Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Een deurschakelaar aansluiten op een kastlamp

9 minuten lezen Schakelaars Bijgewerkt 14 augustus 2026
diy-gids.nl ELEKTRA Deurschakelaar

Een deurschakelaar is een drukcontact dat de lamp aanzet zodra de deur opengaat en uitzet zodra de deur weer dicht is. Hij hoort altijd in de fasedraad, in serie met de bestaande lamp, en de nul gaat rechtstreeks naar de fitting. De twee klussen waar het bij thuisgebruik meestal op vastloopt zijn de overgang van vaste VD-draad naar het soepele snoertje van de schakelaar, en de plaats van de plunjer ten opzichte van het scharnier.

9 minuten

Dit heb je nodig

1 tot 2 uur bij een bestaande lichtaansluiting Goed zelf te doen 10 tot 30 euro aan materiaal

Gereedschap

  • Spanningzoeker of tweepolige spanningstester
  • Kleine kruiskopschroevendraaier en een 2,5 mm platte schroevendraaier
  • Striptang voor 0,75 tot 1,5 mm2
  • Krimptang voor aderendhulzen
  • Boormachine met houtboor van 6 mm voor de snoerdoorvoer
  • Zijkniptang
  • Rolmaat en potlood

Materiaal

  • Deurschakelaar met plunjer, geschikt voor 230 volt
  • Opbouwfitting of kastarmatuur met ledlamp
  • Lasdoos of T-trekdoos met voldoende invoeren
  • Lasklemmen met hendel, geschikt voor soepele en massieve draad
  • Aderendhulzen 0,75 mm2
  • Soepel snoer 2 x 0,75 mm2, zo kort mogelijk
  • VD-draad 1,5 mm2 in bruin, blauw en zwart
  • Trekontlasting of snoerklem
  • Kabelklemmetjes of installatiebuis

Wat een deurschakelaar doet en hoe hij schakelt

Een deurschakelaar is een drukcontact met een veerbelaste plunjer. Staat de deur dicht, dan drukt de deur de plunjer in en is het contact open, dus de lamp uit. Gaat de deur open, dan springt de plunjer naar buiten, sluit het contact en brandt de lamp. Hij werkt daarmee precies andersom dan de gewone drukknoppen en tuimelaars uit ons overzicht van schakelaars en schakelingen in huis.

Die omgekeerde werking heeft een naam: het is een verbreekcontact. Op de verpakking zie je dat terug als NC of als een tekeningetje van een contact dat door de plunjer wordt opengeduwd. Er zijn ook uitvoeringen met twee contacten, waarvan er eentje juist sluit bij indrukken. Koop je zo'n model, kijk dan welke twee klemmen je gebruikt, want op de verkeerde twee brandt je lamp precies wanneer de kast dicht is.

De typische toepassing is een kast waar je zelden komt en waar je met je handen vol staat: een trapkast, een kelderkast, een inloopkast, een meterkast of een grote inbouwkast. Het licht gaat vanzelf aan en, wat meer waard is, het gaat ook vanzelf weer uit. Een vergeten kastlamp die maanden achter een dichte deur brandt is de reden dat mensen hier aan beginnen.

UitvoeringHoe hij gemonteerd wordtWaar hij goed werktWaar je op let
Opbouwschakelaar met plunjerTwee schroeven op het kozijn of op de zijwandTrapkast, kelderkast, bergkastVaak alleen aansluitklemmen voor soepel snoer van 0,75 mm2
Inbouwdrukcontact in de deurpostIn een geboord gat van 16 tot 20 mm in het kozijnInloopkast en meubelkast waar je niets wilt zienKozijn moet dik genoeg zijn, de bedrading loopt onzichtbaar weg
Magneetcontact met relaisTwee helften, een op de deur en een op het kozijnSchuifdeuren en deuren zonder vaste aanslagSchakelt zelf niets van 230 volt, er moet een relais of driver achter
RolhefboomschakelaarOp een beugeltje, de deur rolt de hefboom inZware deuren, deuren die niet recht sluitenRobuuster maar groter, en zichtbaar aanwezig
Kastarmatuur met ingebouwd contactAls geheel op de bovenkant of zijwandMeubelkasten en keukenkasten op 12 voltWerkt alleen op de meegeleverde voeding, niet los te gebruiken
Ledlamp met bewegingssensorGewoon in een E27-fitting draaienKast waar geen schakelaardraad naartoe looptKies infrarood, geen radar, en houd de lens vrij

Houd de verpakking of maak een foto van het aansluitschema voordat je hem weggooit. Op de meeste deurschakelaars staat geen enkele aanduiding bij de klemmen, en na een half jaar weet niemand meer welke van de twee contacten je gebruikt hebt.

Waar de deurschakelaar in het circuit hoort

Een deurschakelaar schakelt de fase, net als elke andere lichtschakelaar. De blauwe nuldraad gaat rechtstreeks van de lasdoos naar de fitting en komt de schakelaar niet tegen. Dat is geen gewoonte maar een voorschrift: schakel je de nul, dan staat de lamp ook in uitgeschakelde toestand nog onder spanning, ook al lijkt hij gewoon te werken.

