
- Kartelmes voor minerale wol
- Boormachine met roerspindel voor de lijmmortel
- Lijmkam met tanden van 10 mm
- Kitpistool voor luchtdichte kit en voor purschuim
- Schroefmachine met dieptestop voor het beplaten
- Slagpluggen of isolatiepluggen met brede kop
- Infraroodthermometer of een eenvoudige vochtmeter
- Stofmasker P3, handschoenen en een bril
Materiaal
- PIR-platen met aluminium cachering, of thermische platen met gipsplaat erop
- EPS- of XPS-platen als alternatief bij een vochtige ondergrond
- Minerale wol van 45, 70 of 100 mm bij een voorzetwand
- Metalstud profielen of houten regels van 45 bij 70 mm
- Dampremmende folie met een opgegeven Sd-waarde
- Luchtdichte tape en aansluitband voor kozijnen
- Luchtdichte kit voor de aansluiting op vloer en plafond
- Isolatielijm of gipslijm
- Gipsplaat van 12,5 mm, primer, voegvuller en wapeningsband
Wanneer isoleren aan de binnenzijde de verstandige keuze is
Met een binnenmuur isoleren bedoelen de meeste mensen de binnenzijde van een buitenmuur: een isolatiepakket tegen het metselwerk, dat je daarna afwerkt zoals elke andere wand van gipsplaat. Soms gaat het echt om een binnenwand, bijvoorbeeld de scheidingsmuur met de buren of de wand naar een onverwarmde garage. De handelingen lijken op elkaar, de risico's verschillen sterk.
Van de drie manieren om een gevel te isoleren is de binnenzijde bouwfysisch de lastigste. Je houdt de warmte in de kamer, dus het metselwerk erachter wordt kouder en droogt trager op dan voorheen. Kun je de spouw laten vullen of aan de buitenkant isoleren, dan levert dat meer op met minder kans op gedoe.
Toch is naar binnen vaak de enige route die overblijft. Een gemetselde gevel die niemand wil bepleisteren, een spouw van vier centimeter die halfvol mortel zit, een aanzicht waar de gemeente iets van vindt, of simpelweg één noordkamer die niet warm te stoken is. In die gevallen is de vraag niet of het mag, maar hoe je het zo bouwt dat het vocht weg kan.
Het plafond en de vloer vragen om andere details dan de gevel. Die staan bij het isoleren van een koud plafond en bij de vloer isoleren vanaf de kruipruimte.
| Situatie | Wat wij eerst zouden doen | Waar je op let |
|---|---|---|
| Spouw van 5 cm of meer, schoon en droog | De spouw laten vullen door een gespecialiseerd bedrijf | Vraag om een inspectie met een camera vooraf, anders weet niemand wat erin zit |
| Spouw van 3 tot 4,5 cm uit de jaren dertig | Vullen kan, maar reken op minder winst dan de folder belooft | Bij een smalle spouw blijft de kans op doorslag naar het binnenblad groot |
| Spouw vol mortelbaarden, puin of oud verkruimeld schuim | Niet bijvullen maar aan de binnen- of buitenzijde isoleren | Vulmateriaal komt niet langs obstakels en laat dan koude banen achter |
| Massieve muur zonder spouw, gebouwd voor 1920 | Binnenisolatie met een dampopen of capillair actief systeem | Eerst de gevel waterdicht: voegwerk, scheuren, dakgoot en maaiveld |
| Gevel die toch gestuukt of bekleed mag worden | Buitenisolatie met pleisterwerk of steenstrips | Geeft de meeste winst en laat de koudebruggen bij vloer en binnenwand ongemoeid |
| Woningscheidende wand naar de buren | Voorzetwand met minerale wol op een vrijstaand frame | Hier gaat het om geluid en tocht, niet om warmteverlies naar buiten |
| Wand naar een onverwarmde garage of berging | Voorzetwand met de dampremmende laag aan de woningzijde | De koude kant is hier de garage, dus de folie zit aan jouw kant van de isolatie |
Isoleer nooit over een muur die water doorslaat. Zolang er regenwater tot in het binnenblad komt, sluit je dat vocht in achter je nieuwe pakket. Het metselwerk wordt daar kouder, blijft nat en gaat op termijn schade geven aan het voegwerk en aan alles wat er van hout in ligt. Los eerst de oorzaak op, dan pas isoleren.
Eerst uitzoeken waarom die muur zo koud aanvoelt
Een koude binnenmuur isoleren begint met de vraag waar de kou vandaan komt. Warmteverlies door het metselwerk is maar één van de mogelijkheden. Vochtdoorslag geeft hetzelfde gevoel, want verdampend water koelt een oppervlak flink af, en tocht langs een vloerrand of een kozijn voelt in de hoek precies als een slecht geïsoleerde muur.
Voel met je hand op verschillende hoogtes. Is de muur onderaan kouder en vochtiger dan op ooghoogte, dan denk je eerder aan optrekkend vocht dan aan isolatie. Is de hele wand gelijkmatig koud en is de rest van de kamer warm, dan gaat het waarschijnlijk wel om warmteverlies. Een infraroodthermometer van twintig euro maakt dat verschil binnen vijf minuten zichtbaar.
