Een tijdschakelaar instellen die doet wat jij wilt
Een tijdschakelaar instellen bestaat uit twee handelingen die mensen door elkaar halen: eerst de klok op de werkelijke tijd zetten, daarna pas de schakeltijden vastleggen met segmenten, pinnen of een programma. Klopt de actuele tijd niet, dan schuift je hele schema mee en schakelt de lamp midden op de dag. De derde stap wordt het vaakst vergeten: zet de schakelaar op het apparaat terug in de automatische stand, want in de handstand doet het programma niets.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Tweepolige spanningszoeker om spanningsloosheid te controleren
- Kleine platte schroevendraaier van 2,5 mm voor de klemmen
- Kruiskopschroevendraaier voor de afdekplaat of het inbouwmodel
- Striptang en zijkniptang
- Pincet of een puntig tangetje om losse pinnen te plaatsen
- Zaklamp, want een meterkast is bijna altijd donker
- De handleiding van het model, of de typeaanduiding om hem op te zoeken
Materiaal
- De tijdschakelaar zelf, in stekker-, inbouw- of DIN-railuitvoering
- Reservepinnen of ruiters die bij het merk en de serie horen
- Installatierelais of magneetschakelaar bij een zware of piekende belasting
- Aders in de juiste kleuren voor de voeding en de geschakelde fase
- Aderendhulzen bij soepele draad
- Blindplaatje of afdekkap om een vrijgekomen plek in de kast te sluiten
Wat een tijdschakelaar doet en welke uitvoeringen er zijn
Een tijdschakelaar is niets anders dan een klok met een schakelcontact eraan vast. Het uurwerk loopt rond en op de momenten die jij vastlegt gaat dat contact dicht of open. Voor de lamp of de pomp erachter is dat precies hetzelfde als wanneer iemand de knop omzet, en dat verklaart waarom de meeste schakelaars en schakelmateriaal in huis onderling uitwisselbaar zijn: alleen de bediening verschilt, de functie niet.
De uitvoering bepaalt hoe fijn je kunt instellen en hoeveel schakelmomenten je kwijt kunt. Een mechanisch stekkermodel werkt met een schijf die in vierentwintig uur één ronde maakt, verdeeld in segmenten. Een digitaal model werkt met programma's die je per minuut invoert. In de meterkast zit dezelfde techniek in een behuizing voor de DIN-rail, met klemmen in plaats van een stekker.
Er zijn ook klokken die niet op tijd sturen maar op iets anders. Een schemerschakelaar reageert op licht, een astronomische klok berekent zonsopgang en zonsondergang uit de datum en de locatie, en een trappenhuisautomaat schakelt na een druk op de knop een instelbare tijd in. Die laatste komt vaak in beeld als iemand een lamp op tijd wil laten uitgaan en een dagklok koopt terwijl een nalooprelais het echte antwoord is.
| Uitvoering | Kleinste schakelstap | Waar hij voor bedoeld is | Waar hij tekortschiet |
|---|---|---|---|
| Mechanische stekkertijdschakelaar | 15 minuten, bij sommige modellen 30 | Verlichting, kerstverlichting, een lamp die er 's avonds op moet | Elk etmaal hetzelfde schema, en het uurwerk tikt hoorbaar |
| Digitale stekkertijdschakelaar | 1 minuut | Verschillende tijden per weekdag en korte schakelperiodes | Programmeren gaat niet zonder handleiding, en een lege batterij wist alles |
| Mechanische schakelklok voor de DIN-rail | 15 of 30 minuten | Een vast dagschema in de meterkast, boiler of buitenverlichting | Eén schema voor alle dagen, tenzij het een weekuitvoering is |
| Digitale schakelklok voor de DIN-rail | 1 minuut | Weekschema's, vakantiestand, soms meerdere kanalen | Meer knopwerk, en het display is in een donkere kast slecht af te lezen |
| Schakelklok met losse pinnen | De afstand tussen twee gaatjes, vaak 15 of 30 minuten | Oudere kasten waar de pinnen nog compleet zijn | Pinnen raken kwijt en verschillen per merk en serie |
| Astronomische schakelklok | 1 minuut, plus de berekende zonstand | Buitenverlichting die met de seizoenen mee moet schuiven | Zonder de juiste locatie en datum klopt de berekening niet |
| Schemerschakelaar met lichtsensor | Reageert op lichtsterkte, niet op tijd | Licht dat aan moet zodra het buiten donker wordt | Een lamp die op de sensor schijnt laat hem knipperen |
| Trappenhuisautomaat of nalooprelais | Seconden tot enkele minuten | Licht dat na een druk op de knop vanzelf weer uitgaat | Geen dag- of weekschema, alleen een nalooptijd |
| Schakelklok met app-bediening | 1 minuut | Schema's die je van afstand wilt aanpassen | Zonder netwerk of zonder de app blijft het schema staan zoals het stond |
Weet je het typenummer niet meer, kijk dan op de zijkant van de behuizing of onder het klepje. Daar staat bij vrijwel elk merk de typeaanduiding samen met de contactgegevens, en met die aanduiding vind je de handleiding met de knopvolgorde die voor jouw model geldt.
