Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Knauf UP 210 W: waar het wel en niet op mag, en hoe je het aanbrengt

10 minuten lezen Stucwerk Bijgewerkt 14 augustus 2026
diy-gids.nl WANDEN & PLAFOND Knauf up 210 w

Knauf UP 210 W is een waterafstotende cementpleister die je buiten op een gevel en binnen in een natte ruimte gebruikt, als basislaag en als eindlaag tegelijk. De ondergrond moet steenachtig zijn: metselwerk mag, kalkzandsteen en cellenbeton niet, gipsplaat al helemaal niet. Reken op minimaal 10 mm binnen en 15 mm buiten, en op 16 kilo poeder per vierkante meter bij die 10 mm. Wie de laag dunner maakt om zakken te sparen, haalt precies de eigenschappen weg waarvoor hij het product kocht.

10 minuten

Dit heb je nodig

Een dag per 10 tot 15 vierkante meter met de hand Pittig, vraagt oefening met de rei Ongeveer 10 tot 15 euro per vierkante meter aan materiaal bij 10 mm

Gereedschap

  • Kunststof kuip van minimaal 60 liter
  • Elektrische mixer met dwangmenger, vanaf ongeveer 1000 watt
  • Spaarbord en een rvs spaan
  • Aluminium rei van 2 meter, met een h-profiel of een trapeziumrei
  • Rabbot om de sinterhuid af te schaven
  • Getand spackmes om ruw te halen
  • Kunststof of houten schuurbord en een schuurspons
  • Hoekprofielen en een waterpas voor de aanzetten
  • Veiligheidsbril en handschoenen

Materiaal

  • Knauf UP 210 W, zakken van 25 kg
  • Knauf VP 340 voorstrijk voor zwak zuigende en wisselende ondergronden
  • Knauf Autex wapeningsweefsel
  • Schoon leidingwater, ongeveer 5,5 liter per zak
  • Stucstoppers of hoekprofielen van kunststof
  • Afplaktape en folie voor kozijnen, glas en bestrating

Wat Knauf UP 210 W is en waarvoor het gemaakt is

Knauf UP 210 W is een waterafstotende, cementgebonden pleister die dienstdoet als basislaag en als afwerklaag. Het bindmiddel is portlandcement en niet gips, en dat ene verschil bepaalt bijna alles: waar je het op mag zetten, hoe dik het moet, hoe lang het droogt en hoe het aanvoelt onder de spaan. In ons overzicht over welke stucsoort bij welke ondergrond hoort zie je waar dit product tussen de rest staat.

De W in de naam staat voor de waterafstotende werking. Daardoor kun je het buiten op een gevel gebruiken en binnen in een ruimte waar water tegen de wand komt. Een gipsgebonden pleister kan dat allebei niet.

Het valt in mortelgroep CS II volgens EN 998-1, met een drukvastheid van 2,5 N/mm². In de praktijk betekent dat een harde laag waar je een fiets tegenaan kunt zetten zonder dat er een deuk in staat. Tegelijk is de laag dampopen, dus vocht uit de constructie kan er nog doorheen naar buiten.

Je komt het product ook tegen als Knauf UP 210W, als UP 210 Knauf of gewoon als Knauf UP 210. Dat is allemaal hetzelfde spul: de grijze zak van 25 kilo met artikelnummer 53667.

EigenschapWaardeWat je daaraan hebt
BindmiddelPortlandcementHard en waterafstotend, niet te vergelijken met gipsstuc
MortelgroepCS II volgens EN 998-1Middenklasse in sterkte, geschikt als buitenpleister
Drukvastheid2,5 N/mm²Bestand tegen stoten en tegen leunend gewicht
Buigsterkte1,8 N/mm²Kan iets meebewegen zonder direct te scheuren
KorrelgrootteKleiner dan 1 mmFijn genoeg om als eindlaag door te schuren
Waterdampdiffusieweerstandμ 10Dampopen, de muur kan blijven ademen
Capillaire wateropnameKlasse W2Neemt weinig slagregen op, ook zonder verflaag
BouwstofklasseA1Onbrandbaar
Volumieke massa1,5 kg per dm³Een laag van 10 mm weegt 16 kilo per vierkante meter
Zakinhoud25 kg, artikelnummer 53667Goed voor 1,6 vierkante meter bij 10 mm
Houdbaarheid12 maanden na productiedatumDroog en vorstvrij bewaren, oude zakken klonteren

Op welke ondergrond het mag en op welke niet

Dit is het punt waarop de meeste mislukkingen beginnen. UP 210 W hoort op normale steenachtige ondergronden zoals metselwerk van baksteen. Op isolerende steensoorten hoort het niet, en Knauf zegt dat zelf ook duidelijk.

Cellenbeton en kalkzandsteen vallen dus af. Die zuigen te hard en zijn te zacht voor een harde cementlaag, waardoor de pleister zich lostrekt of de steen eronder scheurt. Voor die ondergronden bestaan lichtgewicht basispleisters als LUP 222 of LFP 235, en die berapingslaag is niet optioneel maar de voorgeschreven route.

Beton en ander glad, zwak zuigend materiaal kan wel, maar alleen met een hechtbrug. Je zet de wand voor met VP 340 en haalt die laag horizontaal ruw met een getand spackmes, zodat de pleister ergens in kan grijpen.