Zit er al een gewone wandschakelaar in de kast, dan komt de deurschakelaar daar achter, in serie. Uit de wandschakelaar komt de schakeldraad, in een Nederlandse installatie meestal zwart. Die zwarte draad gaat naar de ene klem van de deurschakelaar, en vanaf de andere klem loopt hij door naar de fitting. Zo werkt de combinatie als een en-schakeling: de wandschakelaar moet aan staan en de deur moet open zijn. Handig, want daarmee zet je de kastverlichting helemaal uit als je aan het klussen bent met de deur open.

Vervang je de wandschakelaar juist door de deurschakelaar, dan neemt de deurschakelaar exact de plaats in het circuit in die de oude schakelaar had. De basis daarvan staat in onze uitleg over een lichtschakelaar aansluiten en de draden herkennen, en het aansluiten van de lamp zelf staat bij een lamp aansluiten op een schakelaar.

DraadWaar hij vandaan komtWaar hij heen gaatKomt hij langs de deurschakelaar?
Bruin, faseVoedingsleiding of stopcontactgroepNaar de wandschakelaar, of direct naar de deurschakelaarJa, dit is de draad die geschakeld wordt
Zwart, schakeldraadUit de wandschakelaarNaar de deurschakelaar en verder naar de fittingJa, de schakelaar zit hier middenin
Blauw, nulVoedingsleidingRechtstreeks naar de fittingNee, nooit
Geelgroen, aardeVoedingsleidingNaar het armatuur als dat metaal isNee, aarde wordt niet geschakeld
Snoer 2 x 0,75 mm2Uit de lasdoos vlak bij de schakelaarNaar de twee klemmen van de deurschakelaarDit is de lus in de fase, richting maakt niet uit

Sluit de blauwe draad nooit op de deurschakelaar aan. Zet je fase op de ene klem en nul op de andere, dan maak je bij het openen van de deur een directe verbinding tussen fase en nul. De installatieautomaat vliegt er op dat moment uit en de contactjes van de schakelaar zijn daarna meestal aan elkaar gelast.

Van vaste VD-draad naar het soepele snoer van de schakelaar

Dit is de horde waar deze klus in de praktijk op strandt. Een vaste installatie in huis is uitgevoerd met massieve VD-draad van 1,5 mm2 in installatiebuis. De klemmetjes in een deurschakelaar zijn bijna altijd bedoeld voor soepel snoer van 2 x 0,75 mm2 en veel te klein voor 1,5 mm2 massief. Bovendien is er in zo'n plastic huisje nergens een invoer voor buis.

De nette oplossing is de overgang maken in een lasdoos die je vlak naast de schakelaar hangt. De VD-draad komt in buis de lasdoos binnen, en daar zet je hem op een kort stukje soepel snoer dat naar de schakelaar loopt. Houd dat stukje snoer echt kort en volledig zichtbaar, want soepel snoer is geen materiaal voor een vaste leiding die je wegwerkt. Zet het snoer vast met een trekontlasting of een paar kabelklemmetjes, zodat er nooit aan de klemmetjes van de schakelaar getrokken wordt.

Het klemmateriaal luistert nauw. De goedkope doorsteeklasklemmen die je overal in doorvoerdozen ziet zitten zijn alleen toegelaten voor massieve draad; een soepele ader waaiert daarin uit en maakt een slecht contact dat warm wordt. Gebruik dus lasklemmen met een hendel, die zowel massief als soepel aankunnen, of pers een aderendhuls op de soepele ader zodat hij zich als een massieve draad gedraagt. Welke draaddikte waar hoort, zoek je op in onze draad- en kabelkiezer per toepassing.

Als je liever helemaal geen snoer wilt

Er bestaan inbouwdrukcontacten die in het kozijn verdwijnen en die wel schroefklemmen hebben waar 1,5 mm2 in past. Die zijn te vinden bij de elektrotechnische groothandel en zelden bij de bouwmarkt. Kost het zoeken te veel tijd, dan is een armatuur met een eigen sensor de kortere weg, want dan hoef je alleen een gewone lichtaansluiting te maken.

KlemtypeMassieve VD-draadSoepel snoerOpmerking
DoorsteeklasklemGeschiktNiet geschiktDe ader waaiert uit en het contact wordt warm
Lasklem met hendelGeschiktGeschiktDe logische keuze voor deze overgang
Kroonsteen met schroefGeschiktAlleen met aderendhulsLosdraaiende schroeven zijn hier het zwakke punt
LasdopGeschiktSlechtBedoeld om massieve draden in elkaar te draaien
Klemmen in de deurschakelaar zelfMeestal te kleinGeschikt tot 0,75 of 1 mm2Controleer de opening voordat je gaat strippen

Het juiste model kiezen voor de belasting

Deurschakelaars zijn licht gebouwd en dat is geen toeval: ze zijn ontworpen voor een enkele kastlamp. Op het huisje of in de handleiding staat wat hij aankan, bijvoorbeeld 250 volt en 2 ampere. Neem dat serieus, want een deel van de modellen in de handel is bedoeld voor 12 of 24 volt en die overleven het geen seconde op netspanning. De aanduiding staat er soms in minuscule lettertjes op de zijkant.

