Een strak wit vlak op wand en plafond krijgen
Een wit vlak oogt pas strak als het vlak eronder klopt, want verf verbergt veel minder dan mensen hopen. Leg eerst een rei van twee meter tegen de wand en beoordeel hem daarna in strijklicht: daaruit volgt of je met een dunne laag pasta wegkomt of dat er een volle pleisterlaag op moet. Vul in dunne lagen, schuur met een vlak blok in plaats van een spons, en strijk het hele vlak voor in plaats van alleen de gevulde plekken. Bij het rollen bepaalt nat in nat werken of je later aanzetten ziet staan.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Aluminium rei van 200 cm, het liefst met een rechte werkkant
- Kruislijnlaser of een lange waterpas
- Werklamp of bouwlamp die je op de vloer kunt leggen voor strijklicht
- Spackmes van 40 tot 60 cm met licht opstaande hoeken
- Plamuurmessen van 10 en 20 cm en een plakspaan
- Vlakbeitel en een moker van 1 kilo
- Muurschuurmachine met afzuiging, plus een handschuurblok van minstens 20 cm
- Schuurgaas en schuurpapier in korrel 80, 120 en 180 tot 240
- Boormachine met mortelmixer en twee schone emmers
- Vachtroller van 25 cm met verlengsteel en een blokwitter
- Potlood, afplaktape, afdekfolie en een stofzuiger met fijnstoffilter
- Stofmasker en een veiligheidsbril
Materiaal
- Kwartshoudende voorstrijk voor gladde ondergronden
- Zuigingsremmende stucprimer voor zuigend metselwerk en gips
- Kant-en-klare stucpasta of finishpasta voor de laatste millimeters
- Gipsgebonden handpleister voor lagen vanaf vijf millimeter
- Reparatiegips voor gaten en snelgips voor inbouwdozen
- Zelfklevende glasband of gaasband van 5 cm
- Isolerende vlekkenprimer voor roet, water en viltstift
- Matte witte muurverf, genoeg voor twee volle lagen
Wanneer een wit vlak er echt vlak uitziet
Wit is de meest onbarmhartige kleur die je op een muur kunt zetten. Er zit geen korrel en geen patroon in waar je oog op blijft hangen, dus elke golving, elke plamuurrand en elke schroefkop wordt zichtbaar zodra er licht langs het vlak strijkt. Welke pleisterlaag daar bij welke ondergrond hoort, staat in ons overzicht over stucwerk en de keuze van de juiste pleister.
Vlak en glad zijn twee verschillende dingen. Glad gaat over de structuur van het oppervlak, vlak gaat over de vorm van het vlak als geheel. Een spiegelgladde wand kan prima een centimeter bol staan, en dat zie je pas als het licht er schuin op valt.
Meet daarom eerst voordat je iets koopt. Leg een rei van twee meter op vijf of zes plaatsen tegen de wand, ook diagonaal, en kijk hoeveel ruimte er onder de rei overblijft. Een muntje van vijf cent is ruim een millimeter dik, dus je hebt geen voelermaten nodig om te weten waar je staat.
De tweede test doe je met licht. Leg een werklamp op de vloer met de kop bijna tegen de wand, doe het andere licht uit en kijk vanaf de zijkant. In dat strijklicht zie je in een paar seconden wat je overdag pas na het schilderen zou ontdekken.
Bepaal daarna hoe streng je moet zijn. Een wand die haaks op een raam staat of onder een spot hangt, krijgt de rest van zijn leven strijklicht en verdient de moeite. Een wand in een hoek waar een kast voor komt, hoeft niet op dezelfde tienden. Gaat het om een voorzetwand of een verlaagd plafond, dan begin je bij wanden en plafonds, want daar zit het vlak in de constructie en niet in de afwerklaag.
| Ruimte onder een rei van twee meter | Hoe het vlak overkomt | Wat er dan nog moet gebeuren |
|---|---|---|
| Minder dan 1 mm | Blijft ook in strijklicht rustig | Ontstoffen, voorstrijken en sausen |
| 1 tot 2 mm | Strak bij gewoon licht, zichtbaar in strijklicht | Een of twee dunne lagen pasta over het hele vlak |
| 2 tot 4 mm | Golving valt op zodra de zon erlangs valt | Plaatselijk vullen en daarna het hele vlak egaliseren |
| 4 tot 8 mm | Ook zonder strijklicht duidelijk te zien | Pleisterlaag met stucstoppen of geleiders |
| Meer dan 8 mm | De wand staat scheef of bol | Raaplaag en afwerklaag in twee gangen |
| Losse bult of harde naad | Trekt een schaduwlijn over de hele wand | Eerst afsteken, daarna pas vullen |
| Holte naast een deurkozijn | Zichtbaar zodra je langs de wand kijkt | Uitvullen in meerdere dunne lagen, niet in een |
Markeer wat je in strijklicht ziet meteen met potlood op de muur zelf. Zodra je de lamp weghaalt, is een bult van twee millimeter met het blote oog niet meer terug te vinden, en dan sta je te vullen op gevoel in plaats van op wat je gemeten hebt.
