Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Dakpannen leggen: latafstand, uitzetten en recht houden

11 minuten lezen Laminaat & pvc Bijgewerkt 14 augustus 2026
diy-gids.nl VLOEREN Dakpannen leggen

Dakpannen leggen is vooral meetwerk. De latafstand haal je uit een proefbaan van tien pannen en niet uit de oude latten, de banen zet je uit met een draad en merkstrepen, en pas daarna gaan de pannen erop. Wie dat overslaat, komt bij de nok een halve pan tekort en ziet de banen scheef weglopen. Het leggen zelf is het makkelijke deel: de folie, de tengels en het vastzetten tegen wind bepalen of het dak twintig jaar droog blijft.

11 minuten

Dit heb je nodig

1 tot 3 dagen voor een schuurtje, weken voor een woonhuisdak Pittig, werken op hoogte 15 tot 45 euro per vierkante meter aan pannen, latten en folie

Gereedschap

  • Steiger of rolsteiger met dakrandbeveiliging, geen losse ladder als werkplek
  • Pannenlift of een steigerlift voor het aanvoeren van de pannen
  • Rolmaat van 5 meter en een lange duimstok
  • Metsersdraad of vislijn en een slaglijn met krijt
  • Waterpas van 120 cm en een rechte rij
  • Hamer of nagelpistool voor ringnagels, en een accuschroevendraaier
  • Handcirkelzaag en een handzaag voor de pasmaten
  • Haakse slijper met diamantschijf of een pannenknipper
  • Troffel en voegspijker als je vorsten aansmeert
  • Stofbril, gehoorbescherming en stevige handschoenen

Materiaal

  • Dakpannen, plus vijf procent extra voor breuk en pasmaten
  • Waterkerende dampopen folie
  • Tengels van ongeveer 22 x 32 mm, geïmpregneerd
  • Panlatten van 22 x 38 mm of 24 x 48 mm, afhankelijk van de tengelafstand
  • Verzinkte of roestvaste ringnagels 2,8 x 55 mm
  • Roestvaste panhaken en pansteunen
  • Nokvorsten, vorstbeugels en een dampopen vorstrol
  • Vorstenmortel als je de nok toch aansmeert
  • Lood of een loodvervanger voor de aansluitingen
  • Vogelschroot en een geventileerde gootstrook

Wat er onder de pannen zit en waarom dat de klus bepaalt

Dakpannen leggen lijkt in één opzicht op het leggen van een vloer: het resultaat wordt bepaald door wat eronder zit en door de maatverdeling. Bij laminaat en pvc is dat de ondervloer en de startrij, op een dak zijn dat de gordingen, de folie en de panlatten. De pannen zelf zijn het snelste onderdeel van de hele klus.

Van binnen naar buiten ziet een gezond pannendak er zo uit: sporen of gordingen, eventueel houten dakbeschot, waterkerende dampopen folie, tengels in de lengterichting van het dakvlak, panlatten horizontaal daarop en dan pas de pannen. Die tengels lijken een detail, maar ze doen het meeste werk. Zonder tengels ligt de panlat plat op de folie en blijft water dat langs de pannen naar binnen waait tegen de lat staan, precies waar het hout gaat rotten.

Bij oudere daken tref je die opbouw vaak niet aan. In huizen uit de jaren veertig ligt onder de pannen regelmatig zwart asfaltpapier dat na tachtig jaar op de naden openligt, met daaronder een dun laagje glaswol en rietplaten. Dat papier is geen dampopen folie en houdt niets meer tegen. Ligt het dak toch open, dan is dit het moment om die laag te vervangen.

LaagWat die laag doetGangbare maatWaar het misgaat
Gording of spoorDraagt het hele dakvlak af naar muren en spantenAfhankelijk van overspanning, berekend werkAangetast door een oude lekkage bij nok of dakraam
DakbeschotGeeft stijfheid en een vlakke ondergrond voor de folieUnderlayment of delen van 18 tot 22 mmOntbreekt bij daken uit de jaren tachtig, folie hangt dan vrij
Waterkerende folieVoert inwaaiend water en condens af naar de gootDampopen folie, overlap 10 cm, meer bij lage hellingEindigt boven de goot in plaats van erin, water loopt achter de bak
TengelHoudt de panlat vrij van de folie zodat water weg kanOngeveer 22 x 32 mm, in lijn met de sporenWordt weggelaten, panlat rot van onderaf weg
PanlatDraagt de pannen en bepaalt de dekmaat22 x 38 mm tot 60 cm tengelafstand, daarboven 24 x 48 mmLatafstand overgenomen van het oude dak bij een ander pantype
PanWerende laag, werkt op zwaartekracht en overlapPer model verschillend, zie het legvoorschriftNiet vastgezet aan de randen, waait er bij storm af

Platen onder de pannen uit de periode 1940 tot 1994 kunnen asbest bevatten. Grijze, cement- of betonachtige platen, riet-cementplaten en golfplaten zijn verdacht. Ga daar niet in zagen, boren of breken. Laat eerst een monster onderzoeken en laat verwijderen door een gecertificeerd bedrijf.

De latafstand bepalen door te meten, niet door over te nemen

De latafstand is de hart-op-hart maat tussen twee panlatten en die volgt uit de dekkende lengte van jouw pan. Elk model heeft een eigen maat, en binnen een model verschilt het per fabrikant en per bakcharge. De oude latafstand overnemen kan alleen als je exact hetzelfde pantype terugkrijgt.