Voor het vaststellen van vocht in de muur werkt de folietest goed. Tape een stuk stevige folie van dertig bij dertig centimeter rondom luchtdicht op de muur en laat het twee dagen zitten. Zit het water aan de kamerzijde van de folie, dan is het condens uit de lucht. Zit het aan de muurzijde, dan komt het vocht uit de constructie en heb je een ander probleem dan isolatie.
Meet ook wat je eigenlijk voor je hebt. Bij een stopcontact of in een raamdag kun je de muurdikte vaststellen. Boor daarnaast een gaatje van tien millimeter in een buitenvoeg en steek er een stukje lasdraad in: bij een spouwmuur voel je de draad na het buitenblad in het niets zakken, en daarmee weet je de spouwbreedte. Een telefooncamera op een endoscoopkabel laat zien of er al iets in ligt.
Doe die metingen aan de gevel op de kant waar de regen vandaan komt, meestal zuidwest. Dat is de muur waar een probleem zich als eerste laat zien, en wat daar in orde is, is aan de luwe kant zeker in orde.
Isolatiematerialen en de dikte die je echt nodig hebt
De warmteweerstand die je toevoegt reken je uit door de dikte in meters te delen door de lambdawaarde van het materiaal. Vijf centimeter PIR met een lambda van 0,022 levert dus ongeveer R 2,3, en negen centimeter minerale wol met lambda 0,035 komt op ongeveer R 2,6. Dat is de hele rekensom, en die verklaart meteen waarom hardschuim populair is aan de binnenkant: je haalt dezelfde waarde in bijna de helft van de ruimte.
Gipsplaat zelf telt in die som nauwelijks mee. Een plaat van 12,5 millimeter heeft een lambda rond de 0,25 en komt daarmee op ongeveer R 0,05, wat je met een thermometer niet terugvindt. Wil je met gipsplaat echt isoleren, dan kies je een thermische plaat: gipsplaat met een laag PIR, EPS of minerale wol erop gelijmd.
Welke dikte verstandig is, hangt af van wat je overhoudt aan kamer. Voor een woonkamer werken we het liefst naar R 3 of hoger toe, voor een slaapkamer waar elke centimeter telt is R 2 al een groot verschil met wat er stond. Voor subsidies gelden minimumeisen aan de R-waarde en aan het aantal vierkante meters, en die voorwaarden veranderen regelmatig, dus kijk wat er geldt op het moment dat je aanvraagt.
| Materiaal | Lambda | Dikte voor R 2,5 | Dampopen? | Waar het past |
|---|---|---|---|---|
| PIR met aluminium cachering | 0,022 | 5,5 cm | Nee, de cachering is vrijwel dampdicht | Standaardkeuze waar ruimte schaars is, verlijmd of achter regelwerk |
| Thermische plaat, PIR met gipsplaat | 0,022 plus gips | 7 cm totaal | Nee | Snelste opbouw: isoleren en beplaten in één handeling |
| EPS, wit piepschuim | 0,036 | 9 cm | Dampremmend, niet dampdicht | Goedkoop, volvlaks verlijmen op een redelijk vlakke muur |
| Grafiet-EPS, grijze platen | 0,031 | 8 cm | Dampremmend | Iets dunner dan wit EPS voor dezelfde waarde |
| XPS, geëxtrudeerd polystyreen | 0,034 | 8,5 cm | Nee, gesloten cel | Kelderwanden en plinten waar het materiaal vocht kan zien |
| Minerale wol, glaswol of steenwol | 0,035 | 9 cm | Ja, volledig dampopen | Tussen regelwerk, altijd in combinatie met een dampremmende laag |
| Houtvezelplaat | 0,040 | 10 cm | Ja, capillair actief | Oude massieve muren en vakwerk, duurder maar vergevingsgezind |
| Calciumsilicaatplaat | 0,060 | 15 cm, in de praktijk 5 cm voor R 0,8 | Ja, sterk capillair | Vooral tegen schimmelplekken, niet om echt warmteverlies te stoppen |
| Reflecterende multifolie | Niet vergelijkbaar | Haalt R 2,5 niet | Meestal dampdicht | Bruikbaar als damprem en luchtdichting, niet als isolatiepakket |
Dampscherm of niet, en waar de folie dan hoort
De vraag of je bij binnenmuur isoleren een dampscherm of niet gebruikt, hangt volledig af van het materiaal dat je kiest. Er is één regel die altijd geldt: een dampremmende laag hoort aan de warme zijde van de isolatie, dus aan de kant van de kamer. Warme lucht bevat meer vocht dan koude, en die damp wil naar buiten. Houd je hem tegen voordat hij de koude zone bereikt, dan condenseert er niets in je constructie.
Wat je nooit doet, is een folie tussen het metselwerk en de isolatie leggen. Dat lijkt logisch als bescherming tegen vocht van buiten, maar je maakt er een dichte laag mee aan de koude kant. Alles wat er via de vloerrand, de balkkoppen of een kier toch aan damp binnenkomt, blijft dan tussen twee dichte lagen hangen en kan geen kant op. Zit er echt water in de muur, dan is een folie geen oplossing maar een deksel op de pan.
Bij hardschuim met een aluminium cachering heb je geen extra folie nodig, want die cachering is zelf de dampremmende laag. Wat er dan toe doet, is dat de naden tussen de platen luchtdicht zijn: je tapet ze met aluminiumtape en je kit de aansluiting op vloer, plafond en kozijn af. Bij minerale wol tussen regelwerk ligt het anders. Wol laat damp volledig door, dus daar hoort altijd een dampremmende folie aan de kamerzijde, met tien centimeter overlap op de naden en tape erop.
