M10 voorboren: de boormaat per klus en per houtsoort
De boor die bij M10 hoort ligt ergens tussen de zes en de zestien millimeter, en het bevestigingsmiddel bepaalt welke maat dat wordt. Voor een tapgat in staal boor je 8,5 millimeter, voor een bout die er alleen doorheen moet 11 millimeter. Een houtdraadbout M10 vraagt twee boren onder elkaar: 6 tot 8 millimeter voor het draaddeel en 9,5 tot 10 millimeter voor de gladde hals achter de kop. Zit er een plug, een huls of mortel omheen, dan volgt de boor dat onderdeel en kom je uit op 12, 14 of 16 millimeter.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Schuifmaat om de hals en de kern van de bout op te meten
- Houtspiraalboren 6, 6,5, 7, 8 en 10 mm, bij voorkeur met centerpunt
- Slangenboor of lange houtboor voor gaten dieper dan 8 cm
- Metaalboren HSS 8,5 en 11 mm, plus 4 mm om voor te boren
- Steenboren 10, 12, 14 en 16 mm met hardmetalen punt
- Tapset M10 met wringijzer, voorsnijder en naslagtap
- Dopsleutel of ringsleutel 17 voor de kop van de houtdraadbout
- Dieptaanslag of schilderstape om de boordiepte af te tekenen
- Uitblaasbalgje en ronde gatenborstel voor gaten in steen
- Boorstandaard of boorgeleider als het echt haaks moet
- Veiligheidsbril, handschoenen en gehoorbescherming
Materiaal
- Houtdraadbouten M10 in de lengte die je nodig hebt, met ringen en moeren
- Doorgaande M10-bouten of draadeinden met carrosserieringen
- Slotbouten M10 voor verbindingen die je van één kant wilt aandraaien
- Nylon pluggen 14 mm voor houtdraadbouten M10 in steen
- Hulsanker, doorsteekanker of chemisch anker M10
- Injectiemortel met zeefhulzen voor holle of zachte steen
- Zuurvrije vaseline of blanke was als smeermiddel op de houtdraad
- Snijolie voor het tappen in staal
Wat er in het gat komt, bepaalt de boormaat
M10 is de maat van de draad: tien millimeter over de toppen. Dat getal zegt vrijwel niets over de boor die je nodig hebt, want die loopt in de praktijk van zes tot zestien millimeter.
Zoek je in ons overzicht over zagen en boren in hout en steen naar boormaten, dan kom je 8,5 millimeter tegen. Op de doos van een keilbout M10 staat 16, en in een vurenhouten regel wil je juist onder de zeven blijven. Alle drie die maten kloppen, ze horen alleen bij een andere klus.
De regel die je overal doorheen helpt: boor op de maat van het bevestigingsmiddel en niet op de maat van de bout. Zit er een huls, een plug of een laag mortel omheen, dan bepaalt dat onderdeel de diameter. Snijdt de bevestiging zijn draad zelf in het materiaal, zoals bij een houtdraadbout of een tap, dan bepaalt de kerndiameter van die draad de boor.
Bij M10 komt er nog iets bij dat je bij dunnere maten nauwelijks merkt. Een houtdraadbout M10 heeft twee verschillende diameters over zijn lengte, en die vragen allebei hun eigen gat. Die tweede boring wordt het vaakst overgeslagen en levert de meeste gesplijte balken op.
| Wat je vastzet | Waarin | Boormaat | Waarom die maat |
|---|---|---|---|
| M10-schroefdraad tappen | Staal, aluminium, dik kunststof | 8,5 mm | Draadmaat min de spoed van 1,5 mm |
| M10-bout doorsteken | Staal en plaatmateriaal | 10,5 tot 11 mm | Speling om de bout er zonder klemmen door te krijgen |
| M10-bout of draadeind door hout | Balk, regel, meubelplaat | 10 mm | Hout geeft mee, de bout hoeft nergens tegenaan te wringen |
| Houtdraadbout M10, het draaddeel | Vuren, grenen, douglas | 6 tot 6,5 mm | Ongeveer de kerndiameter van de houtdraad |
| Houtdraadbout M10, het draaddeel | Eiken, azobé, oude bielzen | 7 tot 8 mm | Kerndiameter plus een halve tot een hele millimeter tegen splijten |
| Houtdraadbout M10, de gladde hals | Alle houtsoorten | 9,5 tot 10 mm | De hals onder de kop is dikker dan de draad eromheen |
| Schommelhaak of oogbout met M10-houtdraad | Hardhouten balk of paal | 7 tot 8 mm | Zonder voorboren splijt de balk of breekt de haak af |
| Houtdraadbout M10 in een nylon plug | Baksteen, kalkzandsteen, beton | 14 mm | De plug bepaalt het gat, de bout niet |
| Doorsteekanker M10 | Massief beton | 10 mm | Het anker gaat met bout en al door het gat heen |
| Hulsanker of keilbout M10 | Beton en metselwerk | 14 of 16 mm, per serie verschillend | De metalen huls om de bout is de maat die telt |
| Chemisch anker met M10 draadeind | Beton en volle steen | 12 mm | Twee millimeter ruimte rondom voor de mortel |
Is de verpakking weg, meet de bout dan op twee plekken op met een schuifmaat: over de gladde hals vlak achter de kop en over de kern tussen twee draadgangen. Bij een gangbare houtdraadbout M10 lees je daar ongeveer 9,5 en ongeveer 7 millimeter af. Dat zijn precies de twee boren die je nodig hebt.