Eerst de klok gelijkzetten, dan pas het schema
De meest voorkomende reden dat een tijdschakelaar op rare momenten schakelt, is niet het schema maar de kloktijd. Het schema staat vast op de schijf of in het geheugen, en de klok bepaalt waar dat schema zich bevindt. Loopt de klok drie uur achter, dan schakelt alles drie uur te laat.
Bij een mechanisch model draai je de buitenring net zo lang tot de werkelijke tijd bij de markering staat. Dat is meestal een pijl, een driehoekje of een streepje op de rand van de behuizing. Draai daarbij met de klok mee: de meeste fabrikanten schrijven die richting voor, omdat het uurwerk erachter maar één kant op is bedoeld.
Let op de verdeling van de schaal. Een dagklok telt van 0 tot 24, dus acht uur 's avonds staat bij het cijfer 20 en niet bij de 8. Wie de schijf op de verkeerde helft zet, krijgt een schema dat exact twaalf uur verschoven is, en dat is een fout die je pas na een etmaal opmerkt.
Bij een digitale klok zet je eerst het jaar, de dag en de tijd, en pas daarna de programma's. Sla je dat over, dan lopen de programmanummers wel, maar hangt het schema aan een dag die niet klopt. Bij een weekklok is dat verschil goed te zien: het programma voor maandag tot en met vrijdag doet in het weekend niets.
Een klok die stilstaat is geen defect. Een mechanisch uurwerk loopt mee op de netspanning. Zit er geen spanning op de klemmen of op de stekker, dan draait de schijf niet en verschuift alles wat je instelt met de duur van die onderbreking. Controleer dus eerst of er spanning is voordat je aan het uurwerk gaat trekken.
Segmenten, ruiters en losse pinnetjes
Bij een mechanische klok zit langs de rand van de schijf een ring met kleine nokjes. Die ring draait mee en loopt langs een voeler. Staat een nokje in de ene stand, dan drukt het de voeler weg en gaat het contact dicht; staat het in de andere stand, dan gebeurt er niets. Welke stand inschakelt staat op de wijzerplaat aangegeven met een streep, een kleur of het woord dat de fabrikant gebruikt.
Eén segment is de kleinste periode die je kunt maken. Op een dagklok met zesennegentig segmenten is dat een kwartier, dus een uur zijn vier segmenten en een avond van 17:00 tot 23:00 zijn er vierentwintig. Zet je één segment aan, dan brandt de lamp een kwartier en gaat hij daarna weer uit.
Een tijdschakelaar instellen met losse pinnetjes werkt anders, en dat is waar het meestal misgaat. Daar zitten geen vaste nokjes op de ring maar losse pinnen die je in de gaatjes langs de rand steekt. Ze werken in paren: één pin schakelt in, de andere schakelt uit. Aan de kleur, de vorm of de rij waarin de pin staat zie je welke van de twee je in je hand hebt. Zet je alleen een inschakelpin, dan blijft het contact dicht tot je hem er weer uithaalt.
Twee pinnen vlak naast elkaar geven een schakeling die niet doorzet. Het mechaniek heeft de weg tussen twee gaatjes nodig om het contact echt over te halen, en bij een kleinere afstand tikt het contact hooguit even. Houd daarom minstens één gaatje tussen een inschakel- en een uitschakelpin. Raken pinnen kwijt, dan bestel je ze per merk en serie bij; ze zijn onderling niet uitwisselbaar omdat de gaatjesmaat en de hoogte verschillen.
