Spouwmes: wat het doet en hoe je het goed afstelt
Een spouwmes is de gebogen stalen plaat vlak achter het zaagblad die de zaagsnede openhoudt. Zo kan het hout zich niet klemzetten op de achterkant van het blad en met terugslag naar je toe komen. Het mes hoort dikker te zijn dan het stamblad van het zaagblad en dunner dan de zaagsnede, en het staat vlak achter de tanden in het verlengde van het blad. Klemt je zaag steeds, dan moet meestal niet het mes eruit maar de afstelling erbij.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Inbussleutels en de steeksleutel die bij je machine hoort
- Schuifmaat om snedebreedte, stamblad en spouwmes te meten
- Stalen rei of rechte liniaal van ongeveer 30 cm
- Voelermaten of een paar plaatjes van bekende dikte
- Vlakke vijl en schuurpapier korrel 240
- Viltstift om een tand te markeren
- Handschoenen voor het hanteren van het zaagblad
Materiaal
- Het spouwmes dat bij het typenummer van je machine hoort
- Ontvetter of wasbenzine om hars en vuil van het mes te halen
- Afvalhout van dezelfde dikte als je werkstuk voor een proefsnede
- Glijmiddel of boenwas voor het tafelblad
Wat een spouwmes is en wat het achter het blad doet
Een spouwmes is een gebogen stalen plaat die vlak achter het zaagblad staat, in hetzelfde vlak als de zaagsnede. Het houdt die snede open op het moment dat het hout erachter weer dicht wil klappen. Daarmee blijft het werkstuk van de achterkant van het blad af.
Je komt het tegen op een handcirkelzaag, op een invalzaag en op vrijwel elke zaagtafel. Wie een binnenwand of een voorzetwand bouwt, zaagt daar de regels en het plaatmateriaal mee op maat. Hoe zo'n wand verder wordt opgezet en dichtgezet, staat bij het bouwen en afwerken van gipsplaatwanden.
Op een afkortzaag zit geen spouwmes. Daar zaag je van boven naar beneden in een werkstuk dat stil ligt, en het blad komt aan de achterzijde niet omhoog uit het hout. Bij een cirkelzaag en een zaagtafel gebeurt dat wel, en precies dat verschil maakt het mes nodig.
Op de meeste machines hangt er meer aan het mes dan het mes zelf. De beschermkap zit er vaak op vast, en op zaagtafels ook de terugslagbeveiliging met de getande grijpers. Haal je het spouwmes eruit, dan verdwijnen die twee dus mee.
Hoe terugslag in de zaagsnede ontstaat
Hout staat onder spanning. In een plank zit droogspanning en groeispanning, en zodra je die doorzaagt komt de spanning vrij. De twee helften bewegen dan naar elkaar toe of juist uit elkaar, en bij naar elkaar toe knijpt de snede zich vast op het blad.
Wat er daarna gebeurt gaat sneller dan je kunt reageren. De tanden aan de achterkant van het blad bewegen omhoog en in de richting van de bediener. Zit het hout daar klem, dan pakken die tanden het werkstuk en schieten plank of machine met volle snelheid terug.
Het spouwmes staat precies op die plek en is net iets dikker dan het stamblad van het zaagblad. De twee helften kunnen elkaar daardoor achter het blad niet raken. Dat is het hele principe, en het werkt alleen als het mes dicht genoeg bij de tanden blijft.
De snede loopt ook op drie andere manieren dicht: een kromgetrokken plank die je plat op de tafel drukt, een afvalstuk dat achter het blad naar beneden zakt en de snede dichtknijpt, en een parallelgeleider die aan de achterkant naar het blad toe staat. Zaag je latten op lengte voor het regelwerk onder een gipsplaten plafond, dan zijn kromme latten eerder regel dan uitzondering.
Ga niet in het verlengde van het werkstuk staan. Terugslag gaat rechtdoor, in de richting waarin het blad draait. Op een zaagtafel sta je daarom een stap naast de zaaglijn. Bij een handcirkelzaag houd je de machine met twee handen vast en zet je je lichaam er niet achter.
