Stucwerk schuren zonder deuken in de wand
Vers stucwerk schuur je pas als het volledig droog is, met schuurgaas of schuurnet op een pad met steel en in draaiende bewegingen. Dat haalt de ruwheid en de meeste schuurrandjes weg, maar het maakt een holle of bolle wand niet recht. Wat na het schuren nog als putje of gaatje overblijft, vul je met muurvuller of een dunne laag stucpasta. Hoe ver je moet gaan hangt volledig af van de verf die erop komt: bij structuurverf ben je snel klaar, bij hoogglans of strijklicht nooit.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Zwenkbaar stucschuurpad op een steel
- Handschuurblok voor hoeken en randen
- Excentrische schuurmachine of een girafschuurmachine met afzuiging
- Bouwstofzuiger, bij voorkeur stofklasse M
- Rei of een rechte lat van twee meter om vlakheid te controleren
- Bouwlamp die je schuin langs de wand kunt zetten
- Plamuurmes van 8 tot 10 cm en een breder mes van 20 cm
- Stofmasker FFP2 of P3 en een veiligheidsbril
- Stevige trap of een rolsteiger voor plafondwerk
Materiaal
- Schuurgaas in korrel 100 en 150
- Schuurnet met afzuigperforatie voor de machine
- Schuurpapier korrel 180 of 220 voor de laatste gang
- Muurvuller of vullergips voor putjes en gaatjes
- Stucpasta of een dunpleister voor grotere vlakken
- Voorstrijkmiddel dat past bij een zuigende gipsondergrond
- Afdekfolie, plakband en een paar oude lakens
Wat schuren aan stucwerk wel en niet oplost
Een gestucte wand komt vrijwel nooit kant en klaar schilderklaar van de spaan. Ook bij netjes werk blijft er een fijne ruwheid achter, plus hier en daar een schuurrandje op de plek waar de stukadoor zijn spaan optilde. Dat naschuren hoort bij het normale traject van stucwerk aanbrengen en afwerken en wordt in de praktijk vaak door de schilder gedaan, simpelweg omdat het stucwerk eerst droog moet zijn.
Schuren pakt het grootste deel van de ruwheid en de kleine oneffenheden. Reken erop dat je vijftig tot vijfenzeventig procent weghaalt van wat je met een vlakke hand voelt. Wat overblijft zijn putjes en luchtbelletjes, en daar kun je niet naartoe schuren zonder de rest van de wand mee te nemen. Die vul je.
Wat schuren niet oplost is een wand die hol of bol staat. Zet een rechte lat van twee meter tegen de muur en kijk waar licht doorvalt. Raakt de lat alleen in het midden en zit er links en rechts twee tot drie millimeter ruimte, dan valt dat binnen wat je bij handwerk mag verwachten. Wil je dat wegwerken, dan is dat vlakken met pleister, niet schuren.
Het woord schilderklaar rekt trouwens alle kanten op. Voor een muur die matte muurverf krijgt betekent het iets heel anders dan voor een wand die in de hoogglans gaat. Spreek dat vooraf uit in wat je erop wilt zien, niet in een term.
| Wat je voelt of ziet | Los je op met | Waarom schuren alleen niet werkt |
|---|---|---|
| Algemene ruwheid, korrelig aanvoelend oppervlak | Schuurgaas korrel 100, daarna 150 | Dit is precies waar schuren voor bedoeld is |
| Schuurrandjes en spaanranden | Schuurpad op steel, draaiend over de rand heen | Werkt goed, mits je niet op één plek blijft hangen |
| Kleine putjes en luchtbelletjes | Plamuurmes met muurvuller of vullergips | Naar een putje toe schuren betekent de hele wand verlagen |
| Wand die twee tot drie millimeter hol of bol staat | Uitvlakken met pleister of accepteren als normale tolerantie | Zoveel materiaal wegschuren gaat door de pleisterlaag heen |
| Zichtbare naden of aanzetten tussen twee werkgangen | Dunne laag stucpasta over het hele vlak | De aanzet zit door de volle dikte, niet alleen aan het oppervlak |
| Haarscheurtjes in de pleisterlaag | Uitkrabben, vullen en eventueel wapenen | Schuren maakt de scheur breder en zichtbaarder |
| Zanderig oppervlak dat blijft afgeven | Voorstrijken met een fixerend middel | Je blijft schuren zonder ooit een vaste laag te bereiken |
Zet een bouwlamp op de vloer, schuin tegen de wand aan. In dat strijklicht zie je elke bobbel en elk putje dat je bij gewoon plafondlicht compleet mist. Werk in dat licht en verplaats de lamp mee met je vlak.
Eerst volledig droog, dan pas schuren
Nat of halfdroog gipsstucwerk laat zich niet schuren, het smeert. Het schuurgaas loopt binnen een paar halen dicht en je duwt de vochtige toplaag alleen maar over de wand heen. Wacht dus af, hoe vervelend dat ook is als de kamer al leeg staat.