Voor een gewone ledlamp is de capaciteit ruim voldoende. Een ledlamp van 8 watt trekt ongeveer 0,035 ampere, dus zelfs een schakelaar van 1 ampere zit daar mijlenver boven. Het punt waar het misgaat is niet het vermogen maar de inschakelstroom: elektronica in ledlampen en drivers trekt bij het inschakelen een korte, hoge piek. Hang je vijf ledspots aan een enkele deurschakelaar, dan kunnen de kleine contactjes na verloop van tijd aan elkaar bakken en blijft de lamp branden. Zit je boven een lamp of twee, schakel dan liever een relais of een installatieschakelaar met de deurschakelaar aan.

Voor de kastverlichting zelf ligt led voor de hand. Een gloeilamp of halogeenspot in een dichte kast wordt heet en staat vaak dicht op wat er in die kast ligt. Wil je de kastlamp ook nog kunnen dimmen, dan hoort er iets anders in het circuit dan een deurcontact, en dan begin je bij een dimmer aansluiten die met led overweg kan.

BelastingStroom bij 230 voltRechtstreeks op de deurschakelaar?Wat we adviseren
Eén ledlamp tot 10 wattOngeveer 0,04 AJaDe standaardsituatie, geen aandachtspunten
Eén spaarlamp of tl-armatuurOngeveer 0,1 AJaLet op de startpiek van het voorschakelapparaat
Twee tot drie ledspotsOngeveer 0,1 AMeestal welControleer de opgedrukte waarde op het huisje
Vier of meer ledspots met driversLaag, maar hoge inschakelpiekLiever nietZet er een relais tussen dat de spots schakelt
Halogeenlamp 60 wattOngeveer 0,26 AJa bij 2 A of meerWarmte in een dichte kast is hier het echte bezwaar
Ledstrip 12 volt met driverAan de 230-voltzijde laagJa, schakel de driver en niet de stripAan de laagspanningszijde loopt de stroom juist hoger op

Plaats en afstelling van de plunjer

De plek van de schakelaar bepaalt of het ding jarenlang werkt of binnen een week gaat haperen. Monteer hem aan de sluitzijde van de deur, dus zo ver mogelijk bij het scharnier vandaan. Vlak naast het scharnier legt de deur maar een paar millimeter af terwijl hij al ver openstaat, en dan gaat het licht pas aan als je de deur helemaal openzwaait, of helemaal niet meer als het kozijn een fractie werkt.

Kijk daarna naar de slag van de plunjer. Die is bij de meeste modellen vijf tot acht millimeter. De deur moet de plunjer in dichte stand bijna helemaal indrukken, maar niet volledig op de aanslag duwen, want dan staat er permanent kracht op het veertje en op de bevestigingsschroeven. Zit de deur te ver weg, dan lijm of schroef je een plaatje hardhout of een dop op de deur op de plek waar de plunjer aankomt. Zit hij te dicht bij, dan zet je een paar vulringen onder de schakelaar.

Voor de hoogte is er geen voorschrift, maar op ongeveer een meter boven de vloer zit hij binnen handbereik en uit de weg van bezems en dozen. Wil je de andere hoogtes in huis daarbij aanhouden, dan vind je die in onze tabel met standaardmaten en montagehoogtes. Boor het gat voor het snoer schuin naar beneden, zodat er geen stof in de doorvoer valt.

Test de afstelling voordat je de kabel wegwerkt. Doe de deur langzaam dicht en luister naar de klik van het contact. Klikt hij pas als de deur al in het slot valt, dan zit de schakelaar goed. Klikt hij een centimeter eerder, dan blijft er speling over en gaat het licht op een dag niet meer uit.

Een kastlamp met deurschakelaar op 230 volt of op 12 volt

Er zijn twee routes naar verlichting die door de deur wordt bediend. De eerste is een gewone lamp met deurschakelaar op netspanning: een opbouwfitting of een kastarmatuur van 230 volt, waarbij het deurcontact in de fasedraad zit. Dat is de stevigste oplossing en je kunt er elke ledlamp met E27- of E14-fitting in draaien. In de handel vind je dit ook als set met een deurschakelaar 230V met lamp erbij, waarbij het armatuur en de schakelaar al op elkaar zijn afgestemd.

De tweede route is laagspanning. Een ledstrip of een setje spotjes van 12 volt met een aparte voeding, en het deurcontact ergens in de keten. Schakel dan de netspanningszijde van de voeding en niet de striplus zelf. Aan de 12-voltkant loopt bij hetzelfde vermogen bijna twintig keer zoveel stroom, en dat is precies waar de kleine contactjes van een deurschakelaar niet voor gemaakt zijn. Schakel je de voeding, dan is er ook geen sluimerverbruik zolang de kast dicht is.

In een meubelkast of keukenkast is de laagspanningsvariant meestal het handigst, omdat je met dun snoer door de kastwanden kunt en de driver buiten het zicht in de plint hangt. In een trapkast of kelderkast is 230 volt logischer, want daar zit vaak al een lichtpunt of een stopcontact waar je vanaf kunt takken. Hoeveel je aan zo'n groep mag hangen zie je in de berekening van het vermogen per groep.

