Sausklaar stucen: wat je krijgt en wat je zelf nog doet
Sausklaar stucen betekent dat de wand zo glad wordt opgeleverd dat er alleen nog een voorstrijk en muurverf op hoeft, zonder dat je eerst gaat plamuren. Dat niveau is strenger dan behangklaar, want verf legt nauwelijks laagdikte en verbergt dus niets. Het verschil zit niet in een ander materiaal, maar in de laatste twee gangen: uitwrijven met het sponsbord en gladstrijken op precies het juiste moment. Leg vooraf vast of schuren, bijwerken en stofvrij opleveren in de prijs zitten, want daar loopt het gesprek achteraf meestal op vast.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Aluminium rei van 1,80 of 2 meter, recht en zonder deuken
- Trapeziumrei of pleisterlat om bij te snijden
- Roestvrijstalen plakspaan van 28 tot 35 cm met afgeronde hoeken
- Sponsbord of filtsbord
- Kuipmes en aanmaakemmer van minimaal 30 liter
- Boormachine met roerspiraal, laag toerental
- Spackmes van 40 tot 60 cm voor dunpleister op gipsplaat
- Werklamp om onder een scherpe hoek langs de wand te schijnen
- Waterpas of lange rei om de vlakheid te controleren
Materiaal
- Gipspleister voor handverwerking of machinepleister, afhankelijk van de wand
- Stucpasta of finishpasta voor dunne afwerklagen
- Voorstrijkmiddel voor sterk zuigende ondergrond
- Hechtbrug met kwartsvulling voor glad beton
- Glasvliesband of papieren wapeningsband voor naden
- Hoekprofielen en stucstoppen
- Voorstrijk voor gesloten ondergrond, als voorbereiding op de verf
Wat sausklaar stucen betekent
Sausklaar stucen is een afspraak over het eindresultaat, geen apart product. De wand wordt zo afgewerkt dat je er na het drogen alleen nog een voorstrijk en twee lagen muurverf op hoeft te zetten. Wat er in de laag zit en hoe die is opgebouwd, hangt van de ondergrond af; daarover lees je meer bij de opbouw en de soorten stucwerk.
Het niveau daaronder heet behangklaar. Daar mag de wand kleine putjes en een lichte golving houden, want vliesbehang legt zelf laagdikte en trekt die oneffenheden dicht. Sausklaar laat dat niet toe: verf volgt de vorm van de wand in plaats van hem te vullen.
Er bestaat geen wettelijk vastgelegde definitie van sausklaar. Het is een branchebegrip, en dat betekent dat twee stukadoors er verschillende dingen onder kunnen verstaan. De ene levert een gladgestreken wand op waar niets meer aan hoeft, de andere gaat ervan uit dat jij nog licht schuurt en de laatste putjes vult. Vraag daarom altijd na wat er precies onder valt, en spreek af waar je het werk op beoordeelt.
| Afwerkingsniveau | Wat de wand mag hebben | Wat jij daarna nog doet | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Raapwerk of tegelklaar | Vlak maar open en ruw, korrel duidelijk zichtbaar | Tegelen of er nog een afwerklaag op zetten | Verf op raapwerk geeft een korrelig vlak dat ongelijk zuigt |
| Behangklaar glad pleisterwerk | Lichte golving en kleine putjes, geen ribbels of gaten | Voorstrijken en vliesbehang aanbrengen | Wie er toch latex op rolt, ziet elk putje zodra het licht schuin valt |
| Sausklaar glad pleisterwerk | Dicht en gladgestreken, geen putjes, ribbels of aanzetten van het mes | Ontstoffen, voorstrijken en twee lagen muurverf | Plaatselijk bijgeschuurde plekken zuigen anders en geven glansverschil |
| Sausklaar dunpleister op gipsplaat | Naden gewapend, hele vlak dun overgepleisterd | Licht schuren, stofvrij maken, voorstrijken en sausen | Alleen de naden vullen laat het verschil tussen karton en pasta zien |
| Spuitwerk of structuurafwerking | Korrel of structuur die kleine oneffenheden bedekt | Meestal direct overschilderen na voorstrijken | Een reparatie in de structuur blijft altijd zichtbaar |
Zet de afspraak in de offerte in de vorm van een handeling in plaats van een woord. "Glad pleisterwerk, gladgestreken opgeleverd, schuren en bijwerken inbegrepen, stofvrij opgeleverd" laat zich niet op twee manieren lezen; "sausklaar" wel.