Luchtdichtheid weegt daarbij zwaarder dan de folie zelf. Damp die door een gesloten vlak diffundeert is een traag proces, maar warme lucht die via een kier achter de isolatie stroomt, sleept in één winter liters vocht mee naar het koudste punt. Eén doorlopende naad die je niet dichtzet, doet meer schade dan een hele wand zonder folie.
| Opbouw | Dampremmende laag nodig? | Zo voer je het uit |
|---|---|---|
| PIR met alu-cachering, verlijmd tegen de muur | Nee, de cachering doet dat werk | Platen strak tegen elkaar, alle naden met aluminiumtape, randen afkitten |
| Thermische plaat met gipsplaat erop | Nee | Naden tapen voor het aanwerken, want daarna kom je er niet meer bij |
| EPS verlijmd, daarna gipsplaat | Meestal niet | Volvlaks lijmen zodat er geen luchtholtes achter de plaat blijven |
| Minerale wol tussen regelwerk | Ja, altijd | Folie aan de kamerzijde, naden 10 cm overlappen en tapen, randen kitten |
| Houtvezel of calciumsilicaat | Nee, bewust niet | Dampopen pleister en dampopen verf, dus geen latex of vinyl behang |
| XPS in een kelder of tegen een plint | Nee | Volvlaks lijmen, naden dicht, geen holte waar lucht in kan circuleren |
| Reflecterende folie los tegen de muur | Telt niet als isolatie | Alleen zinvol als luchtdichte laag in een grotere opbouw |
Nooit twee dampdichte lagen om de isolatie heen. Een muur die aan de buitenkant geïmpregneerd is en aan de binnenkant achter folie zit, kan nergens meer terugdrogen. Kies één dichte laag, aan de warme zijde, en laat de rest van de constructie open.
Koudebruggen: de plek waar binnenisolatie misgaat
Bij binnenmuur isoleren is de koudebrug geen bijzaak maar het hoofdprobleem. Je isoleert het gevelvlak, en alles wat door dat vlak heen steekt blijft in verbinding met de kou buiten: de betonvloer, de binnenmuur die haaks op de gevel staat, de dagkanten van de kozijnen en de balkkoppen van een houten vloer. Die plekken waren voor de klus al het koudst, en na de klus zijn ze relatief nog kouder geworden.
Het gevolg is voorspelbaar. In de hoek waar de niet-geïsoleerde tussenmuur op de geïsoleerde gevel uitkomt, zakt de oppervlaktetemperatuur onder het dauwpunt van de kamerlucht en slaat er vocht neer. Binnen een winter zie je daar zwarte schimmel, vaak net achter een kast waar de lucht ook nog stilstaat. Mensen concluderen dan dat de isolatie niet werkt, terwijl het probleem is dat de isolatie ergens ophoudt.
De oplossing heet flankisolatie: je trekt het pakket veertig tot zestig centimeter de aansluitende wand op, en hetzelfde doe je langs vloer en plafond. Dat mag dunner dan het hoofdvlak, twee tot drie centimeter is meestal genoeg om de temperatuur boven het dauwpunt te houden. Langs kozijnen werk je de dagkant af met een dunne plaat of met calciumsilicaat, dat je in een paar millimeter kunt aanbrengen op plekken waar het kozijn geen ruimte laat.
Boven het raam zit vaak een rollaag of een strek van staande stenen, en die loopt door tot het binnenblad. Dat is samen met de vensterbank de smalste en koudste doorsteek in de hele gevel, dus neem daar een paar centimeter isolatie mee in plaats van er netjes omheen te werken.
| Plek | Wat er gebeurt na binnenisolatie | Wat je eraan doet |
|---|---|---|
| Aansluiting op een haakse binnenmuur | De eerste 30 cm van die muur wordt het koudste vlak van de kamer | Isolatie 40 tot 60 cm doortrekken, 2 tot 3 cm dik is genoeg |
| Vloerrand bij een betonvloer | De vloerrand blijft koud en trekt condens aan achter de plint | Isolatie tot op de dekvloer doorzetten, plint pas erna terugplaatsen |
| Plafondaansluiting | De bovenste 20 cm van de wand blijft koud en wordt vuil | Isolatie doortrekken tot in het plafond of langs het plafond meenemen |
| Dagkant van een kozijn | Smalle koude strook rond het raam, condens op het stucwerk | 2 cm hardschuim of een dunne calciumsilicaatplaat in de dag |
| Vensterbank en rollaag boven het raam | Doorlopend metselwerk van buiten naar binnen | Vensterbank vervangen of onderbreken met een isolerende strook |
| Balkkoppen van een houten vloer | De balkkop ligt in koud, natter geworden metselwerk | Rondom luchtdicht afwerken en de balkkop niet dampdicht inpakken |
| Radiatornis onder het raam | Dunste stuk gevel, blijft achter als je er omheen werkt | Nis vullen met isolatie voordat de radiator terugkomt |
Houten balkkoppen in de gevel vragen aandacht. In woningen van voor 1940 liggen de vloerbalken vaak met hun uiteinde in het binnenblad. Wordt dat blad na binnenisolatie kouder, dan neemt de kans op vocht in het balkuiteinde toe. Zorg dat er geen warme binnenlucht bij de balkkop kan komen, pak de kop niet in met dampdicht materiaal, en laat bij twijfel iemand meekijken die dit vaker gezien heeft.