Meten gaat het snelst met een proefbaan. Leg tien tot twaalf pannen op de grond in elkaar zoals ze op het dak komen, duw ze in de stand die je op het dak wilt aanhouden en meet de totale lengte over die tien pannen. Deel dat getal door tien en je hebt de dekmaat waarmee je het hele dak uitzet. Bij hollandse pannen zit er speling in die stand, dus de maat die je nu kiest ligt straks in elke baan vast.

Onderaan begin je bij de goot. De pan van de onderste rij steekt ongeveer 50 tot 70 mm over de gootrand, zodat het water in de bak valt en niet langs de boeidelen loopt. De onderste panlat komt daarvoor iets hoger te liggen dan de rest, meestal met een uitvullat, anders staat de eerste rij te vlak.

Bovenaan komt de verdeling terug. Blijft er onder de nok een strook over die te klein is voor een hele pan, verklein dan de latafstand van de bovenste drie of vier rijen een paar millimeter. Dat verdeel je dus, in plaats van bij de nok één rij met een gat op te lossen.

PantypeGangbare dekbreedteGangbare latafstandPannen per m²Gewicht per pan
Oud hollandse panOngeveer 200 tot 210 mm285 tot 320 mm15 tot 18Ongeveer 2 tot 2,5 kg
Opnieuw verbeterde hollandse panOngeveer 235 tot 245 mm330 tot 355 mm11 tot 13Ongeveer 3 kg
MuldenpanOngeveer 250 tot 265 mm330 tot 360 mm10 tot 12Ongeveer 3,5 kg
Keramische sneldekkerOngeveer 280 tot 300 mm340 tot 375 mm9 tot 11Ongeveer 3,5 tot 4 kg
Betonnen sneldekkerOngeveer 300 mm320 tot 345 mm10Ongeveer 4,5 kg
Vlakke leipanOngeveer 200 tot 230 mmHalfsteens, per model verschillend13 tot 16Ongeveer 3 kg

Schrijf de gemeten dekmaat en het pantype met een watervaste stift op de binnenkant van een tengel bij het dakraam. Wie hier over tien jaar een gescheurde pan vervangt, weet dan meteen waar hij naar zoekt.

Dakpannen recht leggen: uitzetten voordat je legt

Scheve banen ontstaan bijna nooit door slordig werk, maar door optelling. Hollandse pannen hebben een paar millimeter schuifruimte in de sluiting, en wie iedere pan een fractie ruimer legt, is na dertig banen zomaar tien centimeter opgeschoven. Aan de gevel zie je dan een baan die naar boven toe wegloopt.

De oplossing is uitzetten voordat je begint. Zet de gemeten dekbreedte af op de onderste panlat en zet om de vijf banen een merkstreep, en herhaal dat op een lat halverwege en op de bovenste lat. Span vervolgens een draad van goot tot nok langs de eerste baan en leg die baan strak langs de draad. Elke volgende groep van vijf banen moet weer op zijn merkstreep uitkomen, en zit er een millimeter of drie verschil in, dan verdeel je dat over die vijf pannen in plaats van het door te schuiven.

Werk van onder naar boven en in trapvorm, dus niet één baan helemaal tot de nok en dan de volgende. Bij pannen met een sluitrand houd je de legrichting aan die de fabrikant voorschrijft, meestal van rechts naar boven werkend zodat de sluiting steeds over de vorige pan valt. In trapvorm zie je een afwijking na drie rijen, terwijl je bij baan-voor-baan pas bij de nok merkt dat het misging.

Controleer ook of het dak zelf recht is. Meet aan beide gevelzijden van de goot naar de nok en meet de diagonalen van het dakvlak. Een oud dak wijkt vaak twee tot vier centimeter af, en dat verschil verdeel je in de latafstand over de bovenste rijen.

Eén dakpan die scheef ligt

Ligt er na een storm of na werk aan een antenne één pan scheef, til dan de pan erboven en de pan ernaast iets op en laat de scheve pan in zijn sluiting terugzakken. Blijft hij omhoog staan, dan zit er meestal mos of een stuk mortel onder de neus, of de panhaak is losgesprongen. Krab de nok van de panlat schoon en kijk of de neus van de pan nog heel is: een afgebroken neus houdt de pan niet meer op de lat en die pan schuift altijd terug.

Werken op een dakvlak is werken op hoogte. Vanaf ongeveer 2,5 meter valhoogte hoort er randbeveiliging te staan. Een ladder is een middel om op het dak te komen, geen werkplek: zodra je met twee handen werkt en je gewicht verplaatst, hoort daar een steiger of een dakrandbeveiliging bij.

Oud hollandse dakpannen leggen en oude pannen hergebruiken

Oud hollandse dakpannen leggen vraagt meer geduld dan het leggen van een moderne sneldekker. Het zijn enkelvoudige golfpannen met een smalle sluiting, ze hebben veel schuifruimte en ze zijn niet gemaakt voor een flauw dak. De meeste fabrikanten en dakdekkers houden voor dit type een helling vanaf ongeveer veertig graden aan, en bij minder helling hoort er een waterdicht onderdak onder.

Werk je met tweedehands pannen van je eigen dak, sorteer ze dan eerst op de grond. Oude gebakken pannen verschillen tot vijf millimeter in breedte, dus maak stapels van gelijke pannen en houd één stapel per baan aan. Tik daarbij met een sleutel tegen elke pan: een heldere klank betekent een gave pan, een doffe klank betekent een haarscheur of vorstschade en die pan gaat op de afvalstapel. Reken op vijf tot tien procent uitval, plus wat breuk tijdens het afnemen.