Waarom sausklaar strenger is dan behangklaar
Muurverf lijkt dekkend, maar in laagdikte stelt hij niets voor. Twee lagen latex leveren samen nog geen tiende millimeter droge film op. Die film legt zich als een vlies over de wand en volgt precies de vorm eronder. Een putje van een halve millimeter blijft dus een putje, ook na drie lagen.
Vliesbehang doet iets heel anders. Het is een dragerlaag met een eigen dikte en meestal een lichte structuur, en het overbrugt kleine oneffenheden in plaats van ze te volgen. Daarom mag een behangklare wand ruwer zijn, en daarom kost sausklaar meer tijd aan het einde van het werk.
Glans is het tweede dat mensen onderschatten. Een matte muurverf verstrooit het licht en vergeeft veel. Zodra je naar zijdeglans of een reinigbare latex gaat, gaat het oppervlak spiegelen en tekent elke welving zich af. Kies je zulke verf, dan is sausklaar eigenlijk nog niet genoeg en moet de wand ook echt vlak zijn, niet alleen glad. Vlak gaat over de grote vorm, glad over de fijne structuur; dat zijn twee losse eisen.
Het derde effect is zuiging. Verf trekt sneller in een geschuurde, open plek dan in een gladgestreken vlak, en dat zie je terug als een doffe of juist glimmende schaduw. Daarom is een sausklare wand die overal gelijk gesloten is meer waard dan een wand die je overal hebt bijgeschuurd. Hoe je een gestucte wand daarna verder afwerkt, staat bij het schilderklaar maken van gestuct werk.
De ondergrond bepaalt wat er sausklaar op kan
Een wand wordt pas sausklaar als de laag eronder klopt. Gips hecht slecht op glad, dicht beton en droogt te snel uit op sterk zuigend metselwerk. Beide fouten kosten je het eindresultaat, want een laag die te snel water verliest bindt niet goed af en laat zich niet meer strak nastrijken.
De laagdiktes in de tabel zijn praktijkwaarden voor handwerk. Elke fabrikant noemt op de zak een minimum en een maximum, en die gaan voor. Onder het minimum wordt de laag zwak en scheurgevoelig, boven het maximum zakt hij uit en droogt hij ongelijk.
In een badkamer of andere natte ruimte gelden andere regels: achter tegelwerk en in de spatzone hoort een cementgebonden pleister in plaats van gips. Wat er wel en niet kan, staat bij stucwerk in een badkamer.
| Ondergrond | Voorbehandeling | Wat erop kan | Praktische laagdikte |
|---|---|---|---|
| Baksteen metselwerk | Voegen goed vol, stof eraf, voorstrijk voor sterk zuigend werk | Gipspleister voor handwerk of machinepleister | 10 tot 15 mm |
| Kalkzandsteen en lijmblokken | Diepgrondering bij sterke zuiging, verder alleen ontstoffen | Gipspleister, daarna gladstrijken | 8 tot 12 mm |
| Cellenbeton en gasbeton | Voorstrijk die de zuiging remt, anders trekt de laag droog | Gipspleister in een dunne gang | 5 tot 10 mm |
| Glad beton, wand of plafond | Hechtbrug met kwartsvulling, volledig laten drogen | Gipspleister of finishpasta | 3 tot 8 mm |
| Gipsblokken | Naden vullen, licht voorstrijken | Dunpleister of stucpasta in twee gangen | 2 tot 5 mm |
| Gipsplaat | Naden wapenen en vullen, plaat voorstrijken | Stucpasta of finishpasta over het hele vlak | 1 tot 3 mm |
| Bestaand geschilderd stucwerk | Ontvetten, mat schuren, hechtende voorstrijk | Afwerkpleister uit de emmer | 1 tot 3 mm |
| Spatzone in een badkamer | Waterkerende laag volgens het systeem van de fabrikant | Cementgebonden pleister, geen gips | 10 tot 15 mm |
Gips hoort niet in de spatzone van een douche. Gipspleister blijft vocht opnemen en verliest daarbij zijn sterkte. Achter tegelwerk in een douchehoek werk je met een cementgebonden pleister en een waterkerende laag, ook als de wand daarna helemaal wordt betegeld.