Bestaat de wand uit verschillende soorten metselwerk door een dichtgezette deuropening of een oude sleuf, dan zuigt de ondergrond ongelijk. Ook daar zet je voor met VP 340 en leg je Autex wapeningsweefsel in de verse laag, over de overgang heen. Zit er nog oude sierpleister op, dan test je eerst de hechting; bij een bestaande granollaag zit die verrassend vaak nog muurvast, maar even zo vaak niet.

OndergrondZo pak je het aanWaar het misgaat
Metselwerk van baksteenRuim vooraf bevochtigen, daarna direct pleisterenDroog metselwerk trekt het water eruit en de laag verbrandt
Beton en gladde betonelementenVP 340 aanbrengen en horizontaal ruw halen met een getand spackmesZonder hechtbrug laat de laag als een plaat los
Wisselend metselwerk of dichtgezette sparingenVP 340 plus Autex wapeningsweefsel over de overgangOngelijke zuiging geeft een scheur precies op de naad
Kalkzandsteen blokken en elementenEerst LUP 222 of LFP 235 als lichtgewicht basispleisterUP 210 W rechtstreeks erop hecht slecht en scheurt
Cellenbeton en ander isolerend metselwerkNiet geschikt, kies een lichtgewicht systeemDe harde laag werkt niet mee met de zachte steen
Gipsplaat, gipsblokken en gipskartonNiet geschikt, gebruik gipspleister of een kant-en-klare pastaTe zwaar, en het cement hecht niet op de kartonlaag
Bestaande sierpleister of granolHechting testen met een krabtest, twijfelgevallen eraf halenEen losse ondergrond neemt je nieuwe laag mee naar beneden
Geverfde binnenmuurVerf verwijderen tot op de steenEen verffilm onder 10 mm cement is een breukvlak

Kalkzandsteen is de valkuil bij Nederlandse binnenmuren. Veel woningen uit de jaren tachtig en later hebben binnenwanden van kalkzandsteen, en dat ziet er voor een leek uit als gewoon metselwerk. Sla een steen aan de achterkant van een kast even schoon en kijk naar de kleur en de korrel: grijswit en fijn betekent kalkzandsteen, roodbruin en grof betekent baksteen.

UP 210 W of een ander Knauf-product

Veel mensen komen bij UP 210 W uit terwijl ze eigenlijk iets anders zoeken. De naamgeving helpt daar niet bij, want MP 75, Rotband, Goldband, stucpasta en Fix en Finish liggen in hetzelfde schap en lijken oppervlakkig op elkaar. Het verschil zit in het bindmiddel en in de laagdikte waarvoor het product gemaakt is.

Gipsgebonden pleisters zijn lichter, drogen sneller en laten zich makkelijker glad krijgen, maar ze horen niet in een natte zone en niet buiten. Cementgebonden pleister is het omgekeerde: hard, waterbestendig, zwaar en trager. Een derde groep zijn de kant-en-klare pasta's uit de emmer, en die zijn bedoeld voor een laag van hooguit een paar millimeter op een al vlakke ondergrond.

Ga je gipsplaten afwerken, dan is dat de route van naden dichtzetten en daarna dun finishen, niet die van cementpleister. Voor een binnenwand die je alleen strak wilt hebben voor de verf, kijk je naar een dunne pleisterlaag uit de emmer of naar een gipsgebonden handpleister voor binnen.

Knauf UP 210 W bij Gamma en Karwei

Wie op knauf up 210 w gamma of knauf up 210 w karwei zoekt, komt vaak van een koude kermis thuis. Die ketens richten zich op binnenwerk en hebben doorgaans de emmers en de gipsproducten in het schap staan, niet de cementgebonden gevelpleisters. Dat is geen kwaliteitsoordeel, het is een keuze in assortiment.

Je vindt de zak van 25 kilo wel bij bouwmaterialenhandels en bij de grotere bouwmarkten die zich ook op de vakman richten. Bestel je online, let dan op de productiedatum bij levering: na twaalf maanden geeft Knauf geen garantie meer op de verwerkingseigenschappen, en oude zakken die vochtig hebben gestaan mixen tot brokjes. Reken voor de zak op grofweg twaalf tot achttien euro, afhankelijk van waar je koopt en of je per pallet afneemt.

ProductBindmiddelWaar het voor isGebruikelijke laagdikte
Knauf UP 210 WCementGevel, natte ruimte, ondergrond voor tegels10 mm binnen, 15 mm buiten
Knauf UP 310CementGevelplint en sokkel, de zone met spatwaterVolgens het blad van dat product
Knauf LUP 222 of LFP 235Cement, lichtgewichtZuigende en isolerende ondergronden zoals kalkzandsteenAls basislaag onder de afwerking
Knauf MP 75GipsMachinaal stucwerk binnen op steenachtige wandenVanaf 10 mm
Knauf RotbandGipsHandpleister binnen, ook op beton en plaatmateriaalVanaf ongeveer 5 mm
Knauf stucpastaKunstharsdispersie, kant en klaarDunne afwerklaag binnen op een vlakke wandOngeveer 1 tot 3 mm
Knauf Fix en FinishGipsNaden van gipsplaten dichtzetten en dun finishenMillimeterwerk

Knauf UP 210 W voorstrijken: wanneer wel en waarmee

Voorstrijken is bij dit product geen vaste stap maar een keuze die van de ondergrond afhangt. Op gewoon metselwerk gebruik je geen primer maar water: je maakt de muur ruim nat en laat het oppervlaktewater net wegtrekken voordat je begint. Een baksteen die kurkdroog is, zuigt het aanmaakwater uit de mortel en dan bindt het cement niet goed af.