Eerst het hoge werk eraf, dan pas vullen
De reflex bij een oneffen wand is vullen. Dat is precies de verkeerde volgorde, want elk hoog punt dat blijft zitten dwingt je om alle vierkante meters eromheen op te hogen. Een bult van drie millimeter kost je zo een emmer pasta en twee extra schuurgangen.
Zoek het hoogste punt op voordat je materiaal koopt. Zet een kruislijnlaser evenwijdig aan de wand, op ongeveer tien centimeter afstand, en meet met een blokje hout op tien of twaalf plekken hoeveel ruimte er tussen de lijn en de wand zit. Binnen een kwartier weet je of je met een halve zak vuller klaar bent of dat de hele wand scheef staat.
Hoge punten haal je weg met een vlakbeitel en een moker van een kilo, met de beitel bijna haaks op het oppervlak. Zo hak je de bult af in plaats van dat je hem afschuift en een gat achterlaat. Grof schuurpapier in korrel 40 doet op harde cement- en lijmresten vrijwel niets, dus dat is verloren tijd.
Wij raden af om hier met een haakse slijper op af te gaan. Het gaat wel snel, maar de stofwolk vult in een paar minuten het hele huis, een gewoon stofmasker houdt dat niet tegen en de schijf trekt bovendien groeven die je daarna weer moet wegvullen. Als je toch slijpt, doe het dan met een stofkap op de machine en een afgeplakte deur.
Weet je niet wat er op de muur zit, dan bepaal je dat eerst. Een oude korrelige laag, kalkverf of spuitwerk vraagt een andere aanpak dan glad stucwerk, en de tests daarvoor staan bij herkennen of en waarmee een muur gestuct is. Zit er een gespoten korrelige laag op, kijk dan bij granol op wanden en plafonds voordat je begint, want die laag kan als geheel loskomen zodra je hem nat maakt.
Spuitwerk en stucwerk uit een woning van voor 1994 kan asbestvezels bevatten. Ga daar niet droog op schuren, slijpen of beitelen zolang je niet weet wat het is. Laat het bemonsteren door een gecertificeerd bureau en werk pas verder als de uitslag er is.
Welk middel hoort bij welk hoogteverschil
Wat je in het gat smeert, wordt bepaald door de dikte en niet door de merknaam op de emmer. Elk product heeft een dikte waarvoor het gemaakt is, en buiten dat bereik gaat het mis: te dun laat los, te dik krimpt en scheurt.
Voor de laatste millimeters werk je met een kant-en-klare pasta. Die trek je op in lagen van een tot twee millimeter, en na elke laag laat je hem echt drogen voordat je licht doorschuurt. Hoe dat opbouwen werkt staat bij stucpasta in dunne lagen aanbrengen, en dat geldt net zo voor de stucpasta van Knauf. Op de emmer staat vaak drie millimeter als maximum, maar boven de twee krijg je hem niet meer vlak getrokken voordat hij aantrekt.
Naden, schroefgaten en kleine beschadigingen doe je met een vuller die makkelijker schuurt dan gips. Fix en Finish voor naden en kleine reparaties is daar een bekende van. Vul zo'n gat altijd twee keer, want de vuller krimpt tijdens het drogen en laat anders een kuiltje achter dat je in strijklicht meteen terugziet.
Zit er een gat van een paar centimeter, bijvoorbeeld waar een leiding of een oude doos uit is gehaald, dan pak je reparatiegips. Renoband voor het aanhelen van gaten geeft je genoeg verwerkingstijd om af te reien, terwijl snelgips binnen enkele minuten steenhard is en alleen geschikt is om een doos of een sleuf vast te zetten.
