Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Goldband stuc: dikke lagen en scheve wanden vlak krijgen

12 minuten lezen Stucwerk Bijgewerkt 14 augustus 2026
diy-gids.nl WANDEN & PLAFOND Goldband stuc

Goldband is de gipspleister waarmee je een ruwe of scheve wand van steen in dikke laag vlak zet, vanaf ongeveer een centimeter en in één gang tot zo'n drie centimeter. De grovere, lichte toeslagstoffen zorgen dat die dikke natte laag blijft staan en snel stevigheid krijgt, iets wat een fijn afwerkgips op die dikte niet doet. Voor dunne lagen en voor glad werk op beton is roodband of een fijne afwerkpleister de betere keuze. Reken op ongeveer 8,5 kilo per vierkante meter per centimeter laagdikte en op ongeveer een dag droogtijd per millimeter.

12 minuten

Dit heb je nodig

Een halve tot een hele dag voor een wand van 10 m² Pittig, oefen eerst op een kleine wand 15 tot 25 euro per zak van 25 kilo

Gereedschap

  • Mengkuip van 60 tot 90 liter, echt schoon
  • Boormachine met roerspiraal, lage toeren
  • Stucspaan of pleisterbord van roestvrij staal
  • Aluminium rei van 1,5 en 2 meter, h-profiel of trapezium
  • Kamlat of lijmkam om de eerste laag uit te kammen
  • Afsteekmes en een vlakschraper
  • Spons- of viltbord en een plantenspuit
  • Waterpas van 2 meter en een lijn of laser
  • Stucprofielen en hoekprofielen, plus een blikschaar
  • Emmer schoon water om gereedschap tussendoor af te spoelen

Materiaal

  • Goldband, gipspleister in zakken van 25 kilo
  • Stucprimer voor zuigende ondergronden
  • Betoncontact voor gladde, niet-zuigende vlakken
  • Hoekprofielen en stucstop voor deur- en raamdagkanten
  • Wapeningsgaas of glasweefsel voor overgangen tussen materialen
  • Afplakfolie en tape voor vloer en kozijnen

Wat goldband stuc is en waar je het voor gebruikt

Goldband is een gipspleister voor binnen, in Nederland bekend van Knauf. Op de zak staat Goldband, op de bouwplaats zegt vrijwel iedereen goudband, en het gaat om hetzelfde product. Waar deze pleister thuishoort tussen alle andere lagen die op een muur kunnen, staat in ons overzicht over pleisterlagen en stucwerk binnenshuis.

De rol van goudband is die van raaplaag: de eerste, dikke laag over een ruwe wand van baksteen, kalkzandsteen, gasbeton of gipsblokken. Je gebruikt het op een wand die ruw is én uit het lood of uit het vlak staat, waar je dus millimeters te vergeven hebt. Ook dichtgezette leidingsleuven, uitgehakte gaten en verspringingen tussen twee soorten metselwerk zijn werk voor dit type gips.

Het verschil met een fijner gips zit in de toeslagstoffen. Goudband bevat grovere en lichtere korrels, en die geven een dikke natte laag vrijwel meteen stevigheid. Zet je dezelfde dikte op met een fijn, smeuïg afwerkgips, dan blijft die laag lang indrukbaar en zakt hij aan de onderkant van de wand uit. Dat is de reden dat er drie of vier van deze producten naast elkaar in het schap staan: ze zijn gemaakt voor verschillende laagdiktes.

Goudband levert een vlakke, harde ondergrond op, geen kant-en-klaar schilderwerk. Schuren, voorstrijken en sausen komen daarna pas, en die stappen horen bij het bredere werk van een wand of plafond onder handen nemen.

Koop je zakken in één keer en uit één partij. Verschillende productiedatums op één wand geven zichtbaar verschil in aandroogtijd en soms in kleur, en dat zie je later terug in het schilderwerk.

Goldband, roodband, geelband en MP75 naast elkaar

Welk van deze producten je nodig hebt, is de vraag die het vaakst terugkomt. Uit de zak lijken ze sprekend op elkaar. Het onderscheid zit in korrelgrootte, laagdikte, de hoeveelheid lijmstoffen en de manier waarop je afwerkt.

Goudband is de dikke jongen van het rijtje en pakt zijn dikte vanaf ongeveer een centimeter. Roodband begint al rond vijf millimeter, hecht direct op beton en smeert soepeler uit, waardoor je er makkelijker glad werk mee maakt. Wil je een wand in één laag glad hebben zonder veel uitvlakken, dan zit je met roodband als hechtpleister voor dunnere lagen beter. Geelband is familie van roodband, alleen geeft die een fijn wit schuureffect en dus geen gladde wand.

Hoe dunner de laag waarvoor een product is bedoeld, hoe meer lijm- en hechtstoffen erin zitten. Dat verklaart waarom een fijn afwerkgips als fix en finish voor de laatste dunne laag ook als blokkenlijm te gebruiken is, en waarom een raapmortel dat niet is. Andersom geldt hetzelfde: hoe dikker de laag, hoe grover de korrel mag zijn, omdat die korrel de laag draagt.

