Dubbele schakelaar aansluiten: welk type je hebt en waar elke draad hoort
Een dubbele schakelaar heeft altijd dezelfde opbouw: de bruine fase komt binnen op de klem met een P of een L, en vanaf de twee schakelcontacten loopt een zwarte draad naar elke lamp. Blauw en groengeel komen nooit op de schakelaar maar gaan in een lasklem naar beide lampen door. Het enige echte verschil tussen de types zit in de fase: bij een serieschakelaar is die intern doorverbonden, bij een dubbele wisselschakelaar zijn de twee helften gescheiden en moet je de fase zelf naar de tweede L-klem doorlussen.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Spanningszoeker of een tweepolige spanningstester
- Multimeter of doorbelzoemer om draden uit te zoeken
- Kruiskopschroevendraaier PZ1 en PZ2
- Kleine platte schroevendraaier van 2,5 mm voor de klemmen
- Striptang of een mesje met vaste stripdiepte
- Kniptang
- Waterpas of een kleine kruislijnlaser voor het rechtzetten van de inbouwdoos
Materiaal
- Dubbele schakelaar met bijbehorende afdekplaat en centraalplaat
- Installatiedraad 1,5 mm2 bruin, blauw, zwart en groengeel
- Lasklemmen, bij voorkeur steek- of hefboomklemmen
- Aderendhulzen als je met soepele draad werkt
- Isolatietape of losse lasklemmen om onbekende draden veilig af te dekken
- Eventueel een opbouwdoos bij montage op een muur zonder inbouwdoos
Welke dubbele schakelaar heb je in je hand?
Onder de naam dubbele schakelaar liggen in het schap minstens vier verschillende dingen, en die sluit je niet allemaal hetzelfde aan. Welke soorten er zijn en waar ze voor bedoeld zijn, lees je in ons overzicht van de schakelaartypen en hun schema's. Wie dat verschil overslaat, staat vaak een uur te puzzelen op een klemmenblok dat gewoon logisch in elkaar zit.
Voor gewoon huis-tuin-en-keukengebruik zijn er twee die ertoe doen. De eerste is de serieschakelaar, ook wel dubbele wipschakelaar genoemd. Die heeft een gemeenschappelijk fasecontact en twee schakelcontacten, dus drie of vier klemmen in totaal. De tweede is de dubbele wisselschakelaar, in de handel vaak aangeduid als wissel-wissel. Die bestaat uit twee volledig gescheiden schakelaars in een enkel frame, met zes klemmen.
Een wissel-wissel kun je prima voor twee losse lampen gebruiken, maar je moet er dan zelf de fase naar de tweede helft doorlussen. Een serieschakelaar kun je omgekeerd niet voor een hotelschakeling vanaf twee punten inzetten, want de contacten schakelen aan en uit in plaats van tussen twee draden om. Dat is meteen de belangrijkste keuze die je vooraf maakt.
| Type | Waar je hem aan herkent | Waarvoor je hem gebruikt | Hoe de fase erin gaat |
|---|---|---|---|
| Serieschakelaar, dubbele wipschakelaar | Drie of vier klemmen, een daarvan gemarkeerd met P of L | Twee lampen vanaf een punt los schakelen | Een bruine draad op P, de twee helften delen dat contact intern |
| Dubbele wisselschakelaar, wissel-wissel | Zes klemmen, twee ervan gemarkeerd met L of P en diagonaal geplaatst | Twee losse lampen, of twee hotelschakelingen in een frame | Bruin op beide L-klemmen, je lust zelf door |
| Dubbelpolige schakelaar | Twee ingaande en twee uitgaande klemmen per helft | Buitenverlichting en tuinaansluitingen, schakelt fase en nul samen | Fase en nul lopen allebei door de schakelaar heen |
| Dubbele schakelaar met controlelampje | Extra klem voor blauw, meestal gemarkeerd met N | Binnen zien of het buitenlicht brandt | Bruin op L, plus een aftakking blauw naar de N-klem |
| Dubbele trekschakelaar | Opbouwmodel met twee koorden, vaak spatwaterdicht | Badkamer, zolder, plekken zonder ruimte voor een wandschakelaar | Meestal als serieschakelaar bedraad, controleer het schema |
| Dubbele pulsdrukker | De wip veert terug naar het midden, blijft niet staan | Impulsrelais, centrale dimmers, domotica | Fase op het gemeenschappelijke contact |
Schakel de groep uit voordat je de oude schakelaar uit de doos trekt. In een inbouwdoos met een dubbele schakelaar zitten vrijwel altijd meerdere zwarte draden, en op minstens een daarvan staat spanning zodra de groep aan is. Controleer met een spanningszoeker of het echt dood is en dek losse aders af met een lasklem voordat je de groep weer inschakelt.
Het aansluitschema van een dubbele schakelaar in gewone taal
Het schema is simpeler dan de zes gaatjes achterop doen vermoeden. Er gaat maar een draad de schakelaar in en er komen er twee uit. De bruine fase vanuit de groep komt binnen op de klem met P of L, en vanaf de twee schakelcontacten loopt per lamp een zwarte schakeldraad naar het lichtpunt.