De dikte: een spouwmes hoort tussen twee maten in
Er is één regel die altijd opgaat: het spouwmes is dikker dan het stamblad van het zaagblad en dunner dan de zaagsnede. Is het dunner dan het stamblad, dan kan het hout er alsnog omheen klemmen. Is het dikker dan de snede, dan loopt het werkstuk erop vast.
Beide maten staan bij de meeste bladen op het blad zelf gedrukt, als twee getallen achter elkaar zoals 2,6 en 1,6. Het eerste getal is de snedebreedte, het tweede de dikte van het stamblad. Meet je liever zelf, dan zet je een schuifmaat over twee tegenoverliggende tandpunten voor de snede, en op het staal ernaast voor het stamblad.
Het gaat vooral mis bij een blad met een dunne snede. Zo'n blad zaagt lichter en scheelt materiaal, maar de snede kan smaller uitvallen dan het spouwmes dat de fabrikant meelevert. Dan past het blad niet bij de machine, en niet omgekeerd. Meet daarom bij elk nieuw blad even na voordat je gaat zagen.
| Machine en zaagblad | Gangbare snedebreedte | Gangbare dikte stamblad | Spouwmes dat daartussen past |
|---|---|---|---|
| Handcirkelzaag 160 tot 165 mm, dunne snede | 1,6 tot 2,0 mm | 1,1 tot 1,4 mm | Rond 1,5 mm, altijd tussen die twee maten in |
| Handcirkelzaag 184 tot 190 mm, standaard | 2,4 tot 2,8 mm | 1,6 tot 1,8 mm | 1,8 tot 2,2 mm |
| Invalzaag met geleiderail | 1,8 tot 2,2 mm | 1,2 tot 1,6 mm | Merkgebonden, meestal rond 1,7 mm en niet uitwisselbaar |
| Zaagtafel 210 tot 254 mm | 2,6 tot 3,2 mm | 1,8 tot 2,2 mm | 2,0 tot 2,5 mm |
| Zaagtafel 300 tot 315 mm | 3,0 tot 3,4 mm | 2,0 tot 2,2 mm | 2,2 tot 2,6 mm |
| Afkort- en verstekzaag | 2,4 tot 3,2 mm | 1,8 tot 2,2 mm | Niet van toepassing, deze machines hebben geen spouwmes |
Zet de twee getallen van je zaagblad met een viltstift op de binnenkant van de zaagkap of op het doosje van het blad. Bij het wisselen zie je dan meteen of het nieuwe blad nog bij je spouwmes past, zonder opnieuw te meten.
Afstand, hoogte en uitlijning van het mes
Met de juiste dikte ben je er nog niet. Een mes dat te ver achter de tanden staat, laat het hout precies in dat gat alsnog dichtklemmen. Een mes dat scheef staat, duwt het werkstuk juist tegen het blad aan.
De afstand tot de tandcirkel staat in de handleiding van je machine, en dat getal gaat voor. Bij handcirkelzagen wordt vaak maximaal vijf millimeter aangehouden, bij zaagtafels meestal drie tot acht millimeter. Meet van de tandpunt naar de voorkant van het mes, op halve hoogte van het blad.
De hoogte controleer je met het blad helemaal omhoog. Bij een handcirkelzaag blijft de punt van het mes een klein stukje onder de hoogste tand, meestal binnen vijf millimeter. Steekt het mes boven het blad uit, dan raakt het het werkstuk voordat de tanden dat doen en loopt de zaag aan het begin van elke snede vast.