ProductWat het isWerkbare laagdikteWaarvoor je het kiestHoe je het afwerkt
Goudband (Goldband)Gipsraappleister met grove, lichte toeslagstoffenVanaf ongeveer 10 mm, in één gang tot circa 30 mmScheve of sterk ongelijke wanden van steen uitvlakkenVlak schrapen en messen, of een fijne laag erover
RoodbandHechtpleister voor glad werk, hecht ook op betonVanaf ongeveer 5 mm tot circa 30 mmWand of plafond in één laag glad makenNat maken, sponzen en glad messen
GeelbandHechtpleister die je naschuurt tot schuurwerkVergelijkbaar met roodbandWit schuurwerk in droge ruimtesMet een vilt- of sponsbord opschuren
MP75Machinepleistergips, ook met de hand te verwerkenOngeveer 8 tot 30 mmGrote vlakken en plafonds, langere werktijdAfreien, schrapen en messen
Fix en FinishFijn afwerkgips met veel lijmstoffenEnkele millimetersLaatste laag op een al vlakke wand, ook als blokkenlijmDirect glad zetten met een spakmes
Stucpasta uit de emmerKant-en-klare dunpleister1 tot 2 mm per laagBestaande vlakke wand schilderklaar makenUitvlakken en kort naschuren
Kalk-cementpleisterCementgebonden pleister zonder gips10 mm en dikkerNatte ruimtes, kelders, wanden met vochtbelastingRuw laten of afwerken met een cementgebonden laag

Laagdikte: waarom goldband pas vanaf een centimeter goed werkt

De minimale laagdikte op een zak goldband ligt rond de tien millimeter, en dat is geen willekeurig getal. De korrels in het mengsel hebben ruimte nodig om zich te kunnen zetten. Smeer je een laag van vier of vijf millimeter, dan sleep je de grove korrels mee met je spaan en trek je strepen in je eigen werk. Het lukt wel, maar je vecht de hele wand door tegen je materiaal.

De bovengrens verschilt per merk, per land en soms per versie van de zak, dus lees wat er op jouw verpakking staat. Voor de meeste gipsraappleisters is in één gang zo'n drie centimeter een veilige grens. Moet er meer op, dan werk je in twee lagen, of je vult de grofste diepte eerst met metsel- of reparatiemortel.

Let op de gelijkmatigheid van de dikte over de hele wand. Een vlak dat onderaan acht millimeter en bovenaan vijfentwintig millimeter dik wordt, droogt ongelijk en trekt in de dikste zone het langst na. Dat zie je later terug als een doffe baan onder de verf of als een haarscheurtje op de overgang. Breng de wand liever in zijn geheel naar dezelfde dikte dan de laag te laten uitlopen naar nul.

SituatieLaagdikte die je nodig hebtHoe je het aanpakt
Metselwerk dat redelijk in het lood staat10 tot 15 mmVoorstrijken, in één gang opzetten en afreien
Wand die over 2,5 meter een centimeter uit het lood staat15 tot 25 mmStucprofielen stellen op de dikste plek en daartussen reien
Sterk golvend oud metselwerk20 tot 30 mmIn twee gangen, eerste laag uitkammen en laten aandrogen
Meer dan 30 mm nodigBuiten het bereik van gips alleenEerst uitvullen met metselmortel, daarna de gipslaag erover
Leidingsleuf van 2 cm dichtzettenMinimaal 5 mm dekking op de buisSleuf voorstrijken, gaas indrukken, in twee keer vullen
Gat waar een halve steen uit isTe diep voor gips alleenSteen terugzetten of mortel, pas daarna afsmeren
Vlakke betonwand glad maken5 tot 10 mmNiet met goudband, hier hoort roodband met betoncontact
Wand die al vlak is en alleen ruw1 tot 3 mmGeen raappleister, maar een dunpleister of afwerkgips

De ondergrond beoordelen en voorstrijken

Gipspleister hecht op bijna alles wat steenachtig, vast en schoon is, maar de zuiging van de ondergrond bepaalt of je laag hard wordt of poederig. Test dat met een plantenspuit: sproei drie keer op de muur. Trekt het water binnen enkele seconden weg, dan zuigt de wand en heb je een stucprimer nodig. Blijft het water eroverheen lopen, dan is de wand niet zuigend en gebruik je betoncontact met kwartskorrels.

Gasbeton en oude, poreuze baksteen zijn de twee ondergronden waar het het vaakst misgaat. Die trekken het aanmaakwater zo snel uit je verse laag dat het gips niet meer volledig kan binden. Wat je overhoudt is een laag die aanvoelt als schoolbordkrijt en die je met je nagel kunt wegkrassen. Eén laag primer is daar zelden genoeg; twee dunne gangen werken beter dan één dikke.

Loop de wand vooraf ook na op losse delen. Klop met de steel van je spaan over oud stucwerk: klinkt het hol, dan zit er lucht achter en komt jouw nieuwe laag daar samen met de oude naar beneden. Bik die plekken weg tot je op vast werk stuit. Zit er nog een korrelige sierpleister op de muur, dan is de vraag of die eraf moet eerst aan de beurt; we leggen bij granol en andere korrelige sierpleisters uit hoe je dat beoordeelt.