Aan de kleur zie je het meestal het duidelijkst. Vers gipspleister is donker en vlekkerig grijs, en droogt op naar een egale lichte tint. Zolang er nog donkere plekken staan, is de wand daar plaatselijk nog nat en heeft schuren geen zin. Als vuistregel houden wij een week per centimeter laagdikte aan bij een normaal geventileerde ruimte, dus bij een gangbare laag gipspleister van het type roodband praat je al snel over een tot twee weken.
Die vuistregel schuift op met het weer. In een dichte kamer zonder ventilatie in november duurt het merkbaar langer, en dan helpt het om te luchten en de verwarming laag aan te zetten. Blazen met een heteluchtkanon is juist niet slim: dan droogt de bovenkant dicht terwijl de kern nog vocht bevat, en dat komt er later alsnog uit. Wat je per materiaal ongeveer aan moet houden, zie je in onze tabel met droogtijden per materiaal.
Twijfel je? Plak een stuk doorzichtig folie van een halve meter luchtdicht op de wand en laat het een nacht zitten. Zit er de volgende ochtend condens aan de binnenkant, dan geeft de wand nog vocht af.
Ga niet schuren en direct voorstrijken op een wand die nog vocht afgeeft. Voorstrijk en verf sluiten het oppervlak af, waardoor het resterende vocht naar de randen trekt. Dat geeft later kringen, bloedende plekken en in het ergste geval loslatende verf.
Stucwerk schuren met schuurgaas, schuurnet of schuurpapier
Gewoon schuurpapier is voor gips niet het handigste materiaal. De poriën lopen binnen een paar minuten vol gipsstof en daarna schuur je met een glad vel over de wand. Schuurgaas heeft open mazen waar het stof doorheen valt, waardoor het veel langer doorsnijdt. Het is ook uitkloppbaar en aan twee kanten te gebruiken.
Schuurnet is de moderne variant daarvan: een fijnmazig weefsel dat je op een pad met afzuiging klikt, zodat het stof direct de slang in gaat. Werk je met een machine, dan is dat het materiaal dat je wilt. Voor handwerk in hoeken en langs kozijnen is klassiek schuurgaas op een blokje prima en een stuk goedkoper.
De korrel bepaalt hoe hard je ingrijpt. Beginnen met iets grovers dan korrel 80 is bij vers gips vragen om golven in de wand, want de plaatselijke afname is dan zo groot dat je binnen een paar seconden een kuil draait. In de praktijk kom je met 100 of 120 om te beginnen en 150 tot 180 als naloop precies uit waar je wilt zijn.
| Korrel | Waarvoor je hem gebruikt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| 80 | Harde spaanranden en klodders die er echt af moeten | Alleen plaatselijk en met lichte druk, laat diepe krassen achter |
| 100 | Eerste gang over ruw opgeleverd stucwerk | Blijf in beweging, dit is de korrel waarmee je het snelst een kuil draait |
| 120 | Standaard eerste gang bij redelijk vlak stucwerk | Prettige balans tussen snelheid en beheersbaarheid |
| 150 | Tweede gang, wegnemen van de krassen van de eerste gang | Kruislings ten opzichte van de eerste gang werken |
| 180 | Afwerkgang voor matte en zijdeglans muurverf | Vanaf hier gaat het om gladheid, niet meer om materiaal weghalen |
| 220 en fijner | Naschuren van stucpasta of finishlaag voor glanzende verf | Alleen zinvol op een laag die al vlak is, anders verspilde moeite |
Klop het schuurgaas elke paar vierkante meter uit tegen de rand van een emmer. Een dichtgeslibd gaas schuurt niet meer, het polijst, en dan ga je harder duwen. Precies op dat moment ontstaan de deuken.
Met de hand, op een steel of machinaal
Voor de vlakheid van het eindresultaat maakt het gereedschap meer uit dan de korrel. Een groot, stijf vlak volgt de hoge plekken en laat de lage plekken met rust. Een klein blokje of je blote hand volgt juist elke welving en maakt de wand daardoor glad maar niet vlak.
Het klassieke hulpmiddel is een lat van een halve meter met schuurlinnen eromheen. Dat werkt inderdaad, het schuurt gegarandeerd vlak en je ziet meteen waar materiaal wegkomt en waar een lage plek zit. Het is alleen loodzwaar werk boven schouderhoogte, en na een kamer heb je twee dagen spierpijn. Wij pakken liever een zwenkbaar stucschuurpad op een steel: rond de tien tot vijftien euro, je staat rechtop en je bereikt de bovenrand zonder trap.