Het tapgat voor M10-schroefdraad boren
Snijd je zelf draad in staal, aluminium of dik kunststof, dan is 8,5 millimeter de maat. Die volgt uit een simpele som: de nominale diameter min de spoed. Bij M10 met grove draad is de spoed 1,5 millimeter, en tien min 1,5 is 8,5.
Boor je 8 millimeter, dan snijd je een vollere draad die op papier iets sterker is. In de praktijk loopt de tap dan zwaar, propt de spaan zich op in de groeven en breekt hij eerder af. Boor je 9 millimeter, dan tapt het licht en houd je een ondiepe draad over die bij het aandraaien makkelijk doldraait. Op 8,5 is de draad ruim sterk genoeg en overleeft de tap het werk.
Heb je fijne draad, dan verandert de som mee. Voor M10x1,25 boor je 8,8 millimeter en voor M10x1 kom je op 9 millimeter uit. Kijk dus eerst naar de bout die erin moet, want fijne en grove draad zien er op een halve meter afstand hetzelfde uit.
Tap met snijolie en draai na elke hele slag een halve slag terug, zodat je de spaan afbreekt in plaats van hem voor je uit te duwen. Loopt het toch mis en breekt de tap af in een blind gat, dan is uitboren naar de volgende maat vaak de enige weg. Dezelfde rekensom werkt bij het tapgat voor M6, bij de boormaat voor M8 en bij voorboren voor M12.
| Draadmaat | Spoed grove draad | Boor voor het tapgat | Doorlopend gat, normale speling | Fijne draad en de bijbehorende boor |
|---|---|---|---|---|
| M6 | 1,0 mm | 5,0 mm | 6,6 mm | 5,2 mm bij M6x0,75 |
| M8 | 1,25 mm | 6,8 mm | 9,0 mm | 7,0 mm bij M8x1 |
| M10 | 1,5 mm | 8,5 mm | 11,0 mm | 8,8 mm bij M10x1,25 en 9,0 mm bij M10x1 |
| M12 | 1,75 mm | 10,2 mm | 13,5 mm | 10,8 mm bij M12x1,25 |
| M16 | 2,0 mm | 14,0 mm | 17,5 mm | 14,5 mm bij M16x1,5 |
Boor een blind tapgat dieper dan de draad lang moet worden. De voorsnijder heeft aan de punt vier tot zes onvolledige draadgangen. Boor je precies zo diep als de bout lang is, dan loopt de bout op de laatste millimeters vast op die onvolledige gangen en trek je de draad uit het gat.
Een doorlopend gat voor een M10-bout
Moet de bout er alleen doorheen en zit de moer aan de andere kant, dan hoeft het gat niet strak te zijn. In staal en plaatmateriaal is 11 millimeter de gangbare maat voor M10. Wil je de delen echt op hun plek houden, dan boor je 10,5 millimeter, en bij een constructie die je na het monteren nog wilt kunnen stellen ga je naar 12 millimeter.
Boor twee delen die op elkaar komen bij voorkeur samen door, met een lijmtang erop. Boor je ze los en zet je ze daarna tegen elkaar, dan blijkt het onderste gat een halve millimeter naast het bovenste te zitten en past de bout er niet doorheen. Bij M10 voel je dat direct, want een bout van tien millimeter laat zich niet met een tikje corrigeren.
In hout ligt het anders. Daar boor je 10 millimeter, precies op de boutmaat, want hout geeft genoeg mee om de bout er doorheen te tikken. Bij een slotbout M10 doe je hetzelfde en trek je de vierkante hals onder de bolkop met de moer het hout in. Leg aan de moerkant altijd een ring, en bij zacht hout liever een carrosseriering, anders zakt de moer bij het aantrekken in het hout weg en verlies je je voorspanning.
Plaatmateriaal dat werkt, heeft die speling nodig. Een gevelplaat zet uit en krimpt met het weer, dus daar boor je twee tot drie millimeter ruimer dan de bout en gebruik je een ring die dat gat afdekt. Hoe je zulke platen boort en zaagt zonder uitbrokkelende randen, staat bij het zagen en boren van Trespa-platen.
Een houtdraadbout M10 vraagt twee boren onder elkaar
Een houtdraadbout heeft aan de ene kant een grove houtdraad en aan de andere kant een M10-draadeind waar een moer op past. Daartussen zit een glad stuk zonder draad, de hals, en dat stuk is dikker dan de kern van de houtdraad. Meet je zo'n bout op, dan lees je over de hals ongeveer 9,5 millimeter af en tussen de draadgangen ongeveer 7 millimeter.
De vraag is dan of je 7 of 9,5 moet boren, en het antwoord is allebei, na elkaar. Boor eerst het hele gat op de kerndiameter, zodat de houtdraad over de volle diepte in vers hout kan bijten. Boor daarna alleen het bovenste stuk uit op 9,5 tot 10 millimeter, precies zo diep als de gladde hals lang is.