Wanneer een lamp met bewegingssensor de betere keuze is

De deurschakelaar is niet de enige weg naar licht dat vanzelf aangaat. Een ledlamp met ingebouwde bewegingssensor in een E27-fitting kost een paar euro, wordt gewoon ingedraaid en scheelt je de hele bedrading naar het kozijn. Voor een trapkast of meterkast waar nog geen schakelaar zit is dat vaak de snellere klus, want je hoeft alleen een lichtpunt te maken.

Er is één keuze die je goed moet maken: neem een lamp met een infraroodsensor en geen model met een radarsensor. Een radarsensor kijkt dwars door een houten deur heen en schakelt dus ook als je er langs loopt, wat in een kast precies is wat je niet wilt. Aan de buitenkant herken je het verschil vrij goed: bij infrarood zie je een gerimpeld lensje zitten, bij radar zie je helemaal geen sensor. Infrarood kijkt overigens ook niet door glas, dus een armatuur met een gesloten glazen kap werkt niet.

De afweging tussen de twee is simpel. Een deurschakelaar reageert direct en gaat op hetzelfde moment uit als de deur sluit. Een sensorlamp blijft nog even nabranden, meestal instelbaar vanaf ongeveer tien seconden, maar heeft als voordeel dat het licht ook uitgaat als je de deur laat openstaan. Voor een kast waar je even iets pakt is dat nabranden geen bezwaar.

Let op de schemersensor. Veel sensorlampen hebben ook een lichtsensor die de lamp bij daglicht uitgeschakeld houdt. In een donkere kast is dat geen probleem, maar in een kast met een raampje of een lichtkier kan de lamp daardoor overdag weigeren. Kies dan een model waarbij je de lichtgevoeligheid kunt instellen.

Als de lamp blijft branden of juist niet aangaat

Werkt het niet meteen, dan zit de oorzaak bijna altijd in een van drie dingen: de plunjer, de bedrading of het gekozen contact. Schakel de groep uit voordat je gaat meten aan iets anders dan de deurbeweging zelf, en laat hem uit tot je de kap weer dicht hebt.

Het meest voorkomende beeld is een lamp die blijft branden met de deur dicht. Meestal komt de deur niet ver genoeg door om de plunjer echt in te drukken, bijvoorbeeld door een rubber tochtstrip of een deur die is gaan werken. Een tweede oorzaak is een model met twee contacten waarbij je de verkeerde twee klemmen hebt gepakt: dan brandt de lamp bij dichte deur en gaat hij uit bij open deur. Een derde oorzaak is een contact dat door de inschakelstroom van meerdere drivers is vastgelast, en dan helpt alleen vervangen.

Klapt de aardlekschakelaar eruit in plaats van de automaat, dan is er geen sluiting tussen fase en nul maar een lekstroom naar aarde, bijvoorbeeld door een ader die met de isolatie klem zit tussen de deksel van de lasdoos. Wat je dan kunt doen om de oorzaak te vinden staat bij een aardlekschakelaar die eruit blijft klappen.

Wat je zietWaarschijnlijke oorzaakWat je doet
Lamp blijft branden met de deur dichtDe deur drukt de plunjer niet ver genoeg inPlaatje op de deur lijmen of de schakelaar verzetten
Lamp brandt alleen als de deur dicht isHet maakcontact gebruikt in plaats van het verbreekcontactDe andere twee klemmen van de schakelaar nemen
Lamp doet helemaal nietsNul niet doorgelust, of het snoer los in de lasklemAansluitingen in de lasdoos nalopen en aan de aders trekken
Automaat vliegt eruit bij het openenNul en fase samen op de schakelaar aangeslotenBlauw rechtstreeks naar de fitting leggen
Aardlekschakelaar vliegt eruitLekstroom naar aarde, vaak een beknelde aderDeksel losnemen en de aders vrij leggen
Licht flikkert bij het bewegen van de deurPlunjer staat op het randje van het schakelpuntSchakelaar iets opschuiven of onderleggen
Lamp gloeit zwak na bij dichte deurRestspanning op de leiding of een verlichte schakelaar in serieLedlamp met beter voorschakelgedrag of een ontstoorcondensator

Zo sluit je een deurschakelaar aan

Dit is de volgorde voor een kastlamp op 230 volt die gevoed wordt vanuit een bestaand lichtpunt of een aftakking in een lasdoos.

  1. Schakel de groep uit en controleer dat

    Zet de automaat van de betreffende groep uit en houd een spanningzoeker of tweepolige tester op de aders in de lasdoos. Een lichtschakelaar op uit is niet genoeg, want daar staat de fase nog op. Werk je in een meterkast, blijf dan met alles voor de automaten vandaan.

  2. Bepaal welke draad de fase of de schakeldraad is

    Zoek uit welke ader de lamp voedt en welke de nul is. Bruin is fase, blauw is nul en zwart is meestal de geschakelde ader die uit een wandschakelaar komt. Twijfel je, meet het dan kort na met de groep aan en schakel daarna weer uit. Bij oude installaties kloppen de kleuren lang niet altijd, dus vertrouw op de meting en niet op de kleur.

