Een Gira schakelaar aansluiten, per type uitgelegd
Bij Gira zit de functie in het inzetstuk en het uiterlijk in het raam en de wip, dus het aansluiten gaat bij vrijwel elke serie hetzelfde. De fase komt op de ingangsklem, de zwarte schakeldraad op het schakelpunt, en op het inzetstuk zelf staat een schema afgedrukt dat je volgt. Fout gaat het vooral bij dubbele inzetstukken waar de fase naar beide helften doorgelust moet worden, en bij standenschakelaars voor mechanische ventilatie waar een uit-stand niet thuishoort.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Tweepolige spanningszoeker, geen schroevendraaier met lampje
- Kleine platte schroevendraaier van 2,5 mm voor de klemmen
- Kruiskopschroevendraaier PZ1 voor de klauwen en de bevestigingsschroeven
- Striptang of een mesje met een vaste stripaanslag
- Kniptang
- Kleine waterpas of een waterpasje op het inzetstuk
- Telefoon om een foto van de oude bedrading te maken
Materiaal
- Gira inzetstuk met de juiste functie
- Gira afdekraam en wip of toets uit de gewenste serie
- Restje 1,5 mm2 massieve draad in bruin voor het doorlussen
- Lasklemmen voor nul en aarde in de doos
- Adereindhulzen als er soepele draad ligt
- Isolatietape of stickertjes om de aders te merken
Hoe een Gira schakelaar is opgebouwd
Een Gira schakelaar is geen los product maar een stapeltje van drie delen: het inzetstuk met de klemmen, het afdekraam en de wip of toets. Het inzetstuk bepaalt wat de schakelaar doet, het raam en de wip bepalen alleen hoe hij eruitziet. Wat er elektrisch gebeurt is dus hetzelfde als bij ieder ander merk, en dat principe leggen we uit in ons overzicht van schakelaars en schakelingen.
Al die inzetstukken hebben dezelfde maat van 55 bij 55 millimeter. Daardoor passen de ramen van Standard 55, E2, E3, Esprit, Event en F100 allemaal op hetzelfde inzetstuk. Wil je later een andere afwerking, dan koop je alleen een nieuw raam en een nieuwe wip en laat je de bedrading met rust.
Dat is ook de reden dat je bij aankoop goed moet lezen wat je in handen hebt. Een doos met alleen een wip erin bevat geen klemmen, en een los inzetstuk zonder raam kun je niet afmonteren. Op de achterkant van elk inzetstuk staat het aansluitschema afgedrukt met de klemnummers erbij. Dat schema is leidend, want de nummering verschilt per functie.
| Onderdeel | Wat het doet | Waar je op let bij aanschaf |
|---|---|---|
| Inzetstuk | Bevat de klemmen en het schakelmechaniek | De functie moet kloppen: enkelpolig, wissel, serie, kruis, jaloezie of standen |
| Afdekraam | Dekt de inbouwdoos af en houdt de wip op zijn plek | Aantal posities en horizontaal of verticaal, plus de serie en kleur |
| Wip of toets | Het deel dat je indrukt | Enkel, dubbel of met symbool, en passend bij de functie van het inzetstuk |
| Verlichtingselement | Zorgt voor het controlelampje in de wip | Met of zonder nulaansluiting, dat maakt hier het verschil |
| Inbouwdoos | Zit in de muur en draagt het inzetstuk | Diepte van 40 mm werkt prettiger dan de ondiepe variant van 25 mm |
| Opbouwbehuizing | Vervangt de inbouwdoos bij montage op de wand | Zelfde inzetstuk, andere behuizing, met of zonder spatwaterdichting |
Neem de oude schakelaar mee naar de winkel, of maak een foto van de achterkant met de klemmen erop. Aan het aantal klemmen zie je meteen of je een enkelpolige, een wissel- of een serieschakelaar nodig hebt.
Zo kun je een Gira schakelaar demonteren zonder iets te breken
Zet eerst de juiste groep uit in de meterkast en controleer daarna met een tweepolige spanningszoeker of er echt geen spanning meer staat. Een schroevendraaier met een lampje erin is daar te onbetrouwbaar voor, want die geeft ook een lichtje bij een inductiespanning die niets voorstelt. Schakel bij twijfel de hele installatie uit in plaats van één groep.
Een Gira wip trek je er recht naar je toe af. Pak hem met duim en wijsvinger aan beide zijkanten beet en trek gelijkmatig, want als je aan één hoek wrikt breekt het klikje aan de andere kant. Bij een dubbele wip haal je beide helften los. Lukt het met de hand niet, wip dan met een platte schroevendraaier tegen de rand van het inzetstuk, nooit tegen het afdekraam of tegen de muur.