De uitlijning is het punt dat de meeste mensen overslaan. Leg een stalen rei tegen het stamblad, tussen de tanden door, en kijk of het spouwmes die lijn volgt. Raakt de rei het mes vooraan wel en achteraan niet, dan staat het scheef. Dat merk je aan brandsporen op één zijde van de snede en aan een werkstuk dat halverwege zwaar gaat duwen.
| Wat je instelt | Waarde die je aanhoudt | Wat er misgaat als het afwijkt |
|---|---|---|
| Dikte van het mes | Dikker dan het stamblad, dunner dan de zaagsnede | Te dun laat de snede alsnog dichtknijpen, te dik loopt het werkstuk erop vast |
| Afstand tot de tandcirkel | Handcirkelzaag meestal maximaal 5 mm, zaagtafel vaak 3 tot 8 mm | In een te groot gat kan het hout tussen tand en mes klemmen |
| Hoogte ten opzichte van de hoogste tand | Punt net onder de hoogste tand, bij handcirkelzagen binnen ongeveer 5 mm | Te hoog raakt het werkstuk eerder dan het blad, te laag houdt het de bovenste snede niet open |
| Zijdelingse uitlijning | In het verlengde van het stamblad, voor en achter even ver | Een scheef mes duwt het hout tegen het blad en geeft brandsporen |
| Kromming van het mes | Volgt de straal van het gemonteerde blad | Een mes voor een groter blad laat onderin een gat waar de snede dichtloopt |
| Parallelgeleider op de zaagtafel | Evenwijdig aan de zaaggleuf, achterkant nooit naar het blad toe | Een geleider die achterin knijpt drukt het werkstuk in het blad |
| Staat van het mes | Vlak, gaaf, vrij van hars en roest | Een verbogen of vervuild mes remt het werkstuk af en stuurt het uit de lijn |
Het spouwmes van een handcirkelzaag afstellen
Bij een handcirkelzaag zit het spouwmes op de motorkast, achter de zaagkap. Het beweegt mee met de zaagdiepte, dus de afstand tot de tanden verandert niet als je dieper of ondieper zet. Meestal houden twee bouten in sleufgaten het mes op zijn plek.
Haal eerst de accu of de stekker eruit. Draai daarna de bouten net los genoeg om het mes te kunnen schuiven, stel de afstand en de hoogte in, en zet de bouten weer vast met de sleutel in plaats van met de hand. Controleer daarna zowel op de kleinste als op de grootste zaagdiepte of het mes vrij blijft van de zool.
Loopt het mes ergens tegenaan, dan is de verleiding groot om het er even af te halen. Dat is precies het moment waarop een klemmende snede vrij spel krijgt. Vaker zit het probleem in een braam op de voorkant van het mes, ontstaan toen het ooit een keer is vastgelopen. Die vijl je met een vlakke vijl weg tot de voorkant weer glad afloopt.
Voor korte klussen zoals een houten latei boven een sparing op maat maken is de handcirkelzaag het gereedschap van keuze. Ondersteun het werkstuk dan aan beide zijden van de snede, zodat het afvalstuk niet doorzakt en de snede achter het blad dichtdrukt.
Het spouwmes op een zaagtafel, samen met de geleiding
Op een zaagtafel werken het spouwmes en de parallelgeleider als één geheel. Staat de geleider niet goed, dan compenseert het beste mes dat niet. Stel daarom in deze volgorde af: eerst het blad ten opzichte van de zaaggleuf, dan de geleider, dan het mes.
Voor het blad markeer je één tand met een viltstift. Meet vanaf de zaaggleuf naar die tand als hij vooraan staat, draai het blad met de hand door tot dezelfde tand achteraan staat en meet opnieuw. Twee gelijke maten betekent dat het blad evenwijdig loopt. Door steeds dezelfde tand te gebruiken haal je de spelingen van het blad uit je meting.
De geleider zet je vervolgens evenwijdig aan diezelfde gleuf. Een geleider die achterin een haartje wijder staat is te verdedigen, want dan komt het werkstuk achter het blad vrij. Een geleider die achterin naar het blad toe knijpt is de klassieke oorzaak van terugslag, want dan wordt het hout in de opgaande tanden geduwd.
