Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Trasraam metselen: welke stenen, welke mortel en tot hoe hoog

12 minuten lezen Gipsplaat & wanden Bijgewerkt 14 augustus 2026
diy-gids.nl WANDEN & PLAFOND Trasraam

Het trasraam is het onderste deel van een buitenmuur, van de fundering tot twintig a dertig centimeter boven het maaiveld, gemetseld van hardgebakken steen in een dichte mortel. Het houdt het grondvocht tegen dat anders capillair de gevel in trekt, en het werkt samen met de waterkerende laag die er net boven in de lintvoeg zit. Kalkzandsteen, cellenbeton en zachte handvormsteen horen daar niet: die zuigen zich vol. De meeste vochtproblemen ontstaan niet doordat het trasraam slecht is, maar doordat de tuin of de bestrating in de loop der jaren tot boven het trasraam is opgehoogd.

12 minuten

Dit heb je nodig

1 tot 2 dagen voor een tuinmuur, plus wachttijd op het beton Pittig, maar zelf te doen bij een vrijstaande muur 10 tot 20 euro per strekkende meter aan steen en mortel

Gereedschap

  • Troffel en voegspijker
  • Metselkoord met spanners en een profiellat of metselprofiel
  • Waterpas van 60 cm en een van 180 cm
  • Kuipje, kruiwagen en een dwangmenger of betonmolen
  • Schop, spade en een rijnaald of stalen rei voor het afreien van het beton
  • Trilnaald of een stevige lat om het beton te verdichten
  • Steenzaag of een breekhamer met beitel voor passtukken
  • Rubberen hamer en een duimstok
  • Handschoenen en een stofbril bij het zagen

Materiaal

  • Hardgebakken baksteen, hardgrauw of klinker, vorstbestand
  • Metselmortel voor buitenwerk, of kant-en-klare trasmortel
  • Portlandcement en scherp metselzand als je zelf mengt
  • Beton C20/25 voor de fundering, zelf gemengd of als mortelmix
  • Wapeningsnet van 6 of 8 mm met een maaswijdte van 150 mm
  • Kunststof of betonnen afstandhouders van 4 cm
  • Waterkerende folie of loodvervanger op rol, breedte van de muur
  • Kunststof mantelbuis van 32 mm voor kabels door de fundering
  • Basaltsplit of grind 8/16 en worteldoek voor de strook langs de muur
  • Bekistingsplaten of multiplex met schroeven en latten

Wat een trasraam is en waar het in de muur zit

Het trasraam is het onderste stuk van een buitenmuur, van de fundering tot ongeveer twintig a dertig centimeter boven het maaiveld. Dat deel staat permanent in vochtige grond en krijgt bij elke bui opspattend water te verduren, dus wordt het gemetseld van hardgebakken steen met een mortel die nauwelijks water doorlaat. Hoe de rest van het muurwerk in en om het huis is opgebouwd, staat op onze overzichtspagina over wanden opbouwen en afwerken.

De naam komt van tras, gemalen tufsteen uit het Eifelgebied. Meng je dat poeder door kalkmortel, dan ontstaat een specie die ook onder water hard wordt en weinig vocht doorgeeft. Metselaars gebruikten dat eeuwenlang voor sluizen, kademuren, kelders en voor de voet van een gevel. In modern werk zit er lang niet altijd echte tras in de mortel, maar de naam is aan dit deel van de muur blijven hangen.

Een trasraam is geen waterdichte bak, en dat is ook niet de bedoeling. Het remt het capillair opzuigen zo ver af dat het vocht niet hoger komt dan de waterkerende laag die er vlak boven in de lintvoeg ligt. Die twee horen bij elkaar. De harde steen en de dichte mortel houden het gros tegen, de folie of het lood daarboven snijdt de laatste weg naar boven af.

Aan de buitenkant herken je een trasraam vaak aan de kleur. Onderin zitten donkere, blauwgrijs gevlekte of hardgrauwe stenen, daarboven de lichtere gevelsteen. Bij naoorlogse woningen is die zone soms geen metselwerk maar een betonnen band die dezelfde rol vervult.

Wil je weten waar bij jouw gevel de waterkering zit? Kijk naar de open stootvoegen: dat zijn de voegen zonder mortel die je onderin de gevel om de meter ziet. De waterkerende laag ligt direct daaronder, en dat is meteen de bovengrens van het trasraam.

Welke stenen horen in een trasraam

Een trasraamsteen moet twee dingen kunnen: weinig water opnemen en vorst overleven terwijl hij nat is. Daarom gaat er hardgebakken steen in, in de handel meestal hardgrauw of klinker genoemd. Die zijn op hogere temperatuur gebakken, waardoor de poriën grotendeels dichtgesinterd zijn en de wateropname laag blijft.

Je herkent zo'n steen aan zijn gedrag, niet alleen aan zijn kleur. Hij is zwaarder dan een zachte handvormsteen van hetzelfde formaat en klinkt helder als je er met een andere steen tegenaan tikt. Giet er wat water op: bij een harde steen blijft de druppel even staan en trekt hij traag weg, bij een zachte steen is hij binnen een paar tellen ingezogen en zie je een donkere vlek uitlopen.

Wat er niet in hoort is minstens zo bepalend. Kalkzandsteen zuigt water capillair omhoog als een spons en hoort daarom nooit onder het maaiveld. Cellenbeton doet dat nog sterker en verliest daarbij sterkte. Ook een zachte, poreuze handvormsteen die je vanwege het gevelbeeld zou willen gebruiken, laat je onderin achterwege en begin je pas boven de waterkering.

Trasraam stenen kopen: waar je op let

Bij een steenhandel of een bouwmaterialenhandel vraag je niet om trasraam stenen maar om hardgrauw of klinker in het formaat dat je nodig hebt. Vraag er het productblad bij: daarop staat de vorstbestandheidsklasse, de wateropname en de druksterkte. Voor werk onder het maaiveld wil je F2 zien, de klasse voor volledig vorstbestand metselwerk.