  3. Hang de lasdoos vlak bij de plek van de schakelaar

    Zet de lasdoos zo dicht mogelijk bij het kozijn, want daarmee houd je het soepele snoer kort. Voer de installatiebuis met de VD-draad netjes in de doos in en laat een centimeter of tien draad over om prettig te kunnen werken.

  4. Monteer de schakelaar op de sluitzijde van het kozijn

    Houd de schakelaar tegen het kozijn en doe de deur dicht om te zien hoe ver de plunjer indrukt. Ver van het scharnier vandaan, want daar maakt de deur de grootste beweging. Boor het gaatje voor het snoer schuin naar beneden en schroef het huisje vast.

  5. Maak de overgang naar soepel snoer in de lasdoos

    Strip de aders van het snoer op ongeveer tien millimeter en pers er aderendhulzen op, of gebruik lasklemmen met een hendel die soepele draad aankunnen. Klem de fase of de zwarte schakeldraad op de ene ader van het snoer, en de andere ader gaat verder naar de fitting. De blauwe nul lus je in de doos door en die gaat rechtstreeks naar de lamp.

  6. Sluit het snoer op de schakelaar aan en zet het vast

    Draai de twee aders op de klemmen van het verbreekcontact. De richting maakt niet uit, het is een lus in de fase. Zet het snoer daarna vast met een trekontlasting of een paar klemmetjes, zodat een ruk aan het snoer nooit bij de klemmetjes aankomt.

  7. Draai de lamp erin en test met de deur

    Doe de kap dicht, schakel de groep in en test met de deur zelf in plaats van met je vinger op de plunjer. Doe de deur langzaam dicht en kijk op welk punt het licht uitgaat. Gaat hij pas uit als de deur in het slot valt, dan is de afstelling goed. Werkt het schakelen zelf niet zoals je verwacht, dan loop je de aansluiting nogmaals na op de manier die bij het aansluiten van een wisselschakelaar ook wordt gebruikt: eerst de nul, dan de fase, dan het geschakelde deel.

Maatvoering

De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens

Ruimte of vakgebiedOnderdeelGangbare maatMarge die in de praktijk werktWaar je op moet letten
SanitairWastafel, bovenkant85 cm boven de vloer80 tot 90 cmMeet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm.
SanitairWastafelkraan, uitloop25 tot 30 cm boven de wastafelrandwat past bij de komTe hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder.
SanitairFonteintje in het toilet80 tot 85 cm75 tot 90 cmVaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is.
SanitairToiletpot, bovenkant zitting40 tot 43 cm38 tot 48 cmEen verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger.
SanitairHangend toilet, onderkant pot40 cm boven de vloer38 tot 45 cmDe hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast.
SanitairToiletrolhouder70 cm hoog, 25 cm voor de pot60 tot 80 cmTe ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit.
SanitairDouchekraan, thermostaat100 tot 110 cm95 tot 120 cmJe wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan.
SanitairDoucheglijstang, bovenkant180 tot 200 cmafhankelijk van de lengste gebruikerReken op minstens 20 cm boven de kruin.
SanitairRegendouche, onderkant kop205 tot 215 cm200 tot 220 cmOnder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd.
SanitairHanddoekradiator, onderkant20 tot 30 cm boven de vloer15 tot 40 cmLaag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen.
SanitairAfvoer wastafel, muurdoorvoer50 tot 55 cm45 tot 60 cmOnder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling.
ElektraStopcontact in een woonruimte30 cm hart boven de vloer25 tot 40 cmBij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen.
ElektraStopcontact boven een aanrechtblad115 tot 125 cm10 tot 20 cm boven het bladUit de spatzone van de kraan blijven.
ElektraLichtschakelaar105 cm hart boven de vloer90 tot 120 cmGelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld.
ElektraDeurklink100 cm hart boven de vloer95 tot 105 cmOok de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen.
ElektraMeterkast, groepenkast150 tot 180 cmbereikbaar zonder trapjeDe hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn.
ElektraWandcontactdoos buitenminimaal 30 cm boven maaiveldhoger bij kans op opspattend waterSpatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten.
ElektraBedrade deurbel, drukknop110 tot 130 cm100 tot 140 cmOok bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel.
ElektraWandlamp naast een spiegel160 tot 170 cmop ooghoogte van de gebruikerLicht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven.
ElektraTelevisieaansluiting40 cm of op de hoogte van het schermafhankelijk van de opstellingBij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm.
KeukenWerkblad, bovenkant90 tot 95 cm85 tot 100 cmVuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger.
KeukenBovenkasten, onderkant50 tot 60 cm boven het blad45 tot 65 cmTe laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken.
KeukenAfzuigkap boven een elektrische kookplaat60 cm55 tot 70 cmOnder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht.
KeukenAfzuigkap boven een gaspit65 cm65 tot 75 cmBij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam.
KeukenPlint onder de keukenkasten10 tot 15 cmstandaard 15 cmTerugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan.
KeukenInbouwoven op ooghoogteonderkant op 85 tot 90 cmnaar de gebruikerScheelt bukken met een hete plaat in je handen.
TrapTrapleuning90 cm boven de voorkant van de trede85 tot 100 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer.
TrapLeuning langs een bordes100 cm90 tot 110 cmBij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap.
TrapOptrede, hoogte per trede18 tot 20 cmmaximaal 21 cm binnen een woningAlle treden even hoog, ook de eerste en de laatste.
TrapAantrede, diepte van de trede22 tot 24 cmminimaal 22 cmVuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm.
TrapVrije doorloophoogte boven de trap230 cmminimaal 210 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond.
TrapSpijlafstand van een balustrademaximaal 10 cmkleiner bij kinderenZo kan een kinderhoofdje er niet tussen.
DeurenBinnendeur, standaardmaat83 bij 201,5 cm78 tot 93 cm breedDe dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad.
DeurenVoordeur, standaardmaat88 bij 201,5 cm83 tot 100 cm breedBreder is prettig bij verhuizen en bij een rollator.
DeurenSpeling onder een binnendeur1 tot 1,5 cm2 cm bij mechanische ventilatieDe kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet.
DeurenSpeling rondom in het kozijn3 mm2 tot 4 mmTe weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt.
DeurenScharnieren, afstand tot de hoek20 cm van boven en onder15 tot 25 cmBij een zware deur een derde scharnier in het midden.
VentilatieVentilatierooster in een raamboven in het kozijnop de bovenregelWarme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder.
VentilatieAfzuigpunt in een badkamerhoog in de ruimte20 tot 30 cm onder het plafondVocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet.
VentilatieMuurrooster kruipruimtenet boven het maaiveldminimaal 15 cmAnders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht.
VentilatieDakdoorvoer, afstand tot de nokminimaal 50 cmafhankelijk van het typeTe dicht bij de nok geeft terugslag bij wind.