Het spouwmes zet je daarna in het verlengde van het blad. Zaag je smalle stroken, gebruik dan een duwhout en een drukkam in plaats van je vingers, en kort nooit af tegen de geleider zonder een aanslagblokje vooraan. Datzelfde zorgvuldige afstellen betaalt zich terug bij alle andere klussen aan wanden en plafond waarbij je plaatmateriaal op maat zaagt.
Afkorten langs de parallelgeleider gaat mis. Het afgezaagde stuk zit dan klem tussen blad en geleider en wordt eruit geschoten. Gebruik een aanslagblokje aan het begin van de geleider, zodat het werkstuk de geleider al verlaten heeft voordat het blad erdoorheen is, of werk met de verstekgeleider.
Meebewegend spouwmes of een vaste splijtwig
Er zijn twee bouwvormen en het verschil bepaalt wat je met de machine kunt. Een meebewegend spouwmes zit vast aan het draaipunt van het blad. Het zakt en kantelt mee, waardoor de afstand tot de tanden bij elke zaagdiepte en elke verstekstand gelijk blijft.
Een vaste splijtwig zit aan de tafel of aan het huis van de machine. Zet je het blad lager, dan blijft de wig staan en groeit het gat tussen tanden en wig. Bij ondiep zagen is die afstand dan zo groot geworden dat het hout er alsnog in kan klemmen.
Het tweede verschil zit in de hoogte. Een meebewegend mes blijft onder de hoogste tand, dus je kunt er groeven en sponningen mee zagen zonder iets te demonteren. Een vaste splijtwig steekt boven het blad uit en moet er dan af, met de beschermkap en de terugslaggrijpers mee.
Heb je de keuze bij aanschaf, dan is de meebewegende uitvoering de prettigste, juist omdat je hem niet steeds hoeft weg te halen. Wat er ook op je machine zit: het werk erna, zoals de naden en de kopse kanten van gipsplaat afwerken, gaat een stuk sneller als je platen strak en haaks gezaagd zijn.
| Kenmerk | Meebewegend spouwmes | Vaste splijtwig |
|---|---|---|
| Bevestiging | Aan het draaipunt van het blad, beweegt mee met hoogte en verstek | Aan de tafel of aan het machinehuis, staat stil |
| Afstand tot de tanden | Blijft bij elke zaagdiepte gelijk | Wordt groter zodra je het blad laat zakken |
| Hoogte | Blijft onder de hoogste tand | Steekt boven het blad uit |
| Groeven en sponningen zagen | Kan blijven zitten | Moet eraf, en kap en grijpers gaan mee |
| Beschermkap en terugslaggrijpers | Vaak apart bevestigd | Zitten er meestal aan vast |
| Wisselen van blad | Meestal met een snelsluiting los te nemen | Vaak twee bouten en een sleutel |
Een universeel spouwmes en wat je moet nakijken
Voor oudere machines is het originele mes lang niet altijd meer te krijgen. In het schap ligt dan een universeel spouwmes: een stalen plaat met sleufgaten die je zelf op maat brengt. Dat kan een prima oplossing zijn, maar universeel slaat vooral op de gaten en niet op de rest.
Vier dingen bepalen of zo'n mes past. De dikte moet tussen het stamblad en de snede van jouw blad vallen. De kromming moet de straal van jouw blad volgen. De sleufgaten moeten over de bestaande beugel passen zonder speling. En het staal moet stevig genoeg zijn om een vastlopend werkstuk tegen te houden.
Vijlen mag, maar alleen aan de omtrek en aan de voorkant, nooit op dikte. Een mes dat je dunner maakt dan het stamblad doet zijn werk niet meer, en dat is niet aan de zaagsnede te zien. Zelf een houder lassen of een gat oprekken is geen route: dat onderdeel moet juist de krachten opvangen die vrijkomen als het misgaat.