De nul en de aarde komen niet op de schakelaar. Die splits je in de inbouwdoos of de lasdoos met een lasklem: de blauwe uit de voeding krijgt twee blauwe aftakkingen naar de beide lampen, en de groengele krijgt er net zo twee. Aan de lamp zelf sluit je blauw en zwart op de fitting aan, en groengeel op de aardklem van het armatuur als die er is. Hoe je dat aan de lampzijde netjes afmaakt, staat in de uitleg over een lamp aansluiten op een lichtpunt.
De veelgemaakte denkfout is dat de tweede lamp ook een eigen voedingsdraad nodig heeft. Dat is niet zo. Beide lampen halen hun fase via dezelfde bruine toevoer, die in de schakelaar over twee contacten wordt verdeeld. Ontbreekt er iets in dit rijtje, dan is dat vrijwel altijd de tweede zwarte schakeldraad en niet de voeding.
| Draad | Kleur | Waar hij heen gaat |
|---|---|---|
| Fase vanuit de groep | Bruin, in oudere installaties soms zwart of rood | Op de P- of L-klem van de schakelaar |
| Schakeldraad naar lamp 1 | Zwart | Op het eerste schakelcontact |
| Schakeldraad naar lamp 2 | Zwart | Op het tweede schakelcontact |
| Nul naar beide lampen | Blauw | In een lasklem in de doos, nooit op de schakelaar |
| Aarde naar beide lampen | Groengeel | In een lasklem, en naar de aardklem van het armatuur |
| Nul voor een controlelampje | Blauw | Extra aftakking uit dezelfde lasklem naar de N-klem |
| Onderlinge draden van een hotelschakeling | Zwart, twee stuks per helft | Op de twee wisselcontacten van dezelfde helft |
Fotografeer de achterkant van je oude schakelaar en de doos met alle draden erin voordat je iets losmaakt. Op de achterzijde van vrijwel elke dubbele schakelaar staat het schema geprint of gegoten, en dat plaatje is bij twijfel altijd betrouwbaarder dan een schema dat je ergens anders vandaan haalt.
Fase doorlussen, of dat juist niet hoeven
Hier zit het verschil dat de meeste mensen een avond kost. Bij een serieschakelaar zijn de twee schakelhelften intern verbonden met een gemeenschappelijk fasecontact. Je sluit dus een bruine draad aan op de klem met P en beide lampen krijgen daarmee hun spanning. Een tweede voedingsdraadje toevoegen kan bij zo'n schakelaar meestal niet eens, want er is simpelweg geen klem voor.
Bij een dubbele wisselschakelaar ligt het andersom. De twee helften zijn volledig van elkaar gescheiden, precies zoals bij twee losse schakelaars die toevallig in een frame zitten. Wil je er twee lampen mee schakelen, dan moet er bruin op de L-klem van de linkerhelft en bruin op de L-klem van de rechterhelft. Die verbinding maak je zelf.
Wij lussen dat liefst door met een lasklem in de doos in plaats van met twee draden in een enkele klem van de schakelaar. Veel klemmen bieden fysiek ruimte voor twee aders, maar niet elke serie is voor doorlussen gemaakt en het staat er zelden duidelijk bij. Met een lasklem heb je een verbinding die je kunt zien en losnemen, en de schakelaar blijft vervangbaar zonder dat je de hele doos overhoop haalt. Dezelfde afweging speelt bij het doorlussen van stopcontacten in een rij.
Twee hotelschakelingen in een frame
Zit er in de hal een dubbele wipper aan beide kanten van de gang, dan schakel je twee lampen elk vanaf twee plekken. Per lichtpunt hoort de fase dan maar aan een kant op de L, en aan de andere kant komt de lampdraad op de L. Daartussen lopen twee onderlinge schakeldraden. Bruin sluit je dus nooit aan op de helft die aan de lampzijde zit. De volledige bedrading en de valkuilen staan in de uitleg over een wisselschakelaar aansluiten.
Wippen die nooit gelijk staan
Bij twee wisselschakelingen op een dubbel element gebeurt het dat de twee wippen bij uitgeschakeld licht half omhoog en half omlaag staan. Dat is geen fout in de bedrading maar een gevolg van de manier waarop de schakeldraden zijn aangesloten. Wissel op een van de twee schakelaars de twee schakeldraden van een paar om en de wippen van dat element staan weer gelijk. Volledig gelijk met de schakelaar aan de andere kant van de gang krijg je het nooit, want een wisselschakeling heeft geen vaste ruststand.
Per merk verschilt vooral waar de fase-klem zit
De werking is bij alle merken hetzelfde, alleen de plaats en de markering van de klemmen lopen uiteen. Dat is precies wat mensen op het verkeerde been zet: het klemmenblok van een Gira ziet er heel anders uit dan dat van een Jung, terwijl je er hetzelfde mee doet. Kijk daarom altijd eerst naar het symbooltje bij de klem en niet naar de plek waar je hem verwacht.
Bij Jung tref je op de achterkant driehoekjes aan in plaats van letters. Een zwart driehoekje met de punt naar beneden is een ingang, een wit driehoekje met de punt omhoog is een uitgang, en de driehoek met de letter L erbij is de fase van die helft. Sluit je bruin aan op beide driehoeken met een L, dan werken beide wippen. De overgebleven driehoeken laat je bij een gewone dubbele schakeling gewoon leeg.