OndergrondZuigingVoorbehandelingWaar je op let
Baksteen en oud metselwerkSterkStucprimer, bij zeer poreus werk twee gangenLosse voegen eerst uitkrabben en volzetten
KalkzandsteenMatig tot sterkStucprimerZaagstof afborstelen, anders hecht de primer op stof
Gasbeton en cellenbetonZeer sterkVerdunde voorstrijk, laten drogen, daarna nog een gangZonder primer verbrandt de gips en wordt hij poederig
GipsblokkenMatigStucprimer op de blokken en de lijmnadenUitgeperste lijm eerst afsteken, anders krijg je bulten
Glad betonGeenBetoncontact, en liever roodband dan goudbandOntkistingsolie eerst verwijderen, anders hecht niets
Bestaand vast stucwerkWisselendStucprimer na de plantenspuittestHolklinkende plekken wegbikken tot vast werk
Geverfde muurNauwelijksGrof opschuren, daarna betoncontactLatexlagen die loslaten moeten er eerst helemaal af
Overgang steen naar hout of staalVerschillend per kantWapeningsgaas over de naad, in de eerste laag drukkenZonder gaas scheurt de laag precies op de overgang

Purschuim is geen drager. Een gat dat met bouwschuim is dichtgezet en daarna wordt afgesmeerd, komt binnen een jaar los. Snijd het schuim terug, zet er steen of mortel in en breng de gipslaag daarover aan.

Goldband aanmaken: water, roertijd en hoeveel zakken erin gaan

Goldband aanmaken gaat in vaste volgorde: eerst schoon en koud water in de kuip, dan het poeder erin strooien. Andersom werken geeft klonten onderin die je er met geen enkele roerspiraal meer uit krijgt. Reken op ruwweg zes liter water per tien kilo poeder, dus zo'n vijftien liter op een zak van vijfentwintig kilo, en houd de opgave op jouw zak aan.

Strooi het poeder in tot er eilandjes boven het water uitkomen en laat het geheel een minuut of twee staan. Het poeder zuigt zich in die tijd vol, waardoor het mengen veel minder werk is. Roer daarna op lage toeren tot de massa glad is en laat het dan met rust. Elke extra minuut roeren breekt de kristallen die net beginnen te groeien en kost je werktijd aan de wand.

De klok loopt vanaf het moment dat het water het poeder raakt. Reken op ongeveer een half uur om op te zetten en vlak te zetten, en houd er rekening mee dat je die tijd niet haalt in een warme ruimte, met warm water of met een bak waar nog resten van de vorige ronde in zitten. Die oude resten werken als versneller: het gips bindt af rond de kristallen die er al zijn. Spoel je kuip en je spaan dus echt schoon tussen twee ronden door.

Hoeveel zakken er in de hele wand gaan, hangt aan de laagdikte die je op de dikste plek hebt opgemeten. Reken met die dikste maat, niet met het gemiddelde, anders kom je aan het eind van de wand een zak tekort.

LaagdikteVerbruik per m²Oppervlak per zak van 25 kgZakken voor een wand van 10 m²
10 mmongeveer 8,5 kgcirca 3 m²3,5 zak
15 mmongeveer 13 kgcirca 2 m²5 zakken
20 mmongeveer 17 kgcirca 1,5 m²7 zakken
25 mmongeveer 21 kgcirca 1,2 m²8,5 zak
30 mmongeveer 25 kgcirca 1 m²10 zakken

Maak de eerste keer een halve zak aan in plaats van een hele. Een kuip die begint te trekken terwijl je nog een derde over hebt, is duur en geeft rommel op de wand die je er later weer uit moet schrapen.

Opzetten, afreien en de wand echt vlak krijgen

Bij een dikke laag bepaal je de vlakheid niet met je oog maar met leidraden. Zoek eerst de dikste plek van de wand op met een lange rei of een lijn, en stel daar je maat op. Zet vervolgens verticale stroken gips of stucprofielen in het lood, om de anderhalve meter, zodat je straks een baan hebt om je rei op te laten rusten. Wie zonder leidraden aan een wand van twee centimeter dik begint, krijgt hem nooit strak.

Bij het opzetten bepalen twee dingen de laagdikte: de hoek waaronder je de spaan tegen de wand houdt en de kracht waarmee je drukt. Platter en harder betekent dunner. Werk van beneden naar boven in overlappende banen, want gips dat naar beneden valt kun je op je bord opvangen en opnieuw gebruiken.

Afreien doe je met een aluminium rei die je zigzaggend omhoog trekt over je leidraden. Die zigzagbeweging snijdt het overschot eraf; recht omhoog trekken schuift het alleen maar voor je uit. Wat je afreit gooi je terug op het bord. Blijft er een holte achter, vul die dan direct bij en reit er nog een keer overheen, want na tien minuten is die kans voorbij.

Zodra de laag aangedroogd is, en dat merk je doordat je nagel er nog net een indruk in maakt, ga je er met een vlakschraper of de smalle kant van je rei overheen. Dan haal je de laatste bulten weg terwijl het materiaal nog meegeeft. Wat het resultaat daarna wordt, van schuren tot voorstrijken, staat bij een gestucte wand verder afwerken.

In twee lagen werken en de eerste laag uitkammen

Als het even kan, werk je een wand in één laag af. Dat is half zoveel werktijd en je hebt maar één droogperiode. Bij een wand die meer dan drie centimeter uit het vlak loopt, lukt dat niet en ga je in twee gangen.

De fout die dan het vaakst gemaakt wordt, is de eerste laag netjes glad zetten. Een spekgladde gipslaag geeft de volgende laag nauwelijks houvast, en gips hecht slecht op gips zonder mechanische grip. Trek daarom groeven in de eerste laag zodra hij is aangedroogd, met een kamlat, de tanden van een lijmkam of de punt van je spaan. Diagonale groeven van een paar millimeter diep zijn genoeg.