Reken je hoeveelheid uit op basis van het formaat. Voor een halfsteens muur in waalformaat, 210 bij 100 bij 50 millimeter, gaan er ongeveer 76 stenen in een vierkante meter, bij dikformaat van 65 millimeter hoog ongeveer 63. Een steens muur telt het dubbele. Bestel ongeveer vijf procent extra voor passtukken en breuk, en neem alles uit dezelfde partij, want tussen twee bakkingen zit altijd kleurverschil.

Koop je tweedehands stenen, dan koop je een onbekende. Oude ijsselsteentjes en boerengrauw zijn soms uitstekend en soms zacht als een biscuitje. Neem er een paar mee, breek er een doormidden en kijk naar de breuk: dicht en glasachtig van structuur is goed, korrelig en poederig is dat niet.

SteensoortWateropname bij benaderingOnder het maaiveldWaar je op let
Hardgrauw baksteenLaag, orde van 5 tot 8 procentDe klassieke keus voor het trasraamVraag om vorstbestandheidsklasse F2 in het productblad
Gebakken klinkerZeer laag, vaak onder 6 procentGeschikt, de hardste keusZuigt bijna niets, dus houd de specie iets stijver
Machinale gevelbaksteen, rood8 tot 14 procent, sterk wisselendAlleen boven de waterkerende laagZonder opgave van de fabrikant niet onderin toepassen
Zachtgebakken handvormsteen14 tot 20 procentNiet geschiktZuigt vol, geeft vorstschade en witte uitbloei
KalkzandsteenZeer hoog en sterk capillairNiet geschiktTrekt vocht tot ver boven de waterlijn omhoog
Cellenbeton of gasbetonExtreem hoogNiet geschiktZuigt zich vol en wordt daarbij zwakker
Betonsteen of betonblokLaag tot matigAlleen als de fabrikant het voor deze zone vrijgeeftMetsel dan in een cementgebonden mortel, niet in kalkmortel
Gebakken straatklinkerZeer laagBruikbaar bij tuinmuren en penantenAnder formaat, dus hij loopt niet mee in het gevelverband
Gebruikte sloopsteenWisselend per partijAlleen bij aantoonbaar harde steenDoe de watertest en de tiktest op een steen uit de partij

Zet nooit kalkzandsteen of cellenbeton onder het maaiveld. Deze materialen trekken vocht capillair meters ver omhoog. Bij een kruipruimte die af en toe onderloopt, betekent dat vochtige binnenmuren en zoutuitslag op de begane grond, ook als er buiten niets te zien is.

De mortel doet minstens zoveel als de steen

Een hardgebakken steen in een slappe kalkmortel levert alsnog een natte muur op, want vocht neemt de weg van de minste weerstand en dat is dan de voeg. Voor werk onder en vlak boven het maaiveld gebruik je daarom een sterke, dichte metselmortel. Kant-en-klare trasmortel uit de zak is de eenvoudigste route, en anders voldoet een metselmortel van klasse M10.

Meng je zelf, dan is een deel portlandcement op drie delen scherp metselzand een gangbare verhouding voor deze zone. Houd het mengsel aan de stijve kant en maak niet meer aan dan je binnen een uur of twee verwerkt. Specie die je met extra water weer smeuïg maakt, verliest sterkte en dat merk je precies daar waar je het niet wilt hebben.

Metsel onder het maaiveld vol en zat. Dat betekent volle lintvoegen en volle stootvoegen, zonder holtes waar water in blijft staan. De open stootvoegen die je bij een spouwmuur wel wilt hebben, komen pas boven de waterkerende laag. Voegwerk onder het maaiveld strijk je gewoon door met de troffel, want een verdiepte voeg onder de grond is een gootje waar vuil en vocht zich verzamelen.

Bij een oud huis met zachte steen ligt het anders. Een keiharde cementmortel maakt de steen daar het zwakste onderdeel: het vocht moet ergens naar buiten en gaat dan door de steen, die vervolgens in de vorst afschilfert. Wij kiezen bij historisch werk liever een kalk-trasmortel, die waterbestendig is en toch dampopen blijft.

Waar je mee bezig bentMortel die pastWaaromWaar het misgaat
Nieuw trasraam in harde steenTrasmortel of metselmortel M10Dicht, sterk en bestand tegen grondvochtTe nat aangemaakt, dan zakt de sterkte in
Metselwerk boven de waterkeringMetselmortel M5 tot M10Iets soepeler, beter voor het gevelbeeldDezelfde harde mortel doortrekken geeft scheurtjes in de voeg
Oud werk met zachte steenKalk-trasmortelWaterbestendig maar dampopen, de steen blijft heelCementmortel laat het vocht door de steen naar buiten
Voegwerk onder maaiveldDoorstrijken met de metselmortel zelfGeen naad tussen metsel- en voegmortelVerdiept voegen geeft standwater in de voeg
Voegwerk boven maaiveldVoegmortel, platvol of licht verdieptWateert af naar buitenDiep uitgekrabde voegen vangen regen op
Betonvoet onder het trasraamBeton C20/25Draagt de muur en blijft in de grond intactTe snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren
Eerste laag stenen op het betonVolle laag specie van 15 tot 20 mmVangt de oneffenheden van de betonvoet opDun aanzetten, dan loop je de hele muur uit het lood

Metsel bij vorst niet door. Onder de vijf graden komt een cementmortel nauwelijks op gang, en bevriest het water in de verse voeg dan zet het uit en blijft er een poederige voeg over. Ga je toch door in de winter, dek het verse werk dan af met noppenfolie en een dekkleed.