Moet er over de hele wand vijf millimeter of meer op, dan houdt vullen op en begint stucen. Dan werk je met een gipsgebonden handpleister zoals Roodband op gladde en zwak zuigende ondergronden, tussen stucstoppen of geleiders die je waterpas afstelt. Dat is een andere klus met ander gereedschap, maar het is wel de enige manier om een scheve wand in een keer recht te krijgen.
| Hoogteverschil of gebrek | Wat je gebruikt | Dikte per gang | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Alleen ruwheid, minder dan 1 mm | Finishpasta of topfinish | Onder 1 mm | Werkt alleen op een al vlakke ondergrond |
| 1 tot 3 mm over een heel vlak | Kant-en-klare stucpasta | 1 tot 2 mm | Meerdere lagen, tussendoor licht doorschuren |
| Naad tussen twee platen | Naden- en afwerkvuller met band | Enkele mm | Band in de eerste natte laag drukken |
| Schroefgaten en putjes | Naden- en afwerkvuller | Vullend | Twee keer vullen, hij krimpt bij het drogen |
| Gat tot circa 3 cm diep | Reparatiegips | 5 tot 30 mm | Aanhelen tot precies de hoogte van de bestaande laag |
| Inbouwdoos of leidingsleuf | Snelgips | Vullend | Bindt in minuten, dus in kleine porties aanmaken |
| 5 tot 20 mm over de hele wand | Gipsgebonden handpleister | 5 tot 20 mm | Met stucstoppen of geleiders werken |
| Meer dan 20 mm | Raaplaag plus afwerklaag | 10 tot 20 mm per gang | Raaplaag opkrabben zodat de tweede laag hecht |
| Wand staat scheef of uit het lood | Voorzetwand met plaat | Niet van toepassing | Vullen wordt duurder dan een plaat ervoor zetten |
Meng een emmer pasta die lang in het schap heeft gestaan eerst goed door met de mixer en een scheutje water. Uit zo'n pot is vocht getreden, waardoor hij stroef uitsmeert en je onbedoeld te dik werkt om hem nog gevuld te krijgen.
Schuren en controleren zonder het vlak te verpesten
Schuren is bedoeld om vlak te maken, niet alleen om glad te maken. Dat verschil zit in het gereedschap dat je vasthoudt. Een schuursponsje volgt precies de golving die er al zit en maakt het vlak dus gladder en niet vlakker, terwijl een blok van twintig centimeter of langer over de toppen loopt en de hoge delen als eerste weghaalt.
Bouw de korrels op in stappen. Met korrel 80 haal je plamuurranden en spanen weg, met 120 werk je het oppervlak bij en met 180 tot 240 maak je het schilderklaar. Overslaan van grof naar fijn kost je meer tijd dan het bespaart, want een kras van korrel 80 haal je met 240 niet meer weg.
Gebruik je een muurschuurmachine met afzuiging, blijf dan in beweging. De machine slijpt sneller dan je verwacht, en twee tellen stilstaan op een plek betekent een ondiepe kuil die je pas in strijklicht terugvindt. Houd de schuurkop licht schuin, laat het gewicht van de machine het werk doen en druk er niet op.
De potloodtruc maakt het schuren meetbaar. Trek met een zacht potlood losse krassen kriskras over het hele vlak en schuur daarna tot ze weg zijn. Waar het potlood blijft staan, ligt een laagte, en waar het meteen verdwijnt zat een hoog punt. Zo werk je op wat je ziet in plaats van op je geheugen.
Schuurstof is fijn genoeg om dagen in huis te blijven zweven. Plak de deur af met folie, zet een stofzuiger met fijnstoffilter naast je werk en draag een stofmasker dat op je gezicht sluit. Neem het vlak na afloop af met een brede stoffer en daarna met een licht vochtige doek, want verf hecht niet op een laag gipsstof.
Zet de lamp na elke schuurgang op een andere plek langs de wand. Een golving die je bij licht van links niet ziet, springt er bij licht van rechts uit, en de plek waar je zelf hebt staan schuren is precies de plek die je met een vaste lamp altijd over het hoofd ziet.
Voorstrijken bepaalt of het wit egaal dekt
Een vlak dat overal even veel verf opzuigt, ziet er egaal uit. Zuigt de ene plek meer dan de andere, dan droogt de verf daar sneller weg en krijg je doffe plekken en glansverschillen die na twee lagen nog steeds zichtbaar zijn. Dit is de reden dat een keurig gevulde muur er na het sausen alsnog vlekkerig uit kan zien.
Verse vuller en oud stucwerk zuigen nooit hetzelfde. Strijk daarom altijd het complete vlak voor en niet alleen de gerepareerde plekken, ook als dat zonde van de primer voelt. Dat ene emmertje voorstrijk is goedkoper dan de derde laag muurverf die je anders nodig hebt.