Kopp werkt met twee kleursets contacten: een set witte en een set zwarte. Elke set is een complete schakelaar. Binnen zo'n set is het middelste gat de L en zijn de twee andere de wisselcontacten. Wie de twee schakeldraden van een hotelschakeling per ongeluk over beide kleursets verdeelt, krijgt een lamp die aan blijft of maar even knippert. Alles wat bij een lichtpunt hoort, hoort in dezelfde kleur.
| Merk en type | Wat je op de achterkant ziet | Waar de fase op moet | Waar de schakeldraden op gaan |
|---|---|---|---|
| Gira wissel-wissel tastschakelaar | Twee gescheiden circuits, drie klemmen boven en drie onder | De middelste klem van elke helft, bruin op beide doorlussen | De bovenste en onderste klem, bij een gewone lamp maakt boven of onder niet uit |
| Jung dubbele wipschakelaar | Zwarte en witte driehoekjes, twee ervan met de letter L | Bruin op de zwarte driehoek met L en op de witte driehoek met L | Elke zwarte draad op een vrije driehoek van de bijbehorende helft |
| Berker dubbele wisselschakelaar | Zes genummerde klemmen, twee ervan gemerkt met L | Bruin op de ene L, daarvandaan een draadje naar de andere L | Een zwarte draad bij de ene L, de andere zwarte bij de tweede L |
| Kopp wissel-wissel | Een set witte en een set zwarte contacten, drie per set | Het middelste contact van de set, per kleur apart | De twee buitenste contacten van dezelfde kleurset |
| Serieschakelaar van elk merk | Een klem met P, daarnaast twee losse contacten | Een bruine draad op P, meer is er niet nodig | Elke zwarte draad op een van de twee losse contacten |
| Opbouwschakelaar en trekschakelaar | Schroefklemmen op een sokkel, opdruk P of L | Bruin op P of L | Zwarte draden op de genummerde uitgangen |
Is de opdruk versleten of zit er geen schema meer op? Meet de schakelaar dan door met een doorbelzoemer terwijl hij nog los in je hand ligt. De klem die in beide standen contact maakt met een van de andere klemmen is de fase. Dat kost twee minuten en werkt bij elk merk.
Twee lampen aansluiten op een dubbele schakelaar
De meestgevraagde toepassing is twee lampen aansluiten op een dubbele schakelaar, bijvoorbeeld een plafondlamp en een tl-bak in de garage die je los wilt kunnen bedienen. Dat werkt goed, zolang beide lichtpunten op dezelfde groep zitten en er vanaf de schakelaar naar elk lichtpunt een eigen zwarte draad loopt.
Loopt er nu maar een lamp op dat punt, dan mis je vrijwel altijd precies een ding: de tweede schakeldraad. Ligt er een lege buis naar het tweede lichtpunt, dan trek je die er los doorheen. Zit alles ingestort en kun je nergens bij, dan is een tweede leiding een fors karwei en is een schakelaar met drie standen op een bestaande leiding soms een praktischer route.
Zit er wel een tweede lichtpunt maar heb je geen zwarte aders, alleen bruin, blauw en groengeel, dan is er ooit met een gewone installatiekabel gewerkt. Gebruik in dat geval de bruine ader als schakeldraad naar de lamp en markeer beide uiteinden met zwarte krimpkous of tape. Wat je nooit doet, is de groengele ader inzetten als schakeldraad. Aarde is aarde, ook als hij toevallig vrij ligt, en de volgende die de doos opent gaat ervan uit dat er geen spanning op staat.
Zitten de twee lichtpunten op verschillende groepen, sluit ze dan niet op een dubbele schakelaar aan. Je hebt dan twee verschillende fases in een doos en in het ergste geval staat er nog spanning op het ene deel terwijl je het andere hebt uitgeschakeld. Breng de lichtpunten eerst op dezelfde groep of gebruik twee losse schakelaars.
Opbouw, buiten en de dubbele wandschakelaar
Op een muur zonder inbouwdoos gebruik je een opbouwmodel. Een dubbele wandschakelaar aansluiten in opbouw gaat precies zo als bij een inbouwvariant, alleen zit de klemmenstrook op een sokkel die je eerst op de muur schroeft. Werk de kabelinvoer altijd via de daarvoor bedoelde tule of wartel af, want een kabel die door een uitgebroken gat naar binnen komt, wordt bij de eerste keer trekken uit de klem gerukt.
Voor een dubbele buitenschakelaar geldt hetzelfde schema, met twee aandachtspunten. Het materiaal moet spatwaterdicht zijn, dus met een opdruk van IP44 of hoger, en de kabelinvoer moet van onderaf gebeuren zodat regenwater niet mee naar binnen loopt. Loopt er buiten ook een tuinaansluiting mee, dan is een dubbelpolige uitvoering het overwegen waard: die schakelt fase en nul tegelijk uit, waardoor een aardsluiting in een natte tuin niet de hele aardlekschakelaar met andere groepen eronder meeneemt.
De montagehoogte van een dubbele wandschakelaar is geen voorschrift maar wel een gewoonte waar je beter niet van afwijkt, want een schakelaar op een afwijkende hoogte valt jarenlang op. De gangbare maten voor schakelaars, stopcontacten en aansluitpunten vind je in ons overzicht van standaardmaten in huis.