Op beton en op andere gladde, zwak zuigende vlakken werkt water juist niet, want daar zit het probleem in de hechting en niet in de zuiging. Daar breng je VP 340 aan en haal je die laag horizontaal ruw met een getand spackmes. Die richels zijn het houvast waar de pleister zich aan vastzet.

Bij wisselende ondergronden doe je hetzelfde en leg je er wapening bij. Ga je een oude wand eerst uitvlakken of repareren, kijk dan naar een reparatiepleister voor plaatselijk herstel, want dat werkt fijner dan een halve zak UP 210 W in een gat gooien.

Een laatste veelvoorkomend geval: roetdoorslag na het weghalen van een schoorsteen. Daar helpt gewone voorstrijk niet, want roet en teer trekken door bijna elke waterige laag heen. IJzermenie, dat in de bouwmarkt nog wel eens aangeraden wordt, is een metaalprimer op alkydbasis en hoort niet onder pleisterwerk: pleister hecht er slecht op en de doorslag komt er alsnog doorheen.

Test de zuiging met een plantenspuit. Blijven de druppels seconden staan, dan is de ondergrond zwak zuigend en heb je VP 340 nodig. Trekt het water binnen een tel weg, dan is de wand sterk zuigend en gaat het om bevochtigen.

Hoe dik moet de laag en hoeveel zakken heb je nodig

De minimale laagdikte voor UP 210 W is 10 mm als basislaag, en dat getal is geen suggestie. Onder die dikte verliest de laag zijn sterkte en zijn waterafstotende werking, en scheurt hij bij de eerste vorstperiode. Buiten ligt de lat hoger: de complete stuclaag moet daar minimaal 15 mm meten, en in de kuststrook minimaal 20 mm.

Buiten bouw je die 15 mm meestal op in twee gangen, bijvoorbeeld 12 mm als basislaag en 3 mm als afwerklaag van hetzelfde materiaal. Komt er sierpleister of tegelwerk overheen, dan houd je 15 mm UP 210 W aan als basislaag en telt die toplaag niet mee.

Het verbruik is 16 kilo per vierkante meter bij 10 mm. Een zak van 25 kilo doet dus ongeveer 1,6 vierkante meter, en dat gaat harder dan mensen inschatten. Voor een gevelvlak van 20 vierkante meter op 15 mm zit je al rond de 480 kilo, oftewel bijna twintig zakken.

Reken bij het bestellen ook met de werkelijke wand en niet met de bruto maat. Ramen en deuren trek je eraf, maar de verdiepte dagkanten daaromheen tel je er weer bij op. Reken daarbovenop nog vijf tot tien procent voor wat er op de grond valt en voor de laatste kuip die net te vol is.

SituatieLaagdikteVerbruik per m²Zakken van 25 kg per 10 m²
Binnenmuur, één laag als ondergrond voor tegels10 mm16 kgOngeveer 6,5 zakken
Binnenmuur, wat dikker om uit te vlakken12 mm19 kgOngeveer 8 zakken
Gevel, basislaag plus afwerklaag15 mm, bijvoorbeeld 12 plus 324 kgOngeveer 10 zakken
Gevel in de kuststrook20 mm32 kgOngeveer 13 zakken
Gevel met sierpleister of tegels eroverMinimaal 15 mm als basislaag24 kgOngeveer 10 zakken
Gevelplint en sokkelHier hoort UP 310 in plaats van UP 210 WZie het blad van UP 310Niet met dit product

Aanmaken en aanbrengen zonder aanzetten in de wand

Knauf UP 210 W aanbrengen begint bij het aanmaken, en dat luistert nauw. Zet ongeveer 5,5 liter schoon leidingwater in de kuip en strooi het poeder daarin, nooit andersom. Giet je water bij poeder, dan zit er onderin een droge koek die je er met geen mixer meer uit krijgt.

Mix met een elektrische mixer tot een klontvrije massa en voeg verder niets toe. Geen extra cement voor de sterkte, geen scheutje afwasmiddel voor de smeerbaarheid, geen vertrager en geen antivries. De mortel is in de fabriek al samengesteld en elke toevoeging verandert de binding op een manier die je pas weken later ziet.

Breng de laag aan met de spaan of machinaal, en zet hem daarna vlak met een rei in h-vorm. Werk van boven naar beneden en in banen die je nat in nat aansluit, want een naad tussen twee kuipen die al aan het binden zijn, blijft zichtbaar onder strijklicht. Dat je hier op een dunne laag glad zou kunnen strijken zoals bij een kant-en-klare stucpasta uit de emmer is een misverstand: dit is een dikke laag die je vlak zet en daarna met rust laat.

Als de laag is aangetrokken, verwijder je de sinterhuid. Dat is de gladde cementfilm die naar boven komt en waar geen enkele toplaag op hecht. Schaaf hem eraf met de rabbot, of haal het oppervlak ruw met een getand spackmes.

Minerale pleister reageert met water sterk alkalisch. Spatten in je ogen zijn geen kleinigheid: direct langdurig spoelen met veel water en een arts raadplegen. Draag een bril en handschoenen, ook bij het mixen, want juist daar spat het.