Daarna komt het afdekraam los, dat alleen door de wip op zijn plaats werd gehouden. Sommige series uit de designlijnen zijn met een schroefje vastgezet in plaats van geklikt, dus kijk even of je een schroefkop ziet voordat je gaat trekken. Het inzetstuk zelf zit met twee schroeven in de inbouwdoos, en meestal ook nog met spreidklauwen. Draai die klauwschroeven een paar slagen terug, dan klappen ze in en komt het inzetstuk vrij.
Maak nu een scherpe foto van de aangesloten draden voordat je er iets vanaf haalt. Plak er meteen een stukje tape omheen met een pen-aanduiding erop, zeker als er meer dan twee aders liggen. Schroefklemmen draai je gewoon los. Bij een steekklem duw je het ontgrendelnokje in met een smalle schroevendraaier terwijl je aan de draad trekt, of je draait de draad al wippend terug.
Blijft het licht branden terwijl de groep uit staat, stop dan. Dat betekent dat de armatuur op een andere groep zit dan de schakelaar, iets wat in oudere installaties met verbouwingen echt voorkomt. Zoek eerst uit welke automaat wat voedt voordat je een draad losneemt.
Welke draad op welke klem komt bij een enkelpolige schakelaar
Bij een gewone aan-uitschakelaar onderbreek je alleen de fase. De bruine ader vanuit de centraaldoos gaat op de ingangsklem, de zwarte ader naar de lamp gaat op het schakelpunt. De nul loopt buiten de schakelaar om en zit met een lasklem in de doos doorverbonden naar het armatuur. Hoe die kant van het verhaal in elkaar zit, staat bij een lamp op een schakelaar aansluiten.
De volgorde is een voorschrift en geen voorkeur. Zet je de fase op het schakelpunt en de schakeldraad op de ingang, dan gaat het licht gewoon aan en uit en merk je niets. Maar dan staat er nog steeds spanning op de fitting als de schakelaar uit is, en dat is precies de situatie waarin iemand later een lamp vervangt en een tik krijgt. Bij een wisselschakeling werkt de omgekeerde aansluiting bovendien helemaal niet.
Het aardedraad hoort in de doos door te lopen naar het armatuur en naar eventuele andere onderdelen. Een kunststof inzetstuk heeft daar zelf geen klem voor, dus die verbinding maak je met een lasklem. De groen-gele ader gebruik je nooit ergens anders voor, hoe verleidelijk ook als je een ader tekortkomt.
Draad in de steekklemmen moet massief zijn, doorgaans 1,5 mm2 voor een lichtgroep. Ligt er soepele draad, gebruik dan adereindhulzen of kies een inzetstuk met schroefklemmen. Strip niet meer dan de aanslag aangeeft: koper dat buiten de klem uitsteekt is een kortsluiting die op je zit te wachten zodra je het inzetstuk in de doos duwt.
| Type inzetstuk | Aantal aansluitpunten | Wat waar op komt |
|---|---|---|
| Enkelpolige schakelaar | Twee | Fase op de ingang, schakeldraad naar de lamp op het schakelpunt |
| Wisselschakelaar | Drie | Fase of correspondentie op de gemeenschappelijke klem, twee correspondentieaders op de schakelpunten |
| Serieschakelaar | Drie | Eén fase-ingang die intern naar beide helften gaat, twee schakeldraden naar de twee lampen |
| Dubbele wisselschakelaar | Zes | Twee gescheiden helften, dus de fase naar beide middelste klemmen doorlussen |
| Kruisschakelaar | Vier | Twee correspondentieaders in, twee correspondentieaders door |
| Jaloezieschakelaar | Drie | Fase op de ingang, twee uitgangen naar de richtingsaders van de motor |
| Driestandenschakelaar | Vier tot zes | Doorverbonden fasezijde, twee schakeluitgangen naar midden en hoog |
Dubbele inzetstukken en het doorlussen van de fase
Hier gaat het bij Gira het vaakst mis, en dat komt door een verschil dat je op het oog niet ziet. Een serieschakelaar heeft één fase-ingang die intern naar allebei de helften loopt. Een dubbel inzetstuk met twee wissels of twee tasters heeft twee volledig gescheiden circuits, ook al zit alles in één behuizing. Op zo'n dubbele wissel zijn de middelste klemmen de fase-ingang van elke helft, en de klemmen boven en onder zijn de schakelpunten.
Wil je met zo'n dubbel inzetstuk twee lampen op dezelfde groep schakelen, dan moet je de fase dus naar beide middelste klemmen brengen. Eén bruine ader komt vanuit de doos binnen, en daarvandaan leg je een kort lusje van 1,5 mm2 naar de middelste klem van de andere helft. Vergeet je dat, dan werkt de ene lamp wel en doet de andere helemaal niets, wat mensen vaak voor een defect inzetstuk aanzien.