Sla je die tweede boring over, dan perst de hals zich door een gat van zeven millimeter naar binnen. Dat is een wig in de vezels, en juist daar barst het hout of loopt het moment zo hoog op dat de kop eraf draait. Boor je andersom alles op 9,5 millimeter, dan pakt de houtdraad vrijwel niets en draait de bout rond zodra je hem aantrekt.
Welke maat voor het draaddeel klopt, hangt af van de houtsoort. Test bij twijfel op een afgezaagd stuk van hetzelfde hout: draait de bout er met een dopsleutel zwaar maar gelijkmatig in, dan zit je goed. Stijgt de weerstand halverwege ineens, dan boor je een halve millimeter ruimer. Zet je de bout in de kop van een balk, houd dan sowieso de ruime kant aan, want kops hout splijt veel eerder dan hout dat je op de zijkant aanboort.
| Houtsoort | Boor voor het draaddeel | Boor voor de gladde hals | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Vuren en grenen | 6,0 mm | 9,5 mm | In vers, nat vuren mag 5,5 mm, dan pakt de draad extra |
| Douglas en lariks | 6,5 mm | 9,5 mm | Harsrijk, boor in één keer door en trek de boor vaak terug |
| Multiplex en gelamineerd hout | 6,5 mm | 10 mm | Boor haaks, anders drukt de bout de lagen uit elkaar |
| Eiken | 7,0 tot 7,5 mm | 10 mm | Looizuur tast gewoon staal aan, kies rvs of thermisch verzinkt |
| Azobé en bangkirai | 7,5 tot 8,0 mm | 10 mm | Keihard en zwaar, smeer de draad en draai gelijkmatig door |
| Oude spoorbielzen | 7,5 tot 8,0 mm | 10 mm | Verhard en vervuild hout, boor eerst een proefgat op een hoek |
| Vurenhouten balk, kopse kant | 7,0 mm | 10 mm | Ruimer boren dan op de zijkant, anders scheurt de kop open |
| Geïmpregneerd tuinhout | 6,0 tot 6,5 mm | 9,5 mm | Vaak nog vochtig en zacht, niet te ruim boren |
Zet de diepte van de tweede boring af op de bout zelf. Leg de bout naast de boor, houd de onderkant van de hals als grens aan en plak daar een stukje schilderstape op de boor. Dan boor je het halsgat niet dieper dan nodig en houd je de houtdraad in maagdelijk hout.
Waarom een M10-bout in hardhout zijn kop eraf draait
In vuren komt een houtdraadbout M10 er met wat kracht wel in. In eiken, azobé of een oude biels ligt dat anders. Daar loopt het moment zo hoog op dat de bout zijn eigen kop eraf draait, of dat de draad uitscheurt terwijl je nog aan het indraaien bent. Bijna altijd zit daar een te krap voorgeboord gat achter.
Ga in dit soort hout uit van de kerndiameter plus een halve tot een hele millimeter, dus 7,5 tot 8 millimeter voor M10. De draad heeft dan nog volop hout om zich in vast te zetten, maar hij hoeft zich er niet meer doorheen te wringen. Boor het gat ook echt over de volle diepte, want de laatste centimeters zijn precies waar het moment het hoogst is.
Smeer daarna de houtdraad in met zuurvrije vaseline of met blanke was. Dat verlaagt de wrijving merkbaar en het scheelt zo veel moment dat een bout die eerst vastliep er nu gewoon in loopt. Houd het smeermiddel wel op de draad en niet op het zichtwerk, want vet op hout dat je nog wilt beitsen of schilderen laat kringen achter.
Draai in met een ratel of een ringsleutel op de zeskantkop, niet met een slagmoersleutel op vol vermogen. Met de hand voel je precies wanneer de weerstand ineens oploopt en kun je stoppen om ruimer te boren.
Bij eiken speelt nog iets anders: het looizuur in de houtsoort tast gewoon verzinkt staal aan en geeft blauwzwarte vlekken rond de bout. Kies daar rvs of thermisch verzinkt materiaal.
Oude gecreosoteerde bielzen zijn geen gewoon hout. Bij het boren komt er stof en damp vrij van het conserveermiddel waar je niet in wilt staan. Werk buiten, draag handschoenen en een stofmasker, en veeg het boorsel op in plaats van het te laten liggen. Voor hergebruik van dit soort hout gelden bovendien beperkingen, dus ga na wat er in jouw situatie is toegestaan voordat je er een constructie mee bouwt.
M10 in steen en beton: het anker bepaalt het gat
Hier gaat het het vaakst mis. Iemand koopt keilbouten M10, leest dat er een boor van 16 millimeter bij hoort en verbaast zich over een gat van zestien voor een bout van tien. Toch klopt het: bij een keilbout of hulsanker zit er een metalen huls om de bout, en die huls is de maat die telt.
Bij een doorsteekanker is het precies andersom. Dat anker heeft een dunne conus aan de punt en gaat met bout en al door het gat, dus daar boor je 10 millimeter voor een M10. Twee ankers die allebei M10 heten en een compleet andere boor vragen, dat is de valkuil.