Knauf UP 210 W buiten op de gevel

Buiten komt het product het best tot zijn recht, want daar is de waterafstotende werking het hele punt. Houd de complete stuclaag op minimaal 15 mm en langs de kust op minimaal 20 mm. Voor de gevelplint onderaan schakel je over op UP 310, want die zone krijgt spatwater en vuil en vraagt een sterker product.

De temperatuur van het materiaal, de ondergrond en de lucht moet tijdens het aanbrengen en het drogen minimaal vijf graden zijn, ook 's nachts. Dat maakt september en oktober een lastige periode: overdag haal je het gemakkelijk, maar een heldere nacht zakt zo naar drie graden en dan bevriest de mortel voordat hij zijn sterkte heeft.

Het andere uiterste is minstens zo vervelend. Verse cementpleister in de volle zon of in de wind droogt aan het oppervlak uit voordat het cement zijn water heeft opgenomen, en dan krijg je een poederige laag die je er met je duim afveegt. Hang een net of zeil voor de steiger en houd de gevel de eerste dagen licht vochtig.

Zet hoekprofielen en stucstoppers voordat je begint, ook langs de dagkanten van ramen. Een kaarsrechte aanzet langs een kozijn krijg je met de hand vrijwel niet, en die lijn is precies wat je vanaf de stoep ziet.

Binnenshuis en in de badkamer

Binnen gebruik je UP 210 W vooral in ruimtes waar water tegen de wand komt: de doucheruimte, de wand achter een bad, soms een bijkeuken. Breng daar minimaal 10 mm in één laag aan op de kale, steenachtige wand. Elders in huis is het meestal overdreven, en dan werkt een gipsgebonden pleister of een dunne pasta prettiger, sneller en goedkoper.

Komen er tegels op, dan is er één afwijking van de gewone werkwijze: je schuurt de laag niet door. Laat het oppervlak enigszins ruw staan, want tegellijm heeft die ruwheid nodig om te grijpen. Een gefiltste, gladde cementlaag onder tegels is een hechtvlak dat je jaren later terugziet als een tegel loskomt.

De droogtijd is het geduldwerk. Cementgebonden pleister droogt veel trager dan gips, en een vuistregel die in de praktijk aardig standhoudt is ongeveer een week per centimeter bij kamertemperatuur en normale ventilatie. Bij tien graden of in een ruimte zonder luchtverversing kun je dat rustig verdubbelen; in onze tabel met droogtijden per materiaal vind je de tijden voor de materialen die er daarna overheen komen.

Ga je van hier verder met de rest van het vertrek, dan lopen de keuzes voor wanden en plafonds in de rest van het huis vaak anders af dan in de natte zone. Een cementlaag op een plafond is bijvoorbeeld zelden een goed plan, om de simpele reden dat 16 kilo per vierkante meter aan de constructie hangt.

De laag afwerken: doorschuren, filtsen, tegelen of verven

Als de laag vlak staat, kun je drie kanten op: UP 210 W als basislaag laten staan met een toplaag erop, hem doorschuren tot eindafwerking, of hem ruw laten voor tegelwerk. Die keuze maak je voordat je begint, want ze bepaalt wat je in de uren erna doet. Gaat er een toplaag op, dan passen HP 250, LP 221, FP 205, KR 202, SP 260 en RP 240.

Voor een eindafwerking pak je het moment waarop de laag is aangetrokken maar nog niet steenhard is. Dan haal je er met een kunststof of houten schuurbord, of met een vochtige spons, in ronddraaiende bewegingen een egale structuur op. Wacht je te lang, dan draai je alleen nog stof los en blijven de aanzetten van de spaan zitten.

Controleer het resultaat met strijklicht en niet met het plafondlicht. Zet een sterke ledlamp op de grond, vlak tegen de wand aan, en kijk langs het vlak: bollingen en aanzetten die je bij gewoon licht niet ziet, springen er dan meteen uit. Dat is dezelfde test die je gebruikt voordat je een wand gaat sauzen.

Komt er verf op, geef de laag dan eerst zijn volle droogtijd en breng daarna een voorstrijk aan die past bij de zuiging. Verse cementpleister is alkalisch, en verf die er te vroeg op gaat, kan verzepen of vlekkerig optrekken. Hoe je een verse pleisterlaag verder behandelt, staat bij een pas gestucte wand afwerken.

Zo breng je Knauf UP 210 W aan

Deze volgorde geldt voor een handmatige verwerking op metselwerk, binnen en buiten.

  1. Beoordeel de ondergrond en dek af

    Controleer of de wand droog, stofvrij en vrij van losse delen is, en stel vast of het baksteen is of kalkzandsteen. Plak kozijnen, glas, natuursteen en bestrating watervast af, want spetters cementpleister krijg je er na uitharding niet meer netjes af. Wat er toch op komt, spoel je meteen met schoon water weg.

  2. Voorbehandel de ondergrond die daarom vraagt

    Metselwerk maak je ruim nat en laat je net wegtrekken. Beton en ander zwak zuigend materiaal zet je voor met VP 340 en haal je horizontaal ruw met een getand spackmes. Bij wisselende ondergronden doe je hetzelfde en houd je Autex bij de hand voor in de verse laag.