Laat de eerste laag daarna doorharden voordat de tweede erop gaat. Hoe lang dat duurt hangt af van de dikte, de temperatuur en de ventilatie; onze tabel met droogtijden per materiaal en laagdikte geeft daar richtwaarden voor. Voel je aan de wand nog kou als je je hand plat neerlegt, dan zit er nog vocht in en is het te vroeg.

Wil je de tweede laag met een ander product doen, bijvoorbeeld een raaplaag van goudband met een fijnere pleister erover, dan kan dat prima. Het is zelfs de klassieke opbouw: grof waar het dik moet, fijn waar het mooi moet. Voorwaarde blijft dat de eerste laag ruw is gehouden en dat hij droog genoeg is om de tweede te dragen.

Nooit verse gips bijsmeren in een laag die al begint te binden. Dat stuk hardt anders uit dan de rest en tekent zich later af als een lichtere, zachtere plek die bij het schuren dieper wegkomt.

Afwerken: glad messen of een fijne laag erover

Een raaplaag van goudband is een ondergrond, geen eindresultaat. Je hebt daarna drie routes, en welke past hangt af van hoe strak het moet worden en hoeveel ervaring je hebt.

De eerste route is het werk in hetzelfde materiaal afmaken: nat sponzen als de laag begint te binden en daarna met een vlakke spaan dichtwrijven tot de korrel verdwijnt. Goudband laat zich zo glad messen, alleen maakt de grovere korrel dat lastiger dan bij een fijne pleister en ligt het juiste moment korter dan bij roodband. Snel en goedkoop dus, met een kleine marge in tijd.

De tweede route is een dunne, fijne gipslaag erover, van één tot drie millimeter. Dat vergeeft veel meer en geeft een gelijkmatiger vlak om op te schilderen. Voor het bijwerken van plaatselijke oneffenheden op al bestaand werk is een afwerkpleister voor reparaties handiger dan een nieuwe zak raapmortel aanbreken.

De derde route is een kant-en-klare stucpasta uit de emmer, die je met een breed spackmes van veertig tot zestig centimeter aanbrengt. Wil je een spiegelgladde wand en heb je weinig ervaring, dan is dat een rustiger weg dan alles in één materiaal willen doen. Hoe je die dunne lagen zonder aanzetten en kuiltjes op de wand krijgt, staat bij dunpleister aanbrengen met een spackmes.

Wat je route ook is, schuur pas als de wand echt droog is en gebruik strijklicht om te beoordelen. Zet een bouwlamp laag bij de muur en kijk langs het vlak. Alles wat je dan ziet, zie je straks ook onder een gesausde wand met daglicht van opzij.

Drogen, scheuren en waar goudband niet thuishoort

Gips bindt binnen enkele uren af, maar een muur die hard aanvoelt is nog geen droge muur. Reken bij binnenstucwerk op ongeveer een millimeter per dag, gemeten op de dikste plek en bij een ruimte van rond de twintig graden met goede ventilatie. Een laag van twee centimeter houdt je dus een kleine drie weken bezig voordat er verf op mag. Stoken zonder ventileren werkt niet: de lucht raakt verzadigd en het vocht blijft in de wand.

Haarscheurtjes in verse gips komen bijna altijd van te snel drogen, van een laag die van dik naar dun uitloopt of van een overgang tussen twee materialen. Op die overgangen hoort wapeningsgaas in de eerste laag. Zie je een scheur die telkens terugkomt op dezelfde plek en die doorloopt in het metselwerk, dan gaat het niet meer om je stucwerk maar om beweging in de constructie.

Er zijn drie plekken waar deze gipspleister niet hoort. Buiten is de eerste: gips en regen gaan niet samen. De tweede is elke wand met aanhoudend vocht, zoals een kelderwand of optrekkend vocht in een oude gevel; daar hoort een cementgebonden pleister. De derde is de natte zone van een badkamer. Welke wanden daar wel gestuct kunnen worden en waar je beter tegelt, leggen we uit bij het stucwerk in een badkamer per zone.

Gips in een douchehoek verzeept. Ook onder tegels blijft een gipspleister gevoelig voor doorlopend vocht. In de douche en rond het bad werk je met een cementgebonden mortel en een waterdichte laag, niet met goudband of roodband.

Zakken, partijen en waarom de ene zak anders werkt dan de andere

Wie vaker een zak goldband aanmaakt, merkt dat niet elke zak zich hetzelfde gedraagt. De ene bak bindt merkbaar sneller af dan de vorige, of de wand voelt harder aan. Rond die verschillen zijn allerlei verhalen in omloop, onder meer over Belgische en Duitse gips en over natuurgips tegenover gips uit een rookgasontzwavelingsinstallatie. Grondstof en herkomst verschillen inderdaad per fabriek, maar in gewoon klussersgebruik zijn er drie oorzaken die veel zwaarder wegen.

De eerste is de ouderdom van de zak. Gips trekt vocht uit de lucht. Een zak die een half jaar in een vochtige schuur stond, geeft klontjes en bindt anders af, ook als de zak nog dicht is. Sla je zakken op een pallet op en niet op een betonvloer, en gebruik oude voorraad eerst.

De tweede is de hoeveelheid aanmaakwater. Een halve liter meer of minder per kuip verandert de werktijd en de uiteindelijke hardheid merkbaar. Meet af in plaats van op het oog te gieten, dan zijn je bakken onderling gelijk. De derde is de temperatuur van het water en van de ruimte. Warm water kan zo tien minuten werktijd kosten.