Trasraam en fundering: hoe de twee op elkaar aansluiten

Een trasraam begint op de fundering, en die twee zijn niet los te zien. Bij een tuinmuur, een penant of een schuurtje is dat meestal een gewapende betonvoet, een strokenfundering. De onderkant daarvan leg je vorstvrij, in Nederland houden wij zestig tot tachtig centimeter onder het maaiveld aan. Vriest de grond onder een te ondiepe voet, dan wordt de muur opgetild en zakt hij scheef terug.

Maak de voet breder dan de muur, zodat de belasting zich in de grond kan spreiden. Een decimeter uitsteek aan weerszijden is een gangbare vuistregel voor licht werk. Voor een penant van 55 bij 55 centimeter kom je daarmee op circa 75 bij 75 in plaats van de 60 bij 60 die veel mensen bedenken. Bij een dragende muur of een slappe ondergrond hangt de maat af van de grondslag en dan is een berekening op zijn plaats.

De wapening hoeft niet millimeterprecies waterpas te liggen. Wat wel telt is de betondekking: het staal moet aan alle kanten in het beton zitten, anders roest het en drukt de roest het beton eraf. Leg het net op kunststof of betonnen afstandhouders van vier centimeter en houd de randen ongeveer vijf centimeter vrij van de bekisting. Losse bakstenen als steunblokje zijn een slechte gewoonte, want die zuigen water en vormen een pad naar het staal.

Beton heeft tijd nodig. Ontkisten kan na ongeveer een dag, licht belasten na een week, en op volle sterkte is het pas na achtentwintig dagen. Wij metselen de eerste lagen doorgaans na een dag of drie, voorzichtig en zonder de kist als steun te gebruiken. In de tabel met droogtijden per materiaal zie je wat gestort beton en een cementgebonden mortel werkelijk nodig hebben.

OnderdeelMaat die wij aanhoudenWaarom die maat
Onderkant betonvoet60 tot 80 cm onder maaiveldVorstvrij, zodat de muur niet opvriest
Dikte betonvoet tuinmuur20 tot 30 cmGenoeg hoogte om de wapening met dekking kwijt te kunnen
Breedte betonvoetMuurdikte plus circa 10 cm aan weerszijdenSpreidt de belasting over de grond
Wapeningsnet6 of 8 mm staaf, maaswijdte 150 mmVangt trek op bij ongelijke zetting
Betondekking op het staal35 tot 50 mm rondomBeschermt de wapening tegen roest
Trasraam onder maaiveldVanaf de betonvoet tot het grondoppervlakDeze zone staat altijd in vochtige grond
Trasraam boven maaiveld20 tot 30 cmOpspattend regenwater reikt tot ongeveer deze hoogte
Waterkerende laagEerste lintvoeg boven maaiveld, minimaal 15 cm hoger dan de bestratingBreekt het capillair transport naar boven af
Open stootvoegenOm de meter, direct boven de waterkeringVoert water uit de spouw naar buiten
Grindstrook langs de gevel20 tot 30 cm breed, circa 10 cm diepHoudt natte grond van het metselwerk af

Graaf nooit langs een bestaande fundering dieper dan die fundering zelf. Je haalt dan de grond weg die de voet zijdelings steunt en dat kan zakking of scheuren geven. Blijf ook uit de buurt van kabels en leidingen: een graafmelding via het KLIC-systeem kost niets en voorkomt dat je een gasleiding raakt.

Trasraam beton: wanneer het geen metselwerk is

Niet elk huis heeft een gemetseld trasraam. Bij veel naoorlogse woningen is de onderste zone van de gevel een betonnen funderingsbalk of een prefab betonnen sokkel die precies dezelfde functie vervult. Beton is veel minder capillair dan baksteen, dus het houdt grondvocht goed tegen. Daar komt bij dat zo'n balk in één stuk doorloopt en dus geen voegen heeft waar water doorheen kan.

Een betonnen trasraam is niet onaantastbaar. Op de aansluiting tussen beton en metselwerk hoort nog steeds een waterkerende laag, want anders loopt vocht via de mortelnaad alsnog omhoog. En een betonband is een koudebrug van formaat: bij een onverwarmde kruipruimte voel je dat aan een koude vloerrand en zie je het aan condens op het onderste stuk binnenmuur.

Zelf een betonnen sokkel storten kan prima bij een tuinmuur. Je metselt dan pas boven maaiveld en je hebt onderin geen enkele voeg. Laat het beton wel ruw achter waar het metselwerk erop komt, want een gladgestreken betonoppervlak geeft de specie weinig houvast. Een laag metselwerk van harde steen op de betonvoet blijft in onze ervaring makkelijker herstelbaar dan een sokkel die je later niet meer kunt openen.

Binnen begint boven de waterkering pas het kalkzandsteen of het lichte materiaal. Een binnenwand van gipsblokken hoort al helemaal niet in de vochtige zone onderin, want gips lost letterlijk op in staand water. Dat geldt net zo goed voor de wat zwaardere gibo blokken. Zet zo'n wand op een kimlaag van cellenbeton of op cementgebonden stroken, en nooit rechtstreeks op een vloer die vocht doorgeeft.

Tot hoe hoog het trasraam moet komen

De hoogte onderin ligt vast: het trasraam begint op de fundering. De hoogte bovenin is een keuze, en daar gaat het in de praktijk mis. Wij houden twintig tot dertig centimeter boven het maaiveld aan, omdat regenwater dat op de bestrating slaat ongeveer tot die hoogte tegen de gevel spat. Bij een gevel met een brede dakoverstek kan het minder zijn, bij een muur langs een pad met veel plassen liever meer.

Wat telt is het maaiveld zoals het straks wordt, niet zoals het nu is. Wie zijn tuin twintig centimeter ophoogt of een terras aanlegt op een dikke zandbaan, schuift het maaiveld omhoog en kan zo een trasraam van dertig centimeter terugbrengen tot tien. Nog een stap verder en de bestrating ligt boven de waterkerende laag, waarna het vocht er gewoon omheen loopt en de binnenmuur nat wordt.