Isoleren van een binnenmuur zonder spouw of met een smalle spouw
Bij isoleren van een binnenmuur zonder spouw heb je te maken met massief metselwerk, meestal een steens muur van ongeveer 22 centimeter uit de tijd voor 1920. Regenwater dat in de steen trekt komt daar in principe tot aan de binnenzijde, en het enige wat dat tegenhoudt is de tijd die het water heeft om weer te verdampen. Ga je daar aan de binnenkant isoleren, dan wordt die verdamping trager. Voegwerk herstellen, scheuren dichten en de dakgoot laten werken is daarom geen bijklus maar het echte voorwerk.
Een lege spouw levert veel minder op dan mensen denken, ongeveer R 0,17. Een jaren-dertig muur met een spouw van vier centimeter en een massieve muur van dezelfde tijd zitten daardoor dichter bij elkaar dan de bouwjaren suggereren. Dat verklaart ook waarom er bij een boerderij vaak acht tot twaalf centimeter PIR aan de binnenkant komt en bij een jaren-dertig rijtjeshuis vier tot vijf. Dat verschil zit niet in de spouw, maar in hoeveel ruimte je wilt inleveren.
Bij een massieve muur kiezen we liever een dampopen opbouw dan een dampdichte. Houtvezel of calciumsilicaat laat het vocht dat in de muur komt weer naar de kamer toe verdampen, waar de ventilatie het afvoert. Dat kost meer dikte voor dezelfde warmteweerstand, maar het systeem vergeeft een klein lek. Hardschuim tegen een muur die water doorslaat vergeeft niets.
Let ook op wat er buiten gebeurt na de klus. Een muur die aan de binnenkant geïsoleerd is, wordt in de winter kouder en houdt langer water vast, en dat vergroot de kans op vorstschade in het buitenblad en aan het voegwerk. Bij een gevel die al slecht voegwerk heeft, wil je dat eerst opknappen. Datzelfde principe zie je terug bij een dak dat je van binnenuit isoleert: de constructie erachter komt koeler te liggen en moet zijn vocht kwijt kunnen.
Verlijm je de platen tegen de binnenmuur of zet je er een voorzetwand voor?
Het isolatiepakket kan op twee manieren tegen de binnenmuur komen, en die keuze bepaalt hoeveel ruimte je kwijt bent en hoeveel er mis kan gaan. Verlijmen is dunner en dichter, regelwerk is vergevingsgezinder voor een scheve muur en geeft plek voor leidingen.
Ruimteverlies geeft meestal de doorslag. Verlijmde thermische platen kosten je zeven tot acht centimeter aan alle kanten, een voorzetwand met honderd millimeter wol plus beplating komt al snel op dertien centimeter. In een slaapkamer van drie meter breed kan dat betekenen dat het bed niet meer past, dus meet het uit voordat je materiaal bestelt.
Platen rechtstreeks verlijmen
Deze aanpak vraagt een muur die redelijk vlak en volledig droog is. Haal los stucwerk eraf, klop holklinkende plekken weg en stof de wand af. Wat het vaakst misgaat, is de lijm. Vijf klodders per plaat is snel, maar laat een doorlopende luchtholte achter waarin kamerlucht langs het koude metselwerk kan circuleren. Daar condenseert het en dat merk je pas als het gips aan de onderkant zacht wordt.
Werk dus met een rondlopende lijmrups langs de hele plaatrand plus klodders in het midden, of kam de lijm volvlaks uit met een tandspaan van tien millimeter. Zet de eerste rij op een lat of op wiggen zodat hij waterpas staat, want een scheve onderste rij loopt door tot bovenaan. Hoe lang de lijm en het latere stucwerk nodig hebben voordat je verder kunt, vind je in de tabel met droogtijden per materiaal.
Een voorzetwand met regelwerk
Bij regelwerk zet je liever metalstud profielen dan houten regels, want hout tegen een koude muur wordt zelf een koudebrug en kan vocht opnemen. Zet het frame bij voorkeur vrijstaand, twee centimeter van de muur af, en vul de hele diepte inclusief die twee centimeter met wol. Laat je daar een open luchtspouw zitten, dan gaat er lucht in circuleren en werkt de isolatie een stuk minder.
Bevestig de profielen op vloer en plafond met een akoestische band ertussen, dat scheelt contactgeluid. Welke plaatdikte je erop zet en wanneer dubbel beplaten zin heeft, staat bij de dikte van gipsplaat per toepassing. Loopt de wand door tot tegen een verlaagd plafond, kijk dan ook naar het regelwerk voor gipsplaten aan het plafond zodat de aansluiting boven strak wordt.
Een wand van gipsblokken tegen een koude binnenmuur
Bij een woningscheidende wand of een wand naar een garage kan een gemetselde voorzetwand van gipsblokken van 70 of 100 mm een prettige oplossing zijn. Je krijgt een massieve, direct behangklare wand waar je gewoon iets aan kunt ophangen, en tussen de blokken en de bestaande muur past een laag isolatie.
Voor geluid werkt dit alleen als de nieuwe wand de oude nergens raakt. Laat een centimeter ruimte, vul die met wol en zet de blokken op een strook rubber of vilt, anders geleidt de vloer het geluid alsnog door. Voor warmte geldt dat gipsblokken zelf nauwelijks isoleren: de winst zit in de isolatielaag erachter, niet in het blok.