De laatste twee gangen maken de wand sausklaar
Een gipslaag wordt niet glad door hem dik genoeg aan te brengen, maar door hem op de juiste momenten te bewerken terwijl hij afbindt. Dat is de reden dat sausklaar stucen vakwerk is: je hebt per wand een tijdvenster van hooguit een paar uur, en dat venster verschuift met de temperatuur, de zuiging en de laagdikte.
De volgorde is altijd dezelfde. Eerst breng je de laag aan en rei je hem af, zodat de wand vlak wordt. Als het materiaal is aangetrokken en je duim er nog net een afdruk in achterlaat, snijd je de wand bij met een trapeziumrei en vul je de lage plekken na. Daarna wrijf je het oppervlak uit met een vochtig sponsbord, waardoor de korrel sluit en er een fijne gipspap naar boven komt.
Die pap is het materiaal waarmee je gladstrijkt. Met een roestvrijstalen plakspaan trek je die in één gang uit over de wand, en zodra het oppervlak mat wordt trek je hem nog een keer na. Die tweede gang bepaalt of de wand sausklaar is of niet. Te vroeg nastrijken geeft golven, te laat nastrijken geeft strepen en losse korrels.
Schuren is geen vervanging voor gladstrijken
Bij glad gepleisterd gipswerk hoort geen schuurmachine. Schuren opent het dichtgestreken oppervlak, waardoor de wand op die plek meer verf opzuigt en na het sausen als een doffe vlek terugkomt. Bij dunpleister uit de emmer ligt dat andersom: daar hoort licht schuren tussen de lagen wel bij, omdat je met een spackmes altijd kleine aanzetten achterlaat. Weet je niet welk type laag er zit, kijk dan naar de dikte en naar de korrel: een millimeterdunne, egale laag is pasta, een laag van een centimeter is gips.
Werk met een lamp op de vloer die schuin langs de wand schijnt, en niet met het plafondlicht aan. Wat je in strijklicht tijdens het gladstrijken niet ziet, ga je na het sausen ook niet zien. Wat je wel ziet, kun je nu nog wegwerken met de plakspaan.
Gipsplaat en bestaand stucwerk sausklaar maken
Op gipsplaat gaat het anders dan op steen. Hier is de plaat zelf al vlak, dus je hoeft geen dikke laag aan te brengen. Wat je wel moet doen is het verschil tussen karton en vulmiddel wegwerken, want die twee zuigen ongelijk en dat tekent zich onder verf af als lichte banen langs elke naad.
De aanpak die dat oplost is de plaat over het hele vlak dun overpleisteren met een dunne laag stucpasta uit de emmer, in twee gangen van ongeveer een millimeter. Reken op ongeveer anderhalve kilo pasta per vierkante meter per millimeter laagdikte. De naden krijgen eerst een wapening, want zonder glasvliesband over de naden loopt er binnen een jaar een haarscheur langs de plaatrand.
Bij bestaand stucwerk dat je sausklaar wilt krijgen, is de vraag eerst hoe vlak de wand nog is. Kleine putjes en oude reparaties vul je bij, maar zodra je op meer dan een handvol plekken bezig bent, is het sneller en mooier om het hele vlak dun uit te vlakken met een afwerkpleister als Renoband. Losse gaten en beschadigingen pak je eerst apart aan met een vul- en afwerkgips in één, zodat je daarna over een gelijkmatige ondergrond kunt werken.