Een dubbele trekschakelaar in de badkamer
Een dubbele trekschakelaar met twee koorden is in een badkamer of op zolder een praktische oplossing, omdat je hem met natte handen zonder metalen wip bedient. Elektrisch is het gewoon een serieschakelaar in een opbouwsokkel: bruin op P, twee zwarte draden naar de twee verbruikers.
De situatie die de meeste vragen oplevert, is de wasmachine en de droger die samen in de badkamer moeten. Daar zit vaak al een enkele trekschakelaar voor een apparaat. De verleiding is dan groot om die te vervangen door een dubbele en er twee apparaten op te hangen, maar dan hangen beide apparaten alsnog op dezelfde leiding en dezelfde groep. Een wasmachine en een droger die tegelijk verwarmen, trekken samen zo veel dat de zekering het niet vol houdt.
De nette oplossing is een tweede leiding naar de meterkast met een eigen groep. Of dat kan zonder het plafond open te breken, hangt volledig af van de bestaande buizen: zit er een lege buis naast, dan valt het mee, en anders wordt het hak- en breekwerk. Wil je vooraf weten wat er op je bestaande groep nog bij kan, reken het dan door met onze calculator voor het aantal watt per groep.
De was-nul-droog schakelaar als tussenoplossing
Lukt een tweede groep niet, dan is er een omschakelaar met drie standen die in de handel bekendstaat als was-nul-droog schakelaar. Die geeft in de ene stand spanning aan de wasmachine, in de middenstand aan geen van beide en in de andere stand aan de droger. Beide apparaten tegelijk draaien kan er niet mee, en bij apparaten met elektronische bediening springt het programma bij het omschakelen terug of stopt het. Voor een badkamer waar niets anders mogelijk is, is het een werkbare noodgreep, maar het blijft een omweg om een leiding die er niet ligt. Voor een vaste aansluiting van een apparaat gelden dezelfde overwegingen als bij het aansluiten van een vaatwasser op een eigen groep.
In een badkamer geldt een zone-indeling. Vlak boven en rond bad en douche mag geen schakelmateriaal zitten, en een trekschakelaar op de rest van de plafond- of wandzone moet spatwaterdicht zijn. Twijfel je over de afstand tot de douche, houd dan aan dat schakelmateriaal buiten het gebied hoort dat je vanuit bad of douche kunt aanraken.
Een dubbele schakelaar met lampje
Een dubbele schakelaar met lampje is er in twee smaken die er van buiten hetzelfde uitzien. Bij een oriëntatielampje brandt het lampje als de schakelaar uit is, zodat je het knopje in het donker terugvindt. Bij een controlelampje brandt het juist als het aangesloten licht aan is, en dat is wat je wilt als je binnen wilt kunnen zien dat het buitenlicht nog brandt.
Voor een controlelampje heb je vrijwel altijd een nul in de inbouwdoos nodig, en die is er niet altijd. Ligt er wel blauw, dan is het eenvoudig: neem een extra stukje blauw installatiedraad mee in de bestaande lasklem en sluit dat aan op de klem die met N gemarkeerd staat. Zit de lasklem al vol, neem dan een grotere in plaats van twee aders in een gat te wringen.
Zit er geen blauw in de doos, dan zijn er varianten die zonder nul werken en hun stroompje via de aangesloten lamp halen. Bij ledlampen geeft dat vaak nagloeien of zacht knipperen, omdat het lekstroompje genoeg is om de driver te laten opstarten. Datzelfde verschijnsel zie je bij dimmers, en de aanpak ervoor staat in de uitleg over een dimmer aansluiten op ledverlichting.
Er brandt maar een lamp: zo zoek je de fout
Het meest voorkomende beeld na het aansluiten is dat de ene lamp keurig werkt en de andere niets doet. Dat de schakelaar het probleem is, is dan meestal de eerste gedachte en bijna nooit de oorzaak. Werk het rijtje van achter naar voren af, dan sta je binnen een kwartier op de plek waar het misgaat.
Begin met de twee zwarte draden op de schakelaar omwisselen, met de groep uit. Blijft dezelfde lamp uit, dan zit de fout niet in de schakelaar maar in de bedrading of het armatuur. Verhuist het probleem mee naar de andere lamp, dan is er wel iets mis met de schakelaar of de aansluiting daarvan. Deze test kost een minuut en scheelt vaak een uur zoeken.
De tweede test is de schakelaar helemaal overslaan. Haal hem eruit en verbind de bruine toevoer met de zwarte draad van de niet-werkende lamp in een lasklem. Brandt de lamp nu, dan weet je dat de leiding en het armatuur in orde zijn. Blijft hij donker, dan ligt het aan de lamp, de fitting of de aders daarnaartoe, en heb je de schakelaar definitief uitgesloten. Meet daarna aan het lichtpunt zelf tussen bruin en blauw, want een defecte fitting geeft precies hetzelfde beeld als een verkeerd aangesloten schakelaar. De basisvolgorde van dit soort zoekwerk staat ook in onze uitleg over een gewone lichtschakelaar aansluiten en doormeten.