Welke primer je pakt, volgt uit de ondergrond. Een gladde, dichte laag zoals beton of een witte gipsplaat krijgt een kwartshoudende voorstrijk, waarin fijne korrels zitten die de volgende laag houvast geven. Een sterk zuigende ondergrond zoals kalkzandsteen of vers gips krijgt juist een zuigingsremmende primer. De roze of rode kleur die veel voorstrijk heeft, is er alleen zodat je ziet waar je al geweest bent.
Vlekken vragen iets anders dan zuiging. Roet, nicotine, watervlekken en viltstift slaan door drie lagen muurverf heen, want ze lossen op in het water in de verf en trekken mee naar boven. Zulke plekken zet je eerst onder een isolerende vlekkenprimer, en pas daarna gaat het wit erover.
Dan de tijd. Verse pleister moet echt droog zijn voordat er verf op gaat, want een sluitende verflaag houdt het resterende vocht in de wand vast. Reken bij gips ruwweg op een dag per millimeter laagdikte onder normale omstandigheden, en zoek per materiaal na wat er geldt in onze tabel met droogtijden per materiaal.
Een wand die afgeeft als je er met je hand overheen strijkt, is niet schilderklaar. Dat witte poeder betekent dat de laag te snel is uitgedroogd of dat er nog een oude kalklaag onder zit.
Verf hecht niet op los poeder, dus de laag komt er later met vellen tegelijk af. Schuur het losse materiaal weg tot je een vaste ondergrond voelt en zet er een fixerende voorstrijk op.
Wit rollen zonder banen en aanzetten
Een aanzet is de streep die ontstaat waar verse verf tegen verf komt die al begon te binden. Op wit is dat de fout die je het vaakst ziet, want juist bij een lichte kleur trekt zo'n dubbele laag een zichtbare schaduw. De remedie is niet meer verf, maar een andere werkvolgorde.
Werk nat in nat en maak een baan altijd in een keer af van bovenkant tot plint. Banen van ongeveer zestig centimeter breed zijn goed te overzien, en je overlapt telkens in het deel dat nog nat glimt. Rol de baan daarna af in een rustige haal van boven naar beneden af, zonder druk, zodat het rolpatroon in een richting ligt.
Snijd de randen per baan bij en niet vooraf over de hele wand. Een kwaststrook die al is opgedroogd voordat de roller erbij komt, blijft als een dichtere rand langs het plafond en de hoeken zichtbaar. Doe dus eerst de rand van een halve meter, dan die baan met de roller, en pak vervolgens de volgende.
De roller doet meer dan mensen denken. Een goedkope vachtroller verliest pluizen die zich in de natte verf vastzetten en die je daarna niet meer weg krijgt zonder schuren. Voor een glad vlak werkt een korte vacht het rustigst, voor een licht korrelige ondergrond een langere.
De glansgraad bepaalt hoeveel je van het vlak ziet. Matte muurverf strooit het licht en verbergt kleine golvingen, terwijl zijdeglans het licht spiegelt en elke oneffenheid vergroot. Op een vlak dat niet honderd procent strak is, is mat wit de verstandige keuze, ook al is het minder goed schoon te maken.
Plafonds vragen meer dan wanden
Op een plafond valt het licht uit het raam bijna evenwijdig aan het vlak. Er is dus de hele dag strijklicht, en daarmee is het plafond het strengste vlak van het huis. Wat op een wand nog wegvalt, staat op een plafond de hele middag te kijken.
Rol de laatste laag daarom in de richting van het licht, dus met de haal naar het raam toe. De kleine ribbeltjes die een roller achterlaat, liggen dan in dezelfde richting als het invallende licht en werpen geen schaduwlijntjes. Dit is een vuistregel uit de praktijk en geen wet, maar het scheelt zichtbaar.
Scheuren in een plafond ontstaan zelden in de afwerklaag zelf. Ze komen uit de constructie eronder: een balklaag die doorbuigt als iemand boven loopt, of platen waarvan de naden niet zijn gewapend. Welk type band waar hoort staat bij glasband over de naden van gipsplaten.
De aansluiting tussen plafond en wand krijgt juist geen band maar een snede. Door daar met een mes een spleetje in te maken, laat je beide vlakken los van elkaar bewegen. Zonder die snede verschijnt er binnen een paar weken een haarscheur over de volle lengte van de langste wand.
Houd de opbouw op een plafond zo licht mogelijk. Elke extra millimeter pleister hangt aan de balklaag of aan het profielwerk, en op twintig vierkante meter tikt dat aan. Op een vlakke plaatondergrond kom je met een dunne pasta verder dan met een volle pleisterlaag.