Schakel je met deze schakelaar gewoon twee lampen aan en uit, zonder een tweede bedieningspunt, dan maakt het niet uit of de zwarte schakeldraad op de bovenste of de onderste klem komt. Beide zijn schakelpunt van dezelfde helft. Zodra er een tweede schakelaar bij komt ligt dat anders, want dan hangen er correspondentieaders aan en is de indeling wel bepalend. Hoe die schakeling in elkaar zit lees je bij het aansluiten van een wisselschakelaar en, met twee bedieningspunten voor één lamp, bij de hotelschakeling met twee wisselschakelaars.
Bij een combinatie van een schakelaar met een stopcontact in één raam speelt hetzelfde doorluslusje. Het stopcontact heeft zijn eigen fase, nul en aarde nodig en hangt niet achter de schakelaar. Neem de fase daarvoor niet van het schakelpunt maar van de ingangsklem, anders valt je stopcontact zonder spanning zodra het licht uit gaat. De rest van die aansluiting staat bij een stopcontact aansluiten.
Twee lampen op één schakelaar of twee losse groepen
Twee lampen die altijd samen aan gaan hoeven geen dubbel inzetstuk. Dan sluit je beide zwarte aders aan op hetzelfde schakelpunt, of beter nog: je verbindt ze in de centraaldoos met een lasklem en trekt één schakeldraad naar de schakelaar. Dat houdt de klem in de schakelaar vrij en scheelt gefrunnik in een volle doos. Moeten ze los bediend worden, dan is een serieschakelaar met twee schakelpunten meestal de eenvoudigere keuze dan een dubbele wissel.
Knip het doorluslusje ruim genoeg dat je het inzetstuk uit de doos kunt trekken zonder ergens aan te trekken. Ongeveer twaalf centimeter is genoeg voor een standaard inbouwdoos.
Wat een Gira schakelaar met controlelampje nodig heeft
Een Gira schakelaar met lampje bestaat in twee smaken, en dat verschil bepaalt of je een nul nodig hebt. Bij een oriëntatielicht zit er een glimlamp- of ledelement tussen de twee klemmen. Dat brandt juist als de schakelaar uit staat, want dan loopt er een minieme stroom door het element en door de lamp. Zo vind je 's nachts de schakelaar in de gang. Aansluiten hoef je er niets extra's voor: je klikt het element op het inzetstuk en bedraadt de schakelaar zoals altijd.
De andere variant is de controleschakelaar, waarbij het lampje juist brandt als het licht aan staat. Handig voor een buitenlamp of de schuur die je vanuit huis niet ziet. Hiervoor heeft het verlichtingselement een aparte nulaansluiting nodig, en die moet dus in de schakelaarsdoos aanwezig zijn. In veel oudere woningen ligt er geen nul in de schakelaarsdoos, en dan houdt het op bij het oriëntatietype.
Het bekendste probleem bij een Gira schakelaar met controlelampje is de ledlamp die na het uitschakelen blijft nagloeien of om de zoveel seconden opflikkert. De reststroom van het glimlampje is te klein om een gloeilamp te laten branden, maar hij laadt wel de condensator in de driver van een ledlamp op. Zodra die vol is, geeft de lamp een pulsje en begint het opnieuw.
Er zijn drie manieren die daar werkelijk iets aan doen. Kies een verlichtingselement met nulaansluiting, zodat de stroom niet meer via de lamp loopt. Of plaats bij het armatuur een ontstoringscondensator parallel over de lamp, die de reststroom wegneemt. Werkt geen van beide, dan is een ander merk ledlamp met een minder gevoelige driver soms de simpelste oplossing. Dezelfde reststroomkwestie speelt trouwens bij het aansluiten van een dimmer op ledverlichting.
Bij het oriëntatietype staat de lamp ook in uitgeschakelde toestand onder een kleine spanning. Dat voel je niet, maar een spanningszoeker reageert er wel op. Schakel dus altijd de groep uit voordat je een lamp vervangt, en vertrouw niet op de stand van de wip.
Het schema van een Gira jaloezieschakelaar en een rolluikschakelaar
Een Gira jaloezieschakelaar aansluiten is eenvoudig, op één eigenschap na. Het inzetstuk is mechanisch vergrendeld: er kan nooit tegelijk spanning op omhoog en omlaag staan. Dat is geen extraatje maar de bescherming van de motor, want een buismotor die van twee kanten tegelijk wordt aangestuurd brandt door.
Het schema is simpel. De fase komt op de ingangsklem, en de twee uitgangsklemmen gaan naar de twee richtingsaders van de motor. De motorkabel is meestal vieraderig: blauw is de nul, groen-geel de aarde, en de twee resterende aders zijn de draairichtingen. Nul en aarde gaan niet via de schakelaar maar rechtstreeks door in de aansluitdoos, met lasklemmen. Draait het rolluik na het inschakelen de verkeerde kant op, dan wissel je die twee richtingsaders om op de schakelaar.
Voor een rolluikschakelaar aansluiten geldt exact hetzelfde inzetstuk en hetzelfde schema. Het verschil zit alleen in de toepassing en in de wip met de bijbehorende pijltjes. Wel is er verschil tussen een schakelaar en een taster. De schakelaar blijft in stand staan tot de eindschakelaar in de motor de boel stopt. Een taster veert terug en laat de motor alleen lopen zolang je drukt.