De rest is overzichtelijk rekenwerk. Een chemisch anker met M10 draadeind gaat in een gat van 12 millimeter, twee millimeter ruimer dan het draadeind zodat de mortel er rondom omheen kan. Bij een houtdraadbout M10 in steen volg je de plug, meestal 14 millimeter. Voor een betonschroef staat de maat op de verpakking, en die is altijd kleiner dan de schroef zelf omdat de schroef zijn draad in het beton snijdt.
Weet je niet welke plug bij jouw muur hoort, kijk dan in onze plug- en boorkiezer per muursoort. Daar zie je meteen of je in dit materiaal met kloppen mag boren en welke boormaat bij de plug hoort.
| Bevestiging voor M10 | Boormaat | Waar hij goed in is | Waar hij tegenvalt |
|---|---|---|---|
| Doorsteekanker M10 | 10 mm | Massief beton, zit meteen strak en gaat snel | Vraagt een recht en schoon gat, niets voor holle steen |
| Hulsanker of keilbout M10 | 14 of 16 mm, meet de huls op | Beton en metselwerk, spreidt over een grotere lengte | Slipt bij een vuil gat of een te laag aandraaimoment |
| Nylon plug 14 mm met houtdraadbout M10 | 14 mm | Baksteen en kalkzandsteen, vergevingsgezind materiaal | Kruipt langzaam los onder trillingen en blijvende trek |
| Chemisch anker met M10 draadeind | 12 mm | Zware en wisselende belasting, ook naar boven toe | Uithardtijd, en het gat moet echt stofvrij zijn |
| Chemisch anker met zeefhuls | Volgens de huls, vaak 16 of 20 mm | Holle steen, snelbouw en gipsblokken | Meer mortelverbruik en je moet de holte kennen |
| Betonschroef in de zwaardere maat | 8 tot 10 mm volgens de verpakking | Zit direct vast en is weer te lossen | Vraagt een slagschroevendraaier, een accuboor loopt vast |
| Gasbetonplug met M10-draadeind | Volgens de plug, draaiend boren zonder kloppen | Cellenbeton, verdeelt de last over een groot oppervlak | Blijft licht werk, niet voor iets waar je aan hangt |
Kloppen in gasbeton en gipsblokken slaat een trechter. Het gat wordt aan de voorkant veel wijder dan de boor en geen enkele plug houdt daar nog in. Boor in dit soort wanden draaiend, op lage snelheid en met een scherpe boor.
Haaks beginnen, op diepte boren en het gat schoon houden
De diameter krijgt alle aandacht, terwijl er bij de richting en de diepte net zoveel misgaat. Een boor van zeven millimeter die je vrij uit de hand in een balk zet, staat na tien centimeter zomaar drie graden scheef. Bij een bout van honderd millimeter komt de punt dan een centimeter uit het hart, en bij twee scharnieren naast elkaar zie je dat meteen aan de sponning. Een scheve bout trekt ook het beslag scheef, waardoor de kop niet vlak op het hout komt te liggen. Hoe je haaks aftekent en dat tijdens het boren controleert, lees je bij haaks aftekenen en haaks werken.
Zet het gat af met een priem of een centerpunt, gebruik een boor met een centerpunt en start op lage snelheid. Heb je een boorstandaard of een boorgeleider, dan is dit het moment om die te pakken. Moet de bout onder een hoek het hout in, gebruik dan de aanpak bij boren en zagen onder 45 graden: begin loodrecht tot de punt gepakt heeft en kantel de machine daarna pas.
Voor de diepte reken je terug vanaf de bout. Een houtdraadbout M10x100 door een beslagplaat van tien millimeter heeft negentig millimeter hout nodig, dus boor je ongeveer vijfennegentig millimeter diep. Teken die diepte af met tape op de boor of met de dieptaanslag, want vanaf het derde gat gok je anders en dan komt de laatste bout er te ver uit te staan.
Trek de boor bij een diep gat in hout regelmatig helemaal terug. Boorsel dat in de spiraal blijft zitten, gaat wrijven en verbranden, en een boor die klemt breekt af in het gat. In beton geldt hetzelfde principe anders: boor tien millimeter dieper dan het anker lang is, blaas het gat uit, borstel het en blaas nog een keer. Meer over dit soort verbindingen en het materiaal eromheen vind je in ons overzicht over hout en timmerwerk.
Boor een diep gat in twee gangen als je geen lange boor hebt. Zet eerst een gat van vijftig millimeter met een gewone houtboor en boor dat daarna door met een slangenboor van dezelfde maat. De slangenboor volgt het bestaande gat en blijft daardoor keurig in het hart lopen.
Schommels, leuningen en alles waar een mens aan hangt
Een groot deel van de M10-bevestigingen in en om huis is er voor iets waar kracht op staat: een schommelhaak, een scharnier van een zware poort, een touwleuning langs een trap. Daar is de boormaat maar de helft van het verhaal. De andere helft is de vraag of de constructie eromheen het houdt.