Loopt het gips uit twee verschillende partijen op één wand, houd dan de scheiding op een logische lijn, bijvoorbeeld bij een hoek of een kozijn. Twee partijen die halverwege een vlak in elkaar overlopen, kunnen een zichtbaar verschil in structuur en zuiging geven, en dat merk je pas als de verf erop zit.

Zo zet je een wand met goudband vlak

Deze volgorde geldt voor een binnenwand van steen die te scheef is voor één dunne laag.

  1. Meet de wand in en bepaal je dikte

    Houd een rei van twee meter horizontaal en verticaal tegen de wand en zoek de dikste plek op. Die bepaalt de laagdikte voor het hele vlak. Kom je boven de drie centimeter uit, dan plan je meteen twee gangen of vult je de grofste diepte eerst met mortel.

  2. Maak de ondergrond schoon en vast

    Bik holklinkend oud werk weg, krab losse voegen uit en borstel het stof eraf. Zet wapeningsgaas klaar voor de overgangen tussen twee materialen. Gips hecht op een vaste ondergrond, niet op stof of op een laag die zelf al loszit.

  3. Strijk voor met de juiste primer

    Doe de plantenspuittest. Zuigt de wand, dan komt er stucprimer op, bij gasbeton in twee dunne gangen. Is de wand glad en niet zuigend, dan gebruik je betoncontact. Laat de primer drogen volgens de verpakking voordat je verder gaat.

  4. Stel je profielen en leidraden

    Zet hoekprofielen op de dagkanten en stel om de anderhalve meter een verticale leidraad of stucprofiel in het lood. Die geven je rei straks een spoor om op te lopen. Zonder leidraden werk je op gevoel, en op twee centimeter dikte gaat dat mis.

  5. Maak aan in de goede volgorde

    Eerst koud water in een schone kuip, dan het poeder erin strooien tot er eilandjes boven staan. Laat het twee minuten inzuigen en roer daarna op lage toeren tot het glad is. Maak niet meer aan dan je in een half uur kwijt kunt.

  6. Zet op en reit af

    Werk van beneden naar boven in overlappende banen en houd je spaan platter waar de laag dunner moet. Trek de rei zigzaggend omhoog over je leidraden en gooi het overschot terug op het bord. Vul holtes direct bij en reit er nog een keer overheen.

  7. Schraap vlak zodra de laag is aangedroogd

    Als je nagel er nog net een indruk in maakt, ga je met een vlakschraper of de smalle kant van de rei over het vlak. De laatste bulten komen er dan af terwijl het materiaal nog meegeeft. Snijd nu ook de randen langs kozijnen en plafond schoon af.

  8. Werk af en laat drogen

    Spons na en mes glad, of houd de laag ruw voor een fijne afwerklaag later. Ventileer daarna met de verwarming aan, reken op ongeveer een millimeter droogtijd per dag en schuur pas als de wand overal droog en licht van kleur is.

Droogtijden

Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens

Soort werkMateriaalStofdroogOverschilderbaar of belastbaarVolledig uitgehardWaar het misgaat
KitAcrylaatkit20 tot 40 minutenna 6 tot 12 uur overschilderbaar24 tot 48 uurTe vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt.
KitSiliconenkit (sanitair)10 tot 20 minutenniet overschilderbaar24 uur per 2 mm dikteEen dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig.
KitHybride kit (MS-polymeer)15 tot 30 minutenna 24 uur overschilderbaar24 tot 72 uurHardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer.
KitPolyurethaankit30 tot 60 minutenna 24 uur3 tot 5 dagenBlijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is.
KitMontagekit30 minuten voorgripna 24 uur belastbaar3 tot 7 dagen op volle sterkteZwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt.
StucwerkStucpasta of finishpasta2 tot 4 uurna 12 tot 24 uur schuren24 tot 48 uurOp een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij.
StucwerkGips (raaplaag)12 uur per laagna 24 uur verder werken1 week per centimeter dikteVerven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf.
StucwerkCementgebonden pleister24 uurna 3 dagen2 tot 4 wekenEen dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven.
StucwerkVulmiddel voor gaatjes20 tot 60 minutenna 1 tot 2 uur schuren4 tot 8 uurDiepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen.
VerfMuurverf op waterbasis (latex)30 tot 60 minutenna 4 tot 6 uur tweede laag2 tot 4 wekenDe verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast.
VerfGrondverf op waterbasis1 uurna 4 tot 6 uur schuren en aflakken24 uurOnvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak.
VerfGrondverf op terpentinebasis4 tot 6 uurna 16 tot 24 uur3 tot 5 dagenBij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door.
VerfLak op waterbasis1 tot 2 uurna 6 uur tweede laag5 tot 7 dagenDeuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken.
VerfLak op terpentinebasis4 tot 8 uurna 24 uur1 tot 2 wekenBlijft in een vochtige ruimte dagen kleverig.
VerfVoorstrijkmiddel1 tot 2 uurna 2 tot 4 uur verder12 uurDoorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in.
VloerEgaliseermiddel3 tot 6 uur beloopbaarna 24 uur vloer leggen1 dag per millimeterEen laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc.
VloerCementdekvloer24 tot 48 uur beloopbaarna 3 weken belastbaar1 week per centimeter, daarna langzamerEen dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag.
VloerAnhydriet gietvloer24 tot 48 uurna 5 tot 7 dagen3 tot 6 wekenDe zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden.
VloerBetonvloer gestort24 uur ontkistenna 7 dagen licht belastbaar28 dagen op sterkteTe snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig.
TegelwerkTegellijm (standaard)niet belopenna 24 uur voegen7 dagenVoegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting.
TegelwerkTegellijm (sneldrogend)niet belopenna 4 tot 6 uur voegen24 uurHandig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd.
TegelwerkVoegmortel2 tot 3 uur nawassenna 24 uur licht belastbaar7 dagen voor douchegebruikTe snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen.
TegelwerkSmeerbare afdichting (kimband en pasta)3 tot 4 uur per laagna 12 tot 24 uur tegelen24 uurTwee dunne lagen werken beter dan een dikke.
BehangBehangplaksel op vliesbehangdirect hangenna 24 uur droog48 uurVerwarming vol aanzetten laat de naden openstaan.
BehangGlasweefsel met muurverf gelijmd6 uurna 24 uur overschilderen48 uurTe vroeg de tweede laag geeft blaasjes.
HoutHoutlijm (pva)20 tot 30 minuten klemmenna 1 uur voorzichtig hanteren24 uur op volle sterkteTe weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt.
HoutConstructielijm (polyurethaan)40 minuten klemmenna 3 uur24 uurSchuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk.
HoutHoutvuller op waterbasis30 minutenna 1 uur schuren4 uurDiepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm.
HoutEpoxy houtreparatie30 tot 90 minutenna 4 tot 6 uur schuren24 uurOnder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig.
HoutBeits op waterbasis1 uurna 4 uur tweede laag24 tot 48 uurIn de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen.