Vuile pannen leg je niet terug. Mos en aanslag houden vocht vast tussen de sluitingen en drukken de pannen uit hun stand. Neem ze mee in de aanpak die bij het reinigen van dakpannen staat en laat de hogedrukreiniger staan, want die spuit de gesinterde huid van gebakken pannen weg en dan zuigen ze water als een spons.

Leg de gesorteerde pannen per stapel op het dak, verdeeld over de latten en nooit meer dan twintig pannen op één plek. Een stapel van tachtig pannen is ruim honderdvijftig kilo op een halve meter panlat, en dat is precies hoe latten breken.

Pannen vastzetten tegen wind en de nok afwerken

Een pan blijft liggen door zijn eigen gewicht, maar bij de randen van het dak zuigt de wind. Daarom worden de onderste rij, de bovenste twee rijen onder de nok, twee banen langs elke gevel, de hele hoekkeper en alle pannen rond doorbrekingen mechanisch vastgezet met roestvaste panhaken of schroeven. Wij houden dat aan als werkbare vuistregel: bij hoge gebouwen, aan de kust en bij een flauw dak schrijven fabrikanten vaak voor dat elke pan vast moet, en dat staat in het legvoorschrift bij de pan.

De nok is de plek waar oude daken het vaakst lekken. Vorsten die met mortel zijn aangesmeerd, laten na twintig jaar los omdat de mortel krimpt en de kap werkt. Het water loopt dan achter de vorst langs precies op de gording, en dat zie je pas als het hout al zacht is. De droge nok is duurzamer: vorstbeugels op een nokgording, een dampopen vorstrol die de aansluiting afdicht en ventilatie houdt, en de vorsten vastgeschroefd in plaats van vastgeplakt.

Kies je toch voor aansmeren, doe het dan op een droge, stofvrije ondergrond en niet bij vorst of felle zon. Vorstenmortel moet langzaam uitharden, en te snel drogen geeft precies de krimpscheuren waar het water doorheen komt. In onze tabel met droogtijden per materiaal zie je hoe lang mortel en kit nodig hebben voordat je ze mag belasten.

Plek op het dakHoe je vastzetWaarom daar
Onderste rij bij de gootPanhaak of schroef per pan, plus vogelschrootWind krijgt hier grip onder de pan en tilt de rij op
Twee rijen onder de nokSchroef of haak per panGrootste onderdruk zit langs de nok
Twee banen langs elke gevelPanhaak per pan, gevelpannen geschroefdRandzone met de hoogste windbelasting
HoekkeperElke gezaagde pan vastschroeven of vastklemmenGezaagde pannen liggen op minder lat en kantelen snel
Rond dakraam en schoorsteenAlle omliggende pannen vast, lood erop aangedruktPannen liggen hier op pasmaat en missen halve steun
NokvorstVorstbeugel op een nokgording, dampopen vorstrolAangesmeerde mortel scheurt op termijn en lekt op de gording

Dakpannen leggen op een schuurtje of houthok

Dakpannen leggen op een schuurtje is prima te doen, maar het gewicht is de eerste vraag en niet de laatste. Een pannendak weegt inclusief latten en folie al gauw 45 tot 55 kilo per vierkante meter. Op een schuurtje van drie bij vier meter is dat rond de zeshonderd kilo, en daar komt bij storm en sneeuw nog belasting bij.

Een lichte tuinhuisconstructie met dunne sporen op grote afstand houdt dat niet zonder meer. Reken bij een pannendak op sporen of gordingen die daarop berekend zijn, een hart-op-hart afstand van ongeveer 60 centimeter, en muurplaten die op de wanden verankerd zijn in plaats van los opgelegd. Twijfel je bij een bestaand schuurtje, laat dan iemand meekijken die kan rekenen voordat je vijfhonderd kilo pannen naar boven tilt.

De helling is de tweede vraag. Veel schuurtjes en houthokken hebben een lessenaarsdak van twintig graden of minder, en daar zijn hollandse pannen niet voor bedoeld. Voor dakpannen leggen op een houthok kun je vaak beter kiezen voor een pantype dat vanaf een lage helling is toegestaan, met een waterdicht onderdak eronder, of voor een heel andere dakbedekking. Een houthok moet vooral droog blijven en luchten, en een lichte bedekking bespaart je een zwaardere constructie.

Dakbedekking bijgebouwGewicht per m²Werkt vanaf ongeveerWaar je op let
Keramische pannen45 tot 55 kg30 tot 40 graden, per model verschillendZware constructie nodig, mooiste aansluiting op het huis
Betonnen sneldekkers50 tot 60 kg22 tot 30 gradenGoedkoop en tweedehands te krijgen, wel het zwaarst
Vezelcement golfplaat15 tot 20 kg10 tot 15 gradenLicht, maar oude platen zijn asbestverdacht
Stalen dakpanplaat5 tot 8 kg12 tot 15 gradenZeer licht, condens aan de onderkant, anti-condensvlies kiezen
EPDM in één baan5 tot 8 kgPlat tot 10 gradenNaadloos over een klein dak, ondergrond moet vlak zijn
Dakleer op rol8 tot 12 kg5 tot 20 gradenGoedkoopst, gaat 10 tot 15 jaar mee

Til geen pannen omhoog via een ladder. Voor een schuurtjesdak lijkt het te overzien, maar met twintig kilo in je arm heb je geen hand vrij en verandert je zwaartepunt. Zet de pannen op een steigervloer of gebruik een pannenlift.