Welk merk je pakt maakt voor het resultaat minder uit dan de manier van aanbrengen. De pasta's van de grote fabrikanten werken vergelijkbaar; wat er per emmer verschilt is de open tijd en hoe zwaar het schuurt. Wat je van de stucpasta van Knauf mag verwachten, staat op de aparte pagina.
Pak hier een spackmes van veertig centimeter of breder. Met een plamuurmes van tien centimeter maak je per gang tientallen aanzetten, en juist die aanzetten zie je na het sausen terug als lange ribbels in strijklicht.
Drogen, ontstoffen en voorstrijken voordat de verf erop gaat
Sausklaar betekent niet dat je meteen kunt rollen. De laag moet eerst door en door droog zijn, en dat duurt bij gips veel langer dan de wand eruitziet. Een vuistregel die in de praktijk goed uitkomt: ongeveer een week per centimeter laagdikte, bij normale ventilatie en kamertemperatuur.
Verf je te vroeg, dan sluit je vocht in. Dat zie je eerst als doffe of donkere plekken die niet wegtrekken, en later als verf die aan de randen loslaat. Ventileer daarom rustig door in plaats van de kachel hoog te zetten: te snel uitdrogen geeft krimpscheuren en een zwakke toplaag. De volledige lijst met droog- en wachttijden per materiaal vind je in onze tabel met droogtijden per materiaal.
Als de wand droog is, haal je het stof eraf. Bij dunpleister betekent dat licht schuren en daarna afzuigen en natuurlijk afnemen met een vochtige spons; bij gladgestreken gips betekent het alleen afstoffen. Daarna komt de voorstrijk, en die kies je op de zuiging: op een dichtgestreken gipswand een voorstrijk voor gesloten ondergrond, op een geschuurde of poederige wand juist een sterk indringende variant.
| Materiaal | Verder werken na | Volledig droog | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Gipspleister als raaplaag | 24 uur voor de volgende bewerking | Ongeveer 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf |
| Stucpasta of finishpasta | 12 tot 24 uur voor schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij |
| Cementgebonden pleister | 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte blijft weken nat |
| Vulmiddel voor gaatjes | 1 tot 2 uur voor schuren | 4 tot 8 uur | Een diep gat in één keer vullen zakt in, dus vul in twee lagen |
| Voorstrijkmiddel | 2 tot 4 uur | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmende voorstrijk sluit vocht in |
| Muurverf op waterbasis | 4 tot 6 uur voor de tweede laag | 2 tot 4 weken tot echt schrobvast | De verf voelt na een dag hard aan maar is dan nog niet belastbaar |
Strijklicht is de scherprechter
Bijna elk meningsverschil over sausklaar werk gaat over licht. Een wand die bij het plafondlicht onberispelijk lijkt, kan bij een lage lamp of bij ochtendzon door een raam vol schaduwen staan. Dat is geen kwestie van goed of slecht kijken: strijklicht vergroot een oneffenheid van een halve millimeter uit tot een schaduw van tien centimeter lang.
Wat in de bouw gangbaar is als beoordelingsmoment: haaks op het vlak kijken, van ongeveer twee meter afstand, bij normaal invallend daglicht. Dat is een afspraak en geen natuurwet, maar hij is redelijk en beide partijen kunnen ermee uit de voeten.
Wil je meer dan dat, bijvoorbeeld omdat er spots vlak langs de wand komen of omdat de wand tegenover een groot raam ligt, zeg dat dan vooraf. Een wand die ook in strijklicht vlak moet blijven, vraagt een extra vlakke opbouw en soms een dunne egaliserende laag over het hele vlak. Achteraf melden dat de spots het werk verraden, is voor de stukadoor een ander werk dan wat er is aangenomen.
Controleer zelf met twee hulpmiddelen. Leg een rei van twee meter kruislings tegen de wand om de grote vorm te meten, en schijn met een lamp vanaf de vloer schuin omhoog om de fijne structuur te zien. De rei laat zien of de wand vlak is, de lamp of hij glad is.