Samengesteld uit fabrikantenvoorschriften en uit wat mensen in de praktijk tegenkomen. Alle tijden gelden bij ongeveer 20 graden en 60 procent luchtvochtigheid. Kouder of vochtiger betekent langer wachten: reken bij 10 graden ruwweg op een verdubbeling. Houd bij twijfel de verpakking van jouw product aan.

Voordat je de eerste kuip aanmaakt

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

Een pak goudband gebruikt voor een laag van vijf millimeter

Er stond nog een zak goudband in de schuur en die moest op. De wand was al redelijk vlak en er hoefde maar een millimeter of vijf op. Het opzetten ging nog, maar bij het gladstrijken kwam er telkens een korrel onder de spaan mee die een streep van tientallen centimeters trok. Na een half uur stond de wand vol krassen.

De grove korrel heeft ruimte nodig en die is er in een dunne laag niet. Wat hier werkte: de wand alsnog dik genoeg opzetten, ongeveer een centimeter, waardoor de korrel weer kon liggen in plaats van meeslepen. Voor de volgende wand met dezelfde geringe onvlakheid is roodband gehaald, en dat smeerde meteen soepel uit. De restzak goudband is bewaard voor het dichtzetten van leidingsleuven, want daar komt hij wel tot zijn recht.

Dit kwamen we tegen

Een tweede laag die van de eerste af kwam

Een oude, golvende muur was in twee gangen aangepakt: eerst een raaplaag om het grootste verschil weg te nemen, daarna een fijnere laag om hem glad te krijgen. De eerste laag was met zorg gladgestreken, zo mooi dat het zonde leek om er iets overheen te doen. Twee weken later klonk de afwerklaag op meerdere plekken hol en liet hij bij het schuren aan de randen los.

De oorzaak was precies die gladde eerste laag. Gips op gips hecht vooral mechanisch, en op een gespiegeld vlak is er niets om zich aan vast te zetten. Bij de reparatie is de losse afwerklaag eraf gehaald, is de raaplaag met een lijmkam diagonaal uitgekamd tot een paar millimeter diep en is er opnieuw voorgestreken. Daarna bleef de tweede laag gewoon zitten. Sindsdien houden wij de regel aan: een laag die nog een laag krijgt, laat je ruw.

Dit kwamen we tegen

Twee zakken uit verschillende partijen op één vlak

Bij een klus van vijf zakken was er halverwege een zak bijgehaald van een ander filiaal. Op de wand was er niets van te zien, maar bij het messen bleek de tweede helft van het vlak veel sneller te trekken. Het gevolg was een zichtbare naad midden op de muur: de ene helft strak gemest, de andere helft net iets korrelig omdat het moment voorbij was.

Wat de nabewerking redde, was een dunne afwerklaag over het hele vlak in plaats van proberen de helft bij te werken. Bij de volgende klus is alles in één keer en uit één partij gekocht. Werk je toch met resten, houd de scheiding dan op een hoek of bij een kozijn, en test de nieuwe partij eerst met één kleine bak op de aandroogtijd.

Dit kwamen we tegen

Een poederige laag op gasbeton

Op een binnenwand van gasbeton was in één keer een laag van ongeveer vijftien millimeter opgezet. De wand voelde de volgende dag hard aan, maar bij het schuren kwam er een fijne, krijtachtige stof vanaf en liet de laag zich met een nagel wegkrassen. Bij de deuropening kwam een hele hoek los.

De ondergrond had het aanmaakwater eruit getrokken voordat het gips volledig kon binden. Er was wel voorgestreken, maar met één dunne gang op een blok dat water opzuigt als een spons. Bij het herstel is de losse laag eraf gebikt, is er twee keer voorgestreken met een tussentijd van een paar uur, en is de wand daarna opnieuw opgezet. De nieuwe laag bleef hard en stofvrij. Sindsdien doen wij op gasbeton standaard twee gangen primer.