Neem in een verlijmd of beplaat vlak alvast houten latten op waar later iets zwaars komt te hangen. Een lat van 18 mm multiplex in het isolatievlak, precies zo dik als de isolatie, geeft je een draagvlak voor keukenkastjes of een tv-beugel zonder dat je later dwars door je luchtdichte laag heen boort.
Stopcontacten, leidingen en de afwerking
De meeste lekken in een luchtdichte laag zitten niet in het vlak maar in de dingen die erdoorheen gaan. Een gewone inbouwdoos in een dampremmende folie is een gat van zestig millimeter met een kabelinvoer die niet dicht is, en daar stroomt warme, vochtige lucht ongehinderd doorheen naar het koude metselwerk.
De nette oplossing is een installatiespouw: zet de dampremmende laag op de isolatie en maak daar aan de kamerzijde nog drie centimeter regelwerk voor waarin alle leidingen en dozen komen. Zo blijft de folie ongeschonden en kun je later een stopcontact verplaatsen zonder de constructie open te leggen. Kan die extra ruimte er niet af, gebruik dan luchtdichte inbouwdozen en werk de kabeldoorvoeren af met een manchet of luchtdichte kit.
Bij de vloer kit je de dampremmende laag op de dekvloer en niet op de plint, want de plint komt er ooit weer af. Rond kozijnen gebruik je aansluitband die je aan de ene kant op de folie en aan de andere kant op het kozijn plakt, zodat de aansluiting een beetje beweging kan opvangen. Purschuim alleen is geen luchtdichting: het schuimt open op de plekken waar je het snijdt en laat daar lucht door.
De afwerking is daarna gewoon plaatwerk. Naden vullen, wapenen en schuren gaat zoals bij elk ander vlak, en de volgorde daarvan staat bij het afwerken van gipsplaten tot een schilderklaar vlak. De andere vlakken van de schil hebben hun eigen details: die vind je in het overzicht van wanden en plafonds en bij de mogelijkheden om het dak te isoleren.
Zo isoleer je een gevelwand aan de binnenzijde
Deze volgorde geldt voor één kamerwand met verlijmde platen of met een voorzetwand, en werkt van diagnose naar afwerking.
-
Controleer de muur op vocht en meet wat je voor je hebt
Doe de folietest op de plek die het koudst aanvoelt en laat de folie twee dagen zitten. Meet de muurdikte bij een stopcontact of in de raamdag en zoek met een gaatje in de voeg uit of er een spouw is. Pas als de muur droog is, heeft de rest zin.
-
Kies het systeem en reken de dikte uit
Deel de gewenste warmteweerstand door de lambdawaarde van het materiaal, dan heb je de dikte in meters. Weeg dat af tegen de centimeters die je in de kamer kunt missen. Bij een massieve muur kies je liever een dampopen opbouw, bij een muur met een droge spouw kan hardschuim gewoon.
-
Ruim de wand leeg en maak hem vlak
Haal plinten, radiator en stopcontacten weg en klop het losse stucwerk eraf. Een verlijmde plaat volgt de vorm van de muur, dus bulten en oude lijmresten geven later holtes. Bij regelwerk hoeft de muur niet vlak, maar hij moet wel schoon en stofvrij zijn.
-
Isoleer eerst de dagkanten en de aansluitende wanden
Werk de dagkanten van de kozijnen af met een dunne plaat en trek langs elke haakse binnenmuur veertig tot zestig centimeter isolatie mee. Doe je dit later, dan moet je in je afgewerkte vlak snijden. Sla je het over, dan blijft de hoek naast je nieuwe wand het koudste punt van de kamer.
-
Breng het hoofdvlak aan
Bij verlijmen zet je een lijmrups rondom de plaat plus klodders in het midden, of je kamt volvlaks. Start op een waterpas gestelde lat en houd de naden strak tegen elkaar. Bij regelwerk stel je de profielen twee centimeter van de muur en vul je de volledige diepte met wol.
-
Maak de warme zijde luchtdicht
Tape bij hardschuim alle plaatnaden met aluminiumtape. Bij minerale wol breng je de dampremmende folie aan met tien centimeter overlap, tape je de naden en kit je de randen op vloer, plafond en kozijn. Controleer bij daglicht of je nergens doorheen kijkt.
-
Leg de leidingen aan de kamerzijde
Zet drie centimeter regelwerk voor de folie en breng daarin de kabels en inbouwdozen aan. Kan die ruimte er niet af, gebruik dan luchtdichte dozen en dicht elke kabeldoorvoer af. Elektra achter een dichte wand hoort volgens de regels aangelegd, dus geen losse verlengsnoeren of doorverbindingen zonder lasdoos.
-
Beplaat, werk af en zet de radiator terug
Schroef de gipsplaten met dieptestop vast, wapen en vul de naden en schuur ze vlak. Vul de radiatornis met isolatie voordat de radiator terugkomt, en bevestig hem aan de opgenomen houten lat en niet aan het gips. Plaats de plinten pas als het stucwerk droog is.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je de wand dichtzet
Uit de praktijk
Een spouw van zes centimeter met onbekend schuim erin
Bij een woning uit 1969 was de totale muurdikte 28 centimeter, waarvan de spouw zes centimeter. Tijdens eerdere verbouwingen kwam er op sommige plekken een wit, bros schuim uit de spouw dat niemand kon thuisbrengen, en op andere plekken lag er nog bouwafval uit de bouwtijd. Dat is bijna zeker verouderd ureumformaldehydeschuim: het krimpt in de loop van de jaren, laat los van de stenen en isoleert daarna nog maar een fractie van wat het beloofde.