Twee bedieningspunten op één motor kun je niet oplossen door twee jaloezieschakelaars parallel te zetten. Zet de ene op omhoog en de andere op omlaag, dan staat er wel degelijk op beide richtingen spanning en gaat de motor eraan, mechanische vergrendeling of niet. Wil je vanaf twee plekken bedienen, dan gebruik je jaloezietasters met een besturingsrelais of een module die de sturing overneemt.
| Ader | Kleur in de motorkabel | Waar hij naartoe gaat |
|---|---|---|
| Fase-ingang | Bruin vanuit de voeding | Ingangsklem van het jaloezie-inzetstuk |
| Richting omhoog | Zwart of bruin uit de motor | Bovenste uitgangsklem van het inzetstuk |
| Richting omlaag | Zwart of grijs uit de motor | Onderste uitgangsklem van het inzetstuk |
| Nul | Blauw | Rechtstreeks doorverbinden in de doos, niet via de schakelaar |
| Aarde | Groen-geel | Rechtstreeks naar de motor en naar de rest van de installatie |
De eindposities stel je in op de motor, niet met de schakelaar. Laat een nieuw rolluik nooit blind een volledige slag maken voordat de eindschakelaars afgesteld zijn, want een motor die doorloopt trekt het pantser uit de geleiders of uit de as.
Waarom een Gira ventilatorschakelaar geen uit-stand hoort te hebben
Een Gira ventilatorschakelaar voor mechanische ventilatie werkt anders dan een gewone lichtschakelaar, en die verwarring levert de meeste vragen op. Een standaard ventilatiebox heeft drie standen: laag, midden en hoog. De laagstand hangt permanent onder spanning en draait dus altijd. De schakelaar zet daar midden of hoog overheen.
Op een Gira driestandenschakelaar zijn de contacten aan één zijde onderling doorverbonden. Die zijde is je fase-ingang, en je hoeft er dus maar één bruine ader op te zetten. De twee schakeluitgangen gaan naar de klemmen voor midden en hoog op de box. In de laagste stand van de schakelaar wordt er niets geschakeld, en toch draait de ventilator, omdat de laagklem zijn spanning rechtstreeks krijgt.
Een vierstandenschakelaar met een echte uit-stand hoort hier niet. Bij een oudere box met wisselstroommotor haal je daarmee de spanning van de laagstand af en staat de ventilatie helemaal stil, wat in een goed dichtgemaakte woning ongewenst is. Bij een modernere box met een gelijkstroommotor is het effect nog vervelender: die box heeft de permanente spanning op de laagaansluiting nodig als voeding voor de besturing. Zonder die spanning reageert hij ook niet meer op midden en hoog, en dan lijkt het alsof er standen defect zijn.
Werkt er iets niet, meet dan of er 230 volt staat op de ader naar de laagklem terwijl de schakelaar in de laagste stand staat. Is die spanning er wel en staat de ventilator toch stil, dan zit het aan de box en niet aan de schakelaar. Controleer ook met een velletje papier bij het afzuigventiel of hij misschien gewoon heel stil op laag draait. De volledige bedrading en de verschillen tussen boxtypen staan bij de driestandenschakelaar voor mechanische ventilatie.
| Stand | Wat de schakelaar doet | Wat de box doet |
|---|---|---|
| Stand 1, laag | Schakelt geen van de twee uitgangen in | Draait op de laagstand, gevoed via de permanente aansluiting |
| Stand 2, midden | Zet spanning op de eerste schakeluitgang | Schakelt over naar de middenstand |
| Stand 3, hoog | Zet spanning op de tweede schakeluitgang | Draait op vol vermogen, bedoeld voor douchen en koken |
| Uit-stand op een vierstandenmodel | Onderbreekt ook de voeding van de laagstand | Oudere box valt stil, nieuwere box met gelijkstroommotor reageert nergens meer op |
Wil je toch een tijdelijke boostfunctie of een uit-stand, kijk dan of jouw box een aparte stuuringang heeft. Een box met een eigen regeling los je op met de bijbehorende bediening, niet door de voeding van de laagstand weg te nemen.
Montage met een Gira opbouw schakelaar in schuur, garage en badkamer
Is er geen inbouwdoos in de muur, bijvoorbeeld in een schuur, garage of op een betonwand, dan gebruik je een opbouwbehuizing. Bij Gira is dat een kunststof kastje in dezelfde maatvoering, waar hetzelfde inzetstuk in past dat je ook in de muur zou zetten. Je koopt dus niet een compleet andere schakelaar maar een andere behuizing eromheen.