Machinaal gaat sneller, maar de foutmarge wordt ook groter. Een excentrische schuurmachine haalt binnen een paar seconden meer weg dan je verwacht. Werk daarom in draaiende bewegingen, alsof je steeds een grote letter O op de wand zet, en blijf de machine verplaatsen. Een girafschuurmachine met afzuiging, met een lange steel en een groot rond pad, is het gereedschap waarmee dit werk het snelst en het schoonst gaat. Voor één kamer is huren voordeliger dan kopen.
| Gereedschap | Waar het goed in is | Beperking | Indicatie kosten |
|---|---|---|---|
| Schuurblok met schuurgaas | Hoeken, randen, rond stopcontacten en kozijnen | Traag op grote vlakken, je bereikt de bovenrand slecht | 5 tot 10 euro |
| Lat van 50 cm met schuurlinnen | Absolute vlakheid, je kunt er geen deuk mee draaien | Zwaar werk, veel stof, boven je hoofd nauwelijks vol te houden | Zelf te maken van restmateriaal |
| Zwenkbaar stucschuurpad op steel | Snel voorschuren van hele wanden, rechtop werken | Kantelt in een binnenhoek en kan daar een streep zetten | 10 tot 20 euro |
| Excentrische schuurmachine | Kleine vlakken en plaatselijk bijwerken | Draait snel een kuil, en zonder afzuiging is de stofoverlast enorm | 50 tot 120 euro |
| Girafschuurmachine met afzuiging | Grote wanden en plafonds, veruit het schoonst | Zwaar aan de arm, en je hebt een geschikte stofzuiger nodig | 30 tot 50 euro per dag huur |
| Stucschraper of afsteekmes | Wegnemen van harde randen voordat je gaat schuren | Geen afwerkgereedschap, laat een schrapspoor achter | 10 tot 25 euro |
Gipsstof is de echte klus, niet het schuren zelf
Onderschat niet hoeveel stof hierbij vrijkomt. Gipsstof is extreem fijn, blijft uren zweven en zet zich af in elke naad, achter elke plint en op elk boekenplankje twee kamers verderop. Wie hier niets aan doet, is langer bezig met poetsen dan met schuren.
Draag altijd een stofmasker. Een simpel papieren snuitje volstaat niet: neem een FFP2 of liever P3, en zet hem goed aan over de neusbrug. Doe daar een veiligheidsbril bij, want gipsstof in je ogen is bijzonder onaangenaam en je gaat er onvermijdelijk in wrijven met stoffige handen.
Sluit de ruimte af met folie tegen de deuropening en plak dat rondom vast. Rol de vloer af, want gipsstof dat je in vinyl of laminaat loopt werkt als schuurpoeder. Ventileer wel: een kier of een raam op een kiertje aan de andere kant van de ruimte zorgt dat het stof naar buiten trekt in plaats van in huis.
De machinale route met afzuiging is qua stof onvergelijkbaar veel prettiger. Sluit de girafschuurmachine aan op een bouwstofzuiger, bij voorkeur een met stofklasse M, en de meeste rommel gaat direct de zak in. Een gewone huishoudstofzuiger houdt dit fijne stof niet vast en blaast het via de uitlaat de kamer weer in.
Werken op hoogte vraagt een echte opstelling. Een plafond schuren met een lange steel duwt je aardig uit balans. Gebruik een stevige trap met een platform of, bij een hele kamer, een rolsteiger. Een stoel of een omgekeerde emmer is precies de manier waarop dit soort klussen in het ziekenhuis eindigt.
Hoe glad moet het? Sausklaar, schilderklaar en glanzend werk
De verf die erop komt bepaalt hoe ver je gaat. Dat is de enige vraag die er hier echt toe doet, en hij wordt vaak overgeslagen. Een muur die matte muurverf met een licht reliëf krijgt, vergeeft veel. Een wand in zijdeglans of hoogglans laat elke overgang van vijf honderdste millimeter zien.
Sausklaar stucwerk schuren is daarom een lichte klus: één gang met schuurgaas korrel 120 tot 150, de spaanranden eraf, ontstoffen en klaar. Het gaat er dan om dat de rol niet blijft haken en dat je geen korrels meesleept, niet om spiegelglad. Voor gladder schilderwerk komt daar het vullen van elk gaatje bij en een naloop met korrel 180.