Een schommelhaak met M10-houtdraad draai je nooit zonder voorboren in een balk. Het hout splijt langs de draad of de haak breekt af op het moment dat je het laatste stukje inschroeft. Boor in vuren zes tot zes en een halve millimeter, in hardhout zeven tot acht, en boor door tot voorbij het punt waar de draad eindigt.
Een haak die alleen in het hout grijpt, blijft afhankelijk van de vezels eromheen. Een doorgaande M10-bout met een ring en een moer aan de bovenkant van de balk is voor een schommel de sterkere oplossing: die klemt het hout samen in plaats van het uit elkaar te wiggen. Boor daarvoor 10 millimeter door de balk heen en leg boven en onder een grote ring.
Onderschat de balk zelf niet. Een balkje van negen bij negen centimeter over een overspanning van bijna vier meter gaat staan zwiepen zodra er een kind aan schommelt, en het breekt met scherpe splinters. Voor die overspanning zit je eerder bij een vuren balk van twaalf bij twintig centimeter. Een hardhouten paal is gemaakt om rechtop de grond in te gaan en niet om als ligger te werken, dus dat is niet automatisch de sterkere keuze. Gaat de bevestiging naar zwaardere maten, kijk dan bij de boormaten voor M12.
Bij wisselende belasting kruipt een houtdraadbout langzaam los. Elke schommelslag geeft een minuscule beweging, en na een seizoen zit er speling in de verbinding. Loop een schommel of een klimtoestel elk voorjaar na: aandraaien, kijken of er scheuren rond het gat zitten en de bout vervangen zodra er roest of vervorming zichtbaar is.
Zo boor je een houtdraadbout M10 correct voor
Deze volgorde werkt in balken, palen en dikke regels, en met kleine aanpassingen ook voor een doorgaande bout.
-
Meet de bout op met een schuifmaat
Meet over de gladde hals vlak achter de kop en over de kern tussen twee draadgangen. Bij een gangbare houtdraadbout M10 lees je daar ongeveer 9,5 en ongeveer 7 millimeter af. Die twee getallen zijn je twee boren, dus dit kost tien seconden en voorkomt het meeste gedoe.
-
Kies de maat voor het draaddeel bij de houtsoort
In vuren en grenen boor je 6 tot 6,5 millimeter, in eiken, azobé of een oude biels 7 tot 8 millimeter. Hoe harder het hout, hoe dichter je bij de kerndiameter blijft en hoe minder de draad zich hoeft te wringen. Twijfel je, boor dan eerst een proefgat in een afgezaagd stuk van hetzelfde hout.
-
Teken het gat af en zet een putje
Kruis de plek af en druk er met een priem een putje in. Een boor van zeven millimeter wandelt op een ruwe balk anders makkelijk een paar millimeter weg. Bij twee scharnieren naast elkaar zie je zo'n afwijking direct terug in de sponning.
-
Boor het volledige gat op de kerndiameter
Boor haaks en op lage snelheid door tot de diepte die de bout nodig heeft, plus vijf millimeter. Trek de boor onderweg een paar keer helemaal terug om het boorsel af te voeren. Een boor die vol zaagsel zit, gaat wrijven, verbrandt het hout en kan afbreken in het gat.
-
Boor het bovenste stuk uit voor de gladde hals
Wissel naar 9,5 of 10 millimeter en boor alleen zo diep als de hals lang is, plus het beslag dat ertussen zit. Sla je deze stap over, dan perst de hals zich als een wig door een gat van zeven millimeter en scheurt het hout of draait de kop eraf.
-
Smeer de draad en draai de bout in
Strijk zuurvrije vaseline of blanke was over de houtdraad en draai in met een ratel of ringsleutel op de zeskantkop. Gelijkmatig doordraaien, zonder rukken. Loopt de weerstand halverwege ineens op, draai dan terug en boor een halve millimeter ruimer in plaats van door te zetten.
-
Trek aan tot de kop draagt en niet verder
Stop zodra de kop of de ring vlak op het beslag ligt en het geheel niet meer beweegt. Doordraaien na dat punt scheurt de houtdraad in het gat uit, en dat merk je pas als de verbinding onder belasting komt. Bij zacht hout leg je een ring onder de kop zodat die niet in het hout zakt.
-
Controleer de verbinding na de eerste belasting
Loop de bouten na een week en na het eerste seizoen nog eens na, zeker bij een schommel of een poort. Hout krimpt en zet uit, en bij wisselende belasting komt er speling in. Zit er een scheur langs het gat of draait de bout rond zonder vast te komen, verplaats de bevestiging dan naar vers hout.