Samengesteld uit gangbare praktijkmaten, de eisen uit het Bouwbesluit waar die van toepassing zijn, en montagevoorschriften van fabrikanten. Standaardmaten zijn een vertrekpunt, geen wet: pas ze aan op de lengte van de mensen die de ruimte gebruiken. Bij nieuwbouw en verbouw gelden de actuele bouwregels boven elke vuistregel.

Voordat je de kap dichtdoet

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

De zekering vloog eruit zodra de kelderkast openging

In een kelderkast zat een spotje dat met een gewone inbouwschakelaar werd bediend. Vanuit die schakelaar liepen een zwarte en een blauwe draad naar het spotje. Toen daar een deurschakelaar bij moest, werd geredeneerd dat de zwarte draad hetzelfde doet als de bruine, dus die ging rechtstreeks naar de deurschakelaar, en de blauwe werd via het spotje ook naar de deurschakelaar gevoerd. De installatieautomaat vloog er meteen uit.

Dat is precies wat er dan gebeurt: fase op de ene klem en nul op de andere is een kortsluiting op het moment dat het contact sluit. De oplossing was de blauwe draad rechtstreeks naar het spotje te leggen en de deurschakelaar in de zwarte draad te zetten, in serie met de bestaande wandschakelaar. Dus zwart uit de wandschakelaar naar de deurschakelaar, en zwart uit de deurschakelaar verder naar de lamp. Daarna deed hij het meteen, met als bijvangst dat de wandschakelaar nu als hoofdschakelaar dient wanneer de deur bij het klussen openstaat.

Dit kwamen we tegen

VD-draad in buis, en een schakelaar voor 0,75 mm2

In een trapkast die tegen de meterkast aan lag, liep een simpele leiding naar een stopcontact. Het plan was netjes: een T-trekdoos, flexibele installatiebuis en VD-draad naar een muurfitting en een schakelaar. Toen de gekochte deurschakelaar uit de verpakking kwam, bleek die alleen klemmetjes voor 2 x 0,75 mm2 te hebben en helemaal geen invoer voor buis. Dat is bij vrijwel alle uitvoeringen in de bouwmarkt zo.

De werkbare oplossing is een lasdoos met voldoende invoeren vlak bij de schakelaar, met daarin de overgang van VD naar een kort stukje soepel snoer. Voorwaarde is wel dat je klemmen gebruikt die voor soepele draad zijn toegelaten, dus hendelklemmen of aderendhulzen op de aders, en dat het snoer aan beide kanten trekontlast is. Wie een schakelaar met echte schroefklemmen wil waar 1,5 mm2 in past, komt bij de bouwmarkt zelden verder en moet bij de elektrogroothandel zijn.

Dit kwamen we tegen

Uiteindelijk werd het een sensorlamp van zes euro

Dezelfde trapkast eindigde zonder deurschakelaar. Omdat er toch al een muurfitting kwam, werd er een E27-ledlamp met ingebouwde infraroodsensor ingedraaid, voor iets onder de zes euro. De hele klus bleef daarmee beperkt tot de bestaande leiding aftakken in een T-trekdoos en de fitting monteren. Goedkoper dan de deurschakelaar plus lasdoos, en zonder de discussie over draaddiktes.