  3. Zet hoeken en profielen uit

    Stel hoekprofielen, stucstoppers en eventuele richtlatten waterpas voordat er een gram mortel op de wand zit. Deze profielen bepalen je laagdikte en je rechte lijnen, en achteraf bijstellen kan niet meer. Meet meteen na of je overal die 10 of 15 mm haalt.

  4. Maak een kuip aan zonder toevoegingen

    Doe ongeveer 5,5 liter schoon leidingwater in de kuip en strooi de zak daarin, niet andersom. Mix met een elektrische mixer tot een klontvrije massa en voeg verder niets toe. Maak niet meer aan dan je in ongeveer een uur kwijt kunt, want een kuip die begint te binden gooi je weg.

  5. Breng de laag op en zet hem vlak

    Zet het materiaal met de spaan op de wand, in banen van boven naar beneden, en werk nat in nat door. Zet daarna vlak met de rei, in zaagbewegingen langs de profielen. Vul de holtes die je zo vindt meteen bij en trek nog een keer af, in plaats van later op een half harde laag te gaan bijwerken.

  6. Haal de sinterhuid eraf

    Als de laag is aangetrokken, schaaf je de gladde cementhuid eraf met de rabbot, of je haalt het oppervlak ruw met een getand spackmes. Op die gladde film hecht geen toplaag en geen tegellijm. Laat je hem zitten, dan zie je dat pas terug wanneer de afwerking loskomt.

  7. Kies je afwerking op het juiste moment

    Wil je de laag als eindafwerking, schuur hem dan door met een schuurbord of spons zolang hij nog niet steenhard is. Komt er tegelwerk op, laat het oppervlak dan juist ruw staan. Voor een toplaag als HP 250 of SP 260 volg je de wachttijd van dat product.

  8. Bescherm de laag terwijl hij uithardt

    Houd de temperatuur van materiaal, ondergrond en lucht boven de vijf graden, ook 's nachts. Scherm de gevel af tegen zon en wind met een net of zeil, en houd hem de eerste dagen licht vochtig. Te snel uitdrogen kost je de sterkte en de hechting, en dat is niet meer te repareren.

Droogtijden

Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens

Soort werkMateriaalStofdroogOverschilderbaar of belastbaarVolledig uitgehardWaar het misgaat
KitAcrylaatkit20 tot 40 minutenna 6 tot 12 uur overschilderbaar24 tot 48 uurTe vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt.
KitSiliconenkit (sanitair)10 tot 20 minutenniet overschilderbaar24 uur per 2 mm dikteEen dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig.
KitHybride kit (MS-polymeer)15 tot 30 minutenna 24 uur overschilderbaar24 tot 72 uurHardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer.
KitPolyurethaankit30 tot 60 minutenna 24 uur3 tot 5 dagenBlijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is.
KitMontagekit30 minuten voorgripna 24 uur belastbaar3 tot 7 dagen op volle sterkteZwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt.
StucwerkStucpasta of finishpasta2 tot 4 uurna 12 tot 24 uur schuren24 tot 48 uurOp een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij.
StucwerkGips (raaplaag)12 uur per laagna 24 uur verder werken1 week per centimeter dikteVerven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf.
StucwerkCementgebonden pleister24 uurna 3 dagen2 tot 4 wekenEen dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven.
StucwerkVulmiddel voor gaatjes20 tot 60 minutenna 1 tot 2 uur schuren4 tot 8 uurDiepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen.
VerfMuurverf op waterbasis (latex)30 tot 60 minutenna 4 tot 6 uur tweede laag2 tot 4 wekenDe verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast.
VerfGrondverf op waterbasis1 uurna 4 tot 6 uur schuren en aflakken24 uurOnvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak.
VerfGrondverf op terpentinebasis4 tot 6 uurna 16 tot 24 uur3 tot 5 dagenBij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door.
VerfLak op waterbasis1 tot 2 uurna 6 uur tweede laag5 tot 7 dagenDeuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken.
VerfLak op terpentinebasis4 tot 8 uurna 24 uur1 tot 2 wekenBlijft in een vochtige ruimte dagen kleverig.
VerfVoorstrijkmiddel1 tot 2 uurna 2 tot 4 uur verder12 uurDoorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in.
VloerEgaliseermiddel3 tot 6 uur beloopbaarna 24 uur vloer leggen1 dag per millimeterEen laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc.
VloerCementdekvloer24 tot 48 uur beloopbaarna 3 weken belastbaar1 week per centimeter, daarna langzamerEen dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag.
VloerAnhydriet gietvloer24 tot 48 uurna 5 tot 7 dagen3 tot 6 wekenDe zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden.
VloerBetonvloer gestort24 uur ontkistenna 7 dagen licht belastbaar28 dagen op sterkteTe snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig.
TegelwerkTegellijm (standaard)niet belopenna 24 uur voegen7 dagenVoegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting.
TegelwerkTegellijm (sneldrogend)niet belopenna 4 tot 6 uur voegen24 uurHandig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd.
TegelwerkVoegmortel2 tot 3 uur nawassenna 24 uur licht belastbaar7 dagen voor douchegebruikTe snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen.
TegelwerkSmeerbare afdichting (kimband en pasta)3 tot 4 uur per laagna 12 tot 24 uur tegelen24 uurTwee dunne lagen werken beter dan een dikke.
BehangBehangplaksel op vliesbehangdirect hangenna 24 uur droog48 uurVerwarming vol aanzetten laat de naden openstaan.
BehangGlasweefsel met muurverf gelijmd6 uurna 24 uur overschilderen48 uurTe vroeg de tweede laag geeft blaasjes.
HoutHoutlijm (pva)20 tot 30 minuten klemmenna 1 uur voorzichtig hanteren24 uur op volle sterkteTe weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt.
HoutConstructielijm (polyurethaan)40 minuten klemmenna 3 uur24 uurSchuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk.
HoutHoutvuller op waterbasis30 minutenna 1 uur schuren4 uurDiepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm.
HoutEpoxy houtreparatie30 tot 90 minutenna 4 tot 6 uur schuren24 uurOnder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig.
HoutBeits op waterbasis1 uurna 4 uur tweede laag24 tot 48 uurIn de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen.