Zelf doen of laten doen, en wat je dan afspreekt
Sausklaar is het niveau waarop het verschil tussen een geoefende en een ongeoefende hand het meest zichtbaar wordt. Een muur behangklaar krijgen lukt de meeste mensen na een paar vierkante meter oefenen. Een wand echt glad opleveren hangt af van timing die je alleen op gevoel leert, en die tijdsdruk kun je niet weglezen uit een instructie.
Wie het zelf wil doen, kiest de makkelijkste route: werk op een vlakke ondergrond met dunpleister in plaats van met een dikke gipslaag op ruw metselwerk. Dunpleister geeft je meer tijd en je kunt tussen de lagen schuren, zodat een fout niet meteen definitief is. Begin met de wand achter een kast en niet met de wand tegenover het raam.
Besteed je het uit, leg dan vier dingen vast. Om welk niveau het gaat en in welke bewoordingen, of schuren en bijwerken erbij zitten, wie voorstrijkt, en of de wand stofvrij wordt opgeleverd. Neem daarnaast op wie de krimpscheuren herstelt die na het eerste stookseizoen ontstaan, want die horen bij nieuw werk en verschijnen bijna altijd op de aansluitingen. Overweeg je in plaats van glad werk een structuurafwerking, kijk dan wat een korrelige afwerking als granol aan oneffenheden verbergt.
Vraag bij een offerte om een adres waar je zelf naar een opgeleverde wand mag kijken, en ga er in de avond met een lamp langs. Dat zegt meer over wat je krijgt dan welke omschrijving in een offerte ook.
Zo werk je een wand sausklaar af
Deze volgorde geldt voor een gipslaag op een steenachtige wand; bij dunpleister op gipsplaat sla je stap drie en vier over en werk je met twee dunne gangen.
-
Meet de wand en beoordeel hem in strijklicht
Leg een rei van twee meter kruislings tegen de wand en schijn er met een lamp schuin langs. Nu weet je of het om de grote vorm gaat of alleen om de fijne structuur, en dat bepaalt of je een volle laag nodig hebt of alleen een dunne afwerking.
-
Behandel de ondergrond voor
Sterk zuigend metselwerk krijgt een voorstrijk, glad beton een hechtbrug met kwartsvulling. Zonder die stap onttrekt de wand water aan de verse laag, waardoor het gips niet goed afbindt en je hem later niet meer strak kunt nastrijken. Laat de voorbehandeling volledig drogen.
-
Zet profielen en leidraden
Hoekprofielen bij buitenhoeken en stucstoppen bij deur- en raamkanten geven je een rechte kant om tegenaan te reien. Bij een scheve wand zet je eerst leidraden van pleister op de juiste dikte, zodat je later langs een vast vlak kunt afreien in plaats van op het oog te werken.
-
Breng de laag aan en rei hem af
Werk van onder naar boven en breng in één werkgang de volle laagdikte aan. Rei direct af met de aluminium rei in zaagbewegingen, zodat het overtollige materiaal eraf komt en de wand vlak wordt. Vul de lage plekken die je zo vindt meteen bij en rei opnieuw af.
-
Snijd bij zodra het materiaal is aangetrokken
Wacht tot je duim nog net een afdruk achterlaat en snijd de wand dan bij met de trapeziumrei. Nu haal je de laatste hoge plekken weg terwijl het materiaal nog snijdbaar is. Later gaat dit niet meer, dan moet je schuren en dat kost je de gelijkmatige zuiging.
-
Wrijf de laag uit met het sponsbord
Maak het sponsbord vochtig, niet nat, en wrijf in ronde bewegingen over het vlak. Hierdoor sluit de korrel en komt er een fijne gipspap naar boven. Die pap heb je nodig voor de volgende stap, dus wrijf niet zo lang dat je hem er weer af haalt.
-
Strijk glad in twee gangen
Trek de opgewreven pap met de roestvrijstalen plakspaan uit over het vlak. Zodra het oppervlak zijn glans verliest en mat wordt, ga je er nog een keer overheen met vlakke druk. Die tweede gang maakt de wand sausklaar; te vroeg geeft golven, te laat geeft strepen.