Bestel daarom eerst op type- en serienummer bij de fabrikant of de importeur. Van veel oudere zagen is dit onderdeel nog los leverbaar, ook als de machine zelf allang niet meer verkocht wordt.
| Situatie | Wat je doet | Waar je op let |
|---|---|---|
| Origineel spouwmes kwijt | Bestellen op type- en serienummer bij fabrikant of importeur | Vaak nog leverbaar, ook voor machines van jaren terug |
| Fabrikant levert niets meer | Universeel spouwmes dat je op omtrek bijwerkt | Dikte, straal en gatpatroon moeten kloppen; nooit dunner vijlen |
| Nieuw blad met dunne snede | Blad ruilen of een dunner mes zoeken dat de fabrikant noemt | De snede moet breder blijven dan het mes |
| Mes verbogen na een klemsituatie | Vervangen in plaats van rechtbuigen | Rechtgebogen staal blijft zwak op de knikplek |
| Beugel of houder gescheurd | Machine laten nakijken bij een reparateur | De houder moet een vastlopend werkstuk kunnen tegenhouden |
| Zaagtafel zonder mes, kap en grijpers | Niet gebruiken voor het schulpen van planken | Zonder deze drie is er niets dat terugslag tegenhoudt |
| Mes raakt de geleiderail van een invalzaag | Zaagdiepte en montage opnieuw controleren | Het mes hoort de rail niet te raken; raakt het toch, dan klopt de afstelling niet |
Wanneer het mes eraf mag en wat je dan gebruikt
Er is één werksituatie waarin het spouwmes eruit moet: zagen waarbij het blad niet door het werkstuk heen komt. Groeven, sponningen en halfhoutverbindingen dus. Bij een meebewegend mes hoeft dat vaak niet eens, want dat blijft onder de tandhoogte.
Haal je een vaste splijtwig eruit, dan verlies je in één keer ook de beschermkap en de terugslaggrijpers. Zet daar iets voor terug: een drukkam die het werkstuk tegen de geleider en op de tafel houdt, een duwhout voor de laatste twintig centimeter, en een tweede persoon of een rollenbok om lange delen te steunen. Monteer het mes meteen na die snede weer terug, niet aan het eind van de dag.
Voor plaatmateriaal geldt iets anders. Gipsplaat zaag je meestal helemaal niet met een cirkelzaag: je snijdt de kartonlaag in met een gipsplatenmes en breekt de plaat over de snede. Dat scheelt een enorme stofwolk en geeft een rechtere kant. Welke plaat je waar gebruikt, staat bij de dikte van gipsplaat per toepassing, en het werk erna bij gipsplaten afwerken tot een schilderklare wand.
Ook gipsblokken voor een scheidingswand gaan niet door een cirkelzaag. Die zaag je met een handzaag met grove tanding, omdat gips een zaagblad snel bot maakt en het stof in de machine gaat zitten. De cirkelzaag houd je voor hout en houtachtige platen, en juist daar heb je het spouwmes voor nodig.
Leg het losgenomen spouwmes met de bouten erbij op de zaagtafel zelf en niet in een la. Zolang het daar ligt kun je de machine niet gebruiken zonder het tegen te komen, en dat is de beste herinnering om het terug te zetten.
Zo stel je een spouwmes af
Deze volgorde werkt op een handcirkelzaag en met kleine aanpassingen ook op een zaagtafel.
-
Maak de machine spanningsloos
Trek de stekker eruit of neem de accu eraf voordat je iets losdraait. Je werkt vlak langs de tanden en je draait het blad met de hand rond, dus een machine die per ongeluk kan starten is geen optie.
-
Lees de maten van je zaagblad af
Zoek op het blad de twee getallen die de snedebreedte en de dikte van het stamblad geven. Staan ze er niet op, meet dan met een schuifmaat over twee tegenoverliggende tandpunten en daarna op het staal zelf. Deze twee maten bepalen welk spouwmes mag.
-
Meet het spouwmes na
Zet de schuifmaat op het mes en vergelijk. Ligt de dikte tussen die van het stamblad en die van de snede, dan is dit mes bruikbaar. Valt het erbuiten, dan pas je het blad aan of het mes, maar niet de afstelling.