Twee dingen waren daarbij bepalend. Het moest een lamp met infraroodsensor zijn en geen radarmodel, want een radarsensor kijkt door de dichte deur heen en zou de lamp in een gesloten kast laten aanslaan. En de sensor moest vrij zicht hebben: infrarood komt niet door glas, dus een armatuur met een dichte glazen kap valt af. Een simpele opbouwfitting met de lamp in het zicht voldoet daar prima aan.

Veelgemaakte fouten

De nuldraad door de deurschakelaar leiden

Fase en nul samen op de twee klemmen van het contact is een kortsluiting op het moment dat de deur opengaat. Naast de automaat die eruit vliegt raken de kleine contactjes vaak beschadigd of gelast. De nul gaat altijd rechtstreeks naar de fitting.

De schakelaar bij het scharnier monteren

Bij het scharnier legt de deur maar een paar millimeter af terwijl hij al een stuk openstaat. Het licht gaat dan te laat aan, of blijft branden zodra het kozijn of de deur een beetje gaat werken. Monteer hem aan de sluitzijde, daar is de beweging het grootst.

Soepel snoer in doorsteeklasklemmen drukken

De veerklemmen die je zo op een massieve draad prikt, zijn niet gemaakt voor soepele aders. De draadjes waaieren uit, het contactoppervlak wordt klein en de klem gaat op termijn warm lopen. Gebruik hendelklemmen of pers een aderendhuls op de ader.

Het snoer zonder trekontlasting laten hangen

In een kast wordt aan alles getrokken door dozen, bezems en jassen. Zit het snoer nergens vast, dan komt die trekkracht op de klemmetjes in de schakelaar terecht en schiet er een ader los. Zet het snoer vlak bij de schakelaar vast met een klemmetje of een snoerklem.

Het typeplaatje niet lezen

Een deel van de deurschakelaars die je online tegenkomt is bedoeld voor 12 of 24 volt, bijvoorbeeld voor campers en kasten met ledstrips. Op netspanning slaat zo'n contact meteen door. Zoek de aanduiding met volt en ampere op het huisje voordat je hem aansluit.

Denken dat de installatie spanningsloos is omdat de deur dicht is

De deurschakelaar onderbreekt maar één ader. Met de deur dicht staat er nog gewoon fase tot aan het contact, en bij een oude installatie soms zelfs tot aan de fitting. Zet de groep uit voordat je aan de bedrading komt, ook al is de lamp uit.

Alle spots in de kast aan één deurcontact hangen

Het vermogen van ledspots stelt niets voor, maar de gezamenlijke inschakelpiek van hun drivers wel. Kleine contacten kunnen daardoor aan elkaar lassen, waarna het licht permanent blijft branden. Boven twee armaturen laat je het deurcontact liever een relais bedienen.

Veelgestelde vragen

Hoe moet ik een deurschakelaar aansluiten op een bestaande kastlamp?

Je zet hem in serie in de fasedraad of in de zwarte schakeldraad die uit de wandschakelaar komt. De blauwe nul gaat ongemoeid rechtstreeks naar de fitting. Loopt er nu een zwarte en een blauwe draad naar de lamp, dan knip je de zwarte door in de lasdoos en breng je beide uiteinden via een kort snoer naar de twee klemmen van de deurschakelaar. Schakel voor het werk de groep uit en controleer dat met een spanningzoeker.

Wat is een deurschakelaar 230V met lamp precies?

Dat is een set waarin een kastarmatuur op netspanning en het bijbehorende deurcontact samen verkocht worden, meestal met een stukje snoer al aangesloten. Het voordeel is dat de belasting en de schakelaar bij elkaar passen en dat je alleen nog een voeding naar het armatuur hoeft te brengen. Los kopen mag ook, en dan let je erop dat op het huisje van de schakelaar echt 250 volt staat en niet 12 of 24 volt.

Welke kastlamp met deurschakelaar werkt het beste in een kleine kast?

Een ledlamp in een gewone opbouwfitting van maximaal tien watt is voor de meeste kasten genoeg en blijft koel. Warmte is in een dichte kast het echte bezwaar: een halogeenspot of gloeilamp op twintig centimeter van een stapel handdoeken wordt onaangenaam heet. Kies een armatuur met een open of half open kap, want die geeft zijn warmte kwijt en verlicht ook de hoeken van de kast.

Kan ik een deurschakelaar gebruiken voor verlichting op 12 volt?

Ja, en daar zijn de meeste modellen zelfs oorspronkelijk voor bedoeld. Schakel dan wel de netspanningszijde van de voeding en niet de ledstrip zelf. Bij hetzelfde vermogen loopt aan de 12-voltkant bijna twintig keer zoveel stroom, en dat is te veel voor de kleine contacten. Als bijkomend voordeel gebruikt de voeding niets zolang de deur dichtzit.

Mijn lamp met deurschakelaar blijft branden, wat is er mis?