-
Laat drogen, ontstof en breng de voorstrijk aan
Ventileer rustig door en stook niet te hard, want snel uitdrogen geeft krimpscheuren. Reken op ongeveer een week per centimeter laagdikte. Neem de wand daarna stofvrij en kies de voorstrijk op de zuiging: gesloten en gladgestreken werk vraagt een ander middel dan een geschuurd, poederig vlak.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de eerste laag verf aanbrengt
Uit de praktijk
Banen en glansverschil in een pas gesausde wand
Lichte banen of doffe vlekken die pas na het sausen opduiken, komen bijna nooit van de verf maar van ongelijke zuiging in de ondergrond. Waar de wand is bijgeschuurd of geplamuurd, is het dichtgestreken oppervlak open gemaakt en trekt de verf sneller in. Dat verschil zie je terug als een schaduw in het glansbeeld, ook bij matte verf.
Wat dit voorkomt is de zuiging gelijk maken voordat de verf erop gaat. Bij plaatselijk bijgewerkte plekken betekent dat een isolerende voorstrijk over het hele vlak in plaats van alleen op de reparaties. Zit het verschil er eenmaal in, dan helpt overschilderen niet: dan moet de wand eerst dun worden uitgevlakt zodat er één doorlopend oppervlak ontstaat.
Haarscheuren die langs de naden en aansluitingen verschijnen
Een fijne, kaarsrechte scheur die precies de lijn van een plaatnaad of een aansluiting volgt, is geen scheur in het gips maar beweging in de constructie die door de laag heen komt. Plaatmateriaal werkt met vocht en temperatuur, en een starre pleisterlaag over een onbewapende naad breekt dan op het zwakste punt.
Wapening lost dat op door de spanning over een breder vlak te verdelen. Op naden tussen platen hoort glasvliesband of papieren band in het vulmiddel, en op de aansluiting van pleisterwerk op een ander materiaal hoort een losse aansluiting of een kitnaad in plaats van een harde overgang. Een scheur die er al zit, vul je daarom niet dicht met vulmiddel: je snijdt hem open, wapent hem en werkt het vlak daarna opnieuw af.
Een gipslaag die poederig blijft en van de wand komt
Gips dat na het drogen krijtachtig aanvoelt en waar je met je nagel doorheen krast, heeft tijdens het afbinden te weinig water gehad. Dat gebeurt op een sterk zuigende ondergrond die niet is voorgestreken, en in een ruimte die tijdens het werk te warm of te tochtig is. Het gips heeft dan wel water verloren, maar niet aan de chemische binding besteed.
Herstellen door er verf overheen te zetten werkt niet, want de zwakte zit in de laag zelf en de verf trekt hem los. De oplossing is de zwakke laag eraf halen, de ondergrond voorstrijken en opnieuw pleisteren, met de ramen dicht en zonder felle verwarming in de eerste dagen.
Veelgemaakte fouten
Denken dat sausklaar betekent dat je direct kunt rollen
Ook een perfect gladde wand heeft eerst een voorstrijk nodig, en verse gips heeft weken droogtijd nodig bij een dikke laag. Wie op de opleverdag begint te sausen, sluit vocht in en ziet dat maanden later terug als loslatende verf langs de randen.
Schuren gebruiken om gladstrijken te repareren
Een schuurmachine haalt de dichtgestreken toplaag van gips weg. De wand wordt daar poreuzer en zuigt meer verf op, wat na het sausen als doffe vlek terugkomt. Bij glad gipswerk hoort de plakspaan het werk te doen, bij dunpleister uit de emmer hoort licht schuren er juist wel bij.
Alleen de naden van gipsplaat vullen
Kartonnen plaatoppervlak en vulmiddel zuigen verschillend. Zonder een dunne laag over het hele vlak tekenen de gevulde stroken zich onder de verf af als lichte banen langs elke naad, precies op de plek waar het licht ze het beste laat zien.
Een plamuurmes gebruiken waar een spackmes hoort
Met een smal mes zet je per baan tientallen keren aan, en elke aanzet is een minieme ribbel. Een mes van veertig tot zestig centimeter overbrugt de vorige baan en laat de laag vanzelf vlakker vallen. Dit is het gereedschap waar de klus het vaakst op strandt.