| Uitvoering | Eén stap op de schijf | Hoeveel schakelmomenten | Waar je bij het rekenen op let |
|---|---|---|---|
| Dagklok met 96 segmenten | 15 minuten | Zo veel als je segmenten omzet | Een uur is vier segmenten, van 17:00 tot 23:00 zijn het er vierentwintig |
| Dagklok met 48 segmenten | 30 minuten | Zo veel als je segmenten omzet | Kwartieren zijn niet te maken, rond af naar boven of naar beneden |
| Weekklok met 84 segmenten | 2 uur | Zo veel als je segmenten omzet | Een eigen schema per weekdag kan wel, maar niet fijner dan twee uur |
| Dagklok met losse pinnen | De afstand tussen twee gaatjes, vaak 15 of 30 minuten | Eén paar pinnen is één aan- en uitperiode | Zonder uitschakelpin blijft het contact gewoon dicht staan |
| Weekklok met losse pinnen | Vaak een half uur tot twee uur | Eén paar per periode per dag | Controleer of de pin in de sector van de goede weekdag staat |
| Digitale dag- of weekklok | 1 minuut | Vaak acht tot twintig programmaparen, afhankelijk van het model | Overlappende programma's werken elkaar tegen, kijk wat de handleiding voorrang geeft |
Zet de schijf tijdens het instellen even op een tijd waar geen schakelmoment vlakbij ligt. Segmenten die precies onder de voeler staan laten zich lastig omzetten, en bij losse pinnen duw je er dan makkelijk een naast het gaatje.
Een digitale tijdschakelaar programmeren
Digitale modellen verschillen per merk in de knopvolgorde, maar de opbouw is bij vrijwel alle hetzelfde. Er is een knop voor de klokinstelling, een knop om door de programma's te lopen, knoppen voor uur, minuut en weekdag, en een knop die de handbediening omzet.
De programma's zitten in paren die genummerd zijn. Het eerste paar is het inschakelmoment en het uitschakelmoment van programma één, het tweede paar dat van programma twee, en zo verder. Elk programma krijgt naast een tijd ook een dagblok: alle dagen, maandag tot en met vrijdag, zaterdag en zondag, of één losse dag. Dat dagblok wordt vaak overgeslagen, waarna het programma alleen op de dag van instellen werkt.
Voer een inschakelmoment altijd samen met het bijbehorende uitschakelmoment in. Een programmaplaats waar alleen een aan-tijd in staat, laat het contact dicht tot een volgend programma hem toevallig opent. Loop na het invoeren alle programmaplaatsen nog één keer door en kijk of er geen halve regel tussen staat van een eerdere poging.
Veel modellen hebben nog twee handige functies. De willekeurige stand schuift de schakeltijden elke dag een aantal minuten heen en weer, wat bij aanwezigheidssimulatie natuurlijker oogt dan een lamp die elke avond op dezelfde minuut aanspringt. De aftelstand schakelt eenmalig na een ingestelde tijd, los van het weekschema. De resetknop achter het kleine gaatje wist het geheugen volledig, dus ook de kloktijd.
Een tijdschakelaar aansluiten zonder verrassingen
Een tijdschakelaar aansluiten kan op drie manieren, en de moeilijkheid loopt flink uiteen. Een stekkermodel steek je in het stopcontact en daar houdt het op. Een inbouwmodel komt in een inbouwdoos achter een afdekraam, op dezelfde plek waar nu een gewone schakelaar zit. Een schakelklok voor de DIN-rail komt in de meterkast op de rail, waar hij één of twee modules van 17,5 millimeter breed inneemt.
Bij inbouw loop je vaak tegen hetzelfde probleem aan: in een oude schakelaardoos ligt meestal geen nul. Een klok heeft voor zijn eigen elektronica of uurwerk zowel fase als nul nodig, dus zonder die nul werkt hij niet. Hoe de aders in zo'n doos lopen en welke ader de schakeldraad is, staat bij het aansluiten van een lichtschakelaar. Ligt er geen nul, dan blijft een stekkermodel of een klok in de meterkast over.
De klemmarkering verschilt per merk en serie, dus lees het schema op de zijkant van de behuizing. Wat overal geldt: de klok schakelt de fase en laat de nul doorlopen. Schakel je per ongeluk de nul, dan staat het armatuur ook in uitgeschakelde toestand nog onder spanning, en dat merkt de volgende persoon die de lamp vervangt. Sommige klokken hebben een potentiaalvrij contact, dat wil zeggen twee klemmen zonder eigen spanning. Daar moet je zelf een fase op zetten, anders schakelt het contact wel maar komt er niets doorheen.
Werk in de meterkast alleen achter de installatieautomaat van de groep waarop je aansluit, met die automaat uit en met de spanningsloosheid gecontroleerd op de plek waar je gaat werken. Alles vóór de hoofdzekering en achter het zegel van de netbeheerder is geen zelfklus. Welke aderdoorsnede bij welke groep en welke kabellengte past, zoek je op in onze draad- en kabelkiezer. Zet je een inbouwmodel op een nieuwe plek in de wand, dan houd je de gangbare hoogtes aan uit onze tabel met standaardmaten voor schakelaars en stopcontacten.