Voor buiten en voor natte ruimtes bestaat er een weerbestendige lijn met een afdichting rondom en een klapdeksel. Die haalt spatwaterdichtheid, wat voldoende is voor een gevel of een carport, maar niet voor plekken waar met een hogedrukspuit gewerkt wordt. Let bij montage op de kabelinvoer: prik het membraan of de wartel door in de maat van je kabel, niet ruimer. Een te grote opening laat vocht en insecten binnen en dan is de hele afdichting zinloos.
Monteer de behuizing met de invoer aan de onderzijde, zodat water dat langs de kabel loopt eraf druipt in plaats van naar binnen. Op hout schroef je rechtstreeks, op steen met pluggen. Welke kabel je buiten of ondergronds mag gebruiken zoek je op in onze draad- en kabelkiezer per situatie, want daar zit meer verschil in dan de meeste mensen denken.
In een badkamer gelden zones. Vlak bij en in het bad of de douche hoort geen schakelaar, en verder van het water af wel, mits spatwaterdicht uitgevoerd. De gebruikelijke montagehoogte van 105 centimeter en de andere maten die je hierbij nodig hebt staan in de tabel met standaardmaten voor schakelaars en stopcontacten. Hang je meerdere verbruikers aan dezelfde groep, kijk dan met de groepencalculator of die groep het aankan.
| Situatie | Uitvoering | Waar je op let |
|---|---|---|
| Droge binnenruimte | Gewoon inbouwinzetstuk met raam | Inbouwdoos van 40 mm diep werkt prettiger bij veel aders |
| Schuur of garage zonder inbouwdoos | Opbouwbehuizing met standaardinzetstuk | Invoer aan de onderkant en de kabel netjes vastzetten |
| Buitengevel of carport | Weerbestendige opbouwuitvoering met klapdeksel | Afdichting rondom en de wartel op maat van de kabel |
| Badkamer buiten de natte zone | Spatwaterdichte uitvoering | Niet binnen handbereik van het bad of de douche plaatsen |
| Kruipruimte of kelder | Opbouw met afdichting | Rekening houden met condens aan de binnenzijde van de behuizing |
Zo sluit je een Gira schakelaar aan
Deze volgorde werkt bij het vervangen van een bestaande schakelaar en bij een nieuwe schakelaar in een doos waar de draden al liggen.
-
Zet de groep uit en controleer of de spanning eraf is
Schakel de automaat van de betreffende groep uit en houd daarna een tweepolige spanningszoeker tussen de aders. Kloppen de labels in de meterkast niet, wat vaak zo is na een verbouwing, zet dan de hoofdschakelaar om. Een lamp die blijft branden terwijl de groep uit is, betekent dat de armatuur op een andere groep hangt.
-
Haal de wip en het afdekraam eraf
Trek de wip er recht naar je toe af, met gelijke kracht aan beide zijden. Het afdekraam komt daarna vanzelf los, tenzij jouw serie een schroefje heeft. Wrikken met een schroevendraaier tegen de muur of tegen het raam breekt vrijwel altijd iets af.
-
Maak het inzetstuk los en fotografeer de bedrading
Draai de twee bevestigingsschroeven los en draai ook de klauwschroeven een paar slagen terug, zodat de spreidklauwen inklappen. Trek het inzetstuk voorzichtig naar buiten en maak een scherpe foto met de klemnummers zichtbaar. Plak daarna tape met een aanduiding om elke ader, want een foto helpt je niet als straks alle draden los in de doos hangen.
-
Zoek uit welke ader de fase is
Bij nette bedrading is bruin de fase en zwart de schakeldraad naar de lamp. Kloppen de kleuren niet, meet dan met de groep weer even ingeschakeld welke ader spanning voert ten opzichte van de nul of de aarde, en schakel daarna direct weer uit. Werk je liever niet onder spanning, laat dit stuk dan door iemand doen die dat wel veilig kan.
-
Sluit de aders aan volgens het schema op het inzetstuk
Fase op de ingangsklem, schakeldraad op het schakelpunt. Strip precies zo ver als de aanslag aangeeft, zodat er geen blank koper buiten de klem uitsteekt. Werk je met een dubbel inzetstuk, leg dan nu meteen het doorluslusje naar de middelste klem van de tweede helft. Trek daarna aan elke ader om te controleren of hij vastzit.
-
Vouw de draden terug en zet het inzetstuk waterpas vast
Vouw de aders in een lus achter het inzetstuk in plaats van ze recht naar achteren te duwen, dan komen ze niet klem te zitten. Draai de bevestigingsschroeven aan tot het inzetstuk stevig zit en controleer met een klein waterpasje of hij recht staat. Scheve inzetstukken zie je door het raam heen, ook als het raam zelf wel recht hangt.