Wij houden daarom minimaal vijftien centimeter aan tussen de bovenkant van de bestrating en de waterkerende laag, met de tegels op afschot van de gevel af. Loopt de tuin naar het huis toe af, dan help je het water actief naar de muur en is een goot of een greppel langs de gevel geen luxe.

Merk je binnen al dat er iets mis is, dan zie je dat meestal onderaan de muur: bladderende verf, zoutkringen en loslatend stucwerk tot een halve meter hoog. Hoe je de binnenzijde daarna weer opbouwt, staat in ons overzicht over wanden en plafonds. Aan die binnenkant beginnen heeft alleen zin nadat de oorzaak buiten is weggenomen.

Zet met een potlood of een streep verf een markering op de gevel voordat je gaat ophogen, ter hoogte van de onderkant van de open stootvoegen. Zolang je bestrating en tuinaarde daar vijftien centimeter onder blijven, zit je goed. Dat is een stuk praktischer dan later terugrekenen vanaf een onzichtbare folie.

Vocht rond het trasraam: grind, bestrating en drainage

Onder het maaiveld staat het metselwerk in contact met de grond, en grond houdt water vast. Klei en tuinaarde blijven na een bui dagenlang nat tegen de muur staan, en al die tijd heeft het trasraam de gelegenheid om zich vol te zuigen. Vervang je die laag door split, dan zakt het water in minuten weg en blijft de muur veel korter nat.

Een strook van twintig tot dertig centimeter breed en ongeveer een spade diep is genoeg. Leg er worteldoek in tegen onkruid, vul hem met basaltsplit of grind in de maat 8/16 en houd de bovenkant iets lager dan de aangrenzende bestrating. Werk je met een kantopsluiting, zet die dan op ongeveer tien centimeter van de gevel, zodat de grond de muur niet meer raakt.

Dit werkt alleen als de ondergrond doorlatend is. In zandgrond is een plas na een plensbui binnen enkele minuten weg. In klei of leem verandert dezelfde geul in een badkuip die langer nat blijft dan de grond die er eerst lag. Ligt er klei, dan hoort er een drainagebuis in de bak met afschot naar een infiltratieput of een grindkoffer lager in de tuin.

Binnenshuis speelt hetzelfde spel in de kruipruimte. Zolang het grondwater onder de onderkant van het trasraam blijft, is er weinig aan de hand. Komt het erboven, dan staat het water tegen metselwerk dat daar niet op gebouwd is en trekt het vocht via het binnenblad omhoog.

Een grindstrook is geen vervanging voor een trasraam. Hij verkort de tijd dat de muur nat staat, meer niet. Zit er onderin zachte steen of kalkzandsteen, dan blijft het vocht optrekken en verplaats je met split alleen het moment waarop je het merkt.

Een bestaand trasraam herstellen of aanhelen

Verweerd trasraam metselwerk herken je aan afgeschilferde koppen, uitgevallen voegen en een poederig oppervlak dat je met je duim wegveegt. Los voegwerk krab je uit tot ongeveer twee centimeter diep, je maakt de voeg nat en je vult hem opnieuw met een mortel die past bij de steen. Bij harde steen mag dat een stevige cementmortel zijn, bij zachte oude steen kies je een kalk-trasmortel.

Stenen die echt kapot zijn, hak je er per stuk uit en vervang je door een harde steen van hetzelfde formaat. Werk in kleine stukken en nooit over een grote lengte tegelijk, zeker niet onder een dragende gevel. Zet de nieuwe steen in een volle laag specie en druk de stootvoegen goed aan, want juist daar loopt het water anders naar binnen.

Ontbreekt er een waterkerende laag, dan is het naderhand inbrengen van een chemische horizontale afdichting de gangbare route. Je boort schuin omlaag in de lintvoeg, gaten van twaalf millimeter om de tien tot twaalf centimeter, en je vult ze met een injectiecrème op silaan-siloxaanbasis. De crème trekt in de voeg en vormt een zone die water niet meer doorlaat. Reken erop dat de muur daarna nog maanden nodig heeft om uit te drogen.

Pas als de muur binnen weer droog is, heeft het zin om aan de afwerking te beginnen. Zet je er een voorzetwand voor, kies dan bewust de dikte van de gipsplaat en hoe je die achteraf dichtzet. Het strak wegwerken van naden en schroefgaten staat bij gipsplaten afwerken.

Smeer een trasraam nooit dicht met een waterafstotend middel of een cementpleister als de muur nat is. Het vocht dat er al in zit moet ergens naartoe en zoekt dan een weg naar binnen of hogerop. Neem eerst de oorzaak weg en laat de muur drogen.

Trasraam bij een tuinmuur, een penant of een schuur

Bij een vrijstaande muur is er geen binnenkant en geen spouw, dus staan beide zijden in het weer. Het trasraam loopt dan gewoon rondom door, aan alle zijden even hoog. Een waterkerende laag in de lintvoeg is bij een tuinmuur minder gebruikelijk, omdat er geen droge binnenruimte te beschermen valt, maar met harde steen onderin voorkom je nog steeds uitbloei en vorstschade.

De bovenkant vraagt net zoveel aandacht als de onderkant. Een muur die van boven water opneemt, wordt in de winter van bovenaf kapotgevroren. Een afdekker van beton of natuursteen met een overstek en een druiprand doet het goed, en het klassieke alternatief is dat je er een rollaag op metselt in dezelfde harde steen.

Komt er een poort of een doorgang in de muur, dan draagt het metselwerk boven die opening niet zichzelf. Daar hoort een stalen of betonnen draagbalk in, en hoe je die op de juiste oplegging brengt lees je bij het plaatsen van een latei.