Plug- en boorkiezer
Kies je muursoort en het gewicht dat eraan moet hangen, en zie welke plug, schroef en boormaat je nodig hebt. Bekijk alle gegevens
| Muursoort | Zo herken je hem | Plug die past | Boor en maat | Wat je eraan kunt hangen |
|---|---|---|---|---|
| Beton | Grijs, keihard, boorstof is grijs en fijn, de boor loopt zwaar | Nylon plug of, bij zwaar werk, een keilbout | Steenboor met hamerfunctie, 6, 8 of 10 mm | Alles, ook een hangend toilet of een boiler, mits de plug diep genoeg zit |
| Kalkzandsteen | Lichtgrijs tot wit, glad breukvlak, boorstof is wit en zanderig | Nylon plug, boren zonder klopstand | Steenboor zonder hamerfunctie, 6 of 8 mm | Keukenkasten, wastafels, radiatoren |
| Baksteen | Rood tot bruin, boorstof is rood, harder dan voeg | Nylon plug, altijd in de steen en niet in de voeg | Steenboor met hamerfunctie, 6 of 8 mm | Zware kasten en wandbeugels, mits je de steen raakt en niet de voeg |
| Gipsplaat | Klinkt hol, boort weg als boter, boorstof is wit poeder | Hollewandplug met vleugels, tuimelplug of gipsplaatanker | Houtboor of steenboor, maat volgens de plug | Schilderij, spiegel en lichte kast tot ongeveer 10 kg per plug |
| Gasbeton | Lichtgrijs, heel licht van gewicht, kruimelt makkelijk | Speciale gasbetonplug of een lange schroef zonder plug | Houtboor, geen hamerfunctie, plug bepaalt de maat | Lichte tot middelzware last, verdeel over meer punten |
| Gipsblok | Wit tot lichtgeel, zacht, boorstof is wit gips | Gipsblokplug of chemisch anker bij zwaar werk | Houtboor zonder klopstand | Middelzware last, geen hangend toilet zonder voorzetframe |
| Holle steen | Klinkt hol, de boor zakt ineens door in de holte | Hollewandplug of chemisch anker met zeefhuls | Steenboor zonder hamerfunctie zodat de wand niet uitbreekt | Middelzwaar, met een chemisch anker ook zwaar |
| Hout | Herkenbaar, boorstof is krullend | Geen plug nodig, houtschroef volstaat | Houtboor, voorboren op ongeveer 70 procent van de schroefkerndiameter | Alles, mits je in het hart van de regel schroeft |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de boor in het hout zet
Uit de praktijk
Scharnieren op spoorbielzen met houtdraadbouten M10x100
Op een paar oude spoorbielzen moesten zware scharnieren voor een poort. Daar waren houtdraadbouten M10x100 voor gekocht, en de vraag was met welke boor je zo'n bout voorboort. Meten gaf twee getallen: 9,45 millimeter over het gladde stuk vlak achter de kop en 7 millimeter over de kern tussen de draadgangen.
De verleiding is om er één maat uit te kiezen. Alles op 9,5 boren betekent dat de houtdraad in het onderste deel niets meer pakt en de bout rond blijft draaien. Alles op 7 boren betekent dat de gladde hals zich er als een wig doorheen moet persen, en in dit soort verhard hout is dat precies het moment dat de kop eraf gaat.
De aanpak die werkte was allebei doen. Eerst het volledige gat op 8 millimeter, want een oude biels is aanzienlijk harder dan vuren en de kerndiameter plus een millimeter geeft de draad nog volop hout om in te bijten. Daarna het bovenste stuk uitboren op 10 millimeter, precies zo diep als de hals lang is. De draad ging voor het indraaien in de zuurvrije vaseline, en daarmee liepen alle bouten er met een ratel gelijkmatig in.
Een schommelhaak in een hardhouten paal
Voor een schommel was een dure hardhouten paal gekocht, met de verzekering dat die daar geschikt voor was. De schommelhaken hadden een grove houtdraad en gingen er met de hand voor geen meter in. Het plan was om met oplopende houtboren te boren tot net onder de diameter van de haak.
Dat plan gaat mis, want de buitendiameter van de draad is niet de maat waar je op boort. Boor je bijna tot die maat, dan is er alleen nog een flinterdunne rand hout waar de draad in grijpt en trekt de haak er onder belasting uit. De maat waar je op mikt is de kern tussen de draadgangen, in hardhout met een halve tot een hele millimeter erbij. Voor deze haken kwam dat neer op zeven tot acht millimeter, over de volle lengte van de draad geboord.
Belangrijker was de vraag eronder. Een paal is gemaakt om rechtop in de grond te staan en niet om als ligger een overspanning te dragen. Bij een schommel komen er schokken op, en een te licht balkje van negen bij negen centimeter over bijna vier meter gaat staan zwiepen en breekt uiteindelijk met scherpe splinters. Voor die overspanning is een vuren balk van rond de twaalf bij twintig centimeter een reëlere maat, opgelegd in balkdragers die bij een bouwmaterialenhandel wel in die maten te krijgen zijn.
Een bout die zijn kop eraf draaide in azobé
Bij een tuinconstructie van azobé werd de eerste houtdraadbout M10 voorgeboord op zes millimeter, de maat die in vuren prima werkt. De bout liep de eerste centimeters mooi weg en kwam daarna zo zwaar te draaien dat de zeskantkop afscheurde, met een stuk bout onherstelbaar in het hout.
Twee dingen zaten fout. Het gat was te krap voor deze houtsoort: in azobé en eiken zit je met M10 op zeven en een halve tot acht millimeter, en niet op zes. En het gat was niet diep genoeg doorgeboord, waardoor de laatste centimeters draad zich door onaangeboord hout moesten snijden op het moment dat het moment al hoog stond.