Werk op hoogte alleen vanaf een stabiele opstelling. Een plafond schuur je met twee handen boven je hoofd, en dan is je evenwicht slechter dan je denkt. Gebruik stelten waar je op geoefend bent of een rolsteiger met leuning en vergrendelde wielen.
Boven een trapgat houdt zelf doen op. Een steiger die daar veilig staat, moet met stelpoten op verschillende hoogtes worden opgebouwd, en dat is werk voor iemand die dat vaker doet.
Wit is niet één kleur
Er bestaan tientallen witten en ze staan zelden vriendelijk naast elkaar. RAL 9010 is een zuiver wit met een warme ondertoon en wordt veel op kozijnen en deuren gebruikt. RAL 9016 is koeler en oogt strakker. Zet je die twee naast elkaar op muur en kozijn, dan lijkt de een vuil en de ander blauwig.
Kies daarom eerst het wit voor het grootste vlak en stem de rest daarop af. Een muur in gebroken wit met kozijnen in helder wit werkt, andersom valt de muur op als verkleurd. Schilder een monster van een A4 op de wand zelf en bekijk het in de ochtend en in de avond voordat je vijf liter koopt.
Twee emmers van dezelfde kleur zijn niet altijd exact gelijk. Bij gemengde kleuren en bij grote vlakken loont het om de emmers voor het rollen samen te voegen in een grotere kuip en goed door te mengen. Zo houd je geen scheiding op de plek waar je de tweede emmer aanbrak.
Op vers stucwerk heb je vrijwel altijd meer verf nodig dan de blik belooft. De eerste laag zuigt weg in de ondergrond en dekt nauwelijks, dus reken op een verdunde voorlaag plus twee volle lagen. Verdun die eerste laag met de hoeveelheid water die op het blik staat en niet meer, anders krijg je een laag die niet meer hecht.
De glansgraad geeft ook een kleurverschil dat niet in de code zit. Dezelfde witcode in mat op de wand en in hoogglans op het kozijn ziet er verschillend uit, simpelweg omdat het glanzende oppervlak meer omgevingslicht weerkaatst. Beoordeel wit dus altijd op het materiaal en in de glans waarin het straks komt.
Zo werk je naar een strak wit vlak toe
Deze volgorde geldt voor een bestaande wand of een plafond dat je vlak en wit wilt afwerken.
-
Meet hoe vlak het vlak nu is
Leg de rei op vijf of zes plaatsen tegen het vlak en zet een laserlijn evenwijdig aan de wand om het hoogste punt te vinden. Beoordeel daarna met een lamp op de vloer in strijklicht en markeer alles wat je ziet met potlood. Pas na deze stap weet je welk materiaal je nodig hebt.
-
Haal de hoge punten weg
Sla bulten, mortelbaarden en harde lijmresten af met een vlakbeitel die je bijna haaks houdt en een moker van een kilo. Werk van boven naar beneden en veeg tussendoor schoon zodat je ziet wat er nog uitsteekt. Vullen rond een bult kost altijd meer materiaal dan de bult eraf halen.
-
Vul van diep naar ondiep
Begin met de diepe gaten in reparatiegips en met de naden, waar de band in de eerste natte laag gaat. Werk daarna naar de ondiepe plekken toe met vuller en als laatste met pasta in lagen van een tot twee millimeter. Laat elke laag drogen voordat de volgende erop gaat, anders trekt het krimpen door tot in je afwerklaag.
-
Schuur in korrelstappen en controleer met licht
Ga van korrel 80 naar 120 en eindig op 180 tot 240, met een blok of machine en niet met een spons. Trek kriskras potloodstrepen over het vlak en schuur tot ze weg zijn, zodat je ziet waar je nog niet geweest bent. Zet de lamp na elke gang op een andere plek langs het vlak.
-
Ontstof en strijk het hele vlak voor
Neem het vlak af met een brede stoffer en daarna licht vochtig, want verf hecht niet op gipsstof. Zet vervolgens een voorstrijk op het complete vlak, passend bij de zuiging van de ondergrond, en behandel roet-, water- en viltstiftvlekken eerst met een isolerende primer. Alleen de reparaties voorstrijken geeft gegarandeerd verschil in dekking.
-
Rol de eerste laag verdund
Verdun de eerste laag met de hoeveelheid water die op het blik staat en rol hem nat in nat in banen van zestig centimeter. Snijd de randen per baan bij en niet vooraf over de hele wand. Deze laag hoeft nog niet te dekken, hij moet vooral gelijkmatig wegtrekken.