Het plan was radicaal: het buitenblad ter hoogte van de woningscheiding doorzagen, de hele gevel weghalen en op het kale binnenblad een systeem van vijftien centimeter isolatie met steenstrips zetten, over ongeveer 29 vierkante meter. Bouwfysisch is dat de beste variant, want dan zitten de vloerranden en de binnenwanden binnen de isolatieschil en heb je geen koudebruggen meer.
Waar het vastliep, was de constructie. Het buitenblad draagt de gevelkozijnen, de lateien boven de ramen en bij deze woning ook een deel van de dakvoet, en dat komt niet vanzelf terug in een lijmsysteem met steenstrips. Dit is werk met een constructieberekening en een omgevingsvergunning, en niet iets wat je in een weekend uitprobeert. Voor de kamers die echt koud waren, was binnenisolatie met flankisolatie de snellere en veel goedkopere route.
Het oude schuim eruit en acht centimeter EPS aan de binnenkant
In een vergelijkbare woning ging het oude schuim er wel uit, waarna er tegen het binnenblad acht centimeter EPS kwam. Omdat de houten vloer van de eerste verdieping met de balkkoppen in de gevel lag, is er een extra dragende binnenmuur voor gemetseld die de balklaag overneemt. Daarmee werd meteen het lastigste detail van binnenisolatie opgelost: de balkkoppen zitten niet langer in het koude, natte deel van de muur.
In dezelfde wand zijn leidingen voor wandverwarming meegenomen, zodat de muur later als verwarmingsvlak kon dienen. Dat is meer werk dan een gemiddelde isolatieklus, maar het is wel de volgorde die klopt: eerst de constructie en de leidingen, dan pas de afwerking.
Wat we hier moeten rechtzetten, is het idee dat inblazen van een spouw altijd mislukt omdat het materiaal door vocht zakt. Netjes ingeblazen parels of wol zakken niet. Wat wel misgaat, is inblazen in een spouw vol mortelbaarden en puin, of in een gevel die water doorslaat. Het verschil zit in de inspectie vooraf, niet in het materiaal.
Jaren dertig, een smalle spouw en folie op de verkeerde plek
Bij een jaren-dertig woning met een spouw van ongeveer vier centimeter was de vraag of er eerst een vochtdichte folie tegen de binnenmuur moest, ook ter hoogte van de balkenlagen, voordat de PIR-panelen met gipsplaat ertegen kwamen. Dat klinkt zorgvuldig, maar het is precies andersom.
In een wand waar dat wel zo was uitgevoerd, zat de folie tegen het metselwerk en het aluminium van de PIR-platen aan de kamerzijde. Het vocht dat via de vloerrand en de balkkoppen toch in de constructie kwam, zat daarmee tussen twee dichte lagen. Na twee winters waren er donkere plekken op het gips langs de vloer en voelden de onderste platen klam aan.
De herstelaanpak was de folie eruit, de platen volvlaks verlijmen op het schone metselwerk, alle naden met aluminiumtape dichtzetten en de aansluiting op de dekvloer en het plafond afkitten. Over de dikte: vier tot vijf centimeter PIR bij een huis met spouw en acht tot twaalf centimeter bij een massieve boerderijmuur is een gangbaar verschil, maar dat komt niet doordat een lege spouw zoveel isoleert. Die levert ongeveer R 0,17. Het is een keuze over hoeveel ruimte je wilt inleveren.
De koude wand naar de buren die geen gevel bleek
Hier lag het plan klaar om een muur vol te spuiten met purschuim, tot op de liter uitgerekend. Het ging alleen niet om een buitengevel maar om de woningscheidende wand naar de buren, met een holte ertussen. Dat verandert de klus volledig, want daar verlies je geen warmte naar buiten: je hebt last van tocht via de kieren en van geluid.
De aanpak die hier goedkoper en sneller was: gewone isolatieplaten tegen de wand, een voorzetwandje ervoor en de kieren rondom, langs vloer, plafond en zijkanten, met purschuim en luchtdichte kit afsluiten. Volspuiten van de hele holte kost een veelvoud aan schuim en levert voor geluid weinig op, want hardschuim geleidt geluid juist goed.
Voor geluid werkt een vrijstaand metalstud frame met minerale wol beter dan wat dan ook: geen contact met de bestaande wand, wol in de volle diepte en dubbele beplating. Verwacht geen stilte, wel dat de televisie van de buren van herkenbaar naar achtergrondgeluid zakt.
Veelgemaakte fouten
Isoleren over een muur die nog vocht doorslaat
De muur voelt koud, dus er gaat isolatie tegenaan. Als de kou echter van verdampend regenwater kwam, sluit je dat vocht nu in. Het metselwerk krijgt geen warmte meer om op te drogen en na een winter of twee zie je natte randen langs de vloer. Doe eerst de folietest en herstel het voegwerk.