Controleer de spanningsloosheid met een tweepolige spanningszoeker. Een contactloze pen geeft ook signaal bij inductie van een naastliggende ader en zwijgt soms terwijl er wel spanning staat. In een meterkast met meerdere groepen is één uitgeschakelde automaat geen garantie dat de doos waarin je werkt spanningsloos is.
Wat je wel en niet achter een tijdschakelaar hangt
Op de behuizing staat wat het contact aankan, en dat is bijna nooit één getal. Er staat een waarde voor ohmse belasting, een lagere waarde voor inductieve belasting met een arbeidsfactor erbij, en op nieuwere modellen soms een aparte waarde voor led. Die drie verschillen omdat het contact bij elk type een andere belasting krijgt op het moment van in- of uitschakelen.
Led-verlichting is daarbij de lastigste. Elke driver heeft aan de ingang een condensator die bij het inschakelen in een paar milliseconden wordt volgeladen, en die stroompiek is een veelvoud van de stroom die de lamp daarna trekt. Eén of twee armaturen levert geen probleem op, maar bij een rij spots vallen alle pieken tegelijk. Het contact kan daardoor licht vastlassen of putjes krijgen, waarna het overgangsweerstand opbouwt en warm wordt.
De oplossing is niet een zwaardere klok maar een relais ertussen. Een installatierelais of magneetschakelaar neemt de belasting over en de klok stuurt alleen de spoel, die maar een fractie van een ampère trekt. Datzelfde geldt voor een elektrische boiler of een verwarmingselement: ohms van aard, maar met een vermogen dat een klein kloncontact dag in dag uit laat slijten.
Bij dimbare verlichting is de volgorde vast. De tijdschakelaar hoort vóór de dimmer in de voeding, nooit tussen de dimmer en de lamp. Wat er uit een dimmer komt is een afgeknipte sinus waar de elektronica van de klok niet mee overweg kan, en de dimmer zelf wil aan zijn ingang een gewone netspanning zien. Hoe zo'n dimmer zelf is aangesloten lees je bij het aansluiten van een dimmer. Springt de aardlekschakelaar eruit op precies het moment dat de klok inschakelt, dan zit het lek in de belasting erachter en niet in de klok; dat spoor volg je via een aardlekschakelaar die eruit blijft vliegen.
| Wat je schakelt | Waar het contact last van heeft | Wat werkt |
|---|---|---|
| Gloei- of halogeenlamp | Weinig, dit is een ohmse belasting met een korte piek | Rechtstreeks op de klok, binnen de opgegeven waarde |
| Een paar losse ledlampen | Per driver een korte, hoge inschakelstroom | Meestal rechtstreeks, tel wel het aantal drivers |
| Een rij led-armaturen op één kring | De pieken van alle drivers vallen op hetzelfde moment samen | Installatierelais ertussen, de klok stuurt alleen de spoel |
| Elektrische boiler of verwarmingselement | Groot vermogen dat elke dag opnieuw wordt geschakeld | Magneetschakelaar, en controleer de belasting van de groep |
| Vijverpomp, ventilator of andere motor | Aanloopstroom bij het inschakelen en een vonk bij het openen | Kijk naar de inductieve waarde, niet naar de ohmse |
| Dimbare verlichting | De dimmer heeft aan zijn ingang gewone netspanning nodig | Klok vóór de dimmer plaatsen, nooit tussen dimmer en lamp |
| Apparaat met eigen bediening en geheugen | Valt bij elke onderbreking terug naar de beginstand of naar stand-by | Alleen doen als het apparaat na spanningsloosheid zelf herstart |
| Koelkast, vriezer of aquariumverwarming | Elke onderbreking kost temperatuur en belast de compressor | Niet achter een tijdschakelaar hangen |
De standen aan, uit en automatisch
Bijna elke tijdschakelaar heeft naast het schema een handbediening, en die overrulet het programma volledig. Op een stekkermodel is dat een klein schuifje met aan de ene kant een streep of het cijfer één, en aan de andere kant een kloksymbool. In de stand met de streep staat er permanent spanning op de uitgang en doet de schijf niets meer.
Bij digitale modellen heet diezelfde keuze meestal aan, uit en automatisch, en loop je er met één knop doorheen. Er zit vaak nog een vierde mogelijkheid in: een tijdelijke omschakeling die geldt tot het eerstvolgende schakelmoment van het programma, waarna de klok het vanzelf weer overneemt. Dat is de nette manier om een lamp een avond langer aan te laten zonder het schema aan te passen.