-
Laat drogen en rol de tweede laag onverdund
Wacht de overschildertijd van het blik af en beoordeel het vlak dan opnieuw in strijklicht, want kleine gebreken zie je nu pas. Werk het bij als het nodig is en rol daarna de tweede laag, in dezelfde volgorde en met de laatste haal naar het raam toe.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat de eerste laag wit erop gaat
Uit de praktijk
Een bult die pas na de tweede laag wit terugkwam
Een woonkamerwand naast een schuifpui was netjes bijgewerkt: alle putjes gevuld, alles doorgeschuurd en twee lagen wit erover. Zodra de zon in de middag langs de wand streek, stond er een schaduw van ongeveer een meter breed in het vlak. Bij het vullen was rond een uitstekende plek gewerkt in plaats van dat die plek eraf was gehaald.
Wat hier werkte: de bult opzoeken met een laserlijn op tien centimeter van de wand en een blokje hout, daarna het hoge deel afsteken met een vlakbeitel en een moker. Vervolgens is de hele wand van hoek tot hoek in twee lagen pasta van anderhalve millimeter overgezet, niet alleen de plek zelf. Een reparatie die maar tot halverwege loopt, tekent zich met wit erover altijd af als een rand.
Slijpen leek sneller dan beitelen
Op een muur die vrijkwam na het slopen van een badkamerwand zaten harde tegellijmresten en een paar mortelbaarden. Schuurpapier in korrel 40 deed er vrijwel niets mee, dus werd de haakse slijper erbij gehaald. Binnen vijf minuten stond de hele benedenverdieping vol stof, dat dagen later nog op alle randjes lag.
De schijf liet bovendien ondiepe groeven achter in het metselwerk die stuk voor stuk weer moesten worden gevuld. Wat wel werkte was een vlakbeitel die bijna haaks tegen de resten werd gezet, met tikken van een moker van een kilo. Dat gaat rustiger dan het lijkt, en wat overbleef ging met de muurschuurmachine met afzuiging weg. Wie toch slijpt: alleen met een stofkap op de machine, een afgeplakte deur en een masker dat op het gezicht sluit.
Een vlak dat te snel opdroogde en daarna poederde
Op een warme zomerdag werd een wand gepleisterd met alle ramen open, omdat dat sneller droog zou zijn. De laag voelde binnen een paar uur droog aan, maar bij het schuren kwam er wit poeder van af en met een nagel kraste je zo tot in de laag. Het materiaal had zijn water verloren voordat het had kunnen binden.
Bij gips en zeker bij cementgebonden werk is snel drogen geen winst maar schade. De aanpak die uitkomst gaf: de tocht eruit door de ramen op een kier te zetten in plaats van wijd open, de rolluiken tegen de zon dicht, en de zwakke toplaag wegschuren tot vaste ondergrond. Daarna is de wand met een fixerende voorstrijk vastgezet en opnieuw dun overgezet. Cementgebonden werk houd je in de eerste dagen zelfs bewust vochtig of onder folie, want dan wordt het juist harder.
Een plafond dat 's avonds strak was en 's ochtends golfde
Een plafond in een slaapkamer werd op een winteravond bij lamplicht afgewerkt en zag er die avond keurig uit. De volgende ochtend, met daglicht uit het raam, lagen er duidelijke banen in de lengterichting van de kamer. Het werk was beoordeeld onder een lamp die recht van onderen scheen, en dat licht laat golvingen juist verdwijnen.
De les zat in de controle en niet in het smeren. Door de werklamp op de vloer te leggen en het licht vanaf de raamzijde langs het plafond te laten strijken, kwam precies hetzelfde patroon tevoorschijn als bij daglicht. Er ging daarna nog een dunne laag pasta over de volle breedte overheen, in banen haaks op de eerdere, en de laatste rollaag is naar het raam toe afgerold.
Veelgemaakte fouten
Rond een bult vullen in plaats van de bult weghalen
Elk hoog punt dat blijft zitten, bepaalt het niveau van de hele wand. Je vult dan tientallen vierkante decimeters op naar een punt van drie millimeter, met meer materiaal, meer schuurwerk en een zichtbare overgang als resultaat. Steek het hoge deel eerst af, dan is de rest een kwestie van bijwerken.
Een dikke laag pasta in een keer opzetten
Kant-en-klare pasta is bedoeld voor een of twee millimeter per gang. Zet je er vijf op, dan trekt de buitenkant dicht terwijl de kern nat blijft, en bij het uitharden krimpt die kern. Het gevolg is een netwerk van fijne scheurtjes dat pas na het schilderen goed zichtbaar wordt.