| Wat je ziet | Waarschijnlijke oorzaak | Wat je doet |
|---|---|---|
| Een lamp werkt, de andere doet niets | Tweede schakeldraad niet aangesloten of onderbroken | Draden omwisselen, daarna de schakelaar overbruggen met een lasklem |
| Geen van beide lampen doet iets | Geen fase op de P- of L-klem | Meten tussen de bruine klem en de nul in de lasklem |
| Beide lampen schakelen tegelijk | Twee schakeldraden in hetzelfde contact | Elk contact een draad geven, per klem maar een ader |
| Lamp blijft branden en gaat nooit uit | Fase per ongeluk op een schakelcontact in plaats van op L | Klemindeling op de achterkant nakijken en verwisselen |
| Wisselschakeling schakelt maar even en blijft aan | Onderlinge draden op de verkeerde contacten of over twee kleursets verdeeld | Alle drie de zwarte draden binnen dezelfde kleurset houden, lampdraad op L |
| Lamp knippert of gloeit na bij uit | Lekstroom van een controlelampje of van een led-ongeschikte dimmer | Nulaansluiting toepassen, of een geschikte lamp of dempingsweerstand kiezen |
| Groep valt uit zodra je inschakelt | Kortsluiting tussen fase en nul of aarde in de doos | Aansluiting controleren op een losgeschoten ader of een te lang gestript uiteinde |
Gaat het om drie zwarte draden waarvan je niet weet welke naar het lichtpunt loopt, dan haal je dat er zo uit: schakel de groep uit, verbind een van de zwarte draden met bruin in een lasklem, schakel in en kijk of de lamp brandt. Zo niet, groep uit en de volgende proberen. Dek de aders die je even niet gebruikt af met een losse lasklem voordat je de spanning erop zet.
Zo sluit je een dubbele schakelaar aan
Deze volgorde werkt voor een bestaande inbouwdoos waar de bedrading al ligt, en met kleine aanpassingen ook voor een opbouwmodel.
-
Schakel de groep uit en controleer of het spanningsloos is
Zet de groepschakelaar van de verlichtingsgroep uit, niet alleen het lichtknopje. Test daarna aan de draden in de doos of er echt geen spanning meer staat. In een doos met een dubbele schakelaar liggen meerdere zwarte aders, en die horen bij verschillende schakelmomenten. Werk je achter de hoofdzekering in de meterkast, dan stopt het hier: dat is werk voor een installateur.
-
Kijk op de achterkant welk type je in handen hebt
Zoek de klem met P of L, of bij Jung het driehoekje met de letter L. Zijn er twee van die klemmen, dan heb je een wissel-wissel met gescheiden helften en moet je straks doorlussen. Is er maar een, dan is het een serieschakelaar en is de fase intern al verdeeld. Deze stap bepaalt de rest van de aansluiting van de dubbele schakelaar.
-
Zet nul en aarde door in lasklemmen
Breng de blauwe voedingsader samen met de twee blauwe aders naar de lampen in een lasklem, en doe hetzelfde met de groengele. Deze draden komen niet op de schakelaar. Gebruik liever een ruimere lasklem dan twee aders in een gat te persen, want een ader die er half in zit geeft later een slecht contact dat lastig te vinden is.
-
Sluit de bruine fase aan op de P- of L-klem
Strip ongeveer tien millimeter, of wat de fabrikant op de achterkant als stripmaat aangeeft, en druk de ader tot aan de isolatie in de klem. Er mag geen blank koper zichtbaar blijven. Bij een wissel-wissel maak je nu ook de verbinding naar de tweede L, bij voorkeur met een kort draadje vanuit een lasklem.
-
Sluit de twee zwarte schakeldraden aan
Elke schakeldraad krijgt een eigen contact, een per klem, ook als er fysiek twee aders in passen. Bij twee gewone lampen maakt het niet uit welke van de twee vrije contacten van een helft je gebruikt: het bepaalt alleen of het licht brandt met de wip omhoog of omlaag. Bij een hotelschakeling ligt dat wel vast, want dan horen de onderlinge draden op de twee wisselcontacten van dezelfde helft.
-
Trek even aan elke ader en schroef de doos vast
Geef elke aangesloten draad een korte ruk. Een ader die meegeeft, zat in de klemveer geklemd op de isolatie en niet op het koper. Vouw daarna de draden in een lus terug de doos in, zodat er geen trek op de klemmen komt, en schroef het inzetstuk waterpas vast voordat de afdekplaat erop gaat.
-
Schakel in en test beide helften apart
Zet de groep aan en bedien de wippen een voor een. Beide lampen moeten los aan en uit gaan en niet samen reageren. Werkt er een niet, schakel dan meteen de groep weer uit en wissel de twee zwarte draden op de schakelaar om als eerste test. Dat vertelt je in een minuut of het probleem in de schakelaar zit of in de leiding erachter.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Controleer dit voordat de afdekplaat erop gaat
Uit de praktijk
Een lamp brandde wel, de andere niet, en de schakelaar was onschuldig
Twee lampen op een nieuwe dubbele schakelaar, en na het inschakelen deed alleen de eerste het. De eerste gedachte was dat er een tweede voedingsdraadje van bruin naar het tweede contact moest, maar daar was helemaal geen klem voor. Dat klopte ook: bij deze schakelaar delen de twee helften intern hetzelfde fasecontact, wat op het schema achterop gewoon staat afgebeeld.