Samengesteld uit fabrikantenvoorschriften en uit wat mensen in de praktijk tegenkomen. Alle tijden gelden bij ongeveer 20 graden en 60 procent luchtvochtigheid. Kouder of vochtiger betekent langer wachten: reken bij 10 graden ruwweg op een verdubbeling. Houd bij twijfel de verpakking van jouw product aan.

Nalopen voordat je de eerste kuip aanmaakt

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

Een cementlaag die op het plafond terechtkwam

Bij een nieuw plafond van 9 mm stucplaat op betengeling om de 30 centimeter kwam de vraag op tafel welke pleister erop moest. De aannemer wilde een gipsmachinepleister met minimaal 10 mm, en er werd meegedacht over een cementgebonden laag omdat die harder zou zijn. Dat is precies de verkeerde afslag.

Een laag UP 210 W van 10 mm weegt 16 kilo per vierkante meter. Op een plafond van 15 vierkante meter hangt er dan 240 kilo aan de betengeling en aan de balken erboven, en dat is los van het feit dat cementpleister niet op gipskarton hoort. Het is uiteindelijk een gipsgebonden handpleister geworden in een dunnere laag.

De vrees voor scheurtjes bleek bovendien niet met het product samen te hangen. Scheuren in een plafond komen vrijwel altijd uit de constructie: te weinig stijfheid, of balken die meebewegen als er boven iemand loopt. Een dikkere of hardere laag maakt dat erger in plaats van beter.

Dit kwamen we tegen

Een badkamer van 8 vierkante meter, half betegeld

In een badkamer van ongeveer acht vierkante meter bleven bij twee wanden de tegels zitten en gingen ze er bij twee wanden af. Alles zou opnieuw betegeld worden, en er lag een rijtje kandidaten klaar: een cementgebonden badkamermortel, een gipsgebonden badkamerstuc en UP 210 W.

De keuze viel op de cementgebonden route voor de twee kale wanden, in één laag van 10 mm, met de tegellijm daar direct op. Die laag is bewust niet doorgeschuurd maar ruw blijven staan, zodat de tegellijm grip heeft. Op de twee wanden met bestaande tegels is niets gestuct, want een cementlaag op een geglazuurd tegelvlak is vragen om problemen.

Wat wel tijd kostte, was het wachten. De wanden hebben ruim twee weken gestaan voordat er getegeld is, met de deur open en een raam op een kier. Een cementlaag die er droog uitziet, is vanbinnen nog lang niet zover.

Dit kwamen we tegen

Roet dat na het weghalen van een schoorsteen bleef doorslaan

Na het slopen van een schoorsteenkanaal bleef er een bruinzwarte aftekening in het metselwerk zitten. Het roet is eerst weggeslepen tot de stenen bijna hun normale kleur hadden, daarna is er een isolerende voorstrijk overheen gegaan en vervolgens een gewone voorstrijk. Een paar dagen later tekende het toch weer door de laag heen.

Het advies dat op de bouwmaterialenhandel gegeven werd, was om er ijzermenie op te smeren. Dat is een metaalprimer op alkydbasis en die hoort niet onder pleisterwerk: minerale pleister hecht er slecht op, en tegen doorslaand roet en teer is hij niet gemaakt.

Wat hier wel werkte, was de aanpak omdraaien. De zwaarst vervuilde stenen zijn uitgehakt en vervangen, de rest is afgesloten met een echte afsluitende primer tegen doorslag, en daarna is er een volle laag cementgebonden pleister van 10 mm op gegaan. Een dikke minerale laag houdt doorslag veel beter tegen dan een dunne, maar wie het zeker wil weten, zet een voorzetwand met gipsplaat op regels.

Dit kwamen we tegen

Sleepsporen door te lang nawerken in een bindende laag

Op een grote binnenwand werd er telkens teruggegaan naar plekken die al een halfuur op de muur zaten, om ze nog wat gladder te krijgen. Het resultaat waren sleepsporen en duidelijke aanzetten van de spaan, die pas zichtbaar werden toen er met een sterke ledlamp langs het vlak werd geschenen. Bij gewoon plafondlicht leek de wand nog prima.

De oorzaak zit in het ritme van het materiaal. Zodra de binding begint, verplaats je geen mortel meer maar scheur je de opgebouwde structuur kapot, en dat laat een spoor achter dat je er niet meer uit strijkt. Bij een cementgebonden pleister van 10 mm is dat effect nog sterker dan bij een dunne pasta.