Alleen de gevulde plekken voorstrijken
Verse vuller zuigt anders dan het oude werk eromheen. Strijk je alleen de reparaties voor, dan blijft dat verschil in zuiging bestaan en zie je de plekken door twee lagen wit heen terug als doffe of juist glimmende vlekken. Voorstrijk is goedkoper dan een derde laag muurverf.
Schuren met een spons of een klein blokje
Een spons volgt precies de vorm die er al zit, dus je maakt het oppervlak gladder zonder het vlakker te maken. Voor het vlakken heb je iets stijfs en langs nodig, minstens twintig centimeter, dat over de toppen loopt. De spons komt pas in beeld bij schuurwerk met korrel, niet bij een glad wit vlak.
Midden op een wand pauzeren
Verf die begint te binden en dan een nieuwe natte laag krijgt, geeft een aanzet: een streep die bij wit extra opvalt. Maak een baan altijd af van bovenkant tot plint en overlap in het deel dat nog glimt. Koffie drink je in de hoek van een wand, niet halverwege.
Zijdeglans kiezen op een vlak dat niet strak is
Glans spiegelt het licht en vergroot daarmee elke golving, elke plamuurrand en elk schuurkrasje. Wil je een wasbare wand in een gang of keuken, maak het vlak dan eerst echt vlak. Op twijfelachtig werk verbergt matte muurverf beduidend meer.
Het werk beoordelen onder de plafondlamp
Licht dat recht van boven of recht van voren komt, laat golvingen juist verdwijnen. Je keurt je eigen werk dan goed en ziet de fout pas als de zon er de volgende dag langs strijkt. Beoordeel altijd met een lamp op de vloer, en vanuit twee richtingen.
Veelgestelde vragen
Wat wordt er bedoeld met een wit vlak?
Met een wit vlak wordt een wand- of plafondvlak bedoeld dat egaal wit is afgewerkt, meestal glad stucwerk of afgewerkte gipsplaat met matte witte muurverf erover. Het gaat om twee eigenschappen tegelijk: het oppervlak is glad, dus zonder korrel, en het vlak is vlak, dus zonder golvingen. Die twee staan los van elkaar, want een spiegelgladde wand kan alsnog bol staan.
Hoe controleer ik of mijn muur echt vlak is?
Leg een rechte rei van twee meter op vijf of zes plekken tegen de wand, ook diagonaal, en kijk hoeveel ruimte er onder de rei overblijft. Een muntje van vijf cent is ruim een millimeter, dus daar meet je al veel mee. Doe daarna de lichttest: leg een werklamp op de vloer met de kop bijna tegen de wand, doe het overige licht uit en kijk vanaf de zijkant langs het vlak.
Hoe krijg ik een wit vlak zonder dat je de reparaties terugziet?
Werk elke reparatie breder uit dan het gat zelf, zodat de overgang over tientallen centimeters uitloopt in plaats van in een scherpe rand. Vul twee keer, want vuller krimpt tijdens het drogen. Voor naden en kleine beschadigingen werkt een vuller die makkelijk schuurt zoals Fix en Finish prettiger dan gips. Strijk daarna het complete vlak voor, anders zie je het verschil in zuiging door de verf heen.
Welke witte verf verbergt oneffenheden het beste?
Matte muurverf, en hoe matter hoe beter. Een mat oppervlak strooit het licht in alle richtingen, waardoor kleine golvingen geen schaduw krijgen. Zijdeglans en zeker hoogglans weerkaatsen het licht als een spiegel en maken elke oneffenheid groter. De prijs die je voor mat betaalt is dat de wand minder goed schoon te maken is, dus in een gang of achter een bank is dat een afweging.
Kan ik een wit vlak maken zonder te stucen?
Dat kan, zolang de wand al redelijk vlak is. Met een kant-en-klare pasta in twee of drie dunne lagen maak je een bestaand vlak schilderklaar, en hoe je die opbouw doet staat bij stucpasta in dunne lagen aanbrengen. Staat de muur scheef of bol, dan houdt het op: dan is stucen tussen geleiders of een voorzetwand met platen de weg, want vullen wordt daar duurder dan opnieuw beginnen.
Waarom zie ik banen en strepen in mijn witte muur?
Meestal komt dat door aanzetten: verse verf die tegen al bindende verf komt, geeft daar een dubbele laag en dus een zichtbare streep. Werk in banen van ongeveer zestig centimeter, van boven tot beneden in een keer, en overlap altijd in het natte deel. Een tweede oorzaak is een ongelijke zuiging van de ondergrond, en dat los je op met voorstrijk over het hele vlak.