Het dak leeghalen zonder je constructie of je huis nat te maken

Bij een compleet dak komt de vraag of je een hele dakzijde in één keer leeg mag halen. Wij pakken dat liever anders aan: werk in banen van twee tot drie meter breed van goot tot nok, en zorg dat je diezelfde dag folie en latten weer dicht hebt. Dat is niet uit angst voor de constructie, maar om het weer.

De redenering dat je beide dakzijden tegelijk moet leeghalen om ongelijke belasting te voorkomen, klopt maar gedeeltelijk. Bij een gezonde kap met spanten en gordingen doen dakdekkers dagelijks één zijde tegelijk zonder problemen. Bij een oude, gepende kap, bij spanten waarvan de benen elkaar in evenwicht houden, of bij een kap die al zichtbaar uit het lood staat, is het wel een reëel punt en dan hoort er een constructeur bij.

Het echte risico bij weken openliggen is water en wind. Een huis dat vrij in het veld staat, houd je met zeilen niet zes weken droog, en één losgeslagen zeil betekent doorweekte isolatie en plafonds. Werk daarom in kleine stukken, houd het aantal pannen dat eraf gaat gelijk aan wat je terugkrijgt, en kijk de weersverwachting per dag na.

Nu de pannen eraf zijn, kun je de gordingen echt beoordelen. Aantasting zit bijna altijd op de plek van een oude lekkage: onder een niet goed aangesmeerde nokvorst of onder een lekkend dakraam. Prik met een schroevendraaier in het hout: zakt hij makkelijk enkele centimeters weg, dan is het aangetast en niet alleen verkleurd.

Een aangetaste gording verstevigen of vervangen

Is het hout plaatselijk weggevreten maar de rest gezond, dan kun je een tweede balk van dezelfde afmeting tegen de bestaande gording plaatsen en die over de volledige lengte doorkoppelen. Die nieuwe balk moet aan beide zijden op hetzelfde oplegpunt landen: in de muur of op het stalen spant, niet alleen tegen het oude hout. Een balk die alleen aan het aangetaste hout hangt, verplaatst het probleem.

Is de aantasting over een groot deel van de lengte, dan is vervangen de eerlijke oplossing. Zit de gording ingemetseld in een binnenmuur en steunt hij halverwege op een stalen spant, dan moet het dakvlak tijdens die operatie tijdelijk ondersteund worden. Dat is dragend werk en daar hoort een berekening bij.

Aansluitingen bij een dakkapel, doorbrekingen en hoekkepers

Waar een dakkapel of een dakraam in het vlak zit, worden panlatten doorgezaagd. Die afgezaagde einden moeten op iets rusten dat zelf afdraagt op de sporen of gordingen, dus op een echte raveelbalk. Wordt er alleen een verticale lat tegen de doorgezaagde koppen geschroefd en boven en onder aan de doorlopende panlatten opgehangen, dan hangt die hele strook aan latjes en zakt het dakvlak daar in.

Dat doorzadelen zie je vanaf de dakrand meteen: de pannen langs de kapel kantelen naar binnen en de banen lopen scheef. Water dat over die pannen loopt, wordt dan zijwaarts geleid in plaats van naar de goot. De oplossing is een balk die evenwijdig aan de sporen loopt, onder de aansluitlat door, en die met een stevige verbinding op de slapers of sporen ligt. Vul de isolatie daarna netjes aan, leg de dampopen folie terug over de balk en breng pas dan de panlatten weer op hoogte.

Bij een hoekkeper zaag je elke pan in verstek. Span daar eerst een draad van de nok naar de hoek en teken elke pan af voordat je zaagt, want de lijn moet kloppen voordat het zaagblad erin gaat. Dat werkt hetzelfde als bij plinten in verstek zagen: de hoek meet je op, je gaat er niet vanuit. Elke gezaagde pan ligt op minder lat dan een hele pan, dus die schroef of klem je zonder uitzondering vast.

Werk bij een verholen goot achter een dakkapel altijd met een strook lood of loodvervanger die ver genoeg onder de pannen doorloopt, minstens 15 centimeter. Een goot die alleen tot de panlat komt, loopt bij slagregen over de achterkant vol.

Wat je meepakt nu het dak toch open ligt

Op het moment dat de pannen eraf zijn, is de rest van de dakopbouw voor het laatst in jaren bereikbaar. Dat is het moment om oud asfaltpapier te vervangen door dampopen folie, de isolatie aan te vullen en meteen te kijken of de ventilatie bij de goot en bij de nok nog open is. Isolatie die tot tegen het dakbeschot is geduwd zonder luchtspouw, geeft in de winter condens op precies die plek.

Bij een bergzolder of vliering is de vloer de volgende stap. Nieuwe vloerbalken op ongeveer 57 centimeter hart-op-hart, glaswol van 58 centimeter breed er strak tussen, dampremmende folie aan de warme kant en daarop een vloer van underlayment werkt goed voor opslag. Die folie hoort aan de binnenkant te zitten, dus onder de isolatie, want anders sluit je vocht in de constructie op.

Wordt het een bergzolder waar je ook wilt zitten, dan komt daar een afwerking overheen. Bij een harde afwerking bepaalt de ondervloer onder vinyl hoe vlak en hoe stil het wordt, en op een houten vloer speelt de dikte van die laag een grotere rol dan op beton. De rest van de opties staat bij ons overzicht over vloeren en vloerafwerking.

Zo leg je een dakvlak vol met pannen

Deze volgorde geldt voor een dakvlak dat je opnieuw belat en vollegt, en met kleine aanpassingen ook voor een schuurtje.