De les die eruit volgde: alles in één gang vlakzetten met de rei, holtes meteen bijvullen en dan afblijven. De verfijning doe je later, in de fase waarin de laag is aangetrokken maar nog niet hard is, met het schuurbord of de spons. Wie tussendoor blijft frunniken, maakt het werk aantoonbaar slechter.

Veelgemaakte fouten

De laag dunner maken dan 10 mm

Om zakken te sparen wordt de laag nog wel eens op zes of zeven millimeter gehouden. Daarmee haal je precies de eigenschappen weg waarvoor je het product koos: de sterkte en de waterafstotende werking horen bij de volle dikte. Buiten scheurt zo'n dunne laag bij de eerste vorstperiode los van het metselwerk.

Op kalkzandsteen of cellenbeton werken

Deze steensoorten zuigen te hard en zijn te zacht voor een harde cementlaag. De hechting valt tegen en de spanningsverschillen tussen laag en steen geven scheuren. Voor deze ondergronden hoort er eerst een lichtgewicht basispleister zoals LUP 222 of LFP 235 op.

Water bij het poeder gieten

Het poeder gaat in het water, niet het water in het poeder. Doe je het omgekeerd, dan vormt zich onderin de kuip een droge koek met daaromheen te natte mortel. Die klonten krijg je er met geen enkele mixer nog uit en ze komen als zwakke plekken terug in je wand.

Iets aan de mortel toevoegen

Extra cement voor de sterkte, een scheut afwasmiddel voor de smeuïgheid of een vertrager om langer door te kunnen werken: het klinkt logisch, maar het verandert de eigenschappen van een in de fabriek samengestelde mortel. Het effect zie je zelden meteen, maar wel als de laag maanden later poedert of loslaat. Alleen schoon leidingwater erbij.

De sinterhuid laten zitten

Bovenop een vlak gezette cementlaag komt een gladde film te staan. Op die film hecht geen toplaag, geen sierpleister en geen tegellijm. Schaven met de rabbot of ruw halen met een getand spackmes duurt tien minuten per wand en scheelt je een afwerking die er later afkomt.

Doorwerken onder vijf graden of in de volle zon

Beneden vijf graden komt de binding niet op gang en een nachtvorst maakt de verse laag kapot. Het omgekeerde is net zo schadelijk: zon en wind drogen het oppervlak uit voordat het cement zijn water heeft opgenomen, en dan blijft er een poederige laag over. Kies je moment, of scherm de gevel af en houd hem vochtig.

Blijven bijwerken in een laag die al bindt

Terug naar een plek die al een halfuur op de muur zit, geeft sleepsporen en zichtbare aanzetten. Je verplaatst dan geen mortel meer maar scheurt de structuur open. Zet in één gang vlak en doe de verfijning pas in de aangetrokken fase met schuurbord of spons.

Tegellijm op een gefiltste, gladde laag

Onder tegelwerk hoort het oppervlak enigszins ruw te blijven. Een strak doorgeschuurde cementlaag voelt netjes aan maar geeft de lijm weinig houvast. Je merkt het pas als er jaren later een tegel hol klinkt of loskomt.

Veelgestelde vragen

Moet je Knauf UP 210 W voorstrijken?

Dat hangt af van de ondergrond. Op gewoon metselwerk gebruik je geen primer maar water: de wand ruim bevochtigen en wachten tot het oppervlaktewater net is weggetrokken. Op beton en ander zwak zuigend materiaal breng je VP 340 aan en haal je die laag horizontaal ruw met een getand spackmes. Bij wisselende ondergronden doe je hetzelfde en leg je Autex wapeningsweefsel in de verse laag over de overgangen heen.

Hoeveel water gaat er in een zak Knauf UP 210 W?

Ongeveer 5,5 liter schoon leidingwater per zak van 25 kilo. Zet dat water eerst in de kuip en strooi het poeder erin, want andersom krijg je een droge koek op de bodem. Mix daarna met een elektrische mixer tot een klontvrije massa. Voeg verder niets toe: geen cement, geen afwasmiddel, geen vertrager en geen antivries.

Hoe dik moet Knauf UP 210 W minimaal worden aangebracht?

Binnen houd je minimaal 10 mm aan in één laag. Buiten moet de complete stuclaag minimaal 15 mm meten, bijvoorbeeld als 12 mm basislaag met 3 mm afwerklaag, en in de kuststrook minimaal 20 mm. Komt er sierpleister of tegelwerk overheen, dan geldt die 15 mm voor de basislaag alleen. Dunner werken kost je de sterkte en de waterafstotende werking.

Kun je Knauf UP 210 W buiten gebruiken?

Daar is het juist voor gemaakt. Het is een waterafstotende, dampopen gevelpleister die je als basislaag en als eindlaag kunt inzetten. Houd de totale laagdikte op 15 mm en langs de kust op 20 mm, en werk alleen als de temperatuur van materiaal, ondergrond en lucht boven de vijf graden blijft. Voor de gevelplint onderaan neem je UP 310, want die zone krijgt spatwater te verduren.

Verkopen Gamma en Karwei Knauf UP 210 W?

Meestal niet. Die ketens hebben vooral het binnenassortiment in het schap: kant-en-klare pasta's, gipspleisters en producten om gipsplaten af te werken. De zak van 25 kilo vind je wel bij bouwmaterialenhandels en bij de grotere bouwmarkten die ook op vakmensen gericht zijn. Let bij online bestellen op de productiedatum, want Knauf garandeert de verwerkingseigenschappen tot twaalf maanden daarna.