-
Zet de afstand tot de tandcirkel
Draai de bevestigingsbouten net los genoeg om te schuiven. Breng de voorkant van het mes tot de afstand die de handleiding noemt, gemeten op halve bladhoogte. Bij twijfel houd je het krap: dichterbij is veiliger dan verder weg.
-
Stel de hoogte in
Draai het blad volledig omhoog en kijk waar de punt van het mes staat ten opzichte van de hoogste tand. De punt blijft er net onder, niet erboven. Bij een vaste splijtwig hoort hij juist boven het blad uit te steken, dus lees eerst welk type je hebt.
-
Controleer de uitlijning met een rei
Leg een stalen rei plat tegen het stamblad, tussen de tanden door, en schuif hem naar achteren tot bij het mes. De rei hoort het mes voor en achter gelijk te raken. Corrigeer met de sleufgaten of met de stelschroeven en zet daarna alles vast met de sleutel.
-
Maak een proefsnede in afvalhout
Zaag een stuk van dezelfde dikte als je werkstuk helemaal door. De snede hoort gelijkmatig te lopen, zonder dat je halverwege harder moet duwen en zonder brandsporen aan één kant. Voelt het zwaar, dan staat het mes niet in lijn of knijpt de geleider achterin.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nakijken voordat je gaat zagen
Uit de praktijk
Een plank die halverwege de snede dichtklemt
Je zaagt een plank in de lengte door en na een halve meter gaat het duwen zwaarder, ruikt het naar warm hout en gaat de motor lager klinken. Dat is geen botte tand maar spanning die vrijkomt: de twee helften bewegen naar elkaar toe en klemmen op het blad.
Zonder spouwmes zijn er dan twee afloopmogelijkheden. De machine vreet zich vast en slaat af, of de opgaande tanden aan de achterkant pakken het hout en gooien het terug. Met een goed afgesteld mes kan die klem simpelweg niet ontstaan, omdat de snede achter het blad opengehouden wordt.
Merk je het toch, stop dan met duwen en laat het blad tot stilstand komen voordat je de zaag terugtrekt. Zet daarna een wig of een schroevendraaier in het begin van de snede om hem open te houden en zaag verder.
Brandsporen aan één kant van de zaagsnede
Bruine schroeiplekken op steeds dezelfde zijde van het werkstuk zijn een afstelfout, geen zaagbladfout. Het hout schuurt langs het blad in plaats van er vrij langs te lopen, en die wrijving verbrandt het oppervlak.
Er zijn twee oorzaken die dit patroon geven. Het spouwmes staat niet in het verlengde van het blad, waardoor het de achterkant van het werkstuk zijdelings verplaatst. Of de parallelgeleider staat achterin naar het blad toe, waardoor het hout in de opgaande tanden gedrukt wordt.
Beide zijn met een stalen rei op te sporen en met de stelschroeven te verhelpen. Doe dat ook als het zagen op zich nog goed gaat, want dezelfde scheefstand die brandsporen maakt, is de scheefstand die bij een taaie plank terugslag veroorzaakt.
Veelgemaakte fouten
Het spouwmes eraf halen omdat het in de weg zit
Het mes loopt tegen een geleiderail of tegen een aanslag, en dan gaat het er even af. Daarmee verdwijnt de enige voorziening die een dichtklemmende snede tegenhoudt, en vaak ook de kap en de grijpers. Zoek liever uit waarom het aanloopt: meestal klopt de zaagdiepte of de afstelling niet.
Een blad met een dunne snede op een dik spouwmes
Een dunne snede vraagt minder vermogen en scheelt materiaal, maar een mes dat breder is dan de snede loopt vast in het hout. Je merkt dat als weerstand vlak achter het blad, en dat wordt makkelijk aangezien voor een botte tand. Meet de snedebreedte na voordat je een nieuw blad monteert.