Verwar dit niet met een schakelaar die één toestel in meerdere standen zet, zoals een driestandenschakelaar voor een ventilator. Een tijdschakelaar heeft één contact dat open of dicht is. Wil je twee kringen los van elkaar op tijd sturen, dan heb je een klok met twee kanalen nodig of twee losse klokken, net zoals een serieschakelaar twee groepen lampen apart bedient.
Het schuifje in de handstand laten staan is de meest gemaakte fout bij het instellen. Het schema is dan keurig ingevoerd, de klok loopt, en er gebeurt niets of juist alles. Maak er een gewoonte van om als laatste handeling de stand te controleren voordat je de kap dichtdoet.
Gangreserve, stroomuitval en de overgang naar zomertijd
Een mechanische klok wordt aangedreven door een klein motortje dat meeloopt op de netfrequentie. Valt de spanning weg, dan staat de schijf stil en loopt hij daarna precies de duur van de onderbreking achter. Een korte spanningsdip merk je niet, maar een uur zonder stroom betekent dat je hele schema een uur is opgeschoven.
Modellen met gangreserve hebben een oplaadbare cel die het uurwerk doorlaat lopen. Dat houdt de tijd kloppend, maar schakelen doet zo'n klok tijdens de onderbreking niet: er is immers geen spanning om door te geven. De reservetijd loopt per model sterk uiteen en staat in de handleiding. Een cel die jarenlang leegloopt en weer volloopt verliest capaciteit, dus bij een oudere klok die na elke stroomonderbreking achterloopt is de cel meestal op.
Digitale klokken bewaren de programma's in geheugen en houden de tijd bij op een batterij. Raakt die batterij leeg, dan is bij de meeste modellen alles weg, inclusief de kloktijd. Schrijf het schema daarom ergens op, dan is opnieuw invoeren tien minuten werk in plaats van een puzzel.
De overgang naar zomertijd is bij een mechanische klok handwerk. In het voorjaar draai je de schijf een uur vooruit. In het najaar moet de tijd een uur terug, maar terugdraaien is bij veel uurwerken juist niet de bedoeling: draai dan drieëntwintig uur door met de klok mee tot je op de goede tijd uitkomt. Digitale modellen hebben vaak een zomertijdknop of schakelen automatisch om.
Plak een klein etiketje aan de binnenkant van de meterkastdeur met de ingestelde tijden en de datum waarop je ze hebt gezet. Na een stroomonderbreking of een lege batterij hoef je dan niet opnieuw te bedenken wat het schema ook alweer was.
Schakeltijden kiezen per toepassing
De techniek van het instellen is voor elke toepassing gelijk, de keuze van de tijden niet. Wat er achter de klok hangt bepaalt of een vaste tijd werkt of dat je iets nodig hebt dat met de seizoenen meebeweegt.
Buitenverlichting is daar het duidelijkste voorbeeld. Een vaste inschakeltijd van 17:00 klopt in december en is in juni twee uur te vroeg. Een astronomische klok of een schemerschakelaar volgt de zon vanzelf, terwijl een gewone dagklok vier keer per jaar bijstellen vraagt. Hoeveel vermogen je aan een groep kunt hangen als er verlichting en verwarming bij komt, reken je uit met onze calculator voor het vermogen per groep.
Bij apparatuur speelt iets anders: niet elke belasting vindt onderbreken prettig. Een vijverfilter dat 's nachts urenlang uitstaat verliest zijn bacteriecultuur, want die leeft van de doorstroming. Aquariumverlichting werkt juist wel goed op een blok van acht tot tien uur, omdat een langere brandtijd vooral algengroei in de hand werkt. Meer voorbeelden van wat er aan schakelmateriaal in en om het huis bij komt kijken, staan in ons overzicht van elektra in en om het huis.
| Toepassing | Wat je instelt | Waar je op let |
|---|---|---|
| Buitenverlichting aan de gevel | Aan rond zonsondergang, uit als je gaat slapen | Een vaste tijd loopt met de seizoenen uit de pas |
| Kerstverlichting | Een blok in de namiddag en avond | Veel kleine voedingen samen geven een forse inschakelpiek |
| Elektrische boiler | Opwarmen buiten de piekuren, uit in de rest van de dag | Schakelen via een magneetschakelaar en de groep vooraf natrekken |
| Vijverpomp met filter | Doorlopend in de zomer, kortere perioden in het najaar | Een filter dat lang stilstaat verliest zijn bacteriecultuur |
| Aquariumverlichting | Een aaneengesloten blok van acht tot tien uur | Langer branden geeft meer algen, geen betere plantengroei |
| Elektrische handdoekradiator | Aan een uur voor het opstaan, uit na het douchen | Groot vermogen op een gedeelde groep vraagt om een berekening |
| Ventilator in de badkamer | Nalooptijd na gebruik, geen dagschema | Hier past een nalooprelais beter dan een schakelklok |
| Aanwezigheidssimulatie tijdens vakantie | Wisselende tijden, liefst met de willekeurige stand | Een lamp die elke avond op dezelfde minuut aangaat valt juist op |
Zo stel je een tijdschakelaar in
Deze volgorde werkt voor een stekkermodel en met dezelfde stappen voor een klok in de meterkast.