Meestal komt de deur niet ver genoeg door om de plunjer helemaal in te drukken, bijvoorbeeld door een tochtstrip of doordat de deur is gaan werken. Lijm een houten plaatje op de deur op de plek van de plunjer, of verzet de schakelaar een paar millimeter. Blijft hij dan nog branden, dan heb je mogelijk het maakcontact gebruikt in plaats van het verbreekcontact, of zijn de contacten vastgelast door de inschakelstroom van meerdere drivers.

De zekering klapt eruit zodra de deur opengaat, hoe kan dat?

Dan zitten fase en nul allebei op de deurschakelaar. Op het moment dat het contact sluit maak je een directe verbinding tussen die twee en dat is kortsluiting. Leg de blauwe draad rechtstreeks van de lasdoos naar de fitting en gebruik de deurschakelaar alleen in de fase of in de zwarte schakeldraad. Controleer daarna of de schakelaar zelf nog schakelt, want de contacten kunnen bij zo'n sluiting doorgebrand zijn.

Mag ik een deurschakelaar in de meterkast plaatsen?

Een lamp met deurschakelaar in de meterkast mag, zolang je aan de installatiezijde blijft: dus achter een bestaande groep, bijvoorbeeld afgetakt van een aanwezig stopcontact via een lasdoos. Blijf af van alles voor de groepenkast, dus van de hoofdzekering, de aansluitkast en de meter zelf. Die zijn verzegeld en horen bij de netbeheerder. Wil je een extra groep of een aanpassing in de groepenkast, dan is dat werk voor een installateur.

Welke draad gebruik ik voor deurschakelaar verlichting in een kast?

De vaste leiding in huis blijft VD-draad van 1,5 mm2 in installatiebuis. Alleen het laatste stukje naar de schakelaar doe je met soepel snoer van 2 x 0,75 mm2, omdat de klemmetjes niet groter zijn. Houd dat stuk zo kort mogelijk, laat het in het zicht lopen en zet het aan beide kanten vast. In onze overzicht van draden en kabels per situatie zie je welke aderdikte bij welke groep en belasting hoort.

Is een bewegingsmelder beter dan een deurschakelaar?

Dat hangt af van wat je erger vindt. Een deurschakelaar reageert direct en gaat exact uit als de deur sluit, maar vraagt bedrading naar het kozijn. Een ledlamp met infraroodsensor draai je in een fitting en is klaar, maar het licht brandt nog even na. In een kast waar je vaak vergeet de deur te sluiten wint de sensorlamp, want die gaat vanzelf uit. Neem geen radarsensor, die kijkt door de deur heen.

Moet er een aardedraad naar de kastlamp?

Een armatuur met een metalen huis of een metalen fitting moet geaard worden, en dan leg je de geelgroene ader mee naar het armatuur. Kunststof armaturen zonder aanraakbare metalen delen zijn dubbel geïsoleerd, herkenbaar aan het dubbele vierkantje, en die hebben geen aarde nodig. De aardedraad loopt in beide gevallen nooit via de deurschakelaar, want aarde wordt niet geschakeld.

Kan ik twee lampen op één deurschakelaar zetten?

Twee gewone ledlampen zijn geen probleem, mits de opgedrukte waarde op het huisje dat toelaat. Bij meer armaturen met elk een eigen driver telt niet het vermogen maar de gezamenlijke piek bij het inschakelen, en die kan de contacten aan elkaar lassen. Laat het deurcontact dan een relais of een magneetschakelaar bedienen, zodat de lampen door dat relais geschakeld worden en niet door het deurcontact zelf.

Kan ik een deurschakelaar combineren met een schakelaar elders in huis?

Dat kan, en het gedrag verschilt per opzet. In serie met een gewone schakelaar krijg je een en-schakeling: het licht brandt alleen als de schakelaar aan staat en de deur open is. Wil je het licht juist vanaf twee plaatsen kunnen bedienen naast het deurcontact, dan is dat een andere schakeling en helpt onze uitleg over licht schakelen vanaf meerdere punten je verder. Een deurcontact laat zich niet als wisselcontact gebruiken, want het schakelt maar één ader.

Wanneer je beter een vakman belt

Een deurschakelaar aansluiten op een bestaand lichtpunt is werk dat je met een spanningzoeker en een uitgeschakelde groep prima zelf doet. Er zijn drie momenten waarop je beter stopt.

Het eerste is alles voor de groepenkast. De hoofdzekering, de aansluitkast en de meter zijn verzegeld en daar komt de netbeheerder of een installateur aan te pas. Een lamp in de meterkast maken mag, mits je aftakt achter een bestaande groep.

Het tweede is een installatie waarin je de draden niet kunt thuisbrengen. Oude huizen hebben soms geen aarde, kleuren die niet meer kloppen of een schakelaar die in de nul blijkt te zitten. Kom je daarachter, dan is dat een teken dat er meer aan die groep mankeert dan deze klus, en dan wil je iemand die de hele leiding nakijkt.

Het derde is een nieuwe groep of een extra lichtpunt waarvoor je in de groepenkast moet zijn. Wat er verder aan schakelwerk in huis mogelijk is, zie je in ons overzicht van elektra in en om het huis.

Verder lezen over dit onderwerp