Het mes te ver achter de tanden zetten
Ruimte laten voelt veilig, maar in de opening tussen tand en mes kan het hout precies wel dichtklemmen. Daarmee is het mes een sierstuk geworden. Houd de afstand aan die de handleiding geeft, en zit je ertussenin, kies dan de kleinste waarde.
Een verbogen mes rechtbuigen en terugzetten
Na een vastloper is het mes soms zichtbaar krom. Staal dat een keer over de vloeigrens is geweest en daarna wordt teruggebogen, blijft op die plek zwakker en vaak ook niet meer echt vlak. Vervangen is hier de enige goede route.
Alleen de dikte controleren en de uitlijning overslaan
De dikte is snel gemeten en voelt als de hele controle. Maar een mes met de juiste dikte dat een halve millimeter scheef staat, stuurt het werkstuk tegen het blad. Een rei tegen het stamblad kost tien seconden en vindt precies dit.
Een universeel mes op dikte vijlen tot het past
Als een universeel mes net te dik is, ligt vijlen voor de hand. Zodra het dunner wordt dan het stamblad van het blad kan het hout er echter omheen klemmen, en dat zie je aan niets. Vijl alleen aan de omtrek en zoek anders een mes in de juiste dikte.
Veelgestelde vragen
Wat is een spouwmes?
Een spouwmes is een gebogen stalen plaat die vlak achter het zaagblad van een cirkelzaag of zaagtafel staat, in hetzelfde vlak als de snede. Het houdt de zaagsnede open zodra het hout erachter dicht wil klappen, zodat het werkstuk zich niet kan vastklemmen op de opgaande tanden aan de achterkant van het blad. Daarmee is het de voorziening die terugslag bij de bron aanpakt.
Waar zit het spouwmes op een cirkelzaag?
Bij een handcirkelzaag zit het aan de motorkast, direct achter de zaagkap en onder de vaste beschermkap. Het beweegt mee met de zaagdiepte, dus de afstand tot de tanden verandert niet als je dieper zet. Meestal wordt het met twee bouten in sleufgaten vastgezet, zodat je de afstand en de hoogte kunt bijstellen zonder het hele blok te demonteren.
Mag je het spouwmes van een cirkelzaag verwijderen?
Voor zaagsnedes die helemaal door het werkstuk gaan hoort het er altijd op te zitten. Alleen bij groeven, sponningen en andere snedes waarbij het blad niet doorkomt, kan het eraf moeten, en dat geldt vooral voor een vaste splijtwig. Zet er dan wel iets voor terug, zoals een drukkam en een duwhout, en monteer het meteen na die snede weer terug.
Hoe stel je het spouwmes op een zaagtafel af?
Werk in drie stappen en houd die volgorde aan. Zet eerst het blad evenwijdig aan de zaaggleuf door één gemarkeerde tand vooraan en achteraan op te meten. Stel dan de parallelgeleider evenwijdig aan diezelfde gleuf. Zet daarna het spouwmes in het verlengde van het blad, met de afstand tot de tandcirkel die de handleiding noemt, vaak drie tot acht millimeter.
Hoe dik moet een spouwmes zijn?
Dikker dan het stamblad van het zaagblad en dunner dan de zaagsnede. Op de meeste bladen staan die twee maten gedrukt, bijvoorbeeld 2,6 voor de snede en 1,6 voor het stamblad; het mes valt daar dan tussenin. Bij handcirkelzagen met een standaardblad komt dat meestal neer op 1,8 tot 2,2 millimeter, bij zaagtafels op ongeveer 2,0 tot 2,5 millimeter.
Bestaat er een spouwmes dat universeel op elke zaag past?
Een universeel spouwmes bestaat wel, maar universeel slaat op de sleufgaten en niet op de rest. Je moet zelf controleren of de dikte tussen stamblad en snede van jouw blad valt, of de kromming de straal van jouw blad volgt en of het zonder speling op de bestaande beugel past. Vraag eerst het originele onderdeel op type- en serienummer aan; van veel oudere machines is dat nog leverbaar.
Wat is het verschil tussen een spouwmes en een splijtwig?