Bij de volgende bouten werd op acht millimeter voorgeboord over de volle lengte, werd de draad met zuurvrije vaseline ingesmeerd en werd er met een ratel ingedraaid in plaats van met een slagmoersleutel. Met de hand voel je namelijk precies wanneer de weerstand oploopt. De afgebroken bout bleef zitten: die is er niet meer uit te krijgen, dus daar kwam een nieuwe bevestiging naast, ruim buiten de scheur die bij het afdraaien was ontstaan.
Veelgemaakte fouten
De boormaat van de bout afleiden in plaats van van het bevestigingsmiddel
Een M10-bout is tien millimeter, dus wordt er tien millimeter geboord, ook als er een huls van zestien omheen zit of een houtdraad die op zeven millimeter hoort. Het anker gaat er dan niet in, of de draad pakt niets. Kijk eerst wat er in het gat komt en lees daar de boordiameter van af.
Eén boormaat gebruiken voor de hele lengte van een houtdraadbout
De gladde hals achter de kop is anderhalf tot drie millimeter dikker dan de kern van de houtdraad. Boor je alles op de kernmaat, dan wigt die hals het hout open. Houd je overal de halsmaat aan, dan grijpt de draad in niets. Het gat krijgt dus twee diameters onder elkaar.
In hardhout de maat van vurenhout aanhouden
Zes millimeter werkt prima in vuren en is in eiken of azobé te krap. Het moment loopt dan zo hoog op dat de kop eraf scheurt of de draad in het gat uitscheurt. Ga in hard hout naar zeven en een halve tot acht millimeter en smeer de draad in.
Voorboren tot vlak onder de buitendiameter van de draad
Dit voelt logisch, want dan draait de bout er licht in. Er blijft dan alleen een flinterdun randje hout over waar de draad in grijpt, en onder belasting trekt de bevestiging er gewoon uit. De kern tussen de draadgangen is de maat waar je op boort, niet de top.
Het gat niet diep genoeg doorboren
Een gat dat halverwege ophoudt, laat de laatste centimeters draad zich door onaangeboord hout snijden op het moment dat de wrijving al maximaal is. Precies daar breken bouten af. Boor door tot voorbij het einde van de draad, met een paar millimeter marge voor het boorsel.
Een tapgat voor M10 op negen millimeter boren
Het tappen gaat dan aangenaam licht, maar je houdt een ondiepe draad over die bij het aantrekken doldraait. De maat is 8,5 millimeter bij grove draad. Boor je juist op acht, dan loopt de tap zwaar en breekt hij eerder af in het gat.
Twee delen los boren en pas daarna tegen elkaar zetten
Bij M10 is een halve millimeter verschil al genoeg om de bout er niet doorheen te krijgen, en corrigeren met een tikje lukt bij deze dikte niet. Klem de delen op elkaar en boor ze in één keer samen door, dan liggen de gaten gegarandeerd in lijn.
Een schommelhaak of oogbout zonder voorboren indraaien
De draad werkt als een wig tussen de vezels. Het hout splijt langs de draad of de haak breekt af op de laatste slag, en dat merk je soms pas als er iemand aan hangt. Boor voor, over de volle lengte van de draad, en overweeg bij een schommel een doorgaande bout met ring en moer.
Veelgestelde vragen
Welke boor gebruik je voor M10 voorboren?
Dat hangt af van wat je vastzet. Voor het tappen van M10-draad in metaal boor je 8,5 millimeter. Moet de bout er alleen doorheen, dan is het 10,5 tot 11 millimeter in staal en 10 millimeter in hout. Het draaddeel van een houtdraadbout M10 vraagt 6 tot 8 millimeter, afhankelijk van de houtsoort. Zit er een plug of een anker omheen, dan volg je dat onderdeel en boor je 12, 14 of 16 millimeter.
Hoe groot is het tapgat voor M10-schroefdraad?
8,5 millimeter bij grove draad. Die maat volgt uit de nominale diameter min de spoed: tien min 1,5 is 8,5. Heb je fijne draad, dan boor je 8,8 millimeter voor M10x1,25 en 9 millimeter voor M10x1. Tap met snijolie en draai na elke hele slag een halve slag terug, anders propt de spaan zich op en breekt de tap af in het gat.
Moet je bij een houtdraadbout M10 op 7 of op 9,5 millimeter voorboren?
Op allebei, achter elkaar. Boor eerst het volledige gat op de kerndiameter van de houtdraad, ongeveer zeven millimeter en in hardhout een halve tot een hele millimeter ruimer. Boor daarna alleen het bovenste stuk uit op 9,5 tot 10 millimeter, precies zo diep als de gladde hals achter de kop lang is. Zo grijpt de draad over de volle lengte en hoeft de dikkere hals zich nergens doorheen te wringen.
Hoe diep moet je voorboren voor een houtdraadbout M10x100?
Reken terug vanaf de bout. Zit er tien millimeter beslag tussen, dan gaat er negentig millimeter het hout in en boor je ongeveer vijfennegentig millimeter diep. Die paar millimeter extra vangt het boorsel op dat achterblijft. Teken de diepte af met schilderstape op de boor of met een dieptaanslag, want vanaf het derde gat ga je gokken en dan komt de laatste bout er te ver uit staan.