Wil je sokkelverlichting in de muur, denk dan aan de kabel voordat je stort. Leg een kunststof mantelbuis van tweeëndertig millimeter dwars door de bekisting en trek de grondkabel er later doorheen. Een meegestorte kabel verzwakt zo'n voet niet noemenswaardig, maar je krijgt hem nooit meer vervangen. Voed de verlichting vanaf een groep met een aardlekschakelaar van 30 mA en gebruik kabel die geschikt is voor ondergronds gebruik.

Zo bouw je een trasraam op onder een nieuwe muur

Deze volgorde geldt voor een vrijstaande tuinmuur of penant en gaat bij een aanbouw in grote lijnen hetzelfde.

  1. Bepaal eerst het definitieve maaiveld

    Meet uit hoe hoog de bestrating of de tuinaarde straks komt te liggen, niet hoe hoog die nu ligt. Vanaf dat peil reken je twintig tot dertig centimeter omhoog voor de bovenkant van het trasraam en zestig tot tachtig centimeter omlaag voor de onderkant van de fundering. Zonder dat vaste peil klopt de rest van de maatvoering niet.

  2. Graaf uit en zet de bekisting

    Graaf de sleuf tot op vaste, ongeroerde grond en maak de bodem vlak. Timmer de bekisting ruim: de betonvoet steekt aan weerszijden ongeveer een decimeter buiten de muur uit. Schoor de kist aan de buitenzijde, want vers beton drukt harder tegen het hout dan je verwacht.

  3. Leg de wapening op afstandhouders

    Leg het net van 6 of 8 mm met een maaswijdte van 150 mm op kunststof of betonnen afstandhouders van vier centimeter, en houd de randen circa vijf centimeter vrij van de kist. Gebruik geen losse bakstenen als steun: die zuigen water en brengen het tot aan het staal. Leg nu ook de mantelbuis voor een eventuele kabel op zijn plek en tape de uiteinden dicht.

  4. Stort en verdicht het beton

    Stort in één keer door en verdicht met een trilnaald of door stevig met een lat te prikken, zodat de luchtbellen eruit gaan en het beton om de wapening sluit. Rei de bovenkant vlak af. Houd het beton bij warm weer een week vochtig onder plastic, anders krijg je krimpscheuren.

  5. Ontkist en zet de eerste laag uit

    Na een dag kan de kist eraf. Zet de hoeken uit, span je koord en leg de eerste laag harde stenen in een volle laag specie van vijftien tot twintig millimeter, zodat je de oneffenheden van het beton wegwerkt. Deze laag bepaalt of de hele muur waterpas en in het lood komt, dus neem er de tijd voor.

  6. Metsel het ondergrondse deel vol en zat

    Werk met hardgebakken steen in trasmortel of metselmortel M10, met volle lint- en stootvoegen. Strijk de voegen direct door met de troffel in plaats van ze te verdiepen. Vul bij een spouwmuur de spouw onderin niet met vallende specie, want die brok wordt later de brug waarlangs vocht naar het binnenblad loopt.

  7. Breng de waterkerende laag aan

    Leg de folie of de loodvervanger in de eerste lintvoeg boven het maaiveld, over de volle breedte en met overlappingen van tien centimeter. Bij een spouwmuur laat je hem vanaf het binnenblad naar buiten aflopen en houd je er om de meter een stootvoeg boven open. Vanaf hier mag de gevelsteen beginnen.

  8. Werk de aansluiting op het maaiveld af

    Voeg het zichtbare werk na een paar dagen af, platvol of licht verdiept. Vul de strook langs de muur met basaltsplit op worteldoek en leg de bestrating met afschot van de muur af. Houd minimaal vijftien centimeter tussen de tegels en de waterkerende laag, ook als dat betekent dat je een tegelrij lager moet beginnen.

Droogtijden

Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens

Soort werkMateriaalStofdroogOverschilderbaar of belastbaarVolledig uitgehardWaar het misgaat
KitAcrylaatkit20 tot 40 minutenna 6 tot 12 uur overschilderbaar24 tot 48 uurTe vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt.
KitSiliconenkit (sanitair)10 tot 20 minutenniet overschilderbaar24 uur per 2 mm dikteEen dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig.
KitHybride kit (MS-polymeer)15 tot 30 minutenna 24 uur overschilderbaar24 tot 72 uurHardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer.
KitPolyurethaankit30 tot 60 minutenna 24 uur3 tot 5 dagenBlijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is.
KitMontagekit30 minuten voorgripna 24 uur belastbaar3 tot 7 dagen op volle sterkteZwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt.
StucwerkStucpasta of finishpasta2 tot 4 uurna 12 tot 24 uur schuren24 tot 48 uurOp een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij.
StucwerkGips (raaplaag)12 uur per laagna 24 uur verder werken1 week per centimeter dikteVerven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf.
StucwerkCementgebonden pleister24 uurna 3 dagen2 tot 4 wekenEen dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven.
StucwerkVulmiddel voor gaatjes20 tot 60 minutenna 1 tot 2 uur schuren4 tot 8 uurDiepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen.
VerfMuurverf op waterbasis (latex)30 tot 60 minutenna 4 tot 6 uur tweede laag2 tot 4 wekenDe verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast.
VerfGrondverf op waterbasis1 uurna 4 tot 6 uur schuren en aflakken24 uurOnvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak.
VerfGrondverf op terpentinebasis4 tot 6 uurna 16 tot 24 uur3 tot 5 dagenBij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door.
VerfLak op waterbasis1 tot 2 uurna 6 uur tweede laag5 tot 7 dagenDeuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken.
VerfLak op terpentinebasis4 tot 8 uurna 24 uur1 tot 2 wekenBlijft in een vochtige ruimte dagen kleverig.
VerfVoorstrijkmiddel1 tot 2 uurna 2 tot 4 uur verder12 uurDoorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in.
VloerEgaliseermiddel3 tot 6 uur beloopbaarna 24 uur vloer leggen1 dag per millimeterEen laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc.
VloerCementdekvloer24 tot 48 uur beloopbaarna 3 weken belastbaar1 week per centimeter, daarna langzamerEen dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag.
VloerAnhydriet gietvloer24 tot 48 uurna 5 tot 7 dagen3 tot 6 wekenDe zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden.
VloerBetonvloer gestort24 uur ontkistenna 7 dagen licht belastbaar28 dagen op sterkteTe snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig.
TegelwerkTegellijm (standaard)niet belopenna 24 uur voegen7 dagenVoegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting.
TegelwerkTegellijm (sneldrogend)niet belopenna 4 tot 6 uur voegen24 uurHandig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd.
TegelwerkVoegmortel2 tot 3 uur nawassenna 24 uur licht belastbaar7 dagen voor douchegebruikTe snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen.
TegelwerkSmeerbare afdichting (kimband en pasta)3 tot 4 uur per laagna 12 tot 24 uur tegelen24 uurTwee dunne lagen werken beter dan een dikke.
BehangBehangplaksel op vliesbehangdirect hangenna 24 uur droog48 uurVerwarming vol aanzetten laat de naden openstaan.
BehangGlasweefsel met muurverf gelijmd6 uurna 24 uur overschilderen48 uurTe vroeg de tweede laag geeft blaasjes.
HoutHoutlijm (pva)20 tot 30 minuten klemmenna 1 uur voorzichtig hanteren24 uur op volle sterkteTe weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt.
HoutConstructielijm (polyurethaan)40 minuten klemmenna 3 uur24 uurSchuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk.
HoutHoutvuller op waterbasis30 minutenna 1 uur schuren4 uurDiepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm.
HoutEpoxy houtreparatie30 tot 90 minutenna 4 tot 6 uur schuren24 uurOnder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig.
HoutBeits op waterbasis1 uurna 4 uur tweede laag24 tot 48 uurIn de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen.