-
Klik het raam en de wip erop en test alle standen
Zet de groep weer aan en test elke functie afzonderlijk. Bij een dubbel inzetstuk beide helften, bij een jaloezieschakelaar beide richtingen, bij een standenschakelaar alle standen op volgorde. Blijft er één helft dood, dan is de fase naar die kant vrijwel altijd de oorzaak.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de wip erop klikt
Uit de praktijk
Een dubbele wisseltastschakelaar waarvan één helft dood bleef
Twee lampen in een woonkamer moesten los geschakeld worden en er lag een dubbel Gira inzetstuk klaar met zes klemmen. De bedrading leek logisch: de bruine fase op de middelste klem, de eerste zwarte ader op het onderste schakelpunt en de tweede zwarte ader op de andere helft. De eerste lamp werkte meteen, de tweede deed helemaal niets, ook niet na het omwisselen van de wip.
De verklaring zat in de bouw van het inzetstuk. De twee helften zijn volledig gescheiden circuits, dus de fase die op de ene middelste klem zit bereikt de andere helft nooit. Met een kort stukje bruine draad van de ene middelste klem naar de andere was het meteen opgelost. Bij een gewone aan-uitschakeling bleek het niet uit te maken of de zwarte ader op de bovenste of de onderste klem kwam. Die indeling telt pas zodra er een tweede bedieningspunt met correspondentieaders bij komt.
Een vierstandenschakelaar op mechanische ventilatie waar drie standen werkten
In een gekochte woning zat een Gira standenschakelaar met vier posities op de mechanische ventilatie. Uit, laag en midden deden het, hoog niet. De reflex was om nieuwe kabels naar de box te trekken, maar de bedrading in de box bleek helemaal in orde te zijn.
Het probleem zat in de schakelaar zelf. Een ventilatiebox kent drie standen en hoort continu te draaien; de laagstand krijgt daarom permanent spanning. Een schakelaar met een echte uit-stand onderbreekt precies die permanente voeding, en dan verschuift alles een positie: wat als hoog bediend wordt, komt op de middenaansluiting terecht. Bij deze box met gelijkstroommotor was de permanente spanning op de laagaansluiting bovendien nodig om de besturing te voeden.
De oplossing was het inzetstuk vervangen door een echte driestandenschakelaar en de bestaande aders opnieuw indelen: de doorverbonden zijde op de fase, en de twee schakeluitgangen naar midden en hoog. De ventilator draait sindsdien altijd op laag, wat in een goed dichtgemaakte woning ook de bedoeling is.
Zwart, blauw en groen-geel uit de muur bij een driestandenschakelaar
Bij het vervangen van een oude ventilatieschakelaar door een Gira model kwamen er drie aders uit de muur: zwart, blauw en groen-geel. Voor een driestandenschakelaar heb je een fase en twee schakeldraden nodig, dus dat klopte niet met wat er hoorde te liggen.
Wat hier gebeurd was: iemand had het aansluitpunt verplaatst met een stuk installatiekabel in plaats van met losse draad. Zo'n kabel bevat standaard bruin, blauw en groen-geel, en de blauwe en de groen-gele ader waren daarna als schakeldraad gebruikt. Dat mag niet. Een groen-gele ader is voorbehouden aan de aarde, en zodra iemand anders er ooit aan werkt gaat dat een keer fout.
Aansluiten op goed geluk was hier geen optie, want geen van de kleuren zegt nog iets. De nette oplossing was terug naar het punt waar de verbindingen gemaakt zijn, uitzoeken welke ader waarheen loopt en het verlengstuk vervangen door drie aders in de juiste kleuren. Verbindingen moeten bereikbaar blijven, dus die doos is er meestal ook.
Veelgemaakte fouten
De fase en de schakeldraad omdraaien
Bij een enkelpolige schakelaar merk je er niets van: het licht gaat gewoon aan en uit. Maar er blijft dan spanning op de fitting staan als de schakelaar uit is, en dat wordt gevaarlijk zodra iemand een lamp vervangt zonder de groep uit te zetten. Op een wisselschakeling werkt de omgekeerde aansluiting sowieso niet.
De fase niet doorlussen bij een dubbel inzetstuk
Twee wissels in één behuizing zijn twee losse circuits. Wie alleen de ene middelste klem voedt, houdt een helft over die dood blijft. Dat wordt vaak aangezien voor een defect inzetstuk, terwijl een lusje van tien centimeter bruine draad het oplost.
De groen-gele ader als schakeldraad gebruiken
Kom je een ader tekort, dan is de aardedraad een verleidelijke reserve. Doe dat niet. De kleur groen-geel betekent aarde en niets anders, en de volgende die de schakelaar openmaakt gaat daarvan uit. Trek liever nieuwe draad door de buis dan dat je de kleuren onbruikbaar maakt.
De wip er met een schroevendraaier af wrikken
Een Gira wip klikt aan twee kanten vast en komt er recht naar voren af. Wie aan één hoek wrikt, breekt het klikje aan de andere kant of drukt een deuk in het afdekraam. Trek gelijkmatig met duim en wijsvinger, en zet een schroevendraaier hooguit tegen het inzetstuk aan.