  1. Meet de dekmaat met een proefbaan

    Leg tien tot twaalf pannen op de grond in elkaar zoals ze op het dak komen, meet de totale lengte en deel door tien. Dat is de latafstand waarmee je het hele dak uitzet. Meet ook de dekbreedte over tien pannen naast elkaar, want daarmee zet je straks de banen uit.

  2. Controleer de constructie voordat er iets op komt

    Prik met een schroevendraaier in de gordingen, vooral onder de nok en rond een dakraam waar ooit een lekkage zat. Zacht hout repareer je nu, niet nadat de pannen erop liggen. Gaat het om vervangen of ondersteunen van een dragende gording, laat dat dan eerst berekenen.

  3. Breng de folie en de tengels aan

    Rol de dampopen folie horizontaal uit, van onder naar boven, met minstens 10 centimeter overlap zodat de bovenste baan over de onderste valt. Laat de onderste baan echt in de goot uitwateren. Schiet daarna de tengels vast in lijn met de sporen, zodat water tussen folie en panlat kan weglopen.

  4. Zet de panlatten uit en spijker ze vast

    Begin bij de goot met de onderste lat, iets uitgevuld zodat de eerste rij dezelfde hoek krijgt als de rest. Zet de latafstand af aan beide dakzijden en in het midden, en trek een slaglijn. Verdeel het verschil dat je bij de nok overhoudt over de bovenste drie of vier rijen.

  5. Verdeel de pannen over het dak

    Zet stapels van maximaal twintig pannen verspreid over de latten, niet meer dan een paar op één plek. Gebruik een pannenlift of geef ze via een steigervloer aan. Sorteer tweedehands pannen vooraf op breedte en houd één stapel per baan aan.

  6. Leg de eerste baan langs een gespannen draad

    Span een draad van goot tot nok en leg de eerste baan daar strak langs. Zet om de vijf banen een merkstreep met de gemeten dekbreedte: onderaan, halverwege en vlak onder de nok. Kom je bij een merkstreep een paar millimeter uit, verdeel dat dan over die vijf pannen.

  7. Leg het vlak vol in trapvorm

    Werk van onder naar boven en schuif per rij in trapvorm door, in plaats van baan voor baan tot de nok. Zo zie je een afwijking na drie rijen in plaats van bij de laatste rij. Houd de legrichting aan die bij het pantype hoort, zodat de sluiting steeds over de vorige pan valt.

  8. Zet de randen vast en werk de nok af

    Schroef of haak de onderste rij, de twee rijen onder de nok, twee banen langs elke gevel, de hoekkepers en alles rond doorbrekingen vast. Monteer daarna de vorstbeugels op de nokgording, rol de dampopen vorstrol uit en schroef de vorsten vast. Leg als laatste het vogelschroot in de gootstrook.

Droogtijden

Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens

Soort werkMateriaalStofdroogOverschilderbaar of belastbaarVolledig uitgehardWaar het misgaat
KitAcrylaatkit20 tot 40 minutenna 6 tot 12 uur overschilderbaar24 tot 48 uurTe vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt.
KitSiliconenkit (sanitair)10 tot 20 minutenniet overschilderbaar24 uur per 2 mm dikteEen dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig.
KitHybride kit (MS-polymeer)15 tot 30 minutenna 24 uur overschilderbaar24 tot 72 uurHardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer.
KitPolyurethaankit30 tot 60 minutenna 24 uur3 tot 5 dagenBlijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is.
KitMontagekit30 minuten voorgripna 24 uur belastbaar3 tot 7 dagen op volle sterkteZwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt.
StucwerkStucpasta of finishpasta2 tot 4 uurna 12 tot 24 uur schuren24 tot 48 uurOp een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij.
StucwerkGips (raaplaag)12 uur per laagna 24 uur verder werken1 week per centimeter dikteVerven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf.
StucwerkCementgebonden pleister24 uurna 3 dagen2 tot 4 wekenEen dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven.
StucwerkVulmiddel voor gaatjes20 tot 60 minutenna 1 tot 2 uur schuren4 tot 8 uurDiepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen.
VerfMuurverf op waterbasis (latex)30 tot 60 minutenna 4 tot 6 uur tweede laag2 tot 4 wekenDe verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast.
VerfGrondverf op waterbasis1 uurna 4 tot 6 uur schuren en aflakken24 uurOnvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak.
VerfGrondverf op terpentinebasis4 tot 6 uurna 16 tot 24 uur3 tot 5 dagenBij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door.
VerfLak op waterbasis1 tot 2 uurna 6 uur tweede laag5 tot 7 dagenDeuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken.
VerfLak op terpentinebasis4 tot 8 uurna 24 uur1 tot 2 wekenBlijft in een vochtige ruimte dagen kleverig.
VerfVoorstrijkmiddel1 tot 2 uurna 2 tot 4 uur verder12 uurDoorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in.
VloerEgaliseermiddel3 tot 6 uur beloopbaarna 24 uur vloer leggen1 dag per millimeterEen laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc.
VloerCementdekvloer24 tot 48 uur beloopbaarna 3 weken belastbaar1 week per centimeter, daarna langzamerEen dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag.
VloerAnhydriet gietvloer24 tot 48 uurna 5 tot 7 dagen3 tot 6 wekenDe zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden.
VloerBetonvloer gestort24 uur ontkistenna 7 dagen licht belastbaar28 dagen op sterkteTe snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig.
TegelwerkTegellijm (standaard)niet belopenna 24 uur voegen7 dagenVoegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting.
TegelwerkTegellijm (sneldrogend)niet belopenna 4 tot 6 uur voegen24 uurHandig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd.
TegelwerkVoegmortel2 tot 3 uur nawassenna 24 uur licht belastbaar7 dagen voor douchegebruikTe snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen.
TegelwerkSmeerbare afdichting (kimband en pasta)3 tot 4 uur per laagna 12 tot 24 uur tegelen24 uurTwee dunne lagen werken beter dan een dikke.
BehangBehangplaksel op vliesbehangdirect hangenna 24 uur droog48 uurVerwarming vol aanzetten laat de naden openstaan.
BehangGlasweefsel met muurverf gelijmd6 uurna 24 uur overschilderen48 uurTe vroeg de tweede laag geeft blaasjes.
HoutHoutlijm (pva)20 tot 30 minuten klemmenna 1 uur voorzichtig hanteren24 uur op volle sterkteTe weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt.
HoutConstructielijm (polyurethaan)40 minuten klemmenna 3 uur24 uurSchuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk.
HoutHoutvuller op waterbasis30 minutenna 1 uur schuren4 uurDiepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm.
HoutEpoxy houtreparatie30 tot 90 minutenna 4 tot 6 uur schuren24 uurOnder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig.
HoutBeits op waterbasis1 uurna 4 uur tweede laag24 tot 48 uurIn de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen.