Veelgemaakte fouten

Een dunne laag opzetten met een grove raappleister

Onder de acht à tien millimeter kan de korrel niet meer liggen en sleep je hem mee met je spaan. Je krijgt strepen die je er niet meer uit gladstrijkt. Voor dunne lagen hoort een fijner product, met roodband als de gebruikelijke keuze.

Het poeder eerst in de kuip en dan water erop

Dan blijft er onderin een droge kern die zich als klont door de hele bak verspreidt. Die klonten komen op je spaan en trekken groeven in de wand. Altijd eerst water, dan poeder erin strooien, laten inzuigen en pas daarna roeren.

Werken uit een bak met resten van de vorige ronde

Uitgehard gips werkt als versneller: de nieuwe bak bindt af rond de kristallen die er al zijn. Je verliest zo makkelijk een kwartier werktijd en je krijgt korrels in je verse mortel. Spoel kuip, spiraal en spaan tussen twee ronden echt schoon.

De eerste laag glad afwerken voordat er een tweede op komt

Gips hecht op gips vooral door mechanische grip. Op een gespiegelde ondergrond is die er niet, en dan klinkt de tweede laag na een paar weken hol. Kam de eerste laag uit met een lijmkam zodra hij is aangedroogd.

Zonder leidraden aan een dikke laag beginnen

Op vijf millimeter kun je nog op het oog werken, op twee centimeter niet meer. Zonder profielen of gipsleidraden om je rei op te laten lopen krijg je een wand die golft, en dat zie je later terug bij elke lamp die er schuin op schijnt.

Eén dunne gang voorstrijk op gasbeton

Cellenbeton zuigt zo sterk dat het het aanmaakwater uit je verse laag trekt. Het gips bindt dan niet volledig af en de laag wordt poederig en krasgevoelig. Twee dunne gangen met droogtijd ertussen zijn hier de veilige aanpak.

Verse gips bijsmeren in een laag die al bindt

Dat stukje hardt anders uit dan zijn omgeving en blijft zachter. Bij het schuren komt het dieper weg en onder de verf zie je een schaduw op precies die plek. Vind je na de bindtijd nog een holte, vul die dan later met een fijne afwerkpleister.

Gipspleister gebruiken in de douchehoek of tegen een vochtige kelderwand

Gips verzeept bij aanhoudend vocht en verliest dan zijn hardheid, ook onder tegelwerk. In de natte zone en op wanden met optrekkend vocht hoort een cementgebonden pleister, geen gipsproduct.

Veelgestelde vragen

Wat is goldband stuc precies?

Het is een gipsgebonden pleister voor binnen, bedoeld als raaplaag op een steenachtige wand. In het mengsel zitten grovere en lichtere toeslagstoffen dan in een afwerkgips, waardoor een dikke natte laag blijft staan en snel stevigheid krijgt. Je gebruikt het om ruwe of scheve wanden vlak te zetten, meestal vanaf ongeveer tien millimeter dik.

Is goldband hetzelfde als goudband?

Ja. Goldband is de naam die op de zak staat, goudband is wat Nederlandse klussers en stucadoors ervan gemaakt hebben. Het gaat om hetzelfde product uit dezelfde kleurcodering die Knauf gebruikt, waarbij roodband en geelband de andere leden van dat rijtje zijn. Bestel je online, dan kom je beide schrijfwijzen tegen.

Wat is het verschil tussen goldband en roodband?

Roodband is een hechtpleister die vanaf ongeveer vijf millimeter werkt, direct op beton hecht en soepeler uitsmeert. Goudband is grover, is bedoeld vanaf ongeveer tien millimeter en houdt een dikke laag beter op zijn plaats. Voor een wand die je in één laag glad wilt hebben kies je roodband; voor een wand die eerst uitgevlakt moet worden is goudband het gemakkelijker materiaal. Meer over dat eerste product staat bij roodband op wanden en plafonds.

Hoe dik mag een laag goldband zijn?

De ondergrens ligt rond de tien millimeter, en dunner werkt slecht omdat de grove korrel dan meesleept onder je spaan. De bovengrens in één gang is bij de meeste gipsraappleisters ongeveer drie centimeter, al staat op sommige zakken meer. Lees wat er op jouw verpakking staat. Moet er meer dikte op, werk dan in twee lagen met een uitgekamde eerste laag, of vul de grofste diepte eerst met metselmortel.

Hoeveel water gaat er op een zak goldband?

Reken op ruwweg zes liter per tien kilo poeder, dus ongeveer vijftien liter op een zak van vijfentwintig kilo. Meet dat af in plaats van op het oog te schenken, want een halve liter verschil verandert de werktijd en de uiteindelijke hardheid merkbaar. Gebruik koud water: warm water kan je zomaar tien minuten verwerkingstijd kosten.

Hoeveel goldband heb je per vierkante meter nodig?

Reken op ongeveer 8,5 kilo per vierkante meter per centimeter laagdikte. Bij een laag van een centimeter komt een zak van vijfentwintig kilo dus ongeveer drie vierkante meter ver, bij twee centimeter nog anderhalve meter. Tel bij een scheve wand met de dikste plek, niet met de dunste, en koop een zak extra: een klus stilleggen omdat je materiaal op is, kost je de aansluiting op de natte laag.

Hoe lang blijft goldband verwerkbaar na het aanmaken?