-
Kies de uitvoering die bij de klus past
Wil je elke weekdag een andere tijd, dan heb je een weekklok of een digitaal model nodig. Moet het licht met de zon meeschuiven, dan is een astronomische klok of een schemerschakelaar de betere keuze. Een dagklok met segmenten is prima voor een schema dat het hele jaar hetzelfde blijft.
-
Maak spanningsloos voordat je gaat aansluiten
Bij een inbouwmodel of een klok voor de DIN-rail schakel je de betreffende groep uit en controleer je met een tweepolige spanningszoeker of er echt geen spanning meer staat, op de plek waar je gaat werken. Werk uitsluitend achter de installatieautomaat; het deel vóór de hoofdzekering is van de netbeheerder.
-
Sluit aan volgens het schema op de behuizing
Fase en nul komen op de klemmen die de fabrikant daarvoor markeert, en de geschakelde ader gaat naar de belasting. De klok schakelt de fase en niet de nul, ook al werkt het bij verwisseling ogenschijnlijk gewoon. Heeft de klok een potentiaalvrij contact, zet daar dan zelf een fase op. Voor een lamp die je erachter hangt is de bedrading hetzelfde als bij een lamp op een schakelaar aansluiten.
-
Zet de klok en de dag op de werkelijke tijd
Draai bij een mechanisch model de schijf met de klok mee tot de huidige tijd bij het pijltje staat, en let erop dat je de 24-uursschaal goed leest. Bij een digitaal model voer je eerst de weekdag en de tijd in en pas daarna de programma's. Dit is de stap die het vaakst wordt overgeslagen.
-
Leg de schakeltijden vast
Zet de segmenten om in de stand die de wijzerplaat als inschakelen aanwijst, of plaats de pinnen paarsgewijs met minstens één gaatje tussen aan en uit. Bij een digitaal model voer je per programma zowel de aan- als de uit-tijd in, plus het dagblok waarop het moet gelden.
-
Zet de schakelaar in de automatische stand
Schuif het knopje van de handbediening naar het kloksymbool of naar de stand automatisch. Blijft hij in de stand permanent aan of permanent uit staan, dan gebeurt er met je hele schema niets. Doe deze controle als laatste, voordat je de kap of de afdekplaat sluit.
-
Controleer één schakelmoment
Draai bij een mechanische klok de schijf voorzichtig met de klok mee tot vlak voorbij het eerste inschakelmoment en kijk of de lamp aangaat. Zet daarna de werkelijke tijd terug. Bij een digitaal model gebruik je de handstand om te zien of de uitgang schakelt, en zet je hem daarna weer op automatisch.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je de kast sluit
Veelgemaakte fouten
Het schema instellen en de handbediening vergeten
Wat hier misgaat is puur volgorde. De handbediening zit elektrisch parallel aan of in plaats van het klokcontact en heeft altijd voorrang. Staat het schuifje op permanent aan, dan brandt de lamp dag en nacht terwijl de schijf keurig rondloopt. Controleer de stand als laatste handeling.
De actuele tijd op de verkeerde helft van de schaal zetten
Een dagklok telt van 0 tot 24 en maakt in een etmaal één ronde. Zet je acht uur 's avonds bij het cijfer 8 in plaats van bij 20, dan is het hele schema precies twaalf uur verschoven. Het effect merk je pas een dag later, en dan lijkt de klok defect terwijl er alleen verkeerd is afgelezen.
De wijzerplaat tegen de draairichting in terugdraaien
Het uurwerk achter de schijf is een tandwieltrein die in één richting wordt aangedreven. Terugdraaien zet de tanden onder druk vanuit de verkeerde kant, en bij een goedkoop mechaniek slaat er dan een tand over. Kom je te ver, draai dan door tot je opnieuw op de goede tijd uitkomt.
Alleen een inschakelpin plaatsen
Bij een klok met losse pinnen bestaat er geen automatisch einde aan een periode. De pin duwt de voeler weg en het contact blijft dicht tot een andere pin hem loslaat. Zonder uitschakelpin blijft de belasting dus dag en nacht ingeschakeld, ook al staat er maar één pin op de schijf.