Samengesteld uit fabrikantenvoorschriften en uit wat mensen in de praktijk tegenkomen. Alle tijden gelden bij ongeveer 20 graden en 60 procent luchtvochtigheid. Kouder of vochtiger betekent langer wachten: reken bij 10 graden ruwweg op een verdubbeling. Houd bij twijfel de verpakking van jouw product aan.

Controleer dit voordat je verder metselt

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

Een penant van 55 bij 55 met een eigen betonvoet

Het plan was een gemetselde penant van ongeveer 55 bij 55 centimeter en een meter hoog, in gele gevelsteen, met sokkelverlichting erin. De bedachte fundering was 60 bij 60 centimeter, twintig centimeter dik, met de onderkant op zestig centimeter diep. Die diepte klopt, de breedte was aan de krappe kant: met een decimeter uitsteek rondom kom je op ongeveer 75 bij 75 en spreidt de belasting veel beter.

Over de wapening was veel twijfel. Een net van 6 millimeter met een maaswijdte van 150 millimeter is voor dit formaat ruim voldoende en hoeft niet kaarsrecht waterpas te liggen. Waar het wel op aankomt is de dekking: het net op afstandhouders van vier centimeter, de randen vijf centimeter vrij van de kist. Het idee om er halve stenen onder te leggen ging van tafel, want die trekken water tot aan het staal.

De grondkabel voor de verlichting werd niet meegestort maar door een kunststof mantelbuis dwars door de voet gelegd, met de uiteinden afgeplakt tijdens het storten. Zo blijft de kabel later vervangbaar. De laatste vraag was de steenkeuze, en daar klopte het uitgangspunt: vanaf de betonvoet tot een paar lagen boven het maaiveld hardgebakken rode steen, en daarboven pas de gele gevelsteen.

Dit kwamen we tegen

Een halve meter water in de kruipruimte

Een kruipruimte liep na elke natte periode onder, met op het diepste punt ongeveer vijftig centimeter water. Een dompelpomp met vlotter hield het niveau in bedwang en het huis rook nergens muf, dus de neiging was om het daarbij te laten.

De grens ligt bij het trasraam. Zolang het water onder de onderkant daarvan blijft, is het vooral onaangenaam om te zien. Komt het niveau erboven, dan staat het water tegen metselwerk dat daar niet op gerekend is, en bij een binnenblad van kalkzandsteen begint het probleem meteen. Kalkzandsteen zuigt capillair en tilt het vocht ver boven de waterlijn omhoog, met vochtige plinten en zoutkringen op de begane grond als gevolg.

De vlotter werd daarom lager afgesteld, ruim onder het trasraam, en de pomp kreeg een vaste afvoer in plaats van een slang die telkens ergens overheen lag. Daarnaast werd gezocht naar de oorzaak: een lekkende leiding en een dichtgeslibde afvoer bleken samen het grootste deel van het water te leveren. Een bodemafsluiting van folie of schelpen helpt tegen opstijgend bodemvocht, maar niet tegen een kruipruimte die volloopt.

Dit kwamen we tegen

Grond tot boven het trasraam bij een gestucte gevel

Bij een woning aan een dijk liep het talud schuin tegen de gestucte gevel op. De onderste stootvoegen lagen daardoor onder de grond, precies de voegen die het water uit de spouw moeten afvoeren. Het stucwerk onderin bleef nat en liet in vlekken los.

Het stucwerk verder omlaag doortrekken zou het probleem alleen dieper wegstoppen. Wat hier werkte was de grond weghouden. Er kwam een bestratingsbandje op ongeveer tien centimeter van de gevel, en om de zoveel meter een steen tussen bandje en muur om de gronddruk op te vangen zodat het bandje niet naar de gevel toe kantelt.

Daarmee kwamen de stootvoegen weer vrij en raakte de grond het metselwerk boven het trasraam niet meer. De sleuf tussen bandje en gevel werd gevuld met split, zodat regenwater dat erin valt meteen wegzakt in plaats van tegen de muur te blijven staan. Het stucwerk werd pas een seizoen later hersteld, toen de muur eronder echt droog was.