Wil je hoogglans of heb je een wand met sterk strijklicht, dan houdt schuren op als methode. Dan werk je met een dunne finishlaag over het volle vlak, die je daarna licht naschuurt. Zo'n finishpasta heeft een zeer fijne korrel en droogt helder wit op, waardoor je meteen ziet waar je nog niet vlak bent. Hoe een goed afgewerkte, gestucte wand er in de verschillende afwerkingen uitziet, helpt om te bepalen welk niveau je nodig hebt.
| Wat er op de wand komt | Hoe ver je schuurt | Extra werk dat erbij hoort |
|---|---|---|
| Structuur- of reliëfverf | Eén gang korrel 120, alleen de randen en klodders | Vrijwel niets, de structuur dekt de rest af |
| Matte muurverf, sausklaar | Korrel 120 tot 150, hele vlak licht doorgeschuurd | De grootste gaatjes even dichtzetten |
| Zijdemat en zijdeglans | Korrel 150 en daarna 180 kruislings | Alle putjes vullen, na het vullen plaatselijk naschuren |
| Hoogglans of lakwerk | Schuren alleen als voorbereiding, niet als afwerking | Volvlaks finishlaag aanbrengen en licht naschuren |
| Behang, dik of vinyl | Korrel 120, alleen de haakrandjes weg | Voorstrijken zodat het behang later te verwijderen is |
| Wand met sterk strijklicht of veel spots | Alsof je in de glans gaat, ongeacht de verf | Volvlaks finishlaag en controleren met een bouwlamp |
| Tegelwerk over het stucwerk | Alleen ontdoen van losse delen, niet glad schuren | Tegellijm hecht juist beter op een licht ruwe ondergrond |
Gaatjes, putjes en zelfgemaakte deuken vullen
Na het schuren komt de wand pas echt in beeld. Wat je eerst als algemene ruwheid voelde, blijkt nu een verzameling luchtbelletjes en kleine putjes. Die vul je met muurvuller of vullergips, met een plamuurmes dat je bijna plat houdt, en je haalt de vulling in één beweging strak af.
Werk hier niet bol. Een klodder vuller die boven de wand uitsteekt moet je er later weer af schuren, en dan zit je met de fijne korrel van de vuller naast de grovere gips eromheen. Vullen tot net gelijk met de wand en er licht overheen gaan met korrel 180 geeft veruit het rustigste resultaat.
Heb je met de machine zelf een kuil gedraaid, dan is dat geen ramp. Vul de kuil met vuller en werk hem breder uit dan de kuil zelf is, zodat de overgang niet als een cirkel in de wand komt te staan. Voor grotere plekken kun je beter naar een dunpleister grijpen: stucpasta die je met een spaan uitsmeert laat zich over een groot vlak veel beter uitvlakken dan vuller uit een emmertje.
Ontstof daarna grondig. Zuig de wand af met een borstelmond en neem hem na met een licht vochtige doek of een spons die je vaak uitspoelt. Op gipsstof hecht geen enkel voorstrijkmiddel, dus deze stap bepaalt of je verf over drie jaar nog vastzit.
Voorstrijken hoort erbij
Geschuurd gips is sterk zuigend, en op sommige plekken zuigt het harder dan op andere omdat je daar door de gladde toplaag heen bent. Zonder voorstrijk trekt de eerste verflaag ongelijk weg en zie je de schuurbanen als glansverschil terug. Kies een voorstrijkmiddel dat voor sterk zuigende, minerale ondergronden bedoeld is en breng het royaal aan.
Stucen over stucwerk in plaats van eindeloos doorschuren
Op een gegeven moment is doorschuren zonde van je tijd. Zit de wand vol met putjes, of loopt er een zichtbare aanzet doorheen, dan kom je er sneller met een dunne laag pleister overheen. Stucen over stucwerk kan prima, mits de bestaande laag hard is, vastzit en niet afgeeft als je er met je hand overheen gaat.
De volgorde is dan: eerst schuren, dan grondig ontstoffen, dan voorstrijken en dan de dunpleister. Dat schuren vooraf blijft nodig, want de nieuwe laag is maar een tot twee millimeter dik en volgt elke bobbel die je laat zitten. Voor dit werk gebruiken wij bij voorkeur een fijne dunpleister, bijvoorbeeld een fix en finish pleister van Knauf of een vergelijkbaar product uit een emmer.
Volvlaks over de hele muur is lang niet altijd nodig. Bij matte muurverf is dat overdreven en vooral duur. Bij glanzend werk of harde spots aan het plafond is het juist de enige manier om een rustig vlak te krijgen. Denk er ook aan dat je met een pleisterlaag opnieuw moet schuren als hij droog is, dus je verplaatst het schuurwerk, je schrapt het niet.
Is de ondergrond niet betrouwbaar, bijvoorbeeld oude losse pleister of een wand met haarscheuren, dan hoort er eerst wapening in. Een laag met glasband als wapening in de pleisterlaag houdt scheuren tegen die anders binnen een jaar terugkomen. Op zwaar beschadigde wanden werkt renoband als herstelpleister beter dan een dunne finishlaag.
Bestaand en ouder stucwerk schuren voor het overschilderen
Bij bestaande wanden is schuren iets anders dan bij vers stucwerk. Hier gaat het meestal om het breken van de glans van oude verf, het wegnemen van rolstructuur en het gladmaken van plekken waar behangresten of lijmvlekken zitten. Korrel 150 tot 180 met een schuurpad op steel volstaat vrijwel altijd.