Wat de zaak oploste, was systematisch uitsluiten. Eerst de twee zwarte draden op de schakelaar omgewisseld: het probleem bleef bij dezelfde lamp, dus de schakelaar viel af. Daarna de schakelaar eruit en de bruine toevoer rechtstreeks doorverbonden met de zwarte draad van de stille lamp via een lasklem. Ook toen bleef hij donker. Het zat in de bedrading en de verbindingen naar dat lichtpunt: opnieuw getrokken, de klemmen vervangen en daarna werkte het meteen. Op de foto van de oorspronkelijke lasklem was al te zien dat een ader er nauwelijks in stak.
Een Gira wissel-wissel die op twee losse lampen moest
Een nieuwe dubbele wissel-wissel schakelaar van Gira met drie klemmen boven en drie onder, en de vraag of het nou twee gescheiden circuits waren. Dat was het inderdaad: de twee middelste klemmen zijn de fase van elke helft, de bovenste en de onderste zijn de schakelpunten. De bovenste rij is niet exclusief voor hotelschakelingen, zoals werd vermoed.
Voor twee gewone lampen op dezelfde groep betekende dat: bruin op de middelste klem van links en met een doorlusdraadje ook op de middelste klem van rechts. Daarna elke zwarte lampdraad op een vrij contact van de bijbehorende helft. Of dat het bovenste of het onderste contact wordt, maakt zonder tweede schakelaar niets uit: het bepaalt alleen of de lamp brandt met de wip omhoog of omlaag. De tweede vrije klem per helft blijft leeg.
Een Kopp wissel-wissel in de gang die kort schakelde en aan bleef
In een hal hingen twee lichtpunten: een ganglamp die vanaf de voordeur en vanaf het eind van de gang bediend werd, en een buitenlamp die alleen bij de voordeur werd geschakeld. Na het vervangen van de schakelaar door een Kopp wissel-wissel deed de ganglamp het aan de voordeur wel, maar aan het eind van de gang ging hij alleen even uit en meteen weer aan.
Bij de voordeur kwamen drie zwarte draden binnen: een naar het lichtpunt en twee naar de andere schakelaar. Welke naar het lichtpunt liep, kwam boven water door ze met de groep uit een voor een op bruin te leggen en dan even in te schakelen. Die draad hoorde op het middelste contact, de L. De fout zat in de twee overige draden: die zaten op de buitenste contacten, maar niet allebei binnen dezelfde kleurset. Zodra alle drie de draden binnen de witte set zaten en de lampdraad in het middelste gat, werkte de hotelschakeling. De buitenlamp kreeg de zwarte set: bruin op de middelste klem en de lampdraad op een van de twee buitenste, waarbij die keuze alleen bepaalt of het buitenlicht brandt met de wip omhoog of omlaag.
Een garage met een lamp en een tl-bak, maar zonder zwarte schakeldraad
In een garage hing een enkele lamp die vanaf een schakelaar werd bediend. Er moest een tl-bak bij, met een dubbele schakelaar zodat niet alles tegelijk hoefde te branden. In de doos lag alleen een gewone installatiekabel met bruin, blauw en groengeel, en geen enkele zwarte ader. De groengele lag bovendien los in de lasdoos, wat het vermoeden gaf dat er ooit iets creatiefs was gebeurd.
Wat hier werkte: blauw en groengeel in twee lasklemmen samenbrengen, elk met twee aftakkingen naar de beide lampen. De bruine toevoer op de P-klem van de schakelaar. Vanaf de twee schakelcontacten liep vervolgens per lichtpunt een ader naar de lamp, waarbij de beschikbare bruine aders in de bestaande kabels als schakeldraad zijn gebruikt en aan beide uiteinden met zwarte krimpkous zijn gemerkt. De losliggende groengele is aangesloten waar hij hoort, aan de aarde, en niet als extra schakeldraad ingezet. Dat laatste is precies het soort improvisatie waar de volgende bewoner van schrikt.
Veelgemaakte fouten
Bij een wissel-wissel maar op een van de twee L-klemmen fase zetten
De twee helften van een dubbele wisselschakelaar hebben intern niets met elkaar te maken. Zet je bruin alleen links, dan werkt de rechterhelft niet en lijkt de schakelaar defect. Lus de fase door naar de tweede L, bij voorkeur vanuit een lasklem in de doos.
Twee aders in een klem duwen omdat ze er net in passen
Vrijwel elke klem heeft fysiek ruimte voor twee draden, maar of de klemveer daarvoor bedoeld is verschilt per merk en serie. In de praktijk zit een van de twee dan half vast en geeft dat na een jaar een slecht contact, een warme klem of een lamp die af en toe uitvalt. Splits liever in een lasklem.
De groengele ader gebruiken als schakeldraad
Het is verleidelijk als er precies een ader tekortkomt en de groengele toevallig vrij ligt. Aarde is echter de draad waarvan iedereen aanneemt dat er nooit spanning op staat. Wie er over vijf jaar aan werkt, pakt hem zonder meten vast. Trek een extra ader door of markeer een bruine ader als schakeldraad met zwarte krimpkous.