Twee pinnen te dicht bij elkaar zetten
Het mechaniek heeft een stukje weg nodig om het contact volledig over te halen. Staan de aan- en uitpin in twee naastliggende gaatjes, dan komt het contact halverwege terug en krijg je hooguit een tik. Houd minstens één gaatje ruimte, of gebruik voor korte tijden een digitale klok met een stap van een minuut.
De nul schakelen in plaats van de fase
De lamp gaat gewoon uit, dus het lijkt goed. Wat er werkelijk gebeurt is dat het armatuur onder spanning blijft staan terwijl het uitgeschakeld lijkt. De volgende die een lamp vervangt zonder de groep uit te zetten, komt daar op een onprettige manier achter. Fase en nul horen op de daarvoor gemarkeerde klemmen.
Een rij led-armaturen rechtstreeks op een klein contact zetten
Elke driver laadt bij het inschakelen zijn ingangscondensator in enkele milliseconden vol, en dat geeft een stroompiek die vele malen hoger ligt dan de bedrijfsstroom. Bij één armatuur valt dat weg, bij twaalf vallen alle pieken samen. Het contact last licht vast of krijgt putjes, waarna het warm gaat lopen.
De tijdschakelaar achter de dimmer plaatsen
Aan de uitgang van een dimmer staat geen gewone sinus maar een afgeknipte golfvorm. De elektronica of het motortje van de klok kan daar niet mee overweg en loopt onregelmatig of helemaal niet. Zet de klok in de voeding vóór de dimmer, dan krijgen beide apparaten waar ze voor gemaakt zijn.
Veelgestelde vragen
Hoe stel ik een tijdschakelaar in?
In drie handelingen. Zet eerst de klok op de werkelijke tijd, bij een mechanisch model door de schijf met de klok mee te draaien tot de huidige tijd bij het pijltje staat. Leg daarna de schakeltijden vast met segmenten, pinnen of programma's, waarbij elk inschakelmoment een uitschakelmoment krijgt. Zet als laatste het schuifje van de handbediening op de automatische stand, anders doet het schema niets.
Hoe werkt een tijdschakelaar instellen met losse pinnetjes?
De pinnen gaan paarsgewijs in de gaatjes langs de rand van de schijf: één pin schakelt in en één schakelt uit. Welke van de twee je vasthebt, zie je aan de kleur, de vorm of de rij waarin hij hoort. Houd minstens één gaatje tussen de aan- en de uitpin, want anders krijgt het contact de tijd niet om over te gaan. Plaats je alleen een inschakelpin, dan blijft de belasting continu ingeschakeld.
Hoe moet ik een tijdschakelaar aansluiten?
Een stekkermodel steek je in het stopcontact. Een inbouwmodel of een klok voor de DIN-rail sluit je aan volgens het schema op de behuizing: fase en nul op de gemarkeerde voedingsklemmen, en de geschakelde ader naar de belasting. De klok schakelt de fase en laat de nul doorlopen. Werk met de groep uitgeschakeld en controleer de spanningsloosheid, en blijf achter de installatieautomaat. Hoe de aders in een schakelaardoos lopen, zie je bij het aansluiten van een wisselschakelaar.
Waarom schakelt mijn tijdschakelaar niet op de ingestelde tijd?
Loop drie dingen na. Klopt de kloktijd nog, of loopt hij achter door een eerdere stroomonderbreking? Staat de tijd op de goede helft van de 24-uursschaal, dus 20 uur bij het cijfer 20 en niet bij de 8? En staat de handbediening op automatisch in plaats van op permanent aan of uit? In verreweg de meeste gevallen zit het in een van deze drie en niet in het schema zelf.
Hoe zet ik een tijdschakelaar op zomertijd?
Bij een mechanisch model draai je in het voorjaar de schijf een uur vooruit, altijd met de klok mee. In het najaar moet de tijd een uur terug, maar terugdraaien belast het uurwerk verkeerd; draai in plaats daarvan drieëntwintig uur door tot je op de goede tijd uitkomt. Digitale modellen hebben meestal een knop voor zomertijd of schakelen zelf om, wat in de handleiding bij de klokinstelling staat.
Hoeveel watt mag er achter een tijdschakelaar hangen?
Dat staat op de behuizing en het is bijna nooit één getal. Er staat een waarde voor ohmse belasting zoals een gloeilamp of een verwarmingselement, en een lagere waarde voor inductieve belasting zoals een motor. Nieuwere modellen noemen apart wat ze aan led aankunnen. Reken met de kolom die bij jouw belasting hoort en niet met het hoogste getal. Hangt er meer aan de groep, controleer die dan met onze calculator voor vermogen per groep.