Dit kwamen we tegen

Een geul met basaltsplit langs de buitenmuur

Langs een buitenmuur lag zwarte tuinaarde direct tegen het metselwerk. Binnen was er geen zichtbaar vochtprobleem, maar de muur onder het maaiveld stond dagenlang nat na elke bui. Er werd een geul gegraven van ongeveer vijfentwintig centimeter breed en een spade diep, gevuld met basaltsplit.

Na een flinke plensbui stond er even een plas in de geul, en die was binnen vijf minuten weg. Dat is het hele punt van zo'n strook: split houdt vrijwel geen water vast, terwijl tuinaarde het dagen vasthoudt. In die korte tijd krijgt het metselwerk onder het maaiveld nauwelijks de kans zich vol te zuigen.

Wat we erbij aantekenen: dit werkte omdat de ondergrond goed doorlatend zand was en de onderste lagen van hardgebakken steen bestonden, met een spouw erachter. Op klei zou dezelfde geul een bak worden waar het water in blijft staan, en dan hoort er een drainagebuis met afschot in. Wie geen vochtprobleem heeft, krijgt er met zo'n strook ook geen, maar wie zachte steen onderin heeft, lost er niets mee op.

Veelgemaakte fouten

De tuin of het terras ophogen tot boven het trasraam

Dit is de meest voorkomende oorzaak van optrekkend vocht in huizen die het eerder nooit hadden. Ligt de bestrating hoger dan de waterkerende laag, dan loopt het vocht daar simpelweg omheen en komt het in de gevel boven het trasraam terecht. Houd minstens vijftien centimeter tussen de tegels en de waterkering.

Kalkzandsteen of cellenbeton onder het maaiveld

Beide materialen zuigen water capillair op en geven het door aan alles wat erboven zit. Een binnenblad van kalkzandsteen dat in een natte kruipruimte staat, trekt het vocht meters ver omhoog. Deze zone hoort in hardgebakken steen of in beton te zijn uitgevoerd.

Het trasraam aan de buitenkant waterdicht smeren

Een impregneermiddel of een cementpleister op een natte muur lijkt logisch, maar sluit het vocht in. Het water dat er al in zit moet ergens naartoe en zoekt dan een weg naar binnen of hoger de gevel in. Achter de dichte laag vriest het metselwerk bovendien sneller kapot.

De waterkerende laag onderbreken of doorknippen

De folie moet in één doorgaande baan liggen met overlappingen van zo'n tien centimeter. Bij een deurdorpel, een hoek of een aansluiting knippen mensen hem weg omdat hij in de weg zit, en precies op dat punt loopt het vocht later omhoog. Laat de baan liever een stuk uitsteken en snijd hem pas af als het metselwerk staat.

Holle stootvoegen onder het maaiveld

Een stootvoeg die je onderin niet volledig vult, is een holletje waar grondwater in blijft staan. Bij vorst zet dat water uit en drukt het de voeg eruit. Onder het maaiveld metsel je vol en zat, en de open stootvoegen komen pas boven de waterkering.

Een keiharde cementmortel gebruiken bij oude, zachte steen

De mortel wordt dan sterker dan de steen. Vocht kan niet meer door de voeg naar buiten, dus verdampt het via het steenoppervlak en neemt het zouten mee. Het gevolg is een gevel waarvan de koppen afschilferen terwijl het voegwerk er als nieuw uitziet. Bij zachte steen past een kalk-trasmortel.

De wapening op losse bakstenen leggen

Een halve steen als opvulblokje onder het wapeningsnet lijkt handig, maar baksteen zuigt water en geleidt dat tot tegen het staal. Op die plek roest de wapening, en roestend staal zet uit en drukt het beton eraf. Gebruik afstandhouders die daarvoor gemaakt zijn.

Specie in de spouw laten vallen

Brokken mortel die tijdens het metselen onderin de spouw belanden, vormen een brug tussen buitenblad en binnenblad. Water loopt daar dwars overheen naar binnen, ook al is alles verder goed uitgevoerd. Schuif de spouw tijdens het werk regelmatig schoon met een spouwlat of een plank die je op de spouwankers laat rusten.

Veelgestelde vragen

Wat is een trasraam precies?

Het trasraam is het onderste deel van een buitenmuur, vanaf de fundering tot ongeveer twintig a dertig centimeter boven het maaiveld. Die zone wordt gemetseld van hardgebakken steen in een mortel die weinig water doorlaat, zodat grondvocht niet capillair de gevel in trekt. De naam komt van tras, gemalen tufsteen die aan kalkmortel werd toegevoegd om die waterbestendig te maken.

Hoe hoog moet een trasraam boven de grond uitkomen?

Wij houden twintig tot dertig centimeter boven het definitieve maaiveld aan, omdat opspattend regenwater ongeveer tot die hoogte tegen de gevel komt. Onder een brede dakoverstek mag het minder, langs een pad waar plassen blijven staan liever meer. Wat er echt toe doet, is dat de waterkerende laag minstens vijftien centimeter boven de bestrating blijft.

Welke trasraam stenen moet ik gebruiken?

Hardgebakken baksteen, in de handel bekend als hardgrauw of klinker. Die is op hoge temperatuur gebakken, waardoor de poriën grotendeels dicht zijn en de wateropname laag blijft, doorgaans in de orde van vijf tot acht procent. Vraag om vorstbestandheidsklasse F2 in het productblad. Zachte handvormsteen, kalkzandsteen en cellenbeton horen niet in deze zone thuis.

Waar kan ik trasraam stenen kopen en hoeveel heb ik er nodig?