Een meebewegend spouwmes zit aan het draaipunt van het blad en zakt en kantelt mee, waardoor de afstand tot de tanden altijd gelijk blijft en het onder de tandhoogte blijft. Een vaste splijtwig zit aan de tafel, steekt boven het blad uit en houdt dus geen gelijke afstand als je het blad lager zet. Voor groeven moet de wig eraf, het meebewegende mes meestal niet.
Waarom klemt mijn zaag ook met een spouwmes erop?
Meestal staat het mes te ver achter de tanden of niet in het verlengde van het blad, zodat het hout er alsnog omheen kan knijpen. Andere oorzaken liggen buiten het mes: een parallelgeleider die achterin naar het blad toe staat, een afvalstuk dat achter het blad naar beneden zakt, of een kromgetrokken plank die je plat op de tafel drukt. Loop die vier punten in die volgorde na.
Waarom zitten er brandsporen op mijn zaagsnede?
Brandsporen aan steeds dezelfde zijde wijzen op wrijving, niet op een botte tand. Het spouwmes staat dan scheef en verplaatst de achterkant van het werkstuk zijdelings, of de geleider knijpt achterin. Leg een stalen rei tegen het stamblad, tussen de tanden door, en kijk of mes en geleider die lijn voor en achter gelijk volgen. Verhelp het ook als het zagen nog gaat, want dezelfde scheefstand veroorzaakt terugslag.
Heeft een invalzaag ook een spouwmes?
De meeste invalzagen hebben er een, en die trekt zich terug als je de zaag laat inzakken zodat je midden in een plaat kunt beginnen. Het mes is bij deze machines merkgebonden en niet uitwisselbaar met dat van een gewone handcirkelzaag. Raakt het de geleiderail, dan klopt de afstelling of de zaagdiepte niet; dat is geen reden om het eruit te halen.
Kun je gipsplaat zagen met een cirkelzaag?
Het kan, maar het is zelden de handigste manier. Gips geeft een enorme hoeveelheid fijn stof dat in de machine trekt en het blad snel bot maakt. Rechte sneden maak je sneller door de kartonlaag in te snijden met een gipsplatenmes en de plaat over die lijn te breken. Voor uitsparingen gebruik je een gipsplatenzaagje of een multitool, en de cirkelzaag houd je voor de houten regels.
Wat doe ik als het spouwmes van mijn zaagtafel ontbreekt?
Gebruik de tafel dan niet voor het schulpen van planken, want juist daar komt de spanning uit het hout vrij. Bestel het onderdeel op type- en serienummer bij de fabrikant of de importeur. Lukt dat niet, dan is een universeel spouwmes dat je op omtrek bijwerkt een optie, mits dikte, straal en gatpatroon kloppen. Zelf een houder lassen of een gat oprekken is geen begaanbare weg.
Wanneer je beter een vakman belt
Een spouwmes afstellen doe je zelf, met de handleiding van je machine erbij. Er zijn drie situaties waarin je beter stopt en de machine laat nakijken.
De eerste is een gescheurde, uitgesleten of verbogen houder. Dat onderdeel moet een vastlopend werkstuk kunnen tegenhouden, dus daar hoort geen zelfgemaakte reparatie in. Een reparateur van het merk kan de houder of het complete blok vervangen.
De tweede is een zaagtafel waarbij het blad niet evenwijdig aan de zaaggleuf te krijgen is. Dan zit er speling of vervorming in het draaipunt onder de tafel, en dat los je niet op met het spouwmes. Zo'n machine blijft scheef zagen en blijft werkstukken in het blad duwen.
De derde is een oude zaagtafel zonder spouwmes, zonder beschermkap en zonder terugslagbeveiliging, waarvoor geen onderdelen meer te krijgen zijn. Voor kortzagen met de verstekgeleider valt daarmee te leven, voor het schulpen van planken niet. Grote platen laat je in dat geval op maat zagen bij de leverancier, wat toch vaak rechter uitpakt dan uit de hand zagen.