Hard stoken om het werk sneller droog te krijgen
Een verse pleisterlaag heeft water nodig om af te binden. Wordt dat water er door warmte en tocht te snel uitgetrokken, dan blijft de laag zwak en krijg je krimpscheuren. Rustig ventileren op kamertemperatuur is trager en levert een sterkere wand op.
Gips gebruiken in de spatzone van een douche
Gipspleister neemt vocht op en verliest daarbij zijn sterkte, ook onder tegelwerk. In de spatzone hoort een cementgebonden pleister met een waterkerende laag. Dit is het soort fout dat pas na jaren zichtbaar wordt, en dan met loszittende tegels tegelijk.
Het niveau niet vastleggen in de offerte
Sausklaar is een branchebegrip zonder vaste definitie. Zonder afspraak over schuren, bijwerken, voorstrijken en de beoordeling in strijklicht sta je achteraf met twee redelijke maar verschillende lezingen tegenover elkaar, en dan is de wand al af.
Veelgestelde vragen
Wat is sausklaar stucen?
Sausklaar stucen wil zeggen dat de wand zo glad wordt opgeleverd dat er alleen nog een voorstrijk en muurverf op hoeft. Je hoeft dan niet zelf te plamuren of vlak te maken. Het is een afspraak over het eindniveau en geen apart materiaal: dezelfde gipspleister kan behangklaar of sausklaar worden afgewerkt, het verschil zit in de laatste bewerkingen.
Wat is het verschil tussen sausklaar en behangklaar stucen?
Behangklaar mag lichte golving en kleine putjes houden, want vliesbehang heeft een eigen dikte en overbrugt die oneffenheden. Sausklaar mag dat niet, want twee lagen muurverf leveren samen nog geen tiende millimeter op en volgen de vorm van de wand in plaats van hem te vullen. Sausklaar kost daarom meer tijd aan het einde van het werk en is bijna altijd een duurder niveau.
Moet je sausklaar stucwerk nog schuren?
Bij glad gepleisterd gipswerk hoort geen schuurwerk. De wand is dichtgestreken met de plakspaan, en schuren opent dat oppervlak juist, waardoor het ongelijk gaat zuigen. Bij dunpleister of stucpasta uit de emmer ligt het anders: daar schuur je licht tussen de lagen en na de laatste laag, omdat je met een spackmes altijd kleine aanzetten achterlaat. Vraag na welk type laag je krijgt.
Moet er voorstrijk op sausklaar stucwerk?
Ja, ook op een wand die verder nergens meer bewerking nodig heeft. De voorstrijk regelt de zuiging, zodat de verf overal gelijk droogt en overal even goed hecht. Kies hem op het oppervlak: een dichtgestreken gipswand vraagt een middel voor gesloten ondergrond, terwijl een geschuurd of poederig vlak juist een sterk indringende voorstrijk nodig heeft.
Hoe lang moet sausklaar stucwerk drogen voordat je kunt sausen?
Voor gipspleister houd je ongeveer een week per centimeter laagdikte aan, bij kamertemperatuur en rustige ventilatie. Een laag van tien millimeter heeft dus al snel een week nodig, en in een koude of vochtige ruimte langer. Dunpleister van een millimeter is na een dag of twee ver genoeg. De wachttijden per materiaal staan bij elkaar in de droogtijden per materiaal.
Kun je zelf sausklaar stucen als je het nooit hebt gedaan?
Het kan, maar kies dan de makkelijkste route. Werk op een vlakke ondergrond met dunpleister in plaats van met een dikke gipslaag op ruw metselwerk, want dan heb je meer tijd en kun je tussen de lagen schuren. Een dikke gipslaag glad krijgen hangt af van timing die je alleen op gevoel leert. Begin bij een wand die achter een kast verdwijnt.
Kun je gipsplaten sausklaar maken zonder ze helemaal te stucen?