Reken op ongeveer een half uur om op te zetten en vlak te zetten. Op de zak staat vaak een ruimere opgave, maar die haal je alleen bij een gematigde temperatuur, met koud water en uit een schone kuip. Resten van een vorige bak werken als versneller en kunnen die tijd flink inkorten. Maak daarom liever twee kleine bakken aan dan één grote die je niet kwijt raakt.

Kun je goldband op beton gebruiken?

Het kan met betoncontact als hechtbrug, maar het is zelden de logische keuze. Een betonwand is meestal al redelijk vlak, en dan heb je de dikte van een raaplaag niet nodig. Roodband is gemaakt om direct op beton te hechten en laat zich op vijf tot tien millimeter veel prettiger glad zetten. Zit er nog ontkistingsolie op het beton, dan moet die er eerst af, anders hecht geen enkele primer.

Kun je gipsplaten stucen met goldband?

Dat is materiaal verspillen. Een gipsplaatwand is al vlak, dus een raaplaag van een centimeter heeft geen functie en maakt de wand alleen zwaarder. Vul de naden met voegvuller en papieren band, en werk het geheel af met een dunne afwerkpleister of stucpasta. Wil je toch een echte pleisterlaag over gipsplaat, kies dan een fijn product in een paar millimeter dikte.

Hoe lang moet goldband drogen voordat je kunt schilderen?

Reken op ongeveer een millimeter per dag bij twintig graden met goede ventilatie, gemeten op de dikste plek. Een laag van vijftien millimeter is dus na een dag of vijftien droog, en bij tien graden of bij nat weer duurt het twee tot drie keer zo lang. Stoken zonder ventileren helpt niet, want de vochtige lucht blijft dan in de ruimte hangen. In onze opzoektabel met droogtijden per laagdikte vind je de tijden per situatie.

Kun je met goldband een plafond stucen?

Op een plafond is een dikke gipslaag zwaar werk en valt hij makkelijk terug op je bord. Voor plafonds houd je de laag daarom zo dun mogelijk en kies je liever roodband of een machinepleister die langer open blijft. Moet er op een plafond echt veel dikte op, dan is een verlaagd plafond of een regelwerk met platen meestal de verstandiger route dan tientallen kilo's gips boven je hoofd.

Kun je tegelen op een laag goldband?

In een droge ruimte kan dat, mits de laag volledig droog en hard is, en mits je hem ruw houdt of licht opschuurt en voorstrijkt. Houd wel rekening met het gewicht van het tegelwerk: grote keramische tegels op een dikke gipslaag vragen een goed doorgeharde ondergrond. In een badkamer ligt het anders, want in de natte zone hoort geen gips. Wat daar wel en niet kan, staat bij stucwerk in de badkamer per zone.

Waarom bindt de ene zak sneller af dan de andere?

Meestal ligt het niet aan de fabriek maar aan drie andere dingen: de ouderdom en opslag van de zak, de hoeveelheid aanmaakwater en de temperatuur van water en ruimte. Gips trekt vocht uit de lucht, dus een zak die maanden in een vochtige schuur stond gedraagt zich anders. Werk je met resten uit verschillende partijen, houd de scheiding dan op een hoek of kozijn en test de nieuwe partij eerst met een kleine bak.

Kun je goldband gebruiken om leidingsleuven dicht te zetten?

Daar komt het goed tot zijn recht, want een sleuf is precies het dikke werk waarvoor dit type gips gemaakt is. Strijk de sleuf eerst voor, houd minimaal vijf millimeter dekking op de buis aan en vul in twee keer in plaats van in één dikke klap. Druk wapeningsgaas of glasweefsel in de eerste vulling, anders tekent de sleuf zich later af als een verticale scheur in de wand.

Wanneer je beter een vakman belt

Een enkele wand vlak zetten is goed zelf te doen, zeker als je accepteert dat de eerste muur oefenwerk is. Er zijn vier situaties waarin bellen verstandiger is dan doorzetten.

De eerste is een huis waarin alle wanden en plafonds moeten. Een stucadoor werkt met machinepleister en doet in twee dagen wat jou twee weken kost, met minder materiaalverlies en zonder dat je halverwege met een uitgeharde kuip staat.

De tweede is vocht dat terugkomt. Optrekkend vocht, een lekkende gevel of een natte kelderwand los je niet op met een pleisterlaag erover. Laat eerst de oorzaak vaststellen, want gips op een natte muur komt er binnen een jaar weer af.

De derde is oud plaatmateriaal of oude pleister die je wilt wegbikken in een woning van voor 1994. Daar kan asbest in zitten, bijvoorbeeld in harde wand- en plafondplaten. Bik en boor daar niet in voordat het onderzocht is: dit is werk voor een gecertificeerd bedrijf en geen klus om zelf risico mee te nemen.

De vierde is werken op hoogte, bijvoorbeeld in een trapgat of een vide. Met een bord vol natte gips op een ladder balanceren gaat een keer mis. Huur een rolsteiger met een stabiel werkvlak, of laat dat deel over aan iemand die er de goede stelling voor heeft.

Verder lezen over dit onderwerp

diy-gids.nl WANDEN & PLAFOND Granol
Wanden & plafond

Granol

diy-gids.nl WANDEN & PLAFOND Renoband
Wanden & plafond

Renoband

diy-gids.nl WANDEN & PLAFOND Gestuct
Wanden & plafond

Gestuct

diy-gids.nl WANDEN & PLAFOND Stucpasta
Wanden & plafond

Stucpasta

diy-gids.nl BADKAMER VERBOUWEN Badkamer stucen
Badkamer verbouwen

Badkamer stucen