Een oriëntatielichtje combineren met ledlampen
De reststroom door het glimlampje loopt via de lamp terug. Bij een gloeilamp merk je dat niet, bij een ledlamp laadt die stroom de driver op en gaat het licht nagloeien of pulseren. Een verlichtingselement met nulaansluiting of een ontstoringscondensator bij het armatuur haalt dat weg.
Twee jaloezieschakelaars parallel op één motor zetten
De mechanische vergrendeling in het inzetstuk voorkomt alleen dat die ene schakelaar beide richtingen tegelijk inschakelt. Met twee schakelaars naast elkaar kan er wel degelijk op omhoog en omlaag tegelijk spanning komen, en dan brandt de motorwikkeling door. Gebruik voor twee bedieningspunten tasters met een besturingsrelais.
Een vierstandenschakelaar op een ventilatiebox zetten
De uit-stand onderbreekt de permanente voeding van de laagstand. Bij een oudere box valt de ventilatie dan stil, bij een box met gelijkstroommotor verdwijnt ook de voeding van de besturing en reageert hij nergens meer op. Het lijkt dan alsof er standen kapot zijn, terwijl het schakelaartype gewoon niet past.
Soepele draad los in een steekklem duwen
De veerklemmen op de inzetstukken zijn gemaakt voor massieve draad. Een soepele ader waaiert uit, waardoor er maar een paar draadjes daadwerkelijk klem zitten. Dat geeft een warme verbinding die na een jaar knettert. Zet er een adereindhuls op of kies een uitvoering met schroefklemmen.
Veelgestelde vragen
Hoe moet ik een Gira schakelaar aansluiten als ik alleen de oude vervang?
Zet de groep uit, controleer met een tweepolige spanningszoeker en fotografeer de oude bedrading voordat je iets losneemt. Neem daarna ader voor ader over op het nieuwe inzetstuk: de bruine fase op de ingangsklem en de zwarte schakeldraad op het schakelpunt. Op de achterkant van het Gira inzetstuk staat het schema afgedrukt, en dat is leidend, want de klemnummering verschilt per functie. Het aansluiten van een Gira schakelaar gaat verder niet anders dan bij een lichtschakelaar van een ander merk.
Hoe kan ik een Gira schakelaar demonteren zonder iets te breken?
Trek de wip recht naar je toe met duim en wijsvinger aan beide zijkanten, dus niet aan één hoek wrikken. Daarna komt het afdekraam los, want dat werd alleen door de wip vastgehouden. Voor het losmaken van het inzetstuk draai je de twee bevestigingsschroeven eruit en de klauwschroeven een paar slagen terug, zodat de spreidklauwen inklappen. Heeft jouw serie een schroefje in het raam, draai dat dan eerst los in plaats van te trekken.
Waarom werkt maar één helft van mijn dubbele Gira schakelaar?
Vrijwel altijd omdat de fase niet is doorgelust. Een dubbel inzetstuk met twee wissels bevat twee volledig gescheiden circuits, en de middelste klem van elke helft is de fase-ingang van die helft. Voed je er maar één, dan blijft de andere lamp dood. Leg een kort stukje bruine draad van de ene middelste klem naar de andere en het probleem is weg. Bij een serieschakelaar speelt dit niet, want daar loopt de fase intern al door naar beide helften.
Hoe sluit ik een Gira schakelaar met controlelampje aan?
Dat hangt af van het type verlichtingselement. Een oriëntatielicht zit tussen de twee schakelklemmen en brandt als de schakelaar uit staat; daar hoef je niets extra's voor aan te sluiten, je klikt het element op het inzetstuk. Een controleschakelaar waarbij het lampje juist brandt als het licht aan is, heeft een aparte nulaansluiting nodig. Ligt er geen nul in de schakelaarsdoos, en dat is in oudere woningen vaak zo, dan kun je alleen het oriëntatietype gebruiken.
Waarom blijft mijn ledlamp nagloeien bij een Gira schakelaar met lampje?
Het glimlampje in de schakelaar laat een minieme stroom door de lamp lopen, ook als de schakelaar uit staat. Een gloeilamp doet daar niets mee, maar bij een ledlamp laadt die stroom de condensator in de driver op tot de lamp een pulsje geeft. Zo krijg je nagloeien of knipperen om de zoveel seconden. Kies een verlichtingselement met nulaansluiting, plaats een ontstoringscondensator parallel over de lamp, of probeer een ledlamp met een minder gevoelige driver.
Wat is het schema van een Gira jaloezieschakelaar?
De fase komt op de ingangsklem en de twee uitgangsklemmen gaan naar de twee richtingsaders van de motor. De blauwe nul en de groen-gele aarde lopen buiten de schakelaar om en verbind je in de doos door naar de motor. Het inzetstuk is mechanisch vergrendeld, zodat er nooit tegelijk spanning op omhoog en omlaag komt. Gaat het rolluik de verkeerde kant op, wissel dan de twee richtingsaders op de schakelaar om.
Is een Gira rolluikschakelaar hetzelfde als een jaloezieschakelaar?