Alleen de naden vullen is niet genoeg voor een sausklaar resultaat. Karton en vulmiddel zuigen verschillend, en dat tekent zich onder de verf af als lichte banen langs elke naad. De gangbare oplossing is de hele plaat dun overpleisteren met stucpasta in twee gangen van ongeveer een millimeter, over gewapende naden heen. Reken op ongeveer anderhalve kilo pasta per vierkante meter per millimeter.
Waarom zie ik na het sausen toch strepen en glansverschil?
Dat komt bijna altijd van ongelijke zuiging en niet van de verf. Waar de wand is bijgeschuurd of geplamuurd, trekt de verf sneller in en droogt hij anders op, wat je in het glansbeeld terugziet. Een isolerende voorstrijk over het hele vlak voorkomt het. Zit het er al in, dan is de wand dun uitvlakken de enige manier om weer één doorlopend oppervlak te krijgen.
Welke verf kun je het beste op sausklaar stucwerk gebruiken?
Een matte muurverf verstrooit het licht en verbergt kleine oneffenheden, en dat is de veiligste keuze op vers stucwerk. Zijdeglans of een reinigbare latex spiegelt en laat elke welving zien. Daarvoor is glad niet genoeg: de wand moet dan ook echt vlak zijn. Wil je zo'n verf, zeg dat dan voordat het stucwerk begint, want het stelt hogere eisen aan de opbouw.
Is sausklaar stucen duurder dan behangklaar?
Meestal wel, want het extra werk zit in de laatste gangen: bijsnijden, uitwrijven en twee keer nastrijken op precies het juiste moment. Dat is arbeidstijd die je niet kunt versnellen. Hoeveel het scheelt verschilt per bedrijf en per wand, dus vraag beide niveaus apart in de offerte en vergelijk wat er bij elk niveau wel en niet is inbegrepen.
Kun je een badkamer sausklaar laten stucen?
Buiten de spatzone kan dat, mits de ruimte goed geventileerd wordt. In de spatzone van een douche of bad hoort geen gipspleister, want gips neemt vocht op en verliest daarbij zijn sterkte. Daar werk je met een cementgebonden pleister en een waterkerende laag. Wat waar mag en welke opbouw daarbij hoort, staat bij het stucen van een badkamer.
Wat doe je met haarscheuren die na een paar maanden verschijnen?
Krimpscheuren op aansluitingen en plaatnaden horen bij nieuw werk en verschijnen vaak na het eerste stookseizoen. Dichtsmeren met vulmiddel houdt zelden, want de beweging zit er nog. Snijd de scheur open, wapen hem met band en werk het vlak daarna opnieuw af, of maak van een harde aansluiting een kitnaad die kan meebewegen. Leg vooraf vast wie dit herstel doet.
Wanneer je beter een vakman belt
Een wand behangklaar krijgen kun je jezelf aanleren. Sausklaar opleveren over grotere vlakken is werk waar je een geoefende hand voor nodig hebt, omdat het tijdvenster tussen aantrekken en gladstrijken kort is en per wand verschilt. Bij plafonds komt daar bij dat je boven je hoofd werkt terwijl het licht altijd schuin invalt, en dat is de zwaarste combinatie die er is.
Bel in ieder geval een vakman bij optrekkend of doorslaand vocht. Pleisteren over een vochtige muur verplaatst het probleem naar de nieuwe laag, en het herstel daarvan kost meer dan het oorspronkelijke werk. Eerst moet de oorzaak van het vocht bekend zijn.
Ga ook niet zelf aan de slag met oud spuit- of structuurwerk uit woningen van voor 1994. Dat soort afwerkingen kan asbestvezels bevatten, en droog schuren of afsteken brengt die vezels in de lucht. Laat het bemonsteren voordat je er een schuurmachine op zet, en laat het verwijderen door een gecertificeerd bedrijf als de uitslag positief is.
Werk in een trapgat of een vide vraagt een rolsteiger of een stelling die op alle treden vlak staat, geen ladder met een plank ertussen. Voel je je daar niet zeker, dan is dat het moment om het uit te besteden. Voor de andere klussen aan wanden en plafonds in huis geldt hetzelfde: het werk waar je bij hoogte of constructie twijfelt, is het werk om over te laten.