Kom je op een wand met sierpleister of spuitwerk, dan verandert de klus van karakter. Fijne spuitstructuur laat zich met een grovere korrel wel afvlakken, maar dat is heel veel stof voor een matig resultaat. Grovere sierpleister zoals granol met zijn korrelige structuur schuur je niet vlak, die haal je eraf of je pleistert eroverheen.
Test bij oude verf altijd even de hechting voordat je begint. Plak een stuk stevig tape stevig aan en trek het er met een ruk af. Komen er schilfers mee, dan zit de verf los en heeft schuren geen zin: dan moet die laag eraf. Zit het vast, dan is licht opruwen en ontstoffen genoeg. Hetzelfde principe van eerst hechting testen en dan pas machinaal aan de slag zie je terug bij het schuren van een betonvloer, waar een verkeerde inschatting nog veel meer werk kost.
Oud spuitwerk en sierpleister van voor 1994 kunnen asbest bevatten. Dat geldt met name voor structuurspuitwerk op plafonds. Schuren of borstelen maakt daar vezels bij vrij die je niet meer uit de ruimte krijgt. Laat het bij twijfel eerst onderzoeken door een gecertificeerd bureau en ga daar zelf niet in schuren.
Zo schuur je een gestucte wand na
Deze volgorde werkt voor een normale kamer met verse gipspleister die klaar is voor de verf.
-
Controleer of de wand echt droog is
Kijk of de kleur overal egaal licht is en er geen donkere vlekken meer staan. Twijfel je, plak dan een stuk folie luchtdicht op de wand en kijk de volgende ochtend of er condens aan de binnenkant zit. Schuren op een vochtige wand smeert alleen maar en verstopt je schuurgaas binnen een minuut.
-
Dek de ruimte af en zet je bescherming op
Rol de vloer af, plak folie tegen de deuropening en haal alles weg wat je niet wilt afstoffen. Zet je FFP2- of P3-masker op en doe een veiligheidsbril op. Zet een bouwlamp laag bij de wand neer zodat je in strijklicht werkt en meteen ziet wat je doet.
-
Neem harde randen en klodders eerst weg
Loop de wand af met je hand en haal spaanranden en harde klodders weg met een stucschraper of een plamuurmes. Dat scheelt schuurmateriaal, want zo'n harde rand vreet een vel schuurgaas in één haal op. Op hoogte doe je dit vanaf een stevige trap met een platform, niet vanaf een stoel.
-
Schuur de eerste gang met korrel 100 of 120
Pak het schuurpad op de steel en werk in draaiende bewegingen, alsof je steeds een grote O zet. Blijf nooit op één plek hangen, ook niet als daar iets zit dat je weg wilt hebben. Klop het gaas elke paar vierkante meter uit, want een dichtgeslibd gaas verleidt je om harder te duwen.
-
Schuur kruislings na met korrel 150
Ga in de tweede gang loodrecht op de richting van de eerste, zodat je de krassen van de vorige korrel wegneemt. Hoeken, randen en de plekken rond stopcontacten doe je met een handschuurblok. Controleer met de lat of het vlak nog vlak is voordat je verder gaat.
-
Vul de gaatjes en de plekken die je zelf hebt geraakt
Zet elk putje en luchtbelletje dicht met muurvuller op een plamuurmes dat je bijna plat houdt. Vul tot net gelijk met de wand en werk grotere plekken breder uit dan de kuil zelf. Voor een groter vlak grijp je liever naar een kant en klare stucpasta van Knauf, die zich met een spaan veel beter uitvlakt.
-
Schuur het vulwerk licht na met korrel 180
Ga alleen over de gevulde plekken en de directe omgeving, met lichte druk. Voel met je vlakke hand of de overgang niet meer te vinden is, want je vingers merken meer dan je ogen zien. Controleer daarna nog een keer in strijklicht.
-
Ontstof grondig en breng voorstrijk aan
Zuig de wand af met een borstelmond en neem hem na met een licht vochtige spons die je regelmatig uitspoelt. Laat de wand daarna weer opdrogen. Breng dan een voorstrijkmiddel voor sterk zuigende ondergronden aan, want zonder die laag trekt je verf ongelijk weg en zie je de schuurbanen als glansverschil terug.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de eerste laag verf aanbrengt
Uit de praktijk
Een slaapkamer die ruw en oneffen werd opgeleverd
Een slaapkamer was gestuct met de afspraak dat hij schilderklaar zou worden opgeleverd. Vier weken later, toen de pleister eindelijk droog was, voelde de hele wand korrelig aan en zaten er duidelijke oneffenheden in. Met een rechte plank tegen de muur bleek de wand bovendien licht bol te staan: in het midden raakte de plank, links en rechts zat er twee tot drie millimeter tussen.