Elektrisch is het hetzelfde inzetstuk met dezelfde drie aansluitingen en dezelfde vergrendeling. Het verschil zit in de wip met de pijltjes en in de toepassing: bij een jaloezie stuur je ook de lamelstand aan met korte tikken, bij een rolluik alleen op en neer. Wel is er verschil tussen een schakelaar, die in stand blijft staan tot de eindschakelaar de motor stopt, en een taster, die terugveert en de motor alleen laat lopen zolang je drukt.
Kan ik een Gira ventilatorschakelaar met vier standen gebruiken?
Beter niet. Een mechanische ventilatiebox heeft drie standen en de laagstand hoort permanent spanning te houden, want die box is bedoeld om altijd te draaien. Een vierstandenschakelaar met uit-stand onderbreekt precies die voeding. Bij oudere boxen valt de ventilatie dan stil, bij nieuwere boxen met een gelijkstroommotor verdwijnt ook de voeding van de besturing en reageren de andere standen niet meer. Een driestandenschakelaar is hier het passende inzetstuk.
Hoe sluit ik een Gira driestandenschakelaar aan op mechanische ventilatie?
Aan één zijde van het inzetstuk zijn de contacten onderling doorverbonden; daar zet je de bruine fase op. De twee schakeluitgangen gaan naar de klemmen voor midden en hoog op de ventilatiebox. De klem voor laag krijgt zijn spanning rechtstreeks en loopt dus buiten de schakelaar om. Werkt een stand niet, meet dan of er 230 volt op de ader naar de laagklem staat terwijl de schakelaar in de onderste stand staat. Staat die spanning er en draait de box toch niet, dan zit het aan de box.
Hoe sluit ik een Gira combinatie schakelaar met stopcontact aan?
Het stopcontact hangt niet achter de schakelaar, dus het heeft zijn eigen fase, nul en aarde nodig. Neem de fase voor het stopcontact van de ingangsklem van de schakelaar of rechtstreeks uit de doos, niet van het schakelpunt, anders valt het stopcontact zonder spanning zodra het licht uit gaat. De nul haal je uit de doos, en die moet daar dus wel liggen. Controleer met de groepencalculator of de groep de extra belasting aankan.
Waar gebruik ik een Gira opbouw schakelaar voor?
Voor plekken zonder inbouwdoos: een schuur, een garage, een betonwand of een gevel. De opbouwbehuizing is een kunststof kastje in dezelfde maat waarin hetzelfde inzetstuk past dat je binnen zou gebruiken. Buiten en in natte ruimtes neem je de weerbestendige uitvoering met afdichting en klapdeksel. Monteer de kabelinvoer aan de onderzijde en prik het membraan op maat van de kabel door, want een te ruime opening laat vocht binnen.
Hoe sluit ik een Gira drukvlakschakelaar aan?
Precies hetzelfde als een gewone schakelaar. Een drukvlakschakelaar is geen aparte functie maar een grote wip die je over het hele vlak kunt indrukken, en die klikt op een gewoon inzetstuk. Kijk dus naar het inzetstuk eronder: is dat enkelpolig, dan twee klemmen met fase en schakeldraad. Is het een wissel, dan drie klemmen. Het aansluitschema op de achterkant van het inzetstuk vertelt je welke variant je in handen hebt.
Wanneer je beter een vakman belt
Een bestaande schakelaar vervangen door een Gira model is werk dat je met een spanningszoeker en wat geduld zelf doet. Er zijn wel grenzen waarachter bellen verstandiger is.
Alles in de meterkast achter de hoofdzekering laat je met rust. Een groep bijmaken, een aardlekschakelaar vervangen of de hoofdaansluiting aanpassen is werk voor een installateur, ook als het schema simpel lijkt. Springt er iets uit zodra je de nieuwe schakelaar aanzet, lees dan eerst hoe je de oorzaak van een uitvallende aardlekschakelaar opspoort voordat je verder gaat proberen.
Bel ook als de draadkleuren in de doos niet kloppen en je niet kunt achterhalen welke ader waarheen loopt. Een groen-gele ader die als schakeldraad is gebruikt, betekent dat er eerder iemand aan gewerkt heeft die de regels niet volgde, en dan is de rest van de installatie ook verdacht. Datzelfde geldt bij aanpassingen in een installatie met meerdere fasen op verschillende groepen, want daar kunnen twee aders in dezelfde doos van verschillende fasen komen en staat er 400 volt tussen.
Voel je je niet zeker bij het meten onder spanning, ook niet even kort, dan is dat een goede reden om te stoppen. Vraag dan iemand die het werk dagelijks doet om de fase aan te wijzen. De rest van de montage, het inzetstuk vastzetten en de wip erop klikken, kun je daarna prima zelf afmaken. Meer over de andere onderdelen van je verlichting vind je bij het aansluiten van een lamp en in ons overzicht van elektrawerk in huis.