Folie tussen het metselwerk en de isolatie leggen
Het idee is dat de folie regenwater van buiten tegenhoudt, maar hij komt zo aan de koude kant van het pakket te liggen. Damp die via een kier, de vloerrand of een balkkop toch de constructie in komt, kan daarna geen kant meer op. De dampremmende laag hoort aan de kamerzijde, en nergens anders.
Platen met vijf klodders lijm bevestigen
Zo werkt het bij een gipsplaat op een binnenwand, maar niet tegen een koude gevel. Tussen de klodders blijft een doorlopende holte waarin warme kamerlucht langs het koude metselwerk kan circuleren, en daar condenseert het. Lijm rondom de plaatrand door of kam volvlaks uit.
De aansluitende binnenwanden en de dagkanten overslaan
Het gevelvlak is prachtig geïsoleerd en de eerste dertig centimeter van de haakse tussenmuur niet. Dat wordt het koudste vlak van de kamer, dus daar slaat het vocht neer en groeit de schimmel. Trek de isolatie veertig tot zestig centimeter door, ook al hoeft dat maar twee centimeter dik.
Minerale wol tegen de muur zetten zonder dampremmende laag
Wol laat waterdamp volledig door, dus zonder folie aan de kamerzijde loopt de damp door tot op het koude metselwerk en slaat daar neer. De wol wordt vochtig, zakt in en isoleert minder, en het gips krijgt vlekken. Bij wol is de folie geen optie maar onderdeel van het systeem.
Stopcontacten en kabels dwars door de dampremmende laag
Een gewone inbouwdoos maakt een gat van zestig millimeter in je luchtdichte vlak en de kabelinvoer sluit niet af. Warme vochtige lucht stroomt daar naar binnen en zoekt het koudste punt. Leg de leidingen in een installatiespouw vóór de folie, of gebruik luchtdichte dozen.
Reflecterende folie als volwaardige isolatie rekenen
Multifolie wordt verkocht met de belofte dat drie centimeter net zoveel doet als acht centimeter minerale wol. Die claim gaat uit van stilstaande luchtlagen aan beide zijden die er in de praktijk zelden zijn. Als luchtdichte en dampremmende laag is de folie bruikbaar, als isolatiepakket niet.
Veelgestelde vragen
Isoleert gipsplaat, of moet er altijd iets achter?
Een gipsplaat van 12,5 millimeter heeft een lambda van ongeveer 0,25 en levert daarmee R 0,05, wat je niet terugvoelt. Dat een gipsplaten voorzetwand toch warmer aanvoelt, komt door de stilstaande lucht erachter en doordat je de tocht langs de vloerrand hebt gestopt. Wil je met plaatmateriaal echt isoleren, kies dan een thermische plaat: gipsplaat met een laag PIR, EPS of minerale wol erop gelijmd. Daar zit de isolatiewaarde in de laag erachter, niet in het gips.
Moet ik bij binnenmuur isoleren een dampscherm of niet gebruiken?
Dat hangt af van het isolatiemateriaal. Gebruik je PIR met een aluminium cachering of XPS, dan is het materiaal zelf al vrijwel dampdicht en heb je geen extra folie nodig, mits je alle naden tapet en de randen afkit. Werk je met minerale wol tussen regelwerk, dan hoort er altijd een dampremmende folie aan de kamerzijde, met tien centimeter overlap op de naden. Bij dampopen systemen als houtvezel of calciumsilicaat laat je de damprem juist bewust weg, want die opbouw is ontworpen om vocht terug te laten drogen naar de kamer.
Werkt binnenmuur isoleren met folie net zo goed als met platen?
Nee. Reflecterende multifolie werkt op straling en heeft aan beide zijden een stilstaande luchtspouw nodig om überhaupt iets te doen. Druk je de folie tegen de muur en er een plaat overheen, dan blijft er van de gemeten waarde weinig over. De folie heeft wel een nuttige rol als luchtdichte en dampremmende laag in een opbouw met echte isolatie erachter. Voor de warmteweerstand zelf reken je op de plaat of de wol, niet op de folie.
Hoe voorkom ik een koudebrug bij het isoleren van een binnenmuur?
Door de isolatie door te zetten op alles wat door het gevelvlak heen steekt. Trek het pakket veertig tot zestig centimeter mee op elke binnenmuur die haaks op de gevel staat, neem de vloerrand mee tot op de dekvloer en werk de dagkanten van de kozijnen af met een dunne plaat. Twee tot drie centimeter is op die plekken meestal genoeg om de oppervlaktetemperatuur boven het dauwpunt te houden. Vergeet de vensterbank en de rollaag boven het raam niet, want dat is doorlopend metselwerk van buiten naar binnen.
Hoe pak ik het isoleren van een binnenmuur zonder spouw aan?
Begin buiten. Bij massief metselwerk komt regenwater in principe tot aan de binnenzijde, dus voegwerk, scheuren, dakgoot en de aansluiting op het maaiveld moeten eerst in orde zijn. Kies daarna liever een dampopen opbouw met houtvezel of calciumsilicaat dan hardschuim, zodat vocht dat er toch in komt naar de kamer kan terugdrogen. Reken op meer dikte voor dezelfde warmteweerstand en zorg voor werkende ventilatie in de ruimte, want de muur neemt na de klus geen vocht meer uit de lucht op.
Hoeveel centimeter isolatie heb ik aan de binnenkant nodig?