Die twee tot drie millimeter over twee meter valt binnen wat je bij pleisterwerk als normale tolerantie mag verwachten, dus daar hoefde niets mee te gebeuren. De ruwheid was wel aan te pakken. Een gang met een schuurpad op steel en schuurgaas korrel 120 haalde het grootste deel van de ruwheid en alle schuurrandjes weg, waarna er nog een verzameling putjes overbleef.
Die zijn gevuld met muurvuller op een plamuurmes en daarna licht nageschuurd met korrel 180. Er kwam matte muurverf op, en op dat niveau was een volvlakse finishlaag niet nodig. Was er hoogglans of harde plafondverlichting in het spel geweest, dan was een dunpleister over het hele vlak wel de enige route geweest.
Een halve meter lat met schuurlinnen, en twee dagen spierpijn
Bij een woonkamer is een hele wand geschuurd met een zelfgemaakt hulpmiddel: een balkje van ongeveer een halve meter met schuurlinnen eromheen gespannen. Dat werkte inhoudelijk uitstekend. Zo'n stijf, lang vlak kan geen deuk in het stucwerk draaien en je ziet meteen waar materiaal wegkomt en waar een lage plek zit die gevuld moet worden.
De prijs was fysiek. Boven schouderhoogte is het bijna niet vol te houden, en twee dagen later was de spierpijn er nog. Het stof was zonder afzuiging bovendien zo erg dat er tot in de gang gepoetst moest worden.
Voor de volgende kamer is een zwenkbaar stucschuurpad op een steel gekocht van rond de elf euro. Dat gaat sneller, je staat rechtop en je haalt de bovenrand zonder trap. Waar zo'n pad wel oppast wil: in een binnenhoek kantelt de kop makkelijk en zet hij een streep. Die hoeken doe je met een handschuurblok.
Een machine die binnen tien seconden een kuil draaide
Bij een klus met een excentrische schuurmachine werd geprobeerd om een hardnekkige spaanrand weg te werken door de machine even op die plek te houden. Binnen ongeveer tien seconden was de rand weg en was er een duidelijke ronde kuil in de pleisterlaag ontstaan, met een cirkelvormige overgang eromheen.
De les daaruit is simpel: een machine laat je bewegen, altijd. Wil je plaatselijk materiaal weghalen, doe dat dan met een schraper of met de hand, niet met een roterende machine.
Het herstel viel mee. De kuil is gevuld met muurvuller, breder uitgestreken dan de kuil zelf zodat de cirkel niet als een ring bleef staan, en na het drogen licht nageschuurd met korrel 180. In strijklicht was er daarna niets meer van te zien. Bij een kuil van meer dan een paar tienden millimeter diep werk je beter met een dunpleister die je met een spaan over een groter vlak uitstrijkt.
Veelgemaakte fouten
Beginnen voordat het stucwerk droog is
Halfdroog gips schuurt niet, het smeert. Je schuurgaas loopt binnen een minuut dicht en je duwt de vochtige toplaag over de wand. Bovendien sluit je met voorstrijk en verf het resterende vocht in, wat later kringen en loslatende verf geeft. Wacht tot de kleur overal egaal licht is.
De machine op één plek laten draaien
Een excentrische of roterende schuurmachine haalt op een vaste plek verrassend snel materiaal weg. Binnen tien seconden zit er een ronde kuil met een zichtbare rand omheen. Werk in grote draaiende bewegingen en houd de machine altijd in verplaatsing, ook als er iets zit dat weg moet.
Te grof beginnen
Korrel 60 of 80 over het hele vlak lijkt sneller, maar de plaatselijke afname is zo groot dat je golven in de wand zet. Die golven zie je pas in strijklicht, meestal als de verf er al op zit. Korrel 100 of 120 als eerste gang is snel genoeg en veel beter te sturen.
Naar een putje toe schuren
Een luchtbelletje weg proberen te schuren betekent dat je de hele wand eromheen verlaagt tot het niveau van het putje. Zo maak je van een gaatje van twee millimeter een vlek van twintig centimeter. Putjes vul je, dat is een minuut werk met een plamuurmes.
Zonder stofmaatregelen aan de slag gaan
Gipsstof is zo fijn dat het uren blijft zweven en zich twee kamers verderop afzet. Zonder folie tegen de deur en zonder een echt masker ben je langer aan het poetsen dan aan het schuren, en adem je ondertussen een lading fijnstof in. Een FFP2 of P3 en een bril kosten weinig.
Vuller bol laten staan
Een klodder muurvuller die boven de wand uitsteekt moet er later weer af, en dan schuur je met een grovere korrel over een fijne vullaag. Dat geeft een zichtbaar verschil in structuur onder de verf. Vul tot net gelijk met de wand en haal het mes in één beweging strak af.