Hoe lang moet stucwerk drogen voordat ik het wit kan schilderen?
Voor gipsgebonden pleister houden wij ruwweg een dag per millimeter laagdikte aan onder normale omstandigheden, dus een laag van vijf millimeter staat al gauw voor een kleine week. Kou, hoge luchtvochtigheid en een gesloten ruimte rekken dat flink op. Wat er per materiaal geldt staat in onze tabel met droogtijden per materiaal. Verf op een nog vochtige laag houdt het water vast en geeft vlekken of loslatende verf.
Waarom zie ik in mijn plafond golven die er op de wand niet zijn?
Op een plafond valt het daglicht bijna evenwijdig aan het vlak, dus er is de hele dag strijklicht en dat vergroot elke golving. Op een wand valt datzelfde licht schuiner in en vallen dezelfde afwijkingen weg. Beoordeel een plafond daarom altijd met een lamp op de vloer aan de raamzijde, en rol de laatste laag met de haal naar het raam toe.
Wat is het verschil tussen RAL 9010 en RAL 9016?
RAL 9010 is een zuiver wit met een licht warme, romige ondertoon en wordt veel voor kozijnen en deuren gebruikt. RAL 9016 is koeler en oogt strakker en blauwiger. Naast elkaar zie je het verschil meteen: de warmere tint lijkt dan vuil en de koelere lijkt blauw. Kies daarom eerst het wit van het grootste vlak en stem het schilderwerk daarop af.
Hoeveel lagen wit heb ik nodig op vers stucwerk?
Reken op een verdunde voorlaag plus twee volle lagen. Vers stucwerk zuigt sterk, dus de eerste laag trekt grotendeels in de wand en dekt nauwelijks. Verdun die laag met de hoeveelheid water die het blik noemt en niet meer, want te veel water geeft een laag die niet meer hecht. Wie de voorstrijk overslaat, komt vaak op vier lagen uit en heeft alsnog een vlekkerig resultaat.
Kan ik een oude korrelige of gespoten wand vlak en wit maken?
Dat kan, maar het is meer werk dan het lijkt. De korrels moeten er eerst af of ze moeten worden weggevuld, en dat kost bij een grove structuur al snel drie dunne lagen met schuurwerk ertussen. Zit er een gespoten laag op, kijk dan eerst bij granol op wanden en plafonds, want zo'n laag kan als geheel loskomen zodra hij nat wordt en dan is verwijderen sneller dan vullen.
Waarom poedert mijn muur af of laat de verf los?
Een muur die wit poeder afgeeft als je erover strijkt, heeft meestal te snel gedroogd of er zit een oude kalkhoudende laag onder. In beide gevallen is er geen vaste ondergrond waar verf zich aan kan hechten. Schuur het losse materiaal weg tot je iets hards voelt, stof af en zet er een fixerende voorstrijk op. Bij vers werk voorkom je het door tocht en directe zon te weren tijdens het drogen.
Wanneer je beter een vakman belt
Een wand vlak en wit maken is voor de meeste mensen te doen, zeker met pasta in dunne lagen. Er zijn wel situaties waarin bellen verstandiger is dan doorzetten.
De eerste is een groot vlak dat echt spiegelglad moet worden. Een stukadoor doet een kamer in een dag en houdt daarbij een vlakheid aan die met een spackmes en veel geduld nauwelijks te evenaren is. Op een wand die de rest van zijn leven strijklicht krijgt, is dat het verschil tussen tevreden zijn en er elke zonnige middag naar kijken.
De tweede is werken boven een trapgat of hoger dan je vanaf een stabiele opstelling kunt bereiken. Schuren en rollen doe je met twee handen boven je hoofd en dan is je evenwicht minder goed dan je denkt. Een steiger die op ongelijke hoogtes staat opgebouwd, hoort door iemand te worden neergezet die dat vaker doet.
De derde is een vermoeden van asbest. Spuitwerk en stucwerk in woningen van voor 1994 kunnen asbestvezels bevatten, en droog schuren of slijpen is dan precies wat je niet moet doen. Laat het bemonsteren door een gecertificeerd bureau en laat het zo nodig door een erkend bedrijf verwijderen.
De vierde is een scheur die na elke reparatie terugkomt, of een vochtplek waarvan je de oorzaak niet kent. Dan zit het probleem in de constructie of in het vocht en niet in de afwerklaag. Elke laag wit die je daaroverheen zet, is dan tijdelijk werk.