Samengesteld uit fabrikantenvoorschriften en uit wat mensen in de praktijk tegenkomen. Alle tijden gelden bij ongeveer 20 graden en 60 procent luchtvochtigheid. Kouder of vochtiger betekent langer wachten: reken bij 10 graden ruwweg op een verdubbeling. Houd bij twijfel de verpakking van jouw product aan.

Controle voordat je van het dak af komt

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

Twee gordingen die onder de nok waren weggevreten

Bij een berging van zeven meter breed lekte het al jaren op twee plekken: onder een nokvorst die ooit slordig was aangesmeerd, en onder een dakraam met een versleten aansluiting. De lekkages waren verholpen en het hout was kurkdroog, maar de ene gording was op de natte plek zo ver aangetast dat er een schroevendraaier in verdween. De gordingen liepen niet in één stuk door: ze kwamen halverwege in verstek samen op een stalen spant.

Het plan was om alle oude hollandse pannen eraf te halen, dampopen folie en nieuwe latten aan te brengen en de pannen terug te leggen. Wat hier werkte, was eerst de constructie afmaken en pas daarna het dak. De minst aangetaste gording is versterkt met een tweede balk van dezelfde afmeting, over de volle lengte doorgekoppeld en aan beide zijden op hetzelfde oplegpunt gebracht. De zwaarste is vervangen, met tijdelijke ondersteuning van het dakvlak en met een berekening vooraf, omdat het oplegpunt op het spant en in de gemetselde muur de hele kap draagt.

Dit kwamen we tegen

Zestig vierkante meter dak dat weken open zou liggen

Op een zadeldak met een wolfseind van ongeveer 65 vierkante meter per zijde werden betonnen sneldekkers vervangen door tweedehands keramische pannen. Het plan was per zijde te werken: leeghalen, tengelen en belatten, vollegen, en daarna de andere kant. De koper van de oude betonpannen waarschuwde dat je beide zijden tegelijk moest leeghalen, anders zou de kap door de ongelijke belasting scheeftrekken.

Dat advies gaat bij een gezonde kap met spanten en gordingen te ver. Het echte probleem was iets anders: het huis stond vrij in het veld, er stond regelmatig harde wind, en zes weken zeilen betekent vroeg of laat een losgeslagen zeil boven een open dak. De aanpak werd daarom werken in banen van twee tot drie meter van goot tot nok, elke dag dichtmaken tot en met de nieuwe latten, en de folie meteen mee omhoog. De belasting bleef zo bovendien vanzelf gelijkmatig, want er lag nooit meer dan een strook open.

Dit kwamen we tegen

Pannen die naar de dakkapel toe scheef gingen liggen

Na het plaatsen van twee dakkapellen met een verholen goot waren de panlatten aan één zijkant doorgezaagd. De koppen waren daarna opgevangen door een vurenhouten lat van 38 bij 64 millimeter die alleen aan de doorlopende panlatten boven en onder de kapel vastzat. Wie langs de dakrand omhoog liep, voelde die strook doorzakken, en de pannen kantelden zichtbaar naar de kapel toe.

De oorzaak was dat de opvanglat nergens op afdroeg: hij hing aan latten die zelf op de tengels rusten. De oplossing was een vurenhouten balk evenwijdig aan de sporen, onder die lat door, met een stevige verbinding op de slapers zodat de belasting weer bij de constructie terechtkomt. Daarna is de glaswol herschikt, de dampopen folie teruggelegd over de nieuwe balk en zijn de panlatten weer op één hoogte gebracht. Pas toen lag de baan langs de kapel weer in het vlak.

Veelgemaakte fouten

De latafstand overnemen van het oude dak

De oude latten zaten op de dekmaat van de oude pannen. Ga je van betonnen sneldekkers naar keramische pannen, dan verschilt die maat al snel twintig tot veertig millimeter. Over dertig rijen loopt dat op tot meer dan een hele rij verschil, en dan kom je bij de nok met een onmogelijke pasmaat te zitten.