Denken dat een finishlaag over de hele muur altijd moet
Voor matte muurverf is een volvlakse laag dunpleister overbodig en vooral duur. Schuren, vullen en ontstoffen is dan genoeg. Ga je in de hoogglans of hangt er sterk strijklicht op de wand, dan is het juist de enige manier om een rustig vlak te krijgen. Laat de verf de keuze bepalen.
Voorstrijken op een stoffige wand
Op een laag gipsstof hecht geen enkel voorstrijkmiddel. Het middel bindt het stof, niet de wand, en die hele film kan er later met de verf af. Zuig af met een borstelmond en neem daarna na met een licht vochtige spons die je vaak uitspoelt.
Veelgestelde vragen
Moet je altijd schuren na stucen?
Schuren na stucen is vrijwel altijd nodig, al is de omvang heel verschillend. Bij goed opgeleverd stucwerk is het een lichte gang om de laatste ruwheid en een paar spaanranden weg te nemen. Bij ruwer werk is het een serieuze klus van een paar uur per kamer. Alleen als er structuurverf of dik vinylbehang op komt, kun je met heel weinig schuurwerk toe. Een stukadoor levert een wand zelden in één keer volledig schilderklaar op, want het pleisterwerk moet eerst drogen voordat je er iets aan kunt doen.
Hoe lang moet stucwerk drogen voordat je gaat schuren?
Als vuistregel houden wij een week per centimeter laagdikte aan bij een normaal geventileerde ruimte, dus bij een gangbare gipspleisterlaag kom je op een tot twee weken. In een koude of dichte ruimte duurt het langer. De betrouwbaarste controle is de kleur: pas als de wand overal egaal licht is en er nergens meer donkere vlekken staan, is hij door en door droog. Een stuk folie dat je een nacht luchtdicht op de wand plakt geeft uitsluitsel, want condens aan de binnenkant betekent dat er nog vocht uit komt. In onze tabel met droogtijden per materiaal vind je de richttijden per soort.
Welke korrel gebruik je voor stucwerk schuren?
Voor de eerste gang over vers stucwerk werkt korrel 100 of 120 het prettigst. Dat haalt de ruwheid en de spaanranden weg zonder dat je binnen een paar seconden een kuil draait. De tweede gang doe je kruislings met korrel 150, om de krassen van de eerste korrel weg te nemen. Komt er zijdeglans op, dan sluit je af met 180. Grover dan 80 heeft op gips zelden zin, want de plaatselijke afname wordt dan zo groot dat je golven in de wand zet die je pas in strijklicht terugziet.
Kun je stucwerk schuren met schuurgaas?
Schuurgaas is voor gips juist het beste materiaal dat er is. De open mazen laten het gipsstof door, waardoor het vel niet dichtslibt zoals gewoon schuurpapier binnen een paar minuten wel doet. Je kunt het uitkloppen en aan beide kanten gebruiken, dus per vierkante meter is het ook goedkoper dan het lijkt. Op een handschuurblok voor hoeken en randen is klassiek schuurgaas prima. Werk je met een machine met afzuiging, dan gebruik je liever schuurnet met perforaties, zodat het stof direct de slang in verdwijnt.
Wat betekent sausklaar en hoeveel moet je daarvoor schuren?
Sausklaar betekent dat de wand geschikt is om er muurverf op te rollen zonder dat de rol blijft haken of korrels meesleept. Dat is een lager niveau dan de gladheid die je voor glanzend werk nodig hebt. In de praktijk is sausklaar stucwerk schuren één gang met korrel 120 tot 150 over het hele vlak, de spaanranden eraf, de grootste gaatjes even dichtzetten en grondig ontstoffen. Spiegelglad hoeft niet, want matte muurverf verbergt fijne oneffenheden goed. De term is wel rekbaar, dus spreek met een stukadoor liever af welke verf erop komt dan welk woord op de offerte staat.
Hoeveel oneffenheid is normaal in een gestucte muur?
Zet een rechte lat van twee meter tegen de wand en kijk waar licht doorvalt. Twee tot drie millimeter hol of bol over die lengte valt binnen wat je bij pleisterwerk mag verwachten, want het blijft handwerk met een spaan. Voel je met je vlakke hand duidelijke bulten of zie je in strijklicht harde overgangen, dan is dat een ander verhaal. Ruwheid die je door de hele wand voelt hoort er ook niet standaard bij, al is dat met schuren wel op te lossen. Vlakheid krijg je niet met schuurpapier terug, daarvoor moet er materiaal bij.
Heb je een machine nodig of kan het met de hand?
Met de hand kan prima, het kost alleen tijd en spierkracht. Een zwenkbaar stucschuurpad op een steel van rond de tien tot vijftien euro is voor de meeste mensen de beste koop: je staat rechtop, je haalt de bovenrand zonder trap en je kunt er geen kuil mee draaien. Voor een hele woning of voor plafonds loont een girafschuurmachine met afzuiging, die je voor dertig tot vijftig euro per dag huurt. Die gaat sneller en is qua stof onvergelijkbaar veel prettiger, maar hij is zwaar aan de armen en je hebt er een bouwstofzuiger bij nodig.