Wat doe je als een M10-bout zijn kop eraf draait in hardhout?
Het afgebroken stuk krijg je er praktisch niet meer uit, dus dat laat je zitten. Maak een nieuwe bevestiging ernaast, ruim buiten de scheur die bij het afdraaien is ontstaan. Boor de volgende bouten ruimer voor: zeven en een halve tot acht millimeter in eiken of azobé. Smeer de draad in met zuurvrije vaseline en draai in met een ratel, niet met een slagmoersleutel.
Welke boor hoort bij een keilbout of hulsanker M10?
Meestal 14 of 16 millimeter, want bij dit type zit er een metalen huls om de bout die de boormaat bepaalt. Die maat verschilt per merk en serie, dus lees de verpakking of meet de huls op met een schuifmaat. Een gat dat een of twee millimeter te ruim is, laat het anker rondslippen zonder ooit vast te komen, want de huls kan maar een paar tienden millimeter uitzetten.
Hoe groot moet het gat voor een chemisch anker met M10 draadeind zijn?
Twaalf millimeter in massief beton of volle steen, dus de draadmaat plus twee millimeter voor de mortel rondom. Boor ongeveer tien millimeter dieper dan het draadeind in het beton komt. Blaas en borstel het gat daarna drie tot vier keer om en om schoon, want mortel op boorstof hecht aan het stof en niet aan het beton. Vul het gat vanaf de bodem en draai het draadeind er draaiend in, zodat er geen luchtbel achterblijft.
Welke plug past bij een houtdraadbout M10 in een muur?
In baksteen en kalkzandsteen is dat meestal een nylon plug van veertien millimeter, waarbij je dus een gat van veertien boort. De plugfabrikant geeft per plug aan welke schroefdiameter erin hoort, en dat verschilt per merk en serie. Kijk daar even naar in plaats van op de bout af te gaan. In onze tabel met pluggen per muursoort zie je welke combinatie bij jouw wand past.
Kun je een schommelhaak zonder voorboren in een balk draaien?
In vuren lukt het soms met veel kracht, maar de kans dat de balk langs de draad splijt of dat de haak afbreekt is groot. Boor voor over de volle lengte van de draad: zes tot zes en een halve millimeter in vuren en zeven tot acht millimeter in hardhout. Voor een schommel is een doorgaande M10-bout met een ring en een moer aan de bovenkant sterker dan een haak die alleen in de vezels grijpt, want die bout klemt het hout samen.
Wat doe je als het voorgeboorde gat te ruim is geworden?
In hout kun je het gat opvullen met een gedraaide houten deuvel in dezelfde houtsoort, gelijmd met een constructielijm, en daarna opnieuw voorboren zodra de lijm hard is. Een tapeind of een dikkere bout in hetzelfde gat draaien is geen oplossing, want de vezels rond het gat zijn beschadigd. Kan het niet wachten, dan is een nieuwe bevestiging op een paar centimeter afstand in vers hout betrouwbaarder.
Waarom breekt mijn houtboor af in een diep gat?
Bijna altijd omdat het boorsel niet weg kan. De spiraal loopt vol, het zaagsel gaat wrijven, de boor loopt heet en klemt vast in het gat. Trek de boor bij een gat dieper dan vijf centimeter een paar keer helemaal terug om de spiraal leeg te laten lopen. Boor daarnaast op lage snelheid en zonder te duwen: bij hardhout doet de snijkant het werk en versnelt duwen alleen het vastlopen.
Welk gat boor je voor een M10-bout die er alleen doorheen moet?
In staal en plaatmateriaal is elf millimeter de gangbare maat. Wil je de delen strak op hun plek houden, boor dan 10,5 millimeter, en bij een constructie die je na het monteren nog wilt kunnen stellen ga je naar twaalf. In hout boor je tien millimeter, precies op de boutmaat, want hout geeft genoeg mee. Boor twee delen die op elkaar komen altijd samen door, geklemd in een lijmtang.
Wanneer je beter een vakman belt
Een gat voorboren en een M10-bout indraaien is werk dat je zelf doet. Er zijn drie situaties waarin je beter stopt en iemand belt.
De eerste is een bevestiging waar een mens aan hangt of onder staat: een schommel, een klimtoestel, een hangmat aan een balk, een zware poort. Zit die last aan een balk of een spant waarvan je de maat en de oplegging niet kent, laat het dan beoordelen. Een bout die keurig is voorgeboord houdt niets tegen als de balk eronder te licht is voor de overspanning.
De tweede is boren in of aan een dragende constructie. Een gat door een stalen ligger, door een betonbalk of door wapening die je bij het boren raakt, verandert de constructie. Dat is werk voor een constructeur en niet iets wat je op gevoel oplost door het gat een stukje te verplaatsen.
De derde is werken op hoogte. Een balk in een carport of een schommelframe boren terwijl je met twee handen aan een boormachine op een ladder staat, gaat op enig moment mis. Zet een rolsteiger neer of laat het doen. Datzelfde geldt voor bevestigingen in een gevel boven de begane grond, waar je bovendien met de weersomstandigheden en de uithardtijd van chemische ankers te maken hebt.