Kan ik ledverlichting op een tijdschakelaar zetten?
Een paar armaturen gaat prima. Het probleem ontstaat bij aantallen, want elke driver trekt bij het inschakelen kortstondig een veelvoud van zijn bedrijfsstroom om de ingangscondensator te laden. Bij een hele rij vallen die pieken samen en kan het kloncontact licht vastlassen of putjes krijgen. Zet in dat geval een installatierelais of magneetschakelaar tussen de klok en de verlichting: de klok stuurt dan alleen de spoel.
Wat betekenen de standen met een streep, een nul en een kloksymbool?
De streep of het cijfer één is permanent ingeschakeld, de nul is permanent uitgeschakeld en het kloksymbool betekent dat de klok het overneemt. Digitale modellen noemen die drie meestal aan, uit en automatisch, en hebben er soms een vierde bij die tot het volgende schakelmoment geldt. Voor een werkend schema hoort de schakelaar altijd in de automatische stand te staan.
Loopt de tijdschakelaar door bij stroomuitval?
Alleen als hij gangreserve heeft. Een mechanisch uurwerk draait mee op de netspanning, dus zonder stroom staat de schijf stil en loopt hij daarna precies de duur van de onderbreking achter. Een model met gangreserve houdt de tijd bij op een oplaadbare cel, maar schakelen doet hij ondertussen niet. Een digitale klok bewaart de programma's in geheugen; is de batterij op, dan ben je meestal alles kwijt, inclusief de kloktijd.
Kan ik een tijdschakelaar in een wisselschakeling of hotelschakeling opnemen?
Rechtstreeks in de schakeldraad werkt dat niet zoals je verwacht: de klok kan de lamp wel uitschakelen, maar dan werken de schakelaars in de kamer ook niet meer. De nette oplossing is een impulsrelais of installatierelais dat door zowel de klok als de drukknoppen wordt aangestuurd. Hoe zo'n schakeling vanaf twee of meer plaatsen is opgebouwd, staat bij een hotelschakeling vanaf drie plaatsen.
Waarom valt de aardlekschakelaar eruit zodra de tijdschakelaar inschakelt?
Dan zit het lek in de belasting erachter en niet in de klok. Bij het inschakelen komt er spanning op een armatuur of apparaat dat een isolatiefout heeft, bijvoorbeeld vocht in een buitenlamp of een aangetast snoer. Sluit de belasting los aan en kijk of de aardlekschakelaar dan wel blijft staan. Ook de filtercondensatoren van led-drivers geven bij het inschakelen een korte lekstroom naar aarde, en bij veel drivers samen telt dat op.
Wat doe ik als de pinnetjes van mijn schakelklok kwijt zijn?
Bestel ze bij op merk en serienummer, dat staat op de zijkant van de klok. Pinnen zijn tussen merken niet uitwisselbaar omdat de gaatjesmaat, de hoogte en de vorm van de kop verschillen, en een pin die te laag is duwt de voeler niet ver genoeg weg. Zijn ze niet meer leverbaar, dan is vervangen door een digitale schakelklok voor de DIN-rail meestal goedkoper dan blijven zoeken.
Wanneer je beter een vakman belt
Het instellen van een tijdschakelaar en het verwisselen van een stekkermodel doe je zonder hulp. Er zijn drie momenten waarop het verstandig is om iemand met de juiste kennis erbij te halen.
Het eerste is werk in de meterkast waarbij je een groep moet aftakken of een nieuwe rail moet bijplaatsen. Alles vóór de hoofdzekering en achter het zegel van de netbeheerder is sowieso geen zelfklus, en ook achter de automaat geldt dat een kast die vol zit en waar geen schema bij hangt geen plek is om te improviseren.
Het tweede is een vaste aansluiting met groot vermogen, zoals een elektrische boiler of elektrische bijverwarming die je op tijd wilt laten schakelen. Daar hoort een magneetschakelaar bij en soms een eigen groep, en de vraag of de bestaande groep het aankan is een rekensom die verder gaat dan het optellen van watts.
Het derde is een installatie waar je de bedrading niet van kunt lezen. Ligt er in de schakelaardoos geen nul, zitten er kleuren in die niet meer kloppen met de huidige afspraken, of loopt er een schakeling doorheen die je niet herkent, dan is een uur van een installateur goedkoper dan een middag proberen. Een klok die verkeerd in de nul is opgenomen laat een armatuur onder spanning staan terwijl het uit lijkt, en dat is precies het soort fout dat pas jaren later iemand raakt.