Hoe houd je de stofoverlast beperkt?
Plak folie tegen de deuropening en rol de vloer af voordat je begint, want gipsstof dat je in vinyl of laminaat loopt werkt als schuurpoeder. Zet een raam aan de andere kant van de ruimte op een kier, zodat het stof naar buiten trekt in plaats van het huis in. Draag een FFP2- of P3-masker en een veiligheidsbril. De grootste winst zit in machinaal schuren met afzuiging op een bouwstofzuiger met stofklasse M. Een gewone huishoudstofzuiger houdt dit fijne stof niet vast en blaast het via de uitlaat weer de kamer in.
Kun je stucen over stucwerk in plaats van schuren?
Dat kan, en bij ruw of putjesrijk werk is het vaak sneller dan doorschuren. De bestaande laag moet dan hard zijn, vastzitten en niet afgeven als je erover wrijft. Je schuurt eerst wel degelijk, want een dunpleister van een tot twee millimeter volgt elke bobbel die je laat zitten. Daarna ontstoffen, voorstrijken en de nieuwe laag aanbrengen met een spaan. Reken erop dat je die laag na het drogen opnieuw moet naschuren, dus je verplaatst het schuurwerk in plaats van het te schrappen. Bij losse pleister of haarscheuren hoort er eerst wapening in.
Wanneer is een fix en finish laag over de hele muur nodig?
Bij hoogglans, bij lakwerk en bij wanden waar sterk strijklicht op valt, bijvoorbeeld door spots aan het plafond of een raam ernaast. Dan houdt schuren op als methode en heb je een volvlakse finishlaag nodig, die je daarna licht naschuurt met korrel 220. Zo'n pleister heeft een zeer fijne korrel en droogt helder wit op, waardoor je meteen ziet waar je nog niet vlak bent. Voor matte muurverf is een laag over de hele wand overbodig en vooral duur. Voor de rest van de vlakheidsdiscussie is het afwerken van wanden en plafonds een breder onderwerp dan alleen deze laag.
Moet je na het schuren voorstrijken?
Ja, en dat is geen overbodige stap. Geschuurd gips is sterk zuigend, en het zuigt bovendien ongelijk omdat je op sommige plekken door de gladde toplaag heen bent. Zonder voorstrijk trekt de eerste verflaag daar harder weg en zie je de schuurbanen later terug als glansverschil. Kies een middel dat voor sterk zuigende, minerale ondergronden bedoeld is. Zuig en neem de wand eerst goed na, want op een laag gipsstof bindt het voorstrijkmiddel alleen dat stof en kan de hele film er later met de verf af.
Wat doe je met een deuk die je zelf hebt geschuurd?
Vullen, en breder uitwerken dan de deuk zelf is. Anders blijft de rand van de vulling als een cirkel in de wand staan, en dat zie je in strijklicht direct terug. Gebruik muurvuller of vullergips op een plamuurmes dat je bijna plat houdt, en vul tot net gelijk met de wand in plaats van bol. Na het drogen ga je er licht overheen met korrel 180 en voel je met je vlakke hand of de overgang nog te vinden is. Bij een grotere kuil pak je liever een dunpleister die je met een spaan over een breder vlak uitstrijkt.
Wanneer je beter een vakman belt
Het naschuren van stucwerk is werk dat je goed zelf kunt doen. Het vraagt vooral geduld, een fatsoenlijk schuurpad en de discipline om eerst te wachten tot de wand droog is. Er zijn wel situaties waarin je beter stopt.
De eerste is oud spuitwerk of sierpleister uit een woning van voor 1994. Structuurspuitwerk op plafonds uit die periode kan asbest bevatten, en schuren maakt daar vezels bij vrij die je niet meer uit de ruimte krijgt. Laat dat eerst onderzoeken door een gecertificeerd bureau en begin er zelf niet aan.
De tweede is een wand die echt scheef of golvend staat, meer dan een paar millimeter over twee meter. Dat vlak je niet weg met schuurpapier, daar moet pleister bij, en dat is werk van een stukadoor die een wand met een rei kan uitvlakken.
De derde is een plafond of een hoge hal waar je alleen vanaf een rolsteiger bij kunt. Schuren boven je hoofd met een lange steel trekt je uit balans en dat gaat op een trapje mis. Heb je geen geschikte opstelling, huur er dan een of laat het doen.
Er is nog een vierde geval: constructieve problemen, bijvoorbeeld scheuren die telkens terugkomen op dezelfde plek of pleister die met grote vlakken loslaat van de ondergrond, dan is naschuren het verkeerde antwoord op de vraag. Laat dan eerst de oorzaak beoordelen voordat je er een nieuwe laag overheen zet.