Beginnen met leggen zonder de banen uit te zetten

Zonder merkstrepen en zonder draad neem je per pan een paar millimeter extra speling mee. Dat zie je in de eerste vijf banen niet, maar bij de gevel loopt de laatste baan zichtbaar weg. Herstellen betekent een half dakvlak opnieuw leggen.

Meer dak openleggen dan je die dag dicht krijgt

Een open dakvlak onder zeilen is een gok op het weer, zeker op een vrij gelegen kavel. Eén losgeslagen zeil in de nacht betekent doorweekte isolatie, natte plafonds en soms schade aan de vloer eronder. Werk in stroken van twee tot drie meter en maak elke dag folie en latten weer dicht.

De tengels weglaten

Zonder tengel ligt de panlat plat op de folie. Water dat langs de pannen naar binnen waait, kan dan niet weg en blijft tegen het hout staan. De latten rotten van onderaf weg en de nagels laten los, terwijl je aan de bovenkant niets ziet.

De pannen aan de randen niet vastzetten

Bij de gevel, de nok en de goot zuigt de wind aan de onderkant van de pan. Precies daar waaien pannen weg, en een vallende pan van drie kilo is levensgevaarlijk. Roestvaste haken kosten een paar tientjes voor een heel dakvlak.

Doorgezaagde panlatten aan andere latten ophangen

Bij een dakkapel of dakraam moeten afgezaagde latten op een raveelbalk landen die zelf op de sporen of gordingen afdraagt. Een opvanglat die aan de belendende panlatten hangt, zakt door onder het gewicht van de pannen en van iemand die eroverheen loopt. De pannen kantelen dan naar binnen en het water wordt de verkeerde kant op geleid.

Oude pannen ongereinigd en ongesorteerd terugleggen

Mos onder de sluiting drukt pannen uit hun stand en houdt vocht vast tegen de panlat. Gescheurde en door vorst aangetaste pannen vallen daarbij niet op als je ze niet apart hebt gelegd. Tik ze na op klank en sorteer op breedte, want oude gebakken pannen verschillen tot vijf millimeter.

Een hogedrukreiniger op de gestapelde pannen

De harde buitenhuid van een gebakken pan is dun. Spuit je die met hoge druk weg, dan zuigt de pan daarna water op en gaat hij bij de eerste strenge vorst kapot. Reinig geduldig met een borstel en een reinigingsmiddel dat voor dakpannen bedoeld is.

Veelgestelde vragen

Hoe kun je dakpannen recht leggen?

Meet eerst de dekbreedte over tien pannen naast elkaar en deel door tien. Zet die maat af op de onderste panlat, op een lat halverwege en op de bovenste lat, met een merkstreep om de vijf banen. Leg de eerste baan langs een gespannen draad van goot tot nok en controleer bij elke merkstreep of je nog klopt. Zit er verschil, verdeel dat dan over die vijf pannen in plaats van het door te schuiven naar de volgende banen.

Hoe kan ik één dakpan recht leggen die is verschoven?

Til de pan erboven en de pan ernaast een paar centimeter op en laat de scheve pan in zijn sluiting terugzakken. Blijft hij omhoog staan, kijk dan onder de pan: meestal zit er mos, een stuk gevallen mortel of een oude nagel onder de neus. Controleer ook of de neus zelf nog heel is, want een pan met een afgebroken neus haakt niet meer achter de panlat en schuift altijd terug. Zet de pan daarna vast met een roestvaste panhaak.

Wat is de juiste latafstand voor dakpannen?

Die volgt uit het pantype en staat in het legvoorschrift van de fabrikant. Als grove indeling: oud hollandse pannen zitten meestal tussen 285 en 320 millimeter, opnieuw verbeterde hollandse pannen rond 330 tot 355 millimeter en sneldekkers tussen 320 en 375 millimeter. Kijk niet naar deze getallen maar naar je eigen proefbaan, want per merk en per bakcharge verschilt het. Meet over tien in elkaar geschoven pannen en deel door tien.

Hoe moet je oud hollandse dakpannen leggen?

Werk van onder naar boven en houd de legrichting aan waarbij de sluitrand van de nieuwe pan over de vorige valt. Deze pannen hebben veel schuifruimte, dus de dekbreedte die je in de eerste baan kiest, houd je het hele dak vol. Sorteer tweedehands pannen vooraf op breedte en gebruik gelijke pannen binnen een baan. Houd er rekening mee dat dit pantype een steil dak vraagt, bij de meeste leveranciers vanaf ongeveer veertig graden, en bij minder helling hoort er een waterdicht onderdak onder.

Kun je zelf dakpannen leggen op een schuurtje?

Dat kan, mits de constructie het gewicht draagt. Reken op 45 tot 55 kilo per vierkante meter inclusief latten en folie, dus op een schuurtje van drie bij vier meter zit je al rond de zeshonderd kilo. De sporen of gordingen moeten daarop berekend zijn, hart-op-hart ongeveer 60 centimeter, en de muurplaat hoort verankerd te zijn in plaats van los te liggen. Is de constructie licht of de helling flauw, kies dan een lichtere dakbedekking.

Zijn dakpannen geschikt voor een houthok?

Voor dakpannen leggen op een houthok gelden dezelfde twee vragen als bij een schuurtje: draagt de constructie het gewicht en is de helling steil genoeg. Veel houthokken hebben een lessenaarsdak van twintig graden of minder, en daar zijn hollandse pannen niet voor gemaakt. Een houthok moet vooral droog blijven en goed luchten, dus een stalen dakpanplaat of dakleer op een lichte constructie is vaak logischer. Wil je toch pannen, kies dan een type dat vanaf een lage helling is toegestaan en leg er een waterdicht onderdak onder.