Deel de gewenste warmteweerstand door de lambdawaarde van het materiaal. Voor R 2,5 betekent dat ongeveer 5,5 centimeter PIR, 9 centimeter EPS of 9 centimeter minerale wol. In een woonkamer werken we het liefst naar R 3 of hoger, in een slaapkamer waar elke centimeter telt is R 2 al een groot verschil met een kale muur. Meet vooraf uit wat je aan ruimte kunt missen, want een voorzetwand met wol kost al snel dertien centimeter en verlijmde thermische platen zeven tot acht.
Waarom voelt één binnenmuur zoveel kouder dan de rest van de kamer?
Er zijn drie gewone verklaringen. De muur grenst aan buiten of aan een onverwarmde ruimte en verliest warmte, er zit vocht in het metselwerk dat verdampt en daarmee koelt, of er staat een luchtstroom langs die je als kou voelt. Meet met een infraroodthermometer op verschillende hoogtes. Is de wand onderaan duidelijk kouder en donkerder van kleur, denk dan eerst aan optrekkend vocht. Is de temperatuur gelijkmatig laag, dan is een koude binnenmuur isoleren inderdaad de juiste ingreep.
Mag ik minerale wol direct tegen de buitenmuur zetten?
Dat kan, maar dan moet de dampremmende laag aan de kamerzijde kloppen en luchtdicht zijn. Wol laat damp volledig door, dus elk gaatje in de folie stuurt vochtige binnenlucht rechtstreeks naar het koude metselwerk. Zet het regelwerk bij voorkeur vrijstaand op twee centimeter van de muur en vul die ruimte ook met wol, zodat er geen open luchtspouw overblijft waarin lucht kan circuleren. Bij twijfel over de luchtdichtheid is hardschuim met getapete naden vergevingsgezinder.
Kan ik een kast of een televisie ophangen aan een geïsoleerde wand?
Niet aan de gipsplaat zelf. Neem tijdens de opbouw een houten lat of een strook multiplex op in het isolatievlak, precies zo dik als de isolatie, op de hoogte waar het gewicht komt. Daar schroef je later gewoon in, zonder je luchtdichte laag te doorboren. Is de wand al dicht, dan blijft alleen een lange isolatieplug tot in het metselwerk over, en dan zet je een koudebrug en een gaatje in je dampremming. Dat is te repareren met kit, maar het is netter om het vooraf te plannen.
Wordt het metselwerk zelf niet natter door binnenisolatie?
Ja, en dat is de reden dat deze methode als laatste in de rij staat. De muur krijgt geen warmte meer uit de kamer, wordt dus kouder en droogt trager op. Bij een gevel die het water buiten houdt, is dat geen probleem. Bij slecht voegwerk, scheuren of een lekkende goot neemt de kans op vorstschade en op vocht in houten balkkoppen toe. Herstel daarom eerst de buitenkant en houd na de klus in de gaten of het voegwerk heel blijft.
Kan ik een radiator terugplaatsen op een geïsoleerde wand?
Dat kan, maar niet met de beugels in het gips. Neem op de hoogte van de bevestiging een houten lat op in het isolatievlak of gebruik doorlopende pluggen tot in het metselwerk, en dicht die doorvoeren dan af. Vul de radiatornis onder het raam met isolatie voordat de radiator terugkomt, want dat is meestal het dunste stuk gevel van de hele kamer. Een radiator voor een niet-geïsoleerde nis stookt vooral de buitenlucht warm.
Krijg ik subsidie voor isoleren aan de binnenzijde?
Gevelisolatie aan de binnenzijde valt in de regel onder de landelijke isolatieregelingen, mits je aan de minimale R-waarde en aan een minimum aantal vierkante meters komt. Die voorwaarden en bedragen veranderen per jaar, en soms komt er een eis bij over het uitvoeren van meerdere maatregelen tegelijk. Kijk daarom vlak voor de aanvraag wat er op dat moment geldt en bewaar de facturen met de materiaalspecificatie erop, want de R-waarde van het gebruikte product moet aantoonbaar zijn.
Wanneer je beter een vakman belt
Isolatieplaten lijmen en een voorzetwand zetten is werk dat je met wat ervaring prima zelf doet. Er zijn vier situaties waarin wij zouden stoppen en iemand erbij halen.
De eerste is alles wat aan de dragende constructie komt. Een buitenblad doorzagen of weghalen, een gevelopening vergroten of een muur onderbouwen vraagt een constructieberekening en meestal een vergunning, want het buitenblad draagt vaak de lateien boven de kozijnen en soms een deel van de dakvoet.
Ook bij een houten balklaag waarvan de koppen in de gevel liggen, halen wij er iemand bij zodra er vochtplekken of verzakking zichtbaar zijn. Binnenisolatie maakt die situatie ongunstiger, en of dat verantwoord is hangt af van de staat van het hout. Dat beoordeel je niet vanaf de vloer.
De derde is vocht dat na het herstellen van het voegwerk terugkomt, of schimmel over grote vlakken. Dan is er iets anders aan de hand, bijvoorbeeld optrekkend vocht of een lek dat je niet ziet, en een isolatiepakket erover maakt het erger in plaats van beter.
Als laatste asbest. In woningen van voor 1994 zit soms asbesthoudend plaatmateriaal achter een schouw, in een schacht of als brandwerende plaat tegen een wand. Herken je zoiets bij het slopen, leg het werk dan stil en laat het inventariseren voordat je verder gaat.