Hoeveel zakken Knauf UP 210 W heb ik nodig per vierkante meter?

Bij 10 mm reken je met 16 kilo per vierkante meter, dus een zak van 25 kilo doet ongeveer 1,6 vierkante meter. Voor 10 vierkante meter binnenmuur op 10 mm zit je op ruim zes zakken. Buiten op 15 mm gaat dat naar 24 kilo per vierkante meter, oftewel tien zakken per 10 vierkante meter. Tel er vijf tot tien procent bij voor verlies en voor de dagkanten rond ramen en deuren.

Kun je UP 210 W op kalkzandsteen of cellenbeton aanbrengen?

Nee, en dat is geen detail. Deze steensoorten zuigen sterk en zijn relatief zacht, waardoor een harde cementpleister slecht hecht en scheuren geeft. Knauf schrijft hier een lichtgewicht basispleister voor, zoals LUP 222 of LFP 235, en daar komt de afwerking pas overheen. Twijfel je welke steen je hebt: kalkzandsteen is grijswit en fijn van korrel, baksteen roodbruin en grover.

Kun je Knauf UP 210 W op gipsplaat of gipsblokken gebruiken?

Doe dat niet. Cementpleister hecht slecht op de kartonlaag van gipsplaten, en met 16 kilo per vierkante meter is het bovendien veel te zwaar voor een beplating op regels of betengeling. Voor gipsplaten zet je de naden dicht met wapeningsband en een voegvuller, waarna een dunne afwerklaag volgt. Gipsblokken werk je af met een gipsgebonden pleister of een pasta uit de emmer.

Hoe lang moet Knauf UP 210 W drogen voordat je kunt tegelen of verven?

Knauf noemt op het productblad geen droogtijd, want die hangt volledig af van laagdikte, temperatuur en ventilatie. In de praktijk houden we ongeveer een week per centimeter aan bij kamertemperatuur met normale luchtverversing. Bij tien graden of in een ruimte zonder ventilatie verdubbelt dat zonder moeite. Een laag die aan het oppervlak droog oogt, is vanbinnen vaak nog vochtig, dus geef dikke plekken extra tijd.

Wat is het verschil tussen Knauf UP 210 W en Rotband of MP 75?

Het bindmiddel. Rotband en MP 75 zijn gipsgebonden pleisters voor binnen: lichter, sneller droog en makkelijker glad te krijgen, maar niet bestand tegen aanhoudend vocht. UP 210 W is cementgebonden, hard en waterafstotend, en mag daarom buiten en in een natte ruimte. Voor een gewone slaapkamer is de gipsvariant prettiger werken, voor een doucheruimte of een gevel is de cementvariant de juiste keuze.

Kun je Knauf UP 210 W machinaal spuiten?

Ja, het product is zowel handmatig als machinaal te verwerken. Knauf noemt onder meer de PFT G4, G5 en G54 met een D6-3 Twister of een D5-2,5, en voor de kleinere machines de Ritmo M met B4-1,5L en de Ritmo L met B4-2. Reinig het gereedschap en de slangen direct na gebruik met water, want uitgeharde cementmortel krijg je er niet meer uit.

Kun je UP 210 W als eindlaag laten staan of moet er een toplaag op?

Allebei kan. Schuur je de laag in de aangetrokken fase door met een houten of kunststof schuurbord of met een spons, dan is UP 210 W meteen je eindafwerking. Wil je meer structuur of kleur, dan zet je er een toplaag op zoals HP 250, LP 221, FP 205, KR 202, SP 260 of RP 240, of je tegelt de gevel. Komt er tegelwerk of sierpleister op, houd de basislaag dan op minimaal 15 mm en schuur hem niet glad.

Wanneer je beter een vakman belt

Een binnenmuur van tien vierkante meter is met geduld en een goede rei zelf te doen. Voor drie situaties bellen we liever iemand die het dagelijks doet.

De eerste is een gevel die je niet vanaf de begane grond bereikt. Stucwerk vraagt twee handen en een vrije beweging langs het vlak, en dat combineert slecht met een ladder. Dit werk hoort vanaf een deugdelijke steiger of rolsteiger te gebeuren, met leuning en kantplank, en wie dat niet heeft staan, huurt het in of besteedt het uit.

De tweede is een plafond. Cementgebonden pleister weegt 16 kilo per vierkante meter bij 10 mm en hoort daar zelden thuis. Gaat het om een plafondconstructie die je zelf hebt gemaakt of aangepast, laat dan iemand meekijken naar wat die constructie kan dragen voordat er iets op gaat.

De derde is een gevel waar vocht of zout doorheen komt, of waar de oude pleisterlaag met bakken tegelijk loslaat. Dan is er iets aan de hand met optrekkend vocht, een lekkage of een verkeerde eerdere reparatie. Nieuw stucwerk op zo'n ondergrond is weggegooid geld tot de oorzaak is opgelost.

Verder lezen over dit onderwerp

diy-gids.nl WANDEN & PLAFOND Granol
Wanden & plafond

Granol

diy-gids.nl WANDEN & PLAFOND Renoband
Wanden & plafond

Renoband

diy-gids.nl WANDEN & PLAFOND Gestuct
Wanden & plafond

Gestuct

diy-gids.nl WANDEN & PLAFOND Stucpasta
Wanden & plafond

Stucpasta