Bij een steenhandel of bouwmaterialenhandel vraag je naar hardgrauw of klinker in het gewenste formaat, niet naar trasraam stenen. Vraag het productblad met de wateropname en de vorstbestandheidsklasse erbij. Voor een halfsteens muur in waalformaat reken je ongeveer 76 stenen per vierkante meter, bij dikformaat ongeveer 63. Bestel vijf procent extra voor breuk en passtukken, en neem alles uit één partij vanwege het kleurverschil tussen bakkingen.

Hoe weet ik of oude stenen geschikt zijn als trasraam?

Doe twee proeven. Tik twee stenen tegen elkaar: een harde steen klinkt helder, een zachte klinkt dof. Giet daarna wat water op de platte kant. Blijft de druppel even staan en trekt hij traag weg, dan is de steen dicht genoeg. Zuigt hij binnen enkele tellen in en loopt de vlek uit, dan hoort de steen niet onder het maaiveld. Breek er ook een doormidden: een dichte, bijna glasachtige breuk is goed, een korrelige en poederige breuk niet.

Kan een trasraam van beton zijn?

Ja, en bij veel naoorlogse woningen is dat ook zo. De onderste zone van de gevel is dan een betonnen funderingsbalk of een prefab sokkel. Beton is veel minder capillair dan baksteen en heeft geen voegen, dus het houdt grondvocht goed tegen. Op de aansluiting met het metselwerk erboven hoort nog steeds een waterkerende laag, en houd rekening met de koudebrug die zo'n band vormt bij een onverwarmde kruipruimte.

Welke mortel hoort er in trasraam metselwerk?

Bij nieuw werk in harde steen een kant-en-klare trasmortel of een metselmortel van klasse M10. Meng je zelf, dan is een deel portlandcement op drie delen scherp metselzand gangbaar voor deze zone. Metsel vol en zat en strijk de voegen onder het maaiveld direct door. Bij een oud pand met zachte steen kies je een kalk-trasmortel, want een keiharde cementmortel maakt de steen daar het zwakste onderdeel.

Hoe diep moet de fundering onder een trasraam liggen?

Voor een tuinmuur of penant houden wij zestig tot tachtig centimeter onder het definitieve maaiveld aan, zodat de voet vorstvrij ligt. De betonvoet steekt ongeveer een decimeter aan weerszijden buiten de muur uit en is twintig tot dertig centimeter dik, met een wapeningsnet op afstandhouders. Bij een dragende muur of een slappe ondergrond hangt de maat af van de grondslag en hoort er een berekening aan te pas te komen.

Heeft een tuinmuur ook een trasraam nodig?

Een tuinmuur beschermt geen droge binnenruimte, dus een waterkerende laag is er minder gebruikelijk. Toch is harde steen onderin verstandig, want de muur staat aan beide kanten in het weer en zuigt vanuit de grond water op. Zachte steen onderin geeft binnen een paar winters afgeschilferde koppen en witte uitbloei. Dek de muur bovendien af, want water dat van boven intrekt richt evenveel schade aan.

Mijn huis heeft geen trasraam, wat kan ik doen?

Bij oudere panden ontbreekt zowel het trasraam als een waterkerende laag regelmatig. De gangbare oplossing is een chemische horizontale afdichting: schuin omlaag boren in de lintvoeg, gaten van twaalf millimeter om de tien tot twaalf centimeter, en die vullen met injectiecrème. Combineer dat met het weghalen van grond tegen de gevel en een grindstrook. Reken erop dat de muur na de behandeling nog maanden nodig heeft om uit te drogen.

Mag er grind of bestrating tegen het trasraam aan liggen?

Grind mag er gerust tegenaan liggen en is zelfs beter dan tuinaarde, omdat split nauwelijks water vasthoudt. Bestrating mag ook, mits de bovenkant minstens vijftien centimeter onder de waterkerende laag blijft en de tegels op afschot van de gevel af liggen. Wat je niet wilt, is grond die tegen het metselwerk boven het trasraam opkruipt en de open stootvoegen afdekt.

Waarom staat er soms een lichte rand of zoutuitslag op het trasraam?

Die witte waas is uitbloei: opgeloste zouten die met het vocht naar het oppervlak trekken en achterblijven als het water verdampt. Het is een teken dat er vocht door het metselwerk beweegt. Vaak verdwijnt het na een paar seizoenen vanzelf met de regen. Blijft het terugkomen, dan is er een aanvoer van vocht die je beter kunt opsporen dan wegborstelen, bijvoorbeeld grond tegen de gevel of een lekkende regenpijp.

Wanneer je beter een vakman belt

Een trasraam metselen onder een nieuwe tuinmuur of penant is werk dat je met geduld en een waterpas prima zelf doet. Er zijn wel duidelijke grenzen.

Zodra er metselwerk onder een dragende gevel uit moet, houdt het zelf doen op. Een dragende muur over meer dan een halve meter openleggen vraagt om stempels en een berekening, en gaat het mis dan zakt de gevel erboven mee. Datzelfde geldt bij een verzakking of scheuren die zich door de gevel doortrekken: dan gaat het over de fundering en hoort er eerst onderzoek te komen, geen metselwerk.

Graven langs een bestaande fundering is de tweede grens. Ga je dieper dan de onderkant van de bestaande voet, dan haal je de zijdelingse steun weg. Bij sleuven dieper dan ongeveer een meter speelt bovendien instortingsgevaar van de wand, en dat is geen theoretisch risico.

Bel ook bij aanhoudend vocht dat je niet kunt verklaren. Een injectiebehandeling die met garantie wordt uitgevoerd, begint met een vochtmeting en een oorzaakonderzoek. Doe je het zelf op de gok, dan boor je een muur vol gaten terwijl het water via een lekkende regenpijp of een opgehoogde tuin binnenkomt.

Verder lezen over dit onderwerp

diy-gids.nl WANDEN & PLAFOND Gipsblokken
Wanden & plafond

Gipsblokken

diy-gids.nl WANDEN & PLAFOND Dikte gipsplaat
Wanden & plafond

Dikte gipsplaat