Blauw of groengeel op de schakelaar aansluiten
Een schakelaar onderbreekt alleen de fase. De nul en de aarde lopen langs de schakelaar heen naar de lampen en horen in een lasklem. De enige uitzondering is de N-klem van een schakelaar met controlelampje, en die is als zodanig gemarkeerd.
Twee lichtpunten van verschillende groepen op een schakelaar zetten
Dan liggen er twee fases in een doos die je niet met een groepschakelaar tegelijk uitzet. Iemand die later de ene groep uitschakelt om aan de schakelaar te werken, pakt onder spanning staande aders van de andere groep beet. Breng de lichtpunten eerst op dezelfde groep.
Een dubbelpolige schakelaar verwarren met een serieschakelaar
Beide worden in het schap wel eens dubbele schakelaar genoemd, maar ze doen iets heel anders. Een serieschakelaar schakelt twee verbruikers los van elkaar, enkelpolig. Een dubbelpolige schakelaar schakelt een verbruiker en onderbreekt daarbij fase en nul tegelijk. Koop je de verkeerde, dan past de bedrading niet op wat je wilde bereiken.
De andere zwarte draden onafgedekt laten bungelen tijdens het testen
Bij het uitzoeken welke ader naar het lichtpunt loopt, staat op minstens een van de andere draden spanning zodra je de groep inschakelt. Zeker met een schakelaar met een geleidend metalen frame ernaast is dat een onnodig risico. Dek elke ader die je even niet gebruikt af met een losse lasklem.
Een ader zo diep in de klem duwen dat de isolatie geklemd wordt
De klem grijpt dan op kunststof in plaats van op koper. Het lijkt goed vast te zitten en werkt in het begin ook, maar de overgangsweerstand loopt op en de klem wordt warm. Houd de stripmaat aan die op de achterkant van de schakelaar staat en trek na het aansluiten aan elke draad.
Veelgestelde vragen
Hoe sluit je een dubbele schakelaar aan?
De bruine fase vanuit de groep gaat op de klem met P of L. Vanaf de twee schakelcontacten loopt per lamp een zwarte draad naar het lichtpunt. De blauwe en de groengele ader komen niet op de schakelaar maar gaan in een lasklem, waar je vanaf elk twee aftakkingen naar de beide lampen maakt. Heb je een wissel-wissel met twee L-klemmen, dan lus je de fase zelf naar de tweede L door.
Hoe sluit ik 2 lampen aan op een dubbele schakelaar?
Je hebt vanaf de schakelaar naar elk lichtpunt een eigen schakeldraad nodig, plus een gedeelde nul en aarde. De tweede lamp krijgt geen eigen voedingsdraad: beide lampen halen hun fase via dezelfde bruine toevoer, die in de schakelaar over twee contacten verdeeld wordt. Zit er nu maar een lichtpunt aangesloten, dan mis je bijna altijd precies die tweede zwarte ader en niet de voeding. Zorg er ook voor dat beide lampen op dezelfde groep zitten.
Wat betekent de P of de L op een dubbele schakelaar?
Beide letters duiden hetzelfde aan: het contact waar de fase op moet, de draad die van de groep komt. P staat voor fase in de oudere Nederlandse aanduiding, L is de internationale variant van lijn of live. Bij een serieschakelaar is er een P en verdeelt de schakelaar de fase intern over beide helften. Bij een wissel-wissel zijn er twee L-klemmen, meestal diagonaal geplaatst, en die moet je zelf met elkaar doorverbinden als je er twee losse lampen mee schakelt.
Hoe sluit ik een Gira dubbele schakelaar aan?
Bij de wissel-wissel uitvoering van Gira zitten er drie klemmen boven en drie onder, verdeeld over twee volledig gescheiden helften. De middelste klem van elke helft is de fase, de bovenste en de onderste zijn de schakelpunten. Voor twee losse lampen sluit je bruin aan op beide middelste klemmen en zet je per helft een zwarte lampdraad op een van de twee vrije contacten. Welk van die twee je kiest, bepaalt alleen of de lamp brandt met de wip omhoog of omlaag.
Hoe sluit ik een Jung dubbele wipschakelaar aan?
Jung markeert de klemmen met driehoekjes in plaats van letters. Een zwart driehoekje met de punt naar beneden is een ingang, een wit driehoekje met de punt omhoog is een uitgang, en de twee driehoeken met de letter L zijn de fase van elke helft. Sluit bruin aan op zowel de zwarte als de witte driehoek met een L, en zet elke zwarte schakeldraad op een vrije driehoek van de bijbehorende helft. De overgebleven driehoeken laat je leeg. Komt er ook een stopcontact bij, dan lus je bruin daarheen door en gaan blauw en groengeel rechtstreeks vanuit de lasklem.
Hoe sluit ik een Berker dubbele schakelaar aan?
De dubbele wisselschakelaars van Berker hebben zes klemmen waarvan er twee met een L gemarkeerd zijn. Sluit de bruine fase aan op de ene L en leg vandaar een kort draadje naar de tweede L, of doe dat via een lasklem in de doos. De zwarte lampdraden gaan daarna elk op een van de twee vrije contacten die bij de bijbehorende L horen. Welk van die twee contacten je binnen die helft kiest, maakt zonder tweede schakelaar niet uit.
Hoe sluit ik een Kopp dubbele schakelaar aan?