Moet je dakpannen vastschroeven of vasthaken?

Niet alle pannen, maar wel de pannen in de randzones. Wij houden aan: de onderste rij, de twee rijen onder de nok, twee banen langs elke gevel, alle gezaagde pannen op een hoekkeper en alles rond een dakraam of schoorsteen. Bij hoge gebouwen, aan de kust en bij een flauwe helling schrijven fabrikanten vaak voor dat elke pan vast moet, dus kijk in het legvoorschrift bij jouw pantype. Gebruik altijd roestvaste haken of schroeven, want verzinkte exemplaren roesten los.

Hoeveel dakpannen heb ik per vierkante meter nodig?

Dat loopt uiteen van ongeveer negen tot achttien stuks. Sneldekkers zitten rond de tien per vierkante meter, opnieuw verbeterde hollandse pannen rond de twaalf en oud hollandse pannen tussen de vijftien en achttien. Reken de exacte hoeveelheid uit met de dekbreedte en de latafstand van jouw pan: één gedeeld door dekbreedte in meters maal latafstand in meters. Bestel vijf procent extra voor breuk, pasmaten en een reservestapel op zolder.

Moet er folie onder de dakpannen liggen?

Bij nieuw werk hoort er een waterkerende dampopen folie onder. Pannen zijn niet waterdicht, ze werken op overlap en zwaartekracht, en bij slagregen of stuifsneeuw komt er altijd wat water op de laag eronder. Die folie voert dat af naar de goot, dus hij moet echt in de gootbak uitwateren en niet erboven eindigen. Tref je oud zwart asfaltpapier aan dat op de naden openligt, vervang dat dan zolang het dak toch open is.

Kun je oude dakpannen opnieuw gebruiken?

Gebakken pannen gaan makkelijk zestig jaar mee, dus hergebruik is vaak prima. Tik elke pan aan met een sleutel: helder betekent gaaf, dof betekent een haarscheur of vorstschade. Sorteer daarna op breedte, want oude pannen verschillen tot vijf millimeter en dat merk je in de baan. Maak ze schoon voordat ze teruggaan, want mos onder de sluiting drukt de pannen uit hun stand. Hoe je dat doet zonder de pan te beschadigen, staat bij het schoonmaken van dakpannen.

Kun je een dakzijde in één keer leeghalen?

Bij een gezonde kap met spanten en gordingen is per zijde werken normaal, maar wij werken liever in banen van twee tot drie meter die je dezelfde dag weer dicht krijgt. Het risico zit in het weer, niet zozeer in de belasting: een open dakvlak wekenlang onder zeilen houden lukt niet op een winderige plek. Staat de kap zichtbaar uit het lood of is het een oude gepende constructie, laat er dan iemand naar kijken voordat je begint.

Moet ik de nokvorsten aansmeren of droog leggen?

Droog leggen gaat langer mee. Vorstbeugels op een nokgording met een dampopen vorstrol laten de nok ventileren en gaan mee met de beweging van de kap, terwijl aangesmeerde mortel na jaren scheurt. Juist die scheuren geven lekkage recht op de gording, en dat merk je pas als het hout zacht is. Smeer je toch aan, doe het dan op een droge en stofvrije ondergrond, niet bij vorst of felle zon, en geef de mortel de tijd om rustig uit te harden.

Kan ik een zolder isoleren nu de pannen eraf zijn?

Dit is het beste moment, want de opbouw is nu van buitenaf bereikbaar. Houd wel een luchtspouw tussen de isolatie en de folie of het dakbeschot, anders krijg je in de winter condens tegen het hout. De dampremmende laag hoort aan de warme binnenzijde, dus onder de isolatie. Maak je er een bergzolder van met een vloer erop en later een zachte afwerking, kijk dan ook naar de ondervloer onder tapijt, want op een houten vliering bepaalt die laag hoe veel geluid er naar beneden komt.

Wanneer je beter een vakman belt

Een schuurtje of een houthok kun je met twee handige mensen en een goede steiger prima zelf leggen. Bij een woonhuisdak ligt dat anders, en er zijn vier momenten waarop wij zonder aarzelen bellen.

Het eerste is de hoogte zelf. Werken op een hellend dakvlak vanaf ongeveer 2,5 meter valhoogte vraagt om randbeveiliging of een steiger, en de meeste dakongelukken gebeuren tijdens het aanvoeren van materiaal. Een ladder is geen werkplek en dakpannen zijn geen last om met één hand te dragen.

Het tweede is de constructie. Een gording vervangen, een raveelbalk aanbrengen of een dakvlak tijdelijk ondersteunen is dragend werk, en dat hoort berekend te worden voordat er iets losgaat. Ga hier niet af op wat er blijft staan tijdens het werk, maar op wat het over twintig jaar nog draagt.

Het derde is asbest. Grijze cementachtige platen, riet-cementplaten en golfplaten uit de periode tot 1994 zijn verdacht. Zaag, boor of breek daar niets in, laat een monster onderzoeken en laat het verwijderen door een gecertificeerd bedrijf.

Het vierde is een compleet dak dat weken open moet. Een dakdekker met een steiger en een ploeg heeft een zijde in dagen dicht in plaats van in weekenden, en dat scheelt precies het risico waar je bij dit werk het meest last van hebt: het weer.

Verder lezen over dit onderwerp

diy-gids.nl SCHILDEREN & BEHANGEN Dakpannen reinigen
Schilderen & behangen

Dakpannen reinigen