De wissel-wissel van Kopp heeft een set witte en een set zwarte contacten, en elke set is een complete schakelaar. Binnen een set is het middelste gat de L en zijn de twee buitenste de schakelcontacten. Houd alles wat bij een lichtpunt hoort binnen dezelfde kleurset. Bij een hotelschakeling gaat de draad naar het lichtpunt op het middelste contact en gaan de twee onderlinge draden naar de andere schakelaar op de twee buitenste, elk in een eigen gat. Verdeel je die per ongeluk over beide kleuren, dan schakelt het licht even en blijft daarna branden.
Waar vind ik het aansluitschema van mijn dubbele schakelaar?
Op de achterkant van vrijwel elke dubbele schakelaar staat het schema geprint of in het kunststof gegoten, met de klemaanduidingen erbij. Dat plaatje is betrouwbaarder dan welk algemeen schema dan ook, want het geldt precies voor dat type. Is de opdruk versleten, meet de schakelaar dan door met een doorbelzoemer terwijl hij los in je hand ligt: de klem die in beide standen contact maakt met een andere klem, is de fase.
Kan ik een dubbele trekschakelaar in de badkamer plaatsen voor wasmachine en droger?
Een dubbele trekschakelaar plaatsen kan technisch, maar het lost het echte probleem niet op. Beide apparaten hangen dan nog steeds aan dezelfde leiding en dezelfde groep, en een wasmachine en een droger die tegelijk verwarmen trekken samen te veel voor een gewone groep. Wil je ze tegelijk kunnen gebruiken, dan is er een tweede leiding naar de meterkast met een eigen groep nodig. Of dat zonder hakwerk lukt, hangt af van de bestaande buizen. Lukt dat niet, dan blijft een omschakelaar met een was-, nul- en droogstand over, waarmee je de apparaten om beurten gebruikt. Zit je groepenkast al vol, kijk dan ook wat een aansluiting met twee fases voor je verdeling betekent.
Hoe sluit ik een dubbele buitenschakelaar aan?
Het schema is hetzelfde als binnen: bruin op P of L, twee zwarte draden naar de verbruikers, blauw en groengeel via lasklemmen. Het verschil zit in de uitvoering. Neem materiaal met minimaal IP44 en voer de kabel van onderaf via de wartel in, zodat regenwater niet meeloopt. Loopt er ook een tuinaansluiting mee, dan is een dubbelpolige uitvoering het overwegen waard, omdat die ook de nul onderbreekt. Werk je met grondkabel, kijk dan in de kabelkiezer voor het verschil tussen XMvK en YMvK welke soort waar hoort.
Hoe sluit ik een dubbele schakelaar met lampje aan?
Voor een controlelampje dat aangeeft dat de lamp brandt, heb je een nul in de inbouwdoos nodig. Neem een extra stukje blauw installatiedraad mee in de lasklem waar de blauwe aders al samenkomen en sluit dat aan op de klem met de N. Zit die lasklem vol, neem dan een grotere in plaats van twee aders in een gat te wringen. Zit er helemaal geen blauw in de doos, dan bestaan er uitvoeringen die hun stroompje via de lamp halen, maar die geven bij ledlampen vaak nagloeien of knipperen.
Waarom staan de wippen van mijn dubbele wisselschakelaar nooit gelijk?
Een wisselschakelaar heeft geen vaste ruststand: hij geeft altijd spanning op een van zijn twee schakelcontacten. Of de wip bij uit omhoog of omlaag staat, hangt af van de volgorde waarin je hebt geschakeld. Wat je wel kunt gelijktrekken zijn de twee wippen op hetzelfde element. Wissel op een van de schakelaars de twee schakeldraden van een paar om, en dan staan de twee wippen van dat element in dezelfde stand als het licht uit is. Wil je dat de schakelaars aan beide kanten van de gang altijd hetzelfde staan, dan kom je uit bij pulsdrukkers met een impulsrelais.
Wanneer je beter een vakman belt
Een dubbele schakelaar vervangen op een bestaande, goed bedrade groep is werk dat je met een spanningszoeker en een uur tijd zelf afmaakt. Er zijn vier momenten waarop wij zouden stoppen en iemand erbij halen.
Het eerste is de meterkast. Alles achter de hoofdzekering, het bijplaatsen van een groep en het aanpassen van de aardlekschakelaar is werk voor een installateur, ook als de rest van de klus binnen jouw bereik ligt.
Het tweede is een doos waarin je de bedrading niet meer kunt verklaren. Kom je aders tegen zonder logische kleur, een groengele draad die als schakeldraad is misbruikt of twee groepen in dezelfde doos, dan is het uitzoeken belangrijker dan het aansluiten. Laat dat doormeten voordat je er nieuw materiaal op zet.
Het derde is de badkamer. Schakelmateriaal in de buurt van bad en douche valt onder een zone-indeling, en een tweede trekschakelaar voor wasmachine en droger vraagt in de regel om een extra leiding en een extra groep. Vraag daar een offerte voor bij een paar installateurs, want de kosten hangen volledig af van de route die de leiding kan volgen.
Het vierde is werken op hoogte. Moet je voor het tweede lichtpunt op een ladder of op een steiger, en kun je daarbij niet met beide handen los werken, dan is dat het punt om hulp te vragen in plaats van te improviseren met een keukentrapje.